SlideShare a Scribd company logo
1 of 142
Download to read offline
NYENRODE. A REWARD FOR LIFE
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT
VOOR ONDERNEMINGEN
10 REDENEN WAAROM DAT GEEN VRAAG MEER ZOU MOETEN ZIJN
PROF. DR. LEEN PAAPE
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT
VOOR ONDERNEMINGEN
10 REDENEN WAAROM DAT GEEN VRAAG MEER ZOU MOETEN ZIJN
Rede
In verkorte vorm uitgesproken ter gelegenheid van het afscheid
als hoogleraar Corporate Governance aan Nyenrode Business
Universiteit op 8 december 2022
door prof. dr. Leen Paape RA RO CIA
2 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
©2022 Leen Paape
ISBN 978-90-8980-208-8
Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd
zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
3
INHOUD
I. Inleiding........................................................................................................... 5
II.	Maatschappelijke zorgplicht................................................................................18
1.	
De veranderende opvattingen over de wet geven richting (wat mij betreft).................... 25
2.	
Daar komen dan nog codes, (internationale) regelgeving en akkoorden bij......................41
3.	
Values en principes van uw eigen onderneming spreken al voor zich, nietwaar?.............. 46
4.	
Stakeholders hebben er niet alleen recht op, ze vragen er ook om............................... 52
5.	
De theorie wijst u – inmiddels - ook in de goede richting........................................... 64
6.	
Institutionele beleggers verlangen het van u............................................................74
7.	
Gerechtelijke uitspraken onderstrepen het belang ook nog eens..................................81
8.	
De filosofen en de ethiek verlichten uw pad ........................................................... 89
9.	
Spirituele en religieuze overwegingen geven u wellicht nog het op één na laatste zetje... 103
10.	
Last but not least, u heeft vast dierbaren die u een betere wereld gunt, toch?............... 109
	
