Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

De Sneuper nummer 122, juni 2016

351 views

Published on

De Sneuper nummer 122, juni 2016
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
DRAMA IN DOKKUM: Familiedrama in 1902 ( 2 )
GEBRANDSCHILDERDE RAMEN ONTDEKT
DE BORDNE BIJ DOKKUM
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
DOMINEESFAMILIE ROMAR UIT NES
BAKKERIJEN MEINDERSMA DEEL 2
RUBRIEKEN & COLUMNS
COLUMN: Je mutte mar hoare...
VELDPOST UIT WO I: Tegen de grens aan
HERALDIEK: wapen & vlag Oostdongeradeel 3
DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
VIER NIEUWE INDEXEN DEEL 2
INGEBOEKT: Muziekminnaars in 1787
DIGITAAL VERHAAL: mensen- & netwerken

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

De Sneuper nummer 122, juni 2016

  1. 1. DE FAMILIEDRAMA IN 1902 IN DOKKUM SNEUPER nummer 122 losse nummers € 3,95 jaargang 29 nr. 2 JUNI 2016
  2. 2. © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. COLOFON 158 16 18 26correspondentie uitsluitend via: Brokmui 62 9101 EZ Dokkum kopij via e-mail: redactie@hvnf.nl website www.hvnf.nl weblog http://sneuperdokkum.blogspot.com De Historische Vereniging Noordoost-Friesland is een Algemeen Nut Beogende Instelling. 7 FOTO OMSLAG: TRESOAR redactie Warner B. Banga Dokkum Nykle Dykstra Leeuwarden Piet de Haan Dokkum Lisette Meindersma Burgwerd JacobRoep Hollum (Ameland) Hans Zijlstra Amsterdam opmaak Warner B. Banga 4
  3. 3. prijs losse nummers € 3,95 (exclusief porto) negenentwintigste jaargang nr. 2 juni 2016 verschijnt in maart, juni, september en december in een oplage van 650 exemplaren nummer 122 INHOUD Die hier wil drincken en niet betalen, die mag wel blijven men sal hem niet halen Die wil borgen, die kome morgen, want heden is een dagh dat men niet borgen magh. Op een uithangbord in de Butterstraat tot Dockum - 1662 HISTORISCH CITAAT: SNEUPERDE 5 6 7 8 15 16 18 22 4 20 21 26 29 30 REDACTIONEEL LEDENNIEUWS 2016-02 VAN DE VOORZITTER HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS DRAMA IN DOKKUM:Familiedrama in1902 (2) GEBRANDSCHILDERDE RAMEN ONTDEKT DE BORDNE BIJ DOKKUM GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS DOMINEESFAMILIE ROMAR UIT NES BAKKERIJEN MEINDERSMA DEEL 2 RUBRIEKEN & COLUMNS COLUMN: Je mutte mar hoare... VELDPOST UIT WO I: Tegen de grens aan HERALDIEK: wapen & vlag Oostdongeradeel 3 DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA VIER NIEUWE INDEXEN DEEL 2 INGEBOEKT: Muziekminnaars in 1787 DIGITAAL VERHAAL: mensen- & netwerken WARNER B. BANGA JOHANNES DIJKSTRA HAIJE TALSMA PIET DE HAAN HANS ZIJLSTRA & JACOB ROEP JOEP ROZEMEYER ARJEN DIJKSTRA SAKE MEINDERSMA IHNO DRAGT HILDA BOUTA RUDOLF J. BROERSMA REINDER TOLSMA LISETTE MEINDERSMA HANS ZIJLSTRA MEDAILLEMEDAILLELELE
  4. 4. COLUMN CROWDFUNDING / JILDKROADZJE Voor het eerst hebben we als museum eens geld bijeen geharkt middels ‘crowdfunding’ en het is wel zeker, op het moment dat ik dit schrijf, dat we onze target halen. Doel was een bedrag van ongeveer 3.600 euro binnen te halen, op een begroting van 18.000 euro. Het ging om de restauratie van het langste schilderij van Dokkum, geschilderd omstreeks 1775 en voorstel- lende de haveningang bij de Halvemaanspoort. Het grootste deel van het geld had ik al op de ouderwetse manier toegezegd gekregen, namelijk door fondsen aan te schrijven. Ik moet zeggen: crowdfunding is veel werk en ik moest mijn volle gewicht in de schaal werpen, maar de feedback was fantastisch. De‘crowd’(menigte) bestond uiteindelijk uit zo’n 37 personen en enkele instellingen die geld doneerden voor dit goede doel. Dus niet echt een crowd te noemen, maar de p.r. en de goodwill waren groot en van toegevoegde waarde. By the way, hebt u ook zo’n hekel aan al die Engelse woorden die in het Nederlands en Fries sluipen? Ik ging dus eens naden- ken over een mooi Fries woord voor crowdfunding en kwam op‘jildkroadzje’(geldkruien). Toen ik nog aan het Parksterbolwerk woonde, kwamen ze wel langs met een kroade om Friese boeken aan de man te brengen, út te súteljen. ‘Crowd’ en ‘kroade’ dat ligt qua gehoor wel bij elkaar en ook het idee dat je je netwerk of zeg maar kruiwagens nodig hebt om je geldelijke doel te bereiken, sprak me wel aan. Heel tevreden met mezelf ging ik eens kijken op internet of het woord al voorkwam. Ietwat ont- goocheld zag ik dat dat het geval was, tezamen met nog enkele tientallen andere suggesties voor de vertaling van crowdfund- ing in het Fries. Een heel mooie vind ik‘ynternet-skoaie’, want soms voelt het inderdaad wel aan als schooien, moet ik bekennen. Niet dat ik me daarvoor schaam trouwens, mits voor het goede doel. WINDVANEN Zo scharrelde ik enige weken geleden als een schooier tussen de rommel, excusez le mot, in één van Dokkums opslagloodsen. Op zoek naar tastbare overblijfselen van de aloude waag. Aanleiding was de uitnodiging van de commissie die hier de jaarlijkse Open Monumentendag organiseert, om mee te denken over de invulling van het thema 2016, namelijk symbolen en iconen aan /bij /in monumenten. Mijn suggestie was iets te doen met windwijzers, want die hebben vaak een afbeelding met symbolische betekenis. Denk bijvoorbeeld aan de‘windhaan van Petrus’op kerken. Op het stadhuis zit een windwijzer in de vorm van een soort Neptunus, ongetwijfeld als verwijzing naar de zeehavenfunctie, die Dokkum had in de tijd dat vanuit het Grootdiep haar schepen nog naar de wereldzeeën voeren. Zo kwam ik ook uit op de waag, want daarop zit het uitgezaagde stadswapen als windvaan. Dat wapen heeft eveneens een eigen symboliek, maar daar gaan we begin september nader op in middels een kleine expositie in de Grote Kerk. EEN ONTDEKKING Mijn speurtocht in de loods betrof de weegschalen van de waag, want die had ik 30 jaar geleden eens op de zolder daar gezien. Gelukkig waren ze van daar naar de loods gebracht, tezamen met de onderdelen van een grote en kleine balans. En dat was een grote verrassing, want die stammen nog uit de voorganger van het huidige waaggebouw uit 1754. Ik wil niet gewichtig doen, maar het was een vondst van grote historische waarde, waarover ik later in De Sneuper graag nog eens wat meer wil vertellen. 4 GEWICHTIGE ZAKEN door IHNO DRAGT giwdragt@museumdokkum.nl JE MUTTE MAR HOARE... FOTO:MUSEUMDOKKUM FOTO:GERARDMULDER
  5. 5. 5 REDACTIONEEL TWEEDE, DERDE EN VIERDE DEEL De Sneuper 122 brengt de ontknoping van het familiedrama in Dokkum, dat plaatsvond in juni 1902. Dat de sterke arm toen minder diplomatiek te werk ging was wel bekend, maar destijds werden er zelfs in Dokkum vraagtekens bij geplaatst... Piet de Haan zocht uit hoe dat precies ging. Het eerste deel verscheen in ons maart-nummer, net als deel 1 van de bakkerijen Meindersma van Sake Meindersma of van Reinder Tolsma’s vier nieuwe indexen, die hij vanaf de jaren‘80 en‘90 eigenhandig op for- mulieren en losse kaartjes schreef. Reinder wist mij te vertellen dat hij in de afgelopen jaren meer dan 13.600 regels in Excel typte, waarmee u als sneuper uw voordeel kunt doen via onze website: www.hvnf.nl Zo is De Sneuper 122 wel het nummer van ‘deel 2’ geworden, hoewel Rudolf Boersma een derde deel schreef over het wapen en de vlag van Oostdongeradeel en Hilda Bouta is zelfs al aan deel 4 toe van ‘Veldpost uit WO I’. Zij zijn natuurlijk vaste schrijvers met hun rubrieken. Redactieleden Hans Zijlstra en Jacob Roep weten ons steeds weer te verrassen met hun prachtige ontdekkingen: opnieuw zijn twee ramen uit de kerk van Hollum Ameland boven water gekomen!Wordt vervolgd? Bestuurslid Arjen Dijkstra ontmoette in het archief een nazaat van domi- nee Romar uit Nes en schreef een genealogische bijdrage over diens leven en kinderen. Dat vele anderen zijn voorbeeld mogen volgen! BONIFATIUSDISCUSSIE In de aloude discussie over de vraag of Bonifatius nu wel of niet bij Dokkum is vermoord, werden wij aangenaam verrast door Joep Rozemeyer uit Breda, die ons een artikel stuurde over de Bordne bij Dokkum. In zijn onderzoek naar de plaats delict van de moord meent hij dat Dokkum kan steunen op historische feiten. Dat is opmerkelijk, omdat Rozemeyer verkeert in de kringen van SEM, de Studiekring Eerste Millenium, waar zich ook veel volgelingen van Albert Delahaye bevinden. We zijn benieuwd of zijn bijdrage in De Sneuper ook reacties gaat oproepen. Want dat is wat wij graag zien, dat er gereageerd wordt op onze artikelen - daarom bieden wij leden en (amateur)historici graag een platform - zodat wij weer kunnen publiceren over de fascinerende en altijd interessante geschiedenis van Noordoost-Friesland. Zorg dat uw artikel ook in De Sneuper komt! WORDT VERVOLGD?door WARNER B. BANGA warner.b.banga@knid.nl © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. Deredactieheefternaargestreefddeauteursvanillustratiesopdejuistewijzetevermelden,daar waar afbeeldingennietdoordeschrijvers zijn gemaakt of werden aangeleverd. Zij die menen nog rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de redactie wenden. BAKKERIJ MEINDERSMA IN ANJUM Naar aanleiding van het artikel over de bakkerijen Meindersma in De Sneuper 121 van maart reageerde Jan Boersma uit Kollum. Zijn overgrootvader Foppe Meinderts Dijkstra kocht in 1896 de bakkerij in de Tsjerkestrjitte in Anjum van Harke Bokkes Meinder- sma. Dijkstra was knecht bij de Meindersma’s. Jan Boersma had nog een foto van de in 1982 gesloopte bakkerij, toen die nog in bedrijf was en een platte- grond van de bakkerij omstreeks 1930. Een welkome aanvulling op het artikel. Ondanks nogal wat speur- werk kon Sake Meindersma destijds geen foto vinden. OokbeschikteBoersmaovereenextractvandekoop- akte van de bakkerij in de Tsjerkestrjitte door Wig- ger Ernstes Meindersma uit 1825. Hiermee werd duidelijk dat de bakkerij die Wigger Ernstes Meinder- sma in 1820 kocht van zijn neef Eelke Meinderts Meindersma een andere bakkerij moet zijn geweest. Enig speurwerk wees uit, dat het in 1820 ging om de bakkerij op het huidig adres Foarstrjitte 116, de latere bakkerij Van Dellen. Die bakkerij is in deze eeuw gesloten, maar het pand is er nog. De bakkerij in de Tsjerkestrjitte bleef in bedrijf tot 1920. In dat jaar werd in Anjum ‘DeCentraleBakkerijHetNoordenN.V.‘ opgericht en vanaf dat moment werd er in deTsjerkestrjitte niet meer gebakken. De centrale bakkerij was gevestigd in het pand Foarstrjitte 116. Op pagina 22 vindt u het tweede deel van de bakkerijen Meindersma. In het volgende nummer zal ons kersverse redactielid Nykle Dijkstra uit Leeuwarden zichzelf introduceren; Nykle welkom in ons redactieteam!Tenslotte wens ik u veel leesplezier met De Sneuper 122. BAKKERIJ MEINDERSMA IN DE TSJERKESTRJITTE IN ANJUM
  6. 6. 7 VOORZITTER AFSCHEID VAN DE VOORZITTER De Sneuper 122 is voor mij de laatste waarin ik een stukje ‘bestuurlijk’ schrijf of deze keer‘Van de voorzitter.’Ik vind het erg jammer dat ik door persoonlijke omstandigheden moet stoppen met dit werk. Mijn ge- zondheid dwingt mij om het rustiger aan te doen. Mijn medicatie zorgt voor onrust tijdens vergaderingen en overleg, waardoor ik het werk niet meer naar behoren en met genoegen kan uitvoeren. Nog vervelender was dat ik door familieomstandigheden ook de laatste ledenvergader- ing niet kon bezoeken. Gelukkig wist het bestuur na lang zoeken, op het laatste moment, toch nog een opvolger in het bestuur te vinden. Ik heb begrepen dat er over de rol van voorzitter nog wordt nagedacht. Vanaf deze plaats wens ik onze mooie vereniging heel veel succes in de toekomst en wens ik het bestuur veel wijsheid en energie toe voor het besturen van onze vereniging. Dat dat niet altijd even gemakkelijk is en soms bijna teveel voor vrijwilligers, bleek de laatste maand wel weer. Langs deze weg wil ik leden oproepen rekening te houden met de forse hoeveelheid energie die bestuurders en redactieleden in het voortbestaan van onze vereniging steken. Dit is een punt dat wordt onderschat en waar best eens vaker‘bedankt’voor mag worden gezegd in plaats van dat de messen worden geslepen. In de afgelopen zes jaar is er veel gebeurd. We hebben een nieuwe uitvoering van ons verenigingsblad, een website en een blog, losse nummers kwamen in de verkoop om ook ‘niet-leden’ te interesseren. Vergaderen op een locatie ergens in de regio kreeg meer inhoud door ook ‘niet-leden’ voor onze lezingen uit te nodigen. We bestonden 25 jaar, kwamen met de uitgave van een paar boekwerken, ereleden werden benoemd, leden van het blad‘De Furde’overgenomen, de media werden op ge- paste wijze benaderd voor publiciteit en beurzen werden bezocht. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Bepaald geen slapende, duffe vereniging. Zo zal ‘Dockum in 3D’, dat tijdens de laatste vergadering is gepresenteerd, weer veel energie vragen van de projectgroepleden. De Historische Vereniging Noordoost-Friesland wordt op deze wijze steeds opnieuw op de kaart gezet en belangstellenden weten ons te vinden. Ik dank u allen voor het in mij gestelde vertrouwen, dank aan de bestuursleden, redactieleden en webmasters voor hun steun en vaak ook levendige discussies en wens u allen verder veel plezier met het lidmaatschap van onze vereniging en zeker ook in de uitoefening van onze gezamenlijke hobby. Ik hoop u op één van de volgende vergaderingen als ‘gewoon lid’ weer te mogen ontmoeten. Ook deze keer bedanken wij de redactie en schrijvers voor hun bijdrage en wensen we u veel leesplezier met De Sneuper 122. Haije Talsma Sinds 16 april afgetreden. LEDENDAG 16 APRIL J.L. We kunnen terugkijken op een geslaagde ledenbijeenkomst in Wester- geest op 16 april jl. Een kleine 50 belangstellenden woonden ’s morgens de ledenvergadering bij en kregen van de penningmeester te horen, dat we een gezonde vereniging zijn. We konden melden dat we een nieuwe aspirant-voorzitter hebben in de persoon van Gosse Bootsma uit Menaam. ‘s Middags hadden we een boeiende lezing van Oebele Vries en brachten we een bezoek aan de Ikkers; dit zijn lange smalle percelen bouwland met greppels. Ook werd de hervormde kerk bezocht. Al met al een zeer geslaagde ledendag. Jan de Jager Plaatsvervangend voorzitter. VAN DEVOORZITTER VERENIGINGSNIEUWS door HAIJE TALSMA SCHEIDEND VOORZITTER HAIJE TALSMA TEKST EN UITLEG VAN OEBELE VRIES
