Successfully reported this slideshow.
Your SlideShare is downloading. ×

Zorgtweedaagse

More Related Content

Related Books

Free with a 30 day trial from Scribd

See all

Related Audiobooks

Free with a 30 day trial from Scribd

See all

Zorgtweedaagse

  1. 1. Wereldwoorden Coördinatie Helena Taelman
  2. 2. Opbouw programma Analyse Praktijktips Doel
  3. 3. Doel
  4. 4. Techniek Wetenschap Onderzoekend leren (Wright, 2012)
  5. 5. 2X (NELP, 2008; Mol, Bus & De Jong, 2009; Swanson et al., 2011)
  6. 6. Naast al de rest... Techniek Wetenschap Onderzoekend leren 2X
  7. 7. zet hierop extra in! Techniek Wetenschap Onderzoekend leren 2X
  8. 8. Techniek Wetenschap Onderzoekend leren 2X
  9. 9. Wereldwoorden Voorleesprogramma 2de kk met: • Informatieve prentenboeken • Uitdagende woorden
  10. 10. (project WORLD, Pollard-Durodola & Gonzalez, 2011)
  11. 11. En dat doet echt plezier, als juf, je steekt daar tijd in, en jullie ook, dat je ziet dat dat rendeert. En daaruit heb ik geleerd dat je de woordenschat niet te gemakkelijk mag zoeken. (eindgesprek) En wij ook in het begin: dat gaat nooit lukken, met die anderstaligen.
  12. 12. Basiswoordenschat vb. knippen
  13. 13. Ik wil dat mijn kleuters weten dat... Uitdagende woorden die de wereldkennis verruimen of verdiepen vb. bevriezen Basiswoordenschat vb. knippen
  14. 14. Gespecialiseerde woorden vb. Diplodocus Uitdagende woorden die de wereldkennis verruimen of verdiepen vb. bevriezen Basiswoordenschat vb. knippen
  15. 15. Dierenarts Volwassen Tam Golden retriever Hond Pup Neus
  16. 16. Dierenarts Volwassen Tam Golden retriever Hond Pup Neus
  17. 17. Dierenarts Volwassen Tam Golden retriever Hond Pup Neus
  18. 18. Dierenarts Volwassen Tam Golden retriever Hond Pup Neus
  19. 19. De kenniskloof bij 5-jarigen (Morgan, Farkas et al., 2016) Hoge SES Lage wereld kennis Lage SES Lage wereld kennis
  20. 20. basiswoordenschat
  21. 21. Onderzoeksgebaseerde principes 1. Hoogstaande verhalen met rijke taal 2. Herhaald, interactief voorlezen met uitgebreide verwerkingsactiviteiten 3. Informatieve prentenboeken 4. Scaffolding (met boeken en tijdens gesprekken) 5. Boeken met elkaar vergelijken 6. Ook expliciete instructie van woordenschat 7. Reflectiegesprekken over inhoud van het verhaal
  22. 22. Opbouw programma Doel
  23. 23. Thema huisdieren uitlaten aan de lijn volwassen tam dierenarts
  24. 24. Thema zaaien Zaadje, recept, vochtig Pit, oogsten, aarde
  25. 25. Uitgewerkte voorleesactiviteiten Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag 4 Dag 5 Verhaal Verhaal Infoboek Infoboek Vergelijking binnen een rijk thema
  26. 26. 10 thema’s in clusters Week 1-2: dieren - week 1: huisdieren (honden) - week 2: dieren in de winter Week 3-5: bouwen - week 3: bouwen - week 4: water uit de kraan - week 5: verhuizen Week 6-7: verkeer - week 6: auto en fiets - week 7: politie Week 8-10: ons voedsel - week 8: de bakker - week 9: zaaien - week 10: de boer
  27. 27. De boer Hooi Stal Mest Wei melken
  28. 28. De boer Hooi Stal Mest Wei melken Zaaien en planten Oogsten De aarde De bakker Gulzig Vers
  29. 29. De boer Hooi Stal Mest Wei melken Zaaien en planten Oogsten De aarde De bakker Gulzig Vers Huisdieren Dierenarts Dieren in de winter Stro Schuilplaats Winterslaap
  30. 30. Onderzoeksgebaseerde principes 1. Hoogstaande verhalen met rijke taal 2. Herhaald, interactief voorlezen met uitgebreide verwerkingsactiviteiten 3. Informatieve prentenboeken 4. Scaffolding (met boeken en tijdens gesprekken) 5. Boeken met elkaar vergelijken 6. Ook expliciete instructie van woordenschat 7. Reflectiegesprekken over inhoud van het verhaal
  31. 31. Expliciete instructie van woordenschat naast functionele activiteiten (review De effectiviteit van woordenschatinterventies in de kleuterklas. Taelman, 2013)
  32. 32. Expliciete instructie van woordenschat (review De effectiviteit van woordenschatinterventies in de kleuterklas. Taelman, 2013)
  33. 33. Verhaalbegrip Boeksnuffelen Voorspelvragen Focussen en voorbereiden