Samenvatting en conclusie.................................................................................119
Dankwoord.................................................................................................... 123
Literatuurlijst................................................................................................. 127
4 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Mijnheer de Rector Magnificus,
geachte leden van de Foundation Board,
geachte leden van het College van Bestuur,
geachte collega’s en oud-collega’s,
beste studenten en alumni,
zeer gewaardeerde relaties,
familie en vrienden,
en iedereen die via de livestream mijn afscheidscollege volgt.
Ik dank jullie zeer voor uw interesse in mijn college.
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
5
I. INLEIDING1
Er is veel aan de hand in de wereld. De man die ook wel bekend staat
als Dr. Doom2
, Nouriel Roubini, maakt dat duidelijk in zijn laatste boek,
‘Megathreats’. Van alle plagen is in zijn ogen klimaatverandering de meest
bedreigende. Er zijn uiteraard meerdere plagen en dat zorgt voor veel
gedoe en menselijk leed. ‘Omarm de Chaos’3
zegt Jan Rotmans (2021) dan.
We leven immers niet in tijden van verandering, maar in veranderende tij-
den. Wie weet heeft hij gelijk. Mijn gewaardeerde vriend Martijn van Oor-
schot zegt dan: ‘wat gaan we doen?’ Verandering is nodig en Sumantra
Ghoshal (2005)4
zei het al, je moet mensen niet willen veranderen, je moet
de context veranderen, het gedrag volgt dan vanzelf. Dat betekent dat we
vooral het doel en de spelregels dienen aan te passen.
Om een begin van een antwoord te vinden op de vraag wat te doen, ­
kunnen
we te rade bij John Kay en Mervyn King. Zij stellen in hun boek ‘Radical
Uncertainty’5
de simpele vraag: ‘wat is hier aan de hand?’ Ik denk dan bij
die vraag weer terug aan mijn tijd op de Koninklijke Militaire Academie
(KMA) waar we als acroniem OTVEM meekregen: de O van Opdracht, T van
Terrein, V van Vijand en EM van Eigen Middelen. Het wordt in deze vorm
niet meer gebruikt, maar het was een handig format. De opdracht heet nu
Commanders Intent. Daarmee wordt een weliswaar specifieke opdracht
gegeven, maar een die ruimte laat aan de verantwoordelijk officier om
op grond van de situatie dat te doen wat nodig is om die intentie te rea-
liseren. Ik geef u mijn analyse van de situatie vooral ingegeven door mijn
1 Ik dank Jeroen Veldman, Bas Steins Bisschop, Edgar Karssing en Carla de Roover
voor het becommentariëren van een eerdere versie van mijn rede.
2 h t t p s : // w w w. t h e g u a r d i a n . c o m /c o m m e n t i s f r e e /2 0 2 2 /n o v/0 5 /
megathreats-global-leaders-disaster-world?CMP=Share _ iOSApp _ Other
3 https://www.singeluitgeverijen.nl/de-geus/boek/omarm-de-chaos/
4 https://www.youtube.com/watch?v=YgrD7yJwxAM
5 https://www.amazon.com.br/Radical-Uncertainty-Mervyn-King/dp/1408712601
6 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
leerstoel Corporate Governance. Immers, voor een hoogleraar op dat ter-
rein is veel een governance uitdaging.
Wat is er aan de hand dan? Nu rest mij te weinig tijd en ruimte om hier
een volledig en gedetailleerd overzicht te geven, maar ik verwijs graag
naar anderen die dat al veel beter hebben gedaan. Achtereenvolgens kan
ik u aanraden kennis te nemen van de boeken van Blom (2017)6
, Monbiot
(2018)7
, Rayworth (2017)8
, Bezemer (2020)9
, Piketty (2021)10
, Pistor (2019)11
,
Baarsma (2020a)12
, Partnoy (2004)13
, Bakan (2004)14
, Garcia Nelen (2020)15
,
Steins Bisschop (2022)16
en nog vele meer. U kunt ook kennis nemen van
de websites van het IPCC en hun laatste rapport17
, de jaarlijkse Edelman
Trust Barometer18
, die van Inequality.org19
, Our World in Data20
, de World
Business Council for Sustainable Development21
, Freedom House22
, Gallup
onderzoeken23
en nog zo wat. Uiteraard verwijs ik u ook nog graag naar
6 https://www.debezigebij.nl/boek/wat-op-het-spel-staat/
7 https://lemniscaat.nl/boeken/uit-de-puinhopen
8 https://www.kateraworth.com/
9 https://uitgeverijpluim.nl/een-land-van-kleine-buffers
10 h t t p s : / / w w w . s i n g e l u i t g e v e r i j e n . n l / d e - g e u s / b o e k /
een-kleine-geschiedenis-van-de-gelijkheid/
11 h t t p s://p r e s s. p r i n c e t o n.e d u / b o o k s/ h a r d c o ve r/97 8 0 6 9117 8974 /
the-code-of-capital
12 https://www.bol.com/nl/nl/p/groene-groei/9300000091464712/
13 https://www.amazon.com/Infectious-Greed-Corrupted-Financial-Markets/dp/
B003R4ZDT4
14 https://www.amazon.com.br/Corporation-Pathological-Pursuit-Profit-Power/
dp/0743247469
15 h t t p s : / / w w w . r e c h t . n l / n i e u w s / p r o e f s c h r i f t e n / 1 9 5 8 5 0 /
proefschrift-de-beursvennootschap-corporate-governance-en-strategie/
16 Ondernemingsrechtelijke aspecten van modern leiderschap, prof. Mr. Bas Steins
Bisschop, Nyenrode Business Universiteit, Breukelen, ISBN 978-90-8980-160-9
17 https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg3/
18 https://www.edelman.com/trust/2022-trust-barometer
19 https://inequality.org/
20 https://ourworldindata.org/
21 https://www.wbcsd.org/contentwbc/download/11765/177145/1
22 https://freedomhouse.org/
23 https://www.gallup.com/home.aspx
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
7
mijn oratie van 201824
en als u dat allemaal tot u genomen hebt is het tijd
voor een flinke dosis antidepressiva schat ik in.
Ik zie de volgende grote uitdagingen, relevant vanuit het onderwerp van
deze rede en om het enigszins in te perken:
• Groeiende ongelijkheid in de wereld25
, zie ook Veldman (2018);
• Klimaatverandering26
;
• Een te zware belasting van het milieu door menselijke activiteit. We
noemen dat tegenwoordig het Antropoceen, zie Ten Bos (2017)27
;
• Een te grote macht voor de kapitaalverschaffers28
;
• Teveel macht29
bij ondernemingen, met name Big Tech en het ont-
staan van monopolies, zie ook Hearn en Meagher (2022)3031
, zie ook
Veldman en Willmott (2022);
• Een toenemende polarisering in de maatschappij en politieke ver-
deeldheid waardoor het vertrouwen32
in instituties achteruit holt
(zie de Edelman Trust Barometer33
) en het door de Franse socioloog
Durkheim gemunte begrip anomie34
op de loer ligt en er anarchie
dreigt.
24 https://www.nyenrode.nl/docs/default-source/pdf’s/pdf’s---faculteit-research/
oraties-emeritaatsredes/leen-paape _ oratie.pdf
25 https://www.imf.org/en/Publications/fandd/issues/2022/03/Global-inequalities-Stanley
26 https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg2/
27 https://nl.wikipedia.org/wiki/Antropoceen
28 h t t p s : / / w w w . i m f . o r g / e n / B l o g s / A r t i c l e s / 2 0 1 9 / 0 6 / 0 6 /
blog-the-rise-of-powerful-companies
29 https://www.ft.com/content/f7f76d7c-2d01-4129-b87d-fcc9815e3a77
30 http://www.economicliberties.us/wp-content/uploads/2022/04/Stakehol-
der-Capitalism _ Report-1.pdf
31 Leest u vooral ook het boek van Roy op het Veld Oneerlijke Concurrentie over de
geschiedenis van monopolies en hoe die af te breken. https://www.bol.com/nl/
nl/p/eerlijke-concurrentie/9300000126637778/
32 Zie ook Lous, B., (2021). Beleidsfocus op economische groei ondermijnt onderling
vertrouwen. ESB, 106, blz. 3-7
33 https://www.edelman.com/trust/2022-trust-barometer
34 https://nl.wikipedia.org/wiki/Anomie
8 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Het moet dus anders35
en Anat Admati (2021) vat die noodzaak voor veran-
dering nog eens mooi samen in een paper:
‘Capitalism as practiced has undermined governance across our economic
and political systems. Institutions and processes are too opaque, the rules
too often work poorly, and accountability is lacking. To make the laws and
institutions in the private sector and in government trustworthy, we must
strive to improve governance everywhere. Trustworthy institutions can
enable and facilitate innovation and prosperity while preserving our planet
and promoting justice and human rights. Ultimately, governments must
address the harms brought about by financialized capitalism so that cor-
porations can help the economy and serve without creating distortions and
undermining key institutions of democracy’. (blz. 11)
Vooral jonge mensen hebben grote zorgen over ongelijkheid, klimaat-
verandering en werkloosheid, zoals uit een studie36
van Bowles en Carlin
(2021) namens het IMF bleek. Zij stellen dan ook dat een nieuw paradigma
nodig is inzake ons economisch model, het huidige werkt niet goed meer:
‘By extending economics to a new set of motivations – a commitment to
justice, the demand for dignity and voice – the new benchmark economic
model opens up a broader set of policy options. It offers changes to the
rules of the game that can be implemented not only by market and gov-
ernment instruments but also by the exercise of private parties and social
norms’. (blz. 49)
We zullen dus in gezamenlijkheid moeten zoeken naar nieuwe paradig-
ma’s, modellen en oplossingen. Het onderstaande schema is een weer-
gave van de ruimte waarbinnen we dan dienen te zoeken.
35 Uit de Edelman Trust Barometer van 2021 blijkt dat 56% van de ondervraagden
denkt dat het kapitalisme meer kwaad doet dan goed.
36 https://www.imf.org/external/pubs/ft/fandd/2021/03/rethinking-economi-
cs-by-samuel-bowles-and-wendy-carlin.htm
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
9
Figuur 1: Schema uit Bowles en Carlin (2021): A new space for policymaking
Uit deze figuur blijkt dat er drie partijen zijn; de overheid, markten en de
samenleving. In de driehoek dienen dus gesprekken te worden gevoerd
en afspraken te worden gemaakt over de wijze waarop we de samenleving
willen inrichten. De driehoek veronderstelt een afweging van belangen en
de vraag is dus of en hoe die belangen op een evenwichtige manier kunnen
worden afgewogen en hoe we vervolgens tot besluiten komen. Dat bete-
kent het sluiten van compromissen. Echter, zoals verderop in deze rede zal
blijken is er toch een breed gedeeld gevoel dat de wijze waarop dit nu gaat
onvoldoende recht doet aan de samenleving in brede zin. Het bedrijfs-
leven is, zoals Timmermans dat noemde te lang verwend37
geweest. De
machtsverhouding is scheef gegroeid (zie ook Garcia Nelen, 2020).
Meyer et al (2022) en Levillain et al (2018) beschrijven goed welke kritiek
er is op de ondernemingsvorm en de wijze waarop de huidige governance
37 https://fd.nl/weekend/1360318/het-bedrijfsleven-is-lang-verwend-geweest
10 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
is ingeregeld en waartoe dat heeft geleid. Levillain et al stellen een aantal
alternatieve ondernemingsvormen voor (blz. 216) die ik hier niet uitput-
tend kan behandelen, maar wel kan benoemen en die we zullen herken-
nen. In ieder geval is zoveel duidelijk, het kan echt anders en – mijn toe-
voeging – ook beter dan hoe het nu gaat:
• De coöperatie, als aloud bekend en vertrouwd rolmodel voor
gemeenschappen;
• Staatsondernemingen;
• Democratisch georganiseerde ondernemingen;
• Social enterprise (wat wij de maatschappelijke BV noemen);
• De stakeholder onderneming;
• Wat zij noemen een ‘sharing economy business model’.
De vraag of er een governance systeem is dat het beste functioneert is
niet te beantwoorden. Beugelsdijk (2022) maakt dat duidelijk. Fligstein en
Choo (2005) deden ooit ook een poging, maar hun conclusie is dat het een
systemisch vraagstuk is, waarbij het dus gaat om de institutionele inbed-
ding van alle componenten in het geheel. De staat is belangrijk voor de
rechtsbescherming, de wet om dat te ondersteunen en ondernemerschap
te bevorderen en de wijze waarop het geheel zich over de tijd ontwikkelt.
Hun conclusie is wel dat er te weinig onderzoek wordt gedaan naar die
ontwikkeling over de tijd en waar dat toe leidt. De Opdracht is dus groots,
het Terrein complex, de Vijand sterk en taai en de Eigen Middelen veelal
beperkt, zeker die van mij. Ik heb slechts het woord en de pen.
Het laatste wat ik wil is mijn eigen afscheidsfeestje bederven en dus keer
ik terug naar de vraag ‘wat gaan we doen’? Welnu, ik denk dat een van
de machtigste actoren in de wereld momenteel het bedrijfsleven is. Mijn
oproep is dan ook vooral aan dit adres gericht. Ja, de politiek kan hel-
pen door mijn oproep tot een maatschappelijke zorgplicht voor onderne-
mingen in de wet te verankeren. Dat is een moeilijke opgave, ook omdat
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
11
regelgeving vooral situaties uit het verleden adresseert. Bovendien is
papier geduldig en zijn regels vaak eenvoudig te omzeilen. Mijn oproep
tot daden kan ik dan grondvesten op de uitspraak van een van mijn rolmo-
dellen, namelijk Feike Sijbesma, die in zijn afscheidsinterview als CEO van
DSM in het NRC liet optekenen dat als ondernemingen geen bijdrage leve-
ren aan het oplossen van een maatschappelijk probleem, ze zich de vraag
zouden moeten stellen of ze wel bestaansrecht hebben38
. Hear hear, geen
woord Chinees bij (zie ook Pauline van de Meer Mohr in het FD39
).
Het gaat mij dus vooral om de Commanders Intent van CEO’s, zij dienen
het goede voorbeeld te geven. Dat verwoorden we tegenwoordig mooi
met de Why vraag van Simon Sinek, dus kijkt u vooral nog eens naar zijn
fameuze TED talk40
en laat u inspireren. Het Modern Corporation Project
zette in 2016 een aantal mooie beginselen voor corporate governance neer
(Veldman et al, 2016). Colin Mayer (2021a en 2021b)41
is een groot pleit-
bezorger van het formuleren van een helder Purpose via zijn project ‘The
Future of the Corporation’. In de Franse ‘Loi PACTE’42
is opgenomen dat een
onderneming zich rekenschap dient te geven van de omgeving waarin het
opereert, dat het een ‘raison d’être’ (een purpose) kan opnemen in haar
statuten en dat er een ‘société à mission’ kan worden gecreëerd en dat laat-
ste lijkt op het idee van onze maatschappelijke BV, waarover later meer.
Is er reden tot hoop dat ondernemingen uit zichzelf die richting zullen
kiezen? Hmm, ik denk het niet. Volberda et al (2022)43
deden onderzoek
38 https://www.nrc.nl/nieuws/2020/01/10/ik-wil-geen-dominee-zijn-ik-wil-verlei-
den-a3986437?t=1666084995
39 https://fd.nl/opinie/1457039/laten-we-stoppen-met-vertellen-dat-verande-
ren-onmogelijk-is
40 https://www.ted.com/talks/simon_sinek_how_great_leaders_inspire_action
41 https://www.thebritishacademy.ac.uk/programmes/future-of-the-corporation/
42 https://www.economie.gouv.fr/loi-pacte-croissance-transformation-entreprises
43 https://www.managementboek.nl/boek/9789490463946/de-winst-van-purpo-
se-henk-volberda Als u toch overtuigt bent dat dit de weg naar voren is maar niet
goed weet hoe dat te doen, dan staat in hoofdstuk 6 van dit boek de weg voor-
waarts beschreven. Laat u zich vooral inspireren.
12 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
onder Nederlandse ondernemingen en dan blijkt dat 66% zich vooral
richt op economische doelstellingen zoals winstgevendheid. Eufemistisch
schrijven Volberda en collega’s in de samenvatting dat het bedrijfsleven
‘[….] daarmee relatief beperkt gericht is op maatschappelijke doelstellingen’.
De zin die er op volgt geeft nog meer reden tot zorg:
‘Tussen 2017 en 2021 is echter wel een toename waarneembaar (van 4,5%)
van de mate waarin Nederlandse ondernemingen aandacht besteden aan
maatschappelijke doelstellingen’. (blz. 15)
Een kinderhand kan snel gevuld worden natuurlijk, maar dit stemt mij niet
bepaald hoopvol. Alle reden dus om de claim nog eens nadrukkelijk onder
de aandacht te brengen. Het bedrijfsleven dient niet achter te lopen, maar
voorop te gaan. Voor de goede orde, dat is ook de verwachting van de
door Edelman bevraagde 36.000 respondenten wereldwijd. Zij geven aan
dat ondernemingen nog de meest vertrouwde institutie zijn en dat ‘socie-
tal leadership’ verwacht wordt van CEO’s44
. Zij dienen zich actief uit te
laten over belangrijke en maatschappelijke vraagstukken. Wat mij betreft
dient dat niet bij woorden te blijven, maar ook vertaald te worden in de
strategie van hun bedrijf en de uitvoering daarvan. Macht brengt verant-
woordelijkheid met zich mee en die gaat dus verder dan de grens van het
eigen bedrijf.
Zo kan ik u aanbevelen de documentaire ‘Downfall’45
op Netflix te zien
waarin duidelijk wordt wat er mis was bij Boeing inzake de ontwikkeling van
de 737Max, die uiteindelijk 346 mensen het leven kostte. In hun values46
staat het zo mooi: ‘In everything we do and in all aspects of our business,
we will make safety our top priority, strive for first-time quality, hold our-
selves to the highest ethical standards, and continue to support a sustainable
44 https://www.edelman.com/sites/g/files/aatuss191/files/2022-01/Trust%2022 _
Top10.pdf
45 https://www.netflix.com/title/81272421
46 https://www.boeing.com/principles/values.page
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
13
future’. Niet dus. Ook de film ‘Dark Waters’47
kunt u op Netflix zien. Daarin
speelt DuPont DeNemours de dubieuze hoofdrol. Het bedrijf vergiftigde
- bewust - tientallen jaren de omgeving met desastreuze gevolgen voor
de gemeenschap, waar dus ook veel van hun medewerkers leefden. Na 20
jaar volhouden door een gedreven advocaat werd het bedrijf veroordeeld
en tot op de dag van vandaag weigert het bedrijf het vonnis uit te voe-
ren en te betalen. Ook hun values48
spreken boekdelen: ‘We’re commit-
ted to protecting the safety and health of our employees, our contractors,
our customers, and the people in the communities where we operate’. Niet
dus. In eigen land kennen we ook zo’n voorbeeld. Shell en de NAM exploit-
eren het gasveld in Groningen en hun values49
luiden als volgt: ‘At Shell, we
share a set of core values – honesty, integrity and respect for people – which
underpin all the work we do’. Niet dus. Kennelijk gelden die uitgangspunten
intern bij Shell, maar zodra het over de bewoners van de provincie Gro-
ningen gaat zijn die kennelijk niet langer relevant, althans niet relevant
genoeg. Ik vrees dat we de lijst nog behoorlijk kunnen uitbreiden, maar
voor nu lijkt me dit genoeg. Bedrijven belijden met de mond van alles,
maar nemen er in de praktijk te vaak een loopje mee.
Van Aartsen (2020) concludeert aan het eind van zijn proefschrift50
het
volgende:
‘We have instead tended to approach global crises like captives in Plato’s
cave; missing much of reality while focusing on the traditional shadows of
idealised markets and capitalism. One consequence is that we are barely
aware that decades of our most influential scientific efforts to regulate
corporations have been channeled into suboptimal methods and politically
biased pro-corporate research. Too many of us have received a mystified,
47 https://www.imdb.com/title/tt9071322/
48 https://www.dupont.com/about/our-values.html
49 https://www.shell.com/about-us/our-values.html
50 Van Aartsen, C.W., (2020), A journey into causes of corporate misbehaviour.
Maastricht.
14 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
pro-corporate perspective on social, economic and environmental issues
while studying Corporate Law, Corporate Governance, and Corporate Sus-
tainability Reporting. We have been prepared to work in and on behalf of
corporations, but currently lack the intellectual tools to properly deal with
the broader issues caused by their activities. This will continue to entrench
corporate power and do more harm than good unless corporate legal dis-
ciplines and regulation are structurally reformed’. (blz. 423)
In zijn proefschrift kraakt hij een aantal harde noten over het hanteren
van verkeerde ideeën zoals het – wat hij noemt – marktfundamentalisme;
het idee dat ‘self-interest’ de heersende waarde is en dat we daarmee
‘self-fulfilling or performative’ theorieën hebben gebouwd, die via taal onze
wereld hebben helpen creëren, maar dan wel op de verkeerde manier. Hij
rekent het ons niet persoonlijk aan, maar daardoor hebben we een wereld
geschapen die inderdaad het eigen belang meer op de voorgrond zet en
daarmee dus eerder aanzet tot het verkeerde gedrag (blz. 234-235).
Hij haalt Polanyi51
en zijn boek ‘The Great Transformation’ aan:
‘Markets societies are socially constructed, and not separate, ‘natural’ or
‘pre-political’. (blz. 74)
Polanyi beschreef in zijn boek de geschiedenis van de ontwikkeling van de
samenleving en de economie en maakte duidelijk dat een markt-economie
inderdaad niet kan bestaan zonder een markt-samenleving. Lees voor een
nadere beschouwing ook Baars (2011). Met andere woorden, mensen doen
aan ruilhandel en werken samen, maar het behandelen van land, arbeid en
geld als ‘commodities’ is baarlijke nonsens. Integendeel zegt Van Aartsen
(2020), dit marktfundamentalisme heeft eerder aangezet tot het doen van
kwaad in plaats van goed. Het voert te ver om hier dat betoog te herhalen,
maar ik haal graag een quote aan van Adam Smith (zie ook paragraaf 8),
51 https://en.wikipedia.org/wiki/The _ Great _ Transformation _ (book)
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
15
de door iedereen verklaarde bedenker van het kapitalisme, markten en
het eigen belang, waardoor een bakker bereid is brood te bakken, niet
omdat hij u en ik graag een plezier doet, maar omdat hij daarmee zijn
eigen belang dient en daarmee geld verdient52
.
Daarover zeiden Daley en Cobb (1994) naar aanleiding van Smiths andere
boek ‘Theory of Moral Sentiments’ dan ook:
‘However much driven by self-interest, the market still depends absolutely
on a community that shares such values as honesty, freedom, initiative,
thrift, other virtues whose authority will not long withstand the reduc-
tion level of personal tastes that is explicit in the positivistic, individualistic
philosophy of value on which modern economic theory is based’. (blz. 50)
Als we nog een voorbeeld mogen geven van de relatie tussen samenle-
ving en economie dan kunnen we gemakshalve volstaan met de verwijzing
naar de laatste twee grote crises in ons land: de financiële van 2008 en de
coronapandemie. Het zal u niet ontgaan zijn dat in beide gevallen bedrij-
ven massaal zijn gered door de staat, in casu door u en mij als belasting-
betaler. ‘Socialization of private losses’, werd dat zo mooi genoemd. Beze-
mer beschrijft dat ook mooi in zijn hiervoor aangehaalde boek ‘Een land
van kleine buffers’. Ja, natuurlijk profiteerden wij mensen daar ook van,
maar op zijn minst is het een bewijs van een noodzakelijke symbiose tus-
sen samenleving en economie en ik herhaal dat in mijn ogen de economie
ten dienste staat van de samenleving en niet andersom. Ondernemingen
zijn zeker hard nodig om de problemen van vandaag te helpen oplossen,
niet om ze te verergeren.
Huehn (2008) spreekt dan in dit verband over ‘economism’ als ideologie.
We zijn gehersenspoeld en daarmee is het onderscheid tussen theorie en
ideologie verdwenen. Zoals Goshal (2005) al beschreef hoe slechte theorie
52 https://en.wikipedia.org/wiki/The _ Wealth _ of _ Nations
16 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
uiteindelijk klakkeloos overgenomen werd door managers wat leidde tot
‘bad practices’ (performatief noemen we dat ook wel) en ons denken en
doen gingen overheersen. In mijn oratie uit 201853
(Paape, 2018) kunt u dat
teruglezen. Huehn noemt dat een directe bedreiging van de basis van onze
Westerse samenleving!
‘Management theory (via corporate governance) is the Trojan horse carry-
ing economism into society’. (blz. 823)
De Milton Friedman (1970) doctrine54
is nog steeds onder ons. Ook in het
FD verscheen een artikel55
van Carsten Lotz, theoloog en consultant bij
McKinsey. Bedrijven dienen zich te richten op geld verdienen en de zoek-
tocht naar zin moeten ze maar overlaten aan anderen schreef hij. ‘Geld
stinkt immers niet’, zei hij er achteraan. Tsja.
De spelregels zijn in de afgelopen 50 jaar vooral vanuit die doctrine
geschreven en daarmee is de machtsbalans teveel doorgeslagen in de rich-
ting van de aandeelhouder. Sommigen spreken dan over neoliberalisme
als dominante stroming. Dus als we verandering willen dan moet er iets
veranderen aan die machtsbalans. Hierna zal duidelijk worden hoe dat kan
en wat daarvoor nodig is. Claassen (2022) spreekt in dat verband over een
corporate-governance trilemma:
53 https://executivefinance.nl/wp-content/uploads/2018/09/leen-paape _ oratie.
pdf
54 https://corporatefinanceinstitute.com/resources/equities/friedman-doctrine/
55 https://fd.nl/-/1455616/bedrijven-zijn-niet-op-aarde-om-het-goede-te-doen
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
17
Figuur 2: Het corporate governance trilemma (Claassen, 2022).
In deze figuur wordt duidelijk dat er drie opties zijn voor een bestuur: (i)
of agent zijn van de onderneming, (ii) of agent van de stakeholders, (iii)
of van de aandeelhouders. Daarmee wordt het een afweging van kosten
en opbrengsten wat dan de meest efficiënte oplossing zou kunnen zijn.
Persoonlijk lijkt me dat weer een te economisch gerichte afweging, die –
uiteraard zoals hij zelf ook aangeeft – niet eenvoudig te maken is. Ik denk
dat dit model wel kan bijdragen om duidelijk te maken dat de aandacht
in de afgelopen tijd teveel uitging naar het onderste dilemma en dat het
nu tijd is die andere twee ook meer in beeld te brengen. Dan nog blijft de
vraag wat het bovenliggende doel van de onderneming zou moeten zijn.
Dat kan niet alleen efficiëntie en winst zijn, maar dat moet ook zijn het
leveren van een bijdrage aan de oplossing van de maatschappelijke pro-
blemen en daarmee het welzijn voor ons allen. Dan kan het in mijn ogen
niet anders zijn dan dat de maatschappelijke zorgplicht in beeld komt.
18 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
II.	MAATSCHAPPELIJKE
ZORGPLICHT
Wat houdt dan die maatschappelijke zorgplicht precies in? In deze para-
graaf wil ik een poging wagen die vraag te beantwoorden, waarbij ik op
voorhand maar refereer aan het boek van John Guaspari56
inzake het
onderwerp ‘kwaliteit’ dat de veelzeggende titel meekreeg: ‘I know it when
I see it’. Dat geldt dan waarschijnlijk ook voor een maatschappelijke zorg-
plicht. Het is een zogenaamde open norm en een die in de loop van de tijd
nog zal kunnen veranderen. Daarmee is het ook onmogelijk en onwense-
lijk om te proberen dit in een gesloten norm om te zetten. Regelgeving
kan niet voorzien in onvoorziene concrete toekomstige problemen, maar
de wetgever kan wel afwegingsnormen voorschrijven. Goede voorbeelden
zijn de uit de Napoleontische tijd daterende begrippen als ‘redelijkheid en
billijkheid’ en de term ‘goed huisvader/moeder’.
Sinds Winter en 24 collega’s in 2020 hun oproep57
deden voor het in de
wet opnemen van maatschappelijk verantwoord ondernemen is er wel de
nodige discussie gevoerd, maar zijn we geen stap verder gekomen. Winter
c.s. verwijzen zelf naar de Zuid Afrikaanse Corporate Governance Code,
de King Code IV58
genoemd, waarin gesproken wordt over corporate citi-
zenship. Dat wordt als volgt gedefinieerd:
‘Corporate citizenship is the recognition that the organisation is an inte-
gral part of the broader society in which it operates, affording the orga-
nisation standing as a juristic person in that society with rights but also
56 https://www.amazon.com/Know-When-See-Modern-Quality/dp/0814477631
57 https://www.wijnenstael.nl/media/cms/images/200519-Artikel-Naar-een-zorg-
plicht-voor-bestuurders.pdf
58 https://cdn.ymaws.com/www.iodsa.co.za/resource/collection/684B68A7-B768-
465C-8214-E3A007F15A5A/IoDSA _ King _ IV _ Report _ - _ WebVersion.pdf
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
19
responsibilities and obligations. It is also the recognition that the broader
society is the licensor of the organisation’.
Ook de momenteel voor consultatie voorliggende herziene corporate
governance code59
komt niet verder dan: ‘…geeft zich rekenschap van de
effecten van het handelen van de vennootschap en de met haar verbonden
onderneming in de productie- en waardeketen’. Slappe hap wat mij betreft.
In 2011 publiceerde UN haar ‘Guiding Principles on Business and Human
Rights60
’ waarin het dan vooral gaat om ‘Protect, Respect, and Remedy’. De
staat is gehouden tot Protect, het bedrijfsleven tot Respect en de staat is
weer gehouden tot Remedy als het niet goed genoeg gaat. Nu zou u kun-
nen denken, ja maar dat gaat over mensenrechten… U vergist zich dan in
de reikwijdte en in de uitspraak jegens Shell inzake de CO2 uitstoot van
vorig jaar61
. Daarin verwijst de rechtbank ook naar deze ‘guiding principles’
bij de invulling van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm waaraan Shell
vervolgens wordt gehouden (zie paragraaf 7).
Vaak wordt ook gerefereerd aan ‘maatschappelijke betamelijkheid’, maar
ook dat is natuurlijk niet eenduidig. In het beroemde Lindenbaum-Cohen
arrest62
uit 1919 verwoordde de Hoge Raad dat als volgt:
‘…dat onder onrechtmatige daad is te verstaan een handelen of nalaten,
dat òf inbreuk maakt op eens anders recht, òf in strijd is met des daders
rechtsplicht, òf indruischt, hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen de
zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien
van eens anders persoon of goed, terwijl hij, door wiens schuld tengevolge
59 h t t p s : / / w w w . m c c g . n l / a c t u e e l / n i e u w s / 2 0 2 2 / 2 / 2 1 /
voorstellen-voor-actualiseren-corporate-governance-code
60 https://w w w.ohchr.org/sites/default/files/Documents/Publications/
GuidingPrinciplesBusinessHR _ EN.pdf
61 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:5337
62 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:1919:AG1776
20 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
dier daad aan een ander schade wordt toegebracht, tot vergoeding daar-
van is verplicht’.
In de discussies gaat het vaak over de vraag of het uitgangspunt van een
onderneming ‘do no harm’ dan wel ‘do good’ of zelfs allebei zou moeten
zijn. Dat leidt desgevraagd meestal tot verhitte debatten. ‘Do no harm’ vin-
den sommigen al heel wat en als je de praktijk van alle dag in ogenschouw
neemt dan is het al vaak teveel gevraagd. ‘Do good’ klinkt bij een ander deel
weer beter en weer anderen zeggen dat beide zouden moeten gelden waar-
bij overigens ‘do good’ sowieso in mijn ogen ruimer is dan ‘do no harm’.
Ik zei u al, ‘I know it when I see it…’ Dat gezegd hebbende val ik graag terug
op mijn definitie63
inzake corporate governance:
‘Corporate Governance gaat over de institutionele inbedding van onderne-
mingen in de samenleving waarbij het doel maatschappelijk welzijn64
op
de lange termijn is. Daartoe staat innovatie hoog op de agenda en wor-
den de principes van rentmeesterschap (circulair en inclusief) gehanteerd.
Bevoegdheden, rechten en plichten worden zodanig ingeregeld dat:
• alle relevante stakeholders zijn gerepresenteerd bij de besluitvor-
ming over de hiervoor te maken keuzes;
• besluiten zeven generaties vooruit65
geen nadelige consequenties
hebben;
• de gecreëerde waarde op faire wijze over alle belanghebbenden
63 Waarvan collega Ruud Kok terecht zei dat het natuurlijk geen definitie is, maar
meer een omschrijving van wat het is. Gelijk heeft hij.
64 Ik bevind me in goed gezelschap. Hart en Zingales (2017) kwamen tot de conclusie
dat het om het welzijn van de aandeelhouders zou moeten gaan en niet het maxi-
maliseren van de aandeelhouderswaarde. Dat is niet zo vergaand als ik bepleit
maar het is een stap in de goede richting.
65 Als u nog behoefte heeft aan goede ideeën dan raad ik u aan het boek ‘De goede
voorouder’ van Roman Krznaric (2020) te lezen. De ondertitel is ‘Langetermijn-
denken voor een kortetermijnwereld’.
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
21
wordt verdeeld;
• op geïntegreerde wijze verantwoording wordt afgelegd66
aan de
samenleving;
• en waarbij alle ‘externalities’67
worden meegenomen.’
Daarbij zijn wat mij betreft de woorden ‘…. waarbij het doel maatschap-
pelijk welzijn op de lange termijn is’ de belangrijkste. Nu zult u zeggen, dat
schiet lekker op! Maatschappelijk welzijn is evenmin eenduidig natuurlijk.
Dat klopt, maar het is evident ruimer en wat mij betreft net zo (on)dui-
delijk als de huidige begrippen ‘continuïteit’, ‘redelijkheid en billijkheid’,
‘lange termijnwaardecreatie’, ‘maatschappelijke betamelijkheid’, ‘zorg-
vuldigheid’ en het kent een doel, namelijk welzijn voor ons allen.
De OECD schreef in 201968
