Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

De Sneuper 120, december 2015

680 views

Published on

De Sneuper 120, december 2015 met o.a. 400 jaar carillon Dokkum en Holwerders op de kooiplaets op Ameland. Stereofoto's van Dokkum, Academische voorspoed van Ulrik Huber, Balthasar Bekker en Abraham de Grau.

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

De Sneuper 120, december 2015

  1. 1. DE 400 JAAR CARILLON DOKKUM SNEUPER jaargang 28 nr. 4 DECEMBER 2015 nummer 120 losse nummers € 3,95
  2. 2. © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. COLOFON 128 16 2220 4 correspondentie uitsluitend via: Postbus 369 9100 AJ Dokkum kopij via e-mail: redactie@hvnf.nl website www.hvnf.nl weblog http://sneuperdokkum.blogspot.com De Historische Vereniging Noordoost-Friesland is een Algemeen Nut Beogende Instelling. redactie Warner B. Banga Dokkum Atze Glas Gerkesklooster Piet de Haan Dokkum Lisette Meindersma Burgwerd Jacob Roep Hollum (A) Hans Zijlstra Amsterdam opmaak Warner B. Banga 7 FOTO OMSLAG: WARNER B. BANGA
  3. 3. prijs losse nummers € 3,95 (exclusief porto) achtentwintigste jaargang nr. 4 december 2015 verschijnt in maart, juni, september en december in een oplage van 650 exemplaren nummer 120 INHOUD SNEUPERDE 5 6 7 8 12 19 22 25 16 26 4 20 21 30 REDACTIONEEL LEDENNIEUWS 2015-04 VAN DE BESTUURSTAFEL HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS 400 JAAR CARILLON DOKKUM KLOKKENISTEN & BEIAARDIERS VAN DOKKUM DE TRIEME YN‘T FERLINE ACADEMISCHE VOORSPOED TWEE STEREOFOTO’S VAN DOKKUM GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS DAN MAAR WEER VERHUIZEN... HOLWERDERS OP DE KOOIPLAATS& DE BLIEKE RUBRIEKEN & COLUMNS COLUMN: Je mutte mar hoare... VELDPOST UIT WOI: Knoopnaaien in Waalwijk HERALDIEK: wapen van Oostdongeradeel DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA DIGITAAL NIEUWS: kronieken & reisverslagen WARNER B. BANGA JOHANNES DIJKSTRA HAIJE TALSMA AUKE DE BOER PIET DE HAAN JACK BOERSMA ARJEN DIJKSTRA NICO C. DOUMA JAAP VAN KLAARBERGEN PIETER JAN BORSCH IHNO DRAGT HILDA BOUTA RUDOLF J. BROERSMA HANS ZIJLSTRABALTHASAR BEKKER BESTUURVERENIGINGSGEGEVENS Lidmaatschap van de vereniging € 15 per jaar / € 25 buitenland IBAN: NL08 RABO 0177 8581 41 BIC: RABONL2U BETALINGEN VIA REKENINGNUMMER 177.8581.41 t.n.v. Hist. Ver. NOF Opzegging lidmaatschap: uitsluitend schriftelijk voor 1 november via postbus 369 - 9100 AJ Dokkum voorzitter dhr. Haije Talsma tel.: 0519 - 33 27 06 secretaris dhr. Arjen Dijkstra tel.: 0519 - 58 96 74 penningmeester / ledenadministratie dhr. Johannes Dijkstra tel.: 0512 - 77 87 08 e-mail ledenadministratie j.dijkstra33@gmail.com
  4. 4. COLUMN BOEREN GETRAKTEERD OP DRUIVENTROS In het weekend dat ik deze column schreef, zat ik gezellig te eten met oudevrienden(ikkomdaaronderaannogevenopterug),maarmetmijn hoofd vol van het Kollumer Oproer van 4 en 5 februari 1797, onderwerp van de nieuwe expo in Museum Dokkum. Het is een lastig onderwerp in de zin dat er weinig voorwerpen zijn om het gebeuren te illustreren. Het enige direct te linken object is een schilderijtje van Hector Feugen, de patriottische commandant van de Dokkumer schutters, met de tekst: een patriot is vrij, zelfs in de gevangenis. Want zo ging dat in die woelige jaren na de revolutie van 1795: de machthebbers van vandaag konden morgen uit de gratie zijn. Deze kapitein had in het Blokhuis te Leeuwarden vastgezeten vanwe- ge zijn ultraradicale opstelling tegen anders-denkenden, gematigde patriotten incluis. Die winteravond in Dokkum hebben de opstandige plattelanders uit de omgeving kennis met hem gemaakt. Hij trakteerde de tierende (en deels dronken) ‘Oranje-kraaiers’ buiten de Woudpoort op een druiventros. Dat was een zak vol kleine kanonskogels, in feite een schot hagel. Vijf doden (één vertrapt in de paniek daarna) en zeven zwaargewonden waren het gevolg. MAND MET HOOFD Hector Feugen had jaren de kost verdiend als kleermaker, voordat hij belangrijke functies kreeg. En dat was nieuw: dankzij de revolutie kon- den ook mensen aan de touwtjes trekken die niet van adel waren of uit aanzienlijke families kwamen. Ware democratie: voormalige pasteibakkers, een wolkammer als Eise Eisinga, iedereen kon tot op de hoogste sporten van de maatschappelijke ladder klimmen. Maar helaas kon ook een schrijver zonder juridische kennis, alleen vanwege zijn radicale patriottisme, rechter worden. En dat hebben Jan Binnes, een boer van 53 jaar uit Oudwoude, en de 47-jarige marskramer van Duits-joodse afkomst SalomonLevy uit DeWestereen gemerkt. Zij werden na een schijnproces ten aanschouwe van de nieuws- gierige menigte onthoofd, waarna het afgehouwen hoofd in een mand met zaagsel rondgedragen werd om te bekijken. NOBLESSE OBLIGE Jan en Salomon volgden hiermee het voorbeeld van de talloze mensen die, in het bijzonder in Parijs, hun hoofd verloren. Deze kapitale straf middels de guil- lotine trof vooral mensen van adel. Een strijd van de have-nots tegen rijken en geprivilegieerden. Maar ook hier was willekeur aan de orde van de dag. Want laten we wel wezen: Je kunt tegen adellijke titels zijn, maar je kunt niet alle edellieden over één kam scheren. Zo ken ik iemand van Friese adel die meent daarmee automatisch een heer te zijn, maar in wezen is hij gewoon een blaas- kaak. Maar ik ken ook het tegendeel en dan denk ik aan de moeder van mijn tafelgenoot die van adel was. Maar dat zag deze gestudeerde vrouw niet als verdienste. Dat is in mijn ogen pas een echte dame. En dan te bedenken dat de bekende schilder/patriot Willem Bartel van der Kooi (1768-1836) zelfs de aanspreektitels mevrouw en mijnheer wilde af- schaffen. Dat zou een kapitale fout geweest zijn. Hij had zich beter druk kun- nen maken over de ondemocratische instelling van de monarchie na de Franse tijd: daar zat de adel weer op het pluche, alsof er geen revolutie geweest was. Een gemiste kans in kapitalen. 4 GEMISTE KANS door IHNO DRAGT giwdragt@museumdokkum.nl JE MUTTE MAR HOARE... PORTRET VAN HECTOR FEUGEN  CA. 1795 GESCHILDERD DOOR PETRUS GROENIA SCHIJN-TERECHTSTELLING IN LEEUWARDEN DOOR REINIER VINKELES BRON:MUSEUMDOKKUM BRON:MUSEUMDOKKUM
  5. 5. 5 REDACTIONEEL ALS MUZIEK IN DE OREN Dit jaar is het 400 jaar geleden dat in Dokkum een nieuwe koepel op het stadhuis aan de Zijl gebouwd werd en dat de ‘vroede vaderen’opdracht gaven daarin een klokkenspel aan te brengen om de stad meer uitstraling en allure te geven. Dat de klanken uit de Dokkumer koepel niet altijd oor- strelend waren, heeft geleid tot de weinig positief bedoelde uitdrukking: Praten als het Dokkumer klokkenspel. Desondanks was stadsbeiaardier Auke de Boer bereid de historie van het carillon in een hoofdartikel te beschrijven, waarna onze redacteur Piet de Haan aan de hand van zijn pre-kadastrale onderzoek van de Dokkumer binnenstad uitzocht wie de klokkenspelers waren en waar ze woonden. Een mooi stukje stadsgeschiedenis wordt zo vastgelegd en uitgebreid met nieuwe feiten en dat klinkt ons als muziek in de oren! Verder in De Sneuper 120 aandacht voor Oebele en Idske Haakma door Jaap van Klaarbergen, terwijl Arjen Dijkstra van de Rijksuniversiteit Gro- ningen vertelt over drie jongens uit Noordoost-Friesland die succesvol studeerden aan de Franeker Academie. Nico Douma stuurde een bij- zonder artikel in over stereo-foto’s. Natuurlijk staan ook in dit nummer de vaste rubrieken en medewerkers. Pieter Jan Borsch van Ameland schreef een aanvullend artikel over een Horwerder familie op‘zijn’ eiland. Opmerkzame lezers zagen in het colofon van de vorige uitgave van ons verenigingsblad De Sneuper de naam van Lisette Meindersma staan, waarmee onze redactie weer compleet is. Zij stelt zichzelf hieronder aan u voor; wij zijn als redactie heel blij dat wij opnieuw een dame in ons midden hebben: welkom Lisette. PS: Vergeet niet om deze keer uw artikel in te sturen! DOKKUMER KLOKKENSPEL PRATEN ALS HET door WARNER B. BANGA warner.b.banga@knid.nl © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. Deredactieheefternaargestreefddeauteursvanillustratiesopdejuistewijzetevermelden,daar waar afbeeldingennietdoordeschrijvers zijn gemaakt of werden aangeleverd. Zij die menen nog rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de redactie wenden. EVEN VOORSTELLEN: LISETTE MEINDERSMA Sinds eind augustus ben ik redactielid van De Sneuper. Ik stel me graag aanuvoor:mijnnaamisLisetteMeindersma(63).IkbeneenhalveFriezin (mijn vader komt uit Wirdum), maar ben zelf geboren in Noord-Brabant. Sinds 10 jaar woon ik in Fryslân. Ik versta en lees Fries, maar het spreken gaat me nog niet zo goed af. De twa- en trijelûden komen er nog niet zo gemakkelijk uit en de gefronste wenkbrauwen van de oprjochte Friezen tegenover mij zijn niet echt stimulerend. Wellicht dat het tweede jaar bij de Afûk verbetering brengt. Vanaf het moment dat ik leerde lezen, ben ik dat met veel enthousias- me blijven doen. Ik ben in veel genres geïnteresseerd, maar vooral in geografische en historische onderwerpen. Dat uitte zich in mijn keuze op de lerarenopleiding voor de vakken geografie en geschiedenis. Na een korte tijd in het onderwijs maakte ik een loopbaanswitch. Mijn historische belangstelling moet in brede zin worden gezien: naast al- gemene geschiedenis ook regionale en familiegeschiedenis. Onder- zoek naar mijn eigen familie startte toen ik 18 jaar was. Het is niet bij de familie Meindersma gebleven, want ook de wortels van mijn andere grootouders en aangetrouwde families onderzoek ik. Daarnaast heb ik met name kwartierstaten op verzoek samengesteld. Een en ander is terug te vinden op mijn website www.meginhart.nl. Waarom nu in de redactie van een historisch blad voor Noordoost-Fryslân? Dat is eenvoudig te verklaren, want de oudste sporen van de familie Meindersma zijn (tot nu toe) teruggevonden in de grietenijen Oost- en Westdongeradeel. Al doende de historie van de familie te reconstrueren, ontwikkelde ik ook interesse in het gebied waarin zich die afspeelde. Naast lezen is ook schrijven iets wat mij boeit. Voor mijn werk in het Personeel en Organisatievak schreef ik beroepsmatig. Daarnaast schreef ik onder meer voor Friesland Post en toeristische organisaties. Ik hoop met mijn ervaring en interesse een goede bijdrage te zullen leveren aan De Sneuper. Ik heb er zin in! NIEUW REDACTIELID LISETTE MEINDERSMA
  6. 6. 7 BESTUURSTAFEL TIJD VOOR ONZE HOBBY Het is herfst, de bomen worden kaal en het is weer tijd om achter de computer, in een archief of op een beurs aan onze hobby te werken. Op 17 oktober hebben we ons laten zien op de Genealogiedag bij Tresoar in Leeuwarden. Er was veel te zien in de diverse stands. Jammer, dat het niet erg druk was. Veel mensen spanden zich in om iets te laten zien rond onze hobby en er waren bijzondere lezingen en presentaties te volgen. Na jaren gebruik te hebben gemaakt van‘standmateriaal’, dat zwaar was en ook niet meer echt van deze tijd, heeft het bestuur besloten in iets nieuws te investeren. We kunnen nu met twee prachtige rolbanners netjes en professioneel voor de dag komen en sjouwen ons geen breuk meer als we de vereniging ergens presenteren. We gaan dit materiaal op de volgende ledenvergadering tonen. LEDENDAG OP AMELAND Onze ledendag op zaterdag 24 oktober naar Ameland was erg succes- vol. Ook nu bleek weer dat de onderlinge contacten voor onze leden erg belangrijk zijn. Het eilandgevoel kwam niet echt boven drijven bij de leden die mee waren, maar de rondleidingen in de verschillende musea en ook de presentatie rond de organisatie van de musea waren erg interessant. Voor verschillende deelnemers aanleiding om nog eens terug te gaan en meer tijd te besteden aan het getoonde. Het past ons dan ook om de organisatie van de ledendag op Ameland nog eens hartelijk te bedanken voor hun tijd en hun geduld om al onze vragen te beantwoorden. We kijken hier met veel genoegen op terug. Het was erg leuk dat onze eindredacteur en vormgever van ons blad De Sneuper, Warner B. Banga, een zaterdag eerder op 17 oktober samen met Douwe de Boer op het eiland een boek presenteerde met de titel ‘Windscheppen op Ameland’. Bij het lezen van dit molenboek over de molens en molenaars op‘d Oäde Pôlle kwam ik veel tegen wat tijdens de excursie ook werd gepresenteerd. Een bijzondere samenvatting en herinnering over de historie van dit eiland. LEDENGROEI De aktie onder de oud-leden van Stichting Ald Burdaard heeft een aantal nieuwe leden voor onze vereniging opgeleverd. Hierbij een hartelijk welkom voor deze mensen. Ons blad ligt ook nog steeds op een aantal punten in de losse verkoop, wat regelmatig nieuwe leden oplevert. Met de aktiviteiten van onze blogschrijver en webmaster Hans Zijlstra er nog bij mogen we ons gelukkig prijzen in een gestage toename van het ledental. Uiteraard draagt de kwaliteit van ons verenigingsblad daar ook nog eens aan bij. Het bestuur wil daarom al die mensen die een inspanning leveren om onze vereniging te presenteren, nog eens hartelijk bedanken voor hun inzet. Wij wensen u allen met (alweer) De Sneuper 120 veel leesplezier toe. VAN DEVOORZITTER VERENIGINGSNIEUWS door HAIJE TALSMA NIEUWE VERENIGINGS-BANNER FOTO:HANSZIJLSTRA
