Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

De Sneuper 131, september 2018

De Sneuper 131, september 2018
Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
SCHIPBREUK VAN DE ROLINE MARIA IN 1871
BOERDERIJ WIE TE NES
DE BRUGGEN VAN BURGUMERDAM
NO-FRIEZEN IN A’DAMSE CONFESSIEBOEKEN
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
JODEN IN FRYSLÂN: FAMILIE VAN KUIKEN
RUBRIEKEN & COLUMNS
COLUMN: Je mutte mar hoare...
HERALDIEK: wapen Kollumerland C.A.
VERGANE GLORIE: Cammingha te Ferwert
DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
INGEBOEKT: Een revolutionaire kerk
De Traanjagers
MUSEUMBEZOEKJE: Museum Sorgdrager
DIGITAAL VERHAAL: van portret tot interieur
WARNER B. BANGA
JOHANNES DIJKSTRA
HAIJE TALSMA
NYKLE DIJKSTRA
REINDER TOLSMA
SAKE MEINDERSMA
FRANS THUIJS
JANNIE VAN DER KOOI
IHNO DRAGT
RUDOLF J. BROERSMA
REINDER TOLSMA

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

De Sneuper 131, september 2018

  1. 1. DE DE SCHIPBREUK VAN DE ROLINE MARIA SNEUPER jaargang 31 nr. 3 SEPTEMBER 2018 nummer 131 losse nummers € 3,95
  2. 2. © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. COLOFON 128 18 22 24 De Historische Vereniging Noordoost-Friesland is een Algemeen Nut Beogende Instelling. 7 redactie Warner B. Banga Dokkum Theo Delfstra Feanwâlden Nykle Dijkstra Leeuwarden Piet de Haan Dokkum Lisette Meindersma Burgwerd JacobRoep Hollum (Ameland) Hans Zijlstra Amsterdam opmaak Warner B. Banga correspondentie uitsluitend via: Brokmui 62 9101 EZ Dokkum kopij via e-mail: redactie@hvnf.nl website www.hvnf.nl weblog http://sneuperdokkum.blogspot.com 4 FOTO OMSLAG: COLLECTIE MARITIEM MUSEUM ROTTERDAM
  3. 3. prijs losse nummers € 3,95 (exclusief porto) eenendertigste jaargang nr. 3 september 2018 verschijnt in maart, juni, september en december in een oplage van 700 exemplaren nummer 131 INHOUD De geschiedenis is de totale som van de dingen die vermeden hadden kunnen worden Konrad Adenauer HISTORISCH CITAAT: SNEUPERDE 5 6 7 8 12 24 27 18 4 21 22 28 29 30 REDACTIONEEL LEDENNIEUWS 2018-03 VAN DE BESTUURSTAFEL HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS SCHIPBREUK VAN DE ROLINE MARIA IN 1871 BOERDERIJ WIE TE NES DE BRUGGEN VAN BURGUMERDAM NO-FRIEZEN IN A’DAMSE CONFESSIEBOEKEN GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS JODEN IN FRYSLÂN: FAMILIE VAN KUIKEN RUBRIEKEN & COLUMNS COLUMN: Je mutte mar hoare... HERALDIEK: wapen Kollumerland C.A. VERGANE GLORIE: Cammingha te Ferwert DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA INGEBOEKT: Een revolutionaire kerk De Traanjagers MUSEUMBEZOEKJE: Museum Sorgdrager DIGITAAL VERHAAL: van portret tot interieur WARNER B. BANGA JOHANNES DIJKSTRA HAIJE TALSMA NYKLE DIJKSTRA REINDER TOLSMA SAKE MEINDERSMA FRANS THUIJS JANNIE VAN DER KOOI IHNO DRAGT RUDOLF J. BROERSMA REINDER TOLSMA LISETTE MEINDERSMA HANS ZIJLSTRA JACOB ROEP HANS ZIJLSTRA GEDENKSTEEN
  4. 4. IK WIL MIJN (K)EI KWIJT BLOEDHETE KOMKOMMERTIJD Zelf vind ik het onderwerp heel belangrijk, maar iemand zei me dat de grote mediabelangstelling vooral kwam door de zogenaamde (bloed- hete) komkommertijd 2018. Ik heb het hier over mijn ‘redding’ van een aantal funderingskeien, gebruikt in de 11de eeuw voor de sinds lang verdwenen abdijkerk. Ze waren vrijgekomen bij werkzaamheden op de Markt ten behoeve van de IJsfontein. Wat er met komkommertijd be- doeld wordt, is dat in de vakantieperiode de krant gevuld wordt met non-nieuws: bijvoorbeeld dat het record uit 1944, van de hoogste tem- peratuur ooit, wéér niet gehaald werd. Dat is echt non-nieuws, want het is pas nieuws als dat record wél gebroken wordt. Mijn stelling is overi- gens dat kranten de komkommertijd echt niet nodig hebben voor non- nieuws. Afijn, ik heb belangstelling voor het dreigend-droeve lot van de funderingskeien gehad en daar ging het me om. GEEN PLEK? Voordat duidelijk werd dat de verantwoordelijke gemeenteambtenaar echt niet van plan geweest was om de – stilletjes naar een achteraf ter- rein van de BAM (de aannemer op de Markt) overgebrachte – stenen te vernietigen, had ik al geroepen dat ik er in ieder geval een paar wilde redden en naar Museum Dokkum wilde overbrengen. Met gemeentelijke goedkeuring is dat ook gebeurd en nu liggen enkele grote en wat kleinere stenen bij de museumingang met een tekstbordje dat hun historische betekenis uiteenzet. Maar als ik toevallig geen plek gehad zou hebben, wat dan? Waar laat je dan die keien? Hetzelfde geldt voor de 16de - en 17de -eeuwse houten waagborden en ijzeren balansen die, zoals ik eerder al eens meldde, door mij vanuit de knisperende stukken asbest in een gemeentelijke loods overgebracht werden naar het museum. Noodgedwongen heb ik die in een extern depot van ons overgebracht, want eigenlijk zijn we niet berekend op zulke grote en zware objecten. ADEQUAAT GEMEENTELIJK DEPOT Het gemis van een adequaat gemeentelijk depot voor architectuurfragmenten en dergelijke die niet in het museumdepot on- dergebracht kunnen worden, liet zich al lang voelen. De funderingskeien fungeerden als ‘stenen des aanstoots’ en de Stichting Oud-Dockum heeft, samen met onder andere de Stichting Historia Doccumensis en het Museum Dokkum begin augustus een brief aan de gemeente gestuurd om te pleiten voor zo’n depot. Anders dreigt er nog meer verloren te gaan dan al is geschied. Een voorbeeld van hoe het toch nog goed kwam, is de betimmering uit het huis waar het voormalige postkantoor van Dokkum in werd gevestigd. Die belangwekkende kamerbetimmering verdween naar paleis Het Loo maar kwam onlangs weer naar Dokkum terug om in de fractiekamer van het oude stadhuis geplaatst te worden. Deze werd in het paleis ontdekt door wijlen Sytse ten Hoeve, die het kon herkennen dankzij een foto die ik hem uit de museumcollectie leverde. OPLOSSING Maar een voorbeeld waar het fout is gegaan is de minstens zo belangwekkende achttiende-eeuwse betimmering uit een woon- huis in de Breedstraat, waarvan het museum een onderdeel (een schoorsteenstuk) in de collectie heeft. De toenmalige eigenaar was niet bereid om het interieur aan het museum te verkopen. Twee jaar geleden kwam ik erachter dat de betimmering aan een handelaar in Noord-Holland is verkocht. Het museum kon het voor veel geld van hem kopen, maar afgezien van het geld dat we daarvoor niet hebben, dacht ik: waar laat ik deze zolang er geen bestemming voor gevonden is? Daarvoor zou zo’n gemeentelijk depot ook een keigoede oplossing zijn geweest. 4 JE MUTTE MAR HOARE... door IHNO DRAGT giwdragt@museumdokkum.nl FOTO:MUSEUMDOKKUM COLUMN
  5. 5. 5 REDACTIONEEL MARITIEM OMSLAG, MAAR GEVARIEERDE INHOUD De vakantieperiode heeft ons goed gedaan en nu we weer aan de slag gaan, valt het septembernummer van De Sneuper bij u in de bus. Het is een nummer met een maritiem omslag geworden, van de Roline Maria – met een Holwerder kapitein – voorop, tot aan de zwart-witte sluizen van Dokkumer Nieuwe Zijlen op de achterkant. Nykle Dijkstra beschrijft hoe kapiten Hoekstra in 1871 zijn schip in een orkaan nabij Hong Kong verloor en hoe dat bij ons bekend bleef. ReinderTolsma stuurde al veel eerder een artikel in over de boerderij Wie onder Nes, maar nu pas kunnen we het plaatsen, want de bodem van de kopijportefeuille komt in zicht! Dat is mooi voor schrijvers van artikelen, die soms heel lang moesten wachten op publicatie van hun pennen- vruchten, maar baart de redactie de nodige zorgen: wij zien die bodem namelijk liever niet... Een mooie genealogische bijdrage ontvingen wij van Jannie van der Kooi, die het over de Joodse familie Van Kuiken heeft. Redactielid Lisette Meindersma en bestuurslid Arjen Dijkstra vulden haar artikel aan. Nu de brug bij de Burgumerdaam in het kader van de Sintrale As werd vernieuwd, vond Sake Meindersma het tijd om de historie van de voor- gaande bruggen te beschrijven. Frans Thuijs vond in de Amsterdamse confessieboeken opnieuw een paar Noordoost-Friezen, die onze contrei- en in de hoofdstad in een slecht daglicht stelden... Bij de vaste bijdragen en rubrieken begint Rudolf Broersma met het beschrijven van de heraldische wapens en vlaggen uit een nieuwe ge- meente – nu het nog kan – namelijk die van Kollumerland c.a. Opnieuw Reinder Tolsma beschrijft de vergane glorie van het buiten Cammingha bij Ferwert en redactielid Jacob Roep ging op museumbezoek op zijn eigen eiland Ameland. Hans Zijlstra tenslotte heeft weer het nodige ontdekt op vooral het internet en verhaalt in zijn digitaal verhaal van portret tot interieur. Daarmee heeft dit herfstnummer van De Sneuper weer een zeer gevarieerde inhoud, met voor elk wat wils. DE CHARME VAN DE SNEUPER Omnogevenoponzekopijportefeuilleterugtekomen:deredactieziethetaantalbijdragenvaneigenledenteruglopen.Aleerder constateerden wij dat – hoewel veel van onze leden met genealogisch onderzoek bezig zijn – er weinig familiegeschiedenissen meer worden ingestuurd. Binnen de redactie wordt hier regelmatig over gediscussieerd en bespreken wij nieuwe mogelijkheden om aan kopij voor ons verenigingsblad te komen. Indertijd werd bijvoorbeeld afgesproken om nog maar drie of vier generaties te publi- ceren. Dit was enerzijds ingegeven omdat er veel gegevens online beschikbaar kwa- menengenealogieënonlinegepubliceerdwerdenenanderzijdsomdatDe Sneuper toen een A5-blaadje was in zwart-wit. Bladzijden vol stamboomgegevens waren onleesbaar. Een artikel op A4 in full colour geeft echter veel meer mogelijkheden en door het plaatsen van de afbeeldingen komen genealogieën plotseling weer in de belangstelling. Een schilderij heeft soms genealogische gegevens nodig om de verbinding met de huidige tijd duidelijk te maken. De redactie hanteert geen buitensporig hoge standaard voor artikelen. Toch kan het voorkomen dat wij een artikel in de eerste aangeleverde vorm niet zo geschikt achten voor directe publicatie in ons verenigingsblad. In zo’n situ- atie vragen wij de auteur om wat aanpassingen te doen. Soms wordt dat als een teleurstelling ervaren, maar ook leden die het schrijven van artikelen minder goed beheersen hebben recht om gehoord te worden. Gelukkig is het spectrum van bijdragen door onze leden en lezers heel breed: van houtje-touwtje-verhalen tot publicaties die in een wetenschappelijk blad niet zouden misstaan. Misschien is dit ook wel de charme van ons blad... DuswachtnietlangerenstuurbinnenkortuwbijdrageinvoorDeSneuper! KOPIJPORTEFEUILLE DE BODEM VAN DE door WARNER B. BANGA warner.b.banga@knid.nl er
  6. 6. 7 BESTUURSTAFEL LEDENVERGADERING 6 OKTOBER De bedoeling was deze vergadering te laten plaatsvinden op Schier- monnikoog. Door organisatorische problemen was dit in het najaar on- mogelijk. Misschien volgend voorjaar? Nu dus naar Nuis in het Groningse Westerkwartier: op 6 oktober a.s. staat een bezoek aan het Noordelijk Archeologisch Depot en de Coen- dersborg gepland. SCHELTE VAN AYSMA Op initiatief van ons lid André Buwalda is de Friese edelman en kolonel bijna 400 jaar na zijn dood met militaire eer herbegraven in de kerk van Schettens op 23 mei jongstleden. Een indrukwekkende gebeurtenis. TINCO LYCKLAMA In het grietenijhuis in Beetsterzwaag, de geboorteplaats van Tinco Lycklama, is een grote tentoonstelling ingericht over deze excentrieke edelman. Hans Zijlstra, ons redactielid, is mede-organisator en gaf een drukbezochte lezing over het leven van deze verfranste Fries. FREARK VAN HALLUM Op vrijdag 6 juli werd in de kerk van Hallum een vertaling uit het Latijn van de levensbeschrijving van abt Frederik van Hallum van Mariën- gaarde door Sibrandus Leo en in het Fries overgezet door Klaas Bruin- sma gepresenteerd. AFSCHEID Op de komende ledenvergadering neem ik afscheid als voorzitter van het bestuur van de vereniging. Met genoegen heb ik twee jaar lang leiding mogen geven. In deze periode heb ik geprobeerd de vereni- ging positief gestalte te geven. Mijn opvolger wens ik een goede bestuursperiode toe. VAN DEVOORZITTER VERENIGINGSNIEUWS door GOSSE BOOTSMA BESTUURVERENIGINGSGEGEVENS Lidmaatschap van de vereniging € 15 per jaar / € 25 buitenland IBAN: NL08 RABO 0177 8581 41 BIC: RABONL2U BETALINGEN VIA REKENINGNUMMER 177.8581.41 t.n.v. Hist. Ver. NOF Opzegging lidmaatschap: uitsluitend schriftelijk voor 1 november via Brokmui 62 - 9101 EZ Dokkum voorzitter dhr. Gosse Bootsma tel.: 0518 - 45 15 81 secretaris mevr. Ciska Hoekstra tel.: 0594 - 63 22 62 penningmeester / ledenadministratie dhr. Arjen Dijkstra tel.: 0519 - 58 96 74 e-mail ledenadministratie penningmeester@hvnf.nl BESTUURSLEDEN ARJEN DIJKSTRA EN GOSSE BOOTSMA TIJDENS DE JAARVERGADERING IN FERWERT