een paper over ‘The Economy of Well-being’ en
daarin werd dat begrip als volgt gedefinieerd:
‘The “Economy of Well-being” can be defined as an economy that:
a. 
expands the opportunities available to people for upward social
mobility and for improving their lives along the dimensions that mat-
ter most to them;
b. ensures that these opportunities translate into well-being outcomes
for all segments of the population, including those at the bottom of
the distribution;
c. reduces inequalities; and
d. fosters environmental and social sustainability.’
66 Ten tijde van het schrijven van dit boekje kwam het bericht dat op 10 november
2022 de Corporate Sustainable Reporting Directive door de Europese Commissie
en de Europese Raad is vastgesteld. Daarmee wordt een enorme stap gezet om dit
onderwerp goed te verankeren.
67 Als u voor dat deel nog een boek wilt lezen dan raad ik het boek aan van Leo van
de Voort en ondergetekende ‘Exit Fantoomtrots’ (2022). Daarin komt het begrip
externalities aan de orde. Het zijn kosten die niet worden doorberekend maar
worden afgewenteld op de samenleving zoals milieuverontreiniging.
68 https://www.oecd.org/officialdocuments/publicdisplaydocumentpdf/?cote=SDD/
DOC(2019)2docLanguage=En
22 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Als u meer wilt lezen hoe dat meetbaar te maken dan verwijs ik u graag
naar de ‘Wellbeing Economy Alliance’69
. Ons eigen Amsterdam doet nu ver-
woede pogingen dergelijke meetmethoden te gebruiken en daarmee bin-
nen de grenzen70
van de door Kate Rayworth (2017) gedefinieerde ‘doug-
hnut’ te blijven71
. Ook Schramade en Schoenmaker (2022) geven een
bruikbare oplossing voor het meten van wat zij noemen ‘brede waarde’.
Als we alle stakeholders willen betrekken dan vraagt dat een bepaald
governance model. Hierna komen in de volgende paragrafen een paar
ideeën langs. Bacq en Aguilera (2022) hebben ook een poging gedaan om
een model te ontwerpen voor stakeholder governance ten behoeve van
‘responsible innovation’. Die innovatie is nodig om de grote maatschappe-
lijke uitdagingen aan te kunnen en bovendien stelt hun model in staat via
die stakeholder governance een antwoord te geven op de vragen: (i) welke
waarde gecreëerd dient te worden en voor wie, (ii) hoe die toebedeeld kan
worden en (iii) hoe die te verdelen over de bedoelde stakeholders. Voor
deze rede gaat dat te ver, maar ik nodig de lezer graag uit kennis te nemen
van hun ideeën.
Hierna zal ik 10 redenen – of overwegingen zo u wilt - geven waarom die
maatschappelijke zorgplicht er moet komen. Dat kan geen vraag meer zijn.
Het zijn de volgende:
1. De veranderende opvattingen over de wet geven richting (wat mij
betreft);
2. Daar komen dan nog codes, (internationale) regelgeving en akkoor-
den bij;
3. De values en principes van uw eigen onderneming spreken al voor
69 https://weall.org/
70 Voor wie nog een lezenswaardig boek wil lezen over de grenzen van groei kan ik
verwijzen naar het boek van Barbara Baarsma, ‘Groene groei’. Haar stelling is dat er
weliswaar grenzen zijn maar dat groei noodzakelijk is om ook het welzijn op lan-
gere termijn veilig te kunnen stellen.
71 https://www.fastcompany.com/90497442/amsterdam-is-now-using-the-dough-
nut-model-of-economics-what-does-that-mean
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
23
zich, nietwaar?;
4. Stakeholders hebben er niet alleen recht op, ze vragen er ook om;
5. De theorie wijst u - inmiddels - ook in de goede richting;
6. Institutionele beleggers verlangen het van u;
7. Gerechtelijke uitspraken onderstrepen het belang ook nog eens;
8. De filosofen en de ethiek verlichten uw pad;
9. Spirituele en religieuze overwegingen geven u wellicht nog het één na
laatste zetje;
10. Last but not least, u heeft vast dierbaren die u een betere wereld
gunt, toch?
In de hierna volgende paragrafen worden deze 10 alle kort behandeld.
Daarmee draag ik overwegingen en argumenten aan waarom die maat-
schappelijke zorgplicht er zou moeten komen. Sterker nog, hij is in mijn
ogen ook onvermijdelijk gegeven de maatschappelijke ontwikkelingen.
Er zijn meerdere ingangen om die zorgplicht in perspectief en context te
zien. De 10 overwegingen zijn niet limitatief en voor ieder ervan is een
genuanceerde afweging te maken. Echter, in de combinatie en tegen de
achtergrond van wat er momenteel aan de hand is in de wereld, leveren ze
in mijn ogen een overtuigend narratief op om de context en de spelregels
te herijken en daarmee de maatschappelijke uitdagingen en problemen
aan te kunnen pakken. Systeemdenken72
(Donella Meadows, 2008) leert
ons dat de meest krachtige manieren om een systeem te veranderen ach-
tereenvolgens te vinden zijn in: verandering van paradigma, het verande-
ren van doelen, meer ruimte voor zelf-organisatie en (spel)regels).
De verandering van paradigma is gelegen in de noodzaak afscheid te nemen
van het dogma van shareholderdominantie en daarvoor in de plaats stake-
holders in brede zin te zetten. Het doel is niet langer alleen winst en effi-
ciëntie, maar het maatschappelijk welzijn van ons allen. De ruimte voor
72 https://decorrespondent.nl/11595/na-dit-boek-denk-je-nooit-meer-dat-er-een-
oorzaak-is-met-een-gevolg/4684059641745-784536bb
24 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
zelf-organisatie wordt gevonden in het herinrichten van de wijze waarop
we participatief en meer democratisch besluiten gaan nemen. De spelre-
gels herijken we door de maatschappelijke zorgplicht in te voeren, waarbij
dat een middel is en geen doel op zich. Dat laatste is belangrijk om vast te
stellen, want dat biedt een tegenwicht tegen het idee dat maatschappe-
lijke belangen op hun beurt weer de dominante factor zouden worden in
plaats van de aandeelhoudersbelangen. Het is nadrukkelijk bedoeld om
het evenwicht te herstellen en niet de andere kant op te laten slaan.
In de navolgende paragrafen geef ik mijn overwegingen en suggesties hoe
daar dan mee om te gaan en op welke manier we in gezamenlijkheid kun-
nen komen tot een concrete invulling in de dan geldende omstandighe-
den. Immers, niet alles is te voorzien en voor eeuwig geldig. Panta rhei zei
Heraclitus73
al.
73 https://nl.wikipedia.org/wiki/Panta _ rhei _ (Heraclitus)
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
25
1.	DE VERANDERENDE
OPVATTINGEN OVER DE
WET GEVEN RICHTING
(WAT MIJ BETREFT)
Het recht is niet in de wet alleen te vinden (Scholten, 2022)
Wetten zijn niet in beton gegoten, maar worden waar nodig aangepast
naar aanleiding van voortschrijdend inzicht en veranderende maatschap-
pelijke opvattingen. Jurisprudentie is daar een uiting van. Tot op heden is
de maatschappelijke zorgplicht zoals ik die voor me zie, geen onderdeel
van de wet. Wel zijn er argumenten te vinden in het maatschappelijke en
academische debat die voldoende aanleiding geven om die plicht toch op
te nemen. Het debat daarover wordt al enige tijd gevoerd, maar tot nog
toe zonder succes. Ik doe een nieuwe poging om het zover te krijgen.
Ik trap af met een quote uit het proefschrift van Van Aartsen (2020):
‘The problem with Corporate Law is that it takes credit for the benefits of
corporations but inadequately considers the full range of social, environ-
mental, economic, and other interests that it affects. Its overreliance on
legal and market-based approaches, liberal economic social models and
economic models of human behaviour ensures that it sees no more than
part of the picture of corporate (mis)behaviour. It is from this impaired
perspective that Corporate Law focuses primarily on empowering corpora-
tions and constraining corporate agents on behalf of founders and share-
holders. This arguably facilitates private wealth accumulation, national
competitiveness and economic growth, but it will do little to address the
broad range of harms caused by corporate activities’. (blz. 469)
26 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Daarmee is de toon gezet. Ondernemingsrecht is gemankeerd volgens hem
(en mij). Het is dus toe aan enige – of misschien wel meer dan dat – aan-
passing. De wet is niet statisch en Timmermans (2020) benoemde dat ook:
‘En er is nog een punt: het vennootschapsrecht dient buigzaam en prag-
matisch te zijn, indien je dit wilt richten op de realiteit van de onderne-
ming. Het dient zich immers aan de veranderende werkelijkheid van de
onderneming aan te passen. Bij zo’n beweging passen beweeglijke ven-
nootschapsrechtelijke normen. Het denken vanuit de onderneming impli-
ceert een open manier van rechtsvinding’.
De wet kan dus niet statisch zijn, maar ontwikkelt zich volgens Scholten
(2022). Zijn stelling is dan ook dat het recht niet in de wet alleen te vinden
is. Hij propageert meer gebruik te maken van ethiek omdat hij ziet dat de
grote thema’s van deze tijd niet meer zijn weg te denken en de wet loopt
daarbij achter. Hij ziet dat de moraal bezig is aan een opmars binnen het
ondernemingsrecht. In paragraaf 7 ga ik verder in op zijn betoog. Voor nu
is het belangrijk ons te realiseren dat de legitimiteit van ondernemingen
een verkenning vraagt vanuit politiek-theoretische benadering.
Rutger Claassen (2021) schreef voor de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid een working paper74
over de legitimiteit van bedrijven in
een liberale democratie. Daarin stelt hij dat ondernemingen hun legitima-
tie vinden in het recht en dus op basis van de overheid/staat; ze zijn dus
daaraan ondergeschikt. Hij spreekt dan ook over een overheidsconcessie,
een vergunning, die dan ook niet alleen verleend kan worden maar ook
ingetrokken kan worden (zie ook Veldman en Willmott, 2020 en 2022).
74 h t t p s : // w w w.w r r. n l /p u b l i c a t i e s / w o r k i n g - p a p e r s /2 0 2 1 /0 5 /3 1 /
de-legitimiteit-van-bedrijven-in-een-liberale-democratie
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
27
Ook Kemp (2021)75
haalt dat in zijn inleiding aan door te stellen dat:
‘Aangenomen wordt dat de vennootschap er is om sociale welvaart te creë-
ren voor degenen die bij de vennootschap zijn betrokken. Zij ontleent hier-
aan haar bestaansrecht en de haar door de wet toegekende voorrechten’
[nadruk op voorrechten door mij toegevoegd].
Ook zegt hij76
:
‘Hier komt de gedachte van de license to operate vandaan; de maatschap-
pij geeft de ondernemer een ‘vergunning’ om met de vennootschap te
ondernemen’.
Winter et al (2021) schreven het ook al op:
‘Het externaliseren van ondernemingsrisico’s aanvaarden we omdat onder-
nemerschap in de regel als maatschappelijk nuttig wordt beschouwd. Is
het dan niet vanzelfsprekend dat degenen die van dat voorrecht gebruik-
maken, beursgenoteerd of niet, op verantwoordelijke wijze van dat voor-
recht gebruikmaken. Of anders gezegd: moet daar niet iets tegenover
staan? (blz. 35)
De vraag stellen is hem beantwoorden. De goeden raakt dit natuurlijk niet
en Winter et al (2021) zeggen dan ook:
‘Het zijn juist de vennootschappen die deze zorgplicht niet voelen en een
kentering moeten maken. Onze voorstellen [en de mijne, LP] zijn erop
gericht dat de verantwoordelijkheid in het maatschappelijk verkeer ook bij
hen deel gaan uitmaken van de expliciete afwegingen van het bestuur’.
(blz. 35)
75 Kemp (2022), blz. 27
76 Kemp (2022), blz. 33
28 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Op de vraag of deze maatschappelijke zorgplicht in de wet of in de code
zou dienen te worden opgenomen zijn Winter et al (2021) volstrekt hel-
der. Dat moet in de wet want de code is te vrijblijvend vanuit het principe
‘comply or explain’ (blz. 37).
In het rapport ‘De winst van waarden’ omschreef de SER (2000) deze licen-
tie als volgt:
‘De onderneming zoekt in de samenleving bevestiging voor de uitoe-
fening van haar kernfuncties; de samenleving verschaft de onderne-
ming ruimte en erkenning – een license to operate – wanneer in bevredi-
gende mate aan de maatschappelijke verwachtingen wordt voldaan. De
license to operate wordt voorwaardelijk verstrekt. Ondernemingen worden
door hun omgeving aangesproken op maatschappelijke verantwoordelijk-
heidszin en uitgenodigd antwoord te geven op vragen van burgers, maat-
schappelijke organisaties en consumenten. De maatschappelijke dialoog is
daarom een belangrijk interactief element van maatschappelijk onderne-
men77
’. (blz. 31)
Hart en Zingales (2017) schreven ook een belangwekkend artikel waarin
ze stelden dat het niet zozeer ging om het maximaliseren van aandeel-
houderswaarde maar dat het gaat om ‘shareholder ‘welfare’ maximization’
waarmee ze benadrukten dat het niet alleen om geld ging, maar ook om
het dienen van sociale en ethische issues.
Dat die voorrechten/license to operate geen automatisme hoeven te zijn
toont de geschiedenis aan. In het verleden diende een vennootschap een
bewilliging te vragen aan de keizer (Napoleon) en later de koning en weer
later de regering. Tot 2001 diende een vennootschap een verklaring van
geen bezwaar aan te vragen bij het Ministerie van Justitie.
77 https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2000/maatschappelijk-on-
dernemen.pdf
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
29
In Engeland werd de vennootschap zelfs lange tijd bij wet verboden. In
1711 werd de South Sea Company opgericht. De Engelse marine had grote
schulden gemaakt en het bankroet van het hele land dreigde. Er waren
ook toen al creatieve financiële geesten en de oplossing die men vond was
om schuldeisers aan te bieden hun obligaties in te wisselen voor aandelen
in een speciaal op te richten compagnie, waarvan de volledige naam zou
luiden: ‘The Governer and Company of Merchants of Great Britain Trading to
the South Sea’s and other parts of America and for encouraging the Fishery’.
De slavenhandel was een lucratieve business en in de loop van dat decen-
nium waren de koersen flink gestegen, zodanig dat whizzkid John Blunt in
1719 de regering aanbood de gehele staatsschuld, inclusief bij de Bank of
England en de bij East India Company ondergebrachte schulden, om te
wisselen voor South Sea-aandelen. Het parlement aarzelde, maar in het
voorjaar van 1720 bereikte de hausse omtrent de South Sea Company een
hoogtepunt. In het parlement zaten ook de nodige speculanten – slecht
idee natuurlijk – en er werd besloten voor GBP 2.000.000 aandelen op de
markt te brengen. In enkele uren was deze emissie voltekend. De vreugde
was van korte duur want toen in Londen berichten binnenkwamen dat in
Parijs de zogenaamde Mississippi-zeepbel was geknapt, stortte ook de
koers van de South Sea Company in, waarna het parlement op 11 juni 1720
de ‘Bubble Act’ goedkeurde, die voor de oprichting van naamloze vennoot-
schappen koninklijke goedkeuring verplicht stelde. Alle vennootschap-
pen werden ‘illegal and void’ verklaard, want dit was te gevaarlijk voor het
publiek en de samenleving! De uitzondering bleek overigens de South Sea
Company zelf, want ja, er moest natuurlijk wel geld binnengebracht wor-
den en dus kreeg deze onderneming zelfs het monopolie op handel. De
Bubble Act werd overigens pas in 1825 ingetrokken, meer dan honderd
jaar nadat die in het leven was geroepen78
.
78 Bovenstaande twee paragrafen zijn ontleend aan het boek van Leo van de Voort en
ondergetekende: Exit Fantoomtrots (blz. 119-120)
30 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Terug naar Claassen (2021), hij legt in zijn paper het focus op kapitaal-
vennootschappen, maar ik trek het breder. Als de overheid, wij allen, een
concessie verleent dan stelt hij dat een bedrijf daarmee een kunstmatige
persoon is. Wij spreken dan ook over een rechtspersoon en doen daarmee
alsof de onderneming een variant op een natuurlijk persoon is. Dat moet
wel, want anders kan een onderneming niet zelfstandig contracten afslui-
ten. Daarmee is de onderneming volgens Ciepley (2013) in zekere zin een
verlengstuk van de overheid en dient zij daarom het publieke belang. De
overheid moet dan bepalen wat dat betekent en daarbij gaat het dan vooral
om reciprociteit79
. Dat vereist handelen in het publieke belang. Claassen
(blz. 21) spreekt dan ook over een ‘bredere zorgplicht’, met name in situ-
aties waarin de markt niet automatisch zijn heilzame werk kan doen. Voor
zover ik kan zien is dat dus zo ongeveer altijd en overal omdat marktfalen
in de economie wordt gezien als de manier waarop ondernemingen über-
haupt geld kunnen verdienen en winst kunnen maken. Fricties noemen wij
dat ook wel. Deze gedachte ligt dan ook ten grondslag aan de door Eliza-
beth Warren bedachte ‘Accountable Capitalism Act’80
. Claassen noemt in
dit licht ook de hiervoor genoemde UN ‘Guiding Principles on Business and
Human Rights’ die op dit idee zijn gebaseerd.
Grandori (2022) maakt in haar beschouwing over de rechtspersoon ook
duidelijk dat die zijn voorrechten ontleent aan de staat en dat daarmee
dus verplichtingen komen jegens de samenleving:
‘’Legal persons” can exist only because of the recognition by a state; and
such recognition, and the rights accompanying it such as limited liability,
are granted because it is acknowledged that they perform some function
of public utility. Hence corporations have a res publica dimension, even if
they are private setups (Ciepley, 2013; Singer, 2018)’. (blz. 61)
79 Claassen, blz. 18
80 https://www.warren.senate.gov/imo/media/doc/Accountable%20Capitalism%20
Act%20One-Pager.pdf
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
31
In het vervolg van haar betoog maakt ze helder welke vragen er dan beant-
woord dienen te worden. Wie gaat waarover en heeft welk recht waarop?
Niets nieuws natuurlijk, maar zij komt met oplossingen die verderop
in mijn rede nog aan de orde komen zoals meerdere ‘chambers’ waarin
meerdere vertegenwoordigers zitten van verschillende belangen en waar-
mee dus meer democratie georganiseerd kan worden en ook die belan-
gen beter gediend kunnen worden. Dat leidt dan ook tot wat zij noemt
‘different ownership structures’. Zij spreekt dan over ‘the corporation as a
democratic “republic of rightholders”. Dat leidt dan tot verscheidenheid in
eigenaren:
‘Moreover, the result of our analysis is that most frequently, the efficient
ownership structure is likely to be composed by heterogeneous rather than
homogeneous actors, in contrast with what claimed by property right the-
ory leaders (Hansmann, 1996; Hart, 1995)’. (blz. 73)
Mocht u denken dat dit allemaal nieuwe ideeën zijn, niets is minder waar.
Berle en Means (1932)81
en Keynes82
waren in de jaren dertig van de vorige
eeuw al van mening dat de onderneming een publiek doel diende zoals
Konzelmann et al (2022) zo helder beschrijven:
‘Keynes and Berle, who saw companies as human institutions with an
important role to play in the economy and society, believed with an appro-
priate balance in the relationship between the state and the private sec-
tor – led by managers who accepted the need for wider accountability –
companies would come to serve a public purpose; and they considered the
economy and business community to be a means to that end’. (blz. 159).
81 Berle en Means waren de grondleggers van het denken over corporate governance.
https://edisciplinas.usp.br/pluginfile.php/106085/mod _ resource/content/1/
DCO0318 _ Aula _ 0 _ - _ Berle _ _ Means.pdf
82 Lesst u voor de inzichten van Keynes op dit punt vooral https://journals.sagepub.
com/doi/epub/10.1177/0950017013496303
32 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Claassen (2021) behandelt achtereenvolgens de ‘aggregate theory’, waarin
de staat slechts een kader schept voor ondernemingen83
; de ‘real entity
theory’ en de ‘stakeholder theory’. De laatste komt terug in paragraaf 5. In
de ‘real entity theory’ wordt teruggegrepen op de Middeleeuwen toen de
samenleving was ingericht op een top-down manier en een ‘gemeenschap
van gemeenschappen’ gevormd werd via gilden, kloosterorden, univer-
siteiten, etc. De in corporate governance land bekende ‘team production
theory’84
van Blair en Stout (1999) is hierop gebaseerd. De stelling is dat
bedrijven niet in het belang van aandeelhouders dienen te worden gerund,
maar in het belang van alle teamleden. Dat veronderstelt uiteraard dat
er toch een instantie is – veelal het bestuur – die de knopen hakt als de
belangen conflicteren en besluitvorming niet tot stand komt.
Claassen (2021) voert hier ook de ‘Loi PACTE’ op en de beweging die pleit
voor een ‘purpose’. Beide kwamen hiervoor al kort aan de orde. Als voor-
beeld wordt dan de Benefit Corporation85
(B-corp) genoemd. Voor Neder-
land kunnen we hier de maatschappelijke BV86
opvoeren als voorbeeld.
Het streven is dan niet winst, maar een maatschappelijke doelstelling. In
zekere zin zou je kunnen zeggen dat ook in de huidige structuur een maat-
schappelijk belang of doel gediend kan worden, maar vooruit.
In de wet staan diverse open normen die als leidraad dienen voor het han-
delen van bestuurders van ondernemingen. Daar waar het bezwaar dat
tegen een maatschappelijke zorgplicht wordt opgevoerd vaak is dat een
open norm niet goed werkt en het leven van een bestuurder zo moeilijk
maakt, is het goed hier nog eens langer naar te kijken.
83 Daar waar ik in paragraaf 5 inga op de agency theory kom ik daar nog op terug.
84 https://ir.vanderbilt.edu/xmlui/bitstream/handle/1803/5806/Team _ Produc-
tion _ Theory.pdf?sequence=1
85 https://www.bcorporation.net/en-us/ Het uitgangspunt is dat een onderneming
een ‘Force for Good’ dient te zien. Ondernemingen kunnen zich aanmelden voor
dit label en worden dan getoetst of voldaan wordt aan de deelnamecriteria.
86 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/03/05/consultatie-maat-
schappelijke-bv-bvm-volgende-stap-in-erkenning-sociale-ondernemers
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
33
Aan de hand van de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen bestuur-
ders prima bepalen wat in concrete omstandigheden van het geval wordt
gevraagd om aan de maatschappelijke zorgplicht invulling te geven, zo
stellen de 25 hoogleraren (Winter, et al, 2020). Hun argumenten zijn ook
dat ondernemingen niet langer risico’s alleen dragen, zie de financiële cri-
sis en de corona pandemie, maar afwentelen op de samenleving. Uiter-
aard zijn er veel meer voorbeelden van ‘externalities’ onder die noemer te
scharen. Zij pleiten, in navolging van Mayer87
(2021a, 2021b) voor een pur-
pose statement waarin een onderneming haar bestaansgrond formuleert.
Hij beschrijft dat purpose als volgt: ‘to produce profitable solutions for the
problems of people and planet, not profiting from producing problems for
either’. Hij voegt er fijntjes aan toe dat dit consistent is met de boodschap
van Friedman want die voegde aan zijn adagium toe dat het gaat om het
maken van winst, maar dat dit wel dient te gebeuren door het naleven van
‘social norms and regulations’. Wat dat dan precies betekende maakte hij
niet duidelijk want hij gaf ook aan dat je soms de wet wel degelijk mocht
overtreden (zie later in mijn rede). Wel veronderstelt dat in mijn ogen
transparantie en verantwoording om te kunnen vaststellen of een onder-
neming haar activiteiten uitvoert binnen die ‘social norms and regulations’.
Alleen al uit dat perspectief schiet die transparantie, verantwoording en
verslaglegging in mijn ogen tekort. Dat tekort zal door de net vastgestelde
Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) van de EU geheel dan
wel in belangrijke mate opgelost worden, purpose statement of niet. Ove-
rigens gaan de 25 hoogleraren zelfs zover dat ze een nieuw ‘sociaal con-
tract’ tussen onderneming en samenleving wenselijk vinden.
Timmermans schreef in 2009 het volgende op over het hoofddoel van het
ondernemingsrecht:
87 Mayer, C., (2021). The Governance of Corporate Purpose, Law Working Paper no.
609/2021, European Corporate Governance Institute
34 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
‘[…] het uitdenken van zulke rechtsvormen voor ondernemingen dat deze
op succesvolle wijze aan het (internationale) economische leven kunnen
deelnemen. Die juridische jassen voor ondernemingen moeten zo wor-
den gesneden dat economische vooruitgang en ondernemerschap wor-
den bevorderd en allerlei activiteiten worden tegengegaan die economi-
sche waarden vernietigen zonder dat daar een compenserend immaterieel
voordeel, zoals rechtvaardigheid en duurzaamheid tegenover staat.’88
In zijn artikel uit 2020 verwijst Timmermans naar Richard Layard89
die zei ‘the
objective and raison d’etre for any organization must be that it contributes to
the happiness of the world’. In dat artikel suggereert Timmermans dat:
‘Denkbaar is dat in Boek 2 BW de eis tot maatschappelijke verantwoorde-
lijkheid van de bestuurders van een vennootschap wordt neergelegd’.
Om er vervolgens aan toe te voegen ‘dat dit soort ideeën niet als utopisch
afgewezen mogen worden’. Het is me te voorzichtig geformuleerd, dat mag
wat stelliger.
Niet iedereen is overtuigd dat de drang om een purpose statement op te
nemen gaat werken. Davis (2021) is geenszins overtuigd:
‘Purpose cannot solve the problem of shareholder primacy because share-
holder capitalism is inherently corrupting of purpose. As I see it, purpose is
to weak and malleable, but share price is strong and inflexible. When pur-
pose and shareholder value get into a boxing ring, I will bet on shareholder
value every time. (blz. 907)
88 Timmermans, L., (2009), Grondslagen van geldend ondernemingsrecht, Onderne-
mingsrecht, 2009/2
89 h t t p s : / / w w w . p e n g u i n r a n d o m h o u s e . c o m / b o o k s / 2 9 4 2 5 6 /
happiness-by-richard-layard/
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
35
Zijn oplossing is dan ook meer democratie in de ondernemingsbesturen
via werknemersvertegenwoordiging. In paragraaf 4 kom ik daar nog op
terug.
Dit is in Frankrijk gebeurd via de ‘Loi PACTE’. In die wet is bepaald dat
ondernemingen in Frankrijk een purpose kunnen formuleren waarmee
de maatschappelijke rol van ondernemingen nadrukkelijker kan worden
benoemd. Segrestin et al (2021) lieten licht schijnen op deze wet en ik wil
u hun visie niet onthouden omdat die naadloos aansluit op de roep om een
maatschappelijke zorgplicht en de noodzaak om een beroep te doen op
het bedrijfsleven om de samenleving te helpen bij het vinden van oplos-
singen voor de grote maatschappelijke problemen. De volgende quote uit
hun artikel waarin ze de aanloop naar en de inhoud van de wet bespreken
maakt veel duidelijk:
‘To justify its proposals, it builds upon academic research to advance a new
view of the enterprise, with a purpose of collective creation. Rather than
considering enterprises as the root cause of our current sustainability chal-
lenges, the report suggests reversing the viewpoint, arguing that enterpri-
ses are ‘a part of the solution’. Its recommendations are based on three
original positions: (i) the enterprise [de onderneming] must be distinguis-
hed from its legal vehicle, which is the company [de vennootschap]; (ii)
it is the collective capacity to create that distinguishes the enterprise and
that contributes to the collective interest; and (iii) defining the raison d’e-
tre of the enterprise within the corporate contract protects the enterprise
in this capacity, and therefore also protects the collective interest’.
Mooier kan ik het niet omschrijven. Immers, de ‘collective creation’ sluit
aan bij mijn definitie inzake corporate governance waarin het belang van
innovatie nog eens wordt onderstreept. Zonder dat vinden we geen oplos-
singen voor de problemen van vandaag. Het collectieve hierin onder-
streept dat het gaat om de belangen van ons allen; alle stakeholders dus.
36 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
De bescherming waarover wordt gesproken is noodzakelijk omdat de
korte termijn belangen anders de overhand dreigen te krijgen en de lange
termijn investeringen en innovatie daaronder gaan leiden. De ‘raison d’e-
tre’ helpt dan omdat daarmee duidelijk in de statuten is omschreven wat
het (langere) termijn doel is dat wordt beoogd en waarmee de onderne-
ming ook beschermd kan worden mochten anderen daaraan geweld willen
doen. Rechters zullen dat uiteraard in ogenschouw nemen. Tot slot is de
‘Loi PACTE’ niet vrijblijvend, maar dwingt het bedrijven zich rekenschap te
geven en verantwoording af te leggen inzake de impact die hun activitei-
ten op de samenleving hebben.
Een van de prominente ondernemingen die zich aan dit idee commit-
teerde was Danone. Groot was dan ook de ophef toen de CEO, Emmanuel
Faber, werd ontslagen omdat hij duurzaamheid wel omarmde, maar de
beurskoers liet verpieteren, althans in de ogen van de aandeelhouders.
Jansen90
(2021) liet dan ook optekenen:
‘Het is de vraag in hoeverre het huidige vennootschapsrecht bestuurders (en
commissarissen) voldoende ruimte biedt om duurzame ambities te heb-
ben, en daarmee of het vennootschapsrecht nog wel bestand is tegen het
nieuwe fenomeen duurzaam ondernemen. Wat dat betreft komt het ont-
slag van Faber op een bijzonder (goed) moment. Dit voorval laat zien dat,
in de zoektocht naar een eventuele hervorming van het vennootschaps-
recht, het belangrijk is oog te hebben voor het gehele systeem van cor-
porate governance. Daarbij dient vooral ook het praktische oogpunt niet
verloren te gaan. Hoewel er veel aandacht is voor maatschappelijk ver-
antwoord ondernemen, wordt naar de uitvoering in de praktijk (voorals-
nog) nauwelijks gekeken. Het invoeren van een wettelijke zorgplicht voor
bestuurders (en commissarissen), waarvoor bijvoorbeeld wordt gepleit,
kan ervoor zorgen dat veel meer bestuurders (en commissarissen) worden
90 https://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/mvo/2021/5-6/MvO _ 2452-
3135 _ 2021 _ 007 _ 506 _ 001.pdf
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
37
aangemoedigd om duurzaam te gaan ondernemen, maar is dat dan wel
voldoende?’
Zouden activistische beleggers daarmee niet te zeer de kans krijgen
ondernemingen te belagen, die weliswaar zich duurzaam gedragen, maar
onvoldoende winst genereren, zo vraagt hij zich af? Duidelijk wordt dat
daarmee de suggestie wordt gewekt dat het een ten koste gaat van het
andere. De vraag is of dat zo is. In paragraaf 6 poog ik daarop een ant-
woord te geven. In ieder geval constateer ik dat er nog veel koudwater-
vrees is om zo’n zorgplicht in een wettelijk kader te gieten. De Vereni-
ging van Effecten Uitgevende Organisaties (VEUO) gaf bij monde van haar
secretaris Sven Dumoulin91
ook het volgende schot voor de boeg:
‘[…] dat een brede open norm in de code waarvan niemand weet wat die
betekent niemand helpt, zeker niet als die ook kan leiden tot onbedoelde
(juridische) neveneffecten.’
De belangrijkste raadgever voor deze overweging blijkt telkenmale de
aansprakelijkheidszorg te zijn. Kan de ondernemingsleiding dan niet in
rechte worden aangesproken en claims verwachten van aandeelhouders?
Dat is ook wat De Graaf92
schrijft:
‘De ruimte van bestuurders wordt verder beperkt door toenemende angst
voor rechtszaken en claims. In de Verenigde Staten speelt het al veel langer
dat bestuurders geen verregaande besluiten durven nemen uit angst voor
juridische repercussies’.
Daarin zit een zekere ironie, want in datzelfde artikel schrijft hij:
91 https://fd.nl/ondernemen/1399077/bedrijfsleven-verzet-zich-tegen-maatschap-
pelijke-zorgplicht
92 https://esb.nu/esb/20060500/juridiseer-het-doel-van-de-onderneming-niet
38 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
‘Het verdwijnen van de maatschappelijke rol van de onderneming uit de
statuten hield verband met een toenemende juridisering van het onderne-
mingsrecht. In de Nederlandse bestuursverhoudingen waren redelijkheid
en billijkheid heel lang dominanter dan regelgeving en contracten. Met een
goed gesprek werden er zaken opgelost, en bij voorkeur zonder juristen –
hetgeen ruimte schiep voor maatschappelijke afwegingen. Dit is veranderd
onder Angelsaksische invloed op het ondernemingsrecht’.
We hebben dus in Nederland een verkeerde afslag genomen door de
Angelsaksische invloed te vertalen in onze codes en gebruiken. De opmer-
king die in dit debat altijd wordt gemaakt – door de tegenstanders dan –
is dat een open norm niet kan werken, maar zoals De Graaf stelt, dat was