  7. 7. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 8 FAMILIEDRAMA IN 1902 IN DOKKUM Ruim honderd jaar geleden vond er in de Korte of Kleine Oosterstraat in Dokkumeendramaplaats.Indeel1werdereenbeschrijvinggegevenvan de familie Boomsma en de straat waarin ze woonden en haar bewoners. Er zijn in het gezin Boomsma de nodige spanningen maar in juni 1902 lopen de spanningen tussen de onberekenbare broer Jan en de andere gezinsleden zo hoog op dat het tot een gewelddadige uitbarsting komt. EN DAN GAAT HET MIS! In de anders zo rustige Kleine Oosterstraat ontwikkelt zich in het gezin van Bernardus Boomsma een drama, dat door het oud-buurmeisje me- vrouw Haverkamp (bewust?) niet in haar artikel wordt genoemd. ‘Jeppe- weet-je’ had zijn buurjongen Jan Boomsma al eens gewaarschuwd: ‘Jonkje, jonkje...!’ Het loopt in het gezin Boomsma echter volledig uit de hand. Na een telegram van burgemeester Doederus de Vries arri- veren op vrijdag 13 juni vanuit Leeuwarden: de Officier van Justitie, de Rechter Commissaris, een Griffier en geneesheer dokter Schreuder. Aan de dramatische gebeurtenissen die in de week van 10 tot 13 juni 1902 in het gezin plaatsvinden, besteden vele kranten aandacht, waaronder de plaatselijke ‘Oostergo’. Zelfs emigranten in Noord-Amerika kunnen in het Sioux Center Nieuwsblad lezen wat er in de Kleine Oosterstraat in Dokkum is voorgevallen. In ‘De Hepkema’ worden in een uitgebreide versie de opeenvolgende gebeurtenissen stap voor stap weergegeven. Hepkema’s Courant - Nieuwsblad van Friesland [ een iets ingekorte versie - PdH; begin citaat: ] Woensdag 18 juni 1902 In Dokkum staat een eenvoudig burgerhuisje, nu ruim een jaar bewoond door B. Boomsma, voerman en scheepsjager van beroep. De menschen hebben behoorlijk hun brood; de 18-jarige zoon Jan hielp zijn vader het bedrijf uitoefenen, doch kon het met de huisge- nooten niet best vinden. Hij was geen drinker maar woest van aard en gaf vaak aanleiding tot huiselijken twist. Op straat maakte hij gewoonlijk den indruk van een bedaard persoon, was soms niet onaardig, doch wel eens ‘n beetje opgewonden. De buren van Boomsma (het bejaarde echtpaar J. Zeilmaker) wisten echter weinig goeds van Jan; hij vloekte al den dag en verstoorde telkens rust en vrede, had zelfs zijn moeder even voor haar dood – negen weken geleden is de vrouw gestorven – nog met een mes in ‘t hoofd gestoken, dat het bloed langs de goot liep; ook zijn vader en zusters scheen hij te haten, vooral de 17-jarige Hiske. Het kon hem weinig schelen, hoe hij zijn wraak koelde, zoodat buurman Jeppe wel eens zeide: “Jonkje, jonkje! Hwet scistou nog ris raer oan dyn ein komme” De oude menschen waren blij, dat de loting in ‘t verschiet was. OM 35 CENTEN Hiske had op dinsdag 10 Juni f 30 rente betaald aan kuiper Rosier waarbij zij 35 cent fooi kreeg. Dit zinde Jan niet want hij had de betaling zelf willen doen. De jonge man bleef verstoord en wilde woensdagmorgen niet opstaan; pas nadat zijn vader hem vier maal had aangespoord, kwam hij ‘t bed uit en greep toen zijn vader terstond aan. Zuster Hiske ging op het rumoer naar boven en scheidde de vechtenden, waarop Jan den kamerpot over haar leeg stortte. Ongeveer twee uur later, toen zijn vader weg was, kwam hij naar beneden en greep een tang waarmee hij zijn zuster op het hoofd wilde slaan. Zij maakte een afwerende beweging maar werd op den elleboog getroffen. Ze vluchtte naar den stal waar Jan haar om haar te worgen bij de keel greep. Op Hiskes hulpgeroep kwam de thuisgekomenvaderhaartehulp.Waarnadezoonhemin‘tgezichtkrabde.Janbleefdaarnabovenenkwamalleenuitzijnschuilhoek wanneer de huisgenooten de deur uit waren. Donderdag 12 Juni wilde hij eerst niet opstaan. Het werd halftien en toen ging hij bij de tafel zitten lezen tot p.m. halftwaalf. Stond op; keek in den spiegel, greep een broodmes van de tafel en wierp dit zijne zuster – die schuins achter hem stond – naar het gezicht. Het wapen trof Hiske in de kin, doch stuitte op het been af, een wonde veroorzakende van ongeveer 6 cm lengte, waar men wel een vinger in kon leggen. Het doodelijk verschrikte meisje liep naar den Inspecteur van Politie [J. Jongbloed - PdH], deed aangifte van de mishandeling en verzocht namens haar vader, om den dader uit de ouderlijke woning te verwijderen. Op verzoek ging de ambtenaar mee; hij sprak lang met den ouden Boomsma, die zei: ”Hij moet er uit, want wij zijn ons leven niet meer zeker; hij is in staat, den boel in brand te steken, de paarden den nek af te snijden of ons te vermoorden.” De Inspecteur zag zich toen genoodzaakt naar den zolder te gaan waar Jan zich zoals gewoonlijk opgesloten had. Het was toen omstreeks half een. door PIET DE HAAN p.dehaan01@knid.nl BURGEMEESTER DOEDERUS DE VRIES FOTOBESCHIKBAARGESTELDDOORFRANSEHRICH DRAMA IN DOKKUM DEEL 2
  8. 8. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 9 OP DEN ZOLDER Het jongmensch stelde zich aan als een woestaard en de Inspecteur was te twee uur nog bezig, om hem te kalmeeren. Jan wilde naar geen rede luis- teren en dreigde, dat hij nog dien zelfden nacht zijn zuster zou vermoorden. Vader Boomsma kwam ook nog boven, doch werd terstond weer door zijn zoon aangegrepen, zoodat de Inspecteur tusschen beiden sprong. Kortom, elke poging tot verzoening mislukte; Jan bleef dreigen, zeggende: “Vannacht gebeurt er wel wat.” De vader bleef intusschen op verwijdering aandringen, doch de Inspecteur was daartoe alleen niet bij machte en met een zoet lijntje was er heelemaal geen kans op. Waar de zaken zoo stonden, besloot de heer Jongbloed – Boomsma sprak er reeds van de marechaussees te halen – den Burgemeester te raadplegen, die hierop last gaf den jongeling uit de woning te halen en voor hem te geleiden. Dus vertrok de Inspecteur in gezelschap van vier politieagenten. Nogmaals werd den vader in overweging gegeven, op zijn besluit terug te komen; maar hij was niet tot andere gedachten te brengen. Inmiddels verscheen ook de Burgemeester, wien de vader hetzelfde dringend verzoek deed. Nu, dan moeten jullie hem maar ophalen, was de opdragt van de Burgemeester. WOESTE AANVALLEN DeInspecteurgingtoeneerstbijdeladderop.Wasnauwelijkseenigetredenomhooggeklommen,ofJanstakmeteenspadedoorhetge- slotenluikrakelingslangshethoofdvandenInspecteur.DeheerJongbloedsprongvandeladdereneenagenttweedeklassediedaarna eenpogingwaagde,deinsdeeveneensterug,wantJanbleefonderdewoorden:“Iksteekjedood!”hetwerktuigopdezelfdewijzehanteeren. Wegenshetgevaarvangetroffenteworden,trachttendeInspecteurendeagentenhetluikmeteenpaaleneenladderteopenen.Hetwas drieuurennogaltijdhadmennietsgewonnen.Devaderriepmaartelkens:“Hijmoeteruit!”Deburgemeesterbeslootuiteindelijkdehulp dermarechausseeinteroepen,waaropdeBrigadierderMarechausseeentweeondergeschiktengewapendmetkarabijnenverschenen. DE BELEGERING VAN BUITENAF VOORTGEZET De oude Boomsma wees op een deurtje aan den buitenkant van het huis waardoor men ook den zolder kon bereiken. Er werd een lad- dertegendenmuurgezetenmarechausseeVanAssenerbijop.Toenhijdedeurwildeopenenwerdereenijzeropzijnhoofdgericht.De slag ging rakelings bij hem langs. Met behulp van eenige burgers werd geprobeert het deurtje met ladder en een paal uit de hengsels te lichten. De jongeling had de deur van binnen echter goed vastgebonden met touwen, welke de politie-agent 1e klasse Westra trachtte door te snijden. Jan stak daarop met een hooivork naar de agent zijn hoofd, doch zonder hem te treffen. De Inspecteur schoot hierop met zijn revolver tweemaal over den belegerde heen. Ten slotte kreeg men de deur open; maar toen begon Jan met van alles te gooien. Onderdeelen van ‘n wagen, palen, ‘n spade, ‘n ballastschop, zelfs dakpannen kwamen naar beneden. Bijna werden de Burgemeester en een meisje dat met een petroleumkan passeerde geraakt. AANHOUDEND SCHIETEN De Inspecteur trachtte in de lucht te schieten, doch de revolver weigerde. Daarop schoot een der marechausseesmetzijnkarabijnindelucht.Weervroeg de burgemeester aan Boomsma of het niet beter was, dat men zijn zoon maar liet blijven waar hij was; weer antwoordde de man: “Neen, hij moet er uit.” Het was in- middels vier uur. De burgemeester stelde voor om over den zolder van den buurman Jeppe Zeilmaker heen een nieuwe poging te wagen. Buurman Jeppe gaf vrijheid om een gat in ‘t tusschenschot te zagen. De brigadier, twee marechaussees, de inspecteur Jongbloed en de poli- tieagent Westra begaven zich naar de aangewezen plaats. Terwijl Westra bezig was met zagen, trachtte Jan, die nu in de hanebalken zat, met projectielen de politie over het beschot heen te raken. tijdvanburgersenstoommachines VELDWACHTERSREVOLVER DOKKUMER AGENTEN & MARECHAUSSEE ROND 1923 FOTO:WEBSITEERGENSINNEDERLAND BRON:FILMFRAGMENTUIT‘DOKKUMERWINKELWEEK1923’
  9. 9. 10 NIEUWE AANVALLEN Jan werd uit de hanebalken verdreven en toen men hiermee klaar was werd er een gat gemaakt. Jan stond echter aan de andere zijde van het tusschenschot ge- reed met de hooivork en deed een aanval op Westra’s hoofdterwijldeagentopdeknieënvoorhetgatlag.Ge- lukkig bleef een der tanden in het hout steken. De agent sprong op en ging achter den Inspecteur staan, die het nu probeerde. Weer onderhaalde het jongmensch de vork, mikkende op het hoofd van den heer Jongbloed, die hem waarschuwde met de woorden: “Jan! Jan! Doe het niet, ga mee!” De Inspecteur werd eventjes geraakt en kreeg een wondje aan het voorhoofd, maar had geen tijd om van den schrik te bekomen. De razende Jan nam als een brieschende leeuw met het gevelde wapen terstond een nieuwen aanloop en nu was er geen tijd en geen ruimte meer voor den politieambte- naar, om te ontwijken. ZELFVERDEDIGING Uit zelfverdediging loste hij een revolverschot. Ware dit niet gebeurd, de jongeling zou hem zeker hebben doodgestoken. Ernstig getrof- fen, strompelde Jan nog eenige passen achteruit en werd daarop door den agent Westra en twee marechaussees gegrepen. Het was bij half vijf. De politie-agenten, de marechaussees en eenige burgers brachten de gewonde naar het politiebureau. Waarna dr. Boerma werd geroepen. Jan zou daarop naar het Diaconessenhuis te Leeuwarden worden vervoerd, doch overleed reeds anderhalf uur na zijn aankomst op het bureau en weigerde onder gruwelijke vloek woorden zich voor zijn dood met vader en zuster te verzoenen. Gistermiddag te 1 uur is DE JUSTITIE, uit Leeuwarden vergezeld van dr. Schreuder, gearriveerd en toen is, ook in het bijzijn van dr. Boerma, de lijkschouwing verricht. Jan was een zwaar gebouwd persoon, doch had een breuk. Wij achten ons verplicht, hierbij mee te deelen, dat we het verhaal omtrent de belegering van het huis en het gebeurde op zolder uit den mond van den Inspecteur Jongbloed zelven hebben opgeteekend. Bij het vallen van het noodlottige schot en wat daaraan onmiddellijk voorafging waren geen burgers tegenwoordig, doch wat de andere feiten aangaat, daaromtrent komen de verhalen van buren en politie zeer goed overeen. WAARDEERENDE WOORDEN VOOR DEN INSPECTEUR Daarenboven werd, zelfs door den man van de straat, de Inspecteur met waardering en medelijden besproken, terwijl de naaste buren van Jan zeiden: “het is een geluk, dat hij dood is en hij is vloekende gestorven”. Nog anderen lieten zich aldus uit: “ware Jongbloed niet zoon beste man geweest, hij zou zijn huis niet weer hebben bereikt, want de