  7. 7. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 8 CARILLON DOKKUM KLOKKENSPEL, BEIAARD OF CARILLON Hoewel men in Dokkum dit jaar stil staat bij het feit dat er in 1615 al sprake is van een carillon, gaat men er eigenlijk wel vanuit dat er vóór 1615 al sprake van aanwezigheid van dit oer-Hollandse instrument in de stadhuistoren in Dokkum moet zijn geweest. Ook in het boekje van Wim T. Keune, uitgegeven ter gelegenheid van de opening van het vernieuw- de stadhuis op 1 september 1983, wordt hierover gesproken. We heb- ben het dan over een klokkenspel, ook wel beiaard of carillon genoemd. In 1614 moesten zowel de koepel als het uurwerk van het stadhuis drin- gend gerepareerd worden. De toenmalige magistraat gaf de opdracht een werk te maken voor in de nieuwe stadhuiskoepel dat op tenminste 16 klokken zou kunnen spelen, m.a.w. het klokkenspel werd voorzien van een handspel. Waarschijnlijk bestond een eerder spel alleen als automaat met een speeltrommel. De nieuwe klokken van Dokkum zouden in volkomen harmonie met elkaar moeten klinken en moesten even zwaar zijn als de klokken van de Nieuwe Toren in Leeuwarden. Wat voor een instrument er in Leeuwarden was, is niet meer precies na te gaan, maar bekend is dat het een spel van twaalf klokjes was. In 1541 goot Cornelis Waghevens uit Mechelen een zware klok voor de Olde-hove. Waghevens is als beiaardgieter ook bekend en kan mogelijk het spel gegoten hebben. Het huidige spel, dat overigens na de afbraak van de Nieuwe Toren in 1884 in de stadhuiskoepel van het Leeuwarder stadhuis gehangen werd, is in 1686 vervaardigd door Claude Fremy op basis van een reeds aanwezige As1 klok (circa 500 kilogram) uit 1544 van Johan ter Steghe. 400 JAAR door AUKE DE BOER aukegdeboer@live.nl HET DOKKUMER STADHUIS ROND 1750 DOOR ONBEKENDE SCHILDER FOTO:WARNERB.BANGAFOTO:HANSKNIJFF/GEMEENTEDONGERADEEL
  8. 8. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 9 EEN HEUS STATUSSYMBOOL Waarschijnlijk werd het bezit van een carillon, net zo- als het hebben van een imposant orgel, gezien als een heus statussymbool. Het noordelijke Dokkum en Leeuwarden hadden, net als nog veertig andere steden in de Lage Landen, een carillon, wat de im- portantie van de stad destijds aangaf. Pas in het begin van de achttiende eeuw volgde ook de stad Sneek, waarmee het Friese totaal op drie kwam. Anno 2015 zijn er zes handbespeelbare beiaarden in Friesland en een tal van kleinere, automatische carillons. Dokkum wilde in 1614 niet onderdoen voor Leeu- warden en dus werden er in 1615 uiteindelijk 14 nieuwe klokken gegoten door Jean en Francois Simon uit Lotharingen, die tenminste even zwaar moesten zijn als de Leeuwarder klokken. En passant goten de gebroeders Simon in 1616 nog eenluidklokvoordekerkvanHantumhuizen.Die klok had een gewicht van 435 kilo en een doorsnede van 90 cm. Enkele jaren later in 1620 leveren ze ook een klokkenspel van dertien klokken aan Appingedam. ALS HET DOKKUMER KLOKKENSPEL Hoe zat het met de klank? Veel, vooral buitenlandse bezoekers, zoals Charles Burney in zijn muzikale reizen door Europa, berichtten ons hier over. Zo ook in de achttiende eeuw (1715) toen Zacharias Conrad von Uffenbach zijn bezoek aan Dokkum samenvatte met: ’Dockum vonden wij grooter dan wij dachten en tamelijk net en lief gebouwd. Op het stadhuis hangt een klokkenspel, dat echter zo ellendig is, als ik nog nooit gehoord heb’. Eerder in 1683 lieten Jacob van Melle en Christian Henrich van Postel in hun reisver- haal nog een lovend geluid horen. We schuiven vervolgens in 1835 aan bij de raads- vergadering van de vroede vaderen waarin werd gevraagd ‘of niet zoude kunnen worden beproefd om een ander klokkenspel te bekomen in plaats van het thans aanwezige zeer gebrekkige’. Het geluid van het klokkenspel liet dus duidelijk te wensen over. Sterker nog, het leverde zelfs de uit- drukking op: ‘Praten als het Dokkumer klokkenspel’ en dat staat voor‘wartaal uitslaan’. In 1837 werden de oude klokken daarom verkocht en ging men op zoek naar een goede klokkengieter. Maar het bleef heel lang stil in Dokkum. Men had de klokken heel graag willen vervangen, maar de kunst van het klokkengieten voor een klokkenspel was in de negentiende eeuw zo goed als verdwenen. Wat nog restte waren de slagklokken van het uurwerk, die ooit gegoten werden door de gebroeders Simon, en waarvan er noch steeds één klok in de koepel hangt. tijd van regenten en vorsten CARILLON MET 49 KLOKKEN IN DE KOEPEL OP HET STADHUIS AFREGELAARS VOOR DRAADLENGTE VAN HET HANDSPEL HANDSPEL OF BEIAARDKLAVIER FOTO’S:WARNERB.BANGA
  9. 9. 10 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS EEN GESCHENK VAN DOKKUM Onlangs werd ik door de heer Schendelaar uit Den Helder getipt over een briefwisseling in het gemeen- tearchief van Den Helder. In 1837 werden de klokken van het carillon te koop aangeboden. Waren ze dan als speelklok onder de maat, als individuele luidklok konden ze noch wel dienst doen. De stadstimmer- man van Dockum, J. van Hout, regelde samen met de secretaris der Stad Dockum Adrianus van Slooten de verkoop. Er bleken vier belangstellenden te zijn, waaronder de gemeente Den Helder en de weduwe Surig, slotenmakersche in Amsterdam. Er is een briefwisseling bewaard gebleven tussen timmerbaas Van Hout en de burgemeester van Den Helder over de grootste (?) klok, met een diameter tussen de 60 en 70 duim en een hoogte van 70 à 75 Nederlandse duimen. Ook de prijs van 1 gulden per pond wordt genoemd; later werd dit verlaagd naar 90 cents. Uiteindelijk gingen alle klokken op één na naar Amsterdam en reisde de grootste klok via Har- lingen naar Den Helder. Dokkum zou het 118 jaar zonder de vrolijke klanken van het carillon moeten doen. In 1938, toen het stadhuis gerestaureerd werd, stelde een aantal vooraanstaande Dokkumers voor om met de restauratie weer een carillon te laten installeren in de koepel. Door de onrust in Duitsland en de Duitse bezetting belandden deze plannen in de koelkast. Als Dokkum in 1955 1200 jaar bestaat, wordt er op initiatief van de gemeenteraad een comité vanuit de bevolking opgericht om de jubilerende gemeente een nieuw carillon cadeau te doen: ‘Een geschenk van Dokkum aan Dokkum’. En dat cadeau kwam er: in 1955 werd een nieuw spel van 37 klokken gego- ten. Deze beiaard klonk helaas teleurstellend, want de toenmalige beiaardier Dirk Donker zei: ‘Een oude melkbus klinkt beter’. EEN GEMENGD KOOR Begin jaren tachtig werden er weer plannen voor een nieuwe beiaard gemaakt. Binnen enkele maan- den was het benodigde geld bijeen en in september 1983 kon de nieuwe beiaard worden ingespeeld. Bij de bouw had men alvast rekening gehouden met de mogelijkheid om het spel in de laagte uit te brei- den met vier tot acht lagere klokken. Zo kan de ba- sis van het instrument eenvoudig verlaagd worden, waardoor het een zwaardere klank zou krijgen. De samenstelling van het carillon is vergelijkbaar met een gemengd koor. Op dit moment zijn het vooral de hogere vrouwenstemmen die we horen. Zou men in het koor genoeg bassen inbrengen, dan krijgt het koor een mooie, sonore klank. In 2004 schonken Drukkerij Douma Dokkum en Bouw- bedrijf Dijkstra Draisma elk een basklok, waarmee het aantal klokken op 49 kwam. Het carillon heeft nu een lichte klank, waardoor het zeer geschikt is voor het uitvoeren van barokmuziek, en mag zich tot de fraaiste instrumenten in Nederland rekenen. BEZOEK KONING WILLEM III IN 1852 MET EEN LEGE STADHUISKOEPEL FEESTELIJKE AANBIEDING VAN HET NIEUWE CARILLON OP 2 JULI 1955 DE DOUMA-KLOK DIE IN 2002 WERD AANGEBODEN FOTO:NICOC.DOUMABRON:HISTORIADOCCUMENSISBRON:MUSEUMDOKKUM
  10. 10. 11 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS HET CARILLON ZINGT! Iedere vrijdagavond (van 19.00 tot 21.00 uur) en bij speciale gelegen- heden wordt het stokkenklavier handmatig bespeeld door stadsbeiaar- dier Auke de Boer. Wanneer u goed oplet, kunt u horen dat het carillon handmatig bespeeld wordt: dan weer ingetogen, dan weer voluit, hard en zacht, piano en forte. Het carillon van Dokkum zingt! Daarnaast klinkt het ieder half uur automatisch via een computerspeelwerk. Hierbij slaat een elektromagnetische hamer de klok aan, maar daardoor is geen dyna- mische verscheidenheid mogelijk; alle tonen klinken even hard of zacht. Het Dokkumer instrument wordt bij veel activiteiten in de stad gebruikt. De plaatsing op het stadhuis, met rondom water, goede luisterplaat- sen en een natuurlijk podium, is daarvoor ideaal. Zo is er een tweejaar- lijkse luisterwedstrijd voor schoolkinderen, wat ook de aandacht van het Jeugdjournaal trok. Het instrument werd naast de gebruikelijke gebeurtenissen in 2008-2009 ook gebruikt in de Alvestêdentocht van toneelgezelschap Tryater, waarbij het‘live’voor 12.000 bezoekers de to- neelmuziek verzorgde voor de acteurs tijdens hun barre buitenvoorstel- ling. Verder speelde het een rol in de musical over Ezonstad en bij de jubileumuitvoering van het 75-jarigToonkunstkoor Dokkum bij het ‘Das Lied von der Glocke’, de beroemde tekst van Friedrich von Schiller op een toonzetting van Andreas Romberg. KLASSIEKE COMBINATIE De huidige beiaardier Auke de Boer is net als vele van zijn voorgangers ook als organist verbonden aan de Grote of Martinus- kerk in Dokkum. Deze combinatie is klassiek te noemen. In bijna alle steden in ons land kwam dit voor. Bekende voorbeelden van stadsorganist en stadsbeiaardier zijn Reinier Popma van Oeveringh in Leeuwarden, Johannes Worp in de Martinikerk in Groningen en Gijsbertus Bastiaans in de Bavokerk van Haarlem. Deze dubbelfunctie was zeer aantrekkelijk voor de musici. Men had hierdoor een goed inkomen. Door de week als‘stadsorganist’en‘stadsbeiaardier’vermaakte men het volk dat naar de markt kwam voor de inkopen of op zondag in de kerkdiensten aanwezig was. Daarnaast hadden velen een rol bij het Collegium Musicum, als speler of dirigent. BEIAARDIERS De volgende stadsbeiaardiers zijn bekend: Dirk Gerrijts 1615-1633, Claes ca. 1675 Egbertus Ennius Veltkamp tot 1694 Egbert Barsink tot 1-11-1722 Adolph de Baron vanaf 30-6-1742 Gosling Jans Donga (mogelijk) 1751-1755 Flucie van Bergen 1955-1966 Dirk Donker 1966-1999 Auke de Boer 1999-heden (Zie ook het artikel hierna van Piet de Haan). BRONNEN André Lehr e.a., De Zingende Torens van Nederland - Walburg Pers 1966 Wim T. Keune en Broor Adema, Het Stadhuis van Dokkum - Dokkum, 1983 Auke de Boer, hoofdstuk X: Klokken, klokkespullen en klokkenisten uit: Muzyk yn Fryslân - Ljouwert 1996) HET CARILLON ZINGT OVER DE STAD DOKKUM STADSBEIAARDIER AUKE DE BOER ACHTER HET KLAVIER IN DE KOEPEL VAN HET DOKKUMER STADHUIS FOTO:WARNERB.BANGA FOTO:WARNERB.BANGA