  7. 7. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 8 DE ROLINE MARIA IN 1871 MOLENAARSZOON UIT HOLWERD In december 1870 doorklieft de scherpe boeg van het barkschip ‘Roline Maria’ de golven op een reis van Melbourne in Australië naar Newcastle in Engeland. De kapitein van het schip is Kornelis Hoekstra uit Holwerd, zoon van molenaar Gerben Hoekstra en diens vrouw Fokelina Posthu- mus. De driemaster is eigendom van de rederij F.U.H. Reiger en Co., die tevens aandeelhouder in het schip is. Een van de andere aandeelhouders is Gerard Heineken, grondlegger van de bekende bierbrouwerij. Het zijn de hoogtijdagen van de zeilvaart. Beroemd zijn de Engelse klip- perschepen die naar China varen voor thee. In 1866 werd ‘The Great Tea Race’ nog breed uitgemeten in de pers, ook in Nederland. Het werd een nek-aan-nekrace tussen de schepen Ariël, Taeping en Serica, die de reis alledrie in 99 dagen voltooiden. Deze bloeitijd van het zeilschip duurde echter maar kort. In 1869 werd het Suezkanaal geopend en hoefden stoomschepen niet meer om Afrika heen te varen. Voor zeilschepen was het kanaal ongeschikt en de trotse klippers verloren uiteindelijk de concurrentie- strijd. Symbolisch is het feit dat de Taeping in 1871 verging en de Ariël in 1872. In datzelfde rijtje kunnen we ook de Roline Maria plaatsen. Dit schip verging nabij Hong Kong in de orkaan van 2 september 1871. Zeven van de zestien opvarenden kwamen om. Kapitein Hoekstra overleefde de ramp en hield op 22 februari 1872 een toespraak in de Her- vormde kerk van zijn geboorteplaats Holwerd. Het verhaal werd door hem opgeschreven in een klein zakboekje, dat thans bij het Fries Scheepvaart- museum in Sneek berust. DE WAARSCHUWENDE ZEE Op 22 augustus 1871 arriveerde het schip op de rede van Macau, een Portugese kolonie vlakbij Hong Kong, waar ook een Nederlandse handelsfactorij was. Hier werd enige lading aan boord gebracht, waaronder 250 ton stenen als ballast. Het schip werd geverfd en gesmeerd. Hoekstra: ‘Van den 28e Augustus tot 1 sept. was het doodstil en mooi weer, doch buitengewoon heet. Op deze laatste dag kwam er een koelte door in ’t Noorden, dat in die tijd, wanneer de wind bijna altijd nog Z.W. waait een ongewoon verschijnsel is en omtrent altijd als een voorbode van een Cyclone kan aangemerkt worden. Alle kleine Chineesche vaar- tuigen worden dan op de wal gehaald: want niettegenstaande het dan nog wel een paar dagen goed weer kan blijven, komt de waarschuwende zee als voorlooper der Cyclone met zulk een geweld in de haven rollen dat het voor de kleine vaartuigen gevaarlijk word. Zoodra dan de wind begint aan te nemen, zoeken de grootere vaartuigen, zooals praauwen en sampangs hunner schuil- plaatsen op, door in de binnenhavens en in de zijtakken der rivieren in te loopen.’ Op de ochtend van 2 september daalde de barometer met een zorgwekkende snelheid. Alle schepen in de haven namen voor- zorgsmaatregelen. Luiken werden dichtgemaakt, spullen werden vastgesjord en het schip werd stevig verankerd voor zover dat in het losse zand mogelijk was. Het werd erg benauwd en in de verte begon het al hevig te onweren. ‘Ten 8 uur ’s avonds de gewone tijd voor het scheepsvolk om naar kooi te gaan, kregen nu de helft zoogenaamde zeewacht, vergun- ning om geheel gekleed in het logies te gaan zitten om bij het eerste alarm bij de hand te zijn, terwijl de andere helft bij de kapitein en stuurlieden op dek de wacht hielden, allen naar vereischte vóór, achter en in de midscheeps geposteerd. Van uur tot uur bespeu- rden wij de verheffing van de storm, de wind gierde met zulk een kracht door de tuigage, dat het zich niet als fluiten maar als een aanhoudende dondergeratel in de verte liet hooren. [...] Van de andere schepen die dicht bij ons lagen konden wij door de duisternis en de aanhoudende stortregen zelfs de noodvuren niet zien, trouwens die waren, zooals ik later hoorde, voor 10 uur ’s avonds allen weggeslagen n.l. twee verbrijzeld tegen de steile rotsen, twee gestrand op een zandbank en twee vrij van alle eilanden en klippen naar zee gedreven. De zeeën sloegen zoo aanhoudend over het schip, dat alles op het dek zooals hoenders, varkens, hondehokken, rustbanken (?), watervaten etc. los sloeg en wegdreef, hetwelk op een half geladen schip van die grootte en in de haven liggende nog al iets zeggen wil. De kracht van de wind, toen reeds, ging alle beschrijving te boven.’ DE SCHIPBREUK VAN door NYKLE DIJKSTRA nykledijkstra@hotmail.com OMSLAG VAN HET ORIGINELE HANDSCHRIFT COLLECTIE FRIES SCHEEPVAARTMUSEUM HERVORMDE KERK VAN HOLWERD FOTO:HANSZIJLSTRA BRON:TRESOARCOLLECTIESYTSETENHOEVE
  8. 8. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 9 LAND AAN LIJ! De barometer bleef maar dalen en Hoekstra beval alle opvarenden om op het dek te blijven. Hij legde zelf de scheepspapieren- trommel met de voornaamste boeken en documenten, geld en kostbaarheden vast gereed. Ondertussen werd de storm steeds heviger. Het roer werd door de golven kapotgeslagen en de bemanning begon het tuig te kappen. Dat was geen gemakkelijke klus aangezien het grotendeels van ijzer was. ‘Terwijl allen hiermede druk in de weer zijn, wordt er opeens geroepen: ‘Land! Land aan lij!’ en ziet bijna op ’t zelfde oogenblik be- speurden wij dat het schip over de grond heen schoof en op eenmaal een vreeselijke stoot maakte die ons allen op het dek deed nedervallen, het roer 15 à 20 voet in de hoogte vloog en het roerhuis aan spaanders in de lucht verdween. Nu waren alle pogingen om het schip te behouden vruchteloos. [...] Zoolang het schip over genoemde zijde lag vertrouwden wij evenwel, dat hetzelve aan het woedende der golven tegenstand zou bieden. Doch wat gebeurt? Door een ontzettende breker wordt het gehele vaartuig opgelicht en ineens op de andere zijde gewor- pen: zoodat wij in allerijl op de bovenzijde van ’t schip moesten vluchten. De stuurman die om dezen tijd nog even in zijn kamer was gegaan, om nog iets te redden, kwam nog juist bijtijds bij ons, doch de kok (Gerrit Eeuwes de Vries van Ameland), die ook de kajuit trap was neer gegaan, denkelijk om de loodlijn te halen teneinde daarmede onze redding te beproeven is er nooit weer uit gekomen en de zeilmaker (Dirk Duindam uit Noordwijk) die te ziek was, om uit de kooi de komen, heeft daar z’n dood gevonden.’ Langzaam zonk het schip weg, kapotgeslagen door de golven. ‘Wij spraken elkander moed in en maanden allen tot bedaardheid aan, ons met de meeste krachtinspanningen aan het wrak vastklemmende, tot er een zware zeebreker kwam, die ons allen weg- sloeg, hoorden voor ’t laatst zoo ’t scheen een algemeen gegil, en daarmee scheen voor een korte poos alles uit te zijn. Zelf voor eenigen tijd onderwater zijnde dacht ik voor een moment aan huis tot het mij met groote inspanning gelukte het hoofd weer boven water te krijgen, doch helaas moesten wij toen tot onze verbazing ontwaren, dat het schip in dien tijd in de diepte verdwenen was.’ tijdvanburgersenstoommachines ‘DE STAD ASSEN’ ZOALS DE ‘ROLINE MARIA’ TOEN NOG HEETTE IN 1864 BRON:COLLECTIEMARITIEMMUSEUMROTTERDAM
  9. 9. 10 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS EEN HACHELIJKE POSITIE Uiteindelijk lukte het Hoekstra om zich aan een stuk wrakhout vast te klampen en een rots te bereiken. ‘Hier ontmoetten wij nog de 1e (Jan Hendrik Mevius van Amsterdam) en 2e stuurman (Sjoerd Gerbens Pot van Joure) en de jongste jongen die rechtstreeks van het wrak af door de zeeën tegen en tusschen de klippen in geworpen en vreeslijk geblesseerd waren. Van onze andere schepelingen hoorden wij, niette- genstaande ons herhaald schreeuwen uit alle macht, niets en moesten dus aangaande hun lot het ergste denken. Wij zaten nu op een van het vaste eiland afgescheiden steenrots, maar konden verder niets bespeuren. Daar het wegens de duisternis gevaarlijk zoude zijn te proberen deze te verlaten, besloten wij tot de dag aanbrak te blijven waar we waren.’ Ontredderd en verkleumd bleven de overlevenden daar liggen. Overweldigd door de gebeurtenissen van de afgelopen uren kon niemand een woord uit- brengen. Veel tijd om bij te komen was er niet: ‘De stuurlieden en ik beseften ten volle het hachelijke van onze positie, want al wisten wij niet met zekerheid, waar wij ons bevonden, toch was het zekerheid dat wij bij een door zeerovers bewoond eiland waren, en bijna dagelijks hoorden we in die streken van geweldenarijen op weerlooze schipbreukelingen gepleegd. Zouden wij daar ook nog aan bloot moeten staan? Na het aanbreken der eerste morgenschemering stonden wij van onze min aangename legerstee op en hielpen elkander de vlakke heuvels te beklimmen teneinde door beweging onze verstijfde ledematen bruikbaar te maken en daalden daarna af naar het wrak, waar wij reeds een massa met gereedschappen gewapende Chineezen ontwaarden die bezig waren van het gestrande schip alles te rooven, wat maar eenige waarde had.’ VERWOESTENDE ORKAAN De schipbreukelingen konden niets van het wrak redden. Zelfs geen aangespoelde kledingstukken. Ze werden met geweld bij het wrak weggejaagd en waren hun leven op het eiland niet zeker. Ze verlieten de plek des onheils en kwamen al snel enige lotgenoten tegen. ‘Nog niet ver gevorderd zijnde ontmoetten wij de equipage van het Russische fregatschip ‘Vistula’ 38 man sterk welk schip ook op de klippen verbrijzeld was. Deze hadden eenige wapens en kleederen gered welke laatste zij broederlijk met ons deelden. Ik besloot in overleg met de kommandeerende officier (de kapitein was niet aan boord geweest) gezamelijk onze tocht voort te zetten, toen zich nog 12 man van een Portugeesch schip bij ons voegden, die in ’t zelfde lot verkeerden. In onze verwachting teleurgesteld spoedig booten of een bewoonde plaats te vinden, dwongen wij een ons tegenkomende Chinees tot dat einde onze gids te zijn onder wiens geleide wij dan ook des namiddags twee uur zeer vermoeid in een volkrijke plaats op de Zuidpunt van het Caho eiland aankwamen.’ Daar aangekomen werd al snel duidelijk welke ver- woesting de orkaan in de stad had aangericht. ‘Bij het aankomen alhier stonden wij verbaasd over de vele ongelukken die ook hier gebeurd waren. De bin- nenhaven, die nogal uitgestrekt mag heeten was ge- heel versperd door gezonken Chineesche vaartuigen wier lading meest bestond uit passagiers (Chineesche koelies) die pas van plaatsen aan de kust aangeko- men, hunne levende lading in de ter reede liggende groote scheepen zouden overschepen en nu van het grootste gedeelte in de diepte verdwenen waren. Ook de Portugeesche plaatselijke oorlogschepen en stoombooten waren in een ontredderde toestand. In de stad zelf was het niet beter gesteld. Het eerste huis dat wij bij ons aan wal stappen passeerden was een prachtige pas gebouwde Chineesche tempel die ge- heel ingestort en waaronder ruim tachtig menschen bedolven waren, en zoo waren er verscheidene straten die geheel versperd waren door de ingestorte huizen. Soms zag men hier een hand, daar een voet, en ginder een hoofd onder de ruïnes vandaan steken.’ SCHIPBREUK VAN DE BARK ‘GUNVOR’ IN 1912 MACAU NA DE ORKAAN VAN 1874, DUS TWEE JAAR NA DIE VAN KEES HOEKSTRA BRON:STATELIBRARYOFQUEENSLANDBRON:BLOGMACAUANTIGO