menschen hadden hem fijn gemaakt”. [einde citaat Hepkema] DE BRIEF VAN DE BURGEMEESTER Bovenstaand artikel zou dus ‘uit den mond van den Inspecteur Jongbloed zelven zijn opgeteekend’. Het blijft natuurlijk toch de vraag hoe waarheidsgetrouw dit verslag is. Probeert Jongbloed zich in dit artikel misschien vrij te pleiten? Op zaterdag 14 juni, na de begrafenis, schrijft burgemeester De Vries een brief aan de Commissaris der Koningin. De gebeurtenissen in het krantenartikel en de brief komen grotendeels overeen en zo zal het dan ook wel gegaan zijn. Opvallend in deze brief zijn de kwalificaties die de burgemeester Jan Boomsma toedicht: “In het huisgezin van B. Boomsma heeft sedert jaren steeds eene slechte verstandhouding geheerscht tengevolgen van allerlei toe- standen maar meest was zijn ruim achttien jarigen zoon Jan, daarvan de oorzaak. Oploopend, twistzoekend, wraakgierig steeds met moord en brandstichting dreigend was dit nog na het overlijden zijnen moeder, met wien hij zelfs op haar sterfbed twist gehad, verergerd... ...J.l. Woensdag kwam Hiske Boomsma, de dochter die thuis met de huishouding belast is, mij namens haren vader dringend ver- zoeken de zoon Jan uit de woning te doen verwijderen hij had haar geslagen en gedreigd te vermoorden, met den vader gevochten enz. enz. Ik heb aan die klacht als zijnde van huislijke aard geen gevolg gegeven... ...Om eenige indruk zoo mogelijk te maken requireerde ik de marechaussee’s. Kortom ook dit vertoon baatte niet en ofschoon wel eenigszins geneigd hem onder bewaking op den zolder te laten, was de aandrang van den vader die herhaaldelijk uitriep: “Schiet hem dood”, het smeken van het meisje, hem toch van den zolder te halen, de overweging dat hij met voortzetten der poging om hem in handen te krijgen de prestige mijner politie ernstig zou schaden, mij te machtig. ...de inspecteur waarschuwde met de revolver in de hand, Jan sprong niettemin toe, de inspecteur vuurde en Jan viel zoo later bleek in den buik getroffen. Na in het politiebureau gebracht te zijn, werd de arts Boerma geroepen, deze heeft hem verbonden maar niet- temin bleef hij woedend en tegenstand bieden. Om 6½ uur is hij overleden...” [Volgens de overlijdensakte was dat 17.30 uur - PdH] De burgemeester betreurt de afloop overigens ten zeerste, hoewel? “...Jan is tenslotte maar een woestaard. Intusschen betreur ik de afloop zeer, ofschoon een woestend [Friesisme-PdH] gevallen is die tot niets nut was. Zelfs gisteren nog verklaarde de vader in tegenwoordigheid van getuigen mij dat hij blij was, dat hij van hem verlost was. Nu kwam er vrede in huis...” FRAGMENT UIT DOKKUMFILM 1927 VAN HOEK OOSTERSINGEL - KLEINE OOSTERSTRAAT HISTORIE&STREEKGESCHIEDENISFOTOBESCHIKBAARGESTELDDOORGEERTLIEMBURG
  10. 10. ZORG VOOR DE HUISHOUDING Zowel in het krantenartikel als in de burgemeestersbrief wordt Hiske genoemd als de dochter die voor de huishouding zorgt en die om hulp komt vragen. Dit lijkt opmerkelijk, want Hiske woont dan al een jaar in Leeuwarden en zal pas op 25 juni 1902 naar huis terugkeren, want dat vermelden de Leeuwarder en Dokkumer bevolkingsregisters. Oudste zuster Hiske ging echter wel eer-der naar huis, omdat de spanningen daar hoog opliepen. Zij voelde zich verantwoordelijk voor het gezin nu moeder overleden was. Jongere zuster Hinke was waarschijnlijk van plan om samen met zus Martha op 4 mei 1902 naar Leeuwarden te gaan.Volgens het bevolkingsregister van Dokkum is Hinke vertrokken naar Leeuwarden, maar daar is ze niet ingeschreven. Hinke is thuisgebleven om als oudste thuiswonende dochter voor de huishouding te zorgen. KRITISCHE PERS Zoals vermeld wordt aan de dramatische gebeurtenissen in vele kranten aandacht besteed. De strekking is in vrijwel alle berich- ten hetzelfde: Jan Boomsma heeft het min of meer aan zichzelf te wijten. Slechts één krant is kritisch in de berichtgeving en stelt in haar artikel vragen. Het Volk - Dagblad voor de Arbeiderspartij 17 JUNI 1902. [ citaat ] “...aan te nemen is dat het schot is gelost uit zelfverdediging of om hem eenige verwondingen toe te brengen, waardoor hij voorlopig onschadelijk was zonder ernstige gevolgen. De handelswijze met de gekwetste toen pleit allerminst voor ‘n verstandig optreden. In plaats toch van direct geneeskundige hulp te ontbieden en den getroffenen zoo stil mogelijk te laten liggen, werd hij zoo van den zolder af door ‘n man of vijf naar ‘t politiebureau gesjouwd, waar hij door de ontboden geneesheer is onder- zocht. Hij leefde toen nog, maar is kort daarop overleden. Achterna praten helpt den gedoodde niet in leven terug en hem die het noodlottige schot loste straf toe te wenschen, daar zie ik ook weinig in, gesteld er termen voor vervolging gevonden zullen worden, doch eenige vragen zijn hier toch zeker wel op haar plaats. 1) Eischt de veiligheid in ‘t algemeen een optreden der politie zooals hier is geschied? 2) Ware het niet taktischer geweest dat men den jongen, die zichzelf zoo’n goede bewaarplaats had verschaft, maar stil daar had laten zitten, desnoods onder bewaking van het huis? Een verzachtende omstandigheid is zeker nog aan te brengen voor ‘t optreden der politie. Er valt hier zoo zelden iets voor, dat de lui werk verschaft, dat wanneer dit dan eens gebeurd, zij dan niet die noodige kalmte en bezadigdheid hebben die men van hen moet verwachten. ‘t Ware dan echter maar te wenschen dat ‘t dragen van vuurwapens ook hun verboden werd...” [ einde citaat ] HOE GAAT HET VERDER? Naast vader en de mogelijk eerder uit Leeuwarden teruggekomen Hiske zijn er de thuiswonende kinderen Hinke (14 jaar), Teats- ke (13 jaar), Egbertha (12 jaar), Arend (7 jaar) en Lieuwe (5 jaar). Egbertha wordt tijdelijk uit huis geplaatst. Ze gaat naar tante Martha in Sneek. Tante Martha is een oudere zuster van vader Bernardus en is getrouwd met de boekdrukker Lieuwe Boschma. Als knecht wordt na het overlijden van Jan Boomsma de twintigjarige scheepsjager en ver familielid Foeke Boomsma aangenomen. Jan en Foeke hebben dezelfde‘pake van pake’[ bet-overgrootvader ] Pieter Boomsma. Uit diens eerste huwelijk met Wytske Gerbens stamt de tak van de overleden Jan Boomsma. Het waren scheepsjagers, maar later ook karriders. Uit Pieter zijn tweede huwelijk met Sjoekje Feikes Ronner stamt Foeke, de tak van vooral scheepsjagers. Foeke blijft niet lang bij de familie Boomsma. Al op 31 december gaat hij terug naar Aalzum waar hij al op 24-jarige leeftijd zal overlijden. DE ERFENIS VAN EEN WOESTELING Door alle commotie gemakkelijk te vergeten, maar Jan Boomsma laat ook een erfenis na. Volgens de wet zijn vader Bernardus voor ¼ deel en Jan zijn broers en zusters gezamenlijk voor ¾ deel de erfgenamen. Per 22 december 1902 bedraagt de erfenis voor de Successiebelasting: 1) Contanten ƒ 10. 2) Roerende lichamelijke goederen als meubelen en huisraad, lijfdracht, paard en wagens en stalgereedschap ter verkoop waarde van ƒ 550. 3) Eene huizinge te Dokkum kadaster A-2317 ter verkoopwaarde van ƒ 1000 [ dit is de woning waar de familie woont - PdH ]. Totaal ƒ 1560. De erfenis van Jan is hiervan het zestiende deel: ƒ 97,50. VERVOLGING VAN DE INSPECTEUR? In het Parketregister uit het archief van de Officier van Justitie staat het volgende: Dader: Jongbloed, Johannes. 36 jaar. Ins. van Politie te Dockum. Misdrijf: DooreenrevolverschotdoodenvanJanBoomsma,12juni Dockum. Zelfs met hulp van een medewerker van Tresoar werd in het Archief van Justitie geen schrijven van de Officier van Justitie of het lijkschouwings- rapport gevonden. 11 HUIDIGE HOEKPAND KLEINE OOSTERSTRAAT 15 - OOSTERSINGEL HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS FOTO:PIETDEHAAN
  11. 11. 12 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS POLITIEAGENT IN UNIFORM ROND 1910 DE STERKE ARM VAN DOKKUM De gemeentepolitie van Dokkum staat in 1902 onder leiding van inspecteur Johannes Jongbloed, de man die met de revolver het dodelijk schot lost. Eén van de taken van de plaatselijke inspecteur is het geven van het theoretische gedeelte van het politievak aan plaatselijke en regionale agenten in spé. Dit is geen overbodige luxe, gelet op de beroepen die de agen- ten uitoefenden voordat ze bij de politie in dienst treden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het artikel van ‘Het Volk’ van 17 juni 1902 kritische kant- tekeningen worden geplaatst. Johannes Jongbloed werd geboren in Joure op 22 september 1864. Signalement in het Militieregister: Timmerknecht, 1,72 lang. Een ovaal aangezicht en een gewoon voorhoofd. Blauwe ogen en een gewone neus en mond. Een ronde kin, bruin haar en bruine wenkbrauwen en een litteken op zijn linkerhand. Jongbloed trouwt in 1894 in Meppel met Gijsberta Berendina Scholten. Hij werkt daar als politieagent, nadat hij gepen- sioneerd is als brigadier der Marechaussee. Hij treedt op 6 maart 1897 in Dokkum in dienst als Inspecteur van Politie. Rond 1915 heeft hij een jaarinkomen van ƒ 875. Bovenkleding en wapens ter waarde van ƒ 80 worden door de gemeente verstrekt. In november 1917 verhuist het gezin naar Leeuwarden, waar Jongbloed tot 1924 inspecteur bij een verzekeringsmaatschappij is. Jongbloed wordt nog wel genoemd in ‘De optocht te Dokkum 1918’ van Thijs Jongsma: ‘Jongbloed de politie in een nieuw costuum...’ Johannes Jongbloed overlijdt op 10 januari 1935 in Huizum en wordt in Damwoude op de begraafplaats aan de Haadwei begraven. Het echtpaar Jongbloed had twee dochters. Dirk Westra zaagt het gat in het tussenschot en wordt bijna geraakt door de hooivork. Dirk werd geboren op 24 juni 1862 in Sint Jacobi-parochie. Bij zijn huwelijk in Het Bildt met Klaarke Buwalda is zijn beroep verver. Ingekomen in Dokkum vanuit Het Bildt op 24 januari 1894. Treedt op 1 september 1895 in Dokkum als agent in dienst. Op de lijst van Dokkumer bijnamen wordt hij ‘De Tsaar’ genoemd. Westra overlijdt op 7 december 1936. Nog zes andere politieagenten zijn in juni 1902 in dienst van de stad Dokkum, van wie drie betrokken zijn bij de gebeurtenissen in de Kleine Oosterstraat: Wijtze van der Pas, geboren inWetzens op 14 april 1869. Bij zijn huwelijk in Leeuwarden geen beroep. Later in Leeuwarden apothekersknecht. In Dokkum op 1 april 1894 in dienst getreden als agent. Wordt later con- ciërge in het gemeentehuis. Lubbert Terpstra, geboren in Oosternijkerk op 24 oktober 1863. Bij zijn huwelijk is hij zonder beroep en rond 1900 arbeider. Vertrekt op 25 au- gustus 1902 naar Lonneker bij Enschede. Notulen Raadsvergadering 14 september 1902: ‘L.Terpstra agent van politie 2e klasse per 10 september 1902 eervol ontslag. In diens plaats als agent Jan Zijlstra alhier. L.Terpstra per 26 augustus ook eervol ontslag als doodgraver.’ Is later weer agent te Dokkum. Op de lijst van Dokkumer bijnamen ‘Lucas zes’ genoemd. Jan Dirks Zijlstra, geboren in Betterwird op 9 juni 1863. Bij zijn huwelijk van beroep hofmeester. Notulen raadsvergadering 14 september 1902: ‘per 10-09-1902 benoemd tot opvolger van Lubbert Terpstra.’ Folkert van der Post, geboren in Dokkum op 22 april 1848. Bij zijn hu- welijk en geboorte eerste kinderen had hij geen beroep. In de periode 1890 - 1910 was hij agent van Politie en woonde hij aan het Keerweer. Haaie Honderd, geboren in Dokkum op 29 december 1844. Bij huwelijk van beroep boendermaker. Hij vertrekt op 28 mei 1922 naar Amsterdam. Taco Ronner, geboren in Dokkum op 11 november 1854. Natuurlijke, niet-erkende zoon van Aaltje Ronner. Bij zijn huwelijk van beroep poli- tiebediende. Overlijdt op 21 juni 1922 te Dokkum. Hij is de enige poli- tieman die rond 1900 jaarlijks in de geldelijke verantwoording van de gemeente Dokkum bij name wordt genoemd: ‘Taco Ronner, Politie 2e klasse speciaal belast met het toezicht op het plantsoen’! DIVERSE VELDWACHTERSREVOLVERS ZOALS GEBRUIKT DOOR POLITIE ROND 1902 BRON:WEBSITEGEMEENTEPOLITIEEINDHOVEN FOTO:WEBSITEBERTOCKELOEN