  11. 11. 12 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS STATUS EN EEN PASSENDE LEVENSSTIJL In 2015 wordt stilgestaan bij 400 jaar carillon in Dokkum. Wie waren de mannen die door de eeuwen heen de trappen naar de stadhuiskoepel beklommen om het carillon te bespelen? Een lijst van beiaardiers of klok- kenisten is er niet in de archieven, aanwijzingen daarentegen wel. Daar- naast zijn er diverse publicaties waarin namen genoemd worden, maar helaas missen bij deze publicaties hier en daar de bronvermelding. Auke de Boer stelt in het voorgaande artikel 400 jaar carillon in Dokkum dat het bezit van een carillon, net als het hebben van een imposant orgel, waarschijnlijk gezien werd als een heus statussymbool. Moest de beiaardier, die het statussymbool bespeelde, ook aan eisen overeenk- omstig het statussymbool voldoen? Van deze stadsmusicus werd een passende levensstijl verwacht, aldus Heleen van der Weel.[1] Dat zou dan kunnen betekenen dat de woning van de beiaardier een woning ‘op stand’ zou moeten zijn. We zullen zien of hun plaats in de sociale rangorde en de locatie van hun huisingen aan het verwachtingspatroon voldoen. PENSIOENEN Behalve uitkeringen en pensioenen aan de leden van de eigen stand vergaven de regenten ook stadsambten aan hun beschermelingen. Dat gold voor de kleine stadsambten, zoals bierdragers, turfdragers/meters, poortwachters, stadstimmermannen, klokkenluiders, torenblazers etc. [2] BEIAARDIER EN ORGANIST De combinatie van beiaardier en organist kwam vanaf de Middeleeuwen tot in de twintigste eeuw veelvuldig voor. In vele steden van ons land was de stadsorganist ook de stadsbeiaardier en daarnaast vaak lid of leider van het Collegium Musicum. Daardoor was men als stadsmuzikant enigermate verzekerd van een redelijk en vast inkomen. In Leeuwarden is bijvoorbeeld vanaf 1618 tot 1884 vrijwel ononderbroken de functie van stadsbeiaardier gekoppeld aan het organistschap van de Grote Kerk en hier komen we beroemde namen tegen als Evert Haverkamp, later organist en beiaardier van de Oude Kerk te Amsterdam, Egbertus E. Veltcamp (ook in Dokkum werkzaam) en Reinoldus Popma van Oevering [3] DE BEIAARDIERS Dirk Gerrijts In de Register van betalingsordonnanties van Dok- kum vinden we vanaf 15 november 1585 tot zeker 21 november 1608 halfjaarlijkse betalingen, waarbij een aantal malen de toevoeging: kerkeorgel of orgel- spelen.[4] Mogelijk bespeelt hij later ook het carillon. Hij is waarschijnlijk de vader van Gerrit Dirksz. Gerrit Dirksz Gerrit Dirksz komt in 1614 als speelman in dienst en gaat een jaar later het nieuwe klokkenspel bespelen. Bij zijn indiensttreding wordt hem verboden om in herbergen en op jaarmarkten, al of niet binnen de stad, nog op de viool, clavecimbel of op andere in- strumenten te spelen. Hij mag slechts musiceren ten huize van voorname burgers bij bruiloften, gast- maaltijden en bij maaltijden van het stadsbestuur.[1] Volgens Obe Postma moet hij op de weekmarkt (op donderdag) een uur lang spelen.[5] In Dokkum wordt op 26 april 1615 Griettie geboren, waarbij geen moeder vermeld wordt. Gerrit Dirksz trouwt in 1618 in Leeuwarden met Antie Dircksdr uit Dokkum en is dan meester organist. Blijkbaar is hij toch in Dokkum gebleven, mogelijk teruggekomen, want in 1627 gaat hij in Dokkum in ondertrouw met Rixt Sickedr uit Dokkum.[6] WaarschijnlijkoverlijdtGerritDirksin1643,wantdanisereenboedelinventaris,waaruitblijktdathijbeslistnietonbemiddeldis.[1] BEIAARDIERS VAN DOKKUM KLOKKENISTEN & door PIET DE HAAN p.dehaan01@knid.nl HANDSPEL OF BEIAARDKLAVIER FOTO:WARNERB.BANGA FOTO:WARNERB.BANGA
  12. 12. 13 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS Abraham Willemszn Abraham Willems, genoemd als (fijn)schilder, trouwt op 20 oktober 1611 in Leeuwarden met Jacobien Cleis. Het echtpaar verhuist naar Dokkum, waar in 1612 zoon Hendrik en later vier dochters geboren worden.[6] Schilderaer van Gemmerzijl is de toevoeging in het Burgerboek van Dok- kum; het is dan 29 november 1619. Abraham Willemszn wordt in 1633 in Dokkum aangesteld als klockspeler en kloksteller voor stadsuurwerken voor 150 gulden per jaar.[7] Niet uitgesloten is, dat het een hernieuwd contract betreft en hij daarvoor het carillon ook al bespeelde. Na 1635 zal de woonplaats Leeuwarden zijn, want daar verdient Abraham Wil- lemszn vier gulden voor het verven van een schapehok of bargehok van Rierdt van Juckema. Dat het echtpaar beslist in goede doen is, tonen de diverse verkopen in Leeuwarden.[8] De betekenis van ‘van Gemmerzijl’ is niet geheel duidelijk. Mogelijk een kleine zijl bij Germerhuis te Hantumer- uitburen. Helaas is van de hand van deze ‘fijnschilder’ geen schilderij of tekening bekend. Lyckle Jans Op 3 juli 1676 wordt in Bolsward het huwelijk gesloten tussen Lykle Jans en Nieske Feddes, beiden afkomstig van Bolsward, maar met daarbij wel de opmerking: weduwe afkomstig van Dokkum. Op dezelfde dag wordt Lyckle Jans als burger van Bolsward ingeschreven met de toevoeging: afkomstig van Dokkum. Op 28 april 1677 doet dochter Jeltie doopt op belijdenis. Vader: beiaard. Omdat de dochter dan volwassen is, zou dit betekenen dat het in Bolsward gesloten huwelijk het tweede huwelijk van Lyckle Jans is. De toevoeging beiaard is, voor zoverre bekend, de enige aanwijzing dat Lyckle Jans beiaardier van Dokkum was.[6] Egbertus Ennius Veltkamp Vanaf 1685 is Egbertus Ennius Veltkamp organist in Koudum en van 1692 tot 1694 organist en klokkenist te Dokkum. Vervolgens solliciteert hij naar Leeuwarden (Jacobijnerkerk en Nieuwe Toren) om van 1702 tot 1722 dezelfde functie in de Laurenskerk in Alkmaar uit te oefenen. Zoon Ennius Egbertus treedt in de voetsporen van zijn vader. Hij bekleedt de dubbelfunctie in‘s-Graven- hage.[3] Egbertus Veltkamp en Lieucke Jacobs laten op 25 mei 1670 in Koudum zoon Jacob dopen. Het lidmatenboek 1692 van de hervormde gemeente Dokkum vermeldt: Egbertus Voetcamp, organist en Lieuwkien Jacobs op 6 november zij ingekomen van Koudum.[6] Egbert Barsink / Basuink / Basunik Huwelijk op 17 juni 1693 in de stad Groningen van Egbert Basuik en Rolina Coninks van Groningen. Op 15 februari in Middelstum en Toorn- werd nog genoemd als organist, maar volgens het lidmatenboek van de hervorm-de kerk van Dokkum op 29 april 1694 ingekomen van Middel- stum: Mr. Egbert Besuynk en Catharina Koonings.[6] In Dokkum zullen vier dochters en een zoon geboren worden. Catharina Geertruida Schrader, als vroedvrouw bij alle bevallingen aanwezig, noteert: 2 november 1703 bij de geboorte van dochter Maris: Egbert Basun organist en boekverkoper sijn wijf Rolintie een dochter.[9] Egbert Barsink is naast organist en beiaar- dier dus ook boekverkoper. In de Reëelkohieren vinden we Egbert Barsink als eigenaar en gebruiker op nummer 171. Hij moet voor of rond 1723 overleden zijn, want de vermelding bij dit nummer is vanaf dat jaar: Egbert Barsink wed. Zijn weduwe blijft in de woning wonen.[10] Uit de Personele kohieren blijkt dat de familie Egbert Barsink niet onbemiddeld is.[11] In 1717 krijgt het stadhuis van Dokkum een nieuwe toren en kan er niet gespeeld worden, maar op 25 september 1718 kan Egbert Barsink weer als beiaardier aan de slag: en de eerste maal voor de predikatie opgespeeld door Egbert Basuik.[12] In 1730 verkopen Lodewijk Basinck mr. chirurgus, Grijtie Basuin, huisvrouw van Jan Dupon, en Rackalina Basuin, huisvrouw van Lambertus Vos, de woning. Moeder Rolina, de weduwe Egbert Barsink, is dan al overleden. De nieuwe eigenaar / bewoner is het echtpaar Jan Alberts Cock [Jan Alberts Geldhuijs] coop- man en Geertruit Becker, die de huisinge al twee jaar later verkopen aan Adolf Reling, regerend burgemeester van Dokkum.[13] BEIAARDIERSTRAPJE NAAR STADHUISKOEPEL tijd van regenten en vorsten FAMILIEWAPEN UIT WAPENBOEK GERRIT HESMAN FOTO:WARNERB.BANGABRON:HISTORISCHCENTRUMLEEUWARDEN
  13. 13. EEN HEER OP STAND De plaats waar de huisinge waarin het gezin van Egbert Barsink woont, is Reëel nummer 171 en omgerekend naar 1832 het kadaster nummer A371 vanaf 1969 Hoogstraat 12 (14-15)( A ). In het verleden maakte die woning deel uit van wat ooit het Oude Raadhuis en later de Latijnse school was. De karakteristieke toren van het oude Raadhuis moet tijdens Egbert Barsinks leven nog (gedeeltelijk) intact zijn, want pas in 1741 is er sprake van afbraak van de toren.[7] In de koopakte van verkoop van het huis door de kinderen Barsink staan helaas geen bijzonderheden omtrent de indeling van de woning. Er zullen overigens niet veel bei- aardiers zijn, die kunnen bogen op het wonen in een deel van het oude Raadhuis met een toren, maar zonder carillon en anderzijds op het spe- len in het nieuwe Raadhuis met toren, maar met carillon. Meneer Van Uffenbach schrijft na zijn bezoek aan Dokkum in 1715: ‘...op het stadhuis hangt een klokkenspel, dat echter zo ellendig is, als ik nog nooit gehoord heb.’ [16] Is het spel van beiaardier Egbert Barsink zo slecht en het carillon op zich wel acceptabel? Zijn beiden misschien niet op hun taak berekend? Of is het carillon slecht en kan Egbert Barsink spelen wat hij wil, maar zit er niet meer in? We zullen het wellicht nooit weten. Adolph de Baron Volgens de Quotisatie 1749 is Adolf de Baron, organistenglasemaker. Zijn vader, Philander de Baron is oorspronkelijk een slaaf en ook de ouders van Philander zijn slaven. Hans Zijlstra schrijft in zijn artikel Het mysterie van de maaltijd te Dokkum verder ontrafeld: ‘...worden bediend door een knecht, Philander de Baron genaamd, destijds een der politiebedienden, uit Oostindië afkomstig.’ In dit artikel wordt uitgebreid ingegaan op de afkomst van de zwarte slaaf Philander de Baron, die opklimt tot execu- teur van de stad Dokkum en in het‘doodkistenoproer’handhavend moet optreden. Philander de Baron trouwt met Trijntje Popkes Posthuma. Het echtpaar krijg vijf kinderen waaronder dochter ‘Swarte Rosetta’. Zoon Adolph wordt op 26 maart 1717 gedoopt[17] en blijft ongehuwd bij zijn ouders inwonen. Het gezin De Baron staat als eigenaars / bewoners onder Reëel nummer 181 en omgerekend naar 1832 het kadaster num- mer A363. Dit is vanaf 1969 Waagstraat 6. Ook het naastliggende pand Reëel 176 is in hun bezit. Kadaster A365, huidige adres Waagstraat 2 ( B ). Gezien de belastingen is het gezin niet erg bemiddeld. Adolph de Baron overlijdt voor 1762, want zijn moeder, dan al weduwe, wordt in dat jaar aangeslagen onder de vermelding Ph. de Baron wed en als erfgenaam van haar zoon.[11] Over Adolphs leven is weinig bekend. Als op 18 april 1736 Willem Karel Hendrik Friso en Anna van Bronswijk (Anna van Han- nover) op doortocht naar Groningen de stad Dokkum aandoen, staat hen een groot ontvangstcomité op te wachten, waaronder Adolph de Baron, meester glazemaker, die in de rij ‘vrijers’opgesteld staat.[25] Adolph is één van de bewoners van Dokkum die op 5 december 1748 bij de informatien voor pruiken- maker Andries Mevis getuigen. De pruikenmaker steekt bij een volksoploop voor het raam van herberg De Swaan op de Suupmerk een dreigende vuist op tegen de officieren in de herberg en wordt hiervoor gearresteerd.[18] De Baron is een bijzondere familie, waarover door de Dokkumers veel gesproken zal zijn. Heel opmerkelijk dat Burgemeesters en Vroedmannen de ex-slaaf als politiedienaar en diens zoon als beiaardier aanstel- len. Vallen zij onder de categorie ‘beschermelingen’ zoals hiervoor onder ‘pensioenen’ beschreven ? Waar ooit Adolph de Baron hoog in de toren van het stadhuis op het carillon speelde, hangt nu, anno 2015, in de hal het schilderij ‘De maaltijd te Dokkum’, waar- op Adolph zijn vader Philander als jonge, zwarte slaaf of dienstknecht en zijn grootmoeder Rosetta van Sambauwa als slavin / dienstmeid afgebeeld staan. 14 DETAIL SMEDEMAKAART 1788 A  WONING FAMILIE BARSINK AAN DE HOOGSTRAAT B  WONING FAMILIE DE BARON AAN DE WAAGSTRAAT DE MAALTIJD TE DOKKUM HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS B A FOTO:MUSEUMDOKKUM FOTO:GEMEENTEDONGERADEEL