de Nederlandse praktijk al vanaf de invoering van de Vennootschapswet
in 1928! Dus een open norm als maatschappelijke zorgplicht zou in onze
samenleving geen enkel probleem hoeven op te leveren, het was altijd al
onze traditie:
‘Tot twintig jaar geleden was er in Nederland nog aandacht voor de doel-
stelling van de onderneming en de zorgplicht, ook binnen het onderne-
mingsrecht. Het Nederlandse ondernemingsrecht kende een corporatisti-
sche inslag, waarin er veel aandacht was voor het maatschappelijke belang
van het economisch handelen van een onder­
neming, en de rol daarin van
de belanghebbenden, de stakeholders’.
Tijd om de bakens dus weer decennia jaar terug te zetten wat mij betreft.
We hebben ons teveel overgeleverd aan advocaten van het Angelsaksisch
evangelie.
In ‘The Code of Capital’ schrijft Katharina Pistor93
(2019) hoe met hulp van
het recht en advocaten, de wetgeving is gekaapt ten faveure van bedrijven:
93 https://press.princeton.edu/books/hardcover/9780691178974/the-code-of-capital
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
39
‘[…] the law has been placed firmly in the service of capital’94
. Daardoor is
kapitaal niet alleen gecodeerd via het recht, maar ook nog eens te zeer
beschermd en niet langer een resultante van arbeid en vaardigheden. Zij
gaat zover dat de legitimiteit van de staat is geërodeerd en dat daarmee
de ongelijkheid in de wereld fors is toegenomen. Dat dit waar is behoeft
nauwelijks betoog, maar wie het wil checken kan hier terecht95
.
Dat dit mechanisme op meerdere manieren prima werkte beschrijft Pistor
(2019) aan de hand van een aantal cases: hoe de Mayas hun land werd ont-
nomen in Belize, – en overigens in 2007 dat via de rechter weer terugkre-
gen - hoe in de financiële sector bezit werd opgeknipt en gekloond met
als fameus voorbeeld Lehman Brothers, dat uiteindelijk instortte omdat
209 dochterondernemingen in 26 landen allemaal een (collateral) claim
hadden op dezelfde moeder…, hoe winsten werden geoptimaliseerd door
de schulden af te wentelen op de samenleving nadat een hoge ‘leverage’
was opgebouwd (een populaire manier van werken van private equity).
Securitisatie is ook zo’n manier van werken die ons uiteindelijk mede de
das omdeed in de crisis van 2008. In de laatste decennia is er een sterke
opkomst te zien van intellectueel kapitaal ofwel patenten, waarvan Justice
Brandies in 1918 al zei:
‘[t]he general rule of law is, that the noblest of human productions –
knowledge, truths ascertained, conceptions, and ideas – become, after
voluntary communication to others, free as the air to common use. [….]
Knowledge, after all, is a ‘non-rivalrous good’, for which there cannot be a
‘tragedy of the commons’ [….]96
’.
Niet dus, waarna uiteindelijk zelfs ons eigen DNA eigendom dreigde te
worden van ondernemingen. Gekker moet het niet worden.
94 Pistor, blz. xi
95 https://wid.world/
96 Pistor, blz. 109
40 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Dat moet dus anders en zelfs de Financial Times was zich dat in 201897
al
bewust:
‘All businesses need to revisit their responsibility towards their people. Pay-
ing lip service to the idea of “purpose” will only lead to further disappoint-
ment. As the last Edelman Trust Barometer, an annual survey, suggests,
companies’ most trusted and honest spokespeople are not chief executives
— whose credibility continues to dwindle — but employees. Staff loyalty is
a powerful asset’.
Ik concludeer dat er nog geen volledige consensus is over de vraag of de
maatschappelijke zorgplicht in de wet dient te worden opgenomen. Ware
dat zo, dan was het vast al gebeurd. Wel meen ik dat er meer dan vol-
doende brandstof aan dat debat is gegeven om die stap nu wel te zetten.
Op grond van de gevoerde discussie in de afgelopen jaren, de toegenomen
noodzaak om maatregelen te nemen om de zogenaamde ‘externalities’ te
stoppen, de oproep tot een ethisch reveil en de voorbeelden die te vinden
zijn zoals in Frankrijk, pleit ik ervoor dat begrip nu in de wet te verankeren.
Ondernemingen verkrijgen hun licentie van ons als maatschappij en daar-
voor in de plaats hoort een zorg- en verantwoordingsplicht.
97 https://www.ft.com/content/94b1eec0-e70c-11e7-8b99-0191e45377ec
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
41
2.	
DAAR KOMEN DAN NOG
CODES, (INTERNATIONALE)
REGELGEVING EN
AKKOORDEN BIJ
De hoeveelheid wet- en regelgeving waaraan ondernemingen dienen te
voldoen is groot. Ik doe een poging de vanuit het perspectief van de maat-
schappelijke zorgplicht relevante regelgeving hier te benoemen, zonder
uitputtend te kunnen en willen zijn:
• Sustainable Development Goals waaraan we ons allen hebben
gecommitteerd;
• OESO richtlijnen zoals de OESO richtlijn voor Multinationale
Ondernemingen;
• Het Klimaatakkoord van Parijs;
• De Nederlandse Corporate Governance Code;
• Stewardship Code van Eumedion;
• UN Global Compact;
• UN Guiding Principles on Business and Human Rights;
• Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens;
• Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten;
• Carbon Disclosure Project (CDB);
• Global Reporting Initiative (GRI);
• EU Verordening inzake het Eco-Management and Audit Scheme
(EMAS);
• EU Emissions Trading System (EU ETS);
• Taskforce Climate-Related Financial Disclosures (TCFD);
• Non-Financial Reporting Directive (NFRD);
• Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) (voor
vermogensbeheerders);
42 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
• Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD);
• Corporate Sustainability Due Diligence (CSDD);
• Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct van de
OESO;
• De Taxonomieverordening van de EU;
• De ILO Tripartite Declaration of Principles concerning Multinational
Enterprises and Social Policy (ILO Decaration);
• Verslaggevingsregels zoals bepaald door de International Financial
Reporting Standards (IFRS) en daarbinnen de International Sustain-
ability Standards Board (ISSB), waarin de Sustainability Account-
ing Standards Board (SASB) en de International Integrated Reporting
Council (IIRC) de krachten hebben gebundeld;
• Climate Disclosure Standards Board (CDSB);
• Markets in Financial Instruments Directive (MiFID II);
• Markets in Financial Instruments Regulation (MiFIR);
• Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities
(UCITS);
• Alternative Investment Fund Managers Directive (AIFM);
• Op energiegebied zijn er ook vele (inter)nationale afspraken gemaakt;
• Omgevingswet;
• We weten inmiddels alles van de stikstofregelgeving;
• Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen conve-
nanten (IMVO);
• Sector en brancheafspraken zoals onder andere voor de textielbran-
che, de houtsector, de goudsector en de voedingsmiddelensector;
• Er zijn ook ISO normen zoals ISO26000;
• En natuurlijk zijn er heel veel internationale verdragen tussen landen,
zo’n 250.000 om hier een getal op te plakken.
Het duizelt u en mij. Een ding is zeker, het is veel en veelgevraagd, maar
de intenties zijn meestal gericht op het voorkomen van schade aan mens,
milieu en natuur.
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
43
Freens en Koster (2018) constateerden dat er wereldwijd zo’n 200 normen-
stelsels, gedragscodes en auditprotocollen zijn. Bovendien zijn er zo’n
400 instrumenten voor duurzaamheidsverslaglegging. Veel van die inter-
nationale richtlijnen en gedragscodes hebben een normerend effect, maar
verschillen onderling sterk en geven geen eenduidig beeld. Ze conclude-
ren wel dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen een grote vlucht
heeft genomen en dat deze normenstelsels en codes daar een gevolg van
zijn. Veel is ‘soft law’, maar dat wordt steeds vaker omgezet in ‘hard law’.
Hoffman et al (2022) deden onderzoek98
naar de bijdrage van maar liefst
250.000 internationale verdragen tussen landen en economische blokken
en de conclusie was behoorlijk onthutsend:
‘International treaties have mostly failed to produce their intended effects
except for international trade and financial laws and treaties with enforce-
ment mechanisms. These results are unexpected because they challenge
conventional wisdom about treaties, which are widely considered as the
apex mechanism for countries to make commitments to each other. Not
only do our findings question the usefulness of the more than 250,000
existing treaties that have been negotiated to date, but they should
directly inform how national governments and international institutions
facilitate global cooperation on the myriad challenges we face and how
future international treaties can be better designed for greater impact’.
Nog veel werk aan de winkel dus.
Een regelgeving die in potentie enorme invloed zal gaan hebben is de op
10 november 2022 door het Europees parlement definitief vastgestelde99
CSRD. Dat betekent dat met ingang van het boekjaar 2025 - en dus begin
2026 - alle bedrijven met meer dan 250 medewerkers, € 40 miljoen omzet
98 https://www.pnas.org/doi/10.1073/pnas.2122854119
99 https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20221107IPR49611/
sustainable-economy-parliament-adopts-new-reporting-rules-for-multinationals
44 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
en € 20 miljoen aan activa (twee van de drie criteria zijn dan bepalend) te
voldoen aan deze regelgeving. De eisen zijn veelomvattend en door mijn
oogharen ziet het er toch uit als een maatschappelijke zorgplicht. Zo staat
het in de preambule:
‘Het doel van het voorstel is ervoor te zorgen dat er gepaste, openbaar toe-
gankelijke informatie is over de risico’s van duurzaamheidsaspecten voor
ondernemingen en over de effecten van ondernemingen zelf op mens en
milieu. Dit betekent dat ondernemingen de duurzaamheidsinformatie die
gebruikers nodig hebben, moeten rapporteren en dat ondernemingen alle
informatie die gebruikers relevant achten, moeten rapporteren. De gerap-
porteerde informatie moet vergelijkbaar, betrouwbaar en voor gebruikers
gemakkelijk te vinden en te gebruiken zijn met digitale technologieën. Dit
betekent dat de status van duurzaamheidsinformatie moet worden gewij-
zigd zodat zij meer vergelijkbaar is met financiële informatie’.
De CSRD gaat veel vragen van ondernemingen. In directe zin worden onge-
veer 50.000 ondernemingen hierdoor geraakt, maar ik schat in dat dit aan-
tal een veelvoud is en dat ook veel bedrijven die onder de genoemde gren-
zen vallen hier toch mee te maken krijgen. De redenen zijn de volgende.
Ondernemingen worden geacht niet alleen te kijken naar de impact die
ze zelf hebben op mens en milieu, maar ook naar de impact van hun pro-
ducten en diensten in de keten gedurende de gehele levensduur van pro-
duct of dienst; de zogenaamde scope 3 vereisten, ook wel als ‘upstream’
en ‘downstream’ geduid. Daarnaast is er de plicht van de dubbele mate-
rialiteit, dat wil zeggen dat de ondernemingen niet alleen de positieve
effecten dienen te rapporteren, maar ook de negatieve. Dat betekent dat
een inside-out en een outside-in perspectief gehanteerd dient te wor-
den. Daarmee zal een rapportageplichtige onderneming vanzelf ook gege-
vens nodig hebben van klanten en toeleveranciers en dus zullen ook veel
Midden en Klein Bedrijven (MKB) hierdoor gedwongen worden gegevens te
verzamelen en te rapporteren, tenminste aan de grotere ondernemingen
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
45
waarbij ze zich in hun keten bevinden. De CSRD vraagt te rapporteren
inzake Environmental, Social, en Governance aspecten (ESG). Omwille van
de ruimte ga ik niet in detail in op deze wet, maar ik raad u als lezer aan dat
zeker wel te doen. De eisen daarin gaan ver en zullen een landverschuiving
veroorzaken. In mijn ogen wordt door deze regelgeving de maatschappe-
lijke zorgplicht op een zodanig niveau gebracht dat je het net zo goed in
de wet kunt opnemen.
Overigens is in sommige gevallen het begrip zorgplicht ook al in de wet
opgenomen. Financiële instellingen kennen dat al via wetgeving als de
‘WWFT’100
waarin de zorgplicht voor hun klanten is neergelegd. Zoals hier-
voor al is betoogd, is ook de plicht om als poortwachter te functioneren
om fraude, corruptie en witwassen te voorkomen wettelijk verankerd.
Daarnaast verlangt De Nederlandsche Bank (DNB) dat financiële instellin-
gen verantwoording afleggen over klimaatrisico’s die ze lopen. Institutio-
nele beleggers, die zo’n 80% van alle aandelen in bezit hebben, denken na
over Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en sluiten sommige bedrij-
ven uit en andere juist in. Ook nemen ze die bedrijven waarin ze beleggen
steeds meer de maat op het brede terrein van ESG via indices en bench-
markdata waardoor bedrijven via ‘engagement’ ook worden bevraagd over
de wijze waarop ze hun (negatieve) impact op de samenleving proberen
te verminderen, dan wel hun positieve verder te verbeteren. Dit laatste
vooral ook omdat hun klanten en deelnemers dit verlangen en verwachten.
100 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024282/2022-11-01
46 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
3.	
VALUES EN PRINCIPES VAN
UW EIGEN ONDERNEMING
SPREKEN AL VOOR ZICH,
NIETWAAR?
Op voorhand neem ik u mee in de lijn van denken van Davis (2021). Hij
­
reageerde op de drang naar een ‘purpose statement’ en refereerde daarbij
ook aan ‘mission statements’ van bedrijven:
‘Mission statements present a hyper-optimistic Potemkin Village: corpo-
rations exist ‘to give people the power to build community and bring the
world closer together’ (Facebook) or ‘to refresh the world in mind, body,
and spirit, to inspire moments of optimism and happiness … and to cre-
ate value and make a difference’ (Coca Cola). Surprisingly few corpora-
tions have mission statements that say, ‘We exist to wring profit out of the
moral weakness of a credulous population’.
Veel cynischer kan het niet uiteraard. In de inleiding haalde ik al de voor-
beelden aan van Shell, DuPont en Boeing en hoe zij verzaakten inzake hun
eigen waarden en normen. Zelfs Google, dat ooit als dictum de woorden
‘don’t be evil’ de wereld instuurde wordt door Zuboff en Schwandt (2019)
in hun boek ernstig de maat genomen.
Daarmee zou je op voorhand al het pleidooi dat spreekt uit mission -, value
statements en code of conducts die ondernemingen zo prominent op hun
websites tonen naar de prullenbak kunnen verwijzen. Nu is me dat iets te
kort door de bocht. Ik wil dan wel alle ondernemingen vriendelijk doch
dringend verzoeken hun waarden en normen nog eens goed onder ogen
te zien. Om hen te helpen heb ik een word cloud gemaakt van de normen
en waarden die zij in hun vaandel voeren. Hieronder staat het resultaat.
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
47
Figuur 3: Word cloud van de normen en waarden van AEX, AMX en ASCX fondsen101
De meest prominente woorden zijn dan: integrity (14x), respect (12x),
innovation (10x), collaboration (9x), trust (8x), excellence, care, teamwork
(ieder 7x), courage, sustainability, entrepreneurship (ieder 6x), honesty,
safety en quality (ieder 5x).
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik vind dit fijne woorden. Ze roepen
warme gevoelens op en als die omgezet zouden worden in daden dan is al
veel gewonnen. Nu voert het mij te ver in het licht van dit afscheidscollege
om na te gaan of de daden ook consistent zijn met de woorden, maar op
grond van het voorgaande is enige scepsis op zijn plaats. In paragraaf 8 ga
ik daar nog wat verder op in.
Loughran et al (2022) deden onderzoek inzake de veranderingen in de cor-
porate ‘codes of ethics’ als gevolg van de veranderde tijden waarin bedrij-
ven meer onder het vergrootglas lagen. Zij vergeleken de codes van 2008
met die van 2019 voor een deelverzameling van de SP 500 onderne-
mingen. Ze constateerden een flinke toename van het aantal woorden
(29% om precies te zijn) en een toename van woorden die zij categori-
seren onder de noemer ‘Trust and Transparency’. Het gaat dan om woor-
den als ‘ethics, respect, trust’. Ze zien ook een toename van woorden die
101 Van de 74 betrokken fondsen kon van enkele geen helder value statement worden
gevonden. Waar nodig is ervoor gekozen om zinnen terug te brengen tot één (of
enkele) woord(en).
48 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
zij scharen onder de ‘Inappropriate Behavior’ woorden zoals ‘slavery, social
media, sustainability, footprint, and trafficking’.
Zij vragen zich vervolgens af waarom die veranderingen er zijn. Is het
een antwoord op de dingen die misgingen? Is het om mee te gaan in de
noden van de tijd? Is het marketing? Zij veronderstellen dat het zou kun-
nen komen omdat de maatschappij op dat punt een grotere claim legt en
ondernemingen ook ter verantwoording roept. Zij besluiten dan ook met:
‘What is clear from our findings here, however, is that we seem to be ente-
ring a new age of increasingly moral – or, at least moralized – corporate
governance’.
Er is dus hoop want woorden doen er toe. Als ondernemingen zich op die
manier meer rekenschap geven en dat tot uiting brengen in hun ‘code of
ethics’, dan kan dat ook werken als een vliegwiel omdat de maatschappij
vervolgens ondernemingen daar ook op kan aanspreken bij niet naleving
daarvan. Ik deed dat hiervoor al publiekelijk bij Boeing, DuPont en Shell.
Dat zouden we vaker moeten doen.
Een andere manier van benaderen is die van de persoonlijke normen en
waarden. Ik veronderstel dat iedere bestuurder of commissaris niet zich-
zelf thuis laat op het moment dat hij of zij naar het werk gaat. Ik ben zelf
opgeleid als officier op de KMA. Daar legden we in 1979 de officierseed af.
Die luidt als volgt:
‘Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wetten en
onderwerping aan de krijgstucht. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat
beloof ik)’.
Een vergelijkbare eed is terug te vinden in vele domeinen. Artsen leg-
gen de eed van Hippocrates af, mensen werkzaam in de financiële sector
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
49
kennen inmiddels ook een eed of belofte, accountants – waarvan ik er een
ben -, ambtenaren idem dito. Rechters, politici, advocaten, Olympiërs,
buitengewone opsporingsambtenaren, treinconducteurs, jachtopzieners,
bruggenwachters, politie, verpleegkundigen. Zij allen leggen een eed of
belofte af en ik vergeet er vast nog een paar. Ik wist het ook niet, maar er
staan voor mij een paar verrassende beroepsgroepen in dit rijtje. Ik heb in
mijn leven inmiddels driemaal de eed of belofte afgelegd.
In een essay dat Veldman en Paape (2022) schreven,102
stond in de concept
versie de oproep om een eed of belofte in te voeren voor bestuurders en
commissarissen voor alle ondernemingen. Soeharno103
wees in zijn oratie
ook op de waarde van de eed (2013). Op grond van commentaren hebben
we dat idee geschrapt, maar langs deze weg voer ik dat toch weer op. Het
lijkt mij een wenselijke stap in de professionalisering van bestuur en toe-
zicht op ondernemingen. Als alle hiervoor genoemde beroepsgroepen dat
kunnen, dan toch zeker ook deze categorie? Zij dienen een maatschappe-
lijk belang, dragen een grote verantwoordelijkheid en zijn het boegbeeld
voor velen. Dus ik stel de volgende tekst voor:
‘Ik zweer/beloof dat ik in mijn bestuurlijke functie zo goed als ik kan ten
dienste zal stellen van de ondernemingen en al haar stakeholders en daar-
mee het maatschappelijk welzijn voor ons allen als uitgangspunt hanteer.
Ik stel het belang van de maatschappij voorop en eerbiedig de zorgplicht
die ik heb. Ik ken mijn verantwoordelijkheid jegens die samenleving en zal
mij open en toetsbaar opstellen. Ik maak geen misbruik van mijn functie
en zal zo mijn functie in ere houden. Zo waarlijk helpe mij God almachtig/
Dat beloof ik104
’.
102 https://managementscope.nl/opinie/moderniseer-de-hele-governance
103 Soeharno, J.E. (2013). De waarde van de eed. https://dare.uva.nl/search?identifie
r=2c3696d2-26ca-46b9-a3ce-e70f6010fc73
104 Deze tekst is mede gebaseerd op die van de artseneed: https://www.knmg.nl/
advies-richtlijnen/knmg-publicaties/artseneed.htm
50 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
De criticaster onder ons zal dan zeggen, ok Leen, mooie woorden en wat
dan? Dat is een terechte vraag en daartoe geef ik dan het volgende ant-
woord. Alle beroepen die een belangrijke rol vervullen in de samenleving
en waarbij het voor de relatieve buitenstaander niet eenvoudig moge-
lijk is vast te stellen of hij/zij het beroep goed heeft uitgeoefend, kennen
volgens de economische organisatietheorie de volgende stappen in hun
ontwikkeling:
• Er ontstaat een zekere specialisatie;
• Waartoe iemand wordt opgeleid en vervolgens een diploma voor
krijgt;
• Met dat diploma volgt een beroepstitel/aanduiding, al of niet
gepaard gaande met een eed of belofte;
• Daaraan wordt dan vervolgens een ‘body of knowledge’ gekoppeld;
• En daarmee ook een beroepsorganisatie die de belangen van de
­professie nastreeft;
• Waarna een zekere behoefte ontstaat om aan permanente educatie
te doen;
• Die soms ook wordt afgedwongen via regels;
• Want er komen ook regels voor de professie, soms ook leidend tot
handboeken en gedrags- en beroepsregels;
• Die regels dienen weer op naleving te worden getoetst door toe-
zichthouders, waarmee dus een noodzaak ontstaat om toezichthou-
ders in het leven te roepen;
• Die toezichthouders zijn eerst onderdeel van de ontstane beroeps-
organisatie, maar na een tijdje blijkt dat onvoldoende zekerheid te
geven en dus wordt dat onafhankelijk georganiseerd;
• Met dat toezicht op de naleving van de beroepsregels ontstaat ook
tuchtrecht om niet-naleving ook aan te kunnen pakken met als
ultieme straf uitsluiting van het uitoefenen van het beroep.
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
51
Deze ontwikkeling is terug te vinden bij de hiervoor genoemde profes-
sies van artsen, advocaten, accountants, notarissen, deurwaarders, etc.
Alweer, ook hier vergeet ik er vast een paar.
U voelt het al aankomen, door besturen en toezichthouden als profes-
sie te beschouwen, zal deze ontwikkeling ook onontkoombaar op deze
beroepsgroep af komen, leuk of niet.
52 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
4.	
STAKEHOLDERS HEBBEN ER
NIET ALLEEN RECHT OP, ZE
VRAGEN ER OOK OM
Claassen (2021) beschrijft het bedrijf als samenwerkingsverband van sta-
keholders. Daarin worden stakeholders als opdrachtgevers van het bestuur
gezien. Ferreras et al (2017) pleit dan voor een Kamer van aandeelhouders
en een Kamer van werknemers, een afgeleide van ons parlementaire stel-
sel. Beide kamers zouden dan bij meerderheid voor een voorstel van het
bestuur dienen te stemmen alvorens het effectief wordt. Deakin (2012)
pleit weer voor een aparte ‘stakeholder board’. Wat mij betreft zijn beide
ideeën interessant, maar ze gaan niet zover als bepleit door Garcia Nelen
(2020) in zijn proefschrift. Laten we eens kijken naar zijn oplossing en bij-
behorende argumenten.
Allereerst maakt hij duidelijk wie wel en wie niet tot de stakeholders beho-
ren105
. Zijn conclusie is dat daartoe behoren:
• Institutioneel betrokken stakeholders zoals bestuurders, de NV zelf,
de organen, commissarissen, aandeelhouders, pandhouders, vrucht-
gebruikers met stem- of vergaderrecht en de Ondernemingsraad;
• Contractueel betrokken stakeholders zoals werknemers, afnemers,
crediteuren, klanten, toeleveranciers, financiers;
• Indirect betrokken stakeholders zoals bijvoorbeeld patiënten, men-
sen of instanties die een enquête zijn gestart of een claim hebben
ingediend.
Nadrukkelijk sluit hij algemene maatschappelijke en sociale belan-
gen uit, ook al meldt hij dat die belangen wel kunnen meewegen in de
105 Garcia Neelen (2020), blz. 212-220
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
53
besluitvorming van het bestuur. Ook belangen die samenhangen met het
milieu, de volksgezondheid, het handelsverkeer, werkgelegenheid, eer-
biediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping
sluit hij - wat mij betreft gek genoeg - uit. Wel geeft hij aan dat het bestuur
zich dient te houden aan wet- en regelgeving en daarmee komen zaken als
mensenrechten, corruptie en omkoping uiteraard weer in beeld. De maat-
schappelijke belangen wegen weer wel mee als die zijn opgenomen in de
statuten en doelstellingen van een onderneming.
Wat mij betreft is dat een verenging die ik graag zou willen verwerpen. Het
voorbeeld van Shell en de jegens die onderneming gevoerde processen106
,
zie paragraaf 7 en ook beschreven door Steins Bisschop (2022), maakt al
duidelijk dat die grens niet zo eenvoudig te trekken is, maar inmiddels
weer is opgeschoven. Ook als u mijn definitie van Corporate Governance
in ogenschouw neemt dan wordt duidelijk dat wat mij betreft ook toe-
komstige generaties - maar liefst zeven - tot de stakeholders gerekend
dienen te worden. Putzer et al (waaronder collega’s Tineke Lambooy en
Ronald Jeurissen, 2022) maken duidelijk dat ook de natuur rechten heeft
die dienen te worden geëerbiedigd. Zij bouwden een database waarin alle
bekende rechten van de natuur zijn opgenomen. Dat waren ten tijde van
hun artikel 409 initiatieven in 39 landen. Ook die rechten kunnen niet zo
maar terzijde worden geschoven, ze moeten ook meegenomen worden in
de afwegingen. Hooguit is dan de vraag wie namens de natuur het woord
voert, maar dat is op te lossen door iemand aan te wijzen dan wel een
afvaardiging te bepalen (zie ook Lambooy, 2022).
Overigens is voor het eerst ooit in de Corporate Sustainability Due Dili-
gence107
(CSDD) een definitie opgenomen wie onder stakeholders vallen:
106 Zie het Steins Bisschop (2022), blz. 113-126
107 https://eur-lex.europa.eu/resource.html?uri=cellar:bc4dcea4-9584-11ec-b4e4-
01aa75ed71a1.0004.02/DOC _ 1format=PDF
54 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
“belanghebbenden”: de werknemers van de onderneming, de werk-
nemers van haar dochterondernemingen, en andere personen, groe-
pen, gemeenschappen of entiteiten van wie de rechten of belangen
worden of kunnen worden beïnvloed door de producten, diensten en
activiteiten van die onderneming, haar dochterondernemingen en haar
zakelijke relaties’108
In de oorspronkelijke voorstellen was beoogd op te nemen dat:
‘[….] bestuurders en commissarissen, als onderdeel van hun taak om te
handelen in het vennootschappelijk belang, rekening dienen te houden met
de belangen van alle belanghebbenden die relevant zijn voor de onderne-
ming en zich mede dienen te richten op het dienen van brede maatschap-
pelijke belangen.’ (Garcia Nelen, 2022, blz. 262)
Dat is niet overgenomen en het verbaast mij waarom Garcia Nelen (2022,
blz. 262) dat begrijpelijk vindt. Hij geeft aan dat dit te algemeen geformu-
leerd zou zijn en daarmee geen werkbaar juridisch toetsingskader biedt
(blz. 263). Het verbaast ook omdat hij besluit met:
‘Deze ambities [van de CSDD] dragen bij aan de transitie naar een duur-
zame economie en het op een sociaal verantwoorde wijze beperken van de
opwarming van de aarde. Dit is wat mij betreft prijzenswaardig.’ (blz. 271)
De reden overigens waarom Garcia Nelen (2020) pleit voor het betrekken
van stakeholders is simpel: aandeelhouders hebben een te grote stem
gekregen en de belangen zijn niet meer in evenwicht. De redenen die hij
aanvoert zijn vergelijkbaar met de mijne in mijn oratie van 2018:
108 Art. 3 (n) Richtlijnvoorstel
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
55
• Achterblijvende koopkracht109
zoals ook uit onderzoek blijkt;
• De factor kapitaal krijgt een steeds groter deel van de koek en de
factor arbeid steeds minder110
;
• Bestuurders worden nog steeds benoemd en ontslagen door de alge-
mene vergadering van aandeelhouders en dus richten die zich vooral
op de belangen van die groep;
• De wetgeving sluit niet meer aan bij de ontwikkelingen in de
maatschappij;
• Er is teveel schuld aangegaan;
• Risico’s zijn vooral overgedragen aan andere belanghebbenden;
• Er wordt teveel geld uitgekeerd via dividenden en inkoop eigen
aandelen.
Zijn vaststelling is dan ook dat er een herziening dient te komen van de
wijze waarop het recht is ingericht en de wijze waarop besluiten bij onder-
nemingen worden genomen:
‘Power translates into purpose. Er moet dus iets aan de bevoegdheidsver-
deling worden gedaan, willen we zorgen dat de corporate purpose wer-
kelijk betekenis krijgt. Corporate governance gaat in de kern over hoe de
structuur en bevoegdheidsverdeling binnen de onderneming zodanig kan
worden ingevuld dat de organisatie erop gericht is haar corporate purpose
te vervullen’.111
Daarover zijn wij het dan zeer eens want dit sluit aan bij mijn definitie
waarin ik spreek over de verdeling van bevoegdheden, rechten en plich-
ten. Op de vraag hoe dat in te regelen geeft Garcia Nelen als oplossing
voor de beursvennootschap een Vergadering van Participanten:
109 h t t p s : //e c o n o m i e . r a b o b a n k . c o m /p u b l i c a t i e s /2 0 1 8 / f e b r u a r i /
besteedbaar-inkomen-huishoudens-nederland-staat-vrijwel-stil/
110 h t t p s : / / w w w . c b s . n l / n l - n l / n i e u w s / 2 0 2 1 / 2 7 /
aandeel-arbeid-in-de-economie-laatste-jaren-op-lager-niveau
111 Garcia Nelen, 2020, blz. 338
56 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
Figuur 4: De participatievennootschap volgens Garcia Nelen (2020)
Hij concludeert ook dat dit onvermijdelijk leidt tot minder bevoegdhe-
den van de aandeelhouders en de algemene vergadering en een grotere
rol voor bestuur en raad van commissarissen. Ook is zijn stelling dat de
medezeggenschap via de raad van commissarissen niet effectief is geble-
ken. De ‘werknemerscommissaris’ dient nu eenmaal conform het recht
het vennootschapsbelang.
Nog even over die werknemerscommissaris. Davis (2021) pleit dus voor
meer democratie in het ondernemingsbestuur en pleit dan ook voor een
grotere stem van die categorie stakeholders. Hij geeft dan als voorbeel-
den (blz. 909-910) de oproep van het eigen personeel die hun respectieve
bedrijven ter verantwoording riepen. Bij Microsoft gebeurde dit nadat het
MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN
57
bedrijf een contract met het Amerikaanse Ministerie van Defensie had
gesloten inzake ‘augmented reality’ en medewerkers niet wilden meewer-
ken aan het zijn van ‘war profiteers’. Bij Facebook tekenden werknemers
een petitie om meer te doen tegen de politieke misleiding die plaatsvond
via het platform. Bij Amazon tekenden medewerkers een open brief dat
het bedrijf meer diende te doen tegen klimaatverandering. Andere voor-
beelden betroffen Salesforce en Google. In Nederland kennen we uiteraard
ook voorbeelden. Recent was dat het geval bij Centric112
en Van Oord113
, en
ook hier ben ik vast onvolledig.
Lima en Galleli (2021) voerden een metastudie uit naar de integratie tus-
sen Human Resources Management (HRM) en corporate governance. Ze
onderzochten 79 artikelen tussen 2000-2017 en het shareholder denken
vanuit de agency theorie bleek dominant. Ook bleek dat HRM weliswaar
een belangrijke component van corporate governance is, maar vooral van-
uit een secundaire positie als consultant of dienstverlener. De medewer-
ker werd dus als stakeholder ondergeschikt gemaakt. Dat leidt dan wel tot
negatieve effecten: de belangrijkste waren uitputting van de talent pool,
het verlies aan kennis en kunde (tacit knowledge), teveel outsourcing en
daarmee het in de waagschaal stellen van de lange termijn continuïteit van
de onderneming. Deze quotes zeggen dan ook genoeg:
‘[….] and can result in an HR role becomes positioned as an “efficiency ser-
vant” to maximise shareholder value’.
En:
‘[…] we identified that the role of HRM lies in achieving short-term objec-
tives, rather than promoting business sustainability, since the shareholder
configuration has been shown to predominate in the literature’. (blz. 741)
112 h t t p s://m t s p r o u t . n l /n i e u w s/n i e u w s-m a n a g e m e n t-l e i d e r s c h a p/
centric-sanderink-files-boeren
113 h t t p s : // w w w . s c h u t t e v a e r . n l / n i e u w s / a c t u e e l / 2 0 2 1 / 0 4 / 0 2 /
personeel-in-opstand-bij-baggeraar-van-oord/
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022
Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022