  12. 12. 13 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS DE MARECHAUSSEE In Dokkum aan de Legeweg stond de kazerne van de Marechaussee. Ooit was de Marechaussee ook een soort Rijkspolitie. Bij de sociale onrust en scher- mutselingen rond 1900 worden de Marechaussees steeds vaker ingezet. De genoemde Brigadier Marechaussee, betrokken bij de gebeurtenissen in de Kleine Oosterstraat, is hoogst waarschijnlijk Mar- ten Appelhof. Marten Appelhof, werd geboren op 25 sep- tember 1868 te Wijtgaard. Hij kwam als Brigadier MarechausseevanNieuw-AmsterdambijEmmennaar Dokkum en overleed op 17 januari 1939 in Meppel. Wie is echter de Marechaussee Van Assen, die bij de ladder opklimt en bijna een slag van een ijzer krijgt? BIJROLLEN & FIGURANTEN IN DEEL 2 AaltjeBoomsma,werdgeboreninDokkumop8oktober1864.Overleden 28 maart 1875, haar graf werd geruimd. Dochter van Ale Boomsma en Trijntje Roodberg. Ale is een halfbroer van Jan Boomsma zijn pake Jan Boomsma [ x Hiske Zijlstra ]. Albert Boerma, de arts die eerste hulp bood. Remonstrants. Geboren in Groningen op 2 februari 1873. Komt van Bellingwolde op 9 april 1902 naar Dokkum. Hij is lid van het Dokkumer gezelschap ‘Ledige Uren Nut- tig Besteed’. In 1909 vestigt hij zich in Den Haag, maar voor zijn vertrek daarheen studeert hij nog enige tijd in Utrecht en Berlijn om kennis op te doen over homeopathie. Doederus de Vries. Burgemeester van Dokkum van 1867 t/m 1909. Wijnhandelaar. Trouwt op 6 november 1856 met Grietje Helder. Voor het 40-jarige ambtsjubileum in 1907 componeert meester Bruining een feestlied dat de schoolkinderen, waaronder Barbara Hooghiemstra, op de Zijl voor het echtpaar de Vries zingen: ‘Wij zijn zo blij, wij zijn zo blij. Dat gij nog jaren, jaren van geluk, o burgemeester vrij van druk in Dokkum moogt beleven met uw gade aan Uw zij, rust en vrede hopen wij, worden ruimschoots u gegeven.’ Het mocht niet zo zijn; De Vries overlijdt al op 16 januari 1910. Dr. Johan Christiaan Schreuder, de arts die de lijkschouwing verrichtte. Doctor in de medicijnen te Leeuwarden. Geboren in 1858, overleden in 1940. Getrouwd met Helena Sophia Agnes Fijnvandraat. Elisabeth Rosier. Geboren in Dokkum op 08 november 1868.Woont nog thuis. Geen beroep. Ouderlijk gezin woont in de Gasthuisstraat. Vader is ThomasRosiervanberoepkuiper.HiskeBoomsmabetaaltop10juni1902 ƒ 30 rente aan kuiper Rosier, bij welke gelegenheid zij 35 cent fooi krijgt. FAMILIEGRAF OP ZUIDERBOLWERK Dokkum, zaterdag 14 juni 1902. Volgens de krant ‘De Hepkema’ heeft het in de vroege morgen vrij veel geregend. Het is somber op de be- graafplaats op het Zuiderbolwerk. Burgemeester Doederus de Vries schrijft later dat vader Boomsma, weliswaar na enige aandrang, wel bij begrafenis van Jan aanwezig is; ‘...niet dan op mijn last, heeft hij het lijk gis- teren mee begraven’. Graf nummer 417 wordt Jan zijn laatste rustplaats. Een graf dat indertijd gekocht is door zijn grootvader Jan Boomsma. In de ‘onderste verdieping’ rust het stoffelijke overschot van grootmoeder Hiske Zijlstra. Daarboven is het kindergraf van Aaltje Boomsma. Aaltje haar stoffelijke resten worden geruimd en Jan komt op haar plaats in de ‘bovenste verdieping’. Op deze trieste, druilerige ochtend is er toch een lichtpuntje. In het door pake gekochte graf en dicht bij beppe, blijft Jan na zijn overlijden, ondanks alles wat voorgevallen is, toch deel uitmaken van de familie Boomsma. BEGRAAFPLAATS ZUIDERBOLWERK MET PLEK GRAF NR. 417 VOLK VOOR DE MARECHAUSSEEKAZERNE [RECHTS] AAN DE LEGEWEG LIJKSCHOUWER JOHAN CHRISTIAAN SCHREUDER FOTO:PIETDEHAAN FOTO:HISTORIADOCCUMENSIS FOTO:HISTORISCHCENTRUMLEEUWARDEN
  13. 13. 14 EPILOOG Reactie van de kleinkinderen van Taetske Boomsma, een zuster van Jan Boomsma: ‘Jan was manisch-depressief en psychotisch. Hij was in wezen een goede man, maar kon snel omslaan in wisselingen. Dan was er geen land mee te bezeilen. Na de dood van zijn moeder ging het helemaal fout. Zijn moeder wist hem altijd te kalmeren, maar zijn vader had daar het geduld niet voor en begreep het ook niet. En dat versterkte het gedrag van Jan. Toen het ge- beurde waren een aantal kinderen thuis, onder wie mijn oma Taetske. Hiske wasnaarhuisgekomen,omdatdespanningendaarhoogopliepen.Zijvoel- de zich verantwoordelijk voor het gezin nu moeder overleden was. Meestal kon zij Jan wel kalmeren, omdat ze wel zag dat hij geestelijk ziek was. Op die dag ging alles fout. Jan was weer de draad kwijt en dacht dat de duivel hem wilde grijpen. Hiske probeerde de andere kinderen te beschermen. Vader gooide olie op het vuur door ongeduldig van alles naar Jan te roepen. Jan werd steeds agressiever. Op het laatste werden de kinderen zo bang dat de politie erbij werd gehaald. Jan voelde zich steeds meer in het nauw gedron- gen en zag overal gevaar en spoken. Met het bekende resultaat. Oma zei altijd dat ze Jan met rust hadden moeten laten en hadden moeten laten bijkomen op zijn plekje op zolder. Dan was hij later wel rustig mee- gegaan. Hij was heel bang geweest. Maar dat hij thuis niet meer te handha- ven was, was wel duidelijk. Toen moeder nog leefde ging het, maar daarna was Jan compleet van de kaart. Het heeft het gezin wel uit elkaar gedreven.’ DANKWOORD Veel dank is verschuldigd aan: Josephine de Roo en haar dochter José Ceulemans, respectievelijk dochter en kleindochter van Egbertha Boomsma, een zuster van Jan Boomsma. Ze stelden veel familiegegevens en foto’s beschikbaar. De kleinkinderen van Taetske Boomsma, een zuster van Jan Boomsma voor het aangrijpend verhaal dat ze wilden delen. Verder dank aan: Frans Erich voor het beschikbaar stellen van de Hooghiemstra familiefoto’s. Bavo van der Molen voor zijn bemiddeling. Geert Liemburg voor de foto van de hoekwoning Kleine Oosterstraat – Oostersingel. Bert Ockeloen, deskundige op het gebied van handvuurwapens. Hilda Bouta en Reinder Tolsma voor hun hulp en kritische opmerkingen. Tjeerd Jongsma en Jack Boersma, archivarissen S.A.D. voor hun hulp en advies. BRONNEN S.A.D.: Gem. Dokkum verzoekschriften, aanstellingen Inv.nr. 1464-1467 S.A.D.: Gem. Dokkum. Geldelijke verantwoording 1897 t/m 1906 Inv.nr. 2075 t/m 2086 S.A.D.: Notulen Raadsvergaderingen Dokkum 1902 Inv.nr. 0801 S.A.D.: Ingekomen stukken gemeente Dokkum Inv.nr. 1317 S.A.D.: Uitgaande stukken burgemeester van Dokkum Inv. nr 1369. Brief nr. 216 S.A.D.: Woningregisters Dokkum Inv.nr. 1495 S.A.D.: Grafregisters begraafplaats Zuiderbolwerk Inv.nr. 2270, 2272, 2277 S.A.D.: Bevolkingsregisters Dokkum, Leeuwarden, Castricum en Leiden S.A.D.: Ned. Herv. Gem. Dokkum Inv.nr. 0007 en 0119. Tresoar: Memorie van successie Toegang 42 Inv.nr. 3099 Dagreg. 2/2972. Tresoar: Notarieel. Inv.nr. 27086, 27099, 27089, 27100, 27106, 28071. Tresoar: Politie Tg 11. Inv.nr. 9180. Tresoar: Parketregister archief Officier van Justitie Inv.nr. 1718 nr. 225. Historisch Centrum Leeuwarden Foto dr. Schreuder rond 1938. Regionaal Archief Leiden (RAL) Stichting Werkgroep Oud-Castricum Dokkum in Kadastraal Perspectief door E. Smits Azn en E. Smits Fazn. - stichting Historia Doccumensis Nieuwe Dokkumer Courant 7-10-1966 t/m 4-11-1966 ‘Dokkum omstreeks 1900. Herinneringen aan mijn geboortestad’. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS HISKE BOOMSMA TEATSKE BOOMSMA OP LATERE LEEFTIJD FOTOBESCHIKBAARGESTELDDOORJOSEPHINEDEROO FOTOBESCHIKBAARGESTELDDOORKLEINKINDEREN
  14. 14. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 15 OP VEILING IN FRANKRIJK Op 10 maart jl. werden wij door glas-in-looddeskun- dige (en medelid) Kees Berserik getipt over een aankomende veiling in Amiens (Frankrijk). Op 10 april 2016 zouden twee originele gebrandschilderde ra- men uit Hollum worden geveild. De veilingcatalogus vermeldde de ramen als Duits, maar na een tip van een curator van het Rijkmuseum voor Oudheden te Leiden wist hij wel beter. Inmiddels zijn de twee ramen door de Antwerpse professor Joost Caen, met Berserik auteur van een meerdelig standaard- werk over glas-in-loodramen in de Lage Landen,* aangekocht. Caen is een prominente glas-in-lood- deskundige en begeleidde eerder de restauratie van een origineel gebrandschilderd raam van Ameland. Met de aankoop van deze twee ramen zijn nu 13 van de vermoedelijk 36 oorspronkelijke gebrandschil- derde ramen bekend. Voordeveilingbeschiktenweovereenfotovandegebrandschilderderamen.Daaropvielengelijkeenaantalzakenop.Zostondin deonderschriftendatderamennietin1679maarin1680gebrandzijn.Ditbetekentdatdezetweerameneennaleveringzijnenlater dandeandereramenindehervormdekerkinHollumwerdengeplaatst.VerdervertoondenderamendekenmerkenvaneenNesser en Ballumer raampje. Opvallend zijn de moriaan en het steigerend paard die als middelste ruitjes zijn geplaatst. Die horen eigenlijk als cartouches bovenin het raam te zitten. Deze ruitjes zeggen wat over het beroep van de persoon wiens naam in het onderschrift wordt vermeld. Zou de moriaan naar een café of schip verwijzen en staat het steigerend paard symbool voor een paardenfokker? Ameland was tot in de 19e eeuw beroemd vanwege een eigen paardenras. In Ballum was dan ook een koninklijke paardenstoeterij gevestigd van waaruit veel paarden werden verhandeld. Natuurlijk zou het paard ook symbool voor een schip kunnen staan of was het raam van de opzichter van de paarden van de Van Cammingha’s. Dat blijft vooralsnog ongewis. Tot slot kwamen de huis- merken alleen op Hollumer ramen voor. Zouden de later geleverde ramen van Ballum en Nes ook een huismerk hebben gehad? NADER ONDERZOEK Nu de ramen in het bezit van professor Joost Caen zijn, kunnen die nader wordt onderzocht. Een eerste beschouwing van de professor levert de voorlopige conclusie op dat de ramen een bijzonder samenraapsel van in ieder geval vijf ramen of zelfs zeven ramen zijn. In allebei de panelen zijn het bovenste en het middelste gedeelte van drie ruitjes eigenlijk alle vier een bovendeel. Verder staan de twee rijen met de huismerken ondersteboven. Ook de andere originele ramen zijn uit verschillende ruitjes sa- mengesteld. De ruitjes zijn in het verleden dus verkeerd herplaatst. Verder stelde Joost Caen vast dat het onderschrift van het Nesser raampje met de tekst ‘Remke Galies Anno 1680’ volledig is geplaatst. Waarschijnlijk gaat het hier om de uit Hollum afkom- stige Remke Galies (‘Gaatjes’) die in 1655 voor het gerecht in Ballum met Antke Pieters trouwde. Zij werden in 1702 lidmaat van de hervormde kerk in Hollum en zouden in 1705 gestorven zijn. Bij het andere raampje zijn de drie onderste ramen onvolledig. In het rechter ruitje staat ‘tschipper no 1680’, waarbij dit op ‘beurtschip- per’ zou kunnen wijzen. Op basis van het huismerk in het bovenste ruitje ontdekten we in een akte uit een proclamatieboek van 1681 eenzelfde huismerk waarbij de naam ‘Remmert Gerlofs’ stond. In dat jaar werd hij tot volmacht van Nes gekozen. Zoeken op deze naam in Alle Friezen leverde ene Rempke Gerlofs op die in Buren woonde en in 1662 voor het gerecht in Ballum met Rinske Sjoerds trouwde. Buren was een buurtschapvanNesenwerdookwelals‘NesindeBuyren’aangeduid.Desondankswordtinhetonderschrift‘Reijner’als‘ouderlingh’ vanhetdorpBallumgenoemd.DenaamRemmertGerlofsblijftondanksdeovereenkomstmetdehuismerkenduseenveronder- stelling. Reijner zou namelijk ook Reinder(t) kunnen zijn en in het middelste ruitje staat geen patroniem dus blijft het puzzelen. In de nabije toekomst zullen de deskundigen Kees Berserik en Joost Caen de twee gebrandschilderde ramen verder onderzoek- en en met de andere ramen vergelijken. Mogelijk zal dit onderzoek tot nieuwe bevindingen leiden die ons meer kunnen vertel- len over hoe de ramen in elkaar zijn gezet en wat de juiste onderschriften zijn. Ook zal Joost Caen de door hem aangekochte ra- men restaureren. Idealiter keren deze twee originele gebrandschilderde ramen weer terug naar de plek waar ze ooit hingen: de Hervormde kerk in Hollum, maar daarvoor is het nu nog te vroeg. Tot die tijd kijken we met interesse uit naar de bevindingen van Caen en Berserik. wordt vervolgd * Silver-Stained Roundels and Unipartite Panels Before the French Revolution, Volume 1 t/m 3. GEBRANDSCHILDERDE RAMEN door JACOB ROEP & HANS ZIJLSTRA sneuperdokkum@yahoo.com UIT HOLLUM (A) ONTDEKT FOTO’S:KEESBERSERIK