  10. 10. 11 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS EEN WRAK VAN 14 DOLLAR Aan het eind van de middag bereikten de schipbreukelingen Macau. De volgende dag keerde Hoekstra met een gewapende macht terug naar het wrak om te zien of er nog iets te redden was. ‘Gezien hebbende dat ze reeds de aan het strand geslagen gedeelten van het wrak ontdaan hadden van ’t koper, ijzeren en koperen bouten, de masten van ’t tuig en in één woord alles van waarde hadden weggeroofd en het gevaarlijk zou zijn daar des nachts, ook met de gewapende macht te verblijven en er geen zekerheid bestond of de kosten van berging de waarde van het geredde niet zouden te boven gaan, besloot in overleg met een Con- sul om het wrak met toebehoren zooals het daar was liggende publiek te verkoopen. Wij vonden nog vijf lijken van onze vermiste kameraden dierlijk misvormd en door de Chineezen reeds van alle kleederen ontdaan, zoo dat wij ze slechts ternaauwe noch als onze schepelingen konden herkennen. Na de noodige publicatie in Chineesche, Portugeesche en Engelsche talen werd het wrak en toebehooren na twee malen geveild te zijn aan de meest biedende verkocht voor de bespottelijke prijs van $14 (veertien dollars). De daarop volgenden dag trok ik nogmaals naar de plaats des ongeluks onder gewapend escorte om de ongelukkige drenkelingen te begraven. Daar de daar aan- wezige Chineezen ons hierbij wilden molesteeren moest de politie een goed gebruik van hunne wapenen, teneinde dit te kunnen bewerkstelligen, en konden we slechts in allerijl een gat graven, waar wij de reeds ver ontbonden lijken met moeite tusschen de klippen uitgehaald in stopten. Een treurig oogenblik voorwaar! En hoe treurig dat men bij het bewijzen dezer laatste eer wegens de barbaarschheid van de menschen dit slechts ter halve konden doen. Tot zoover dit verhaal.’ EEN WARE WERELDREIZIGER Enkele weken later brak een opstand uit in Macau. Het gezag van de Portugezen werd bedreigd en als antwoord werden extra troepen ge- stuurd. Ze reisden per stoomschip en namen de nieuwe route door het Suezkanaal. De Chinezen komen er niet goed vanaf in Hoekstra’s ver- haal. Hoekstra toont zich echter een ware wereldreiziger en vindt Euro- peanen op dat gebied allerminst superieur. Volgens Hoekstra werden schipbreukelingen op de Nederlandse kusten ook niet altijd goed be- handeld. Daarnaast had de haat van de Chinezen volgens Hoekstra alles te maken met de vernederende wijze waarop Groot-Brittannië hun land had onderworpen na de laatste Opiumoorlog, die nog maar in 1860 was beëindigd. Er was toen een verdrag gesloten en een van de bepalingen was dat Britse zendelingen overal in China vrij mochten reizen. ‘Zouden de zendelingen van de verschillende Christelijke genootschappen in dezen ook nuttiger kunnen zijn, dan aan dat onbeschaafd volkje hunne sterk tegen elkander indruischende dogmatische stellingen te verkon- digen, en hun van hunne gewone [?] onschuldige menschen afkeurig te maken. Het is toch hierdoor dat er in China vooral herhaaldelijk oproerige bewegingen komen, waarbij het leven van al wat vreemdeling is bedreigd wordt en zeker is het toch niet geschikt om de wezenlijke harmonie tus- schen ons en hun als kinderen van een en dezelfde vader te bewerken.’ Kornelis Hoekstra bleef tot 1883 actief als kapitein op de grote vaart. Hij verhuisde later met zijn vrouw Iefke Feenstra naar Haarlem waar hij op 13 juli 1907 overleed. BRONNEN - Verhaal van de schipbreuk door hem zelf ondervonden en opgemaakt van de te houden lezing, gehouden door Kapitein J. Hoekstra in de kerk te Holwerd. Collectie Fries Scheepvaartmuseum, H-003. - Noord-Hollands Archief, toegang 391: inventarisnummer 8-87, Registers van schepelingen, 1834-1815. - Genealogische gegevens via Allefriezen.nl Met dank aan Henriette Adema en Hans Zijlstra voor hun speur- en fotografeerwerk. BEMANNING VAN DE ROLINE MARIA Kornelis Hoekstra - gezagvoerder, uit Holwerd Jan Hendrik Mevius - eerste stuurman, uit Amsterdam Sjoerd Gerbens Pot - tweede stuurman, uit Joure Dirk/Diederik Duijndam - zeilmaker uit Noordwijk Gerrit Eeuwes de Vries - kok, van Ameland Herman Braun Julius Berg Jacob Brouwhamer GRAF VAN KORNELIS HOEKSTRA IN HAARLEM Jacob Bulterman - van Terschelling (?) Barend van Dijk / Dyk Friedrich / Jarich (?) Wilhelm Faber Carl Fischer Carel Larsson Jörgen Olsen August Sudbeek Franz Thal FOTO:PAULHOOGERWERF
  11. 11. 12 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS INLEIDING Tijdens de zware storm van 28 oktober 2013 stortte het bedrijfsgedeelte van deze boerderij op buurt- schap Wie onder het dorp Nes gedeeltelijk in; het bovenste gedeelte van het dak viel in z’n geheel naar binnen. Omdat de ‘romp’ van de boerderij nog maar weinig werd gebruikt, was realisatie van ver- of nieuwbouw financieel niet gemakkelijk. Toch is het de bewoners Paulus en Minke Mollema-van der Wagen gelukt en is de boerderij als een feniks uit haar as herrezen. Tijd om eens in de geschiedenis van de boerderij te duiken. TERREINVERKENNING De naam ‘Wie’ wordt uitsluitend gebruikt voor de boerderij aan de Wiesterwei 17 onder Nes. Toch worden er onder ‘Wiesters’ (Nessemers spreken die naam uit als Wjisters) alle mensen begrepen die in de uitspringende zuidwesthoek van het dorpsge- bied van Nes wonen: de buurtschap Wie. Kaartje kadasternummers: [1] Op het kaartje de bewoners van A413 (de boerderij Wie) tot aan A712, maar A729 ‘De Gouden Leeuw’ hoort rechtstreeks onder het dorp Nes. Wie komt voor het eerst voor in 1439 als ‘Hwe’, in later tijd is dat meest Hwee of Wee. De naam kan verklaard worden als een samentrekking van ‘weide’, maar de meest gebruikte verklaring is toch dat Wie gewoon wier = terp betekent, al is het mogelijk dat de vorm ‘Hee’ duidt op het door de Vikingen veel gebruikte heide = haven; dat zou op een ontstaan in de negende eeuw kunnen wijzen. Naast de huidige boerderij Wie is er nog een boerderij overgebleven op de terp Wie: Wobma of Watt State (A 410), terwijl de boerderij op A692 intussen afgebroken is. Het huis op het perceel tussen A692 en A700 was de vierde boerderij op Wie, later werd het een arbeidershuis dat in 1985- 86 door brand werd verwoest. Nog niet zo lang geleden is het overgeble- ven hok afgebroken en eind 2015 vervangen door een keurig schuurtje. YN‘E HOCHT De grond op Wie is aan de zware kant, vooral de kant uit naar de Pae- sens toe. De hoeveelheid klei is er veel dikker dan bijvoorbeeld in het gebied tussen Wierum en Wie, beter bekend als ‘Yn ‘e Hocht’. Deze zware grond is verklaarbaar, gezien vanuit het stroomgebied van de Paesens: de meegevoerde zware korrels zakten het eerst op de bodem, de lich- tere (zand)korrels raakten pas verderop, waar het water stilstond, op de bodem. Deze zavelige, lichtere grond is beter te bewerken en daarom is de grond in de Hocht het beste van de hele omgeving. Kaartje gebied Dongeradeel: [2] Lichtgekleurd het stroomgebied van de blauwe Paesens, rode cirkels bestaande terpen, open cirkels later opgeworpen terpen. Door de heersende zeestroom is dit gebied vanaf het noordwesten (Ternaard) naar het oosten (Anjum) toe aangeslibd; de bewoning hield daarmee gelijke tred. (W = Wie). BOERDERIJ WIE TE NES door REINDER TOLSMA r.tolsma01@knid.nl Dokkum Anjum Ternaard Holwerd Bornwird W Paesens BOERDERIJ WIE ONDER NES KADASTERNUMMERS PERCELEN EN BOERDERIJ WIE ONDER NES DONGERADEEL ROND 100 NA CHRISTUS FOTO:REINDERTOLSMA BRON:STADENLANDEBERTWESTERINKBRON:NESINDOARPYN‘EDONGERADIELEN
  12. 12. 13 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS AANLEG EERSTE DIJKEN De zich vanuit Ternaard oostwaarts uitstekende schoorwal op het kaartje geeft ook een verklaring voor de dorpsnaam Nes, want Nes betekent‘vooruitstekende punt’. De toren van Nes moet rond 1200 gebouwd zijn, dus de hier aangelegde dijken zijn waarschijnlijk nog ouder. Vastgesteld kan worden dat Wie het oudste gedeelte van het Nessemer dorpsgebied uitmaakt, dat al in de vroege middel- eeuwen bewoond zal zijn. Rond 1200 raakte ook de omgeving bewoond. Het ontstaan van Klaarkamp in 1165 (vóór 1163 moet daar al een monnikengemeenschap geweest zijn) past hier goed in, want als aangenomen mag worden dat de monniken meewerkten aan het ontstaan van de eerste zeedijken, dan kan dat al voor 1200 geweest zijn. De kloosters hadden veel bezit- tingen in Nes. Zo was de grond van de vier boerderijen op Wie vrijwel geheel in het bezit van klooster Sion. Dat wijst erop dat de kloosters waarschijnlijk een‘vinger in de pap’hadden bij de dijkbouw. WIE IN DE KLOOSTERTIJD Toen de dijken er eenmaal lagen, moesten ze ook onderhouden worden en dat was de taak van de eigenaren van het land dat door die dijken beschermd werd. Omdat de monniken veel landerijen bezaten in het dorpsgebied van Nes, moesten zij ook een groot aantal‘voeten’dijk onderhouden, gelegen tussen de monding van de Paesens en de ‘Indick’ tussen Wierum en Ternaard. Er is een oorkonde uit 1466 van het klooster Klaarkamp bewaard gebleven, waarin alle door de monniken te onder- houden stukken dijk worden beschreven.[3] In het gedeelte‘Dyt synt da Schyra monka dycken op hyara landen to Ness’worden drie boeren genoemd die op Wie wonen: Alwertsma a Hwe, Sypka to Hwe en Ghabba to Hwe. Bij de huur van hun boerderij behoorde daarom ook het onderhoud van een gedeelte dijk. De zoon van Ghabba komt in 1511, in het Register van Aanbreng, naar voren als Peter Gabbama die op zijn boerderij van 92 pondemaat er 78 van het klooster huurt. De andere boeren die dan op Wie wonen zijn: Melle to Hwee, die 97 van de 106 pon- demaat die zijn boerderij groot is van het klooster huurt; Sijd to Hwe, een kleine boer die 7½ pondemaat huurt van Tiepke te Huwee; Lijoppe to Hwe, boer op Wie, die zijn gehele boerderij van 74 pondemaat huurt van het klooster. Dat klooster is in dit geval het nonnenklooster Sion in Niawier, een dochterklooster van Klaarkamp onder Rinsumageest. Lijoppe moest van zijn 74 pondemaat ‘elck 5 voet dick’ onderhouden, dus ongeveer 125 meter zeedijk. Dat betalen in natura was in die tijd heel gewoon. Zo moest Dirck, een opvolger van Lijoppe op Wie, in 1580 behoorlijk aan de bak voor de nonnen. Dat staat in het Register van de landerijen van klooster Sion als volgt beschreven: ‘Bauck, de weduwe van salige Thomas, welcke hefft een man genomen over V offte VI jaer buten costen(?) genaempt Dirck. Disse hefft LXXIIII po. ende geefft XL golt gl met een marschip suvels, een fet swyn ende haelt VII foer torffs’ BOERDERIJ WIE IN 2013 REGISTER VAN DE LANDERIJEN VAN KLOOSTER SION  1580 FOTO:REINDERTOLSMA BRON:ARCHIEFKLOOSTERSIONTRESOAR
  13. 13. Uit het bewaard gebleven rekenboek van Sion 1564-1580 valt op te maken dat Thomas in 1572 is overleden, want in 1574 sluit het klooster een akkoord met de weduwe Bauck Harmens om een rest van de pacht over 1572 te betalen en krijgt zij (vanwege de omstandigheden?) korting op de pachtprijs van de jaren 1573 en 1574. Omdat van Baukje in 1580 gezegd wordt dat zij ‘voor vijf of zes jaren’ opnieuw getrouwd is, zal zij niet lang alleen geboerd hebben! Het klooster Sion had eigen venen in Akkerwoude[4] en boer Dirk, de tweede echtgenoot van Bauck Harmens, moest daar dus met paard en wagen heen om zeven wagens geladen met turf vandaar naar Niawier te brengen, een hele onderneming. Boer Dirk moest ook een maarschip zuivel betalen: 300 pond boter en 300 pond kaas. Dat betekent dat er toch voldoende weiland op Wie geweest moet zijn voor de koeien (en de varkens), in ieder geval meer dan tegenwoordig, nu er vrijwel alleen bouwland is. Daarnaast hadden de boeren op Wie toen mogelijk al weiland in bezit in de zogenaamde Berchhuystera Meeden, tussen Bollingawier en Berghuizen in het dorpsgebied van Oosternijkerk; in later tijd is dat zeker het geval. Ook het feit dat de boer op Wie voor het 1/4 deel verantwoordelijk was voor het onderhoud van de brug over de Paesens bij Bollingawier, wijst in die richting. 1580 is ook het jaar dat de Staten van Friesland de roomse religie verbieden en al het kloosterland confisqueren. De registratie van dat kloosterland levert nog een paar namen op van boeren op Wie. Pieter Benedictus moet in 1592 ‘tot geschenck thien golt gls’ betalen boven de 44 goudguldens die hij voor zijn 70 pondemaat (74 is doorgehaald, blijkbaar is er 4 pondemaat ‘verdwenen’) elk jaar moet opbrengen. In 1606 betaalt dezelfde Pieter al 91 guldens en daarna komt hij in de boeken niet meer voor. Lieuwe Feijeszn tot Wee is zijn opvolger die in 1618 voor het eerst genoemd wordt en meemaakt dat de boerderij door de Staten verkocht wordt. WIE IN PARTICULIERE HANDEN Na 1624 verkopen de Staten van Friesland steeds meer kloosterland, eerst nog wat losse stukken, maar tussen 1638 en 1644 worden ook complete boerderijen verkocht, zo ook Wie. Helaas is de koopakte niet teruggevonden, maar de verkoop moet voor 1640 hebben plaatsgevonden, want in het Stemkohier van 1640 staat: ‘Stem 12. Wie, Sjoerd Wybes cum.soc. (en de zijnen) eigenaar, Anna, Lieuwe Feijes weduwe gebruiker’ Bij de toewijzing van de nieuwe florenen in 1644 staat de boerderij als volgt beschreven: ‘De sate landts by Lieuwe Feijes gebruyckt, zijnde de 41e op ’t Billet, sal hoeden en dragen met drie pondematen eyghen Landt 22 florenen’. Helemaal klopt deze registratie niet, want al in 1640 wordt de weduwe van Lieuwe Feijes genoemd, maar misschien grijpt de toewijzing van 1644 terug op een oudere situatie. Wie die ‘en de zijnen’ van Sjoerd Wybes zijn, is niet duidelijk, want nadat ze in 1684 in het oudst beschikbare floreenkohier van Westdongeradeel nog eens genoemd worden, zijn ze in 1685 verdwenen en (gedeeltelijk?) vervangen door : Sjoerd Tjerks Westerhuis van Leeuwarden, 22 pondemaat Notaris Groenwolt NU van Dokkum, 22 pondemaat Jan Knol van Emden, 44 pondemaat Gebruiker van Wie is dan Hessel Idses, maar dat zal niet lang zo geweest zijn, want al gauw wordt Ja- cob Idses (een broer?) genoemd. Deze Jacob Idses (Banga) staat vermeld op de kerkklok van Nes: ‘Petrus Over Ney me fecit Leovardiae Anno 1686. Gos- se Gerrits rechter en ontfanger alsmede kerckvooght en Jacob Idses diicksgedepoteerde en oock mede kerckvooght tot Nes in West Dongeradeel’ Jacob Idses koopt in 1691 als ‘rechter ende ontfanger van den dorpe Nes’ het 1/12 deel van de ‘zate ende landengenaemtWie’,vooreenbedrag van120 gulden van Ds. Henricq Harkens ‘dienaer des goddelycken woords te Zuiderland en Ockjen Harkens syn suster’. De rest van de 88 pondemaat grote boerderij is in handen van Sioerdt Riencks cum suis. Dat gedeelde eigendom zal vanaf 1640 tot na 1800 steeds het geval zijn: de boer op Wie moest pacht betalen aan verschillende eigenaren, die door aankoop of erfenis een gedeelte in bezit hadden. De boer zelf hoort ook altijd bij die eigenaren, maar wat Jacob Idses betreft duurde dat niet lang, want nadat hij nog een paar keer in de recesboeken voorkomt, wordt zijn wedu- we in 1700 als (mede)eigenaresse en gebruikster genoemd: ‘Jacob Idses wed: cum sociis als Eigenaers van haer bewoonde plaets groot 88 pondten, de herewegh ten oosten, de Paesens ten zuiden de Edle heer Tiaerd van Aijlva ten westen, beswaert met drie en twintigh florenen-23-0-0.’ 14 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS FLOREENKOHIER VAN WESTDONGERADEEL - 1700 FLOREENKOHIER VAN WESTDONGERADEEL - 1685 FOTO’S:REINDERTOLSMA