  34. 34. Wie is Sander? Wie is Sofie? Wat zou er met hen gebeuren? 1
  35. 35. Welke kamer zou dit zijn? 1
  36. 36. Wat zou Sander met de dozen doen? 1
  37. 37. Verhaalbegrip Boeksnuffelen Voorspelvragen Focussen en voorbereiden
  38. 38. Wat is nu het allermooiste huis? 2
  39. 39. Welke keuken vindt de moeder het mooiste? Waar wil ze het liefste wonen? Welke keuken vindt Sander het mooiste? 2
  40. 40. Welk huis op de prent vinden de kinderen het mooist? 2
  41. 41. Wat is nu het allermooiste huis? Volgens Sander? Volgens zijn mama? 2
  42. 42. Centrale didactische principes
  43. 43. Meteen na het vertellen Kleuters leren meer en beter woorden! (Neuman & Marulis, 2010)
  44. 44. Wie weet wat gulzig betekent? Dit is precies niet voor mij bedoeld. (Neuman & Wright, 2013; Van den Nulft & Verhallen, 2009)
  45. 45. Iedereen is mee als de ko eerst uitleg geeft! Als je gulzig bent, dan eet je snel en heel veel. Zo. Wie is er allemaal gulzig aan het eten? Varken is gulzig!
  46. 46. Iedereen is mee als de ko eerst uitleg geeft! Als je gulzig bent, dan eet je snel en heel veel. Zo. Wat hebben jullie allemaal al gulzig gegeten? Koekjes.
  47. 47. Een woord proeven (bron: youtube, teaching at the beginning video channel)
  48. 48. Dus moet hij niet aan de lijn lopen, maar draag ik hem helemaal naar huis. Het is de eerste dag dat Sammie bij ons woont. Ik ben bang om in de sneeuw uit te glijden, dus loop ik heel voorzichtig. 55 Lijn: een touw of een ketting. Honden moeten op straat aan de lijn lopen
  49. 49. CHECKLIST TIJDENS HET LEZEN 1. Reactie op kinderen 2. Definitie formuleren 3. Zin herhalen met verklaring 4. Eventueel wijzen naar de prent of een vraagje stellen over het verhaal met het woord erin.
  50. 50. Centrale didactische principes
  51. 51. (Marulis & Neuman, 2011; Neuman & Wright, 2013) Onvoldoende spreekkansen
  52. 52. NAAM Aantal x per dag aangesproken in 1KK Amine 80 Adnane 62 Mohamed 52 Ahlame 47 Ameline 39 Elissa 34 Youness 31 Amira 30 Anissa 27 Yasmina en Abdel 18 (Verhelst, 2002)
  53. 53. Zelf ervaren • Wat doet de juf om spreekkansen te vergroten?
  54. 54. Vragen doorspelen aan meerdere kleuters (bron: de taallijn, gesprekken met peuters)
  55. 55. (bron: de taallijn, gesprekken met peuters) Wat denk jij? En jij? En jij? Vragen doorspelen aan meerdere kleuters
  56. 56. (bron: de taallijn, gesprekken met peuters) Dat zou kunnen, he. Is dat zo? Vragen doorspelen aan meerdere kleuters
  57. 57. Varieer in groepsgrootte
  58. 58. "Ik merk bij twee kleuters van het kleine groepje dat ze ook binnen de grote klasgroep mondiger worden. Dat is fantastisch. Door de succeservaringen binnen de kleine groep zijn ze zelfzekerder geworden en durven ze zich meer tonen." (citaat uit wekelijkse enquête Wereldwoordenproject)
  59. 59. Duopraten
  60. 60. Spreken gedurende hele dag
  61. 61. 2 DE LIJN Een lijn is een touw of ketting waar de hond aan vasthangt Huisdieren: honden Verhaal
  62. 62. Week 1 honden - dag 2 sorteerspel: is dit dier aan de lijn? Foto 1.1
  63. 63. Week 1 honden – dag 2 sorteerspel: is dit dier aan de lijn? Foto 1.2
  64. 64. Week 1 honden - dag 2 sorteerspel: is dit dier aan de lijn? Foto 1.3
  65. 65. Week 1 honden – dag 2 sorteerspel: is dit dier aan de lijn? Foto 1.4
  66. 66. Week 1 honden - dag 2 sorteerspel: is hier een dier aan de lijn? Foto 1.5
  67. 67. Week 1 honden - dag 2 sorteerspel: zijn deze dieren aan de lijn? Foto 1.6
  68. 68. Sorteer- en denkspel op dag 2/4 Is die baby aan de lijn? Waarom?
  69. 69. 2 Verdiepen 1 Uitleggen 0 Gesloten vraag
  70. 70. 2 Verdiepen 1 Uitleggen 0 Gesloten vraag
  71. 71. Van denken naar onderzoeken
  72. 72. Centrale didactische principes
  73. 73. Verbanden leggen boek1 boek2 klasacti- viteiten thuiservarin g woorden thema1 thema2
  74. 74. Boeken vergelijken
  75. 75. 85 Flapjesspel: verbanden tussen thema’s Gereedschap (thema bouwen) Gebruikt de boer uit ons infoboek ook gereedschap?
  76. 76. Rollenspel
  77. 77. • Opzoeken en reflecteren.... Link tussen hoeken en het boek