More Related Content

What's hot

オープンソースのドローン用フライトコントローラ「Dronecode」の概要( #OSC15tk)
オープンソースのドローン用フライトコントローラ「Dronecode」の概要( #OSC15tk)オープンソースのドローン用フライトコントローラ「Dronecode」の概要( #OSC15tk)
オープンソースのドローン用フライトコントローラ「Dronecode」の概要( #OSC15tk)
博宣 今村
 
Вдосконалення управління портовою галуззю України. Звіт Світового банку
Вдосконалення управління портовою галуззю України. Звіт Світового банкуВдосконалення управління портовою галуззю України. Звіт Світового банку
Вдосконалення управління портовою галуззю України. Звіт Світового банку
Ukrainian Sea Ports Authority (USPA)
 
4G modem – best present ever!
4G modem – best present ever!4G modem – best present ever!
4G modem – best present ever!
Positive Hack Days
 
第1章 世界的劃分
第1章  世界的劃分第1章  世界的劃分
第1章 世界的劃分
lu morning
 

What's hot (20)

系統程式 -- 第 3 章 組合語言
系統程式 -- 第 3 章 組合語言系統程式 -- 第 3 章 組合語言
系統程式 -- 第 3 章 組合語言
 
LibreNMS 企業實戰經驗分享 [2018/11/10] @Monospace
LibreNMS 企業實戰經驗分享 [2018/11/10] @MonospaceLibreNMS 企業實戰經驗分享 [2018/11/10] @Monospace
LibreNMS 企業實戰經驗分享 [2018/11/10] @Monospace
 
LibreNMS 資安應用經驗分享 [2019/07/11] @國際資訊安全組織臺灣高峰會
LibreNMS 資安應用經驗分享 [2019/07/11] @國際資訊安全組織臺灣高峰會LibreNMS 資安應用經驗分享 [2019/07/11] @國際資訊安全組織臺灣高峰會
LibreNMS 資安應用經驗分享 [2019/07/11] @國際資訊安全組織臺灣高峰會
 
オープンソースのドローン用フライトコントローラ「Dronecode」の概要( #OSC15tk)
オープンソースのドローン用フライトコントローラ「Dronecode」の概要( #OSC15tk)オープンソースのドローン用フライトコントローラ「Dronecode」の概要( #OSC15tk)
オープンソースのドローン用フライトコントローラ「Dronecode」の概要( #OSC15tk)
 
系統程式 -- 第 0 章
系統程式 -- 第 0 章系統程式 -- 第 0 章
系統程式 -- 第 0 章
 
Proxmox VE & BS 備份與備援策略設計 [2020/12/26] @Proxmox VE 中文使用者社團 2020 年會
Proxmox VE & BS 備份與備援策略設計 [2020/12/26] @Proxmox VE 中文使用者社團 2020 年會 Proxmox VE & BS 備份與備援策略設計 [2020/12/26] @Proxmox VE 中文使用者社團 2020 年會
Proxmox VE & BS 備份與備援策略設計 [2020/12/26] @Proxmox VE 中文使用者社團 2020 年會
 
系統安全稽核即刻上手 [2019/08/24] @Monospace
系統安全稽核即刻上手 [2019/08/24] @Monospace系統安全稽核即刻上手 [2019/08/24] @Monospace
系統安全稽核即刻上手 [2019/08/24] @Monospace
 
Office Assistant cum Computer Typist.pdf
Office Assistant cum Computer Typist.pdfOffice Assistant cum Computer Typist.pdf
Office Assistant cum Computer Typist.pdf
 
Proxmox VE 開源伺服器虛擬化應用經驗分享 [2019/11/12] @OpenInfra Days Taiwan 2019
Proxmox VE 開源伺服器虛擬化應用經驗分享 [2019/11/12] @OpenInfra Days Taiwan 2019Proxmox VE 開源伺服器虛擬化應用經驗分享 [2019/11/12] @OpenInfra Days Taiwan 2019
Proxmox VE 開源伺服器虛擬化應用經驗分享 [2019/11/12] @OpenInfra Days Taiwan 2019
 
事件媒合平台企劃書
事件媒合平台企劃書事件媒合平台企劃書
事件媒合平台企劃書
 
Minimali invaziva tireidektomija
Minimali invaziva tireidektomijaMinimali invaziva tireidektomija
Minimali invaziva tireidektomija
 
Citati no gundegas repšes romana «ugunszīme»
Citati no gundegas repšes romana «ugunszīme»Citati no gundegas repšes romana «ugunszīme»
Citati no gundegas repšes romana «ugunszīme»
 
Proxmox VE 5.3 Cluster, High Availability & Others [20181223] @集思台大會議中心
Proxmox VE 5.3 Cluster, High Availability & Others [20181223] @集思台大會議中心Proxmox VE 5.3 Cluster, High Availability & Others [20181223] @集思台大會議中心
Proxmox VE 5.3 Cluster, High Availability & Others [20181223] @集思台大會議中心
 
Вдосконалення управління портовою галуззю України. Звіт Світового банку
Вдосконалення управління портовою галуззю України. Звіт Світового банкуВдосконалення управління портовою галуззю України. Звіт Світового банку
Вдосконалення управління портовою галуззю України. Звіт Світового банку
 
1.DARBS - informacijas-dizaina-izstrade
1.DARBS - informacijas-dizaina-izstrade1.DARBS - informacijas-dizaina-izstrade
1.DARBS - informacijas-dizaina-izstrade
 
4G modem – best present ever!
4G modem – best present ever!4G modem – best present ever!
4G modem – best present ever!
 