  14. 14. 15 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS REËEL & SPECIEKOHIEREN Na 1700 komen er meer gegevens beschikbaar over de bedrijfsvoering op Wie als er ieder jaar reëel- (na 1711) en speciekohieren (na 1748) worden opgemaakt. Reëelkohieren vermelden de belasting op de huurwaarde en de speciekohieren vijf verschillende belastingen: op de aantallen schoorstenen, hoofden, runderen, paarden en de pondematen bezaaid land. Zo weten we dat Ids Jacobs als erfgenaam van zijn moeder in 1725 een huurwaarde van 220 carolusgulden op de boerderij heeft staan; een groot gedeelte daarvan zal hij aan de verschillende eigenaren hebben moeten afdragen. Dat was nog niet zo gemakkelijk, want de weduwe van notaris Groenwold bijvoorbeeld woonde helemaal in Vorden in de Achterhoek. Maar mis- schien had zij een vertegenwoordiger in de buurt van Nes die de zaak kon afhandelen. De ‘affcoop’ van de boerderij bedroeg in datzelfde jaar 2320 goudgulden. Met afkoop wordt bedoeld dat de huurder de boerderij voor dat bedrag gekocht heeft en wanneer hij van de boerderij af gaat, hij dat bedrag van de verhuurders terug kan vorderen. Dat zal in dit geval best lastig geweest zijn met die verschillende eigenaren; mogelijk dat daarom in het kohier van 1729 staat opgetekend: ‘Bruiker heeft de huisinge nu alleen op verslimmeringhe ofte verbeteringhe, sonder geld. En de huyr is gelijk aen vorige jaren.’ Daarmee wordt bedoeld dat de boerderij bij het begin van de pacht wordt getaxeerd en aan het eind van de huurperiode weer, waarna de pachter geld moet betalen als de waarde van het gebouw is achteruit gegaan en kan beuren als hij het gebouw goed heeft onderhouden en daardoor meer waard is geworden. Na 1744 verandert het al weer als de ‘reparatie tot laste van de eijgenaers’ wordt gerekend. Het is de tijd dat er eigenlijk maar twee eigenaars zijn, Pyter Pyters Posthumus van Nes heeft 7/12 in handen en Albert, Douwe en Trijntje Douwes samen als erfgenamen van hun vader Douwe Douwes van Metslawier 5/12. Hieruit blijkt dat boer Jan Jacobs zelf geen eigendom meer in de (administratieve) boerderij nummer 12 heeft. Hij kan echter best losse landen in bezit hebben, die hij bij zijn bedrijf gebruikt, immers zoals hierboven opgemerkt, is bekend dat bij de boerderij ook steeds weilanden werden gebruikt in de mieden van Bollingawier op Berghuizen. In 1749, als het quotisatiekohier wordt opgemaakt, is Gerrit Pytters boer op Wie. Hij is lid van de in de Dongeradelen invloed- rijke familie Heeringa. Hij staat als volgt genoteerd: de belasting die Gerrit Pyyters, ‘een boer gequalificeert’, moet betalen be- draagt 60 gulden, 12 stuivers en 4 penningen. Zijn gezin bestaat uit 3 personen boven de 12 jaar en 1 persoon daaronder. Wat de te betalen belasting betreft, zijn er in Nes slechts 5 personen die meer moeten betalen. Op het bedrijf zijn dan 3 koeien en 1 rier, waarnaast er 6 paarden zijn die de 58 pondemaat bouwland moeten bewerken. Die drie koeien lijken wat weinig voor een boerderij van 92 pondemaat, maar Gerrit heeft ook te maken gehad met de in die jaren meerdere keren voorkomende veepest. Zo verliest hij in 1745 maar liefst drie koeien en twee hokkelingen aan deze ziekte en moet hij zijn beslag koeien weer opnieuw opbouwen.[5] FAMILIE WIERSTRA Na de dood van Gerrit Pytters komt er een aantal pachters, waarna er in 1778 meer vastigheid komt met Tjepke Wierds die lange tijd op Wie zal boeren en stukje bij beetje de hele boerderij zal verwerven. Bij zijn aantreden waren er zeven verschillende eigenaars van wie sommigen 7/48 en andere 5/36 deel in bezit hadden. Tjepke Wierds is 30 jaar, trouwt in datzelfde jaar 1778 en komt van Oosternijkerk, waar zijn vader koopman en boer was op de boerderij Heerema. Broer Douwe Wierds komt op de familieboerderij en diens nakomelingen nemen later als familienaam ‘Heerma’aan en leveren onder anderen de bekende staatsman Enneüs Heerma op. Tjepke erft f 1000,- en daarmee wordt hij boer op Wie; hij kiest later als familienaam‘Wierstra’, afgeleid van de door hem bewoonde boerderij Wie. Intussen is de huurwaarde van de boerderij Wie in de 18e eeuw flink gestegen: van 220 carolusgulden in 1717 naar 726 carolus- gulden in 1794, maar Tjepke moet ook nog de landsflorenen van 138 carolusgulden betalen, de deelskosten van 6 gulden en de dijksflorenen van 78 carolusgulden, waardoor de totale huurlasten maar liefst 949-17-14 bedragen! Het is bekend dat tegen 1800 een bloeitijd van de landbouw aanbreekt, aangewakkerd door het door de Fransen ingevoerde continentale stelsel, waardoor er van handel met het buitenland (Engeland vooral) vrijwel geen sprake meer is en alle producten van vaderlandse bodem moeten komen. De prijzen stijgen daardoor en de landeigenaar kan weer meer pacht vragen. Met boer Tjepke gaat het ook goed, want hij begint stukje bij beetje grond bij ‘zijn’ boerderij op te kopen. In 1806 betaalt hij f 2600 voor het 1/7 deel, in 1807 is dat al f 3000 voor nog eens het 1/7 geworden en een grote aankoop in datzelfde jaar van 25 pondemaat kost maar liefst f 17.000, maar daar zit ook nog eens 32 pondemaat bij van een andere boerderij op Wie. Tjepke kan dit bedrag niet ineens ophoesten, maar gaat een lening aan voor dat grote bedrag. Hij is duidelijk kredietwaardig! Het begint erop te lijken dat boer Tjepke grote plannen heeft: de boerderij Wie in zijn bezit krijgen plus een andere boerderij op Wie; hij wil zijn zes kinderen iets groots nalaten. Maar dan komt hij in 1825 te overlijden en moet zijn weduwe Dieuwke Pieters verder met haar kinderen. Zij sterft vrij spoedig daarna in 1829 en dan blijken de lasten voor de kinderen te groot en wordt in 1830 de boerderij Wie en nog wat andere bezittingen in maar liefst 35 percelen verkocht voor f 25.800. Er wordt boel- goed gehouden en zoon Wierd Tjepkes en zijn nog niet getrouwde zusters boeren verder op de andere boerderij, eigenlijk meer een gardenierswoning, gezien de omstandigheid datWierdTjepkes later als gardenier te boek staat, die door hun vader is aangekocht (nr. 77 stemkohier, de nrs B 692, 693 zie het kaartje hiervoor). De ongetrouwde Wierd en zijn eveneens ongetrouw- de zuster Pietrik zullen hier hun verdere leven blijven wonen. Tjepke overlijdt in 1865, Pietrik in 1878. tijdvanpruikenenrevoluties
  15. 15. 16 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS EEN DOMINEE WORDT EIGENAAR Dominee Sieds van Kleffens, predikant te Nes en Wierum, koopt 23 percelen van Wie op. Samuël Huizinga, daarvoor garde- nier in Nes, wordt de nieuwe boer op de grote boerderij met daarbij nog iets meer dan 55 pondemaat land. Hij zal er bijna 30 jaar boeren. Zijn zoon krijgt niet de kans om zijn vader op te volgen, want als Van Kleffens in 1859 als emeritus predikant te Dokkum sterft, blijkt dat Huizinga elk jaar f 1000 boven de kosten aan pacht moet betalen, maar ook dat hij daarmee achter is. De erfgenamen Van Klef- fens willen hem niet meer als boer en er volgt weer een boelgoed, waarna Samuël Huizinga het veld moet ruimen en plaatsmaken voor Kornelis Dirks Hartmans. Daarmee komt voor het eerst een lid van deze invloedrijke boerenfamilie in de Dongeradelen op Wie terecht, maar de banden met Wie zijn er al van veel eerder.[6] FAMILIE HARTMANS EN WIE Zo was Dirk Harts Hartmans via zijn vrouw Adriaantje Cornelis Heeringa in 1788 voor 7/144 deel eigenaar van Wie en in 1794 door vererving al voor 1/3 deel. Diens zoon Hartman Dirks Hartmans heeft waarschijnlijk rond 1808 een gedeelte van de landerijen gebruikt onder zijn andere boerderij in Nes (De Nieuwe Hocht). In 1859 kwam Kornelis Dirks Hartmans dus met zijn vrouw Antje Jacobs Sinia naar Wie, waarna Hartmans al gauw benoemd werd tot dijksgedeputeerde. Helaas stierf hij al snel in 1865, waarna er in 1866 een boelgoed volgde en weduwe Antje Sinia naar Oosternijkerk verhuisde met haar vijfjarig zoontje (ook Kornelis Dirks Hartmans zelf had zijn vader op 5-jarige leeftijd verloren!) en tweejarig dochtertje. Het eigendom van de boerderij kwam door vererving uit de Van Kleffens-familie (met een totaal kapitaal van f 390.812 !) in z’n geheel bij Antje en later bij haar kinderen terecht. Haar gezin verhuisde via Groningen naar Dedemsvaart, waar zoon Dirk Kornelis een huisartsenpraktijk had.Tot in de zestiger jaren van de 20-ste eeuw bleven leden van deze familie Hartmans eigenaar van Wie. Door het verdwijnen van de eigenaars naar elders verscheen er weer een aantal pachters op Wie. De eerste was Tjalling Eelkes Idsardi.[7] Auke P. Faber en Oege Bou- wes Bergmans volgden hem op. Bergmans was van 1879-1886 boer op Wie, maar trof het bijzonder slecht door de landbouwcrisis van die jaren. Tijdens deze jaren zijn de oogsten ook nog eens slecht. ‘Alles wat de ‘Oege-trije’ oan fruchten jout, kin op ien wein’, schrijft Boelens (1) en ook: ‘De boer op Wie is yn fiif jier earm: alles kwyt en 30 pm eigen lân derby ynsketten’. Bergmans moet Wie verlaten en kan nog net een kleine boerderij onder Paesens bemachtigen. De nieuwe boer wordt Jan Hedzers van der Kooi, die getrouwd is met Aaltje Sinia, familielid van de landeigenares Antje Hartmans-Sinia. Hun zoon Gerrit van der Kooi (ze hadden ook acht dochters!) zal na de dood van zijn vader in 1908 nog lange jaren boer zijn op Wie. Was zijn vader diaken in de eerste kerkenraad van de Gereformeerde Kerkgemeente van Nes en Wierum in juli 1887 en voorvechter van christelijk onderwijs, Gerrit schopte het tot wethouder in de gemeente Westdongeradeel. Hij werd op 12 januari 1938 het slachtoffer van een brutale roofoverval, waarover de Nieuwe Dockumer Courant twee dagen later het volgende schreef: ‘Roofoverval te Nes (W.-D.) op wethouder Van der Kooi. De landelijke omgeving van Nes en Wierum, die als het ware wordt gekarakteriseerd door vredige rust, was Donderdagmorgen in groote beroering door het gerucht dat den vorigen avond een roofoverval (er werd zelfs gesproken van een moordaanslag) was gepleegd op wethouder G. van der Kooi. Het gerucht bleek maar al te waar. De heer Van der Kooi had zich Woensdagavond omstreeks half tien naar de stal begeven om zijn paarden na te voederen. Plot- seling werd hij daarbij overvallen door een drietal gemaskerde kerels die hem onder bedreiging van mishandeling en moord een bedrag van f 1000 wilden afpersen. De wethouder gaf aan deze brutale sommatie geen gevolg doch trachtte de ongewen- schte indringers de stal uit te werken. Plotseling gaven de mannen aan hun bedreiging gevolg en sloegen den wethouder met ploertendooders (eigengemaakte gummistokken waaraan platen lood waren bevestigd) op het hoofd. De aangevallene werd hierdoor ernstig gewond doch bleef niettemin bij het bewustzijn. Onder voorwendsel dat hij het geld zou halen wist hij zich een eindje te verwijderen. Hij wist in dien tijd een oud jachtgeweer te bemachtigen en de indringers, meenende dat Van der Kooi op hen zou schieten, namen de vlucht.’ LEEUWARDER COURANT  30 APRIL 1859 LEEUWARDER COURANT  17 APRIL 1886 FOTO:REINDERTOLSMA