  78. 78. En nog veel meer...
  79. 79. Verwijzen naar voorbije thema’s
  80. 80. Misverstanden ophelderen
  81. 81. Van gemakkelijk naar moeilijk
  82. 82. Opbouw programma Analyse Opzet
  83. 83. Proefscholen Stuurgroepvergadering 03/06/2015 Controlescholen (Kaatje Klank) Spoele Lokeren St-Jozefscollege Aalst LP Boon Erembo- degem Sint-Anna Aalst Sint-Joost-aan-Zee (2) Brussel Wereldwoorden De Linde (2) Nieuwerkerken De Toverboon Dendermonde Atheneum (2) Aalst De Wimpel Brussel
  84. 84. Onderzoeksvragen 1. Zien we een positief effect op de taalontwikkeling, dat verder onderzoek en disseminatie rechtvaardigt? 2. Wat is de ingeschatte effectiviteit volgens lrkr? 3. Wat was vernieuwend/leerrijk volgens lrkr? 4. Wat was gemakkelijker/moeilijker te implementeren? 5. Welke aanbevelingen hebben de juffen om het programma aan te passen?
  85. 85. Receptieve woordentest
  86. 86. Wereldwoorden Controlegroep (KK) Aantal 80 (5 klassen) 93 (6 klassen) % Kleuters met andere thuistaal 46,3% 46,2% % Kleuters met moeder met lage opleiding 17,5% 29% Gemiddelde score op de pretest 3,0 (STDEV: 1,3) 3,3 (STDEV: 2,0) Aantallen na exclusie van kleuters met minder dan 1 jaar ervaring met Nederlands, met vastgestelde ontwikkelingsstoornis/logopedische behandeling, grote mate van afwezigheid.
  87. 87. 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 WW controle pretest posttest SD=1,3 SD=2,0 SD=2,1 SD=2,1
  88. 88. Niet significant: opleidingsniveau van moeder, interactie tussen thuistaal en conditie Parameter schatting Significantie intercept -,37 .865 conditie 4,07 .000 thuistaal 1,02 .002 pretest ,19 .039 leeftijd ,11 .014 fonologisch bewustzijn ,10 .008 Mixed linear model analysis Fixed effects (covariaat = klas)
  89. 89. Onderzoeksvragen 1. Zien we een positief effect op de taalontwikkeling, dat verder onderzoek en disseminatie rechtvaardigt? 2. Wat is de ingeschatte effectiviteit volgens lrkr? 3. Wat was vernieuwend/leerrijk volgens lrkr? 4. Wat was gemakkelijker/moeilijker te implementeren? 5. Welke aanbevelingen hebben de juffen om het programma aan te passen?
  90. 90. Methode • Wekelijkse enquêtes • Afsluitende anonieme enquête • Afsluitend interview • Observatieformulieren
  91. 91. Citaat uit wekelijkse enquête “Op het einde van de week gebruiken de meeste kleuters actief de nieuwe woorden tijdens hun spel in de klas en met elkaar. Bv. tijdens bouwen met knex zeggen ze kijk eens wat een grote stelling ik gebouwd heb. Ze leggen eveneens spontaan linken met andere boeken /prenten en verwoorden wat ze onderweg naar school gezien of ervaren hebben ivm met de magische woorden. “
  92. 92. Sterktes • Schijnwerper op uitdagende woordenschat • Inbedding in een rijk thema • Routines voor/tijdens het lezen zijn snel leerbaar • Informatieve boeken • Verbanden leggen tussen thema’s • Denkgesprekken
  93. 93. Sterktes • Kleine groep • Leerkrachten schatten taalvaardigheid anders in • Ouders
  94. 94. Verbeterpunten voor ontwikkelaars • Langere thema’s: drie boeken?? • Duopraten niet integreren in zwakke groepen • Nog beter werken aan verhaalbegrip (modelvragen in de herwerkte lesplannen) • Nog vroeger focussen op gespreksvaardigheden
  95. 95. Obstakels • Kleine groep • Boekenmarkt: boeken snel uitverkocht • Eigen thema’s uitwerken vraagt denkwerk
  96. 96. Opbouw programma Analyse Praktijktips Doel
  97. 97. Enkele thema’s uitproberen • www.wereldwoorden.be • Algemene handleiding • Lesplannen • Fotomateriaal
  98. 98. Een vertelcyclus zelf uitwerken • Handleiding op www.wereldwoorden.be • Zelf boeken en fotomateriaal zoeken • Zelf woorden kiezen
  99. 99. Ideeën stelen • Checklist met ‘tips voor elke dag’
  100. 100. • Middelen: – Provincie Oost-Vlaanderen – Vlaams Literair Fonds • Ondersteuning: – Evelien Gheeraert OCB, ondersteuning Brusselse school – Mona De Smul, praktijkstage – Lieve Van Severen en Sanne Feryn – Masterstudenten logopedie KULeuven, test – Stuurgroepleden – Scriptiestudenten uit de eigen opleiding Met veel dank aan...
  101. 101. En nog meer dank aan...