  15. 15. 16 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS BONIFATIUS BIJ DOKKUM VERMOORD? In zijn grote geschiedwerk ‘Frieslands Oudheid’ stipt Herrius Halbertsma (1920-1998) een voor hem nog onopgelost raadsel aan: ‘de geschied- schrijver Willibald verhaalt dat Bonifatius de dood vond bij de rivier de Bordne, die Oostergo en Westergo scheidde. Dokkum evenwel lag niet aan de Boorne. Toch hoeft er geen twijfel aan te bestaan dat Bonifatius te Dokkum de dood vond.’ Dit is nog steeds een probleem dat niet alleen de Friezen bezighoudt. Het blijven prangende vragen: werd Bonifatius nu wel of niet bij Dokkum vermoord, was dat dan bij de Boorne en is Bordne hetzelfde als Boorne? Passende antwoorden zijn nog niet te geven. Maar er lijkt een oplossing in zicht... Na de dood van de Friese koning Radboud in 719 kwam de weg vrij voor Willibrord om de kerstening van de Friezen eindelijk eens aan te pakken. Hij kreeg daarvoor assistentie van Bonifatius, die dat jaar uit Engeland aankwam. Een levensbeschrijving van hem is hier nu niet aan de orde; het gaat erom waar hij destijds de dood vond. Vier geschied- schrijvers vertellen daarover het volgende: BRONNEN OVER BONIFATIUS’ DOOD De eerste schrijver is Willibald die kort na de dood van Bonifatius in 754 zegt dat Bonifatius per schip vanaf Mainz de Rijn afvoer en ‘het waterrijke Friese gebied binnen ging over het ondergelopen land, dat in hun taal Aelmere genoemd wordt. Hij ging naar een plaats aan de oever van de rivier die Bordne heet, een water dat de grens vormt tussen het in de volkstaal genoemde Ostor- en Westeraeche. Hier sloeg hij zijn tenten op.’ In plaats van verwachte ‘amici’ doemden echter vijanden op die Bonifatius en zijn gezellen ombrachten. Een precieze plaats noemt Willibald niet. Een tweede beschrijving vinden we in de ‘Vita altera’ (rond 800) van een onbekende schrijver, en deze geeft een naam aan de moordplek: Dockinga. De derde beschrijving staat in de ‘Vita Liudgeri’ (rond 840) door Altfried, waarin als moordplek wordt genoemd: Doccinga in de pagus Astrache. In de vierde beschrijving, in de ‘Vita Willehadi’ (rond 860), lezen we dat Willehad vanuit Engeland de zee overstak en‘aankwam in Fresia, bij de plaats Dockynchirica in de pagus Hostraga, waar voorheen Bonifatius met martelaarschap was bekroond’. Hier is voor de eerste maal sprake van Dockynchirica. Blijkbaar is intussen in Dockyn een chirica, een kerk, gebouwd. Zo te zien was het martelaarschap van Bonifatius niet vergeefs geweest. BORDNE De eerste maal wordt als plaats delict alleen de ri- vier de Bordne genoemd, de grens tussen Ostor- en Westeraeche, en komt Dokkum niet ter sprake. Het lijkt zinnig eerst eens op zoek te gaan naar die rivier en te zien of het later genoemde Dokkum daarbij past. Over de Bordne was al eerder iets geschreven: in 734 ondernam de Frankische hertog Karel Martel, een vlootactie tegen opstandige Friezen: ‘voornoemde vorst voer de zee op, drong de eilanden Unistrachia en Austrachia binnen en richtte zijn kamp in op de oever van de rivier de Bordine’. door JOEP ROZEMEYER jrozemeyer@wish.net DE BORDNE BIJ DOKKUM DE MOORD OP BONIFATIUS ZOALS AFGEBEELD OP ZIJN GRAF IN DE DOMCRYPTE TE FULDA WESTERGO EN OOSTERGO EN DE LIGGING VAN DE RIVIER DE BOORNE FOTO:WARNERB.BANGA
  16. 16. 17 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS OSTRAGA EN WESTRAGA Om te weten waar we de rivier moeten zoeken, moeten we eerst uit- zoeken waar de gebieden Ostoraeche en Westeraeche lagen. Er bestaan diverse andere schrijfwijzen voor deze Friese streken: Ostoraeche wordt ook geschreven als Astrache, Austrachia, en als Hostraga. Westeraeche als Unistrachia. Mogelijk zijn het dezelfde gebieden als het huidige Oostergo en Westergo. Waar lag de pagus Hostraga uit Bonifatius’ tijd? Een nadere aanduiding is te vinden in de vita vanWillehad. Daarin wordt vermeld dat hij in 772 in Dockynchirica in de pagus Hostraga arriveert en daarna verder trekt. Hij steekt dan de rivier de Loveke - in andere bron- nen ook wel genoemd: Lagbeki, Labeki, Lauvichi en Laubachi (Lauwers- zee) - over naar de plaats Humarcha, en gaat van daaruit naar Thrianta (Drenthe) en naar de Saksen. Hij verblijft dan in Wigmodia en Brema (Bremen). We kunnen zijn reis met de vinger over de landkaart volgen: Dokkum in Oostergo – Lauwerszee – Drenthe – Bremen, een route van west naar oost. Hostraga ligt net voor de Lauwerszee en kan daarom heel goed Oostergo zijn. En Dockynchirica in Hostraga past goed bij Dokkum in Oostergo. Maar op de grens tussen Westergo en Oostergo is geen Bordne te ontwaren, daar lag de Middelzee die zuidelijk uitloopt in de Boorne, maar dat is ver weg van Dokkum. BORDNE IN DOKKUM Bonifatius werd vermoord in Dockynchirica in de pagus Hostraga, in Dokkum in Oostergo. Maar is bij Dokkum nu ook de rivier te vinden, waarbij hij werd vermoord? Met andere woorden: stroomde er ooit een Bordne door Dokkum? Vandaag de dag stroomt er de Dokkumer Ee, maar van een Bordne is niets te zien. Maar wellicht zijn er in de omgeving toch enige verwijzingen te vinden naar een (vroegere?) Bordne: op de landkaart van noordelijk Friesland is westelijk van Ameland een geul te zien met de naam Borndiep. De loop van deze geul is hierboven met stipjes afgezoomd. De geul kronkelt door de Wad- denzee naar Holwerd. We zijn nu weliswaar in de buurt van Dokkum, maar van Holwerd naar Dokkum is geen waterloop te zien. Lag daar in vroeger tijd mogelijk wél een vaar- weg? Indien we 200 jaar terug gaan zien we op een stafkaart van Kraijenhoff uit 1810 inderdaad een wa- terloop aangegeven tussen Holwerd en Dokkum. TennoordwestenvanDokkumzijntweeplaatsnamentelezenwaarinhetwoordBornvoorkomt: Bornwerd enBornwerderhuizen. Is het onzinnig te denken dat die plaatsnamen iets te maken kunnen hebben met een (vroegere) Born? Gaan we 400 jaar terug, dan vinden we in 1622 in de ‘Chronique ofte Historische geschiedenisse van Frieslant’ van Winsemius een bespreking van Dokkum, waarbij hij melding maakt van ‘een Fonteyn binnen de Stadt en buyten de Stadt alwaer de Born is’, maar hiermee wordt het Friese woord‘boarne’oftewel de Brouwersbron bedoeld. CONCLUSIE Zo te zien bestaan er aanwijzingen dat bij Dokkum ooit een rivier de Bordne gestroomd heeft. Op een kaart van Sebastian Münster uit 1580 is wel een waterloop te zien: beginnend zuidelijk van Ameland en dan langs Dockum naar de Lauwerszee. Jammer genoeg niet met een naam. Het lijkt redelijk aannemelijk dat in vroeger tijd er een rivier de Bordne heeft gestroomd bij Dokkum. Dit gegeven zou een extra steun zijn voor de opvatting dat Bonifatius inderdaad te Dokkum vermoord is. Het lijkt er op dat de pelgrims kunnen doorgaan met Bonifatius in Dokkum te vereren. tijd van monniken & ridders BORNDIEP OP DETAIL KAART NOORDOOST-FRIESLAND DETAIL KAART SEBASTIAN MÜNSTER  1580 DETAIL STAFKAART KRAIJENHOFF - 1810
  17. 17. LEVEN & WERK VAN DOMINEE ROMAR Tot zijn overlijden in 1819 was Petrus Dionisius Romar dominee in Nes (West-Dongeradeel). Hij trad op 12 juni 1796 in het huwelijk met Aaltje Huizinga en overleed op 26 augustus 1819 in Nes. In feite trouwde hij met zijn buurmeisje, want zij woonde destijds vlakbij aan de Mounebuorren. Over het leven en werk van dominee Romar is niet veel bekend. In de maandelijkse uittreksels of ‘boekzaal der geleerde waerelt’, deel 158 (1794), wordt hij genoemd. Hij is op 29 december 1793 in Nes als‘leeraar’(predikant) ingezegend door zijn familielid dominee Thomas Joha. Hierbij werd de tekst uit Paulus’brief aan Titus 3 vers 8 gebruikt: Dit is een getrouw woord, enzovoort. In de maireboeken van Nes wordt dominee Romar een drietal keer genoemd.Tweemaal bij de uitgaande brieven van de maire aan de prefect over de klacht van Romar dat jongelingen in december 1813 een kerkdienst hebben verstoord en eenmaal bij de inkomende brieven van de gouverneur aan de maire in mei 1814 over dezelfde kwestie. Drs. Sybren van Tuinen noemt deze briefwisseling in zijn artikel dat opgenomen is in ‘It Baeken’van juli 1964, blz. 142. Aardig is ook zijn opmerking over de familie: ‘Dúmny Romar út in echt Frentsjerter Patriottenêst’. Eén van de kwalificaties die de arme man werden toegevoegd door de Wierumer jeugd, namelijk ‘Kees’, was een in die tijd algemeen gebruikt scheldwoord voor de Patriotten. In Franeker, met zijn universiteit, vonden de ideeën van de Verlichting en een streven naar meer zeggenschap (democratie zouden we nu zeggen) een goede voedingsbodem, zeker onder de burgerij. Petrus Romars zwager Thomas Joha was zeker een patriot: na de omwenteling van 1795 werd Joha niet alleen tot lid van het college der ‘Provisioneele Representanten van ‘t Friesche Volk’ gekozen, maar tevens tot voorzitter benoemd. In die hoedanigheid ondertekende hij op 20 februari 1795 de publicatie, waarbij het stadhouderschap werd afgeschaft. AFKOMST VAN PETRUS ROMAR Petrus Dionisius Romar is als Petrus Johannes Baptiste Romar gedoopt in Franeker op 21 oktober 1770 en was het vierde kind van Dionysius Romar, boekverkoper en ook uitgever (in de Leeuwarder Courant wordt zijn naam vaak vermeld in advertenties). Dionysius werd gedoopt in Franeker op 19 juli 1741, huwde op 9 oktober 1763 met Hester Piebes Piebinga, later met Geertruid Eelkes Alta, een dochter van een predikant. Eelco, een zoon uit dit tweede huwelijk werd ook predikant en vertrok later naar Noord-Holland. De naam Romar komt daar nu ook nog voor. Dionysius was het eerste kind van Pierre Jean Baptiste Reijre de Romar, burger geworden in Franeker op 17 oktober 1740. Hij huwde op 2 mei 1741 te Franeker met Johanna (Sophia) Johannes en overleed op 7 januari 1762. In het Quotisatiekohier van 1749 wordt P.J.B. Reijre de Romar Franse spraakmeester genoemd. In sommige bronnen op internet wordt beweerd dat hij al eerder (als student) in Franeker is gekomen en later verbonden was aan de Academie, maar dat is (nog) niet geverifieerd. Ook is niet zeker dat hij in 1714 in Gent (B) geboren zou zijn en katholiek gedoopt werd. Om zijn burgerschap te verkrijgen zou hij hervormd zijn geworden. Binnen de familie Romar wordt nog altijd verondersteld dat hij afstamt van de hugenoten. Dit lijkt ook aannemelijk. De Romars verkeerden (en trouwden) in het milieu van andere families die een hugenotenachtergrond hebben, zoals de familie Joha en de Florisons. Hier is echter nog enig onderzoekswerk te verrichten. De oudste zus van Dionysius, Maria Louisa Romar, gedoopt op 26 februari 1743, trouwde met de pre- dikant Thomas Joha, die later zijn neef in Nes beves- tigde. Het derde kind, Paulus Hyacinthius, gedoopt op 28 maart 1745, was apotheker en was één van de vele patriotten die in 1787 naar Frankrijk moesten vluchten. Als asielzoekers werden zij opgevangen in een kamp bij het Noord-Franse St. Omer. Een andere zoon, Otto Johannes Romar, diende als kwartier- meester (commissaris van oorlog) onder generaal Chassé tijdens een tocht naar Spanje. Napoleon had ook Nederlanders nodig voor zijn veroveringsoorlo- gen. De lotgevallen van deze zogenaamde Hol- landse Brigade zijn te vinden in het boek ‘Duizend miljoen maal vervloekt land’ van J.A. de Moor en H.Ph. Vogel, waarin ook een portret van Otto Romar is opgenomen. 18 FOARSTRJITTE IN NES HET HUISJE VOOR DE KERK WERD BEWOOND DOOR RINSE EN LATER ANNE ROMAR DOMINEESFAMILIE door ARJEN DIJKSTRA & ALE ROMAR a.dijkstra04@knid.nl ROMAR UIT NES In de zomer van 2014 had ik een toevallige ontmoeting met oud-Engwierumer Ale Romar in het streekarchief. Romar was op zoek naar gegevens over dominee Petrus Romar uit Nes. Zoals zijn achternaam al doet vermoeden, was dit een directe voorouder van hem. We raakten aan de praat. De kennis van ons beiden leidde tot dit artikel. GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS
  18. 18. 19 KINDEREN & NAKOMELINGEN Petrus was dus afkomstig uit Franeker. Zijn vrouw Aaltje kwam uit Nes en werd geboren in 1774 als dochter van de molenaar Rinse Jans Huizinga en Antje Douwes. Petrus en Aaltje lieten zes kinderen dopen in Nes: Hester, geboren 26 februari 1797 te Nes, gehuwd met Bauke Rommerts Tiemstra, overleden te Arum 2 maart 1862 Dionysius, geboren 10 juli 1799 te Nes, predikant (o.a. te Hagestein, Z.H.), overleden vóór 25 juni 1848 Rinse, geboren 28 augustus 1801, kleermaker, ongehuwd overleden 29 december 1853 te Nes Anneüs, geboren 27 januari 1804 te Nes, gardenier en arbeider, gehuwd met Idske Bartels Meirink. Johannes, geboren 22 januari 1806, verversknecht, ongehuwd overleden te Ee in 1824. Ale, geboren 15 april 1814, gardenier, tapper, gehuwd met Antje Bartels Meirink, later met Willemke Ales Smedema Aaltje bleef na het overlijden van haar man in 1819 achter met zes kinderen. Zij had nog een redelijk bestaan, want zoon Dio- nysius kon desondanks studeren voor dominee. Kijken we in de registers van de hoofdelijke omslag, dan zien we ook dat mev- rouw Romar als ‘renteniersche’ regelmatig in de top vijf stond van belastingbetalers. Zij overleed op 25 juni 1848. Overigens had het gezin enkele malen de mogelijkheid om zijn financiën aan te vullen als gevolg van enkele erfenissen. Uit de notariële archieven blijkt zelfs dat de weduwe Romar en zoon Rinse af en toe geld uitleenden aan mensen uit de omgeving. Rinse Romar werd kleermaker in Nes. Hij kocht van Pieter Nuttes Visser een huis dat nagenoeg tegen het kerkhof aangebouwd was en begon hier vermoedelijk zijn werk als kleermaker. Hij boerde blijkbaar goed, want hij leende regelmatig geld uit aan andere personen. In 1848 trad hij op als volmacht bij de afhandeling van de erfenis van zijn moeder en in 1849 verhuisde hij vermoedelijk naar haar voormalige huis. Hij verkocht zijn eigen huis bij de kerk aan broer Anne (Anneüs) Romar. Anne begon o.a. een winkel in het pand. Het ging echter niet bijzonder goed met zijn activiteiten, want in 1865 - zijn vrouw Idske was toen al ongeveer drie jaar overleden - werden veldvruchten en het huis publiek verkocht, nadat Anne failliet was verklaard. Uit de notariële archieven blijkt, dat Anneüs regelmatig geld had geleend, o.a. van notaris Jouwert Witteveen. Zijn zwager Fokke Bartels Meirink nam de winkelhuizinge over en verkocht deze al in 1867 aan Eelke Fokkes Fokkema, die