  16. 16. 17 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS BUURTSCHAP WIE MET LINKS DE CONTOUREN VAN DE BESPROKEN BOERDERIJ WIE. RECHTS DE CONTOUREN VAN WOBMA / WATT, EEN TWEEDE BOERDERIJ ALDAAR. OP DE VOORGROND DE ZWAARDERE GROND IN HET DORPSGEBIED VAN NES. DE PAESENS IS NET NIET ZICHTBAAR, MAAR STROOMT RECHTS tijd van de wereldoorlogenAls er hulp komt, wordt Van der Kooi naar het ziekenhuis in Leeuwarden gebracht voor behandeling, terwijl intussen de daders al zijn opgepakt, omdat ze zijn herkend door patrouillerende veldwachters. Ze moeten zich later dat jaar voor de rechtbank verantwoorden. Na Gerrit van der Kooi boeren vader en zoon Bauke en Piet Hoekstra nog op Wie, voordat in 2001 Paulus en Minke Mollema op de boerderij terechtkomen. BRANDEN OP WIE Dit artikel werd begonnen met de stormramp van 2013, maar deze boerderij heeft ook een aantal branden moeten doorstaan. In augustus 1897 werd de boerderij getroffen door een bliksemin- slag. ‘De schuur, waarin zich een groote hoop hooi, eene partij garst en schoongemaakt koolzaad bevond, stond in een oogenblik in volle vlam.’ De brandweer kon met veel moeite slechts een gedeelte der voorhui- zing behouden. Hoewel de inboedel verzekerd was, leed Van der Kooi grote schade, omdat het verzekerde bedrag veel te laag was. Twee jaar later, in juli 1899, werd de boerderij getroffen door hooibroei, waardoor alles verwoest werd en er een algehele nieuwbouw (met gebruik van nog bruikbare onderdelen) plaats moest vinden. Ook in december 1959 was er brand op Wie; deze keer op de zolder van de aardappelbewaarplaats, die geheel werd verwoest. Gelukkig werd de familie Hoekstra gewaarschuwd door het geblaf van hun hond, waarna de brandweer werd gewaarschuwd, die een uur later de brand al onder controle had. Waarschijnlijk was kortsluiting de oorzaak van deze brand. Ondanks al deze rampen aan boerderij en bewoners bestaat de boerderij Wie nog steeds, al is er niet meer zoveel land bij als in de gloriejaren (?) van de 18e eeuw. De familie Mollema is nu ook aangewezen op andere bronnen van inkomsten. BRONNEN [1] Nes in doarp yn ‘e Dongeradielen, Krine Boelens, 1950 [2] Als twee druppels water, het Groninger Fivelingo en het Friese Dongeradeel, Bert Westerink in: Stad en Lande 24, derde kwartaal 2015, blz. 17 e.v. [3] Oudfriese Oorkonden, P. Sipma, 1927 [4] Ald Dantumadeel. De Dokkumer Wâlden yn eardere en lettere tiid, T.E. Theunissen, 1938 [5] De Sneuper 89, blz. 242: De veepest van 1745-1746 in Westdongeradeel, Piet de Haan [6] Gegevens familie Hartmans, zie ook De Sneuper 102, 103, 104 door Pieter Hartmans [7] Tipvooronderzoekers:hetbevolkingsregistervanWestdongeradeelisopgebouwdvanuitdefamilienaam,waardooropeen- volgende bewoners van huizen moeilijk te achterhalen zijn. De registers van Hoofdelijke Omslag, vrijwel compleet van 1817 tot 1913 (er ontbreken zes jaren), geven van elk jaar de bewoners van de huizen aan; ook de vele vernummeringen zijn er mee te reconstrueren. Met dank aan Pieter Hartmans (Roden) en Arjen Dijkstra (Nes) voor hun adviezen. LOCATIE VAN HET BUURTSCHAP ‘WIE’ BIJ NES NIEUWE DOCKUMER COURANT  25 JULI 1899 FOTO:REINDERTOLSMA
  17. 17. JOODS BLOED In de Friese encyclopedie wordt vermeld dat veel (Portugese?) joden in Friesland zijn geïntegreerd door hun naam te‘verfriesen’, zoals Benninga, Daitsma, Drielsma, Fritsma, Friesema, Hornstra, Leefsma, Oostra, Turksma, Woudstra, Van Workum, Van Staveren, De Vries en De Jong. De naam Van Kuiken komt in dit lijstje niet voor, maar mijn oom Jelle beweerde dat ook onze familie joods bloed zou hebben. Van Balling van Kuiken, geboren 21 oktober 1927, overleden 1 juli 1992, kreeg ik jaren geleden de genealogie van Van Kuiken, die begint met Jan Everts, geboren 1730, getrouwd met Lieukje Tjerks, geboren 1735. Eerdere ge- gevens zijn er niet. Mijn pake Jan Jelles van Kuiken, geboren 21 juli 1876 in Nes, overleden 28 november 1951 in Wierum, trouwde in 1898 met Jantje Minnema, geboren 23 maart 1879 in Nes, overleden 1 augustus 1956 in Wierum. Ze kregen zes kinderen: 1. Jelle geboren 20 mei 1902, overleden 19 april 1994 2. Joukje geboren 23 september 1903, overleden 12 januari 1993 3. Sijke, geboren 19 augustus, 1905, overleden 11 juni 1985 4. Renske geboren 20 juli 1908, overleden 28 december 1979 (moeder) 5. Jan Minne geboren 30 september 1912, overleden 11 december 1987 6. Betske geboren 26 december 1916, overleden 22 juli 1996. Misschien gaat mijn fantasie met mij op de loop, maar door bepaalde eigenschappen kan ik de redenering van oom Jelle wel volgen. Om te beginnen uiterlijke trekken. Zie bijvoorbeeld de foto’s hieronder. Dan is er nog een aantal joodse trekjes, zoals: a. koopmanschap. Het boerenleven was aan Pake niet besteed en in 1920 kocht hij een pandje aan de Dorpsstraat (nu Hoofd- straat 11) in Wierum en begon daar met Beppe en tante Joukje een winkel, waar (na aankoop van het aanpalende pand er- achter) na verloop van tijd geen‘nee’te koop was. Was er iets niet voorradig, dan werd het besteld en binnen de kortste keren afgeleverd. Pake bezorgde op een zware transportfiets de boodschappen, tante Joukje hielp vanaf het begin mee in de winkel (zij moest in de oorlog nog het Middenstandsdiploma halen) en nam deze later van Pake over. Handelsgeest zit ook nu nog in de genen van ons gezin, evenals b. humor c. intelligentie en d. muzikaliteit (vooral vocaal). 18 JODEN IN FRYSLÂN door JANNIE VAN DER KOOI kooi6@xs4all.nl FAMILIE VAN KUIKEN GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS JAN JELLES VAN KUIKEN & JANTJE MINNES MINNEMA VOOR HUN WINKELTJE AAN DE DORPSSTRAAT IN WIERUM JAN JELLES VAN KUIKEN JELLE VAN KUIKEN SIJKE VAN KUIKEN FOTO’S:COLLECTIEJANNIEVANDERKOOIFOTO’S:COLLECTIEJANNIEVANDERKOOI
  18. 18. 19 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS WAAR WOONDEN DE VAN KUIKENS IN NES? De naam Van Kuiken is sinds het aannemen van de achternamen in 1811 geruime tijd één van de meest voorkomende familienamen in Nes geweest. Maar waar woonden de voorouders van Jannie van der Kooi? De Van Kuikens waren meestal arbeider of gardenier en in latere tijd werden sommigen winkelier. Je vindt ze veelal terug in akten, waarbij ze grond huren. Dat is eigenlijk altijd gewoon los land. Daarmee waren ze redelijk doorsnee, want veel inwoners van Nes leefden op die manier. Toch hadden ze ook wel wat eigen grond, want er zijn ook koopaktes van landbouwgrond bekend. De Van Kuikens hebben op verschillende plaatsen gewoond. Meestal was dit in één van de huisjes op het terrein aan de noordwestkant van Nes (nu Foarstrjitte / Noarderwei). Dit werd ook wel Saarland genoemd, omdat er zoveel huisjes stonden. Dat is mooi te zien op de luchtfoto, die hier in de jaren 1930 van is gemaakt. Het stamhuis van de familie van Kuiken is het huis met tuin op Nes B 171 en B 172. Eerst woonde hier lange tijd Jan Everts van Kuiken. Hij over- leed in 1852. Jan Everts had bij diverse mensen geld geleend. Kort na zijn overlijden verkocht weduwe Betske Jelles Boersma het huis voor fl. 1800 aan Doede Doedes Doedema. De Van Kuikens bleven wel in het huis wonen. In 1855 overleed de weduwe Van Kuiken-Boersma. In 1857 bood Doedema het huis op een veiling aan. De zoons Van Kuiken (Evert, Jelle, Simon en Folkert) kochten toen het huis weer terug voor fl. 1492. Zij bleven als broers hier wonen, tot ze trouwden of overleden. Ook kwam er op het erf nog een huisje bij. Toen in 1887 Jelle Jans van Kuiken overleed, vond er weer een verkoop plaats. De huizen gingen toen over naar hun zuster Etje Jans van Kuiken, getrouwd met Willem Jans van der Meulen, de schoonmoeder van Gerben Jacobs Schreiber. Later woonden de Schreibers er. Daar- mee bleef dit huis in de familie, totdat nagenoeg alle huizen op het Saarland werden gesloopt en door de woningbouwcorporatie werden vervangen door de huidige woningen. De foto dateert van rond 1968. Overigens woonde het gezin van Jelle Jans van Kuiken sinds hun trouwen elders op het Saarland, namelijk in het huis B 1150. Daar is helaas geen goede foto van, maar in dat huis moet Jan Jelles van Kuiken geboren zijn. Jelle Jans van Kuiken was getrouwd met Sijke Dirks Osinga, de weduwe van Jan Dirks Osinga. Zij woonde hier al met haar eerste man. Het is het huis direct naast de grote schuur aan de linkerkant op de foto uit de jaren‘30. PLANNEN IN NES Jan Jelles van Kuiken heeft voor zover te achterhalen nooit met zijn gezin in Nes gewoond, al lijkt het er op, dat zij die plannen wel hebben gehad. Zij hebben namelijk tijdelijk het huis Nes B 149 in handen gehad. Dit huis was eerder ook lange tijd in gebruik als win- keltje en staat op de hoek van de Hoofdstraat en de Kaatsbuurt (Hoofdstraat 16). Wellicht hebben zij wel plannen gehad om daar in Nes ook mee te beginnen. Zij verhuurden het echter gewoon en verkochten het na een paar jaar weer in 1902. LUCHTFOTO VAN HET SAARLAND UIT DE JAREN ‘30 IN VLAK: WONING B 171  B 172 VAN JAN EVERTS VAN KUIKEN BIJ PIJL: WONING B 1150 VAN JELLE JANS KUIKEN tijdvanburgersenstoommachines WONING B 171-172 STAMHUIS VAN FAMILIE VAN KUIKEN IN HET SAARLAND TE NES FOTO:COLLECTIEARJENDIJKSTRABRON:DELPHER FOTO:COLLECTIEARJENDIJKSTRA aanvullend onderzoek door ARJEN DIJKSTRA a.dijkstra04@knid.nl
  19. 19. 20 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS AANVULLEND GENEALOGISCH ONDERZOEK door LISETTE MEINDERSMA Binnen de familie van Jannie leeft het idee dat er joods bloed door de aderen van de Van Kuikens stroomt. Waarop is de ver- onderstelling binnen de familie gebaseerd? Harde feiten zijn er niet. De oorsprong van de familie kan gevolgd worden tot circa 1730, maar dan is er niets dat wijst op een joodse oorsprong. Die oudste sporen zijn: Evert Jans van Kuiken, geboren omstreeks 1759 in Nes en overleden op 17 oktober 1826 in Nes. Hij was arbeider. Evert trouwt op 17 november 1784 in Hantumhuizen met Grietje Jacobs. Hij hertrouwt op 28 augustus 1796 in Nes metTaetske Ruurds. De ouders van Evert zijn Jan Everts, arbeider en Lieutske (?) Tjerks. Met deze Jan Everts, geboren zo rond 1730, loopt het spoor dood. De familienaam Kuiken komt in Het Bildt veel voor, maar altijd zonder ‘van’. Bij de naamsaanneming in 1811 komen we zes inschrijvingen tegen in Minnertsga (en twee in Noordwolde), maar géén in Westdongeradeel. De registers voor naamsaanne- ming van de Mairie Nes zijn namelijk niet bewaard gebleven. Nu is het heel best mogelijk dat de familie vanuit Het Bildt naar Westdongeradeel is getrokken. In Het Bildt komt de combinatie van de namen Jan en Evert een aantal keren voor en ook in combinatie met een familienaam die lijkt op Kuiken. Zo wordt op 20 mei 1666 in Vrouwenparochie gedoopt Everdt Jans Kuyck, zoon van Jan Ewerts Kuyck. Deze Jan trouwde op 2 december 1660 in Vrouwenparochie met Trijntje Walings. Jan Ewerts is mogelijk de zoon van Evert Jans Kuyck en zou dan gedoopt zijn op 18 juli 1641 in Vrouwenparochie. Naamvariaties zijn verder Ewout Jans Cuyck en Evert Jansen Kuyk. In Leeuwarden trouwt op 31 januari 1705 soldaat Jan van Kuyck, afkomstig uit Groningen, met Marijke Hoites. Over hem is geen verdere informatie gevonden. Tenslotte leefde er vanaf het begin van de 18e eeuw in Amsterdam een joodse familie met de familienaam Kuijken. Zij voeren over de hele linie joodse voornamen en er is vanuit Fryslân geen spoor naar deze familie gevonden. De naam Kuiken kan ook een toponiem zijn, dat wil zeggen een familienaam die is verbonden met een plaats. Dat zou de plaats Cuijk in het noordoosten van Noord-Brabant kunnen zijn. Wat echter ook kan is dat het een verbastering van Keuken is. In Het Bildt vond bij de inpoldering van het gebied in de 16e eeuw een grote instroom van werkkrachten plaats vanuit de westelijke provincies Holland en Zeeland. Mogelijk zijn ook de (Van) Kuikens met deze stroom naar Friesland gekomen. Wanneer we dit in gedachten nemen, dan komt de naam Keukenhof in mij op. Dit welbekende bloemenpark bij Lisse is genoemd naar het landgoed van Kasteel Keukenhof. Het Landgoed Keukenhof is ontstaan in 1642 toen er een hofstede‘Keukenhof’werd gebouwd in het keukenduin van slot Teylingen. Het keukenduin ontleent zijn naam aan het feit dat de opbrengsten van het duin- gebied zoals wild, vee en allerlei kruiden en bessen bestemd waren voor de keuken van het slot Teylingen. Bekend is dat ook uit dit gebied werkkrachten naar Het Bildt trokken. WIE IS EEN RASECHTE FRIES? door JANNIE VAN DER KOOI Toen Tante Joukje in 1989 naar De Spiker in Ternaard verhuisde, liet ze heel veel oude spullen in winkel en huis achter en hebben we er een klein museum van gemaakt. Van 1990 tot 1998 was ik beheerder van ‘Joukjes Winkeltje’ en heb ik in die jaren duizenden bezoekers gehad uit alle windstreken, die winkel en huis konden bezichtigen, koffie dronken in de woonkamer, of logeerden in de bedstee of op zolder. Uiteraard was de voertaal meestal Nederlands en dan werd mij weleens gevraagd of ik een Friezin was. ‘Rasecht’,antwoorddeikdan,maarwanneerbenjedat? Het vermeende joodse bloed daargelaten, zijn er nog andere bloedlijnen: Pake Jan van der Kooi geboren op 11 mei 1872, overleden 6 oktober 1957 in Wierum, was de zoon van Folkert Sipkes, geboren op 31 oktober 1826 in Wierum, overleden 16 maart 1881 in Wierum, en Adriana Antonius Rood, geboren op 8 januari 1833 in Kollum, overleden 11 oktober 1916 in Wierum. Haar vader Antonius Rood trouwde op 20 mei 1821 met Geeltje Felder en was de zoon van Andreas Rood, geboren in Praag als Andreas Roth, evenals zijn vader Antonius Roth. Beppe Jantje Minnes Minnema geboren 23 maart 1879, was de dochter van Joukje Hendriks Steen, geboren 23 januari 1855, overleden 13 maart 1936 in Wierum. Joukjes vader is Hendrik Lammerts Steen, geboren 8 maart 1823 in Marrum. Zijn vader is Lammert Gerrits Steen uit Nieuwehorne, die in 1811 trouwt met Joukje Hendriks Berg(s)ma. In de huwelijksakte staat vermeld dat de ouders van Lammert Gerrits zijn overleden in Schutrup, departe- ment Lippe (Detmold) en dat de familienaam eeuwen geleden Stein was. Met deze genen kom ik natuurlijk niet in het Fries stamboek, maar wie wel? Ik voel me Friezin, maar hoever moet je teruggaan om je ‘rasecht’ te kunnen noemen? JOUKJES WINKELTJE IN WIERUM 2OOO STE BEZOEKER IN JOUKJES WINKELTJE FOTO’S:COLLECTIEJANNIEVANDERKOOI