Editor's Notes

  • Net zoals elke leerkracht ben ik nieuwsgierig naar wat beter werkt. Ik lees daar dan ook graag over. Natuurlijk ook wetenschappelijk werk.
    Je kent me misschien van kleutergewijs: bloggen over wat ik gelezen heb.
  • Niets is leuker om dingen uit te proberen in de praktijk. Ik heb afgelopen jaren het geluk gehad om aan een aantal projecten mee te kunnen werken waarbij we hier in Vlaamse klasjes dingen hebben uitgeprobeerd die hun succes in het buitenland bewezen hebben.
  • Wanneer beste talige interactie?

    Dickinson, Freiberg & Barnes (2011) rapporteren bijvoorbeeld dat leerkrachten meer spreekruimte laten aan de kleuters tijdens het lunchmoment dan tijdens andere
    momenten, en dat de lexicale diversiteit (d.i. het aantal verschillende woorden in ver- houding tot het totaal aantal woorden) van het eigen taalaanbod dan ook beduidend hoger is. Voorleessessies zijn dan weer gekenmerkt door hoge frequenties van gesofis- ticeerde woorden in het taalaanbod van de leerkracht. Wanneer leerkrachten in kleine groepen werken, is hun taalaanbod het minst interessant: er zijn erg weinig gesofisti- ceerde woorden, een lage lexicale diversiteit, en weinig spreekruimte voor de kleuters.