als landbouwer en winkelier te boek stond. Anne overleed op 10 maart 1873. Hij woonde toen in het huis nummer 75 in Nes. Zijn overlijden werd aangegeven door Jan Ruurds van Kuiken en Eelze Taekes Jouwsma, beiden gardeniers te Nes. Een overledene werd doorgaans aangegeven door de beide buren. Dit geeft een beeld van waar Anneüs in zijn laatste levensjaren woonde. Er stonden diverse huisjes, waar nu Foarstrjitte 23 is. In één van deze huisjes - waarvan hij huurder was - heeft Anneüs het leven gelaten, op een steenworp afstand van de pastorie, waar hij was geboren. De jongste zoon was Ale, die zich later Ale Petrus noemde. Hij woonde o.a. op Dokkumer Nieuwe Zijlen in bij zijn zwager Fokke Bartels Meirink en was bakker en kastelein van beroep. Nu is dit hotel-restaurant ‘De Pater’. Daarna verhuisde hij naar de andere kant van het Diep als eigenaar en kastelein van het pand dat nu ‘De Dream’ heet. Zijn dochter Jeltje werkte al bij de vorige eigenaar als dienstmeisje. Een andere dochter, Yda, is begraven te Nes; haar grafsteen stond er omstreeks 1970 nog. Een zoon Petrus is - naar men zegt - vertrokken naar Zuid-Amerika en men heeft niets meer van hem vernomen. Zoon Renze was knecht bij Fennema op de bootdienst naar Dokkum en Leeuwarden. Zijn jongste zoon Ale, geboren Engwierum 2 oktober 1867, was de jongste zoon uit het tweede huwelijk met Willemke Smedema. Zijn moeder overleed al toen hij 9 jaar oud was. Zijn vader (Ale Petrus) had daarna 19 ( ! ) huishoudsters, zo wordt verteld. Ale Ales was boerenarbeider; zijn laatste werkgever waren de Sipma’s, ook afkomstig uit Nes. Zij woonden op ‘Edingehûs’, de boerderij tussen Engwierum en Dokkumer Nieuwe Zijlen. HET HUIS VAN DE WEDUWE ROMAR Tussen de huidige Hoofdstraat 18 en 20 in Nes heeft eerder een huis (Nes B 162) gestaan. Ongeveer een halve eeuw geleden (ca. 1958) werd het afgebroken. Het was heel lang een herberg, maar daarvoor was het pand in eigendom van de familie Romar. De weduwe Romar kocht dit huis in 1831 voor f 850 van Maaike Suiderbaan, die gehuwd was met Gerrit de Feijter. Zij woonde al in dit huis vanaf 1820 tot aan haar dood in 1848, waarna zoon Rinse Romar het huis overnam. Na het overlijden van Rinse in 1853 werd het huis verkocht aan Dirk Taekes Jouwsma, die er een herberg begon. Het pand zou ruim 50 jaar dienst doen als herberg / tapperij en wagenmakerij. HOOFDSTRAAT IN NES HET HUIS VAN WEDUWE ROMAR  EN LATER RINSE  IS HET TWEEDE HUIS VAN RECHTS tijdvanburgersenstoommachinesBRON:DELPHER GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS
  19. 19. 20 TEGEN DE GRENS AAN IN WALCHEREN - ZEELAND VELDPOSTUITWOI VELDPOST VAN JAN BOUTA Jan komt vanuit Jutphaas in Utrecht naar Zeeland. De eerste kaart aan zijn jongere broer Wietze Bouta (geboren 27-10-1896 te Anjum), die ondertussen ook in het leger zit, is ook bewaard gebleven. Hij wordt in een andere groep soldaten ingedeeld, nu ze echt ingezet worden tegen de grens aan: 8 nov.1916 Aardenburg. Aan den Landsper W.M.Bouta 1 Reg Veld Art - 2e Afdeling 4B Batterij 4 Devisie Veld- leger. Geliefde broer! Wij zijn gisteravond hier om 9 uur aangekomen, dat is me een reis hoor. En nu moeten wij vandaag nog een half uur verder heelemaal tegen de grensaan.Maarhetduurdhiernietzoolang.Den20sten gaan wij naar Vlissingen. Hartelijk gegroet van uwen broer Jan. 3 Comp 1 Bat Res 24 Reg troepen in Zeeland. OORLOGSBOOTEN In Vlissingen zal hij drie maanden blijven. Hij is inge- kwartierd bij een schilder en schrijft steeds vaker over verlof. Hij heeft namelijk een beetje heimwee, maar mag dat natuurlijk niet teveel laten merken. Niet kla- gen maar dragen, is hem geleerd. En als het toch een klacht lijkt, schrikt hij er zelf van. Kijk maar: 1 dec.1916. Vlissingen. Ik heb mijn wacht weer achter de rug. Dat was een mooie wacht. 4 uur geschilderd [?!] maar het was koud. Hier wordt weer veel verlof gegeven en ook voor kostwinnerschap. Met een bewijs van den burge- meester, dus gelukkige mensen. Had ik ook maar een 14 dagen gehad nietwaar? Maar alweer tevreden zijn met de gezondheid. Op 1 februari 1917 kondigt Duitsland de onbeperk- te duikbootoorlog af. Er worden meteen de eerste maanden al schepen getorpedeerd. De scheepswer- ven hebben het druk. Ook Jan krijgt nu echt wat mee van de oorlog: 8 febr. 1917. Vlissingen. Geliefde ouders. Deze plaat stelt voor de groote kraan op de scheepswerf. Waar groote schepen en oorlogsbooten worden gemaakt. DORPSLEVEN IN GRIJPSKERKE In maart 1917 wordt de 3e Compagnie gelegerd in Grijpskerke. Daar zal Jan Bouta zeven maanden blijven, ingekwartierd bij particulieren. Een lokaal van de openbare school is gevorderd voor militaire doeleinden. Jan staat op de 2e rij, linksachter de man met pijp voor de deuropening: 27 mrt 1917. Grijpskerke: Dit kiekje stelt voor de openbare school waarin wij ons wachtlokaal hebben. Een mooi groepje nietwaar? Jan heeft het best naar zijn zin in het dorp. De soldaten en de dorpsbewoners kunnen goed met elkaar overweg. Er is een foto waarop de soldaten met etenskom op de foto staan met veel meisjes in Zeeuws kostuum en jongens met en zonder petten. Hoewel de soldaten in verschil- lende huizen zijn ondergebracht, eten ze dus gezamenlijk. Jan en vier andere soldaten zijn inge- kwartierd bij het gezin Coppoolse. Er heerst daar een goede sfeer. Als hij met verlof in Friesland is, schrijven ze hem zelfs een kaart: Juli 1917. Grijpskerke. Vriend Bouta. Op het oogenblik 2 soldaaten te huis. De andere zijn weg. Tentelen en Korthals. De tijd schiet weer ardig op om weer te komen. Alles nog goed gezond. Toch was niet àlles zo vredig, maar daarover de volgende keer. wordt vervolgd door HILDA BOUTA hildabouta@hetnet.nl 1915 - 1918 Zoals wij nu contact onderhouden via Skype, e-mail of telefoon, zo stuurde Jan Minnes Bouta tijdens zijn mobilisatie 100 jaar geleden steeds trouw beschreven ansichtkaarten naar huis, die een mooi beeld geven van een Friese jongen die in de Eerste Wereldoorlog ver van huis gestuurd werd. Veldpost van Jan Bouta uit de periode 1915 - 1918. HAVENGEBIED VAN VLISSINGEN BARAKKEN JUTPHAAS IN 1916 FOTOCOLLECTIEHILDABOUTA
  20. 20. 21 HERALDIEK ELKE GEMEENTE EEN VLAG Pas aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw worden de ge- meentebesturen benaderd met het voorstel om tot het aannemen van eeneigenvlagovertegaan.Degrotetentoonstelling‘Frisiana’,in1963 ge- houden in de Frieslandhal te Leeuwarden, zorgt dat e.e.a. in een stroom- versnelling komt. De organisatie had namelijk de wens geuit dat alle Friese gemeenten zich hier met hun officiële vlag zouden presenteren. Op 29 mei 1963 wordt een vlagontwerp, gebaseerd op het gemeente- wapen, naar de gemeente gezonden: ‘een blauwe vlag met een brede schuine witte baan, welke uit de linkerbovenhoek komt’. Er zijn echter bezwaren tegen dit ontwerp; men zag liever een dijk en een golvende schuine baan, die bovendien smaller moest worden. In een nieuw ontwerp gaat de Fryske Rie foar Heraldyk uit van het wapen van het zeewerende waterschap ‘De contributie zeedijken van Oostdongeradeel’. De vlag zou groen of blauw kunnen worden met, naast een golvende (niet te smalle) schuine baan, aan de bovenzijde van de vlag twee liggende banen van blauw en geel. Deze zouden dan, net als in het wapen van het genoemde wa- terschap, de zee en de dijk (‘de gouden hoep’) moeten voorstellen. Daarnaast zou er eventueel een figuur uit het wapen van één van de grietmannen toegevoegd kunnen worden. De Rie dringt wel aan op een spoedig antwoord, omdat de gemeente Westdongeradeel in prin- cipe al met hun vlagontwerp akkoord was gegaan en dat de Rie graag zag dat deze twee vlag- gen, net als de wapens, dezelfde overeenkomsten kregen. WAPEN VAN ROPTA Ook dit ontwerp valt niet in goede aarde, waarop een derde ontwerp wordt gemaakt. Het betreft een blauwe vlag met een brede schuine witte baan, met daarboven een gele lelie. Als antwoord hierop ontvangt de Rie een schetsje van een vlag zoals de burgemeester die graag zou zien. Het is gebaseerd op het derde ontwerp waaraan het bloemfiguur uit het wapen van Ropta is toegevoegd. De Rie stelt daarop voor om zich tot de lelie te beperken, daar het absoluut niet zeker is wat voor figuur er eigenlijk in het wapen van Ropta staat. Er zijn te veel varianten van deze figuur, zonder dat het duidelijk wordt wat het nu precies voor moet stellen. Later wordt de figuur vervangen door twee gebogen korenhalmen en uiteindelijk komen er in de definitieve versie drie aren te staan. Op 9 juli 1964 krijgt de Rie een afschift van een gewijzigd raadsbesluit, daterend van 7 juli 1964 met een verbeterde beschrijving toegezonden: ‘Rechthoekig, waarbij de hoogte zich verhoudt tot de lengte als 2 : 3, een blauw veld door een golvende witte linker- schuinbalk verdeeld in twee vakken; het linker bovenvak beladen met een gele lelie, het rechter benedenvak beladen met drie gele gebundelde korenaren, waarvan één staand en twee gebogen.’ door RUDOLF J. BROERSMA tekenaar Fryske Rie foar Heraldyk WAPEN & VLAG VAN OOSTDONGERADEEL (3) WAPEN WATERSCHAP CONTRIBUTIE ZEEDIJKEN OOSTDONGERADEEL VOORSTEL ONTWERP BURGEMEESTER VLAG OOSTDONGERADEEL WAPEN ROPPERDA VAN METSLAWIER WAPEN VAN ROPTA WAPENBOEK HESMAN BRON:WEBSITEHOGERAADVANADELBROIN:BURMANIABOEK/TRESOAR BROIN:HISTORISCHCENTRUMLEEUWARDEN BROIN:ARCHIEFFRYSKERIEFOARHERALDYK BROIN:TERLUIN
  21. 21. 22 LEEUWARDEN In Leeuwarden zijn verschillende Meindersma-bakkerijen geweest: Noordvliet Bokke Wiggers Meindertsma (1753-1824) is de eerste bakker Meinder- sma die zich in Leeuwarden vestigt. Bokke behoort tot de derde gene- ratie bakkers. Hij is een zoon van Wigger Meinderts, bakker in Paesens, en Berber Bokkes. Bokke is geboren in Paesens. In 1780 treedt hij toe tot het gilde en wordt Meester Bakker in Leeuwarden. Hij vestigt zich aan Het Vliet op nummer M46. In 1782 trouwt hij met Doetje Postmus. Ze krijgen twee kinderen. Bokke hertrouwt als weduwnaar met Johanna GernettaVegters. In 1824 overlijdt hij. De bakkerij wordt voortgezet door zijn kleinzoon Bokke Wiggers (1804-1872) KleinzoonBokketrouwteerstmetAaltjePletter(1802-1830)enhertrouwt met Mattje Foppes Staal. Hij krijgt drie kinderen, die geen van allen vol- wassen worden. Bokke stopt met bakken in 1872 en verhuist naar M-82. Hij is de laatste bakker Meindersma in deze bakkerij en overlijdt in 1878. De bakkerij aan Het Vliet, later genummerd als Noordvliet 85, is afgebro- ken en niet herbouwd. Korfmakerspijp De zoon Wigger (1783-1860) van Bokke Wiggers, het enige kind van Bokke dat volwassen wordt, trouwt in 1802 met Aagje Adema, bakkers- dochter uit Huizum en in 1821 met Aaltje de Jong. Hij krijgt in totaal 12 kinderen, waarvan 10 zonen. Hij vestigt zich als bakker (vierde generatie) aan deVoorstreek bij deVischmarkt.Twee zonen vanWigger werken ook in de bakkerij: de tweede zoon Pieter en jongste zoon Johannes Nico- laas (Klaas). Pieter blijft in de zaak tot 1862. NaWiggers overlijden in 1860 wordtdebakkerijvoortgezetdoorJohannesNicolaas(Klaas),(1826-1913) getrouwd met Sjoukje van Dam. Hij is de laatste bakker Meindersma op dit adres. Zijn zoon Wigger heeft er later een piano- en orgelhandel. Amelandspijp Johannes, de vijfde zoon van Wigger Bokkes van de Korfmakerspijp, wordt bakker op de Amelandspijp. Hij trouwt in 1835 met Antje Cam- minga en neemt dan de bakkerij van F.Wiegersma over. Hij is een bakker Meindersma van de vijfde generatie. Johannes overlijdt in 1862. Antje Camminga zet de bakkerij voort met haar zoon Bokko Wigger. Deze wordt in 1871 krankzinnig verklaard en overlijdt dat jaar in Franeker. Zijn moeder zet de bakkerij voort met knechten tot 1882. Ze verkoopt daarna de bakkerij. Later zal Geertje Meindersma met haar man Wybe Sjoerd van den Berg in dat pand van 1897 tot 1929 een bakkerij hebben. Wybe verbouwt de bakkerij ingrijpend in 1899 en zet er een verdieping boven- op. Tijdens de verbouwing krijgt hij een tijdelijke vergunning voor een bakkerij in Bij de Put 1. Wybe van den Berg presenteert zijn bedrijf als brood- en koekfabriek. Geertje is een dochter van Wigger Meindersma en Baukje Dikkeschey en kleindochter van Johannes Meindersma en An- tje Camminga. Ze is dus bakkersche van de zevende generatie. Het pand waarin de bakkerij was gevestigd is nog aanwezig. BOVEN: GAT VOORMALIGE BAKKERIJ NOORDVLIET LEEUWARDEN MIDDEN: BAKKERIJ KORFMAKERSPIJP NU VOORSTREEK 2 ONDER: BAKKERIJ AMELANDSPIJP NU VOORSTREEK 259 MITRA EEN BAKKERSFAMILIE UIT PAESENS Een bakkersfamilie uit Paesens, zo worden de Meinder(t)sma’s van Paesens wel aangeduid. Met reden. Veel Meindersma’s waren bakker.Vaak met een eigen bakkerij. Met name in de Dongeradelen en Leeuwarden waren bakkerijen van de familie Meindersma. Het beroep bracht sommigen tot grote welstand met een aanzienlijke bakkerij. Anderen moesten al na enkele jaren de oven doven. Aan het einde van de negentiende eeuw verlaten zij het bakkersvak en na 1918 is er geen bakker Meindersma meer. Dit is het tweede deel van het artikel over wat er nog over is van de bakkerijen en wat er nog aan herinnert. BAKKERIJEN door SAKE MEINDERSMA smeindersma@kpnplanet.nl MEINDERSMA GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS FOTO’S:SAKEMEINDERSMA DEEL 2