正規表達式_Regular Expression
正規表達式_Regular Expression正規表達式_Regular Expression
正規表達式_Regular Expression
 
第1章 世界的劃分
第1章  世界的劃分第1章  世界的劃分
第1章 世界的劃分
 
系統程式 -- 附錄
系統程式 -- 附錄系統程式 -- 附錄
系統程式 -- 附錄
 
учебник по Информатике 10 класс
учебник по Информатике 10 класс учебник по Информатике 10 класс
учебник по Информатике 10 класс
 

Similar to Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022

The future of work, a whitepaper
The future of work, a whitepaperThe future of work, a whitepaper
The future of work, a whitepaper
Patrick Savalle
 
Zakendoen in de nieuwe economie
Zakendoen in de nieuwe economieZakendoen in de nieuwe economie
Zakendoen in de nieuwe economie
Koos Groenewoud
 
Paper Humanoids Jaap den Haan v20
Paper Humanoids Jaap den Haan v20Paper Humanoids Jaap den Haan v20
Paper Humanoids Jaap den Haan v20
Jaap den Haan
 

Similar to Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022 (13)

Lezers van Stavast, Meet Up 7 januari 2016
Lezers van Stavast,  Meet Up 7 januari 2016Lezers van Stavast,  Meet Up 7 januari 2016
Lezers van Stavast, Meet Up 7 januari 2016
 
Webinar De 12 ingredienten van Wendbare Organisaties (Nederlands)
Webinar De 12 ingredienten van Wendbare Organisaties (Nederlands)Webinar De 12 ingredienten van Wendbare Organisaties (Nederlands)
Webinar De 12 ingredienten van Wendbare Organisaties (Nederlands)
 
Augustus Connect HR & Social Media
Augustus Connect HR & Social MediaAugustus Connect HR & Social Media
Augustus Connect HR & Social Media
 
Paul van Zoggel Serious Gaming
Paul van Zoggel Serious Gaming Paul van Zoggel Serious Gaming
Paul van Zoggel Serious Gaming
 
The future of work, a whitepaper
The future of work, a whitepaperThe future of work, a whitepaper
The future of work, a whitepaper
 
Gastcollege Mirjam Dijsselhof 2018
Gastcollege Mirjam Dijsselhof 2018Gastcollege Mirjam Dijsselhof 2018
Gastcollege Mirjam Dijsselhof 2018
 
Sales at Size - social media in de KMO
Sales at Size - social media in de KMOSales at Size - social media in de KMO
Sales at Size - social media in de KMO
 
Inspiratiesessie Social Media
Inspiratiesessie Social MediaInspiratiesessie Social Media
Inspiratiesessie Social Media
 
Stop Stealing Dreams: toekomst van onderwijs (Mondomijn)
Stop Stealing Dreams: toekomst van onderwijs (Mondomijn)Stop Stealing Dreams: toekomst van onderwijs (Mondomijn)
Stop Stealing Dreams: toekomst van onderwijs (Mondomijn)
 
Piramides vergaan en wendbare organisaties ontstaan
Piramides vergaan en wendbare organisaties ontstaanPiramides vergaan en wendbare organisaties ontstaan
Piramides vergaan en wendbare organisaties ontstaan
 
Zakendoen in de nieuwe economie
Zakendoen in de nieuwe economieZakendoen in de nieuwe economie
Zakendoen in de nieuwe economie
 
Oude structuren vergaan, wendbare organisaties ontstaan
Oude structuren vergaan, wendbare organisaties ontstaanOude structuren vergaan, wendbare organisaties ontstaan
Oude structuren vergaan, wendbare organisaties ontstaan
 
Paper Humanoids Jaap den Haan v20
Paper Humanoids Jaap den Haan v20Paper Humanoids Jaap den Haan v20
Paper Humanoids Jaap den Haan v20
 

More from Energy for One World

Science Publication: The Economic Cost of Climate Change
Science Publication: The Economic Cost of Climate ChangeScience Publication: The Economic Cost of Climate Change
Science Publication: The Economic Cost of Climate Change
Energy for One World
 

More from Energy for One World (20)

IEA Global Critical Minerals Outlook2024
IEA Global Critical Minerals Outlook2024IEA Global Critical Minerals Outlook2024
IEA Global Critical Minerals Outlook2024
 
Ian Bremmer's message for those graduating in toxic times.pdf
Ian Bremmer's message for those graduating in toxic times.pdfIan Bremmer's message for those graduating in toxic times.pdf
Ian Bremmer's message for those graduating in toxic times.pdf
 
EDI Executive Education MasterClass- 15thMay 2024 (updated).pdf
EDI Executive Education MasterClass- 15thMay 2024 (updated).pdfEDI Executive Education MasterClass- 15thMay 2024 (updated).pdf
EDI Executive Education MasterClass- 15thMay 2024 (updated).pdf
 
DNV Report: Energy_Transition_Outlook_China_2024 (1).pdf
DNV Report: Energy_Transition_Outlook_China_2024 (1).pdfDNV Report: Energy_Transition_Outlook_China_2024 (1).pdf
DNV Report: Energy_Transition_Outlook_China_2024 (1).pdf
 
DNV publication: China Energy Transition Outlook 2024
DNV publication: China Energy Transition Outlook 2024DNV publication: China Energy Transition Outlook 2024
DNV publication: China Energy Transition Outlook 2024
 
Club of Rome: Eco-nomics for an Ecological Civilization
Club of Rome: Eco-nomics for an Ecological CivilizationClub of Rome: Eco-nomics for an Ecological Civilization
Club of Rome: Eco-nomics for an Ecological Civilization
 
Science Publication: The Economic Cost of Climate Change
Science Publication: The Economic Cost of Climate ChangeScience Publication: The Economic Cost of Climate Change
Science Publication: The Economic Cost of Climate Change
 
Shell Climate Court Case: Concluding Remarks 2024-04-12 Slotpleidooi Milieude...
Shell Climate Court Case: Concluding Remarks 2024-04-12 Slotpleidooi Milieude...Shell Climate Court Case: Concluding Remarks 2024-04-12 Slotpleidooi Milieude...
Shell Climate Court Case: Concluding Remarks 2024-04-12 Slotpleidooi Milieude...
 
Science Publication: The atlas of unburnable oil for supply-side climate poli...
Science Publication: The atlas of unburnable oil for supply-side climate poli...Science Publication: The atlas of unburnable oil for supply-side climate poli...
Science Publication: The atlas of unburnable oil for supply-side climate poli...
 
UN DESA: Finance for Development 2024 Report
UN DESA: Finance for Development 2024 ReportUN DESA: Finance for Development 2024 Report
UN DESA: Finance for Development 2024 Report
 
OECD Global Reporting Initiative_ Executive summary (1).pdf
OECD Global Reporting Initiative_ Executive summary (1).pdfOECD Global Reporting Initiative_ Executive summary (1).pdf
OECD Global Reporting Initiative_ Executive summary (1).pdf
 
European Court of Human Rights: Judgment Verein KlimaSeniorinnen Schweiz and ...
European Court of Human Rights: Judgment Verein KlimaSeniorinnen Schweiz and ...European Court of Human Rights: Judgment Verein KlimaSeniorinnen Schweiz and ...
European Court of Human Rights: Judgment Verein KlimaSeniorinnen Schweiz and ...
 
Pope Francis Teaching: Dignitas Infinita- On Human Dignity
Pope Francis Teaching: Dignitas Infinita- On Human DignityPope Francis Teaching: Dignitas Infinita- On Human Dignity
Pope Francis Teaching: Dignitas Infinita- On Human Dignity
 
2024-04-03 Pleidooi Milieudefensie dag 3 - deel 1 (1).pdf
2024-04-03 Pleidooi Milieudefensie dag 3 - deel 1 (1).pdf2024-04-03 Pleidooi Milieudefensie dag 3 - deel 1 (1).pdf
2024-04-03 Pleidooi Milieudefensie dag 3 - deel 1 (1).pdf
 
The Shell Court Case: 2024-04-04 Pleidooi Milieudefensie c.s. - effectiviteit...
The Shell Court Case: 2024-04-04 Pleidooi Milieudefensie c.s. - effectiviteit...The Shell Court Case: 2024-04-04 Pleidooi Milieudefensie c.s. - effectiviteit...
The Shell Court Case: 2024-04-04 Pleidooi Milieudefensie c.s. - effectiviteit...
 
The Shell Court Case :2024-04-04 Stuk over Shell's beleid-def (1).pdf
The Shell Court Case :2024-04-04 Stuk over Shell's beleid-def (1).pdfThe Shell Court Case :2024-04-04 Stuk over Shell's beleid-def (1).pdf
The Shell Court Case :2024-04-04 Stuk over Shell's beleid-def (1).pdf
 
The Shell Court Case: 2024-04-03 Pleidooi dag 3 - deel 4.pdf
The Shell Court Case: 2024-04-03 Pleidooi dag 3 - deel 4.pdfThe Shell Court Case: 2024-04-03 Pleidooi dag 3 - deel 4.pdf
The Shell Court Case: 2024-04-03 Pleidooi dag 3 - deel 4.pdf
 
The Shell Court Case: 2024-04-03 Pleidooi dag 3 - deel 3
The Shell Court Case: 2024-04-03 Pleidooi dag 3 - deel 3The Shell Court Case: 2024-04-03 Pleidooi dag 3 - deel 3
The Shell Court Case: 2024-04-03 Pleidooi dag 3 - deel 3
 
The Shell Court Case: 2024-04-01 Openingspleidooi Milieudefensie c.s. - deel ...
The Shell Court Case: 2024-04-01 Openingspleidooi Milieudefensie c.s. - deel ...The Shell Court Case: 2024-04-01 Openingspleidooi Milieudefensie c.s. - deel ...
The Shell Court Case: 2024-04-01 Openingspleidooi Milieudefensie c.s. - deel ...
 
The Shell Court Case : 2024-04-01 Openingspleidooi Milieudefensie c.s. - deel...
The Shell Court Case : 2024-04-01 Openingspleidooi Milieudefensie c.s. - deel...The Shell Court Case : 2024-04-01 Openingspleidooi Milieudefensie c.s. - deel...
The Shell Court Case : 2024-04-01 Openingspleidooi Milieudefensie c.s. - deel...
 