    Wright (2012)

  • Wat die onderzoekers hebben ontdekt,
    Dickinson, Freiberg & Barnes (2011) rapporteren bijvoorbeeld dat leerkrachten meer spreekruimte laten aan de kleuters tijdens het lunchmoment dan tijdens andere
    momenten, en dat de lexicale diversiteit (d.i. het aantal verschillende woorden in ver- houding tot het totaal aantal woorden) van het eigen taalaanbod dan ook beduidend hoger is. Voorleessessies zijn dan weer gekenmerkt door hoge frequenties van gesofisticeerde woorden in het taalaanbod van de leerkracht.


  • Ik merk dat bij de kinderen thuis ook.
  • Kleuters met een taalachterstand maar toch al één jaar onderwijs in het Nederlands.
  • ANDERE FOTO!!!
    Onze methode van woordenschatstimulering haalden we uit een Amerikaans project waarbij ze met kinderen uit achterstandswijken hebben gewerkt.
  • 20-70% kinderen met een thuistaal. Geen anderstalige nieuwkomers. Al een jaar ervaring met het Nederlands.
    Kinderen uit families met een lage SES. VEEL FEEDBACK
    In het begin dachten de leerkrachten allemaal dat het een beetje te moeilijk was.
  • Taalaanbod niet willen beperken tot basiswoordenschat

    Basiswoordenschat: leren in dagdagelijkse activiteiten en routines. Allemaal minstens een jaar ondergedompeld in het Nederlandstalig onderwijs: ze konden zich alvast beredderen.
    Bijvoorbeeld: ‘bewolkt’ want tijdens het onthaal; of ‘kleven’ tijdens het knutselen; of ‘botsing’ op de automat; of ‘rollen’ tijdens beweging; of zelfs ‘puppy’ omdat er een populair TV-programma is
    Uitdagende woorden die expliciete aandacht verdienen!! Vb; vers, volwassen, rot, koelen, bederven, stad – dorp
    Gespecialiseerde woorden: meer ervaren woorden, moeilijke woorden

    Bijv. ‘volwassen’ ga je niet zo vaak gebruiken in een gewoon gesprek.
  • Taalaanbod niet willen beperken tot basiswoordenschat

    Basiswoordenschat: leren in dagdagelijkse activiteiten en routines. Allemaal minstens een jaar ondergedompeld in het Nederlandstalig onderwijs: ze konden zich alvast beredderen.
    Bijvoorbeeld: ‘bewolkt’ want tijdens het onthaal; of ‘kleven’ tijdens het knutselen; of ‘botsing’ op de automat; of ‘rollen’ tijdens beweging; of zelfs ‘puppy’ omdat er een populair TV-programma is
    Uitdagende woorden die expliciete aandacht verdienen!! Vb; vers, volwassen, rot, koelen, bederven, stad – dorp
    Gespecialiseerde woorden: meer ervaren woorden, moeilijke woorden

    Bijv. ‘volwassen’ ga je niet zo vaak gebruiken in een gewoon gesprek.
  • Taalaanbod niet willen beperken tot basiswoordenschat

    Basiswoordenschat: leren in dagdagelijkse activiteiten en routines. Allemaal minstens een jaar ondergedompeld in het Nederlandstalig onderwijs: ze konden zich alvast beredderen.
    Bijvoorbeeld: ‘bewolkt’ want tijdens het onthaal; of ‘kleven’ tijdens het knutselen; of ‘botsing’ op de automat; of ‘rollen’ tijdens beweging; of zelfs ‘puppy’ omdat er een populair TV-programma is
    Uitdagende woorden die expliciete aandacht verdienen!! Vb; vers, volwassen, rot, koelen, bederven, stad – dorp
    Gespecialiseerde woorden: meer ervaren woorden, moeilijke woorden

    Bijv. ‘volwassen’ ga je niet zo vaak gebruiken in een gewoon gesprek.
  • Ik vind het belangrijk voor mijn kleuters om te weten dat....
    Inhoudelijk aan die woorden te werken...
    Wereldkennis uitbreiden.