  20. 20. KOLLUMERLAND & NIEUW KRUISLAND Kollumerland en Nieuw Kruisland, zoals de gemeente officieel heet, was vroeger de vijfde grietenij van Oostergo en van oorsprong het gebied rondom het dorp Kollum (de klokslag). Tot ongeveer 1400 was Kollumerland een deel van Dantumadeel, even- als Oostbroeksterland, dat zich rond 1350 afscheidde en in 1398 voor het eerst als zelfstandig gebied wordt genoemd. Dat gebied werd gro- tendeels gevormd door de dorpen Oudwoude, Westergeest en Kol- lumerzwaag, waarna het later zal opgaan in de grietenij Kollumerland. Het Nieuw Kruisland is een in de eerste helft van de 15e eeuw ingepolderd gebied. In het begin was dat nog zelfstandig onder een eigen grietman, doch omstreeks 1578 is het met Kollumerland verenigd en komt de hui- dige naam meer in gebruik. Uit 1467 is een zegel van Kollumerland overgeleverd waarop St. Maarten, de schutspatroon van de Kollumer kerk, voorkomt. Het is in feite het zegel van Kollum, zoals het randschrift ook al aan geeft, maar zal waarschijnlijk voor het hele gebied hebben gegolden. Er schijnt nog een ouder exemplaar te zijn uit 1443, maar het is niet bekend wat er op dat zegel stond afgebeeld. Van Oostbroeksterland schijnt eveneens een zegel te zijn overgeleverd uit 1422. Ook hiervan is op dit moment niets bekend. CHRONIQUE VAN VRIESLANT Op de kaart in de Chronique van Vrieslant uit 1622, een bron van veel grietenijwapens, komt het wapen van Kollumerland niet voor, althans het wel aanwezige schild is niet ingevuld. De tot nu toe oudst bekende bron van het wapen van Kollumerland of Kollum is een zilvermerk uit het jaar 1642, dat bestaat uit een schild met een balk met daarop een ster. De eerstvolgende en meer algemene bron is Schotanus’ Beschryvinge uit 1664. Het komt in deze uitgave tweemaal voor, op de kaart van Oostergo en op de grietenijkaart. Op de eerste kaart is het wapen gearceerd als blauw met een zilveren balk en een ster van onbekende kleur, en op de tweede kaart is het wapen gearceerd als rood met een zilveren balk en een ster. Het blijft daarom dus onduidelijk wat de originele kleuren zijn geweest. We kunnen dan ook weinig waarde aan deze kleurindica- ties hechten, hoewel het natuurlijk aantrekkelijk lijkt om in het wapen op de grietenijkaart een verwijzing naar het wapen van Oostergo te zien. Voor de kleur blauw kunnen we geen afdoende verklaring geven, er van uit gaande dat deze arceringen inderdaad als heraldische kleuraanduiding bedoeld zijn geweest. Of deze verschillende arceringen er toe hebben geleid dat het wapen later in veel verschillende kleurvarianten zou worden afgebeeld is natuurlijk niet bekend. HERALDIEK WAPEN & VLAG VAN door RUDOLF J. BROERSMA tekenaar Fryske Rie foar Heraldyk KOLLUMERLAND C.A.  1  ZEGEL VAN KOLLUMERLAND  1467 BRON:VIALIBRI.NET 21 CHRONIQUE VAN VRIESLANT  WINSEMIUS 1622 LEGE WAPENSCHILD VAN KOLLUMERLAND BRON:TRESOAR/WUMKESFRIESCHEOUDHEDEN
  21. 21. VERGANEGLORIE:VERDWENENBUITENS CAMMINGHA TE FERWERT In de zomer van 1993 beschrijft de Leeuwarder Cou- rant de drie hectare grote ecologische leeftuin van Manja en Arie van Herpen als een ‘groene oase’ en een ‘lustoord’. Sinds 1983 is het echtpaar Van Her- pen bezig om op de plaats van het verdwenen slot Cammingha een tuin in te richten met verschillende soorten bomen en bloemen, die zoveel mogelijk hun eigen gang mogen gaan. Naar de verdwenen state heet deze tuin de Cammingha Hof. De familie Van Herpen legde moestuinen, wandelpaden, vijvers en bossages aan, de Hof is zo nu en dan voor het publiek toegankelijk.[1] Staatsbosbeheer heeft windsingels geplant en een gracht gegraven, gedeeltelijk over het traject van de voormalige grachten. DE FAMILIE CAMMINGHA De stamvader van deze familie, een van de vroegst vermelde en aanzienlijkste van Friesland, is waarschijnlijk rond 1050 in Blija geboren. Naar diens zoon Kempo heette de familie ook wel Kempinga. De Cammingha’s hadden al vroeg stinzen in Blija en het bekende Camminghaburen in Leeuwarden. De familie Cammingha is via kloosterkronieken en oude geschiedschrijvers redelijk goed te reconstrueren vanaf begin 12e eeuw. Rond 1400 leefde Gerrolt van Cammingha uit Ferwert. Hij was getrouwd met Hack van Cammingha van Cambuur. Hun dochter Wick trouwde met Tako Cammingha uit Ferwert, verwant in de vierde graad van haar vader Gerrolt. Gerrolt hield het in de Friese vrijheidsstrijd tegen de Hollandse graaf Albrecht van Beieren met de Hollanders. Hij waarschuwde de manschappen van de graaf bijvoorbeeld door het aansteken van grote vuren voor de in een hinderlaag liggende Friezen. Zijn Camminghaburen in Leeuwarden was een belangrijk Hollands steunpunt. Hij werd in 1399 voor zijn steun rijkelijk beloond met het leenheerschap van Leeuwarden,Wirdum, Stiens en Ferwert ‘met de giften der kerken, met wind en molen, tienden, visscherijen, breuken, boeten vervallen en toebehoren’. Rond deze tijd zou de stins Cammingha in Ferwert gesticht zijn. Toen echter de Hollan- ders werden verjaagd, moest ook Gerrolt het veld ruimen. MOCKEMA & SJUXMA Nadat verschillende leden van de familie Cammingha de state in de 15e eeuw bewoonden, kwam de state in handen van de familie Mockema. In 1511 was Gerbrand Mockema de bewoner van ‘Kammyngen guedt to Ferwert’. Hij was een fervent tegen- stander van de hertog van Saksen, samen met zijn dorpsgenoot Gemme Herjuwsma. Dat zinde de Saksen niet en om deze twee tegenstanders in verlegenheid te brengen, huurden ze verklikkers in die verklaarden dat Mockema en Herjuwsma een complot met de graaf van Ostfriesland tegen de Saksen hadden gesmeed. De beide mannen werden opgepakt, net zolang gemarteld tot ze bekenden, waarna ze in 1512 werden onthoofd. Door een huwelijk met de zuster van Gerbrand (Rints) kwam de state in het bezit van de Sjuxma’s. In 1540 was Abe Sjuxma heer van Cammingha en grietman van Ferwerderadeel. In zijn tijd verscheen weken achtereen een grote roofvogel op het kruis van de toren in Ferwert, hetgeen de bevolking grote angst inboezemde: het zou een voorteken zijn van een grote ramp. De grietman bedacht een list. Hij liet alle inwoners oproepen om naar het kerkhof te komen. Daar moesten ze allemaal tegelijk schreeuwen en lawaaimaken. De vogel verdween om nooit meer terug te komen! Sjuxma moet toen hebben gezegd: ‘Better yen wohey as ’t fiif krjuessen alle dey.’ (Veel lawaai maken helpt meer dan lijdzaam toezien met gevouwen handen).[2] Een achternicht van Abe Sjuxma, Womck van Mockema, zou de state geërfd hebben en woonde er rond 1600 met haar man, Roeland van Achelen, grietman van Dantumadeel. Hij zou rond 1600 ‘een plantage’ bij de state hebben aangelegd. Womck van Unia, kleindochter van Roeland van Achelen, was in 1640 eigenaresse. 22 TITEL CAMMINGHA TE FERWERT door REINDER TOLSMA r.tolsma01@knid.nl CAMMINGHA STATE  KLAES POSTHUMA, NAAR TEKENING VAN J. STELLINGWERF  1721 VERGANE GLORIE In middeleeuws Friesland stonden meer dan 600‘stinzen’, verdedigbare stenen huizen. Het waren de steunpuntenvoordeFriesehoofdelingen.Demeestestinzenverdwenenindeloopdereeuwen,eenenkelewerduitgebouwd tot een adellijke buitenplaats. Daarvan zijn er in Noordoost-Fryslân nog een paar over, o.a. De Schierstins te Feanwâlden en Rinsma State te Driezum. Deze reeks beschrijft in het kort de lotgevallen van een aantal verdwenen buitenplaatsen. FOTO:LISETTEMEINDERSMA VERGANE GLORIE: VERDWENEN BUITENS
  22. 22. 23 VERGANEGLORIE:VERDWENENBUITENS tijd van regenten en vorsten VAN BURUM & VEGELIN VAN CLAERBERGEN AllardvanBurum,vanaf1710eigenaar,wasafkomstiguiteenLeeuwarder patriciërsfamilie. Door het aankopen van stemmen trachtte hij hogerop te komen en met hulp van andere regenten lukte het hem om grietman van Doniawerstal te worden. Hij verkocht dat ambt later aan zijn schoonzoon Johan Vegelin van Claerbergen en werd zelf in 1722 grietman van Fer- werderadeel. Hij ging op Cammingha State wonen, verfraaide de state en liet tuinen aanleggen. Hij stierf in 1729 en liet zijn erfgenamen achter met enorme schulden, ontstaan door het opkopen van de voor het grietmans- ambt benodigde stemmen. Al zijn bezittingen werden verkocht en Cam- mingha kwam in 1730 in handen van AssuerusVegelin van Claerbergen, dieeenjaarlatermetdeweduweVanBurumtrouwde.Eentijdgenootschrijft overCammingha:‘RoelandvanAchelen,die1602nogleefde,heefttenN.O. een voortreffelyke plantagie aangelegt op de State Camminga, die so ten respecte van de huisinge als plantagie voor enige jaren door Wyl. de Griet- man Burum merkelyk is vergroot, en vernieuwt, so dat in die tyt gehouden wierd voor een van de frayste plaatsen deser Heerlykheit. Deselve is na ’t afsterven van gedagte Grietman een en andermaal van Heer verandert.’ [3] VERKOOP & AFBRAAK De volgende eigenaar was Tjalling Homme van Haersolte, waarna in 1762 Horatius Hiddema van Knijff het slot erfde. Zijn grootvader had het naast Cammingha gelegen Meekma slot laten bouwen. Hij zou de laatste bewoner van Cammingha State zijn. Hij stierf in 1806 en zijn vrouw in 1808, waarna er in 1810 een advertentie in de krant verscheen: ‘De BUITENPLAATS KAMMINGA STATE te Ferwerd, met de Heeren HUIZINGE, bestaande in diverse spatieuse Vertrekken, een Schuur met Stallingen, Molkenkamer, Tuinmans Woninge en verdere an- nexen, uitgestrekte Moestuinen, voorzien met weldragend Persch, Abricoos en Druive Boomen, Appelhoven, Boschadien en Cingels, groot naar naam en faam 30 Pondematen; als mede een HUIS op het einde van de Cingel, voorts nog 8 Pondematen uitmuntend Greidland aan vijf Stukken rondom de Buitenplaats liggende, en eindelyk nog een dubbeld GESTOELTE in de Kerk te Ferwerd.’ Eigenaar van de state werd Doeke Johannes Folkertsma, terwijl de rest in verschillende handen kwam. Folkertsma liet de state in 1818 afbreken, waarmee Ferwert een fraai slot verloor twee jaar na de afbraak van het andere fraaie slot in het dorp: Herjuwsma. Van Cammingha schijnen de fundamenten van de toegangspoort nog in de grond te zitten, terwijl er nog wat overoude putten bewaard zijn en de beide leeuwenkoppen, die nu bij de voordeur van Groot Sminia zijn geplaatst, voorheen aan het begin van de oprijlaan zouden hebben gestaan. Vooral de toegangspoort was bijzonder en kon de vergelijking met die van Heringa te Marssum (1631) en Epema te IJsbrechtum (1652) gemakkelijk aan. De poort was van rond 1600 en overdadig versierd met rolwerk in de stijl van Hans Vredeman de Vries. Tegen het poortgebouw aan stond een achtzijdige traptoren die bekroond werd met een spits met ui. DE KOORLAAN Via de Koorlaan was er een rechtstreekse verbinding tussen slot en kerk. Langs deze laan zal het adellijk gezelschap ’s zondags naar de kerk zijn geschreden. In de kerk aangekomen ging het personeel naar de voor hen bestemde en nog steeds aanwezige ‘meidenbank’ (zonder planksteun voor het kerkboek), terwijl de adellijke familie een paar treden hoger zat in de‘herenbank’, recht tegenover de preekstoel. Het volksverhaal wil dat de meiden voordat de predikant de zegen had uitgesproken, de kerk weer moesten verlaten om het zondagse maal voor heerenmevrouwvoortebereiden.Voordemeidenwasblijkbaareenplank- steunnietnodigenhoefdenzijdezegenvandepredikantooknietmee![4] BRONNEN [1] Zie ook: http://arievanherpen.blogspot.com/ [2] Joh. van Dijk e.a., ItBurmaniapaad,kijk-,lees-,wandel-enfietsroute,2007 [3] E.M. van Burmania, Geographisch woordenboek, behelsende [...],1749 [4] Joh. van Dijk, Van Ter Sted tot Oldestins, 1987 Paul Noomen, DestinzeninmiddeleeuwsFrieslandenhunbewoners,2009 CAMMINGHA IN 1832: 1 GRACHTENPATROON 2 TUINTJE 3 TUIN 4 BOOMGAARD 5 HUIS EN ERF 6 BOOMGAARD 7 KOESTAL 8 KOORLAAN 9 MEEKMA 10 KOOILAAN 11 OPRIJLAAN Ferwert Cammingha BRON:HISGISBRON:FRIESMUSEUM RIENK VAN CAMMINGHA  ADRIAEN VAN CRONENBURG  1552