Afscheidsrede Prof Leen Paape 8 december 2022

  • 1. NYENRODE. A REWARD FOR LIFE MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 10 REDENEN WAAROM DAT GEEN VRAAG MEER ZOU MOETEN ZIJN PROF. DR. LEEN PAAPE
  • 2.
  • 3. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 10 REDENEN WAAROM DAT GEEN VRAAG MEER ZOU MOETEN ZIJN Rede In verkorte vorm uitgesproken ter gelegenheid van het afscheid als hoogleraar Corporate Governance aan Nyenrode Business Universiteit op 8 december 2022 door prof. dr. Leen Paape RA RO CIA
  • 4. 2 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN ©2022 Leen Paape ISBN 978-90-8980-208-8 Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
  • 5. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 3 INHOUD I. Inleiding........................................................................................................... 5 II. Maatschappelijke zorgplicht................................................................................18 1. De veranderende opvattingen over de wet geven richting (wat mij betreft).................... 25 2. Daar komen dan nog codes, (internationale) regelgeving en akkoorden bij......................41 3. Values en principes van uw eigen onderneming spreken al voor zich, nietwaar?.............. 46 4. Stakeholders hebben er niet alleen recht op, ze vragen er ook om............................... 52 5. De theorie wijst u – inmiddels - ook in de goede richting........................................... 64 6. Institutionele beleggers verlangen het van u............................................................74 7. Gerechtelijke uitspraken onderstrepen het belang ook nog eens..................................81 8. De filosofen en de ethiek verlichten uw pad ........................................................... 89 9. Spirituele en religieuze overwegingen geven u wellicht nog het op één na laatste zetje... 103 10. Last but not least, u heeft vast dierbaren die u een betere wereld gunt, toch?............... 109 Samenvatting en conclusie.................................................................................119 Dankwoord.................................................................................................... 123 Literatuurlijst................................................................................................. 127
  • 6. 4 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Mijnheer de Rector Magnificus, geachte leden van de Foundation Board, geachte leden van het College van Bestuur, geachte collega’s en oud-collega’s, beste studenten en alumni, zeer gewaardeerde relaties, familie en vrienden, en iedereen die via de livestream mijn afscheidscollege volgt. Ik dank jullie zeer voor uw interesse in mijn college.
  • 7. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 5 I. INLEIDING1 Er is veel aan de hand in de wereld. De man die ook wel bekend staat als Dr. Doom2 , Nouriel Roubini, maakt dat duidelijk in zijn laatste boek, ‘Megathreats’. Van alle plagen is in zijn ogen klimaatverandering de meest bedreigende. Er zijn uiteraard meerdere plagen en dat zorgt voor veel gedoe en menselijk leed. ‘Omarm de Chaos’3 zegt Jan Rotmans (2021) dan. We leven immers niet in tijden van verandering, maar in veranderende tij- den. Wie weet heeft hij gelijk. Mijn gewaardeerde vriend Martijn van Oor- schot zegt dan: ‘wat gaan we doen?’ Verandering is nodig en Sumantra Ghoshal (2005)4 zei het al, je moet mensen niet willen veranderen, je moet de context veranderen, het gedrag volgt dan vanzelf. Dat betekent dat we vooral het doel en de spelregels dienen aan te passen. Om een begin van een antwoord te vinden op de vraag wat te doen, ­ kunnen we te rade bij John Kay en Mervyn King. Zij stellen in hun boek ‘Radical Uncertainty’5 de simpele vraag: ‘wat is hier aan de hand?’ Ik denk dan bij die vraag weer terug aan mijn tijd op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) waar we als acroniem OTVEM meekregen: de O van Opdracht, T van Terrein, V van Vijand en EM van Eigen Middelen. Het wordt in deze vorm niet meer gebruikt, maar het was een handig format. De opdracht heet nu Commanders Intent. Daarmee wordt een weliswaar specifieke opdracht gegeven, maar een die ruimte laat aan de verantwoordelijk officier om op grond van de situatie dat te doen wat nodig is om die intentie te rea- liseren. Ik geef u mijn analyse van de situatie vooral ingegeven door mijn 1 Ik dank Jeroen Veldman, Bas Steins Bisschop, Edgar Karssing en Carla de Roover voor het becommentariëren van een eerdere versie van mijn rede. 2 h t t p s : // w w w. t h e g u a r d i a n . c o m /c o m m e n t i s f r e e /2 0 2 2 /n o v/0 5 / megathreats-global-leaders-disaster-world?CMP=Share _ iOSApp _ Other 3 https://www.singeluitgeverijen.nl/de-geus/boek/omarm-de-chaos/ 4 https://www.youtube.com/watch?v=YgrD7yJwxAM 5 https://www.amazon.com.br/Radical-Uncertainty-Mervyn-King/dp/1408712601
  • 8. 6 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN leerstoel Corporate Governance. Immers, voor een hoogleraar op dat ter- rein is veel een governance uitdaging. Wat is er aan de hand dan? Nu rest mij te weinig tijd en ruimte om hier een volledig en gedetailleerd overzicht te geven, maar ik verwijs graag naar anderen die dat al veel beter hebben gedaan. Achtereenvolgens kan ik u aanraden kennis te nemen van de boeken van Blom (2017)6 , Monbiot (2018)7 , Rayworth (2017)8 , Bezemer (2020)9 , Piketty (2021)10 , Pistor (2019)11 , Baarsma (2020a)12 , Partnoy (2004)13 , Bakan (2004)14 , Garcia Nelen (2020)15 , Steins Bisschop (2022)16 en nog vele meer. U kunt ook kennis nemen van de websites van het IPCC en hun laatste rapport17 , de jaarlijkse Edelman Trust Barometer18 , die van Inequality.org19 , Our World in Data20 , de World Business Council for Sustainable Development21 , Freedom House22 , Gallup onderzoeken23 en nog zo wat. Uiteraard verwijs ik u ook nog graag naar 6 https://www.debezigebij.nl/boek/wat-op-het-spel-staat/ 7 https://lemniscaat.nl/boeken/uit-de-puinhopen 8 https://www.kateraworth.com/ 9 https://uitgeverijpluim.nl/een-land-van-kleine-buffers 10 h t t p s : / / w w w . s i n g e l u i t g e v e r i j e n . n l / d e - g e u s / b o e k / een-kleine-geschiedenis-van-de-gelijkheid/ 11 h t t p s://p r e s s. p r i n c e t o n.e d u / b o o k s/ h a r d c o ve r/97 8 0 6 9117 8974 / the-code-of-capital 12 https://www.bol.com/nl/nl/p/groene-groei/9300000091464712/ 13 https://www.amazon.com/Infectious-Greed-Corrupted-Financial-Markets/dp/ B003R4ZDT4 14 https://www.amazon.com.br/Corporation-Pathological-Pursuit-Profit-Power/ dp/0743247469 15 h t t p s : / / w w w . r e c h t . n l / n i e u w s / p r o e f s c h r i f t e n / 1 9 5 8 5 0 / proefschrift-de-beursvennootschap-corporate-governance-en-strategie/ 16 Ondernemingsrechtelijke aspecten van modern leiderschap, prof. Mr. Bas Steins Bisschop, Nyenrode Business Universiteit, Breukelen, ISBN 978-90-8980-160-9 17 https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg3/ 18 https://www.edelman.com/trust/2022-trust-barometer 19 https://inequality.org/ 20 https://ourworldindata.org/ 21 https://www.wbcsd.org/contentwbc/download/11765/177145/1 22 https://freedomhouse.org/ 23 https://www.gallup.com/home.aspx
  • 9. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 7 mijn oratie van 201824 en als u dat allemaal tot u genomen hebt is het tijd voor een flinke dosis antidepressiva schat ik in. Ik zie de volgende grote uitdagingen, relevant vanuit het onderwerp van deze rede en om het enigszins in te perken: • Groeiende ongelijkheid in de wereld25 , zie ook Veldman (2018); • Klimaatverandering26 ; • Een te zware belasting van het milieu door menselijke activiteit. We noemen dat tegenwoordig het Antropoceen, zie Ten Bos (2017)27 ; • Een te grote macht voor de kapitaalverschaffers28 ; • Teveel macht29 bij ondernemingen, met name Big Tech en het ont- staan van monopolies, zie ook Hearn en Meagher (2022)3031 , zie ook Veldman en Willmott (2022); • Een toenemende polarisering in de maatschappij en politieke ver- deeldheid waardoor het vertrouwen32 in instituties achteruit holt (zie de Edelman Trust Barometer33 ) en het door de Franse socioloog Durkheim gemunte begrip anomie34 op de loer ligt en er anarchie dreigt. 24 https://www.nyenrode.nl/docs/default-source/pdf’s/pdf’s---faculteit-research/ oraties-emeritaatsredes/leen-paape _ oratie.pdf 25 https://www.imf.org/en/Publications/fandd/issues/2022/03/Global-inequalities-Stanley 26 https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg2/ 27 https://nl.wikipedia.org/wiki/Antropoceen 28 h t t p s : / / w w w . i m f . o r g / e n / B l o g s / A r t i c l e s / 2 0 1 9 / 0 6 / 0 6 / blog-the-rise-of-powerful-companies 29 https://www.ft.com/content/f7f76d7c-2d01-4129-b87d-fcc9815e3a77 30 http://www.economicliberties.us/wp-content/uploads/2022/04/Stakehol- der-Capitalism _ Report-1.pdf 31 Leest u vooral ook het boek van Roy op het Veld Oneerlijke Concurrentie over de geschiedenis van monopolies en hoe die af te breken. https://www.bol.com/nl/ nl/p/eerlijke-concurrentie/9300000126637778/ 32 Zie ook Lous, B., (2021). Beleidsfocus op economische groei ondermijnt onderling vertrouwen. ESB, 106, blz. 3-7 33 https://www.edelman.com/trust/2022-trust-barometer 34 https://nl.wikipedia.org/wiki/Anomie
  • 10. 8 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Het moet dus anders35 en Anat Admati (2021) vat die noodzaak voor veran- dering nog eens mooi samen in een paper: ‘Capitalism as practiced has undermined governance across our economic and political systems. Institutions and processes are too opaque, the rules too often work poorly, and accountability is lacking. To make the laws and institutions in the private sector and in government trustworthy, we must strive to improve governance everywhere. Trustworthy institutions can enable and facilitate innovation and prosperity while preserving our planet and promoting justice and human rights. Ultimately, governments must address the harms brought about by financialized capitalism so that cor- porations can help the economy and serve without creating distortions and undermining key institutions of democracy’. (blz. 11) Vooral jonge mensen hebben grote zorgen over ongelijkheid, klimaat- verandering en werkloosheid, zoals uit een studie36 van Bowles en Carlin (2021) namens het IMF bleek. Zij stellen dan ook dat een nieuw paradigma nodig is inzake ons economisch model, het huidige werkt niet goed meer: ‘By extending economics to a new set of motivations – a commitment to justice, the demand for dignity and voice – the new benchmark economic model opens up a broader set of policy options. It offers changes to the rules of the game that can be implemented not only by market and gov- ernment instruments but also by the exercise of private parties and social norms’. (blz. 49) We zullen dus in gezamenlijkheid moeten zoeken naar nieuwe paradig- ma’s, modellen en oplossingen. Het onderstaande schema is een weer- gave van de ruimte waarbinnen we dan dienen te zoeken. 35 Uit de Edelman Trust Barometer van 2021 blijkt dat 56% van de ondervraagden denkt dat het kapitalisme meer kwaad doet dan goed. 36 https://www.imf.org/external/pubs/ft/fandd/2021/03/rethinking-economi- cs-by-samuel-bowles-and-wendy-carlin.htm
  • 11. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 9 Figuur 1: Schema uit Bowles en Carlin (2021): A new space for policymaking Uit deze figuur blijkt dat er drie partijen zijn; de overheid, markten en de samenleving. In de driehoek dienen dus gesprekken te worden gevoerd en afspraken te worden gemaakt over de wijze waarop we de samenleving willen inrichten. De driehoek veronderstelt een afweging van belangen en de vraag is dus of en hoe die belangen op een evenwichtige manier kunnen worden afgewogen en hoe we vervolgens tot besluiten komen. Dat bete- kent het sluiten van compromissen. Echter, zoals verderop in deze rede zal blijken is er toch een breed gedeeld gevoel dat de wijze waarop dit nu gaat onvoldoende recht doet aan de samenleving in brede zin. Het bedrijfs- leven is, zoals Timmermans dat noemde te lang verwend37 geweest. De machtsverhouding is scheef gegroeid (zie ook Garcia Nelen, 2020). Meyer et al (2022) en Levillain et al (2018) beschrijven goed welke kritiek er is op de ondernemingsvorm en de wijze waarop de huidige governance 37 https://fd.nl/weekend/1360318/het-bedrijfsleven-is-lang-verwend-geweest
  • 12. 10 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN is ingeregeld en waartoe dat heeft geleid. Levillain et al stellen een aantal alternatieve ondernemingsvormen voor (blz. 216) die ik hier niet uitput- tend kan behandelen, maar wel kan benoemen en die we zullen herken- nen. In ieder geval is zoveel duidelijk, het kan echt anders en – mijn toe- voeging – ook beter dan hoe het nu gaat: • De coöperatie, als aloud bekend en vertrouwd rolmodel voor gemeenschappen; • Staatsondernemingen; • Democratisch georganiseerde ondernemingen; • Social enterprise (wat wij de maatschappelijke BV noemen); • De stakeholder onderneming; • Wat zij noemen een ‘sharing economy business model’. De vraag of er een governance systeem is dat het beste functioneert is niet te beantwoorden. Beugelsdijk (2022) maakt dat duidelijk. Fligstein en Choo (2005) deden ooit ook een poging, maar hun conclusie is dat het een systemisch vraagstuk is, waarbij het dus gaat om de institutionele inbed- ding van alle componenten in het geheel. De staat is belangrijk voor de rechtsbescherming, de wet om dat te ondersteunen en ondernemerschap te bevorderen en de wijze waarop het geheel zich over de tijd ontwikkelt. Hun conclusie is wel dat er te weinig onderzoek wordt gedaan naar die ontwikkeling over de tijd en waar dat toe leidt. De Opdracht is dus groots, het Terrein complex, de Vijand sterk en taai en de Eigen Middelen veelal beperkt, zeker die van mij. Ik heb slechts het woord en de pen. Het laatste wat ik wil is mijn eigen afscheidsfeestje bederven en dus keer ik terug naar de vraag ‘wat gaan we doen’? Welnu, ik denk dat een van de machtigste actoren in de wereld momenteel het bedrijfsleven is. Mijn oproep is dan ook vooral aan dit adres gericht. Ja, de politiek kan hel- pen door mijn oproep tot een maatschappelijke zorgplicht voor onderne- mingen in de wet te verankeren. Dat is een moeilijke opgave, ook omdat
  • 13. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 11 regelgeving vooral situaties uit het verleden adresseert. Bovendien is papier geduldig en zijn regels vaak eenvoudig te omzeilen. Mijn oproep tot daden kan ik dan grondvesten op de uitspraak van een van mijn rolmo- dellen, namelijk Feike Sijbesma, die in zijn afscheidsinterview als CEO van DSM in het NRC liet optekenen dat als ondernemingen geen bijdrage leve- ren aan het oplossen van een maatschappelijk probleem, ze zich de vraag zouden moeten stellen of ze wel bestaansrecht hebben38 . Hear hear, geen woord Chinees bij (zie ook Pauline van de Meer Mohr in het FD39 ). Het gaat mij dus vooral om de Commanders Intent van CEO’s, zij dienen het goede voorbeeld te geven. Dat verwoorden we tegenwoordig mooi met de Why vraag van Simon Sinek, dus kijkt u vooral nog eens naar zijn fameuze TED talk40 en laat u inspireren. Het Modern Corporation Project zette in 2016 een aantal mooie beginselen voor corporate governance neer (Veldman et al, 2016). Colin Mayer (2021a en 2021b)41 is een groot pleit- bezorger van het formuleren van een helder Purpose via zijn project ‘The Future of the Corporation’. In de Franse ‘Loi PACTE’42 is opgenomen dat een onderneming zich rekenschap dient te geven van de omgeving waarin het opereert, dat het een ‘raison d’être’ (een purpose) kan opnemen in haar statuten en dat er een ‘société à mission’ kan worden gecreëerd en dat laat- ste lijkt op het idee van onze maatschappelijke BV, waarover later meer. Is er reden tot hoop dat ondernemingen uit zichzelf die richting zullen kiezen? Hmm, ik denk het niet. Volberda et al (2022)43 deden onderzoek 38 https://www.nrc.nl/nieuws/2020/01/10/ik-wil-geen-dominee-zijn-ik-wil-verlei- den-a3986437?t=1666084995 39 https://fd.nl/opinie/1457039/laten-we-stoppen-met-vertellen-dat-verande- ren-onmogelijk-is 40 https://www.ted.com/talks/simon_sinek_how_great_leaders_inspire_action 41 https://www.thebritishacademy.ac.uk/programmes/future-of-the-corporation/ 42 https://www.economie.gouv.fr/loi-pacte-croissance-transformation-entreprises 43 https://www.managementboek.nl/boek/9789490463946/de-winst-van-purpo- se-henk-volberda Als u toch overtuigt bent dat dit de weg naar voren is maar niet goed weet hoe dat te doen, dan staat in hoofdstuk 6 van dit boek de weg voor- waarts beschreven. Laat u zich vooral inspireren.
  • 14. 12 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN onder Nederlandse ondernemingen en dan blijkt dat 66% zich vooral richt op economische doelstellingen zoals winstgevendheid. Eufemistisch schrijven Volberda en collega’s in de samenvatting dat het bedrijfsleven ‘[….] daarmee relatief beperkt gericht is op maatschappelijke doelstellingen’. De zin die er op volgt geeft nog meer reden tot zorg: ‘Tussen 2017 en 2021 is echter wel een toename waarneembaar (van 4,5%) van de mate waarin Nederlandse ondernemingen aandacht besteden aan maatschappelijke doelstellingen’. (blz. 15) Een kinderhand kan snel gevuld worden natuurlijk, maar dit stemt mij niet bepaald hoopvol. Alle reden dus om de claim nog eens nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Het bedrijfsleven dient niet achter te lopen, maar voorop te gaan. Voor de goede orde, dat is ook de verwachting van de door Edelman bevraagde 36.000 respondenten wereldwijd. Zij geven aan dat ondernemingen nog de meest vertrouwde institutie zijn en dat ‘socie- tal leadership’ verwacht wordt van CEO’s44 . Zij dienen zich actief uit te laten over belangrijke en maatschappelijke vraagstukken. Wat mij betreft dient dat niet bij woorden te blijven, maar ook vertaald te worden in de strategie van hun bedrijf en de uitvoering daarvan. Macht brengt verant- woordelijkheid met zich mee en die gaat dus verder dan de grens van het eigen bedrijf. Zo kan ik u aanbevelen de documentaire ‘Downfall’45 op Netflix te zien waarin duidelijk wordt wat er mis was bij Boeing inzake de ontwikkeling van de 737Max, die uiteindelijk 346 mensen het leven kostte. In hun values46 staat het zo mooi: ‘In everything we do and in all aspects of our business, we will make safety our top priority, strive for first-time quality, hold our- selves to the highest ethical standards, and continue to support a sustainable 44 https://www.edelman.com/sites/g/files/aatuss191/files/2022-01/Trust%2022 _ Top10.pdf 45 https://www.netflix.com/title/81272421 46 https://www.boeing.com/principles/values.page
  • 15. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 13 future’. Niet dus. Ook de film ‘Dark Waters’47 kunt u op Netflix zien. Daarin speelt DuPont DeNemours de dubieuze hoofdrol. Het bedrijf vergiftigde - bewust - tientallen jaren de omgeving met desastreuze gevolgen voor de gemeenschap, waar dus ook veel van hun medewerkers leefden. Na 20 jaar volhouden door een gedreven advocaat werd het bedrijf veroordeeld en tot op de dag van vandaag weigert het bedrijf het vonnis uit te voe- ren en te betalen. Ook hun values48 spreken boekdelen: ‘We’re commit- ted to protecting the safety and health of our employees, our contractors, our customers, and the people in the communities where we operate’. Niet dus. In eigen land kennen we ook zo’n voorbeeld. Shell en de NAM exploit- eren het gasveld in Groningen en hun values49 luiden als volgt: ‘At Shell, we share a set of core values – honesty, integrity and respect for people – which underpin all the work we do’. Niet dus. Kennelijk gelden die uitgangspunten intern bij Shell, maar zodra het over de bewoners van de provincie Gro- ningen gaat zijn die kennelijk niet langer relevant, althans niet relevant genoeg. Ik vrees dat we de lijst nog behoorlijk kunnen uitbreiden, maar voor nu lijkt me dit genoeg. Bedrijven belijden met de mond van alles, maar nemen er in de praktijk te vaak een loopje mee. Van Aartsen (2020) concludeert aan het eind van zijn proefschrift50 het volgende: ‘We have instead tended to approach global crises like captives in Plato’s cave; missing much of reality while focusing on the traditional shadows of idealised markets and capitalism. One consequence is that we are barely aware that decades of our most influential scientific efforts to regulate corporations have been channeled into suboptimal methods and politically biased pro-corporate research. Too many of us have received a mystified, 47 https://www.imdb.com/title/tt9071322/ 48 https://www.dupont.com/about/our-values.html 49 https://www.shell.com/about-us/our-values.html 50 Van Aartsen, C.W., (2020), A journey into causes of corporate misbehaviour. Maastricht.
  • 16. 14 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN pro-corporate perspective on social, economic and environmental issues while studying Corporate Law, Corporate Governance, and Corporate Sus- tainability Reporting. We have been prepared to work in and on behalf of corporations, but currently lack the intellectual tools to properly deal with the broader issues caused by their activities. This will continue to entrench corporate power and do more harm than good unless corporate legal dis- ciplines and regulation are structurally reformed’. (blz. 423) In zijn proefschrift kraakt hij een aantal harde noten over het hanteren van verkeerde ideeën zoals het – wat hij noemt – marktfundamentalisme; het idee dat ‘self-interest’ de heersende waarde is en dat we daarmee ‘self-fulfilling or performative’ theorieën hebben gebouwd, die via taal onze wereld hebben helpen creëren, maar dan wel op de verkeerde manier. Hij rekent het ons niet persoonlijk aan, maar daardoor hebben we een wereld geschapen die inderdaad het eigen belang meer op de voorgrond zet en daarmee dus eerder aanzet tot het verkeerde gedrag (blz. 234-235). Hij haalt Polanyi51 en zijn boek ‘The Great Transformation’ aan: ‘Markets societies are socially constructed, and not separate, ‘natural’ or ‘pre-political’. (blz. 74) Polanyi beschreef in zijn boek de geschiedenis van de ontwikkeling van de samenleving en de economie en maakte duidelijk dat een markt-economie inderdaad niet kan bestaan zonder een markt-samenleving. Lees voor een nadere beschouwing ook Baars (2011). Met andere woorden, mensen doen aan ruilhandel en werken samen, maar het behandelen van land, arbeid en geld als ‘commodities’ is baarlijke nonsens. Integendeel zegt Van Aartsen (2020), dit marktfundamentalisme heeft eerder aangezet tot het doen van kwaad in plaats van goed. Het voert te ver om hier dat betoog te herhalen, maar ik haal graag een quote aan van Adam Smith (zie ook paragraaf 8), 51 https://en.wikipedia.org/wiki/The _ Great _ Transformation _ (book)
  • 17. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 15 de door iedereen verklaarde bedenker van het kapitalisme, markten en het eigen belang, waardoor een bakker bereid is brood te bakken, niet omdat hij u en ik graag een plezier doet, maar omdat hij daarmee zijn eigen belang dient en daarmee geld verdient52 . Daarover zeiden Daley en Cobb (1994) naar aanleiding van Smiths andere boek ‘Theory of Moral Sentiments’ dan ook: ‘However much driven by self-interest, the market still depends absolutely on a community that shares such values as honesty, freedom, initiative, thrift, other virtues whose authority will not long withstand the reduc- tion level of personal tastes that is explicit in the positivistic, individualistic philosophy of value on which modern economic theory is based’. (blz. 50) Als we nog een voorbeeld mogen geven van de relatie tussen samenle- ving en economie dan kunnen we gemakshalve volstaan met de verwijzing naar de laatste twee grote crises in ons land: de financiële van 2008 en de coronapandemie. Het zal u niet ontgaan zijn dat in beide gevallen bedrij- ven massaal zijn gered door de staat, in casu door u en mij als belasting- betaler. ‘Socialization of private losses’, werd dat zo mooi genoemd. Beze- mer beschrijft dat ook mooi in zijn hiervoor aangehaalde boek ‘Een land van kleine buffers’. Ja, natuurlijk profiteerden wij mensen daar ook van, maar op zijn minst is het een bewijs van een noodzakelijke symbiose tus- sen samenleving en economie en ik herhaal dat in mijn ogen de economie ten dienste staat van de samenleving en niet andersom. Ondernemingen zijn zeker hard nodig om de problemen van vandaag te helpen oplossen, niet om ze te verergeren. Huehn (2008) spreekt dan in dit verband over ‘economism’ als ideologie. We zijn gehersenspoeld en daarmee is het onderscheid tussen theorie en ideologie verdwenen. Zoals Goshal (2005) al beschreef hoe slechte theorie 52 https://en.wikipedia.org/wiki/The _ Wealth _ of _ Nations
  • 18. 16 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN uiteindelijk klakkeloos overgenomen werd door managers wat leidde tot ‘bad practices’ (performatief noemen we dat ook wel) en ons denken en doen gingen overheersen. In mijn oratie uit 201853 (Paape, 2018) kunt u dat teruglezen. Huehn noemt dat een directe bedreiging van de basis van onze Westerse samenleving! ‘Management theory (via corporate governance) is the Trojan horse carry- ing economism into society’. (blz. 823) De Milton Friedman (1970) doctrine54 is nog steeds onder ons. Ook in het FD verscheen een artikel55 van Carsten Lotz, theoloog en consultant bij McKinsey. Bedrijven dienen zich te richten op geld verdienen en de zoek- tocht naar zin moeten ze maar overlaten aan anderen schreef hij. ‘Geld stinkt immers niet’, zei hij er achteraan. Tsja. De spelregels zijn in de afgelopen 50 jaar vooral vanuit die doctrine geschreven en daarmee is de machtsbalans teveel doorgeslagen in de rich- ting van de aandeelhouder. Sommigen spreken dan over neoliberalisme als dominante stroming. Dus als we verandering willen dan moet er iets veranderen aan die machtsbalans. Hierna zal duidelijk worden hoe dat kan en wat daarvoor nodig is. Claassen (2022) spreekt in dat verband over een corporate-governance trilemma: 53 https://executivefinance.nl/wp-content/uploads/2018/09/leen-paape _ oratie. pdf 54 https://corporatefinanceinstitute.com/resources/equities/friedman-doctrine/ 55 https://fd.nl/-/1455616/bedrijven-zijn-niet-op-aarde-om-het-goede-te-doen
  • 19. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 17 Figuur 2: Het corporate governance trilemma (Claassen, 2022). In deze figuur wordt duidelijk dat er drie opties zijn voor een bestuur: (i) of agent zijn van de onderneming, (ii) of agent van de stakeholders, (iii) of van de aandeelhouders. Daarmee wordt het een afweging van kosten en opbrengsten wat dan de meest efficiënte oplossing zou kunnen zijn. Persoonlijk lijkt me dat weer een te economisch gerichte afweging, die – uiteraard zoals hij zelf ook aangeeft – niet eenvoudig te maken is. Ik denk dat dit model wel kan bijdragen om duidelijk te maken dat de aandacht in de afgelopen tijd teveel uitging naar het onderste dilemma en dat het nu tijd is die andere twee ook meer in beeld te brengen. Dan nog blijft de vraag wat het bovenliggende doel van de onderneming zou moeten zijn. Dat kan niet alleen efficiëntie en winst zijn, maar dat moet ook zijn het leveren van een bijdrage aan de oplossing van de maatschappelijke pro- blemen en daarmee het welzijn voor ons allen. Dan kan het in mijn ogen niet anders zijn dan dat de maatschappelijke zorgplicht in beeld komt.
  • 20. 18 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN II. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT Wat houdt dan die maatschappelijke zorgplicht precies in? In deze para- graaf wil ik een poging wagen die vraag te beantwoorden, waarbij ik op voorhand maar refereer aan het boek van John Guaspari56 inzake het onderwerp ‘kwaliteit’ dat de veelzeggende titel meekreeg: ‘I know it when I see it’. Dat geldt dan waarschijnlijk ook voor een maatschappelijke zorg- plicht. Het is een zogenaamde open norm en een die in de loop van de tijd nog zal kunnen veranderen. Daarmee is het ook onmogelijk en onwense- lijk om te proberen dit in een gesloten norm om te zetten. Regelgeving kan niet voorzien in onvoorziene concrete toekomstige problemen, maar de wetgever kan wel afwegingsnormen voorschrijven. Goede voorbeelden zijn de uit de Napoleontische tijd daterende begrippen als ‘redelijkheid en billijkheid’ en de term ‘goed huisvader/moeder’. Sinds Winter en 24 collega’s in 2020 hun oproep57 deden voor het in de wet opnemen van maatschappelijk verantwoord ondernemen is er wel de nodige discussie gevoerd, maar zijn we geen stap verder gekomen. Winter c.s. verwijzen zelf naar de Zuid Afrikaanse Corporate Governance Code, de King Code IV58 genoemd, waarin gesproken wordt over corporate citi- zenship. Dat wordt als volgt gedefinieerd: ‘Corporate citizenship is the recognition that the organisation is an inte- gral part of the broader society in which it operates, affording the orga- nisation standing as a juristic person in that society with rights but also 56 https://www.amazon.com/Know-When-See-Modern-Quality/dp/0814477631 57 https://www.wijnenstael.nl/media/cms/images/200519-Artikel-Naar-een-zorg- plicht-voor-bestuurders.pdf 58 https://cdn.ymaws.com/www.iodsa.co.za/resource/collection/684B68A7-B768- 465C-8214-E3A007F15A5A/IoDSA _ King _ IV _ Report _ - _ WebVersion.pdf
  • 21. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 19 responsibilities and obligations. It is also the recognition that the broader society is the licensor of the organisation’. Ook de momenteel voor consultatie voorliggende herziene corporate governance code59 komt niet verder dan: ‘…geeft zich rekenschap van de effecten van het handelen van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming in de productie- en waardeketen’. Slappe hap wat mij betreft. In 2011 publiceerde UN haar ‘Guiding Principles on Business and Human Rights60 ’ waarin het dan vooral gaat om ‘Protect, Respect, and Remedy’. De staat is gehouden tot Protect, het bedrijfsleven tot Respect en de staat is weer gehouden tot Remedy als het niet goed genoeg gaat. Nu zou u kun- nen denken, ja maar dat gaat over mensenrechten… U vergist zich dan in de reikwijdte en in de uitspraak jegens Shell inzake de CO2 uitstoot van vorig jaar61 . Daarin verwijst de rechtbank ook naar deze ‘guiding principles’ bij de invulling van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm waaraan Shell vervolgens wordt gehouden (zie paragraaf 7). Vaak wordt ook gerefereerd aan ‘maatschappelijke betamelijkheid’, maar ook dat is natuurlijk niet eenduidig. In het beroemde Lindenbaum-Cohen arrest62 uit 1919 verwoordde de Hoge Raad dat als volgt: ‘…dat onder onrechtmatige daad is te verstaan een handelen of nalaten, dat òf inbreuk maakt op eens anders recht, òf in strijd is met des daders rechtsplicht, òf indruischt, hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed, terwijl hij, door wiens schuld tengevolge 59 h t t p s : / / w w w . m c c g . n l / a c t u e e l / n i e u w s / 2 0 2 2 / 2 / 2 1 / voorstellen-voor-actualiseren-corporate-governance-code 60 https://w w w.ohchr.org/sites/default/files/Documents/Publications/ GuidingPrinciplesBusinessHR _ EN.pdf 61 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:5337 62 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:1919:AG1776
  • 22. 20 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN dier daad aan een ander schade wordt toegebracht, tot vergoeding daar- van is verplicht’. In de discussies gaat het vaak over de vraag of het uitgangspunt van een onderneming ‘do no harm’ dan wel ‘do good’ of zelfs allebei zou moeten zijn. Dat leidt desgevraagd meestal tot verhitte debatten. ‘Do no harm’ vin- den sommigen al heel wat en als je de praktijk van alle dag in ogenschouw neemt dan is het al vaak teveel gevraagd. ‘Do good’ klinkt bij een ander deel weer beter en weer anderen zeggen dat beide zouden moeten gelden waar- bij overigens ‘do good’ sowieso in mijn ogen ruimer is dan ‘do no harm’. Ik zei u al, ‘I know it when I see it…’ Dat gezegd hebbende val ik graag terug op mijn definitie63 inzake corporate governance: ‘Corporate Governance gaat over de institutionele inbedding van onderne- mingen in de samenleving waarbij het doel maatschappelijk welzijn64 op de lange termijn is. Daartoe staat innovatie hoog op de agenda en wor- den de principes van rentmeesterschap (circulair en inclusief) gehanteerd. Bevoegdheden, rechten en plichten worden zodanig ingeregeld dat: • alle relevante stakeholders zijn gerepresenteerd bij de besluitvor- ming over de hiervoor te maken keuzes; • besluiten zeven generaties vooruit65 geen nadelige consequenties hebben; • de gecreëerde waarde op faire wijze over alle belanghebbenden 63 Waarvan collega Ruud Kok terecht zei dat het natuurlijk geen definitie is, maar meer een omschrijving van wat het is. Gelijk heeft hij. 64 Ik bevind me in goed gezelschap. Hart en Zingales (2017) kwamen tot de conclusie dat het om het welzijn van de aandeelhouders zou moeten gaan en niet het maxi- maliseren van de aandeelhouderswaarde. Dat is niet zo vergaand als ik bepleit maar het is een stap in de goede richting. 65 Als u nog behoefte heeft aan goede ideeën dan raad ik u aan het boek ‘De goede voorouder’ van Roman Krznaric (2020) te lezen. De ondertitel is ‘Langetermijn- denken voor een kortetermijnwereld’.
  • 23. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 21 wordt verdeeld; • op geïntegreerde wijze verantwoording wordt afgelegd66 aan de samenleving; • en waarbij alle ‘externalities’67 worden meegenomen.’ Daarbij zijn wat mij betreft de woorden ‘…. waarbij het doel maatschap- pelijk welzijn op de lange termijn is’ de belangrijkste. Nu zult u zeggen, dat schiet lekker op! Maatschappelijk welzijn is evenmin eenduidig natuurlijk. Dat klopt, maar het is evident ruimer en wat mij betreft net zo (on)dui- delijk als de huidige begrippen ‘continuïteit’, ‘redelijkheid en billijkheid’, ‘lange termijnwaardecreatie’, ‘maatschappelijke betamelijkheid’, ‘zorg- vuldigheid’ en het kent een doel, namelijk welzijn voor ons allen. De OECD schreef in 201968 een paper over ‘The Economy of Well-being’ en daarin werd dat begrip als volgt gedefinieerd: ‘The “Economy of Well-being” can be defined as an economy that: a. expands the opportunities available to people for upward social mobility and for improving their lives along the dimensions that mat- ter most to them; b. ensures that these opportunities translate into well-being outcomes for all segments of the population, including those at the bottom of the distribution; c. reduces inequalities; and d. fosters environmental and social sustainability.’ 66 Ten tijde van het schrijven van dit boekje kwam het bericht dat op 10 november 2022 de Corporate Sustainable Reporting Directive door de Europese Commissie en de Europese Raad is vastgesteld. Daarmee wordt een enorme stap gezet om dit onderwerp goed te verankeren. 67 Als u voor dat deel nog een boek wilt lezen dan raad ik het boek aan van Leo van de Voort en ondergetekende ‘Exit Fantoomtrots’ (2022). Daarin komt het begrip externalities aan de orde. Het zijn kosten die niet worden doorberekend maar worden afgewenteld op de samenleving zoals milieuverontreiniging. 68 https://www.oecd.org/officialdocuments/publicdisplaydocumentpdf/?cote=SDD/ DOC(2019)2docLanguage=En
  • 24. 22 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Als u meer wilt lezen hoe dat meetbaar te maken dan verwijs ik u graag naar de ‘Wellbeing Economy Alliance’69 . Ons eigen Amsterdam doet nu ver- woede pogingen dergelijke meetmethoden te gebruiken en daarmee bin- nen de grenzen70 van de door Kate Rayworth (2017) gedefinieerde ‘doug- hnut’ te blijven71 . Ook Schramade en Schoenmaker (2022) geven een bruikbare oplossing voor het meten van wat zij noemen ‘brede waarde’. Als we alle stakeholders willen betrekken dan vraagt dat een bepaald governance model. Hierna komen in de volgende paragrafen een paar ideeën langs. Bacq en Aguilera (2022) hebben ook een poging gedaan om een model te ontwerpen voor stakeholder governance ten behoeve van ‘responsible innovation’. Die innovatie is nodig om de grote maatschappe- lijke uitdagingen aan te kunnen en bovendien stelt hun model in staat via die stakeholder governance een antwoord te geven op de vragen: (i) welke waarde gecreëerd dient te worden en voor wie, (ii) hoe die toebedeeld kan worden en (iii) hoe die te verdelen over de bedoelde stakeholders. Voor deze rede gaat dat te ver, maar ik nodig de lezer graag uit kennis te nemen van hun ideeën. Hierna zal ik 10 redenen – of overwegingen zo u wilt - geven waarom die maatschappelijke zorgplicht er moet komen. Dat kan geen vraag meer zijn. Het zijn de volgende: 1. De veranderende opvattingen over de wet geven richting (wat mij betreft); 2. Daar komen dan nog codes, (internationale) regelgeving en akkoor- den bij; 3. De values en principes van uw eigen onderneming spreken al voor 69 https://weall.org/ 70 Voor wie nog een lezenswaardig boek wil lezen over de grenzen van groei kan ik verwijzen naar het boek van Barbara Baarsma, ‘Groene groei’. Haar stelling is dat er weliswaar grenzen zijn maar dat groei noodzakelijk is om ook het welzijn op lan- gere termijn veilig te kunnen stellen. 71 https://www.fastcompany.com/90497442/amsterdam-is-now-using-the-dough- nut-model-of-economics-what-does-that-mean
  • 25. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 23 zich, nietwaar?; 4. Stakeholders hebben er niet alleen recht op, ze vragen er ook om; 5. De theorie wijst u - inmiddels - ook in de goede richting; 6. Institutionele beleggers verlangen het van u; 7. Gerechtelijke uitspraken onderstrepen het belang ook nog eens; 8. De filosofen en de ethiek verlichten uw pad; 9. Spirituele en religieuze overwegingen geven u wellicht nog het één na laatste zetje; 10. Last but not least, u heeft vast dierbaren die u een betere wereld gunt, toch? In de hierna volgende paragrafen worden deze 10 alle kort behandeld. Daarmee draag ik overwegingen en argumenten aan waarom die maat- schappelijke zorgplicht er zou moeten komen. Sterker nog, hij is in mijn ogen ook onvermijdelijk gegeven de maatschappelijke ontwikkelingen. Er zijn meerdere ingangen om die zorgplicht in perspectief en context te zien. De 10 overwegingen zijn niet limitatief en voor ieder ervan is een genuanceerde afweging te maken. Echter, in de combinatie en tegen de achtergrond van wat er momenteel aan de hand is in de wereld, leveren ze in mijn ogen een overtuigend narratief op om de context en de spelregels te herijken en daarmee de maatschappelijke uitdagingen en problemen aan te kunnen pakken. Systeemdenken72 (Donella Meadows, 2008) leert ons dat de meest krachtige manieren om een systeem te veranderen ach- tereenvolgens te vinden zijn in: verandering van paradigma, het verande- ren van doelen, meer ruimte voor zelf-organisatie en (spel)regels). De verandering van paradigma is gelegen in de noodzaak afscheid te nemen van het dogma van shareholderdominantie en daarvoor in de plaats stake- holders in brede zin te zetten. Het doel is niet langer alleen winst en effi- ciëntie, maar het maatschappelijk welzijn van ons allen. De ruimte voor 72 https://decorrespondent.nl/11595/na-dit-boek-denk-je-nooit-meer-dat-er-een- oorzaak-is-met-een-gevolg/4684059641745-784536bb
  • 26. 24 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN zelf-organisatie wordt gevonden in het herinrichten van de wijze waarop we participatief en meer democratisch besluiten gaan nemen. De spelre- gels herijken we door de maatschappelijke zorgplicht in te voeren, waarbij dat een middel is en geen doel op zich. Dat laatste is belangrijk om vast te stellen, want dat biedt een tegenwicht tegen het idee dat maatschappe- lijke belangen op hun beurt weer de dominante factor zouden worden in plaats van de aandeelhoudersbelangen. Het is nadrukkelijk bedoeld om het evenwicht te herstellen en niet de andere kant op te laten slaan. In de navolgende paragrafen geef ik mijn overwegingen en suggesties hoe daar dan mee om te gaan en op welke manier we in gezamenlijkheid kun- nen komen tot een concrete invulling in de dan geldende omstandighe- den. Immers, niet alles is te voorzien en voor eeuwig geldig. Panta rhei zei Heraclitus73 al. 73 https://nl.wikipedia.org/wiki/Panta _ rhei _ (Heraclitus)
  • 27. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 25 1. DE VERANDERENDE OPVATTINGEN OVER DE WET GEVEN RICHTING (WAT MIJ BETREFT) Het recht is niet in de wet alleen te vinden (Scholten, 2022) Wetten zijn niet in beton gegoten, maar worden waar nodig aangepast naar aanleiding van voortschrijdend inzicht en veranderende maatschap- pelijke opvattingen. Jurisprudentie is daar een uiting van. Tot op heden is de maatschappelijke zorgplicht zoals ik die voor me zie, geen onderdeel van de wet. Wel zijn er argumenten te vinden in het maatschappelijke en academische debat die voldoende aanleiding geven om die plicht toch op te nemen. Het debat daarover wordt al enige tijd gevoerd, maar tot nog toe zonder succes. Ik doe een nieuwe poging om het zover te krijgen. Ik trap af met een quote uit het proefschrift van Van Aartsen (2020): ‘The problem with Corporate Law is that it takes credit for the benefits of corporations but inadequately considers the full range of social, environ- mental, economic, and other interests that it affects. Its overreliance on legal and market-based approaches, liberal economic social models and economic models of human behaviour ensures that it sees no more than part of the picture of corporate (mis)behaviour. It is from this impaired perspective that Corporate Law focuses primarily on empowering corpora- tions and constraining corporate agents on behalf of founders and share- holders. This arguably facilitates private wealth accumulation, national competitiveness and economic growth, but it will do little to address the broad range of harms caused by corporate activities’. (blz. 469)
  • 28. 26 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Daarmee is de toon gezet. Ondernemingsrecht is gemankeerd volgens hem (en mij). Het is dus toe aan enige – of misschien wel meer dan dat – aan- passing. De wet is niet statisch en Timmermans (2020) benoemde dat ook: ‘En er is nog een punt: het vennootschapsrecht dient buigzaam en prag- matisch te zijn, indien je dit wilt richten op de realiteit van de onderne- ming. Het dient zich immers aan de veranderende werkelijkheid van de onderneming aan te passen. Bij zo’n beweging passen beweeglijke ven- nootschapsrechtelijke normen. Het denken vanuit de onderneming impli- ceert een open manier van rechtsvinding’. De wet kan dus niet statisch zijn, maar ontwikkelt zich volgens Scholten (2022). Zijn stelling is dan ook dat het recht niet in de wet alleen te vinden is. Hij propageert meer gebruik te maken van ethiek omdat hij ziet dat de grote thema’s van deze tijd niet meer zijn weg te denken en de wet loopt daarbij achter. Hij ziet dat de moraal bezig is aan een opmars binnen het ondernemingsrecht. In paragraaf 7 ga ik verder in op zijn betoog. Voor nu is het belangrijk ons te realiseren dat de legitimiteit van ondernemingen een verkenning vraagt vanuit politiek-theoretische benadering. Rutger Claassen (2021) schreef voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een working paper74 over de legitimiteit van bedrijven in een liberale democratie. Daarin stelt hij dat ondernemingen hun legitima- tie vinden in het recht en dus op basis van de overheid/staat; ze zijn dus daaraan ondergeschikt. Hij spreekt dan ook over een overheidsconcessie, een vergunning, die dan ook niet alleen verleend kan worden maar ook ingetrokken kan worden (zie ook Veldman en Willmott, 2020 en 2022). 74 h t t p s : // w w w.w r r. n l /p u b l i c a t i e s / w o r k i n g - p a p e r s /2 0 2 1 /0 5 /3 1 / de-legitimiteit-van-bedrijven-in-een-liberale-democratie
  • 29. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 27 Ook Kemp (2021)75 haalt dat in zijn inleiding aan door te stellen dat: ‘Aangenomen wordt dat de vennootschap er is om sociale welvaart te creë- ren voor degenen die bij de vennootschap zijn betrokken. Zij ontleent hier- aan haar bestaansrecht en de haar door de wet toegekende voorrechten’ [nadruk op voorrechten door mij toegevoegd]. Ook zegt hij76 : ‘Hier komt de gedachte van de license to operate vandaan; de maatschap- pij geeft de ondernemer een ‘vergunning’ om met de vennootschap te ondernemen’. Winter et al (2021) schreven het ook al op: ‘Het externaliseren van ondernemingsrisico’s aanvaarden we omdat onder- nemerschap in de regel als maatschappelijk nuttig wordt beschouwd. Is het dan niet vanzelfsprekend dat degenen die van dat voorrecht gebruik- maken, beursgenoteerd of niet, op verantwoordelijke wijze van dat voor- recht gebruikmaken. Of anders gezegd: moet daar niet iets tegenover staan? (blz. 35) De vraag stellen is hem beantwoorden. De goeden raakt dit natuurlijk niet en Winter et al (2021) zeggen dan ook: ‘Het zijn juist de vennootschappen die deze zorgplicht niet voelen en een kentering moeten maken. Onze voorstellen [en de mijne, LP] zijn erop gericht dat de verantwoordelijkheid in het maatschappelijk verkeer ook bij hen deel gaan uitmaken van de expliciete afwegingen van het bestuur’. (blz. 35) 75 Kemp (2022), blz. 27 76 Kemp (2022), blz. 33
  • 30. 28 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Op de vraag of deze maatschappelijke zorgplicht in de wet of in de code zou dienen te worden opgenomen zijn Winter et al (2021) volstrekt hel- der. Dat moet in de wet want de code is te vrijblijvend vanuit het principe ‘comply or explain’ (blz. 37). In het rapport ‘De winst van waarden’ omschreef de SER (2000) deze licen- tie als volgt: ‘De onderneming zoekt in de samenleving bevestiging voor de uitoe- fening van haar kernfuncties; de samenleving verschaft de onderne- ming ruimte en erkenning – een license to operate – wanneer in bevredi- gende mate aan de maatschappelijke verwachtingen wordt voldaan. De license to operate wordt voorwaardelijk verstrekt. Ondernemingen worden door hun omgeving aangesproken op maatschappelijke verantwoordelijk- heidszin en uitgenodigd antwoord te geven op vragen van burgers, maat- schappelijke organisaties en consumenten. De maatschappelijke dialoog is daarom een belangrijk interactief element van maatschappelijk onderne- men77 ’. (blz. 31) Hart en Zingales (2017) schreven ook een belangwekkend artikel waarin ze stelden dat het niet zozeer ging om het maximaliseren van aandeel- houderswaarde maar dat het gaat om ‘shareholder ‘welfare’ maximization’ waarmee ze benadrukten dat het niet alleen om geld ging, maar ook om het dienen van sociale en ethische issues. Dat die voorrechten/license to operate geen automatisme hoeven te zijn toont de geschiedenis aan. In het verleden diende een vennootschap een bewilliging te vragen aan de keizer (Napoleon) en later de koning en weer later de regering. Tot 2001 diende een vennootschap een verklaring van geen bezwaar aan te vragen bij het Ministerie van Justitie. 77 https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2000/maatschappelijk-on- dernemen.pdf
  • 31. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 29 In Engeland werd de vennootschap zelfs lange tijd bij wet verboden. In 1711 werd de South Sea Company opgericht. De Engelse marine had grote schulden gemaakt en het bankroet van het hele land dreigde. Er waren ook toen al creatieve financiële geesten en de oplossing die men vond was om schuldeisers aan te bieden hun obligaties in te wisselen voor aandelen in een speciaal op te richten compagnie, waarvan de volledige naam zou luiden: ‘The Governer and Company of Merchants of Great Britain Trading to the South Sea’s and other parts of America and for encouraging the Fishery’. De slavenhandel was een lucratieve business en in de loop van dat decen- nium waren de koersen flink gestegen, zodanig dat whizzkid John Blunt in 1719 de regering aanbood de gehele staatsschuld, inclusief bij de Bank of England en de bij East India Company ondergebrachte schulden, om te wisselen voor South Sea-aandelen. Het parlement aarzelde, maar in het voorjaar van 1720 bereikte de hausse omtrent de South Sea Company een hoogtepunt. In het parlement zaten ook de nodige speculanten – slecht idee natuurlijk – en er werd besloten voor GBP 2.000.000 aandelen op de markt te brengen. In enkele uren was deze emissie voltekend. De vreugde was van korte duur want toen in Londen berichten binnenkwamen dat in Parijs de zogenaamde Mississippi-zeepbel was geknapt, stortte ook de koers van de South Sea Company in, waarna het parlement op 11 juni 1720 de ‘Bubble Act’ goedkeurde, die voor de oprichting van naamloze vennoot- schappen koninklijke goedkeuring verplicht stelde. Alle vennootschap- pen werden ‘illegal and void’ verklaard, want dit was te gevaarlijk voor het publiek en de samenleving! De uitzondering bleek overigens de South Sea Company zelf, want ja, er moest natuurlijk wel geld binnengebracht wor- den en dus kreeg deze onderneming zelfs het monopolie op handel. De Bubble Act werd overigens pas in 1825 ingetrokken, meer dan honderd jaar nadat die in het leven was geroepen78 . 78 Bovenstaande twee paragrafen zijn ontleend aan het boek van Leo van de Voort en ondergetekende: Exit Fantoomtrots (blz. 119-120)