    Keuze: volwassen, tam, dierenarts
    Omdat:
    Past samen, uitdagend, weinig waarschijnlijk dat ze alle woorden al kennen, nuttig
    Volwassen: link met verhaal Sammie
    Pup? Ook goed keuze geweest: leren met contrast van volwassen? Keuzes maken. Wordt wel betrokken bij de uitleg
    Hond: basiswoordenschat, leren ze in dagelijkse leven, kennen ze allemaal
    Inenting, Golden Retriever: al vrij gespecialiseerde woorden
    Blind: past niet volledig binnen thema volwassen, zie opmerking Sammie –pup

    + PUP -> intuïtie dat de kleuters dit goed kennen om dat het tegenwoordig populair is op Nickelodeon Junior => Soms moeilijk in te schatten...
  • Ik vind het belangrijk voor mijn kleuters om te weten dat....
    Inhoudelijk aan die woorden te werken...
    Wereldkennis uitbreiden.

    Keuze: volwassen, tam, dierenarts
    Omdat:
    Past samen, uitdagend, weinig waarschijnlijk dat ze alle woorden al kennen, nuttig
    Volwassen: link met verhaal Sammie
    Pup? Ook goed keuze geweest: leren met contrast van volwassen? Keuzes maken. Wordt wel betrokken bij de uitleg
    Hond: basiswoordenschat, leren ze in dagelijkse leven, kennen ze allemaal
    Inenting, Golden Retriever: al vrij gespecialiseerde woorden
    Blind: past niet volledig binnen thema volwassen, zie opmerking Sammie –pup

    + PUP -> intuïtie dat de kleuters dit goed kennen om dat het tegenwoordig populair is op Nickelodeon Junior => Soms moeilijk in te schatten...
  • PAW PATROL
  • Goed voor hondenliefhebbers kunnen een Golden retriever van een herdershond herkennen.

    Ik vind het belangrijk voor mijn kleuters om te weten dat....
    Inhoudelijk aan die woorden te werken...
    Wereldkennis uitbreiden.

    Keuze: volwassen, tam, dierenarts
    Omdat:
    Past samen, uitdagend, weinig waarschijnlijk dat ze alle woorden al kennen, nuttig
    Volwassen: link met verhaal Sammie
    Pup? Ook goed keuze geweest: leren met contrast van volwassen? Keuzes maken. Wordt wel betrokken bij de uitleg
    Hond: basiswoordenschat, leren ze in dagelijkse leven, kennen ze allemaal
    Inenting, Golden Retriever: al vrij gespecialiseerde woorden
    Blind: past niet volledig binnen thema volwassen, zie opmerking Sammie –pup

    + PUP -> intuïtie dat de kleuters dit goed kennen om dat het tegenwoordig populair is op Nickelodeon Junior => Soms moeilijk in te schatten...
  • Ik vind het belangrijk voor mijn kleuters om te weten dat....
    Inhoudelijk aan die woorden te werken...
    Wereldkennis uitbreiden.

    Keuze: volwassen, tam, dierenarts
    Omdat:
    Past samen, uitdagend, weinig waarschijnlijk dat ze alle woorden al kennen, nuttig
    Volwassen: link met verhaal Sammie
    Pup? Ook goed keuze geweest: leren met contrast van volwassen? Keuzes maken. Wordt wel betrokken bij de uitleg
    Hond: basiswoordenschat, leren ze in dagelijkse leven, kennen ze allemaal
    Inenting, Golden Retriever: al vrij gespecialiseerde woorden
    Blind: past niet volledig binnen thema volwassen, zie opmerking Sammie –pup

    + PUP -> intuïtie dat de kleuters dit goed kennen om dat het tegenwoordig populair is op Nickelodeon Junior => Soms moeilijk in te schatten...
  • Het is erg nodig om aan de wereldkennis van KANSarme kleuters te werken. VORIGE MAAND KWAM HIEROVER EEN ONDERZOEK UIT.
    Niet moeilijk te verklaren/.
    Tom komt uit een gewone familie: gaan op zondag in het bos wandelen, gaat met de opa en oma een keer een weekendje naar zee.
    Zara komt uit een arme familie: die komen hun wijk bijna niet buiten. Er is geen opa en oma om met haar een weekendje naar zee.

    CONCREET MET EEN VOORBEELDJE.