  23. 23. BURGUMERDAAM: MARKANT PUNT Op 4 november 2016 is de nieuwe brug op Bur- gumerdaam in gebruik genomen. Hiermee is een nieuwe brug toegevoegd aan een eeuwenoude reeks oeververbindingen tussen Burgum en Sumar. Friesland wordt al eeuwen van west naar oost doorsneden door vaarwegen. Burgumerdaam is daarbij een markant punt. Dam = daam in het Frysk. Tussen Leeuwarden en het Bergumermeer kan het oostelijk deel van het Prinses Margrietkanaal alleen hier worden overgestoken. De Burgumerdaam is gelegen in een aanvankelijk natuurlijk ontstane vaart. Afstromend water rond- om het Bergumermeer liep langs het Langdeel, het Ouddeel en de Murk naar de zeearm het Dokkumer (Groot)Diep. OUDSTE GESCHIEDENIS Waarschijnlijk is de dam aangelegd in de veertiende eeuw om de landen rondom het Bergumermeer bij aanhoudende zuid- westenwind te beschermen tegen overstroming. In de dam lag toen een keersluis, de Buijlsyl of Burnsyl, om het water naar het westen te kunnen uitlaten. Het is niet duidelijk of er toen al een brug over de sluis lag. De oudste vermelding van de dam komt uit 1453, er is dan sprake van de Lioedmersdaam. De dorpen Eestrum, Oostermeer, Suameer en Noordermeer worden in dat jaar verplicht om de keersluis zodanig te onderhouden dat half volgeladen schepen konden passeren. Dit werd bevolen door het waterstaatkundige bestuursorgaan de Leppa. Dat omvatte de grietenijen Leeu- warderadeel, Tietjerksteradeel, Smallingerland en Idaarderadeel met daarin Rauwerderhem. Dat zij een minimaal te onder- houden diepte voorschreven, kan erop duiden dat er sprake was van een voorde, een doorwaadbare plaats. In 1482 droeg de Leppa het bezit van de sluis over aan het Barraconvent. Dit klooster werd in de twaalfde eeuw gesticht om turf te winnen in de omgeving. De huidige kruiskerk in Burgum was deel van het klooster- complex. Het Barraconvent bouwde noordelijk een nieuwe sluis, ter- wijl de oude in onbruik raakte, maar wel behouden bleef. Er kwam een merkwaardige kronkel in de vaarweg. De nieuwe sluis is waarschijnlijk direct voorzien van een brug. Ook werd in dat jaar bepaald dat de dam zo breed gemaakt moest worden ’soe dat dy ene waghen den ora methe mey op den daem’. VERNIEUWING DOOR DE EEUWEN HEEN In 1580 werd de katholieke eredienst afgeschaft. Bezittingen van kloosters, zoals die van het Barraconvent, vervielen aan de Staten van Friesland. Het beheer van de sluis werd overgenomen door de Gedepu- teerde Staten. Elf jaar later verzoeken vier omliggende gemeenten om de brug over de zijl te verbeteren. De doorvaartwijdte werd elf voet onder en dertien voet boven, de on- derdoorvaarthoogte zeven voet en de wegdekbreedte 13½ voet. De aannemingssom van het werk bedroeg 700 carolusgulden. In het midden van de negentiende eeuw kreeg de Nieuwe Bergumerdam een vaste stenen brug. Bij de Oude Bergumerdam werd een nieuwe doorsteek gemaakt met een houten draaibrug, die in 1884 werd vervangen door een stalen draaibrug. Van- wege de komst van de stoomtram in 1914, moest de Oude Bergumerdam worden vervangen door een sterkere stalen variant. De bouw werd aangenomen door de broers W. en H. Visser in Lemmer voor f 30.990. 24 DE BRUGGEN VAN door SAKE MEINDERSMA smeindersma@kpnplanet.nl HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS BURGUMERDAAM [B] Burgum Sumar LINKS DE CENTRALE AS [A], UITERST RECHTS DE OUDE EN NIEUWE BERGUMERDAM [B], DAARTUSSEN DE OUDE EN DE NIEUWE BASCULEBRUG  8 OKTOBER 2016 [A] DE OUDE- EN NIEUWE BERGUMERDAM KAART VAN TIETJERKSTERADEEL UIT EEKHOFFATLAS  18491859 FOTO:PROJECTBUREAUDECENTRALEAS BRON:TRESOARLEEUWARDEN
  24. 24. VERKEERSREGELS Volgens het reglement van beheer en gebruik uit 1843, golden voor beide dammen de volgende ver- keersregels: Orde op het overrijden. Art. 1. Wanneer twee rijtuigen de bruggen van onder- scheidene kanten, naderen, zal het verst af zijnde rijtuig de bruggen niet mogen oprijden, vóór dat het andere dezelfde is overgereden. Art. 2. Een rijtuig de brug opgereden zijnde, zullen de- gene, die met rijtuig achter aankomen, niet eerder mo- gen volgen dan nadat het voorgaande rijtuig de brug- gen zal zijn overgereden. Art. 3. Niemand zal met een of meer paarden, hetzij los of aangespannen, de bruggen, anders dan stapvoets mogen overrijden, op dezelfde mogen blijven staan, en paarden of andere dieren aan de leuning mogen vast- binden. Orde op de scheepvaart Art. 4. De draaibrug zal, zoo wel des nachts als bij dag, tegen betaling van den bij art. 12 vastgestelde, tol voor elk vaartuig, waarvan de schippers zulks mogen verlan- gen, worden opengedraaid. Art 5. Niemand zal met een vaartuig, waarvoor de brug moet worden afgedraaid, dezelfde binnen de gestelde handwijzers of waarschuwingsborden mogen naderen, zonder vooraf de brugwachter zoodanig te hebben toegeroepen of gewaarschuwd, dat dezelfde blijken geeft zulks gehoord te hebben; zullende, des nachts, de schepen hunne vaart moeten stoppen, tot dat de brug- wachter bij de brug tegenwoordig zal zijn. VERKEERSLICHT Licht geconstrueerde draaibruggen zijn vaak voor- zien van spanwerk, bestaande uit schuine trekstan- gen en staanders aan de zijkanten van de brug. Meestal wordt boven de weg een koppeling aange- bracht. Vroeger werd daarop vaak een lantaarn [O] geplaatst met wit glas in de rijrichting en rood glas haaks daarop.Wanneer de brug werd gedraaid, kreeg de schipper wit licht en het wegverkeer rood. Beide bruggen werden verpacht door de provincie aan de hoogste bieder. Deze moest ervoor zorgen dat er altijd een bediener was: zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag. Tolgeld was voor de brugwachter. De brugwachter van Burgumerdaam inde naast de zogenaamde wipgelden ook tol voor het varen op het kanaal. De brug werd meer dan 10.000 keer per jaar gedraaid. Rond 1900 kwamen brugwachters in vaste dienst en werden hulpbrug- wachters aangesteld voor de nachten en zondagen. 25 tijdvanburgersenstoommachines HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS DRAAIBRUG OP DE OUDE BERGUMERDAM MET TRAM VAN DE NTM  CA 1914 BOVEN OP DE ACHTERGROND DE EEKMOLEN VAN PIEBES ONDER OP DE ACHTERGROND DE KORENMOLEN VAN AALFS STALEN DRAAIBRUG MET SPANWERK, GEZIEN IN WESTELIJKE RICHTING  CA. 1900 ONTWERP VAN DE HOUTEN DRAAIBRUG TE BERGUMERDAM  1841 BRON:FRIESPRENTENKABINETBRON:SUMAR.NL/FOTO:D.FRANKEBRON:SUMAR.NL/FOTO:D.FRANKE
  25. 25. 26 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS DE BRUG VAN 1948 In het kader van verbetering van het kanaal Lemmer- Stroobos, werd in de jaren dertig een nieuwe door- steek gegraven aan de noordzijde van de brug. Het kanaal kwam zo tussen de oude en de nieuwe dam te liggen. De draaibrug verloor zijn functie en de oude Bergumerdam werd gedempt. Voor het wegverkeer kwam westelijk van de dam een basculebrug. De bouw van deze brug werd begon- nen in 1940, evenals verbetering van de vaarweg, maar kwam al snel stil te liggen, omdat de Duitsers arbeidskrachten voor andere doeleinden wilden ge- bruiken. Pas in 1948 kon de brug in gebruik worden genomen. DE NIEUWE BRUG VAN 2016 De brug uit 1948 raakte technisch versleten en was niet meer geschikt voor het verkeer te land en te wa- ter. Daarom moest de huidige brug komen, die no- vember 2016 gereed kwam. De opdrachtgever was Provincie Fryslân en het werk werd aangenomen door de aannemerscombinatie V.o.f De Nije Daam. Het beweegbare deel werd in onderaanneming ver- vaardigd door het lokale BSB Staalbouw uit Burgum. De huidige brug is een basculebrug waarbij de land- hoofden opvallend ver van de oever af zijn geplaatst. Hiermee werd de ontwikkeling van ecologische oevers mogelijk gemaakt. De vormgeving markeert de overgang tussen dorp en landelijk gebied. Aan de dorpskant is de brug massief en robuust, aan de kant van het landelijk gebied slank en transparant. Om de entreefunctie van de Burgum te markeren is op de brug een grote zuil geplaatst onder een hoek die overeenkomt met de openstand van de brug. Het beweegbare deel bestaat uit twee afzonderlijke klappen. Eén voor auto’s, één voor voetgangers en fietsers. Beide klappen worden aangedreven door twee hydraulische cilinders en kunnen niet afzonder- lijk van elkaar bewegen. De brug wordt bediend vanuit Schuilenburg. BRONNEN Projectbureau De Centrale As V.o.f. Nije Daam. NEXT architects: Paspoort Brug Bergum Gemeente Tytsjerksteradiel: Bestemmingsplan Burgum, brug Burgumerdaam. Archief Leeuwarder Courant Rienks en Walther, Dyken en Slieperdyken Spahr en Ypma, Tietjerksteradeel Dr. J.J. Huizinga, Friesland en de Tweede Wereldoorlog Encyclopedie van Friesland, 1958 BRON:BEELDBANKRIJKSWATERSTAATFOTO:SAKEMEINDERSMAFOTO:PROJECTBUREAUDECENTRALEAS DE BERGUMERDAM OMSTREEKS 1950 DE VOORMALIGE BASCULEBRUG  19482016 DE NIEUWE BRUG BIJ BERGUMERDAM  APRIL 2017 LINKS HET KUNSTWERK VAN IDS WILLEMSMA BIJ HET HENDRIK BULTHUIS AKWADUCT
  26. 26. ZES HOENDEREN GESTEECKEN HEBBEN IN EEN SAC Vader Jan, 62 jaar, en zoon Arent Jansz vertrokken omstreeks 1662 uit Buitenpost bij Dokkum. Via de nodige omzwervingen waren zij op het Jan Hansenpad, aan de westkant net buiten Amsterdam, terecht geko- men. Dat vader van oorsprong landarbeider was laat zich wel verklaren, maar het beroep van de zoon, droogscheerder, is twijfelachtig. Het is on- bekend of er in Buitenpost enige lakennijverheid was, een vereiste om dat ambacht uit te oefenen. De opgave van deze bezigheden diende als alibi voor oneerlijke broodwinning. Waar vader Jan zich mee bezig hield in Amsterdam is onbekend. Arent werkte vóór beider fatale uitstapjes als een knecht in het Leprozenhuis. Op zondagavond 21 april 1566 vertrokken zij, ieder voorzien van een zak, naar Diemen. Dat was een flinke wandeling, de stad door, de de zeedijk af, langs het Diemermeer, naar Diemen. Ze wisten waar ze moesten zijn. Op het eerste adres stalen zij vijf kippen, op het volgende waren er zes het haasje en op het laatste adres konden ze er slechts één te pakken krijgen. Zij waren in het kip- pendievenvak bekwaam, want het spektakel vond in alle stilte plaats. Zij wisten zonder problemen op maandagmorgen vroeg via de St. Anthoniespoort de stad weer in te komen, om langs de omwalling naar de Regulierspoort weer buiten de stad te gaan om daar op de paden hun waar te slijten. Bij de verkoop ging het mis. Zij werden opgepakt en naar het stadhuis gebracht. Daar werd er geen geheim van gemaakt dat het gevogelte was gestolen. Genoeg voor een veroordeling, maar zoals gebruikelijk was dit ook een gelegenheid om in het verleden van beiden te graven. Van senior valt niet meer te vertellen dan dat hij vanwege zijn afwijkende gedrag in 1561 in Leeuwarden werd gegeseld en voor eeuwig uit Friesland werd verbannen. Wat er precies aan de hand was, is niet te achterhalen. Het archief van het Hof van Friesland kent minder dan een handvol procesdossiers uit die tijd en daar is dat van Jan niet bij. Arent zat in 1561 of 1565 eveneens gevangen in Leeuwarden. Hij was er vaag over en ook hier ontbreekt een vonnis. Wel kwam naar voren dat hij en ene Egbert Egbertsen uit Nijega een klein jaar daarna woorden hadden met en Thijs Egbertsen uit Vrede- wold. De messen werden getrokken. Het slot van het liedje was dat Thijs neerging en veertien dagen later overleed. Het mag zo zijn dat de zaak met een ‘zoen’ werd beslecht, maar voor Arent was het wijs om zich bij zijn vader te voegen. Zij gingen van het ene adres naar het andere. Dat was niet ongewoon. Beiden verhuurden zich eerst als sjouwer voor kooplieden, totdat Arent vast werk vond bij het Leprozenhuis. Naderhand zal men niet erg blij zijn geweest met deze werknemer, want sa- men met ene Jan Janssen uit Oudega, met wie hij ook in Friesland al had opgetrokken, werd koper vaatwerk gestolen en elders verkocht. Arent wist de weg en nog vóór het laatste akkevietje in Diemen klom hij daar ’s nachts over de muur en stal vijf kippen. NAAR DES KONINGS GALEIEN Zo was het wel genoeg. In het vonnis van vader Jan werd hij herinnerd aan zijn eerdere straf. Hij had daar lering uit moeten trekken. Dat had hij niet gedaan. Daarom werd hij veroordeeld om voor de Vierschaar publiekelijk gegeseld te worden met een verbanning van tien jaar.Voor Arent zag het er anders uit. Het ging niet alleen om de zaak in Diemen met zijn vader, hij had ook het Leprozenhuis bestolen. Bovendien werd hij eraan herinnerd dat hij feitelijk een doodslager was. Een zoenoffer mocht in Friesland nog tot zijn voordeel strekken, maar in Amsterdam niet. Tenslotte was er ook nog een klacht tegen hem ingediend dat hij op het Jan Hansenpad zijn buren had bedreigd met een bijl en een dolk. Arent werd ten eeuwigen dage verbannen naar des konings galeien. De galeistraf is hier nooit populair geweest. We zien na het vertrek van koning Filips in 1555 op zijn aanzeggen plotseling vonnissen in die richting ver- schijnen. Na 1580 is het daarmee weer gedaan. Filips zat dringend om be- manning verlegen, want in die tussentijd leverde hij strijd op leven en dood met de Turken, met vooralsnog de zeeslag bij Lepanto op 7 oktober 1571 als hoogtepunt. Het is mogelijk dat Arent daaraan heeft deelgenomen.Van Buitenpost naar Lepanto: in die tijd wel een hele onderneming! BRON SAA 5061.272 fo. 103-108, 5061.568 fo. 2-3 NO-FRIEZEN IN AMSTERDAMSE door FRANS THUIJS rechtshistoricus DEEL 2 CONFESSIEBOEKEN KAART VAN AMSTERDAM  1571 DOOR JOOST JANSZ. BEELDSNIJDER SLAG BIJ LEPANTO - 1571 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS CONFESSIEBOEKEN STADSARCHIEF AMSTERDAM Het gaat de laatste jaren snel met de digitalisering van archiefmateriaal. Bijzondere bronnen worden daardoor makkelijk raadpleegbaar en dat levert mooie vondsten op. Frans Thuijs doorzocht de ‘Confessieboeken’ van het Stadsarchief Amsterdam op mensen uit Noordoost-Friesland. Het leverde opmerkelijke verhalen op over mensen die met justitie in aanraking waren gekomen, van kruimeldieven tot moordenaars. In dit nummer het tweede deel van een kleine selectie van die verhalen. BRON:COLLECTIESTADSARCHIEFAMSTERDAM 27 BRON:MARITIMEMUSEUMGREENWICH