  14. 14. Gosling Jans In het Streekarchivariaat Dokkum ligt een door Henk Goslings geschreven uitgebreide genealogie van de familie Goslings. Kort samengevat: stads-schoolmeester Goslingh Jans van Ee wordt op 6 mei 1747 ingeschreven als lidmaat hervormde ge- meente Dokkum. Op 31 juni 1751 vermelding in het burgerboek van Dokkum. Hij trouwt op 2 mei 1751 met Saapke Oeges. Ze krijgen zeven kinderen, waaronder de latere beiaardier Jan Goslings. Dochter Saapke is afgebeeld op een schilderij uit ca. 1830 gemaakt door haar zoon, de bekende schilder Gosling Posthumus. Van Saapke is ook een merklap bewaard ge- bleven.[19] Vanaf de eerste Rentmeesterrekeningen zien we betalingen van f 75,- per kwartaal aan organist Gosling Jans. Dat Gosling en Saapke door Dokkum rijden in een ‘verdekte of overdekte’ wagen met een paard, is een teken van welstand en ook de personele kohieren geven dit beeld.[20] [21] Gosling Jans is na de omwenteling Lid intermediaire van de raad Dokkum 1798-1802, de opvolger van de vroedschap.[22] Het gezin woont in huis Reëel 289½ - Speciekohier 291, eigendom van vader Jan Goslings, die ook schooldienaar is. Reëel 289½ is omgerekend naar 1832 het kadasternummer A108, A109, A110. Adres is vanaf 1969 Lange Oosterstraat 21-23.[14] [15] Het echtpaar zal hier tot hun overlijden blijven wonen. Gosling Jans overlijdt op 16 juni 1807 op 81-jarige leeftijd en Saapke Oeges op 18 december 1813, 88 jaar oud. Was Gosling Jans ‘lid of leider van het Collegium Musicum’, zoals hiervoor onder ‘Beiaardier en organist ‘ beschreven is? Mogelijk, maar op de Ledenlijst van 14 maart 1787 van de Societeit Musica Laborem staat hij niet vermeld. [23] Jan Goslings Geboren in Dokkum op 26 mei 1764, zoon van Saapke Oeges en Gosling Jans. Hij zal vier maal trouwen: Pietje Machiels Damsma [1791], Kanke Franses Klaver [1804], Grietje KlazesWijnia [1807] en Iefke Sijbes Koster [1820]. Hij had 5 kinderen uit zijn eerste huwelijk en twee uit zijn vierde huwelijk.[22] In het Register geldelijke verantwoording vanaf 5 mei 1808 [Inv 274] staat: Jan Goslings ½ jaar tractement als Stads klokkenist f 50,- en f 10,- voor winden der wigten [24] Van beroep is Jan Goslings zilversmid of zoals vermeld bij het overlijden van echtgenote Iefke Sijbes Koster: Kasthouder goud en zilver. Hij is o.a. keurmeester en olderman van het goud- en zilvergilde.[22] Het gezin woont eerst als huurders in huis Reëel 621, eigendom van burgemeester Doede de Vries.[10] Omgerekend naar 1832 het kadaster nummer A725 vanaf 1969 Vlees- markt 7. Ze verhuizen later naar Reëel 204 en 205. Omgerekend naar 1832 het kadaster nummer A402 vanaf 1969 Kleine Breedstraat 5.[14] [15] Jan Goslings rijdt in een open rijtuig, zeer waarschijnlijk een type met een inklapbare kap.[21] Hij is de laatste beiaardier, als het carillon in 1837 wordt weggehaald.[3] Jan Goslings overlijdt in Dokkum op 29 juli 1842.Van hem zijn diverse zilverwerken bewaard gebleven. Pas in 1955 zal een nieuw carillon weer van zich laten horen. De beiaar- diers zijn Flucie van Bergen [1955-1966] en Dirk Donker [1966-1999] en vanaf 1999 is Auke de Boer wekelijks te beluisteren op de Zijl. BRONNEN [1] Heleen van der Weel, Klokkenspel, het carillon en zijn bespelers tot 1800 [2] Joke Spaans, Armenzorg in Friesland 1500-1800: Publieke zorg Blz. 297 [3] http://www.josephjohnvisser.nl/AukeJoopMusic/Carillonsjosephjvisser.html [4] Register van betalingsordonnaties van Dokkum [Inv 204] [5] Obe Postma, Oer it Fryske libben fan troch ‘en dei yn 16e en 17e ieu. Blz 25 [6] DTB, Friesland en Groningen [7] Wim T. Keune, Het Stadhuis van Dokkum 1983. [Inv B 0223] [8] Piet Bakker, Gezicht op Leeuwarden. Schilders in Friesland (Proefschrift, U.v.A) [9] Catharina Geertruida Schrader, Memoryboeck van de vrouwens -Tom Zijlstra [10] Archief Dokkum 1574-1922. Reeelkohieren [Inv 0304-0393 [11] Archief Dokkum 1574-1922. Personele kohieren 100 en 1000e penning [12] Gerrit Hesman, Omstandig verhaal sedert... Tresoar nr HS 1428. blz 69 [13] Nedergerechten Dokkum. Koopbrieven, [Inv 198 blz 157 en 187] [14] Piet de Haan, Dokkum Pre-kadastraal 2015 [in bewerking] [15] E. Smits Azn en E. Smits Fazn, Dokkum in Kadastraal perspectief - 2008 [16] Auke de Boer, 400 jaar carillon in Dokkum - De Sneuper 120 [17] Hans Zijlstra, Het mysterie van de maaltijd te Dokkum - De Sneuper 105 [18] Criminele Cententies. Tresoar Toegang 14 [Inv 2311] [19] Hans Zijstra, Sneuperblog 19 oktober 2010 [20] Archief Dokkum 1574-1922. Rentmeesterrekeningen [Inv 0211] [21] Archief Dokkum 1577-1922. Plaisier, rijd- en vaartuigen en jagten 1795-1805 [inv 0624] [22] Henk Goslings, Genealogie Goslings. 4e uitgebr. - Familiestichting Goslings, Leeuwarden 2006 [23] Museum het Admiraliteitshuis, Ledenlijst Societeit Musica Laborem [24] Archief Dokkum 1574-1922. Register geldelijke verantwoording vanaf 5 maij 1808 [Inv 274] [25] Archief Dokkum, Collectie handschriften. [Inv.nr. 281-075.2] blz 15 15 HANDTEKENING VAN ADOLPH DE BARON HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS DETAIL SMEDEMAKAART 1788 C  WONING FAMILIE GOSLINGS AAN DE KLEINE BREEDSTRAAT C FOTO:MUSEUMDOKKUM
  15. 15. 16 EEN AANGRIJPENDE GESCHIEDENIS Toen mijn schoonmoeder Tjitske Haakma (meisjesnaam) overleed, liet ze ons een doos met allerhande zaken na en daar kwam bijgaande brief van Oebele en Idske Haakma in voor. Deze brief was aan Tjitske gericht. Het gaat over een tijd die de ouderen onder ons zeker zal aanspreken. Oebele was een oudere halfbroer van Tjitske. Het verhaal begint in Lichtaard, waar Oebele en Idske in 1927 trouwden en eindigt 40 jaar later, wanneer ze gepensioneerd zijn, in Birdaard. Ze zijn dan zeker veertien keer verhuisd; een aangrijpende geschiedenis met vooral armoede en een hele andere tijd dan wij nu kennen. Er was nog geen radio, tv, wasmachine en andere voorzieningen waar we nu aan gewend zijn. Verwarming bestond uit een kachel, die nog met hout gestookt werd, althans wanneer dat aanwezig was, want anders bracht je de winterdagen door in de kou. Alles beschreven in de bijgaande geschiedenis, precies zoals Idske het rond 1967 in haar brief onder woorden bracht. GENEALOGIE HAAKMA Jan Haakma hij huwt twee keer. 1e huwelijk Jan Haakma x Saakje de Groot, in Ferwerderadeel op 29 mei 1897. Ze woonden in Lichtaard en kregen drie kinderen: 1 Oebele geboren 9 sept. 1898 overleden 10 maart 1980, hierover gaat het verhaal; 2 Grietje geboren 14 mei 1900; 3 Ietje Everharda geboren 18 sept. 1902. Moeder Saakje de Groot is overleden op 10 mei 1906. 2e huwelijk Jan Haakma x Saakje de Boer , in Baarderadeel op 20 mei 1908. Uit dit huwelijk vier dochters: 1 Johanna; 2 Sietske; 3 Tjitske (schoonmoeder van de auteur); 4 Ida. GENEALOGIE BOTMA Gerlof Botma (geboren 3 april 1872) en Hiltje Reitsma (geboren 5 april 1875), gehuwd op 20 mei 1899; uit dit huwelijk een dochter Idske (ge- boren 19 mei 1900, overleden 1 juni 198). 14 ADRESSEN Oebele Haakma huwt op 21 juli 1927 met Idske Botma, de schrijfster van bijgaande geschiedenis, ‘Dan maar weer verhuizen’; met elkaar zo’n veertien keer volgens de persoonskaart van Oebele Haakma, waarop de volgende adressen staan vermeld: 1: 17 aug. 1926 Lichtaard 10 2: 20 mei 1939 Workum G2 3: 6 mei 1940 Hantum 115 4: 12 mei 1941 Wirdum 40 5: Sijbrandahuis D11 6: 22 mei 1946 Janum C8 7: 12 mei 1950 Engwierum D20 8: 25 mei 1951 Raard 16 9: 27 mrt 1953 Nijega A77 10: 11 mei 1955 Marsum 326 11: 15 aug. 1958 Wanswerd 9 12: Wanswerd, Mounewei 9 / vernieuwd: Birdaard, Mounewei 9 13: 1 mei 1973 Schoolstraat 18 14: Ferwerd, Foswerterstrjitte 71 (verzorghuis). GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS DAN MAAR WEER VERHUIZEN OEBELE & IDSKE HAAKMA door JAAP VAN KLAARBERGEN j.vanklaarbergen@knid.nl BRIEF MET LEVENSVERHAAL VAN IDSKE BOTMA IDSKE BOTMA EN OEBELE HAAKMA FOTO:JAAPVANKLAARBERGEN
  16. 16. DE BRIEF VAN IDSKE (de tekst is integraal overgenomen) Oebele en Idske van Haakma getrouwd 21 juli 1927, gewoond in Lichtaard, “huize Ernst” verhuisd één jaar later naar “State Lichtaard”, Oebele was toen melkrijder, na een paar jaar weer verhuisd naar één van de huisjes aan de overkant van de weg, toen een paar jaar later weer naar “State Lichtaard” waarna een poosje later deze plaats is afgebrand, oorzaak onbekend. Daar vandaan naar een “hok” van G. Wierda waar we die winter uitge-vroren zijn. Oebele en ik en Gerlof naar mijn ouders verhuisd en Jan bij een boer Attema en Hiltje bij Joh. Reitsma in Lichtaard. De plaats is weer opgebouwd na verloop van tijd en wij er weer in. We hadden alles weer wat op orde toen werd de boel verkocht, dat was in de tijd dat vader overleed. Oebele zei nog: “Had vader nog geleefd dan was dat niet gebeurd”. Vandaar verhuisd naar Workum, maar wat we intussen beleefd hadden is met geen pen te beschrijven, want Oebele was in Lichtaard geboren en getogen, maar we zijn er door gekomen. Hij werd daar vaste arbeider bij boer Bokma, daar hebben we één jaar gewoond en zijn er nooit thuis geweest. De kinderen moesten naar school en dan over een stuk of 7 planken en brugjes. Daar hebben we een strenge winter beleefd. Water voor de was moest ik halen uit een “dobbe” over de zeedijk langs grote blauwe keistenen. We hadden maar een kleine waterbak . Vandaar na één jaar later verhuisd naar Hantum, daar was Oebele melkrijder. Een paar dagen voor de oorlog kwamen we aan in Hantum waarna een paar dagen later op 10 Mei de oorlog uitbrak. Kon geen paarden krijgen, want alles was in de war toen. 16 Juli is Sake geboren. Daar werd toen de petroleum op de bon gedaan, waarbij wij toen voorbij raakten omdat wij te eerlijk waren. Later wel wat geleerd hoor. Maar er was een winkelier en die zijn vrouw bracht ons bij duister zo nu en dan wat petro- leum, ze zei niets en was vertrokken voor we het wisten; het moest stil blijven. Toch hebben we daar een goede tijd gehad. Een jaar later verhuisd naar Wytgaard, daar hebben we altijd met brandstof nood te kampen gehad. De boer had genoeg hout, doch van meedelen was geen sprake. Onze buren (die man was handelaar in van alles, hij had meestal wel brandstof doch te weinig om mee te delen) daar waren we ’s avonds wel heen om ons te warmen. Oebele met wat aardappelen te schillen en ik met de sokken te stoppen of met wat andere dingen te doen. Jan was ook wel met de drie andere kinderen naar bed. Wat hebben we het daar wel koud gehad, we hebben wel 3 weken met de bloemen op de glazen gezeten, konden niks er door zien. Triest hoor, anders wel gezellig wonen. Drie jaar later verhuisd naar Sybrandahuis, we kwamen er aan en ik zou gauw koffie zetten voor de verhuizers, maar de “bak” leeg, geen druppel water, dus maar gauw melk koken voor de mannen. “Hebben we liever” zeiden ze, maar ik kon er niet mee schoonmaken hé? Nee, het leek me eerst verschrikkelijk toe op de ruimte, maar we hebben er nog drie jaar gewoond en toen kwam de bevrijding en zijn we verhuisd naar Janum. Vier jaar in Janum gewoond bij boer Tamsma. Ze zeiden dan ook wel eens tegen ons: “Dat gat Janum,” maar daar hebben we met heel veel genoegen ge- woond. De kinderen werden groter en kon ik er veel beter tegen op en Oebele mocht daar ook wel wonen. Heel goede buren en de kinderen konden er ook wel best met elkaar. We komen nog wel eens bij onze oude buren en zij bij ons en dan zeggen we tegen elkaar: “Nooit hebben we het zo weer gehad”. Maar zoals het toen was, moest een arbeider gauw eens verhuizen, want de één moest een jongen voor het werk hebben en weer een ander een dagmeisje en zodoende maar weer verhuizen naar Engwierum. Toen we er heen gingen om te zien leek het me weer slim toe en zei dat tegen Oebele en zo leek het hem zelf ook wel toe. Maar enfin, we waren in “Rome en zouden de Paus zien” nu, er maar heen en het viel niet tegen. Maar Oebele kon er het werk niet doen, hij was voor het vee, maar die boer had zo veel bouw dat dan moest Oebele ook maar eens mee en dat kon hij niet opbrengen, dus na een jaar maar weer verhuizen. De kinderen Gerlof en Hiltje waren ook bij de boer in ’t werk maar die wilden er wel blijven, maar ja, ze moes- ten toch mee. 17 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS tijd van de wereldoorlogen BOERDERIJ VAN TAMSMA IN JANUM OP DE PLEK WAAR HET BANKJE NU STAAT, HEEFT EEN DUBBEL WONING GESTAAN, HET ZOGENAAMDE LANGHÛS EN HIERIN WOONDE DESTIJDS HET GEZIN HAAKMA FOTO:JAAPVANKLAARBERGEN