    Reeds bij 5-jarigen een grote kloof tussen lage en hoge SES. Ook kinderen met een andere thuistaal doen het wat minder.
    De kenniskloof bij 5-jarigen voorspelt wetenschappelijke vaardigheden bij 12-jarigen.
    Daarnaast weten we dat achtergrondkennis heel belangrijk is voor begrijpend lezen.


    About 65 percent of low-income children entered kindergarten with low levels of general knowledge. Only 10 percent of high-income children did so.

    Among children entering kindergarten with low levels of general knowledge, 62 percent and 54 percent were struggling in science in third and eighth grade, respectively.General knowledge gaps between racial/ethnic minority and white children were already large at kindergarten entry. For example, 58 percent, 41 percent, and 52 percent of black, Hispanic, and American Indian children had general knowledge scores in the bottom 25 percent at kindergarten entry. The contrasting percentage for white children was only 15 percent.
  • Taalaanbod niet willen beperken tot basiswoordenschat. Leefomgeving uitbreiden en verdiepen.

    Basiswoordenschat: leren in dagdagelijkse activiteiten en routines. Allemaal minstens een jaar ondergedompeld in het Nederlandstalig onderwijs: ze konden zich alvast beredderen.
    Bijvoorbeeld: ‘bewolkt’ want tijdens het onthaal; of ‘kleven’ tijdens het knutselen; of ‘botsing’ op de automat; of ‘rollen’ tijdens beweging; of zelfs ‘puppy’ omdat er een populair TV-programma is
    Uitdagende woorden die expliciete aandacht verdienen!! Vb; vers, volwassen, rot, koelen, bederven, stad – dorp
    Gespecialiseerde woorden: meer ervaren woorden, moeilijke woorden

    Bijv. ‘volwassen’ ga je niet zo vaak gebruiken in een gewoon gesprek.
  • Verhalen waar heel wat wereldkennis in verborgen zit.
    Combineren met infoboeken/weetjesboeken waar die wereldkennis helemaal op de voorgrond komt.
  • In een periode van 15 weken van november tot en met maart
  • Laatste boek: infoboek De boer
    12 oude doelwoorden letterlijk in de tekst
    7 doelwoorden in direct verband
  • 15 uitdagende woorden die de kinderen al kenden in dit boek. Ik was toevallig aanwezig toen het boek werd voorgelezen...
    Magische woorden die letterlijk in het verhaal voorkomen: 1 dierenarts: komt op bezoek voor de zieke koe 6 stro: het stro in de stal moet ververst worden 7 schuilplaats (in de omschrijving van de stal)
    10 winterslaap: de natuur doet een winterslaap 13 gereedschap (de boer heeft heel wat gereedschap nodig op de boerderij 20 stromen: de melk van de koe stroomt naar de koeltank 44 vers: de melk blijft lekker vers in de koeltank 46 gulzig: het kalfje drinkt gulzig melk 51 oogsten: de mais wordt geoogst 52 aarde: er wordt mest op de aarde gespoten 54 melken: 55 wei: overdag gaan de dieren naar de wei 57 de mest 58 de stal 59 het hooi
    Andere magische woorden komen niet letterlijk voor, maar er is wel een duidelijke link: platteland, 19 smerig, 9 vacht, 2 tam, 3 volwassen, 11 voorraad (hooi), 34 motor (van de traktor).
  • 15 uitdagende woorden die de kinderen al kenden in dit boek. Ik was toevallig aanwezig toen het boek werd voorgelezen...
    Magische woorden die letterlijk in het verhaal voorkomen: 1 dierenarts: komt op bezoek voor de zieke koe 6 stro: het stro in de stal moet ververst worden 7 schuilplaats (in de omschrijving van de stal)
    10 winterslaap: de natuur doet een winterslaap 13 gereedschap (de boer heeft heel wat gereedschap nodig op de boerderij 20 stromen: de melk van de koe stroomt naar de koeltank 44 vers: de melk blijft lekker vers in de koeltank 46 gulzig: het kalfje drinkt gulzig melk 51 oogsten: de mais wordt geoogst 52 aarde: er wordt mest op de aarde gespoten 54 melken: 55 wei: overdag gaan de dieren naar de wei 57 de mest 58 de stal 59 het hooi
    Andere magische woorden komen niet letterlijk voor, maar er is wel een duidelijke link: platteland, 19 smerig, 9 vacht, 2 tam, 3 volwassen, 11 voorraad (hooi), 34 motor (van de traktor).
  • 15 uitdagende woorden die de kinderen al kenden in dit boek. Ik was toevallig aanwezig toen het boek werd voorgelezen...
    Magische woorden die letterlijk in het verhaal voorkomen: 1 dierenarts: komt op bezoek voor de zieke koe 6 stro: het stro in de stal moet ververst worden 7 schuilplaats (in de omschrijving van de stal)
    10 winterslaap: de natuur doet een winterslaap 13 gereedschap (de boer heeft heel wat gereedschap nodig op de boerderij 20 stromen: de melk van de koe stroomt naar de koeltank 44 vers: de melk blijft lekker vers in de koeltank 46 gulzig: het kalfje drinkt gulzig melk 51 oogsten: de mais wordt geoogst 52 aarde: er wordt mest op de aarde gespoten 54 melken: 55 wei: overdag gaan de dieren naar de wei 57 de mest 58 de stal 59 het hooi
    Andere magische woorden komen niet letterlijk voor, maar er is wel een duidelijke link: platteland, 19 smerig, 9 vacht, 2 tam, 3 volwassen, 11 voorraad (hooi), 34 motor (van de traktor).
  • Viertakt van Verhallen niet expliciet gebruikt!!
  • Door herhaaldelijk expliciet aandacht te schenken aan woorden onthouden de kleuters meer woorden en leren ze de betekenis diepgaander kennen.
    Schijnwerpers: meerdere malen telkens opnieuw aandacht aan de betekenis van die nieuwe woorden.
    Wij deden dat net voor, tijdens en na het voorlezen en dan nog eens in enkele verwerkingsactiviteiten.
    Er waren al leerkrachten die dat deden, toch hadden ze het gevoel dat er nu meer effect was.

