In het oude Mesopotamië werd al volop gebruikt gemaakt van baksteen. De baksteen is dus niet een typisch Nederlands verschijnsel, maar wel zeer bepalend voor de Nederlandse architectuur. Metselwerk met het voegwerk bepaalt in hoge mate het karakter van een gebouw. Het is evenals onze huid, zeer kwetsbaar en gevoelig voor mishandeling en kneuzingen. Dit geldt in het bijzonder voor het voegwerk als afwerking van deze huid. Om de kwaliteit van behoud en herstel beter te borgen, streeft het Rijk in het kader van de Modernisering Monumentenzorg naar meer “kwaliteit in de keten” en het stimuleren van erkennings-regelingen die hieraan voldoen.
Bron: - Profielsteen b.v. Van Milt Restaurateurs, Kouwenhoven 38.
- Stichting Historie Grofkeramiek Trasmolen.
- Schelpkalkmortel-Nederland, Driemanssteeweg
- Stichting Technisch Centrum voor de Keramische Industrie.
- Vereniging Nederlandse Voegbedrijven (VNV)
- Zilverschoon Randwijk, Renkumse Veerweg.
K. Boeder: afbeelding 1 t/m 7, 9, 11 t/m 18, 20 t/m 29, 31 t/m 46, 48 t/m 51, 53, 55 t/m 65, 67 t/m 71, 73 t/m 92 en 94 t/m 99.
Folder van Importeur Frybo Bolsward: afbeelding 47.
Bewerkt naar C. Groot, Rapport Kwaliteitseisen: afbeelding 30.
Bewerkt naar Donald Insall, The Care of Old Buildings Today: afbeelding 8.
Bewerkt naar C. F. Janssen, Behoud en Herstel: afbeelding 10.
Bewerkt naar Praktijkreeks Cultureel Erfgoed: afbeelding 66 en 72.
Bewerkt naar RCE: afbeelding 19, 52, 54 en 93.
Naast de redactieraad is de eerste versie van deze tekst ook gelezen door R. Crévecoeur, Epe en Carla Rogge architectuur-historica Amstelveen. Alle aanvullingen en waardevolle opmerkingen zijn voor zover mogelijk verwerkt in de tekst.