  22. 22. 23 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS Bij de Put Op 10 mei 1872 neemt Wigger Meindersma (1837-1886) met zijn vrouw Baukje Dikkeschey de bakkerij Bij de Put over van Berend Kuipers. Wig- ger is de oudste zoon van Johannnes Meindersma en Antje Camminga van de Amelandspijp. Wigger en Baukje komen dan van Oudkerk, waar ze vanaf 1861 een bakkerij hadden. Na Wiggers overlijden wordt de bak- kerij voortgezet door zijn oudste zoon Johannes en diens vrouw Hiltje Camminga. Johannes, bakker van de zevende generatie, is de laatste bakker Meindersma op dit adres. Na zijn overlijden in 1896 bieden de erven de bakkerij te koop aan. Het pand waarin de bakkerij werd gedreven is er nog en is bekend als Bij de Put 1. Nummer van wijk M nummer 1 staat nog altijd boven de deur. Droevendal In 1894 kopen Johannes Meindersma en Hiltje Camminga ook de bak- kerij Droevendal 24 van de weduwe H. Wilkens. De bakkerij wordt ver- huurd. Deze bakkerij wordt eveneens in 1897 te koop aangeboden. Waarschijnlijk wordt de bakkerij niet verkocht, want in hetzelfde jaar gaat Catharina Meindersma, een zuster van Johannes, en weduwe van Willem Boelens, daar wonen. Ze gaat er brood en bakkerswaren verkopen. Een“koude”bakkersche van de 7e generatie. In 1902 verhuist Catharina naar Amsterdam. Het pand is er niet meer. Het heeft plaats gemaakt voor een telefooncentrale. Kleine Hoogstraat Geertje Meindersma(1864-1930) trouwt in 1888 met Wybe Sjoerds van den Berg. Ze gaan wonen in de Kleine Hoogstraat no.3, waar ze een bak- kerij hebben. Geertje is een dochter van Wiggger Meindersma, bakker Bij de Put 1. Ze houden deze bakkerij tot 1897, waarna ze zich vestigen op de Amelandspijp in de bakkerij van Geertje’s grootouders. De bak- kerij in de Kleine Hoogstraat is afgebroken en vervangen door nieuw- bouw met een andere bestemming. De Weerd De tweede bakker Meindersma die zich in Leeuwarden vestigt, is Eelke Meinderts Meindersma(1777-1848), zoon van Meindert Wiggers en Antje Douwes in Paesens. Na zijn huwelijk met Aafke Epping woont hij in Dokkum. Omstreeks 1811 vestigt Eelke zich met zijn vrouw Aafke in Leeuwarden. Kort daarop wordt hij weduwnaar en in 1813 hertrouwt hij met Eelkje Baukes de Beer. Eelke en Aafke en later Eelkje hebben een bakkerij in De Weerd op nummer 34. In 1843 verlaten Eelke en Eelkje de bakkerij. Ze worden opgevolgd door hun zoon Bauke, getrouwd met de koekbakkersdochter Namkje Taconis. Bauke overlijdt in 1848. Met zijn overlijden komt een einde de bakkerij Meindersma in De Weerd. Hoeksterpoort Zoon Meindert (1803-1868) uit het huwelijk van Eelke Meindersma en Aafke Epping trouwt in 1825 met Johanna van Eeken. Samen voeren ze vanaf 1825 een bakkerij aan de Hoeksterpoort op nummer 56. Meindert is bakker Meindersma van de vijfde generatie. Johanna overlijdt in 1855. Vervolgens stopt Meindert in 1861 met de bakkerij en wordt de zaak verkocht. Het pand Hoeksterpoort 56 is er nog en nu bekend als Voor- streek 100. Wirdumerdijk De oudste dochter van Meindert Meindersma en Johanna van Eeken Margaretha (Grietje) trouwt in 1857 met de koek- en banketbakker Wybe JacobsYpma. Twee jaar na haar huwelijk overlijdt Grietje. Daarna stopt Wybe met de bakkerij en wordt winkelier. Het pand waarin de bak- kerij werd gedreven is er nog en nu bekend als Wirdumerdijk 29. BOVEN: VOORMALIGE BAKKERIJ BIJ DE PUT 1 IN LEEUWARDEN MIDDEN: BAKKERIJ AAN DROEVENDAL DERDE PAND VAN RECHTS MIDDEN: VOOMALIGE BAKKERIJ AAN DE WEERD 22 ONDER: VOORSTREEK 100 OP DE HOEK VAN DE WIJDE STEEG FOTO:HISTORISCHCENTRUMLEEUWARDENFOTO’S:SAKEMEINDERSMA
  23. 23. 24 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS MORRA Op 13 december 1811 laat Jan Wiggers zich met zijn kinderen Barber en Wybe in de gemeente Anjum inschrijven als Meindersma. Jan is bak- ker in Morra. Hij is een bakker Meindersma van de derde generatie en in 1755 in Paesens geboren als zoon van de bakker Wigger Meinderts en Berber Bokkes. In 1781 trouwt Jan met Hendrikje Harmens uit Mets- lawier. Jan is dan afkomstig uit Paesens. In 1800 hertrouwt hij met Sijke Wijbes, 36 jaar, uit Hantum. Jan woont dan in Morra. Uit dit huwelijk worden twee kinderen geboren. Barber in 1801 enWybe in 1802. In 1820 overlijdt Jan in Morra, in het huis nummer 35. Zijn weduwe zet met haar zoon Wybe de bakkerij voort. In 1839 overlijdt Sijke in Morra in het huis op nummer 35. Naast bakkersche was Sijke waarschijnlijk ook boerin. Bij de volkstelling in 1839 wonen er naast Sijke enWybe een bakkersknecht en een dienstmeid op hetzelfde adres. In 1847 trouwt Wybe, hij is dan 45 jaar, met Jantje Jans Banga, weduwe van Jacob Nannes Bentum. Wybe wordt boer op de boerderij die Jantje meebrengt en stopt met de bakkerij. Wybes zuster Barber, weduwe van Douwe Baukes Hogtstra, zet de bakkerij voort tot in 1851. Ze hertrouwt in dat jaar met Anne Bartels Radema en gaat naar Metslawier. De bakkerij was gevestigd aan wat nu de Tsjerkestrjitte heet. De plek is onherkenbaar veranderd. OOSTERNIJKERK Bokke Ernstes Meindersma (1801-1874) van Paesens wordt in 1827 bakker in Oosternijkerk. In het jaar daarop trouwt hij met Trijntje Harkes Douma van (Ooster)Nijkerk. Bokke is de derde zoon van Ernst Wiggers en Pietje Andries Cramerus en bakker van de vierde generatie. De bak- kerij wordt de eerste jaren gehuurd. Volgens de volkstelling in 1839 wonen Bokke en Trijntje met hun zoon Ernst op nummer 62. In 1853 in het huis nummer 62, kadastraal no. A94. Dat pand was volgens het kadaster in 1832 in bezit van Bokke Ernstes Meindersma. Bokke enTrijntje krijgen zes kinderen.Twee zonen - Ernst(1833-1913) en Harke(1845-1926)-wordenvolwassen.Beidezonenwordenaanvankelijk bakker. In 1859 neemt Ernst de bakkerij over. Hij huurt van zijn vader. Pas na het overlijden van zijn vader in 1874 wordt hij eigenaar van de bak- kerij. Ernst trouwt in 1860 met zijn nicht Ynskje Wiggers Meindersma, dochter van Wigger Ernstes Meindersma, bakker in Anjum. Zijn twaalf jaar jongere broer Harke, die op hetzelfde adres woont, is waarschijn- lijk knecht bij hem. Harke trouwt in 1871 met Hiltje Straatsma. Het jaar daarop wordt hij zelfstandig bakker in Anjum. Hij neemt daar de bakkerij van Ernst Wiggers Meindersma over. In 1873 wordt hij boer in Lichtaard. Bokke Ernstes Meindersma is na 1859 eerst winkelier in Nijkerk. Bij zijn overlijden wordt hij vermeld als rentenier. In 1860 heeft hij voor f 2000 een huis gekocht van zijn broodverkoper Everhardus Gerrits Wilman, huis nummer 69, (Kadastraal A-67). In 1867 laat hij een nieuw huis bou- wen aan wat nu de Langgrousterwei heet, op het terrein van de bakkerij en is dan boer/gardenier. Ernst Bokkes blijft bakker tot 1877. Daarna wordt de bakkerij verhuurd. In de vijftien jaren die volgen zijn er acht huurders. Ernst enYnskje krijgen zeven kinderen; vijf worden volwassen. Hun zoon Wigger (1864-1938) pakt in 1892 de draad weer op en wordt bakker in de bakkerij die nog van zijn ouders is. Wigger is in 1890 getrouwd met Yke Offringa. Om- streeks 1896 stopt Wigger met bakken en gaat verder als boer. In 1900 verlaat hij met zijn gezin Oosternijkerk en gaat naar Wanswerd. Daar is hij ook boer. De bakkerij wordt weer verhuurd. In 1902 wordt de bakkerij aan de huurder Eeltje Dijkstra verkocht. De plaats waar de bakkerij en het woonhuis stonden is ingrijpend veranderd, maar de oude situatie is nog wel herkenbaar. Vanaf 1969 was er een ‘koude bakkerij’ gevestigd. De Meindersma’s hadden op die plaats vaak tegelijkertijd een bakkerij, een winkel in kruidenierswaren en manufacturen en een boerderij. BOVEN: SITUATIEKAARTJE HISGIS VAN MORRA ROOD BAKKERIJ MIDDEN: MORRA IN 1953 BAKKERIJ ACHTER ELEKTRICITEITSPAAL MIDDEN: SITUATIEKAARTJE HISGIS VAN NIJKERK ROOD BAKKERIJ ONDER: CAFÉ OP DE HOEK EN BAKKERIJ MET KLIMOP IN 1926 BRON:FRIESFOTOARCHIEFBRON:HISGISFOTO:WALTERBLESSUM/PROVINCIEFRYSLANBRON:HISGIS
  24. 24. 25 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS OUDKERK In 1861 trouwt Wigger Meindersma (1837-1886), brood- en kleinbak- ker in Leeuwarden, met Baukje Dikkeschey, zonder beroep in Leeuwar- den. Wigger is een zoon van Johannes Meindersma, meester brood-en kleinbakker in Leeuwarden (op de Amelandspijp) en Antje Camminga. Wigger, bakker van de zesde generatie, en Baukje beginnen als bakkers- echtpaar in Oudkerk. Ze blijven daar tot 1872. Dan gaan ze naar Leeuwarden en nemen daar de bakkerij over van Berend Kuipers, Bij de Put 1. Na hun vertrek uit Oudkerk is in dat pand geen bakkerij meer. De voormalige bakkerij, die uiteindelijk het adres Van Sminiawei 97 krijgt, is 1975 gesloopt. TERHORNE Op 7 mei 1914 trouwt Antje (Anna) Meindersma in Grouw met Dirk Boonstra. Ze kopen een bakkerij in Terhorne. Antje, geboren in Friens in 1892, is een dochter van Meindert Eelkes Meindersma en Jeltje Sakes Santema. Dirk is geboren in 1892 in Sexbierum. Hij stamt ook uit een bakkersgeslacht. In 1918 overlijden Dirk op 18 november en Antje op 19 november aan de Spaanse griep.Twee kleine kinderen blijven als wezen achter. Op 21 januari 1919 wordt de bakkerij, kadastraal bekend als Terhorne Sectie A nummer 1845, verkocht voor f 5418 aan Jelle Taekes de Jong uit Midlum. Tot in 1970 is er een bakkerij geweest in dit pand. De laatste bakker was Piersma. Kort daarna is de bakkerij gesloopt om plaats te maken voor het verkeer en parkeerruimte. Er is niets meer dat nog aan de bakkerij doet herinneren. WIERUM Op de hoek van wat nu de Haadstrjitte en de Thomas Jellesstrjitte (zuid- kant) zijn, was de bakkerij van Meindert Tjallings Meinder(t)sma (1811- 1844). Meindert was eerder bakkersknecht bij Anne Takes van der Her- berg in Ee. In 1834 trouwt hij met Tyttje Sminia. Samen nemen ze een bakkerij over in Wierum. Meindert overlijdt in 1844 en Tyttje zet de bak- kerij voort tot zij overlijdt in 1848. Daarna wordt de bakkerij voortgezet door Tyttjes broer Uilke Sminia. De oudste zoon Tjalling van Meindert en Tyttje, ook al knecht bij zijn moeder, wordt knecht bij zijn oom. In 1852 stoppen ze met bakken en wordt de bakkerij verhuurd. Uilke wordt boer in Lioessens. In 1856 verkopen de erven Meindert Meinder(t)sma en Tyttje Sminia de bakkerij aan de huurder. De bakkerij is gesloopt en heeft plaats gemaakt voor woonhuizen. BRONNEN Tresoar.nl /AlleFriezen.nl / AlleGroningers.nl / HisGis.nl / Kleinekerk- straat.nl / Historischcentrumleeuwarden.nl / Dekrantvantoen.nl Archieven: Gemeente Dantumadiel / Gemeente Ferwerderadiel Gemeente Grootegast / Tresoar, notarieel en kadaster Streekarchivaat Noodoost Friesland / Oudheidkamer Mr Andreae, Kollum Literatuur Over Meindersma ’s en Meindertsma ’s, 2e druk. Adviezen Reinder Tolsma BOVEN: OUDKERK NU BAKKERIJ WAS LINKS NAAST ORANJE DAK MIDDEN: BRUG TERHORNE BAKKERIJ LINKS ACHTER WAGEN MIDDEN: WIERUM BAKKERIJ IN MIDDEN MET ZOLDERDEURTJE ONDER: HUIDIGE SITUATIE WIERUMBAKKERIJ WAS NA HUIS RECHTS) BRON:COLLECTIES.MEINDERSMAFOTO:SAKEMEINDERSMA BRON:LC FOTO:SAKEMEINDERSMA ADVERTENTIE APRIL 1856