  • 32. 30 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Terug naar Claassen (2021), hij legt in zijn paper het focus op kapitaal- vennootschappen, maar ik trek het breder. Als de overheid, wij allen, een concessie verleent dan stelt hij dat een bedrijf daarmee een kunstmatige persoon is. Wij spreken dan ook over een rechtspersoon en doen daarmee alsof de onderneming een variant op een natuurlijk persoon is. Dat moet wel, want anders kan een onderneming niet zelfstandig contracten afslui- ten. Daarmee is de onderneming volgens Ciepley (2013) in zekere zin een verlengstuk van de overheid en dient zij daarom het publieke belang. De overheid moet dan bepalen wat dat betekent en daarbij gaat het dan vooral om reciprociteit79 . Dat vereist handelen in het publieke belang. Claassen (blz. 21) spreekt dan ook over een ‘bredere zorgplicht’, met name in situ- aties waarin de markt niet automatisch zijn heilzame werk kan doen. Voor zover ik kan zien is dat dus zo ongeveer altijd en overal omdat marktfalen in de economie wordt gezien als de manier waarop ondernemingen über- haupt geld kunnen verdienen en winst kunnen maken. Fricties noemen wij dat ook wel. Deze gedachte ligt dan ook ten grondslag aan de door Eliza- beth Warren bedachte ‘Accountable Capitalism Act’80 . Claassen noemt in dit licht ook de hiervoor genoemde UN ‘Guiding Principles on Business and Human Rights’ die op dit idee zijn gebaseerd. Grandori (2022) maakt in haar beschouwing over de rechtspersoon ook duidelijk dat die zijn voorrechten ontleent aan de staat en dat daarmee dus verplichtingen komen jegens de samenleving: ‘’Legal persons” can exist only because of the recognition by a state; and such recognition, and the rights accompanying it such as limited liability, are granted because it is acknowledged that they perform some function of public utility. Hence corporations have a res publica dimension, even if they are private setups (Ciepley, 2013; Singer, 2018)’. (blz. 61) 79 Claassen, blz. 18 80 https://www.warren.senate.gov/imo/media/doc/Accountable%20Capitalism%20 Act%20One-Pager.pdf
  • 33. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 31 In het vervolg van haar betoog maakt ze helder welke vragen er dan beant- woord dienen te worden. Wie gaat waarover en heeft welk recht waarop? Niets nieuws natuurlijk, maar zij komt met oplossingen die verderop in mijn rede nog aan de orde komen zoals meerdere ‘chambers’ waarin meerdere vertegenwoordigers zitten van verschillende belangen en waar- mee dus meer democratie georganiseerd kan worden en ook die belan- gen beter gediend kunnen worden. Dat leidt dan ook tot wat zij noemt ‘different ownership structures’. Zij spreekt dan over ‘the corporation as a democratic “republic of rightholders”. Dat leidt dan tot verscheidenheid in eigenaren: ‘Moreover, the result of our analysis is that most frequently, the efficient ownership structure is likely to be composed by heterogeneous rather than homogeneous actors, in contrast with what claimed by property right the- ory leaders (Hansmann, 1996; Hart, 1995)’. (blz. 73) Mocht u denken dat dit allemaal nieuwe ideeën zijn, niets is minder waar. Berle en Means (1932)81 en Keynes82 waren in de jaren dertig van de vorige eeuw al van mening dat de onderneming een publiek doel diende zoals Konzelmann et al (2022) zo helder beschrijven: ‘Keynes and Berle, who saw companies as human institutions with an important role to play in the economy and society, believed with an appro- priate balance in the relationship between the state and the private sec- tor – led by managers who accepted the need for wider accountability – companies would come to serve a public purpose; and they considered the economy and business community to be a means to that end’. (blz. 159). 81 Berle en Means waren de grondleggers van het denken over corporate governance. https://edisciplinas.usp.br/pluginfile.php/106085/mod _ resource/content/1/ DCO0318 _ Aula _ 0 _ - _ Berle _ _ Means.pdf 82 Lesst u voor de inzichten van Keynes op dit punt vooral https://journals.sagepub. com/doi/epub/10.1177/0950017013496303
  • 34. 32 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Claassen (2021) behandelt achtereenvolgens de ‘aggregate theory’, waarin de staat slechts een kader schept voor ondernemingen83 ; de ‘real entity theory’ en de ‘stakeholder theory’. De laatste komt terug in paragraaf 5. In de ‘real entity theory’ wordt teruggegrepen op de Middeleeuwen toen de samenleving was ingericht op een top-down manier en een ‘gemeenschap van gemeenschappen’ gevormd werd via gilden, kloosterorden, univer- siteiten, etc. De in corporate governance land bekende ‘team production theory’84 van Blair en Stout (1999) is hierop gebaseerd. De stelling is dat bedrijven niet in het belang van aandeelhouders dienen te worden gerund, maar in het belang van alle teamleden. Dat veronderstelt uiteraard dat er toch een instantie is – veelal het bestuur – die de knopen hakt als de belangen conflicteren en besluitvorming niet tot stand komt. Claassen (2021) voert hier ook de ‘Loi PACTE’ op en de beweging die pleit voor een ‘purpose’. Beide kwamen hiervoor al kort aan de orde. Als voor- beeld wordt dan de Benefit Corporation85 (B-corp) genoemd. Voor Neder- land kunnen we hier de maatschappelijke BV86 opvoeren als voorbeeld. Het streven is dan niet winst, maar een maatschappelijke doelstelling. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat ook in de huidige structuur een maat- schappelijk belang of doel gediend kan worden, maar vooruit. In de wet staan diverse open normen die als leidraad dienen voor het han- delen van bestuurders van ondernemingen. Daar waar het bezwaar dat tegen een maatschappelijke zorgplicht wordt opgevoerd vaak is dat een open norm niet goed werkt en het leven van een bestuurder zo moeilijk maakt, is het goed hier nog eens langer naar te kijken. 83 Daar waar ik in paragraaf 5 inga op de agency theory kom ik daar nog op terug. 84 https://ir.vanderbilt.edu/xmlui/bitstream/handle/1803/5806/Team _ Produc- tion _ Theory.pdf?sequence=1 85 https://www.bcorporation.net/en-us/ Het uitgangspunt is dat een onderneming een ‘Force for Good’ dient te zien. Ondernemingen kunnen zich aanmelden voor dit label en worden dan getoetst of voldaan wordt aan de deelnamecriteria. 86 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/03/05/consultatie-maat- schappelijke-bv-bvm-volgende-stap-in-erkenning-sociale-ondernemers
  • 35. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 33 Aan de hand van de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen bestuur- ders prima bepalen wat in concrete omstandigheden van het geval wordt gevraagd om aan de maatschappelijke zorgplicht invulling te geven, zo stellen de 25 hoogleraren (Winter, et al, 2020). Hun argumenten zijn ook dat ondernemingen niet langer risico’s alleen dragen, zie de financiële cri- sis en de corona pandemie, maar afwentelen op de samenleving. Uiter- aard zijn er veel meer voorbeelden van ‘externalities’ onder die noemer te scharen. Zij pleiten, in navolging van Mayer87 (2021a, 2021b) voor een pur- pose statement waarin een onderneming haar bestaansgrond formuleert. Hij beschrijft dat purpose als volgt: ‘to produce profitable solutions for the problems of people and planet, not profiting from producing problems for either’. Hij voegt er fijntjes aan toe dat dit consistent is met de boodschap van Friedman want die voegde aan zijn adagium toe dat het gaat om het maken van winst, maar dat dit wel dient te gebeuren door het naleven van ‘social norms and regulations’. Wat dat dan precies betekende maakte hij niet duidelijk want hij gaf ook aan dat je soms de wet wel degelijk mocht overtreden (zie later in mijn rede). Wel veronderstelt dat in mijn ogen transparantie en verantwoording om te kunnen vaststellen of een onder- neming haar activiteiten uitvoert binnen die ‘social norms and regulations’. Alleen al uit dat perspectief schiet die transparantie, verantwoording en verslaglegging in mijn ogen tekort. Dat tekort zal door de net vastgestelde Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) van de EU geheel dan wel in belangrijke mate opgelost worden, purpose statement of niet. Ove- rigens gaan de 25 hoogleraren zelfs zover dat ze een nieuw ‘sociaal con- tract’ tussen onderneming en samenleving wenselijk vinden. Timmermans schreef in 2009 het volgende op over het hoofddoel van het ondernemingsrecht: 87 Mayer, C., (2021). The Governance of Corporate Purpose, Law Working Paper no. 609/2021, European Corporate Governance Institute
  • 36. 34 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN ‘[…] het uitdenken van zulke rechtsvormen voor ondernemingen dat deze op succesvolle wijze aan het (internationale) economische leven kunnen deelnemen. Die juridische jassen voor ondernemingen moeten zo wor- den gesneden dat economische vooruitgang en ondernemerschap wor- den bevorderd en allerlei activiteiten worden tegengegaan die economi- sche waarden vernietigen zonder dat daar een compenserend immaterieel voordeel, zoals rechtvaardigheid en duurzaamheid tegenover staat.’88 In zijn artikel uit 2020 verwijst Timmermans naar Richard Layard89 die zei ‘the objective and raison d’etre for any organization must be that it contributes to the happiness of the world’. In dat artikel suggereert Timmermans dat: ‘Denkbaar is dat in Boek 2 BW de eis tot maatschappelijke verantwoorde- lijkheid van de bestuurders van een vennootschap wordt neergelegd’. Om er vervolgens aan toe te voegen ‘dat dit soort ideeën niet als utopisch afgewezen mogen worden’. Het is me te voorzichtig geformuleerd, dat mag wat stelliger. Niet iedereen is overtuigd dat de drang om een purpose statement op te nemen gaat werken. Davis (2021) is geenszins overtuigd: ‘Purpose cannot solve the problem of shareholder primacy because share- holder capitalism is inherently corrupting of purpose. As I see it, purpose is to weak and malleable, but share price is strong and inflexible. When pur- pose and shareholder value get into a boxing ring, I will bet on shareholder value every time. (blz. 907) 88 Timmermans, L., (2009), Grondslagen van geldend ondernemingsrecht, Onderne- mingsrecht, 2009/2 89 h t t p s : / / w w w . p e n g u i n r a n d o m h o u s e . c o m / b o o k s / 2 9 4 2 5 6 / happiness-by-richard-layard/
  • 37. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 35 Zijn oplossing is dan ook meer democratie in de ondernemingsbesturen via werknemersvertegenwoordiging. In paragraaf 4 kom ik daar nog op terug. Dit is in Frankrijk gebeurd via de ‘Loi PACTE’. In die wet is bepaald dat ondernemingen in Frankrijk een purpose kunnen formuleren waarmee de maatschappelijke rol van ondernemingen nadrukkelijker kan worden benoemd. Segrestin et al (2021) lieten licht schijnen op deze wet en ik wil u hun visie niet onthouden omdat die naadloos aansluit op de roep om een maatschappelijke zorgplicht en de noodzaak om een beroep te doen op het bedrijfsleven om de samenleving te helpen bij het vinden van oplos- singen voor de grote maatschappelijke problemen. De volgende quote uit hun artikel waarin ze de aanloop naar en de inhoud van de wet bespreken maakt veel duidelijk: ‘To justify its proposals, it builds upon academic research to advance a new view of the enterprise, with a purpose of collective creation. Rather than considering enterprises as the root cause of our current sustainability chal- lenges, the report suggests reversing the viewpoint, arguing that enterpri- ses are ‘a part of the solution’. Its recommendations are based on three original positions: (i) the enterprise [de onderneming] must be distinguis- hed from its legal vehicle, which is the company [de vennootschap]; (ii) it is the collective capacity to create that distinguishes the enterprise and that contributes to the collective interest; and (iii) defining the raison d’e- tre of the enterprise within the corporate contract protects the enterprise in this capacity, and therefore also protects the collective interest’. Mooier kan ik het niet omschrijven. Immers, de ‘collective creation’ sluit aan bij mijn definitie inzake corporate governance waarin het belang van innovatie nog eens wordt onderstreept. Zonder dat vinden we geen oplos- singen voor de problemen van vandaag. Het collectieve hierin onder- streept dat het gaat om de belangen van ons allen; alle stakeholders dus.
  • 38. 36 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN De bescherming waarover wordt gesproken is noodzakelijk omdat de korte termijn belangen anders de overhand dreigen te krijgen en de lange termijn investeringen en innovatie daaronder gaan leiden. De ‘raison d’e- tre’ helpt dan omdat daarmee duidelijk in de statuten is omschreven wat het (langere) termijn doel is dat wordt beoogd en waarmee de onderne- ming ook beschermd kan worden mochten anderen daaraan geweld willen doen. Rechters zullen dat uiteraard in ogenschouw nemen. Tot slot is de ‘Loi PACTE’ niet vrijblijvend, maar dwingt het bedrijven zich rekenschap te geven en verantwoording af te leggen inzake de impact die hun activitei- ten op de samenleving hebben. Een van de prominente ondernemingen die zich aan dit idee commit- teerde was Danone. Groot was dan ook de ophef toen de CEO, Emmanuel Faber, werd ontslagen omdat hij duurzaamheid wel omarmde, maar de beurskoers liet verpieteren, althans in de ogen van de aandeelhouders. Jansen90 (2021) liet dan ook optekenen: ‘Het is de vraag in hoeverre het huidige vennootschapsrecht bestuurders (en commissarissen) voldoende ruimte biedt om duurzame ambities te heb- ben, en daarmee of het vennootschapsrecht nog wel bestand is tegen het nieuwe fenomeen duurzaam ondernemen. Wat dat betreft komt het ont- slag van Faber op een bijzonder (goed) moment. Dit voorval laat zien dat, in de zoektocht naar een eventuele hervorming van het vennootschaps- recht, het belangrijk is oog te hebben voor het gehele systeem van cor- porate governance. Daarbij dient vooral ook het praktische oogpunt niet verloren te gaan. Hoewel er veel aandacht is voor maatschappelijk ver- antwoord ondernemen, wordt naar de uitvoering in de praktijk (voorals- nog) nauwelijks gekeken. Het invoeren van een wettelijke zorgplicht voor bestuurders (en commissarissen), waarvoor bijvoorbeeld wordt gepleit, kan ervoor zorgen dat veel meer bestuurders (en commissarissen) worden 90 https://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/mvo/2021/5-6/MvO _ 2452- 3135 _ 2021 _ 007 _ 506 _ 001.pdf
  • 39. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 37 aangemoedigd om duurzaam te gaan ondernemen, maar is dat dan wel voldoende?’ Zouden activistische beleggers daarmee niet te zeer de kans krijgen ondernemingen te belagen, die weliswaar zich duurzaam gedragen, maar onvoldoende winst genereren, zo vraagt hij zich af? Duidelijk wordt dat daarmee de suggestie wordt gewekt dat het een ten koste gaat van het andere. De vraag is of dat zo is. In paragraaf 6 poog ik daarop een ant- woord te geven. In ieder geval constateer ik dat er nog veel koudwater- vrees is om zo’n zorgplicht in een wettelijk kader te gieten. De Vereni- ging van Effecten Uitgevende Organisaties (VEUO) gaf bij monde van haar secretaris Sven Dumoulin91 ook het volgende schot voor de boeg: ‘[…] dat een brede open norm in de code waarvan niemand weet wat die betekent niemand helpt, zeker niet als die ook kan leiden tot onbedoelde (juridische) neveneffecten.’ De belangrijkste raadgever voor deze overweging blijkt telkenmale de aansprakelijkheidszorg te zijn. Kan de ondernemingsleiding dan niet in rechte worden aangesproken en claims verwachten van aandeelhouders? Dat is ook wat De Graaf92 schrijft: ‘De ruimte van bestuurders wordt verder beperkt door toenemende angst voor rechtszaken en claims. In de Verenigde Staten speelt het al veel langer dat bestuurders geen verregaande besluiten durven nemen uit angst voor juridische repercussies’. Daarin zit een zekere ironie, want in datzelfde artikel schrijft hij: 91 https://fd.nl/ondernemen/1399077/bedrijfsleven-verzet-zich-tegen-maatschap- pelijke-zorgplicht 92 https://esb.nu/esb/20060500/juridiseer-het-doel-van-de-onderneming-niet
  • 40. 38 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN ‘Het verdwijnen van de maatschappelijke rol van de onderneming uit de statuten hield verband met een toenemende juridisering van het onderne- mingsrecht. In de Nederlandse bestuursverhoudingen waren redelijkheid en billijkheid heel lang dominanter dan regelgeving en contracten. Met een goed gesprek werden er zaken opgelost, en bij voorkeur zonder juristen – hetgeen ruimte schiep voor maatschappelijke afwegingen. Dit is veranderd onder Angelsaksische invloed op het ondernemingsrecht’. We hebben dus in Nederland een verkeerde afslag genomen door de Angelsaksische invloed te vertalen in onze codes en gebruiken. De opmer- king die in dit debat altijd wordt gemaakt – door de tegenstanders dan – is dat een open norm niet kan werken, maar zoals De Graaf stelt, dat was de Nederlandse praktijk al vanaf de invoering van de Vennootschapswet in 1928! Dus een open norm als maatschappelijke zorgplicht zou in onze samenleving geen enkel probleem hoeven op te leveren, het was altijd al onze traditie: ‘Tot twintig jaar geleden was er in Nederland nog aandacht voor de doel- stelling van de onderneming en de zorgplicht, ook binnen het onderne- mingsrecht. Het Nederlandse ondernemingsrecht kende een corporatisti- sche inslag, waarin er veel aandacht was voor het maatschappelijke belang van het economisch handelen van een onder­ neming, en de rol daarin van de belanghebbenden, de stakeholders’. Tijd om de bakens dus weer decennia jaar terug te zetten wat mij betreft. We hebben ons teveel overgeleverd aan advocaten van het Angelsaksisch evangelie. In ‘The Code of Capital’ schrijft Katharina Pistor93 (2019) hoe met hulp van het recht en advocaten, de wetgeving is gekaapt ten faveure van bedrijven: 93 https://press.princeton.edu/books/hardcover/9780691178974/the-code-of-capital
  • 41. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 39 ‘[…] the law has been placed firmly in the service of capital’94 . Daardoor is kapitaal niet alleen gecodeerd via het recht, maar ook nog eens te zeer beschermd en niet langer een resultante van arbeid en vaardigheden. Zij gaat zover dat de legitimiteit van de staat is geërodeerd en dat daarmee de ongelijkheid in de wereld fors is toegenomen. Dat dit waar is behoeft nauwelijks betoog, maar wie het wil checken kan hier terecht95 . Dat dit mechanisme op meerdere manieren prima werkte beschrijft Pistor (2019) aan de hand van een aantal cases: hoe de Mayas hun land werd ont- nomen in Belize, – en overigens in 2007 dat via de rechter weer terugkre- gen - hoe in de financiële sector bezit werd opgeknipt en gekloond met als fameus voorbeeld Lehman Brothers, dat uiteindelijk instortte omdat 209 dochterondernemingen in 26 landen allemaal een (collateral) claim hadden op dezelfde moeder…, hoe winsten werden geoptimaliseerd door de schulden af te wentelen op de samenleving nadat een hoge ‘leverage’ was opgebouwd (een populaire manier van werken van private equity). Securitisatie is ook zo’n manier van werken die ons uiteindelijk mede de das omdeed in de crisis van 2008. In de laatste decennia is er een sterke opkomst te zien van intellectueel kapitaal ofwel patenten, waarvan Justice Brandies in 1918 al zei: ‘[t]he general rule of law is, that the noblest of human productions – knowledge, truths ascertained, conceptions, and ideas – become, after voluntary communication to others, free as the air to common use. [….] Knowledge, after all, is a ‘non-rivalrous good’, for which there cannot be a ‘tragedy of the commons’ [….]96 ’. Niet dus, waarna uiteindelijk zelfs ons eigen DNA eigendom dreigde te worden van ondernemingen. Gekker moet het niet worden. 94 Pistor, blz. xi 95 https://wid.world/ 96 Pistor, blz. 109
  • 42. 40 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Dat moet dus anders en zelfs de Financial Times was zich dat in 201897 al bewust: ‘All businesses need to revisit their responsibility towards their people. Pay- ing lip service to the idea of “purpose” will only lead to further disappoint- ment. As the last Edelman Trust Barometer, an annual survey, suggests, companies’ most trusted and honest spokespeople are not chief executives — whose credibility continues to dwindle — but employees. Staff loyalty is a powerful asset’. Ik concludeer dat er nog geen volledige consensus is over de vraag of de maatschappelijke zorgplicht in de wet dient te worden opgenomen. Ware dat zo, dan was het vast al gebeurd. Wel meen ik dat er meer dan vol- doende brandstof aan dat debat is gegeven om die stap nu wel te zetten. Op grond van de gevoerde discussie in de afgelopen jaren, de toegenomen noodzaak om maatregelen te nemen om de zogenaamde ‘externalities’ te stoppen, de oproep tot een ethisch reveil en de voorbeelden die te vinden zijn zoals in Frankrijk, pleit ik ervoor dat begrip nu in de wet te verankeren. Ondernemingen verkrijgen hun licentie van ons als maatschappij en daar- voor in de plaats hoort een zorg- en verantwoordingsplicht. 97 https://www.ft.com/content/94b1eec0-e70c-11e7-8b99-0191e45377ec
  • 43. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 41 2. DAAR KOMEN DAN NOG CODES, (INTERNATIONALE) REGELGEVING EN AKKOORDEN BIJ De hoeveelheid wet- en regelgeving waaraan ondernemingen dienen te voldoen is groot. Ik doe een poging de vanuit het perspectief van de maat- schappelijke zorgplicht relevante regelgeving hier te benoemen, zonder uitputtend te kunnen en willen zijn: • Sustainable Development Goals waaraan we ons allen hebben gecommitteerd; • OESO richtlijnen zoals de OESO richtlijn voor Multinationale Ondernemingen; • Het Klimaatakkoord van Parijs; • De Nederlandse Corporate Governance Code; • Stewardship Code van Eumedion; • UN Global Compact; • UN Guiding Principles on Business and Human Rights; • Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens; • Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten; • Carbon Disclosure Project (CDB); • Global Reporting Initiative (GRI); • EU Verordening inzake het Eco-Management and Audit Scheme (EMAS); • EU Emissions Trading System (EU ETS); • Taskforce Climate-Related Financial Disclosures (TCFD); • Non-Financial Reporting Directive (NFRD); • Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) (voor vermogensbeheerders);
  • 44. 42 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN • Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD); • Corporate Sustainability Due Diligence (CSDD); • Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct van de OESO; • De Taxonomieverordening van de EU; • De ILO Tripartite Declaration of Principles concerning Multinational Enterprises and Social Policy (ILO Decaration); • Verslaggevingsregels zoals bepaald door de International Financial Reporting Standards (IFRS) en daarbinnen de International Sustain- ability Standards Board (ISSB), waarin de Sustainability Account- ing Standards Board (SASB) en de International Integrated Reporting Council (IIRC) de krachten hebben gebundeld; • Climate Disclosure Standards Board (CDSB); • Markets in Financial Instruments Directive (MiFID II); • Markets in Financial Instruments Regulation (MiFIR); • Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities (UCITS); • Alternative Investment Fund Managers Directive (AIFM); • Op energiegebied zijn er ook vele (inter)nationale afspraken gemaakt; • Omgevingswet; • We weten inmiddels alles van de stikstofregelgeving; • Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen conve- nanten (IMVO); • Sector en brancheafspraken zoals onder andere voor de textielbran- che, de houtsector, de goudsector en de voedingsmiddelensector; • Er zijn ook ISO normen zoals ISO26000; • En natuurlijk zijn er heel veel internationale verdragen tussen landen, zo’n 250.000 om hier een getal op te plakken. Het duizelt u en mij. Een ding is zeker, het is veel en veelgevraagd, maar de intenties zijn meestal gericht op het voorkomen van schade aan mens, milieu en natuur.
  • 45. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 43 Freens en Koster (2018) constateerden dat er wereldwijd zo’n 200 normen- stelsels, gedragscodes en auditprotocollen zijn. Bovendien zijn er zo’n 400 instrumenten voor duurzaamheidsverslaglegging. Veel van die inter- nationale richtlijnen en gedragscodes hebben een normerend effect, maar verschillen onderling sterk en geven geen eenduidig beeld. Ze conclude- ren wel dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen een grote vlucht heeft genomen en dat deze normenstelsels en codes daar een gevolg van zijn. Veel is ‘soft law’, maar dat wordt steeds vaker omgezet in ‘hard law’. Hoffman et al (2022) deden onderzoek98 naar de bijdrage van maar liefst 250.000 internationale verdragen tussen landen en economische blokken en de conclusie was behoorlijk onthutsend: ‘International treaties have mostly failed to produce their intended effects except for international trade and financial laws and treaties with enforce- ment mechanisms. These results are unexpected because they challenge conventional wisdom about treaties, which are widely considered as the apex mechanism for countries to make commitments to each other. Not only do our findings question the usefulness of the more than 250,000 existing treaties that have been negotiated to date, but they should directly inform how national governments and international institutions facilitate global cooperation on the myriad challenges we face and how future international treaties can be better designed for greater impact’. Nog veel werk aan de winkel dus. Een regelgeving die in potentie enorme invloed zal gaan hebben is de op 10 november 2022 door het Europees parlement definitief vastgestelde99 CSRD. Dat betekent dat met ingang van het boekjaar 2025 - en dus begin 2026 - alle bedrijven met meer dan 250 medewerkers, € 40 miljoen omzet 98 https://www.pnas.org/doi/10.1073/pnas.2122854119 99 https://www.europarl.europa.eu/news/en/press-room/20221107IPR49611/ sustainable-economy-parliament-adopts-new-reporting-rules-for-multinationals
  • 46. 44 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN en € 20 miljoen aan activa (twee van de drie criteria zijn dan bepalend) te voldoen aan deze regelgeving. De eisen zijn veelomvattend en door mijn oogharen ziet het er toch uit als een maatschappelijke zorgplicht. Zo staat het in de preambule: ‘Het doel van het voorstel is ervoor te zorgen dat er gepaste, openbaar toe- gankelijke informatie is over de risico’s van duurzaamheidsaspecten voor ondernemingen en over de effecten van ondernemingen zelf op mens en milieu. Dit betekent dat ondernemingen de duurzaamheidsinformatie die gebruikers nodig hebben, moeten rapporteren en dat ondernemingen alle informatie die gebruikers relevant achten, moeten rapporteren. De gerap- porteerde informatie moet vergelijkbaar, betrouwbaar en voor gebruikers gemakkelijk te vinden en te gebruiken zijn met digitale technologieën. Dit betekent dat de status van duurzaamheidsinformatie moet worden gewij- zigd zodat zij meer vergelijkbaar is met financiële informatie’. De CSRD gaat veel vragen van ondernemingen. In directe zin worden onge- veer 50.000 ondernemingen hierdoor geraakt, maar ik schat in dat dit aan- tal een veelvoud is en dat ook veel bedrijven die onder de genoemde gren- zen vallen hier toch mee te maken krijgen. De redenen zijn de volgende. Ondernemingen worden geacht niet alleen te kijken naar de impact die ze zelf hebben op mens en milieu, maar ook naar de impact van hun pro- ducten en diensten in de keten gedurende de gehele levensduur van pro- duct of dienst; de zogenaamde scope 3 vereisten, ook wel als ‘upstream’ en ‘downstream’ geduid. Daarnaast is er de plicht van de dubbele mate- rialiteit, dat wil zeggen dat de ondernemingen niet alleen de positieve effecten dienen te rapporteren, maar ook de negatieve. Dat betekent dat een inside-out en een outside-in perspectief gehanteerd dient te wor- den. Daarmee zal een rapportageplichtige onderneming vanzelf ook gege- vens nodig hebben van klanten en toeleveranciers en dus zullen ook veel Midden en Klein Bedrijven (MKB) hierdoor gedwongen worden gegevens te verzamelen en te rapporteren, tenminste aan de grotere ondernemingen
  • 47. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 45 waarbij ze zich in hun keten bevinden. De CSRD vraagt te rapporteren inzake Environmental, Social, en Governance aspecten (ESG). Omwille van de ruimte ga ik niet in detail in op deze wet, maar ik raad u als lezer aan dat zeker wel te doen. De eisen daarin gaan ver en zullen een landverschuiving veroorzaken. In mijn ogen wordt door deze regelgeving de maatschappe- lijke zorgplicht op een zodanig niveau gebracht dat je het net zo goed in de wet kunt opnemen. Overigens is in sommige gevallen het begrip zorgplicht ook al in de wet opgenomen. Financiële instellingen kennen dat al via wetgeving als de ‘WWFT’100 waarin de zorgplicht voor hun klanten is neergelegd. Zoals hier- voor al is betoogd, is ook de plicht om als poortwachter te functioneren om fraude, corruptie en witwassen te voorkomen wettelijk verankerd. Daarnaast verlangt De Nederlandsche Bank (DNB) dat financiële instellin- gen verantwoording afleggen over klimaatrisico’s die ze lopen. Institutio- nele beleggers, die zo’n 80% van alle aandelen in bezit hebben, denken na over Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en sluiten sommige bedrij- ven uit en andere juist in. Ook nemen ze die bedrijven waarin ze beleggen steeds meer de maat op het brede terrein van ESG via indices en bench- markdata waardoor bedrijven via ‘engagement’ ook worden bevraagd over de wijze waarop ze hun (negatieve) impact op de samenleving proberen te verminderen, dan wel hun positieve verder te verbeteren. Dit laatste vooral ook omdat hun klanten en deelnemers dit verlangen en verwachten. 100 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024282/2022-11-01
  • 48. 46 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 3. VALUES EN PRINCIPES VAN UW EIGEN ONDERNEMING SPREKEN AL VOOR ZICH, NIETWAAR? Op voorhand neem ik u mee in de lijn van denken van Davis (2021). Hij ­ reageerde op de drang naar een ‘purpose statement’ en refereerde daarbij ook aan ‘mission statements’ van bedrijven: ‘Mission statements present a hyper-optimistic Potemkin Village: corpo- rations exist ‘to give people the power to build community and bring the world closer together’ (Facebook) or ‘to refresh the world in mind, body, and spirit, to inspire moments of optimism and happiness … and to cre- ate value and make a difference’ (Coca Cola). Surprisingly few corpora- tions have mission statements that say, ‘We exist to wring profit out of the moral weakness of a credulous population’. Veel cynischer kan het niet uiteraard. In de inleiding haalde ik al de voor- beelden aan van Shell, DuPont en Boeing en hoe zij verzaakten inzake hun eigen waarden en normen. Zelfs Google, dat ooit als dictum de woorden ‘don’t be evil’ de wereld instuurde wordt door Zuboff en Schwandt (2019) in hun boek ernstig de maat genomen. Daarmee zou je op voorhand al het pleidooi dat spreekt uit mission -, value statements en code of conducts die ondernemingen zo prominent op hun websites tonen naar de prullenbak kunnen verwijzen. Nu is me dat iets te kort door de bocht. Ik wil dan wel alle ondernemingen vriendelijk doch dringend verzoeken hun waarden en normen nog eens goed onder ogen te zien. Om hen te helpen heb ik een word cloud gemaakt van de normen en waarden die zij in hun vaandel voeren. Hieronder staat het resultaat.
  • 49. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 47 Figuur 3: Word cloud van de normen en waarden van AEX, AMX en ASCX fondsen101 De meest prominente woorden zijn dan: integrity (14x), respect (12x), innovation (10x), collaboration (9x), trust (8x), excellence, care, teamwork (ieder 7x), courage, sustainability, entrepreneurship (ieder 6x), honesty, safety en quality (ieder 5x). Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik vind dit fijne woorden. Ze roepen warme gevoelens op en als die omgezet zouden worden in daden dan is al veel gewonnen. Nu voert het mij te ver in het licht van dit afscheidscollege om na te gaan of de daden ook consistent zijn met de woorden, maar op grond van het voorgaande is enige scepsis op zijn plaats. In paragraaf 8 ga ik daar nog wat verder op in. Loughran et al (2022) deden onderzoek inzake de veranderingen in de cor- porate ‘codes of ethics’ als gevolg van de veranderde tijden waarin bedrij- ven meer onder het vergrootglas lagen. Zij vergeleken de codes van 2008 met die van 2019 voor een deelverzameling van de SP 500 onderne- mingen. Ze constateerden een flinke toename van het aantal woorden (29% om precies te zijn) en een toename van woorden die zij categori- seren onder de noemer ‘Trust and Transparency’. Het gaat dan om woor- den als ‘ethics, respect, trust’. Ze zien ook een toename van woorden die 101 Van de 74 betrokken fondsen kon van enkele geen helder value statement worden gevonden. Waar nodig is ervoor gekozen om zinnen terug te brengen tot één (of enkele) woord(en).
  • 50. 48 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN zij scharen onder de ‘Inappropriate Behavior’ woorden zoals ‘slavery, social media, sustainability, footprint, and trafficking’. Zij vragen zich vervolgens af waarom die veranderingen er zijn. Is het een antwoord op de dingen die misgingen? Is het om mee te gaan in de noden van de tijd? Is het marketing? Zij veronderstellen dat het zou kun- nen komen omdat de maatschappij op dat punt een grotere claim legt en ondernemingen ook ter verantwoording roept. Zij besluiten dan ook met: ‘What is clear from our findings here, however, is that we seem to be ente- ring a new age of increasingly moral – or, at least moralized – corporate governance’. Er is dus hoop want woorden doen er toe. Als ondernemingen zich op die manier meer rekenschap geven en dat tot uiting brengen in hun ‘code of ethics’, dan kan dat ook werken als een vliegwiel omdat de maatschappij vervolgens ondernemingen daar ook op kan aanspreken bij niet naleving daarvan. Ik deed dat hiervoor al publiekelijk bij Boeing, DuPont en Shell. Dat zouden we vaker moeten doen. Een andere manier van benaderen is die van de persoonlijke normen en waarden. Ik veronderstel dat iedere bestuurder of commissaris niet zich- zelf thuis laat op het moment dat hij of zij naar het werk gaat. Ik ben zelf opgeleid als officier op de KMA. Daar legden we in 1979 de officierseed af. Die luidt als volgt: ‘Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)’. Een vergelijkbare eed is terug te vinden in vele domeinen. Artsen leg- gen de eed van Hippocrates af, mensen werkzaam in de financiële sector
  • 51. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 49 kennen inmiddels ook een eed of belofte, accountants – waarvan ik er een ben -, ambtenaren idem dito. Rechters, politici, advocaten, Olympiërs, buitengewone opsporingsambtenaren, treinconducteurs, jachtopzieners, bruggenwachters, politie, verpleegkundigen. Zij allen leggen een eed of belofte af en ik vergeet er vast nog een paar. Ik wist het ook niet, maar er staan voor mij een paar verrassende beroepsgroepen in dit rijtje. Ik heb in mijn leven inmiddels driemaal de eed of belofte afgelegd. In een essay dat Veldman en Paape (2022) schreven,102 stond in de concept versie de oproep om een eed of belofte in te voeren voor bestuurders en commissarissen voor alle ondernemingen. Soeharno103 wees in zijn oratie ook op de waarde van de eed (2013). Op grond van commentaren hebben we dat idee geschrapt, maar langs deze weg voer ik dat toch weer op. Het lijkt mij een wenselijke stap in de professionalisering van bestuur en toe- zicht op ondernemingen. Als alle hiervoor genoemde beroepsgroepen dat kunnen, dan toch zeker ook deze categorie? Zij dienen een maatschappe- lijk belang, dragen een grote verantwoordelijkheid en zijn het boegbeeld voor velen. Dus ik stel de volgende tekst voor: ‘Ik zweer/beloof dat ik in mijn bestuurlijke functie zo goed als ik kan ten dienste zal stellen van de ondernemingen en al haar stakeholders en daar- mee het maatschappelijk welzijn voor ons allen als uitgangspunt hanteer. Ik stel het belang van de maatschappij voorop en eerbiedig de zorgplicht die ik heb. Ik ken mijn verantwoordelijkheid jegens die samenleving en zal mij open en toetsbaar opstellen. Ik maak geen misbruik van mijn functie en zal zo mijn functie in ere houden. Zo waarlijk helpe mij God almachtig/ Dat beloof ik104 ’. 102 https://managementscope.nl/opinie/moderniseer-de-hele-governance 103 Soeharno, J.E. (2013). De waarde van de eed. https://dare.uva.nl/search?identifie r=2c3696d2-26ca-46b9-a3ce-e70f6010fc73 104 Deze tekst is mede gebaseerd op die van de artseneed: https://www.knmg.nl/ advies-richtlijnen/knmg-publicaties/artseneed.htm
  • 52. 50 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN De criticaster onder ons zal dan zeggen, ok Leen, mooie woorden en wat dan? Dat is een terechte vraag en daartoe geef ik dan het volgende ant- woord. Alle beroepen die een belangrijke rol vervullen in de samenleving en waarbij het voor de relatieve buitenstaander niet eenvoudig moge- lijk is vast te stellen of hij/zij het beroep goed heeft uitgeoefend, kennen volgens de economische organisatietheorie de volgende stappen in hun ontwikkeling: • Er ontstaat een zekere specialisatie; • Waartoe iemand wordt opgeleid en vervolgens een diploma voor krijgt; • Met dat diploma volgt een beroepstitel/aanduiding, al of niet gepaard gaande met een eed of belofte; • Daaraan wordt dan vervolgens een ‘body of knowledge’ gekoppeld; • En daarmee ook een beroepsorganisatie die de belangen van de ­professie nastreeft; • Waarna een zekere behoefte ontstaat om aan permanente educatie te doen; • Die soms ook wordt afgedwongen via regels; • Want er komen ook regels voor de professie, soms ook leidend tot handboeken en gedrags- en beroepsregels; • Die regels dienen weer op naleving te worden getoetst door toe- zichthouders, waarmee dus een noodzaak ontstaat om toezichthou- ders in het leven te roepen; • Die toezichthouders zijn eerst onderdeel van de ontstane beroeps- organisatie, maar na een tijdje blijkt dat onvoldoende zekerheid te geven en dus wordt dat onafhankelijk georganiseerd; • Met dat toezicht op de naleving van de beroepsregels ontstaat ook tuchtrecht om niet-naleving ook aan te kunnen pakken met als ultieme straf uitsluiting van het uitoefenen van het beroep.
  • 53. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 51 Deze ontwikkeling is terug te vinden bij de hiervoor genoemde profes- sies van artsen, advocaten, accountants, notarissen, deurwaarders, etc. Alweer, ook hier vergeet ik er vast een paar. U voelt het al aankomen, door besturen en toezichthouden als profes- sie te beschouwen, zal deze ontwikkeling ook onontkoombaar op deze beroepsgroep af komen, leuk of niet.
  • 54. 52 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 4. STAKEHOLDERS HEBBEN ER NIET ALLEEN RECHT OP, ZE VRAGEN ER OOK OM Claassen (2021) beschrijft het bedrijf als samenwerkingsverband van sta- keholders. Daarin worden stakeholders als opdrachtgevers van het bestuur gezien. Ferreras et al (2017) pleit dan voor een Kamer van aandeelhouders en een Kamer van werknemers, een afgeleide van ons parlementaire stel- sel. Beide kamers zouden dan bij meerderheid voor een voorstel van het bestuur dienen te stemmen alvorens het effectief wordt. Deakin (2012) pleit weer voor een aparte ‘stakeholder board’. Wat mij betreft zijn beide ideeën interessant, maar ze gaan niet zover als bepleit door Garcia Nelen (2020) in zijn proefschrift. Laten we eens kijken naar zijn oplossing en bij- behorende argumenten. Allereerst maakt hij duidelijk wie wel en wie niet tot de stakeholders beho- ren105 . Zijn conclusie is dat daartoe behoren: • Institutioneel betrokken stakeholders zoals bestuurders, de NV zelf, de organen, commissarissen, aandeelhouders, pandhouders, vrucht- gebruikers met stem- of vergaderrecht en de Ondernemingsraad; • Contractueel betrokken stakeholders zoals werknemers, afnemers, crediteuren, klanten, toeleveranciers, financiers; • Indirect betrokken stakeholders zoals bijvoorbeeld patiënten, men- sen of instanties die een enquête zijn gestart of een claim hebben ingediend. Nadrukkelijk sluit hij algemene maatschappelijke en sociale belan- gen uit, ook al meldt hij dat die belangen wel kunnen meewegen in de 105 Garcia Neelen (2020), blz. 212-220
  • 55. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 53 besluitvorming van het bestuur. Ook belangen die samenhangen met het milieu, de volksgezondheid, het handelsverkeer, werkgelegenheid, eer- biediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping sluit hij - wat mij betreft gek genoeg - uit. Wel geeft hij aan dat het bestuur zich dient te houden aan wet- en regelgeving en daarmee komen zaken als mensenrechten, corruptie en omkoping uiteraard weer in beeld. De maat- schappelijke belangen wegen weer wel mee als die zijn opgenomen in de statuten en doelstellingen van een onderneming. Wat mij betreft is dat een verenging die ik graag zou willen verwerpen. Het voorbeeld van Shell en de jegens die onderneming gevoerde processen106 , zie paragraaf 7 en ook beschreven door Steins Bisschop (2022), maakt al duidelijk dat die grens niet zo eenvoudig te trekken is, maar inmiddels weer is opgeschoven. Ook als u mijn definitie van Corporate Governance in ogenschouw neemt dan wordt duidelijk dat wat mij betreft ook toe- komstige generaties - maar liefst zeven - tot de stakeholders gerekend dienen te worden. Putzer et al (waaronder collega’s Tineke Lambooy en Ronald Jeurissen, 2022) maken duidelijk dat ook de natuur rechten heeft die dienen te worden geëerbiedigd. Zij bouwden een database waarin alle bekende rechten van de natuur zijn opgenomen. Dat waren ten tijde van hun artikel 409 initiatieven in 39 landen. Ook die rechten kunnen niet zo maar terzijde worden geschoven, ze moeten ook meegenomen worden in de afwegingen. Hooguit is dan de vraag wie namens de natuur het woord voert, maar dat is op te lossen door iemand aan te wijzen dan wel een afvaardiging te bepalen (zie ook Lambooy, 2022). Overigens is voor het eerst ooit in de Corporate Sustainability Due Dili- gence107 (CSDD) een definitie opgenomen wie onder stakeholders vallen: 106 Zie het Steins Bisschop (2022), blz. 113-126 107 https://eur-lex.europa.eu/resource.html?uri=cellar:bc4dcea4-9584-11ec-b4e4- 01aa75ed71a1.0004.02/DOC _ 1format=PDF
  • 56. 54 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN “belanghebbenden”: de werknemers van de onderneming, de werk- nemers van haar dochterondernemingen, en andere personen, groe- pen, gemeenschappen of entiteiten van wie de rechten of belangen worden of kunnen worden beïnvloed door de producten, diensten en activiteiten van die onderneming, haar dochterondernemingen en haar zakelijke relaties’108 In de oorspronkelijke voorstellen was beoogd op te nemen dat: ‘[….] bestuurders en commissarissen, als onderdeel van hun taak om te handelen in het vennootschappelijk belang, rekening dienen te houden met de belangen van alle belanghebbenden die relevant zijn voor de onderne- ming en zich mede dienen te richten op het dienen van brede maatschap- pelijke belangen.’ (Garcia Nelen, 2022, blz. 262) Dat is niet overgenomen en het verbaast mij waarom Garcia Nelen (2022, blz. 262) dat begrijpelijk vindt. Hij geeft aan dat dit te algemeen geformu- leerd zou zijn en daarmee geen werkbaar juridisch toetsingskader biedt (blz. 263). Het verbaast ook omdat hij besluit met: ‘Deze ambities [van de CSDD] dragen bij aan de transitie naar een duur- zame economie en het op een sociaal verantwoorde wijze beperken van de opwarming van de aarde. Dit is wat mij betreft prijzenswaardig.’ (blz. 271) De reden overigens waarom Garcia Nelen (2020) pleit voor het betrekken van stakeholders is simpel: aandeelhouders hebben een te grote stem gekregen en de belangen zijn niet meer in evenwicht. De redenen die hij aanvoert zijn vergelijkbaar met de mijne in mijn oratie van 2018: 108 Art. 3 (n) Richtlijnvoorstel
  • 57. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 55 • Achterblijvende koopkracht109 zoals ook uit onderzoek blijkt; • De factor kapitaal krijgt een steeds groter deel van de koek en de factor arbeid steeds minder110 ; • Bestuurders worden nog steeds benoemd en ontslagen door de alge- mene vergadering van aandeelhouders en dus richten die zich vooral op de belangen van die groep; • De wetgeving sluit niet meer aan bij de ontwikkelingen in de maatschappij; • Er is teveel schuld aangegaan; • Risico’s zijn vooral overgedragen aan andere belanghebbenden; • Er wordt teveel geld uitgekeerd via dividenden en inkoop eigen aandelen. Zijn vaststelling is dan ook dat er een herziening dient te komen van de wijze waarop het recht is ingericht en de wijze waarop besluiten bij onder- nemingen worden genomen: ‘Power translates into purpose. Er moet dus iets aan de bevoegdheidsver- deling worden gedaan, willen we zorgen dat de corporate purpose wer- kelijk betekenis krijgt. Corporate governance gaat in de kern over hoe de structuur en bevoegdheidsverdeling binnen de onderneming zodanig kan worden ingevuld dat de organisatie erop gericht is haar corporate purpose te vervullen’.111 Daarover zijn wij het dan zeer eens want dit sluit aan bij mijn definitie waarin ik spreek over de verdeling van bevoegdheden, rechten en plich- ten. Op de vraag hoe dat in te regelen geeft Garcia Nelen als oplossing voor de beursvennootschap een Vergadering van Participanten: 109 h t t p s : //e c o n o m i e . r a b o b a n k . c o m /p u b l i c a t i e s /2 0 1 8 / f e b r u a r i / besteedbaar-inkomen-huishoudens-nederland-staat-vrijwel-stil/ 110 h t t p s : / / w w w . c b s . n l / n l - n l / n i e u w s / 2 0 2 1 / 2 7 / aandeel-arbeid-in-de-economie-laatste-jaren-op-lager-niveau 111 Garcia Nelen, 2020, blz. 338
  • 58. 56 MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN Figuur 4: De participatievennootschap volgens Garcia Nelen (2020) Hij concludeert ook dat dit onvermijdelijk leidt tot minder bevoegdhe- den van de aandeelhouders en de algemene vergadering en een grotere rol voor bestuur en raad van commissarissen. Ook is zijn stelling dat de medezeggenschap via de raad van commissarissen niet effectief is geble- ken. De ‘werknemerscommissaris’ dient nu eenmaal conform het recht het vennootschapsbelang. Nog even over die werknemerscommissaris. Davis (2021) pleit dus voor meer democratie in het ondernemingsbestuur en pleit dan ook voor een grotere stem van die categorie stakeholders. Hij geeft dan als voorbeel- den (blz. 909-910) de oproep van het eigen personeel die hun respectieve bedrijven ter verantwoording riepen. Bij Microsoft gebeurde dit nadat het
  • 59. MAATSCHAPPELIJKE ZORGPLICHT VOOR ONDERNEMINGEN 57 bedrijf een contract met het Amerikaanse Ministerie van Defensie had gesloten inzake ‘augmented reality’ en medewerkers niet wilden meewer- ken aan het zijn van ‘war profiteers’. Bij Facebook tekenden werknemers een petitie om meer te doen tegen de politieke misleiding die plaatsvond via het platform. Bij Amazon tekenden medewerkers een open brief dat het bedrijf meer diende te doen tegen klimaatverandering. Andere voor- beelden betroffen Salesforce en Google. In Nederland kennen we uiteraard ook voorbeelden. Recent was dat het geval bij Centric112 en Van Oord113 , en ook hier ben ik vast onvolledig. Lima en Galleli (2021) voerden een metastudie uit naar de integratie tus- sen Human Resources Management (HRM) en corporate governance. Ze onderzochten 79 artikelen tussen 2000-2017 en het shareholder denken vanuit de agency theorie bleek dominant. Ook bleek dat HRM weliswaar een belangrijke component van corporate governance is, maar vooral van- uit een secundaire positie als consultant of dienstverlener. De medewer- ker werd dus als stakeholder ondergeschikt gemaakt. Dat leidt dan wel tot negatieve effecten: de belangrijkste waren uitputting van de talent pool, het verlies aan kennis en kunde (tacit knowledge), teveel outsourcing en daarmee het in de waagschaal stellen van de lange termijn continuïteit van de onderneming. Deze quotes zeggen dan ook genoeg: ‘[….] and can result in an HR role becomes positioned as an “efficiency ser- vant” to maximise shareholder value’. En: ‘[…] we identified that the role of HRM lies in achieving short-term objec- tives, rather than promoting business sustainability, since the shareholder configuration has been shown to predominate in the literature’. (blz. 741) 112 h t t p s://m t s p r o u t . n l /n i e u w s/n i e u w s-m a n a g e m e n t-l e i d e r s c h a p/ centric-sanderink-files-boeren 113 h t t p s : // w w w . s c h u t t e v a e r . n l / n i e u w s / a c t u e e l / 2 0 2 1 / 0 4 / 0 2 / personeel-in-opstand-bij-baggeraar-van-oord/