  17. 17. DAN MAAR WEER VERHUIZEN... Toen naar Raard, Oebele en Gerlof naar boer Hiemstra, nu daar mocht Hiltje beslist niet graag wonen, ze trof het wel met haar werkhuis bij boer Jensma, maar het is zo, je moet ook weer wat vriendinnen en vrienden hebben hè? Tenminste als je jong bent en dat was in Engwierum best in orde maar in Raard wou het niet zo goed. Eén jaar later weer verhuisd, Oebele kon zetboer worden in Nijega. Nu, dat leek er op, wij allen blij. Om Oebele zijn we in Maart verhuisd, Sake had er ook zo’n zin in en met verhuizen zou hij ook flink mee helpen. (het was toen nog een schooljongen) maar het regende die dag pijpenstelen en koud dat het was! Dat hij zat het meest bij de buren bij de kachel, ja in zo’n regen kwamen we in Nijega aan. Gelukkig konden we ons huisraad in de schuur rijden en stond er nog een oude kachel van de boer in de kamer. Maar gauw wat hout (dat was er wel in de Wouden) er in hebben we ons eerst lekker opgewarmd en konden toen maar begin- nen te boenen en opruimen, (want de boer woonde er alleen) en had zijn hebben en houden er nog in, maar enfin we hadden daar de ruimte. De koeien, ongeveer 16 stuks stonden nog op stal. Nu had Oebele het wel druk maar we mochten er allen graag wezen. Hiltje heeft haar man er opgedaan. Maar de vreugde daar was ook alweer van korte duur daar de boer er zelf weer op wou, we hebben daar 2 jaar gewoond. Dan maar weer verhuizen en nu naar Marsum. Oe- bele werd los werkman. Hiltje kwam bij de vrouw van De Jong als help en Gerlof en Sake ook bij een boer. Daar was het ook niet raar wonen, hoewel Oebele er nog wel eens ziek was, een ongeval met een auto waarvan hij weken op bed lag met een hersenschud- ding en daarna wilde het werken ook niet zo goed meer. We hadden Hiltje, Sake en Gerlof nog in huis; Jan was getrouwd. Daar vandaan is Hiltje getrouwd en na een paar jaar Gerlof ook en bleef die bij de boer in wiens huis wij met elkaar woonden. Doch toen moesten Gerlof en Baukje er in dus toen maar weer verhuizen, nu naar Birdaard en moesten we weer wennen, vooral Oebele. Om mij hadden we ook wel even buiten het dorp kunnen wonen, maar ja, je krijgt het nu altijd niet zo als je het liefst wilt. We zijn nu al wat ingeburgerd en hopen dat we hier nog enige jaren bij elkaar mogen blijven. We wonen hier inmiddels al weer 9 jaar en als we nu weer moes- ten verhuizen was ’t niet best, daar zag ik dan wel tegen op. We hebben toen Sake wou trouwen het er wel eens over gehad, dan wilden Sake en Anne in ons huis, maar Oebele wou dat niet en nu blijven we hier maar. Sake is inmiddels getrouwd, eerst gewoond in Birdaard en nu ook al weer verhuisd naar Leeuwar- den. ’t Was voor ons ook niet zo aardig, één bij ons in ’t zelfde dorp dat leek ons wel. En zo misten we die ook al gauw weer. Maar zo is nu eenmaal ’s werelds beloop, ’t is gelukkig geen Canada. P.S. in Sijbrandahuis hebben de kinderen alle vijf, we hadden toen ook een evacuee uit Arnhem, één nacht onder een sneeuwdeken geslapen, dat was zo, het rieten dek was niet al te best meer en een sneeuw- jacht van jewelste. We konden de sneeuw niet keren en er waren geen kamertjes. Ze lagen zo onder het dak, wel in ledikanten hoor, dat de andere morgens kwamen ze allen onder een sneeuwdeken vandaan. Nu maar weer zien alles droog te krijgen, (lekker hé?). Idske Haakma 18 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS MOUNEWEI 9 MOUNEWEI IN BURDAARD FOTO’S:JAAPVANKLAARBERGEN
  18. 18. KIPPENOORLOG IN DE DÔLLE. De Rijdende Rechter heeft vaak zijn handen vol aan burenruzies. Dat dit van alle tijden is, bewijst het waar gebeurde verhaal van 85 jaar geleden (1929 ) aan de Dôlle bij De Trieme onder Westergeest. Hoofdrolspelers zijn veehouder Jacob Steringa en zijn buurmannen arbeider Auke van Assen en ‘gernierke’ Heine van Assen. Jacob Steringa was geboren op 1 februari 1868 onder Westergeest en overleed op 2 mei 1946 in Triemen; hij was op 16 mei 1903 gehuwd met Jitske van den Berg, afkomstig uit Akkerwoude. Auke van Assen was geboren op 16 november 1904 in Triemen en overleed op Koninginnedag 1982 in Westergeest. ‘Lytse Auke’, zoals hij ook wel werd genoemd, trouwde in 1932 met Stien Boon uit Oudwoude. Heine van Assen was geboren op 28 december 1872 in Triemen en overleed daar op 20 augustus 1956; hij was op 7 november 1896 getrouwd met Geertje Postma van Akkerwoude; hij was een oom van Auke van Assen en de pake van de thans nog op de Dôlle wonende Heine en Haije van Assen. VOORTDURENDE BURENTWIST Jacob Steringa hield er veel kippen op na, die telkens als ze los waren, op het erf van de buurman Auke van Assen kwamen. De talloze waarschuwingen om de kippen vast te houden, bleken vruchteloos. Op 27 maart 1929 liepen de hennen weer op het erf van Auke, die met een grote stok de kippen wilde verjagen. Hij gooide met de stok en één der kippen werd geraakt en bleef liggen. Later is het dier aan deze mishandeling gestorven. Buurvrouw Fokje van der Veen was getuige van het voorval. Op de bewuste avond stond ze op de uitkijk, om- dat er voor de zoveelste maal ruzie was. Ze zag hoe Auke een stok naar de kippen wierp en dat er één bleef liggen. Zij verklaarde dat de buren slecht met elkaar overweg konden, dat er altijd ruzie was over de kippen en over het hek, dat de Steringa ’s al in 1867 wederrechtelijk aan de weg hadden geplaatst en dat Van Assen het leven van Steringa zo zuur mogelijk probeerde te maken. De volgende getuige was Gerrit van Assen, een broertje van Auke. Hij werd er eerst fijntjes op attent gemaakt dat een dooie kip geen meineed waard was. Hij verklaarde echter plechtig dat zijn broer geen kip had aangeraakt, maar dat het juist Steringa was die zich op de kip liet vallen en toen met het dode dier z ’n huis was ingegaan. Gooitzen van Assen uit Westergeest, kaas- maker op Hústernoard, een oudere broer van Auke, die toevallig op bezoek was, verklaarde eveneens dat Steringa zelf de kip had gedood. Uit alle verhoren bleek dat er een voortdurende bu- rentwist was en dat men elkaar het leven zo lastig mogelijk probeerde te maken. De Officier van Jus- titie vond dat er veel plagerij in het spel was door de familie van Assen en dat de hele ‘kippenquestie’ te wijten was aan Auke. Hij eiste 25 gulden boete of 25 dagen gevangenisstraf. Auke werd uiteindelijk veroordeeld tot 10 dagen op water en brood. TEVEEL RUIMTE OM HUIS Heine van Assen woonde aan de andere kant van Jacob Steringa. Op 1 april, een paar dagen na het vorige voorval, liepen de ongeveer 80 kippen van Steringa weer los en bij hem op het erf. Heine wilde met een knuppel de beesten van zijn ‘hiem’ verja- gen en wierp de knuppel naar de hoenders. Eén van de vogels werd aan de poten geraakt en moest daarna al hinkelende haar weg naar het hoenderhok vervolgen. Jacob Steringa beschouwde het echter niet als een aprilgrap, en‘maakte gewag van’de mishandeling van de kip, zodat ook hier de veldwachter werd ingeschakeld. Heine van As- sen verklaarde echter dat hij geen kip geraakt had: ‘Deze beesten zijn zo wild dat, als ze een der van Assens zien aankomen, ze er al snel vandoor gaan’ en ‘het gebeurt wel meer, dat die kippen van Steringa kreupel zijn, omdat Steringa veel ruimte om huis heeft, en ze ook bij de buren vrij rondlopen, zodat sommige van die dieren wel kramp in de poten moeten krijgen, dus van mishandeling is hier echt geen sprake.’ De Officier van Justitie achtte echter de kippenmishandeling wel voldoende bewezen. Hij eiste hier 15 gulden boete of 15 dagen hechtenis. Het vonnis werd 10 dagen naar het tuchthuis. Vermoedelijk hebben beiden in 1930 tegelijk hun detentie uitgezeten in de Blokhuispoort te Leeuwarden. De kippen uit de Dôlle konden nadien weer in alle veiligheid op stok. 19 DE DÔLLE EN DE TRIEMSTERLOANE - ONGEVEER 1940 FOTO:TRESOAR YN ‘T FERLINE DE TRIEME door JACK BOERSMA j.boersma@dongeradeel.nl HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS
  19. 19. IN OPLEIDING Deze groepsfoto is genomen in Kamp Waalsdorp bij Den Haag. Jan zit gehurkt in de middelste rij, rechts achter de man met pijp. De soldaten-in-opleiding hier nog informeel in hemdsmouwen. Jan begint zijn kaarten vaak met dezelfde begroeting: Geliefde ouders / broer Wietze. Hiermede laat ik u weten dat ik nog gezond ben en wensch van u allen hetzelfde. Ook de afsluiting is stereotiep: Hartelijk gegroet van uwen zoon / broeder Jan Bouta. Hier tussenin komen de belevenissen van Jan, heel kort samengevat, want er is natuurlijk niet zoveel ruimte op de kaart. Ik zal vaak stukken tekst letterlijk overnemen van de kaarten (cursief), met taalfouten, Friesismen en al. Juist daardoor wordt het herkenbaar en komt dicht- bij de lezer van nu. Soms volgt (in gewone letter) mijn commentaar, maar de beschrijving van Jan is meestal kleurrijk genoeg. WAALSDORP 18 nov.1915 Waalsdorp. Hier in de barak bij ons zijn nu 4 secties te zamen. 150 man, dus een mooie kamer- vol en nu kan er nog 1 sectie in. Nu moet u mij ook eens terugschrijven. Iets over ‘t land en zoovoort en als vader gedaan werk heeft. Jan is een hele serieuze jongen met meer belangstel- ling voor het werk dan voor pleziertjes. Of hij post van zijn ouders kreeg, is niet bekend; er is in ieder geval niets van bewaard gebleven. 24 nov.1915 Waalsdorp. ‘k Heb de heele avond aan het knoopnaaien geweest, dat is een karwei. Mor- gen gaan we naar Den Haag loopgraven bezien, marcheeren in tenue. Je ziet het voor je, die kolen- schoppen van handen, gewend aan spitwerk, die nu moeten priegelen met naald en draad. 30 dec.1915 Waalsdorp. Tevens wensch ik U veel Heil en zegen met het nieuwe jaar 1916. ‘t Comp. Depôt Grenadiers&jagers 11e sectie barak III Waalsdorp. AFGERICHT 1 mrt 1915 Waalsdorp. Vandaag de laatste oefeningen hier gedaan. Morgen poetsen en inspektie en dan om 2 uur naar Den Haag te presenteren. Dan zijn wij afgericht en komen dan samen op een kiekje, de heele compie. Ook een mooie klucht. De foto, genomen door een officiële fotograaf, komt in de volgende aflevering. Hierna gaat de compagnie weg uit Den Haag, naar Jutphaas bij Utrecht. wordt vervolgd 20 KNOOPNAAIEN IN WAALSDORP VELDPOSTUITWOI VELDPOST VAN JAN BOUTA door HILDA BOUTA hildabouta@hetnet.nl 1915 - 1918 GROEPSFOTO 3E BATALJON 11E SECTIE ZONDER UNIFORM Zoals wij nu contact onderhouden via Skype, e-mail of telefoon, zo stuurde Jan Minnes Bouta 100 jaar geleden trouw, tijdens zijn Mobilisatie, beschreven ansichtkaarten naar huis, die een mooi beeld geven van een Friese jongen die in de Eerste Wereldoorlog ver van huis gestuurd werd. Veldpost van Jan Bouta uit de periode 1915 - 1918. KAMPEMENT WAALSDORP BIJ DEN HAAG IN 1915 FOTOCOLLECTIEHILDABOUTA
  20. 20. HERALDIEK 21 WAPEN & VLAG VAN door RUDOLF J. BROERSMA tekenaar Fryske Rie foar Heraldyk OOSTDONGERADEEL (1) OOSTSIJDE DER PASENS Oostdongeradeel zou als zelfstandige grietenij (ge- meente) zijn ontstaan in de tweede helft van de 13e eeuw, toen het zich losmaakte uit het grotere geheel Dongeradeel. Herma van den Berg houdt het wat ruimer op‘voor de 15de eeuw’. Uit die tijd is niet veel bewaard gebleven en het is dus ook niet duidelijk wat de bron van het wapen is geweest; er zijn geen zegels bekend van de Donge- radelen, die eventueel een wapenafbeelding had- den kunnen overleveren. De oudst bekende afbeelding van het wapen van Oostdongeradeel is te vinden op een kaart in de Chronique van Vrieslant uit 1622. De grietenij heet dan ‘Dongeradeel Oostsijde der Pasens’. Het wapen op deze kaart vertoont een linkerschuinbalk. GROENE SCHILDKLEUR Evenals het wapen van de buurgemeente is dit wapen gebaseerd op de geografische ligging van de gemeente. Je zou kunnen zeggen dat de balk in de richting zuidwest-noordoost ligt. Over het algemeen wordt aangenomen dat deze balk het riviertje de Paesens voorstelt. Dat zal mede komen omdat de tekenaar de schuin- balk in het wapen min of meer als een waterloop voorstelt met golfjes. Door deze geografische aanduiding van het grensriviertje in dit overwe- gend groene gebied lijkt het dan ook erg aannemelijk dat de oorspron- kelijke kleur van zowel het wapen van Oostdongeradeel, als dat van Westdongeradeel groen zal zijn geweest. Temeer omdat een blauwe uitvoering, zoals die later de overhand zou krijgen, ook teveel op het wapen van Westergo zou lijken, dat tijdens het ontstaan van deze wapens nog volop in gebruik was en toen ook een linkerschuinbalk had. HERALDISCHE ARCERINGEN De originele kaart was uiteraard niet in kleur en er waren ook geen heraldische kleuraanduiding door middel van arceringen in de wapenafbeeldingen aange- bracht zoals we die nu kennen. Deze kaart is op een later tijdstip ingekleurd, maar het is niet bekend wat de bron was voor deze kleuren (eigen inzicht?) en wanneer deze zijn aangebracht. Het is dan ook jammer dat de unieke kleur groen verloren is gegaan. Het was, zeker in de wapens van Oost- en West- dongeradeel, de meest voor de hand liggende schildkleur geweest. Niet lang daarna vinden we in de wapens op de kaarten in de ‘Beschryvinge van Frieslandt’ wel arceringen, maar of die al als heraldische arceringen moeten worden beschouwd is twijfelachtig. Zo komen op de kaarten in dat boek verschillende type arceringen voor bij hetzelfde wapen, waarvan dat van Kollumerland een mooi voorbeeld is. Op de kaart van Friesland worden het bovenste en onderste deel van het wapen van deze grietenij als ‘blauw’ gearceerd (horizontaal), terwijl in hetzelfde wapen op de kaart van Kollumer- land deze delen als‘rood’worden weergegeven (verticaal gearceerd). wordt vervolgd WAPEN VAN WESTERGO KANSELARIJ TURFMARKT LEEUWARDEN  1621 GRIETENIJ OOSTDONGERADEEL  SCHOTANUS 1664 OUDSTE AFBEELDING CHRONIQUE VAN VRIESLANT - 1622 FOTO:WARNERB.BANGA