  25. 25. 3. INDEX OP DE GRONDPACHTEN VAN HET WEESHUIS TE DOKKUM De verzorging van armen en wezen was voor de Reformatie van 1580 vooral een taak van de kerk; kloosters zorgden voor voedseluitdelingen en namen zieken op in hun infirmerie. Daarnaast was er in ieder geval al sinds 1511 een gasthuis in Dokkum, waar de gasthuisvoogden armen uit de stad verzorgden, terwijl de armvoogdij ‘huiszittende’ armen on- derhield. Ook het verzorgen van wezen behoorde tot de taken van de armvoogdij; zij werden meestal uitbesteed bij de burgers van de stad. Waarschijnlijk is het gasthuis tijdens de Waalse Furie van 1572 verwoest, terwijl pas in 1615 een weeshuis tot stand kwam waarvan de admini- stratie eerst ook door de armvoogden werd gedaan; pas in 1622 werden weesvoogden aangesteld. De armvoogdij/weesvoogdij had verschillende inkomsten, van de ver- huur van deWesterisselanden tot oortjesgelden, marktgelden, collecten, gaven bij het beluiden der doden en bij de verkoop van beurtschepen enz. Een belangrijke vaste post was die van de grondpachten en eeu- wige renten die op huizen in de stad Dokkum, maar ook op landerijen en boerderijen in de regio rustten en die jaarlijks konden worden geïnd. Deze grondpachten zijn op enig moment aan het gasthuis geschonken. De oudste gegevens daarover in de registers komen uit 1509. De oudste archiefstukken van het weeshuis te Dokkum zijn dan ook de ‘Staten van grondpachten en renten voortkomende uit de armengoederen’. In 1980 verzocht de toenmalige archivaris, de heer W.T. Keune, schrijver dezes om onderzoek te doen naar deze grondpachten. Dat gebeurde nog op losse kaartjes, die later in een boekwerk werden bijeengebracht; nu zijn ze digitaal en voor iedereen raadpleegbaar gemaakt. BEWONINGSGESCHIEDENIS VANAF 1585 Deze registers zijn bijgehouden van 1585 tot en met 1819 en bevatten honderden namen van eigenaren en bewoners van huizen die een jaarlijkse grondpacht moesten betalen aan het weeshuis. Per huis is zo de bewoningsgeschiedenis na te gaan van 1585 (tientallen gegevens zijn nog van ouder datum, de oudste gegevens komen zoals gezegd zelfs uit 1509) tot na 1800 en daarmee zijn deze ‘staten’ een unieke bron. Door de gegevens uit deze staten te koppelen aan het reëelkohier vanaf 1711 komen er tot 1805 nog meer gegevens beschikbaar. Redactielid Piet de Haan is er in geslaagd om het reëelkohier weer te koppelen aan kadastrale leggers vanaf 1832 waardoor van een aantal huizen in Dokkum gegevens beschikbaar komen vanaf 1585 tot aan onze tijd. 26 VIER NIEUWE INDEXEN door REINDER TOLSMA r.tolsma01@knid.nl DIGITAAL&ACTUEEL MEMORIESTEEN VOORMALIG WEESHUIS DOKKUM  1758 INLEIDING De laatste tijd zijn er drie nieuwe indexen beschikbaar gekomen op de website van onze vereniging, terwijl een vierde index in opbouw is. Het aantal namen dat in die indexen voorkomt, bedraagt ondertussen al meer dan 13.600 en wordt alleen nog maar groter. Doel van dit artikel is om u over ontstaan en gebruik van die indexen te informeren. Deze keer twee indexen Dokkum betreffende. DEEL 2 FOTO:RANDOMARTS/HISTORIADOCCUMENSIS Echter niet alle 148 in de staten genoemde huizen konden tot 1819 gevolgd worden. Dit heeft meer- dere oorzaken: soms waren de gegevens van de huizen al in 1585 verloren gegaan of was onbekend welk huis bedoeld werd, terwijl van andere huizen de grondpacht werd afgekocht. Toch zijn er veel ge- gevens van die 148 huizen beschikbaar, terwijl van 75 een reëelnummer vaststaat. Naaststaande tabel geeft een en ander weer: OORZAKEN: - in 1585 niet meer bekend - in 1585 opbrengst ‘nihil’ - na 1585 en voor 1711 afgekocht - niet te lokaliseren kamers of liggend buiten de stad Dokkum - ontbreekt in de leggers - niet gelokaliseerd - huizen waarbij wel een reëelnummer is gevonden Totaal: AANTALLEN 8 13 30 15 4 3 75 148
  26. 26. TOELICHTING OP HET GEBRUIK VAN DE INDEX De kolommen in de index hebben de volgende betekenis: A Nummer in de weeshuisboeken B De straat waaraan het huis staat C Het reëelnummer D Jaren waarin deze persoon voorkomt E Bewoner/eigenaar F Bijzonderheden. Alleen bij de oudste bewoner/eigenaar staan de bijzonderheden opgetekend Voorbeeld: Nummer 3 van het weeshuis, ‘Het Cromhout’aan de Oosterstraat: Uit de gegevens over de 148 in de‘staten’genoemde huizen zijn in totaal 2927 namen van eigenaren/bewoners gehaald, een prachtige bron voor genealogen met voorouders uit Dokkum: de straat waarin hij of zij woonde, soms zelfs het huisnummer, en de jaren waarin raken hierdoor bekend. Sommige personen zijn in meerdere huizen te volgen of werden van bewoner eigenaar (ook andersom!). NOG ENKELE OPMERKINGEN - Tot nummer W 126 is 1585 het eerste jaar waarover grondpacht betaald moest worden, het huis wordt dan nog genoemd naar een eerdere bewoner, zie het voorbeeld hierboven. - In 1589 komen er veel nieuwe huizen bij, mogelijk dat de stad Dokkum het weeshuis toen extra inkomsten heeft bezorgd. - In 1619 en in 1714 vindt er een herziening van het register plaats, waarbij vooral 1714 belangrijk is, want de nauwkeurige omschrijving die toen is gebruikt, is belangrijk voor de koppeling aan het reëelkohier (vanaf 1711 beschikbaar). - In 1651 worden veel grondpachten afgekocht ‘wegens groote swaricheijt ende schaersheijt van Comptoir’. In 1631 en 1633 leende het weeshuis ook al een paar keer 200 gulden. - Als er ‘gh’ achter een nummer staat, is dat huis tevens eigendom van het weeshuis: W 102gh. - Als het begin- of eindjaar onbekend is, staat er (vóór) of (ná) een jaartal. - Nieuwe vermeldingen in latere leggers zijn te herkennen door de letter direct achter de W, dus WB verwijst naar legger B, WD naar legger D en WE naar legger E: bijv. WD 091. - Na 1711 worden gegevens uit de reëelkohieren gebruikt. Die zijn completer, terwijl de gegevens in de weesboeken niet (altijd) betrouwbaar zijn: soms lijken perioden van bewoning elkaar te overlappen; niet iedereen betaalde elk jaar, soms betaalde de eigenaar, soms de bewoner, enz. - De namen zijn in de index genoteerd zoals ze zijn opgeschreven, ten minste voor zover leesbaar. Daarnaast is er een stan- daardnaam gebruikt op de voornaam om het zoeken te vergemakkelijken. Er zijn ook gegevens verdwenen, want: - In legger A ontbreken vier nummers, twee ervan worden in legger B toch weer aangehaald, in de index te herkennen als W 146B en W 147B. - Legger A gaat tot W 160, maar in legger B wordt toch weer verwezen naar W 167 en W 168, die te vinden zouden moeten zijn in legger A. BIJVANGST Bij het doornemen van de staten werden naast de namen ook bijzonderheden genoteerd. Zo zijn er van 28 huizen in de stad namen bekend (‘Het Cromhout’,‘De Gloeijende Oven’enz.), terwijl tientallen straten en stegen worden genoemd, waarvan een aantal voorheen onbekend waren of intussen een andere naam hebben gekregen. Vanuit de stichting Historia Doccumensis is het plan opgevat om - waar mogelijk en in overleg met eigenaars - deze oude namen weer zichtbaar te maken op de panden. 27 EERSTE BLADZIJDE VAN DE ‘STATEN’. ‘Inventarium ofte Staett van alle huysarmen ende Gasthuys opcomste, Renthen ende guederen, binnen Dockum. Geextraheert vuyt diversche olde leggers ende registers sampt andere verscheiden brieven ende instrumenten: Als by den Arme- voegden alias hooftdiaconen binnen de vrsz stadt in oprechticheyt ende waer- heit is geweest te bevinden op dach ende Jaere, als int laest van desen is te siene’. DIGITAAL&ACTUEEL A W 003 C R 280 (= Kadaster A 114) F Het Cromhout of Schipper Alberts huysstede, eigenaar Hendrick Riemsnider, t.o. het achterste van de Blauwe Clock, op de hoek van de cleyne stege, lopende van de Lange Oosterstraat naar de Kleine Oosterstraat. B Oosterstraat FOTO:REINDERTOLSMA E Luitien Waterrider of Waterzider D 1585-1587
  27. 27. 4. STADSGRONDPACHTEN, 1630 In het archief van de stad Dokkum (inventarisnummer 176) is het volgende archiefstuk opgenomen: ‘Stadsgrondpachten iaerlijx opden 1 Maij verschinende soo wel van heer Magnus, Heer Hardus ende heer Hidde, lenen, kercke grondpachten ende andere.’ Dat register lijkt een mooie aanvulling op de index van de hierboven genoemde registers van grondpachten van het weeshuis. Dit register is weliswaar maar van één jaar, maar bevat toch weer 233 huizen/kamers. Op- geteld bij de 148 huizen uit de weeshuisboeken zijn dat in totaal 381 huizen in de stad Dokkum, waarvan gegevens beschik- baar komen. Het aantal gevonden namen in dit register is 466, waardoor deze indexen samen bijna 3400 namen van Dokkum- ers bevatten. Het register is ingedeeld naar de vier espels, waarbij opvalt dat dit register vooral huizen uit het Aalsumerpoortster, Hanspoort- ster en Breedstraatster espel telt, terwijl de huizen waarvoor grondpacht aan het weeshuis moest worden betaald, grotendeels in het Blokhuister espel gevonden worden. Daarmee ligt het accent van dit register vooral bij huizen ten noordwesten van het Diep en dat van het weeshuis vooral ten zuidoosten daarvan. Zo vullen de registers elkaar ook aan. VROEG FLOREENREGISTER Het tweede gedeelte van dit register bevat de: ‘Florenen van landen onder dese stads tafel schietende ende alle tue maenten betaelt wordende’. Daarmee is een vroeg floreenregister nu ook ontsloten, want zoals in het eerste artikel over de vier nieuwe indexen al is geschreven, zijn van de meeste grietenijen de floreenkohieren pas bewaard gebleven vanaf 1698. In de‘Prekadastrale Atlas fan Fryslân, Eastdongeradiel en Dokkum’worden 47 posten genoemd in de Dokkumer floreenkohie- ren. In dit register staan er slechts 38 stuks. Dit is mogelijk te verklaren door het in latere tijd opsplitsen van percelen land. TOELICHTING OP HET GEBRUIK De kolommen in de index hebben de volgende betekenis: A Bladzijde in het register B Het espel waarin het huis staat C Namen van de betalers: als er ‘–nu’ achter een naam staat, is dat van 1630, anders uit eerdere jaren D Het te betalen bedrag E Bijzonderheden BIJVANGST Ook nu weer zijn bijzonderheden in de beschrijvingen meegenomen, waaronder bijvoorbeeld negen namen van huizen, van ‘In den Arent’ tot ‘in de swarte ruiter op stenen dam’. Ook namen van straten en stegen en beroepen zijn meegenomen. 28 MOOI STUKJE DOKKUM AAN DE WORTELHAVEN EN DE STENENDAM HUIS IN MIDDEN MET ZEVEN RAMEN HEETTE OORSPRONKELIJK ‘IN DE SWARTE RUITER’ DIGITAAL&ACTUEEL FOTO:REINDERTOLSMA
  28. 28. 29 MUSICA LABORUM DULCE LENIMEN Dokkumer Muziekminnaars in het dramatische jaar 1787 - Spotlight op de leden van het Muziekgenootschap Musica Laborum Dulce Lenimen (1775-1800) die het concert van 14 maart 1787 in Dokkum bezochten. Een lange ondertitel, die direct duidelijk maakt waar dit boek over gaat. Ihno Dragt heeft hiermee weer een fijn gedetailleerd boekwerk aan de serie toegevoegd. In eerste instantie vraag je je af of er voldoende te schrijven valt over dit onderwerp, maar niets blijkt minder waar. Na de beschrijving van de politieke situatie aan het einde van de 18e eeuw in Nederland, zoomt Dragt in op Friesland en op Dokkum in het bijzonder. Het is de tijd van orangisten en patriotten en Dokkum blijkt van die laatste groep veel in huis te hebben, met alle turbulentie, die daarmee gepaard ging. Vervolgens geeft Dragt de culturele situatie weer en gaat met name in op het concertleven in Dokkum. Dat blijkt niet uitgebreid, maar ze- ker wel te bestaan. Een voorbeeld daarvan is de oprichting van het muziekgenootschap Musica Laborum Dulce Lenimen door een aantal vooraanstaande Dokkumers, waarvan een deel zelfs tot de aankoop van een concertzaal overging. Van het concert van 14 maart 1787, georgani- seerd door het genootschap, is een bezoekerslijst bewaard gebleven. Deze lijst wordt uitvoerig besproken en dan met name de achtergronden van de 27 bezoekers. Het geeft een boeiende inkijk in een tamelijk elitaire groep Dokkumers, met interesse voor muziek. Van alle bezoekers heeft Dragt interessante informatie gevonden. Als bijlage wordt een vaandel besproken, dat tot heden te boek stond als een patriottenvaandel uit Dokkum. Dragt heeft hierover andere ideeën. Voor mensen, die interesse hebben voor de regionale geschiedenis van Noordoost-Fryslân of het muziekleven in de regio, is dit boekje zeker de moeite van het lezen waard. Een uitgave van Museum Dokkum, deel 18 in de serie Stichting Musea Noardeast Fryslân, februari 2016, 116 pagina’s, te bestellen via info@museumdokkum.nl LIEFDE TUSSEN KOLLUM EN PERAK Onder grote belangstelling werd zaterdag 16 april, dus gelijktijdig met onze ledendag te Westergeest, in Ee door ons lid en auteur Reinder H. Postma het boek over het leven van de heer Jaap Broersma gepresenteerd. De beheerder van vlasmuseum It Braakhok in Ee nam ontroerd zijn biografie in ontvangst, waarin meer dan tweeduizend brieven zijn verwerkt en diverse op- names van 78-toerenplaten die tijdens een eerdere ledendag door Hans Zijlstra en Postma gedigitaliseerd zijn. Het boek schetst een beeld van het boerenbedrijf en het leven op het platteland rond 1930. Broersma, nu 91 jaar oud, vertelt ook veel over de veranderingen die tijdens zijn leven plaatsvonden. De families Broersma in en rond Ee en de familie Bosgraaf in de omgeving van Kollum en Oudwoude komen aan de orde, evenals de emigratie in de jaren rond de oorlog. De oorlogs- jaren worden beschreven en de godsdienstige context van Ee en omgeving waarin dit verhaal zich afspeelt. Ook krijgen we een kijkje in het leven van een Indiëganger. Bovendien heeft Jaap de reis erheen uitvoerig en beeldend beschreven. Aan boord van de Boissevain vaart hij op 26 april 1947 naar Indië in de veronderstelling dat hij daar twee jaar zal blijven. Het worden er uiteindelijk drie. Door alles heen klinkt de hunkering naar de liefde van zijn meisje, Minke Bosgraaf, dat achterblijft, het gemis van zijn dierbaren en de blijdschap over de terugkeer... Het boek Liefde tussen Kollum en Perak is in full-color en te bestellen bij: Reinder H. Postma De Wygeast 49, 9294 KR Oudwoude rhpostma@planet.nl 0511- 452100 of af te halen bij Jaap Broersma in Ee. INGEBOEKT MUZIEKMINNAARS door LISETTE MEINDERSMA lisettemeindersma@meginhart.nl IN DRAMAJAAR 1787 OMSLAG VAN HET BESPROKEN BOEK BROERSMA MET BOEK LINKS, RECHTS REINDER POSTMA

×