  27. 27. DE TRAANJAGERS HERINNERINGEN VAN NAOORLOGSE WALVISVAARDERS Het debuut van de jonge schrijfster uit Nes (WD), Anne-Goaitske Breteler, speelt zich af rondom de persoonlijke verhalen van oud-walvisvaarders uit Noordoost-Friesland. Achter de bar in café De Bûnte Bok in Lioessens hoorde ze de sterke verhalen en bijnamen van de stamgasten die op de Willem Barendsz naar de Zuidpool gevaren hadden. Centraal staan Durk van der Veen, uit Engwierum, Brand (Hillebrand) Feenstra, en Wieb de Jong uit Anjum. Ook grootmoeder Goitske Breteler-Groothoff komt aan het woord. De mannen hebben zonder scrupules veel van hun avonturen en intieme gedachten met de schrijfster gedeeld, waardoor het verhaal leest alsof je er zelf ook bij bent geweest. Het boek is geïllustreerd met veel foto’s uit de persoonlijke collecties van de walvisvaarders. Bijzonder bij de uitgave van dit boek is ook de wijze waarop Anne-Goaitske de promotie van haar eersteling heeft aangepakt. Het bleef niet bij het schrijven en vervolgens afwachten. Ze benaderde actief mensen als Midas Dekkers, professor maritieme geschiedenis Jaap Bruijn en andere prominenten om bij de boekpresentatie in Fries restaurant Thúskomme in Am- sterdam een voordracht te houden. Tattookoning Henk Schiffmacher deed een interview en zelf presenteerde ze haar verhaal tijdens diverse lezingen, onder andere in de kerk van Nes en in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam. Op televisie besteedde EenVandaag aandacht aan het boek, evenals diverse radioprogramma’s. Recent is ze ook toegetreden tot onze webredactie. Om meerdere redenen dus een boek om aan te schaffen! ISBN: 9789462983816, Paperback, 192 pagina’s, Amsterdam University Press, € 14,99. Te bestellen via https://www.aup.nl/en/book/9789462983816/de-traanjagers 28 door LISETTE MEINDERSMA lisettemeindersma@meginhart.nl INGEBOEKT EEN REVOLUTIONAIRE KERK In dit onlangs verschenen boek beschrijven Derk Jansen en Nanny de Vries-Douma de (voor)geschiedenis van de Vereenigde Christelijke Ge- meente in Dokkum, ook wel de Do-Re Gemeente genoemd. Het betreft een samengaan van de doopsgezinde en de remonstrantse broeder- schappen in Dokkum in 1798. Er wordt stilgestaan bij de voorgeschiedenis en de redenen voor de vereniging van beide kerkelijke gemeenten. Omdat de gereformeerde kerk tot officiële staatskerk was benoemd door Willem van Oranje, moesten er allerlei slimmigheidjes worden bedacht om een kerkgenoot- schap draaiende te houden. Zo mochten niet-gereformeerde kerken geen predikanten benoemen, maar wel proponenten, die echter slechts vier maanden mochten voorgaan. Dokkum bleek een zeer tolerante stad op religieus gebied. Slechts zelden werd ingegrepen, wanneer het om andere kerkgenootschappen ging. Een reden daartoe kan zijn dat vele notabelen tot een van beide broederschappen behoorden. In het boek zijn diverse biografieën opgenomen van predikanten van zowel voor 1798 als na die tijd.Van de periode na het samengaan worden ook andere ontwikkelingen beschreven, evenals een aantal bijzondere gemeenteleden. Het laatste kwart van het boek bestaat uit een zestal bijlagen en fotomateriaal. De inhoud verraadt een diepgaand archiefonderzoek. Enige voorkennis over de doopsgezinde en re- monstrantse leer en kerk komt van pas. Her en der vielen wat steekjes in de nauwkeurigheid, maar op veel daarvan kunnen we de auteurs niet betrappen. Voor geïnteresseerden in de Dokkumer geschiedenis of deze bijzondere vereniging van doopsgezinden en remonstranten is dit boek zeker aan te bevelen. Een revolutionaire kerk is een uitgave van Historia Doccumensis en is te verkrijgen bij het Historisch Informatiecentrum Noord- oost-Fryslân, Brokmui 62, Dokkum of te bestellen via www.historia-doccumensis.nl , hardcover, 184 bladzijden, € 22,50. EE In Vr me ee sc Er ve ke mo sc ge vi op an no In zo ooOMSLAG VAN HET BESPROKEN BOEK OMSLAG VAN HET BESPROKEN BOEK door HANS ZIJLSTRA sneuperdokkum@yahoo.com REVOLUTIONAIRE KERK & TRAANJAGERS FOTO:HISTORIADOCCUMENSIS FOTO:AUP
  28. 28. GEBOUW Museum Sorgdrager in Hollum is het cultuur-histo- risch museum van Ameland. Het vertelt op verschil- lende manieren de geschiedenis van Ameland. Het grootste gedeelte van de vaste collectie bevindt zich in het Sorgdragerhuis, een oude commandeurswo- ning, met een stijlkamer en een open depot. In deze woning bevinden zich topstukken uit de collectie Amelander meubelkunst. In het kader van Leeuwarder Culturele Hoofdstad is 2018 op Ameland omgedoopt tot het jaar van Hidde Dirks Kat. In de schuurruimte wordt met audiovisuele technieken en wandvullende projec- ties het verhaal van de stranding van de Amelander commandeur Hidde Dirks Kat bij Groenland verteld. In de filmzaal wordt de visualisatie van De Vrije Heer- lijkheid Ameland vertoond. Hierin wordt uitgebreid stilgestaan bij het verdwenen Cammingha Slot van Ballum, de geologische en bestuurlijke geschiedenis van Ameland. EXPOSITIES In de expositieruimte direct bij de ingang wordt de geschiedenis van het ontstaan van Ameland tot de ontwikkeling van een autonome staat onder de adellijke familie Van Cammingha verteld. Via een visualisatie wordt getoond hoe de Waddenzee en de Waddeneilanden ontstonden. In vitrines zijn de bodemvondsten van de verdwenen dorpen Oerd en Sier verzameld.Tot slot zijn in deze ruimte ook unieke stukken van het voormalige Slot tentoongesteld, zo- als een authentieke deur, een gouden ring van Frans- ke van Cammingha (1534-1574) en het Triktrakspel van Wytze van Cammingha (1592-1641) en Sophia vanVervou (1613-1671). Deze route kan door middel van podcasts gevolgd worden. 29 MUSEUMBEZOEKJE door JACOB ROEP jacobroep@gmail.com FOTO’S:JACOBROEP ADRES CONTACT WEBSITE OPEN PRIJZEN JAARKAART VERDER Herenweg 1 9161 AM Hollum 0519 - 542737 info@amelandermusea.nl www.amelandermusea.nl 26 maart t/m 31 oktober 2018 maandag t/m vrijdag 11.00 -17.00 uur zaterdag en zondag 13.30 -17.00 uur volwassene € 4,75 kind (5 t/m 12 jaar) € 3,50 JA Regelmatig worden rondleidingen door Hollum gegeven (duur 1,5 uur, volwassene € 5, kind € 3,50) MUSEUM SORGDRAGER CULTUREEL HISTORISCH MUSEUM SORGDRAGER DE STIJLKAMER HET OPEN DEPOT OP DE EERSTE VERDIEPING SORGDRAGER CULTUUR-HISTORISCH MUSEUM
  29. 29. NOORDOOST-FRIESE PORTRETTEN Portretten van personen uit onze regio Noordoost-Friesland hebben al- tijd mijn speciale belangstelling. Zeker als er weer eens nieuwe vondsten worden gedaan. Ons lid Albert Hoekstra uit Roosendaal kwam tijdens een recent verblijf in een B&B in Nijland op het spoor van een portret van Petrus Johannes Wijbrandus Knoll (1750-1801), in 1792 burgemeester van Dokkum. Via zijn grootmoeder Geertruida Elisabeth Knoll is eige- naar Peter Pottinga een directe afstammeling. In andere gevallen lijkt soms de fantasie de vrije loop te krijgen. Via email kreeg ik een aardig winters 19e-eeuws schaatstafereeltje dat op de vlag het woord Dokkum zou dragen. Museumdirecteur Ihno Dragt las iets heel anders, hoewel de tekst op de vlag wat onduidelijk was. Een Album Amicorum van Hessel Meckema van Aylva uit Holwerd, va- der van de ontzaglijke generaal Hans Willem baron van Aylva, ontdekte ik in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Hoewel het niet in de cata- logus vermeld stond, kon ik via conservator Jeroen Vandommele een microfilm scannen (het origineel is bij een onbekende particulier in de VS). De veelal Latijnse teksten zijn door Martin Engels getranscribeerd en geannoteerd nu online beschikbaar via http://www.mpaginae.nl/HZ/ AlbumMeckama.htm De meeste inscripties, rond 1631, zijn in het Franse Orleans en Parijs gedaan, waar Hessel als kapitein tijdens een studiereis verbleef, onder andere van de Dokkumer Joannes Lentemans, Albertus Wiarda en de Amsterdammers Willem Backer en Rudolff Bicker. Het zou mooi zijn deze transcriptie in een klein boekje te verwerken voor bij de aanstaande onthulling van de grafbeelden van Hessel en zijn vrouw Elisabeth in de kerk van Holwerd, een oude wens van wijlen Sytse ten Hoeve. STATENBIJBEL FAMILIE BOK Op een veiling in Amsterdam zag ik een Statenbijbel met familie-aantekeningen van de Dokkumer families Müller en Bok. Ik tipte ons lid dr. Marten Jan Bok, die de bijbel wist te verwerven en hier binnenkort een artikel aan zal wijden. Op diezelfde veiling was overigens ook een heel mooie pentekening/aquarel in kleur van een VOC-schip Drietal Handelaars uit 1789 door Amelander Hendrik Jansen Nagtegaal. Collectieameland.nl is de naam van een nieuwe website, die de Amelander Musea online hebben gezet met gedigitaliseerde museumstukken. Zeker is de herbouwde RK Clemenskerk (ontwerp Pierre Cuypers) in Buren bij Nes een bezoek waard. Bij een rondleiding in het Provinciehuis te Leeuwarden zag ik zowel fraaie glas-in-loodramen met het stadswapen van Dokkum als een modern harnas met het wapen op de adamsappel. ROCOCO-INTERIEUR TERUG Als alles volgens plan verloopt, zal begin november 2018 het Dokkumer rococo- interieur (schouw, lambrisering en kasten- wand) van het voormalige huis van de familie Fockema en later stadspostkan- toor, zijn teruggekeerd vanuit Paleis Het Loo in Apeldoorn (zie ook De Sneuper 109). Dankzij de bemiddeling van hoofd- conservator dr. Johan de Haan werd deze tijdens de verbouwing uit de di- rectiekamer verwijderd en vervolgens in het stadhuis van Dokkum c.q. gemeen- tehuis van Dongeradeel ingebouwd. Een prachtig staaltje cultureel erfgoed dat weer voor velen toegankelijk is gemaakt. Nu de gedenksteen uit 1671 bij de sluis van Ezumazijl nog! 30 VAN PORTRET TOT INTERIEUR WEBSITE- & BLOGNIEUWS door HANS ZIJLSTRA sneuperdokkum@yahoo.com DIGITAAL&ACTUEEL PETRUS JOHANNES WIJBRANDUS KNOLL FOTO:PETERB.POTTINGAFOTO:PALEISHETLOOAPELDOORN FOTO:BLOGSPOTHVNF
  30. 30. 31 INHOUDSOPGAVE ( ONDER VOORBEHOUD ) ADVERTENTIE STREEKARCHIEF NOORDOOST-FRYSLÂN Het Streekarchief (officieel Streekarchivariaat Noordoost Friesland) is een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Dongeradeel, Ameland en Schiermonnikoog. Het Streekarchief beheert de archiefbewaarplaatsen van de drie gemeenten in Dokkum, Ballum (Ameland) en Schiermonnikoog. In elk van de drie bewaarplaatsen worden in hoofdzaak de oude ge- meentelijke archieven bewaard. Te Dokkum worden de archieven van de voormalige gemeenten Dokkum, Oostdongeradeel en Westdongeradeel beheerd. In alle bewaarplaatsen worden naast deze archieven ook niet-overheidsarchieven bewaard. Dit zijn archieven van kerken, scholen, waterschappen, allerlei soorten verengingen en stichtingen, personen en/of families. Het Streekarchief beheert, naast de archieven, onder de noemer Historisch Informatie Centrum Noordoost-Fryslân ook een omvangrijke collectie boeken. Een overzicht van de aanwezige archieven en collecties en de bijbehorende inventarissen en catalogi vindt u op de website www.hicnof.nl in het menu-onderdeel Archieven en collecties. Ook beheert het Streekarchief een grote collectie oude foto’s van o.a. de gemeente Dongeradeel. Deze worden eveneens toegankelijk gemaakt via de web- site in het menu-onderdeel Beeldbank, samen met collecties oude foto’s uit Achtkarspelen en Ferwerderadiel. www.hicnof.nl VERSCHIJNT DECEMBER HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS AMELAND GEBUKT ONDER GELE KOORTS JODEN IN KOLLUM GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS APOTHEKERSFAMILIES POSTHUMA & IEST SCHIMMELS VOOR DE KOETS: FAMILIE V. KUIKEN RUBRIEKEN & COLUMNS VERGANE GLORIE: Tjaerda te Rinsumageest HERALDIEK: gemeente Kollumerland c.a. ACTUEEL, DIGITAAL & VARIA WEBSITE & BLOGNIEUWS MUSEUMBEZOEKJE: Kloostermuseum THIJS GRAS LUCAS BRUIJN LISETTE MEINDERSMA ARJEN DIJKSTRA REINDER TOLSMA RUDOLF J. BROERSMA HANS ZIJLSTRA PIET DE HAAN DE SNEUPER 132 WAT KUNT U VERWACHTEN? OPENINGSTIJDEN STUDIEZAAL DOKKUM maandag 13.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* dinsdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* woensdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 18.00 uur* donderdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 18.00 uur* vrijdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* zaterdag 10.00 - 15.00 uur* * studiezaal wel toegankelijk maar geen archiefstukken opvraagbaar Brokmui 62 9101 EZ Dokkum - TEL: 0519-22 28 53 - E: streekarchief@dongeradeel.nl FOTO ZWARTWIT: DOEDE DOUMA COLLECTIE ULBE WIERSMA  NIAWIER WILT U UW ARTIKEL OOK IN DE SNEUPER PUBLICEREN? Neem contact op via redactie@hvnf.nl of stuur uw artikel naar Brokmui 62 9101 EZ Dokkum t.a.v. de redactie van De Sneuper.
  31. 31. ZWART - WIT Sluizen van Dokkumer Nieuwe Zijlen rond 1910

×