  21. 21. 22 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS VOORSPOED DRIE STUDENTEN UIT NOORDOOST-FRIESLAND AAN DE UNIVERSITEIT TE FRANEKER (ca.1650-1700) In de tweede helft van de zeventiende eeuw maakte de universiteit van Franeker een bloeiperiode door. Studentenaantallen stegen, beroemde geleerden kwamen op bezoek en de kwaliteit van de professoren was bijzonder hoog. Hoe kon dat? Natuurlijk is het antwoord op die vraag niet eenvoudig. Het had te maken met de relatieve vrede, nadat in 1648 de Tachtig- jarige Oorlog voorbij was. Er was economische voorspoed en tegelijk een toenemende belangstelling in academisch onderwijs. Soms vielen puzzelstukjes op hun plaats en bleek een jong aangetrokken hoogleraar zich te ontwikkelen tot een vermaard geleerde. En de Franeker univer- siteit, opgericht in 1585, had inmiddels een behoorlijke reputatie opge- bouwd. Een volledige verklaring voor het succes is moeilijk te geven, maar er is nog wel een belangrijk onderdeel dat enige aandacht verdient. Dat wordt duidelijk uit de levens van drie studenten uit de directe omge- ving van Dokkum. De drie jongens schreven zich allemaal kort na 1650 in aan de universiteit van Franeker. Ze zouden daar een blijvende en belangrijke invloed uitoefenen op elkaar en op de academie. DRIE STUDENTEN De eerste student van dit groepje dat zich inschreef in Franeker, was Abraham de Grau (1632-1683). Zijn tijdgenoten om- schreven hem als een stille, maar heel serieuze jongen. Hij kwam uit een groot predikantsgezin uit Wânswert. Al op jonge leeftijd moet hij naar de Latijnse school zijn gegaan, in Leeuwarden. Als hij zich op 30 april 1651 inschrijft aan de Franeker universiteit doet hij dat dan ook als‘Leovardiensis’(‘uit Leeuwarden’), maar zijn familie woonde nog in Wânswert en enkele van zijn beste vrienden kwamen uit die hoek van de provincie. De tweede student was Ulrik Huber (1636-1694).Van deze uit Dokkum afkomstige zoon van de secretaris vanWestdongeradeel werd ook op jonge leeftijd al veel verwacht. Ook hij ging naar de Latijnse school in Leeuwarden; aldaar zal hij zeker bij familie in de kost zijn geweest. Op 4 juli 1651 schreef hij zich in aan de Franeker universiteit, waar hij drie jaar lang zou studeren. Twee jaar later, op 8 maart 1653 meldde Balthasar Bekker (1634-1698) zich in Franeker. Ook hij was opgegroeid in Noordoost Friesland, in het dorpje Metslawier. Daar was zijn vader predikant geweest, voordat de familie naar Warfhuizen in Groningen vertrok. Bekker had onderwijs van zijn vader gekregen en ging in 1650 in Groningen naar de universiteit. Na drie jaar hier gestu- deerd te hebben keerde hij terug naar Friesland en schreef zich in aan de Franeker academie. ACADEMISCHE door ARJEN DIJKSTRA Rijksuniversiteit Groningen afb.dijkstra@gmail.com BALTHASAR BEKKERULRIK HUBERABRAHAM DE GRAU FOTO:MUSEUMMARTENAFRANEKER BRON:RIJKSMUSEUM/UNIVERSITEITSMUSEUM/MUSEUMMARTENA
  22. 22. 23 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS SAMEN STUDEREN De drie jongens zijn ongeveer even oud, komen uit dezelfde hoek van Friesland en ze studeren in het collegejaar 1653-1654 samen aan de Franeker uni- versiteit. Daarmee is nog niet gezegd dat ze ook echt met elkaar omgingen. Dat ze dit wel deden, blijkt uit lofdichten die ze op elkaar schrijven bij een college filosofie. Ze disputeerden samen, een van de gang- bare didactische methodes destijds. Dit betekende dat ze elkaars stellingen verdedigen en aanvallen. Niet zeker is of ze samen hebben geschermd, gekaatst en gedronken, maar dat lijkt allemaal wel waarschijnlijk. Wel zeker is dat ze dezelfde theologen en filosofen leren kennen, zowel in persoon als uit de boeken. In hun eigen werken halen ze die boeken later aan en verwijzen naar invloedrijke docenten. RECHTSHISTORICUS HUBER Na dat collegejaar leken ze ieder hun eigen weg te gaan. Ulrik Huber ging op een rondreis langs beroemde universiteiten. Hij bezocht Utrecht, Marburg en vervolgens Heidelberg. In die laatste plaats zou hij promoveren, maar nog voor het zover was ontving hij een brief van de Franeker universiteit. Zijn oude leermeesters hadden hem benoemd tot hoogleraar in de geschie- denis en de welsprekendheid, met het verzoek dit te accepteren. Dat deed Huber. Het bleek het begin van een prachtige Franeker carrière. Hij schopte het tot eerste professor in de rechten en was een aantal maal rector van de universiteit. Als rechtshistoricus is hij zelfs ongeëvenaard in de Nederlandse geschiedenis. Zijn Hedendaagse rechtsgeleerdheid (1686) wordt nog steeds geraadpleegd. Dat vandaag de dag tegenover het gebouw van de Hoge Raad in Den Haag een bronzen beeld van Huber staat, is hier een teken van. Tegelijk liet hij zijn stem horen in het publieke debat. Hij schreef pamfletten over de universi- taire dansmeester (hij was voor) en hij pleitte tegen het verplaatsen van de universiteit naar Leeuwarden. TERUG NAAR FRANEKER Abraham de Grau ging de omgekeerde weg van Bekker. Hij vertrok naar de universiteit van Groningen, waar hij op kamers ging wonen bij de hoogleraar in de wiskunde, Joachim Borgesius. Samen probeerden ze de filosofie een nieuwe richting uit te sturen. Ze onderzochten zoveel mogelijk klassieke teksten en legden hier enorme indexen op aan. Op die manier wilden ze met wiskundige precisie een verband tussen de teksten aantonen en tegelijk laten zien dat moderne opvattingen daar- mee niet in tegenspraak waren. Het was een taak waar De Grau de rest van zijn leven aan bleef werken, maar niet in Groningen. Ook hij kreeg een uitnodiging terug te gaan naar Franeker. Daar was de hoogleraar in de wiskunde overleden en De Grau bleek de ideale kandidaat om hem op te volgen. tijd van regenten en vorsten ULRIK HUBER 1636  1694 UNIVERSITEIT VAN FRANEKER  ATLAS SCHOEMAKER FOTO:MUSEUMDOKKUM BRON:KONINKLIJKEBIBLIOTHEEK
  23. 23. THEOLOOG BEKKER Aanvankelijk bleef Balthasar Bekker waar hij was. Nadat de anderen Franeker hadden verlaten, werd hij leraar op de lokale Latijnse school. Het was een kwelling voor Bekker, die zichzelf eerder als theoloog dan als schoolmeester zag. Toen hij na twee jaar een beroep kreeg uit Oosterlittens zei hij dat‘God hem verlost’had. Ook hij bleef niet weg; in de jaren zestig van de zeventiende eeuw kwam hij eerst terug om een dik proefschrift te verdedigen, daarna werd hij er predikant. De Franeker kerk stond natuurlijk onder sterke invloed van de universiteit en de pro- fessoren. Het lijkt dan ook niet gek om te stellen dat het de academische gemeenschap was die Bekker terughaalde. Bekker zijn carrière zou een grote vlucht nemen. Hij schreef enkele zeer invloedrijke theologische werken, waar heftige debatten over gevoerd werden. Volgens historici was hij een van de belangrijkste predikanten van de late zeventiende eeuw. Zijn belangrijkste prestatie was het toe- passen van de ideeën van René Descartes op de theologie. Deze Franse filosoof (die ook een tijdje aan de Franeker universiteit ingeschreven stond) stelde, onder andere, dat lichamen geen invloed op elkaar kun- nen uitoefenen als ze niet direct met elkaar in contact staan. Bekker paste dit toe op de theologie en zette daarmee het ingrijpen van God op losse schroeven. Nog belangrijker was dat hij de duivel en kwade geesten daarmee ook alle macht ontnam. Onstoffelijke wezen, konden volgens hem niets doen. Aanvankelijk schreef Bekker hoofdzakelijk voor een academisch publiek, maar uiteindelijk ook voor iedereen. Beroemd is zijn De Betoverde Wereld (1690). Hiervan verschenen direct (deel)vertalingen in het Duits, Frans en Engels. Het boek kwam hem duur te staan. Hij werd beschuldigd van het ontkennen van God, kreeg ruzie met heel veel theologen en verloor uiteindelijk zijn werk als dominee. Hoewel hij zelf graag wilde, zou hij nooit professor worden vanwege zijn religieuze opvattingen. Bek- kers invloed was echter enorm, ook op het theologieonderwijs te Franeker. KOMETENJAGER DE GRAU In Franeker leek De Grau het minst gelukkig met zijn lot. Hij vond dat hij te weinig studenten had. Zijn ambitieuze project om zoveel mogelijk klassieke teksten te indexeren kwam natuurlijk nooit af. Daar- naast kwam zijn vrouw, Rixt Doënga, in de proble- men: ze stal het tafelzilver van de buren en werd daarvoor gepakt. Hoe het een invloed had op het ander is onmogelijk te achterhalen, maar De Grau ging in ieder geval niet minder werken. Hij werd een fervent en succesvol kometenjager. In 1668 ver- scheen een van zijn observaties in het belangrijkste boek over kometen dat tot die tijd verschenen was. Dat was niet het enige: de Friese De Grau wist de wiskunde vorm te geven in een tijd dat het vak onder zware druk stond. Daarvoor gaf hij les aan Friese studenten, vaak niet in het Latijn maar in het Nederlands. Mede hierdoor bleef de wiskunde een belangrijk vak aan de universiteit van Franeker. Iets dat niet overal vanzelfsprekend was. DUBBEL EN DWARS TERUGBETAALD De vraag was hoe deze jongens inzicht verschaffen in de bloei van de Franeker universiteit. Het gaat om drie slimme jongens, uit de geletterde laag van de bevolking. Ze waren zonen van predikanten en een secretaris. Die kansen wisten ze te benutten, ieder op zijn eigen wijze. Huber werd een gevierd academicus, die nog steeds nationaal en zelfs internationaal erkend wordt. Bekker gebruikte de academische wereld om zijn geest te slijpen en om theologische debatten uit te lokken. Hij stond daarmee midden in een snel veranderende wereld en droeg daar sterk aan bij. De Grau probeerde dat ook, had hier en daar een succesje, maar zijn verhaal laat zien dat het allemaal niet vanzelfsprekend was. De bloei van Franeker kreeg mede vorm, omdat de universiteit haar achterban niet verwaarloosde. Die achterban betaalde dat vervolgens dubbel en dwars terug. 24 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS BALTHASAR BEKKER 1634  1698 AFBEELDING VAN EEN KOMEET DIE DE GRAU VOND FOTO:RIJKSMUSEUM FOTO:RIJKSMUSEUM
  24. 24. 25 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS ILLUSTRATIETECHNIEKEN & FOTOGRAFIE Als verzamelaar van 19e -eeuwse illustratietechnieken ontkom je er niet aan daar ook de fotografie in te betrekken. De uitvin- ding van de fotografie was cruciaal voor de ontwikkeling van illustraties in boeken en bladen. Zo komt het dat ik naast gedrukte platen ook de ontwikkeling van de fotografie verzameld heb. Een paar bijzondere foto’s hierin zijn twee stereofoto’s van Dokkum. Beide foto’s zijn door hun formaat te dateren tussen 1890 en 1940. De stereo foto van de Zijl heeft het formaat 8,9 x 17,5 cm en de stereofoto van de Oranjewal heeft het formaat van 9 x 18 cm. De formaten zijn dus verschillend en ook het afdrukpapier is afwijkend. Er zouden dus meerdere stereofoto’s van Dokkum door deze fotografen gemaakt kunnen zijn. Er zijn verschillende periodes geweest waarin de stereofotografie zeer populair was. De eerste populariteitsgolf was van 1851 tot ca. 1870 en begon in Engeland. De tweede populariteitsgolf (ca. 1885 tot 1920) begon in de Verenigde Staten dankzij de massaproductie van fotopapieren. Fotografen reisden de hele wereld af met professionele 9 x 18 camera’s. Tevens werden er in deze periode voor amateurs ook complete systemen op de markt gebracht. Het is dan ook aannemelijk dat beide foto’s voor 1920 gemaakt zijn, omdat de derde populariteitsgolf in 1950 plaats vond en toen waren deze stereoformaten niet meer in omloop. Op beide foto’s is op de achterzijde op identieke wijze een tekst getypt: Dokkum: Oranjewal en Dokkum: Dokkumer Ee. DRIEDIMENSIONAAL KIJKEN Het driedimensionaal waarnemen is mogelijk door het perspectief verschil tussen het linker en het rechter oog. Onze ogen nemen beelden weer elk vanuit een ander standpunt, waardoor in onze hersenen een indruk van diepte ontstaat. Door twee foto’s te maken vanuit twee verschillende standpunten, 6,5 centimeter van elkaar, net als onze ogen, ontstaat het driedimen- sionale beeld. De foto’s zijn door middel van een stereokijker driedimensionaal te bekijken. DOKKUM: DOKKUMER EE DOKKUM: ORANJEWAL VAN DOKKUM TWEE STEREOFOTO’S door NICO DOUMA Ncm.douma@dokkumerdiep.nl DOKKUM: DOKKUMER EE DOKKUM: ORANJEWAL
  25. 25. AANVULLING OP ARTIKEL ‘BOSKMA & KEEGSTRA’ in De Sneuper nummer 112 - december 2013 Al lezend in het Diaconierekeningenartikel van Piet de Haan over de bij- zondere families Boskma en Keegstra vielen mij de voornamen van drie van de zes kinderen op van het gezin Philippus Seijes en Ytje Tjeerds. Dit waren Tjeerd, Froukje en Jeike. Ik dacht toen: deze namen kom ik op Ameland ook tegen in de archieven. Tjeerd Philippus Tjeerd is geboren op 8 maart 1750 in Brantgum. Hij huwde voor de eerste keer op 8 juni 1778, weliswaar in de Hervormde kerk van Holwerd, met Janke Jaspers uit dat dorp, maar er staat wel bij vermeld dat hij woonde op de Kooiplaats ten oosten van Buren op het eiland Ameland. Dat hij op Ameland werkte en woonde is verklaarbaar. Zijn jongere zus Froukje was in elk geval al vier jaar eerder op het eiland woonachtig. Zij was namelijk op 15 mei 1774 in de Hervormde kerk van Nes gehuwd met de eilander Barend Paulus Kooy, zoon van kooiker Paulus Hendriks en Janke Syes.Tjeerd zal dus gewerkt hebben als knecht op de boerderij en in de vogelkooi van de schoonfamilie van zijn zuster Froukje. Op het mo- ment van zijn eerste huwelijk is hij weer terug gegaan naar de vaste wal. Jeike Philippus, de jongste zus van Tjeerd en Froukje, is geboren op 24 augustus 1760 en op 7 september 1760 hervormd gedoopt in Holwerd. Dat zij ook op het eiland terecht is gekomen is te verklaren. In dit geval niet aan de oostkant van het eiland maar in het westelijkste dorp Hollum. Het zal er mee te maken hebben gehad dat haar oudere zus Froukje en zwager Barend met hun gezin in het gehucht De Blieke woonden, ten noordwesten Hollum. Jeike is op 21 januari 1783 met attestatie van Holwerd bij de Hervormde gemeente van Hollum gekomen. Vijf dagen later, op 26 januari, huwde zij in de Hervormde kerk van Hollum met de Doopsgezinde zeeman Jan Jansen Woertman van Hollum. Jeike en Jan mochten niet in zijn kerk trouwen. Dat stonden regels van deze kerk niet toe. Dat kon alleen als beiden belijdend lid waren van deze kerk. Was Jeike wel belijdend lid van de Hervormde kerk van Holwerd? Ik heb het niet kunnen vinden. Was ze geen belijdend lid, dan heeft ze geen attestatie gekregen naar Hollum. Heeft de Hervormde kerk van Holwerd een schriftelijk bericht gestuurd met betrekking tot de ondertrouw van Jeike, bijvoorbeeld een bericht van het eerste gebod? Jan Jansen Woertman is circa 1754 geboren als zoon van Jan Jans Woertman en Henke (Hinke) Gerrits. Hij is op 13 januari 1782 volwassen gedoopt en heeft toen ook belijdenis gedaan bij de Jan Jacobs gemeente in Hollum. Jan stamt uit een familie van strenge menisten (Doopsgezinden). Dit was de gemeente van de Oude Vlamingen, ook wel de Jan Jacobs-gemeente genoemd naar een voorganger uit Harlingen. Deze stroming werd ‘de fijne menisten’ genoemd. Toen Jeike naar Ameland kwam, bestonden er drie stromingen van dit geloof met zeven Vermaningen (kerken) op het eiland. De minst strenge was de Waterlandse gemeente, ook wel ‘Blauwe Schuur- gemeente’of de‘grove menisten’genoemd. Daartus- senin zat de Vlaamse gemeente ook wel de ‘Foppe Ones-’of‘Lausoms-gemeente’genoemd. NAAR VERSCHILLENDE KERKEN Op Ameland was en is het soms nog de gewoon- te dat als een echtpaar lid was van verschillende kerken, dit na hun huwelijk zo bleef. Ieder zijn ei- gen kerk en daardoor gingen de kinderen ook naar verschillende kerken toe, al naar gelang naar wiens kant de kinderen genoemd waren. Als de kinderen naar de doopsgezinde kant vernoemd waren, lieten zij zich later volwassen dopen, werden de kinderen naar de hervormde kant vernoemd, dan werden ze als baby gedoopt. Bij Jeike is dit zo niet gegaan. Zij heeft zich op 11 januari 1784 opnieuw laten dopen en heeft belijdenis gedaan bij de kerk van haar man, de Jan Jacobs-gemeente. 26 door PIETER JAN BORSCH pj.borsch@knid.nl TOT DE BLIEKE OP AMELAND HOLWERDERS OP DE KOOIPLAATS HERVORMDE KERK TE HOLLUM OP AMELAND GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS SCHETSKAART VAN HOLLUM - CA. 1850
  26. 26. 27 MEMORIJ VAN SORGDRAGER Voordat Jeike gedoopt kon worden moesten er eerst enkele problemen de wereld uit geholpen worden. In ‘Memorij’ het dagboek van Cornelis Pieters Sorgdrager (1773-1826) schrijft deze het volgende: ‘Sondag den 14 December 1783 had een Seike Filippus vrouw van Jan Woertman versogt om voorgedragen te worden om gedoopt te werden, maar er ging een gerugt van haar dat zij een kind gehad had in Vriesland, hetwelk zij aldaar dood in haar bed gevonden had, en zij hier na Ameland gevlugt. Derhalven so vonden wij ons beswaart het voor te dragen maar wiert uitgestelt tot aanstaande Sondag.’ ‘Sondag den 28 dito 1783 Is deze voorgemelde Seike Filippes beneffens meer andere voorgedragen. Deze Seike Filippus haar schoonmoeder Hinke Ger- rits had gisteravond bij Jacob Jobs (Leraar en Oudste) aan huijs geweest om te versoeken of sulks niet konde geschieden, sij woude wel een getuig schrift daar sij hier op Ameland getrouwt was, die soude ons diakenen an- ders ook van haar gevordert hebbe uit naam van ons alle dienaren. Soude niet eerder gedoopt zijn geworden.’ ‘Den 1 Januarij 1784 Na middag is dat geschrift van Seijke Filippus de Broe- deren voorgeleezen welk behelsde dat haar gebooden in Vriesland gedaan waren, en datter niets van Lettinge was gekomen, waar door zij niet zoude mogen Trouwen dog niemant van de broederen hadden daar op tegen.’ ‘Vrijdag den 2 jauarij 1784 sijn de doopelingen verhoort uitgesondert die twee van Nes, door onweder niet gekomen.’ ‘Sondag Den 4 Dito voorbereijding van den doop door Jacob Jobs Text uit Romeij 10 vers 9 en 10 na het singen, de broeders de doopelingen nog eens voorgedragen, en gesegt dat zij de belijdenis onses geloofs hadden aangenomen.’ ‘Sondag Den 11 Dito Sijner 15 Personen hier tot Holm gedoopt door Jacob Jobs te weeten, Harmen Theunis, Hille Jansen, Minne Jansen, Pieter Jobs, Douwe Haijes, Gellof Ades, Antke Ades, Klaaske Jacobs, Seijke Filippus, Neeke Cornelis alle van Holm en Klaas Sipkes, Trijnke Jans en Hendrik IJnsen als knegt van Ballum en dan Rienk Semkes en zijn vrouw Ittje Hendriks van Nes.’ Tot zover het schrijven van Cornelis Pieters Sorgdrager met betrekking tot de doop en belijdenis van Jeike Philippus. Bijzonder in het schrijven van Sorgdrager is de tekst: ‘Soude niet eerder gedoopt zijn geworden.’ Was Jeike niet bekend met het feit dat ze als baby al was gedoopt of heeft ze dit gegeven bewust verzwegen? Zus Froukje was op het moment van het dopen van Jeike 10 jaar, zij moet het zich toch herinnerd hebben. Of Froukje was het vergeten, of zij heeft het dopen van zuster Jeike verzwegen. Allemaal vragen waar geen antwoorden meer op komen. JAN JANSEN WOERTMAN SENIOR & JUNIOR Van Jan Jansen Woertman sr zijn de volgende beroepen bekend: zeeman, zeevarende bediende en hoeder (herder). In het ‘Memori Boeck’ schrijft Sorgdrager over Jan de volgende tekst: ‘Dinsdag den 27April 1790 is de hoeder begonnen met hoeden en de Schetter te Schetten Daar zij 440 beesten voor de hoeder en hij verdient 6½ Stuiver van ijder namentlijk Jan Woertman.’ Het aantal kinderen van Jan en Jeike is moeilijk vast te stellen, omdat ze niet gedoopt werden en als ze jong overleden of als ze jong (circa 12 jaar) naar de vaste wal gingen te werken, waren ze vaak voorgoed buiten beeld. Wel is bekend dat in 1788 een zoon Gerrit is geboren. Ook is er een zoon Jan geboren. Wanneer is niet na te gaan, omdat hij op Ameland niet gedoopt, gehuwd of overleden is. Uit een bijlage van 1813 van de Militie van Gerrit blijkt dat Jan bestaat, want Gerrit is ook kostwinner voor zijn broer. De beide ouders waren toen niet meer in leven. Jan Jans Woertman jr zijn naam wordt op 12 september 1817 genoteerd met de functie van ondertimmerman met een gage van 32 gulden per maand op de monsterrol van het pinkschip ‘April’ onder gezag van kapitein Dirk Cornelis de Groot uit Hol- lum. De reis ging vanaf de rede van Texel naar Noord-Amerika met aan boord landverhuizers, emigrantenfamilies uit Zwitser- land en Duitsland. Het tijdstip van overlijden van echtgenoot Jan Jansen Woertman van Jeike is niet bekend, maar door wat Sorgdrager in zijn ‘Memorij’ schrijft, ga ik er vanuit dat dit vóór 1798 moet zijn geweest: ‘Sondag 12 Augustus 1798. Na gedane dienst is door ons gesametlijk besloten om Feijke Filippus, Klaaske Jacobs en Claaske Klases het Avontmaal te ontzeggen, de twee Eerste hadden een Onegt kint gehaalt, de Laatste om dat Zij als moeder de saak voor ons ontkent had, en ons te voren gelogen, ja gesworen had, het Zo niet te weesen, waar op Zij in dien Staat is gedoopt geworden.’ Uit bovenstaande tekst blijkt dat het kind niet van Jan Jansen Woertman is geweest. Een en ander betekent dat Jeike al een jaar of zelfs langer weduwe was en toch een kind heeft gebaard. Het was in die tijd de gewoonte dat de moeder dan 25 gulden boete moest betalen aan haar kerk. Hoe het verder met Jeike en haar kerk gegaan is weet ik niet, maar wel dat ze op 26 mei 1808 van Hollum met attest over- gegaan is naar de (Doopsgezinde) gemeente te Koog en Zaandijk. Daar is Jeike op 16 augustus 1808 overleden. GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS MEMORI BOECK VAN CORNELIS PIETERS SORGDRAGER tijdvanpruikenenrevoluties
  27. 27. 28 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS JEIKE FILIPPUS OVERLEDEN In 1804 ging de Foppe Ones-gemeente samen met de Jan Jacobs-gemeente: ‘Namen en getal der Litmaten van Jan Jacobs Ge- meente en die van Foppe Ones, ten tijde van hunner vereeniging Zijnde den 2 Februarij 1804’ ‘Holm Jan Jacobs’ ‘Jeike Filippus Overl. [1808].‘ Sorgdrager heeft het jaar 1808 en‘Overl.’ achter haar naam bijgeschreven, maar geen datum genoteerd. Uit de regelmatig bijgehouden teksten van Sorg- drager blijkt verder: ‘Jeike Filippus van Holm, thans woonende te Zaan- dijk, attestatie gepasseerd den 26 Meij 1808 op de gemeente Koog en Zaandijk, was gedoopt den 11 Januarij 1784,’ en uit de door Cornelis Sorgdrager bij- gehouden lijst van vertrokken lidmaten: ‘Namen van Ledematen die van ons Jan Jacobs ge- meentes met attestatie zijn overgegaan, en mijn Cor- nelis P. Sorgdrager bewust zijn’ ‘Hemelvaart Christus den 26 Meij 1808. Den Selven dag attestatie afgegeven voor Feijke Phillippus op de gemeente Koog en Zaandijk, was gedoopt Den 11 Januarij 1784’ Vroegste vermelding van de achternaam Hoogstra: Uit de huwelijkse bijlagen van het huwelijk op 25-11-1823 op Ameland van Gerrit Jansen Woertman met de weduwe Aukje Tiemens Tromp: 16 augustus 1823 Certificaat van Overlijden uit het Register van overledenen gemeente Zaandijk, Jeike Hoogstra overleden 16-08-1808. Op 22 september 1823 verklaren zeven getuigen uit Hollum, dat vader Jan Jansen Woertman overleden is in Hollum en moeder Jeyke Hoogstra in Zaandijk en dezelfde dag verklaren vier getuigen uit Hollum: ‘Dewelke bij dezen eenstemmig verklaard en be- vestigd hebben dat de vader van de genoemden requiant met name Jan Jansen Woertman van beroep zeeman te Hollum in der tijd gehuwd geweest met Jeike Hoogstra gelijk mede zijne grootouders zoowel van vaders als moeders zijde voor na lange jaren geleden op het Eiland Ameland zijn overleden.’ Op 25 november 1823: ‘Bruidspaar leefde in bekrompen omstandigheden en waren onvermogend.’ In bovenstaande tekst is te lezen dat mondelinge verklaringen niet altijd juist waren. De grootouders van moederskant, Philip- pus Sijes en Ytje Tjeerds, zijn namelijk niet op het eiland overleden maar aan de vaste wal. FROUKJE & BAREND OP DE KOOIPLAATS Froukje Phlippus is in 1750 geboren en op 1 februari 1752 gedoopt in de Hervormde kerk van Holwerd. Wanneer zij precies op het eiland is gekomen, is moeilijk na te gaan. Heeft ze Barend in Holwerd ontmoet toen hij eens met de veerman van Nes de oversteek naar de vaste wal had gemaakt? Of werkte ze al op het eiland en heeft ze zo verkering gekregen met Barend? Ze huwden op 15 mei 1774 in de Hervormde kerk van Nes. Froukje kwam met attest over van de Hervormde kerk van Holwerd op 27 janu- ari 1776. Barend was gedoopt op 16 februari 1774 in de Hervormde kerk van Nes en werd lidmaat van deze gemeente op 20 januari 1773. Barend stamde uit een familie van kooikers, werkzaam in de‘Vogelkooi’en wonende op de Kooiplaats ten oosten van Buren. Zowel zijn grootvader als zijn vader waren van beroep kooiker en gebruikten deze beroeps- naam ook wel als achternaam. Barend had wat meer fantasie wat zijn achternaam betreft. Hij gebruikte als achternaam zowel Kooy, Kooyker, Kooiker en Slot. De achternaam Slot was afkomstig van zijn grootmoeder Grietje Paulus Slot. De eerste drie kinderen van het echtpaar werden ge- doopt in Nes. Janke geboren in 1773 / gedoopt in 1776, Paulus geboren in 1776 / gedoopt in1779 enYtjen geboren in 1780. Barend kreeg in 1781 voor 1000 gulden pacht het recht van jacht in de Hollumerduinen voor tien jaar en was vanaf dat moment ‘duinmeyer’ van beroep. Het gezin verhuisde daarom naar de westkant van het eiland en ging wonen in een klein boerderijtje in het gehucht De Blieke ten noorden van Hollum.ZICHT OP DE KOOIPLAATS TEKENING VAN MINUUTPLAN DE KOOIPLAATS UIT 1830
  28. 28. DE KOOIPLAATS GESCHILDERD DOOR J.A. PET 29 FROUKJE & BAREND IN DE BLIEKE Froukje en Barend gingen op 17 februari 1782 van Nes met attest over naar de Hervormde kerk van Hollum. In De Blieke werden nog zes kinderen geboren en gedoopt in de Hervormde kerk van Hollum. Trijntje geb./ged. 1783, Hendrik geboren in 1785, Seye geboren in 1787, Jeike geboren in 1789, Grietje geboren in 1791 en Philippes geboren in 1794. Het ligt in de verwachting dat Barend het jachtrecht vanaf 1791 nogmaals voor tien jaar heeft gepacht. De zoons zullen hun vader wel behulpzaam zijn geweest met de jacht. In 1802 is Barend in Hollum overleden. Zijn weduwe Froukje bleef met haar kinderen in De Blieke wonen. Tussen 1807 en 1821 trouwden vijf van haar kinderen. Toen in 1830 het Kadaster op Ameland begon met de registratie van percelen en gebouwen staat bij het Overzicht gebouwd eigendom DE BLIJKE in 1832 Kadastrale gemeente Ballum, sectie B, blad 4: ‘Perceel 236 Kooi, wed. Barend Paulus, huis/erf, 7.70 are. Ten noorden van haar perceel had het land de naam ‘Frouke Hiem’. Deze naam werd vastgelegd door het Kadaster. Tot op de dag van vandaag wordt deze naam gehandhaafd en gebruikt voor een caravanpark als onderdeel van Recreatiepark Boom- hiemke, sinds november 2014 overgenomen door Roompot Vakanties. Met deze nieuwe eigenaar is het afwachten of de naam ‘Frouke Hiem’ blijft bestaan. Aan het eind van haar leven woonde Froukje samen met twee onge- trouwde kinderen, Janke en Hendrik in hun boerderijtje. Op de respec- tabele leeftijd van 87 jaar overlijdt Froukje op 23 mei 1837 in De Blieke. Het is aannemelijk dat zowel Froukje als haar man Barend in Hollum be- graven zijn. Het was in de 19e eeuw een lange reis om in Nes te komen. Er waren geen wegen en geen dijken om het water uit de Waddenzee tegen te houden. Ook ontbraken er op bepaalde plaatsen duinen om het Noordzeewater te keren. En dan was er ook nog de Slenk ten wes- ten van Nes waar men doorheen moest. Dit kon levensgevaarlijk zijn, want er zijn verschillende keren mensen verdronken bij het oversteken. Ooit ben ik één keer de achternaam‘Hooghiem’in verband met Froukje tegen gekomen, maar op dit moment kan ik niet vinden in welke bron ik dit gezien heb. Ik heb alle akten (huwelijken, bijlagen en overlijden) van het gezin er op nagelezen, maar daarin komt deze achternaam niet voor, (misschien is het afgeleid van Frouke Hiem?). SEYE & REMKJE KOOIKER Wat de achternaam Kooiker betreft, die komt op Oost-Ameland veelvuldig voor. Deze naam is een herinnering aan Barend en Froukje. Zoon Seye huwde in 1821 met Remkje Jacobs, een katholieke vrouw uit Buren. Het (katholieke) nageslacht van Seye en Remkje heeft zich tot op het heden verspreid in Nes en Buren, waarvan vele met de achternaam Kooiker en natuurlijk personen met diverse ander achternamen. Doordat vanaf de tweede helft van de 20e eeuw de gemengde huwelijken tussen protestanten en katholieken in zwang raakten, is er nu ook nageslacht van Seye en Remkje in Ballum en Hollum te vinden. Zonder dat zij weten dat hun voorvader Seye in 1787 ten noorden van Hollum in De Blieke is geboren. GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS PERCELEN BOUWGROND ROND DE BLIEKE BIJ HOLLUM
  29. 29. 30 KRONIEKEN, REISVERSLAGEN & EEN BEDEVAART AlleFriezen.nl is tegenwoordig dé plek voor het doen van snel genea- logisch en streekhistorisch onderzoek. Alle Tresoar-databases zijn hier inmiddels online bij elkaar gebracht. Naast de bekende gegevens over doop, trouw, begraven en lidmaten zijn vooral de Autorisatieboeken en archieven van de Nedergerechten bronnen die geheel nieuw zijn. Het levert vaak mooie aanvullende informatie op over rechtszaken, erfenis- sen en andere verrassingen. Via www.HVNF.nl doen wij echter ook een duchtige duit in het zakje. Bij de Indexen hebben we een prachtige serie portretfotootjes van de bevolking van Moddergat en tevens Overlijdens van Nes, Moddergat en Paesens van 1812-1947, inclusief de namen van de aangevers (meestal de buren). Wat dat betreft wordt onze kadastrale kennis steeds groter, getuige ook het onderzoek van Piet de Haan, die op unieke wijze de bewonersgeschiedenis van Dokkum binnen de bolwerken in beeld gebracht heeft. Met de koppeling van pre-kadastrale gegevens van Dokkum met het Kadaster 1832 kan zo de stadsbewoning sinds 1711 gereconstrueerd worden. Piet werd hierover zelfs bij Omrop Fryslan voor radio en tv geïnterviewd. Naar een idee van Jelle Arjaans van de Stichting Historia Doccumensis en de Straatnamencommissie van de gemeente Dongeradeel wordt nu overwogen oude huisnamen in de Dokkumer binnenstad opnieuw aan te brengen op de historische panden. Vele kleine publicaties hebben we inmiddels gescand en via www.slideshare.net/sneuperdokkum beschikbaar gemaakt, zoals de boekjes van wijlen Wim T. Keune over diverse kerken in Noordoost-Friesland. Ook heb ik het originele manuscript gefoto- grafeerd van vroedvrouw Catharina Schrader, die de door haar begeleide duizenden bevallingen in onze regio tussen 1693 en 1745 nauwkeurig bijhield. Als u in de index op onze website een naam uit de familie tegenkomt, kunt u ons mailen voor een gratis scan. Het zou mooi zijn als we met onze leden een volledige en nauwkeurige transcriptie zouden kunnen maken! Een andere prachtige bron die we als scan nu beschikbaar hebben is de Kroniek van Dokkum t/m het jaar 1711 van Gerrit Hesman (ook bekend van zijn boek met burgerwapens van gewone Dokkumers en dorpsbewoners, beschreven in Genealogysk Jier- boek 1993). Het is vermoedelijk een afschrift door oud-eigenaar Jan Jans Kiestra uit Ee (die ook ooit het Schrader manuscript bezat), want de informatie loopt door t/m 1735. En wat dacht u van de reisverslagen uit 1710 van twee Duitse broers Von Uffenbach die in Dokkum rector Lambergen bezochten en de heren Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp die in 1823 Dokkum en Kollum aandeden en o.a. bij dominee Adriani aanbelden? Al met al worden we steeds bekender met onze website en prachtige ledenblad. Zowel bij het Obe Postma Selskip in Eerne- woude als bij de Heeren van de Heerskamer op Ameland mocht ik een verhaal vertellen over onze vereniging en activiteiten. Op Ameland daarbij refererend aan de ramen in de NH Kerk in Hollum, de verloren gegane kopie van het schilderij van Hen- drick ter Brugghen in de RK Clemenskerk van Nes en de schilderijen van vrijheer Wyzte van Cammingha en ega uit 1634 door Wybrand de Geest die in Beetsterzwaag han- gen. Over de verbonden die rond 1490 door Friese hoofdelingen als Botte Herwey en Gerbrand Mock- ama met de stad Groningen werden gesloten geeft de website van de Groninger Archieven prachtige scans, de zogenaamde Pax Groningana. Hilda Bouta zal hier te zijner tijd over publiceren. En op 8 november bezocht ik met verre neef Wibo Boswijk de bedevaart voor de Heilige Siardus van Mariëngaarde te Hallum in de Belgische Abdij van Tongerlo. Is het niet ongelooflijk dat de relieken (o.a. zijn schedeldak) van hem (overleden in 1230) en collega Heilige Frederik (overleden in 1175) ooit tij- dens de Reformatie veiliggesteld zouden zijn in een klooster in het Duitse Hildesheim en inmiddels in Vlaanderen tot massale verering hebben geleid? De wonderen zijn de wereld nog niet uit! BEWONERS MODDERGAT ROND 1950 WEBSITE- & BLOGNIEUWS door HANS ZIJLSTRA sneuperdokkum@yahoo.com DIGITAAL&ACTUEEL WYTZE VAN CAMMINGHA & SOPHIA VAN VERVOU
  30. 30. 31 INHOUDSOPGAVE ( ONDER VOORBEHOUD ) ADVERTENTIE STREEKARCHIEF NOORDOOST-FRYSLÂN Het Streekarchief (officieel Streekarchivariaat Noordoost Friesland) is een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Dongeradeel, Ameland en Schiermonnikoog. Het Streekarchief beheert de archiefbewaarplaatsen van de drie gemeenten in Dokkum, Ballum (Ameland) en Schiermonnikoog. In elk van de drie bewaarplaatsen worden in hoofdzaak de oude ge- meentelijke archieven bewaard. Te Dokkum worden de archieven van de voormalige gemeenten Dokkum, Oostdongeradeel en Westdongeradeel beheerd. In alle bewaarplaatsen worden naast deze archieven ook niet-overheidsarchieven bewaard. Dit zijn archieven van kerken, scholen, waterschappen, allerlei soorten verengingen en stichtingen, personen en/of families. Het Streekarchief beheert, naast de archieven, onder de noemer Historisch Informatie Centrum Noordoost-Fryslân ook een omvangrijke collectie boeken. Een overzicht van de aanwezige archieven en collecties en de bijbehorende inventarissen en catalogi vindt u op de website www.hicnof.nl in het menu-onderdeel Archieven en collecties. Ook beheert het Streekarchief een grote collectie oude foto’s van o.a. de gemeente Dongeradeel. Deze worden eveneens toegankelijk gemaakt via de web- site in het menu-onderdeel Beeldbank, samen met collecties oude foto’s uit Achtkarspelen en Ferwerderadiel. OPENINGSTIJDEN STUDIEZAAL DOKKUM maandag 13.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* dinsdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* woensdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 18.00 uur* donderdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 18.00 uur* vrijdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* zaterdag 10.00 - 15.00 uur* * studiezaal wel toegankelijk maar geen archiefstukken opvraagbaar Brokmui 62 9101 EZ Dokkum - Postbus 369 9100 AJ Dokkum - T: 0519-22 28 53 - E: streekarchief@dongeradeel.nl www.hicnof.nl VERSCHIJNT IN MAART HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS FAMILIEDRAMA IN 1902 IN DOKKUM AKKERWOUDSTER DWARSWEGEN & PADEN VROEG-CHRISTELIJKE GOUDEN RINGEN GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS BAKKERIJEN MEINDERSMA DOMINEE DURK POSTUMA NAAR ZUID-AFRIKA RUBRIEKEN & COLUMNS VELDPOST UIT WOI: Heeren leventje in Jutphaas HERALDIEK: wapen van Oostdongeradeel (2) ARMVOOGDIJBOEKEN: Gevonden op ‘t Vliet ACTUEEL, DIGITAAL & VARIA Website & blog PIET DE HAAN JAN KOOISTRA JOHAN POSTMA SAKE MEINDERSMA JAN DE JAGER HILDA BOUTA RUDOLF J. BROERSMA PIET DE HAAN HANS ZIJLSTRA WILT U UW ARTIKEL OOK IN DE SNEUPER PUBLICEREN? Neem contact op via redactie@hvnf.nl of stuur uw artikel naar Postbus 369 9100 AJ Dokkum t.a.v. de redactie van de Sneuper. DE SNEUPER 121 WAT KUNT U VERWACHTEN? FOTO ZWARTWIT: HILDA BOUTA / COLLECTIE GERRIT DE JONG
  31. 31. ZWART - WIT Stationstraat in Hantum rond 1910

×