    Belangrijke tip was dat de allereerste keer dat de leerkracht het woord zelf uitlegde.
  • Als je zo’n woord voor het eerst aanbrengt, moet je het volgende vermijden.
  • Die uitleg over wat dat betekent om gulzig te zijn hebben we trouwens meermaals gegeven: voor het lezen, tijdens lezen, na het lezen tot we wel voelden dat ze klaar waren om vraagjes te stellen.
  • Die uitleg over wat dat betekent om gulzig te zijn hebben we trouwens meermaals gegeven: voor het lezen, tijdens lezen, na het lezen tot we wel voelden dat ze klaar waren om vraagjes te stellen.
  • Een beetje aandacht voor de vorm.
    Kleuters met een andere thuistaal zijn veel minder vertrouwd met onze klanken en klankcombinaties. Zij hebben er baat bij dat als jij net het woord hebt voorgezegd, om het te kunnen na-apen. Net zoals kleine kinderen doen.
    Als wij een vreemde taal leren, worstelen we daar trouwens ook mee met die klankvorm en helpt het ons om de klank te proeven. Ik toon hier hoe drie Chinese kleuters dit aanpakken.
    Tip voor 3de kleuterklas: de doelwoorden ook gebruiken in allerlei klank- en letterspelletjes die je speelt om het klankbewustzijn van jouw kleuters te stimuleren.
  • Heeft Sammie dan helemaal geen lijn aan op het prentje hier?
  • KOPIËREN!!!
  • Nood aan herhaling en oefening!
    Woordconcepten worden beter over tijd.

    Kleuters met een lage SES hebben meer moeite om nieuwe woorden te leren.
    VB.
    DE STAD.... “Destelbergen”
    ‘morgen’ -> ‘gisteren’
    mensen = volwassenen
  • Golden oldie + TRANSCRIPTIE...
  • Golden oldie + TRANSCRIPTIE...
  • Golden oldie + TRANSCRIPTIE...
  • V
  • Eigen kinderen inschatten of dat kan of niet.
  • Bron: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Big_blue_dog_on_a_leash_%28Acre,_Israel,_2007%29.jpg
    Auteur: Yuval Y http://commons.wikimedia.org/wiki/User:Yuval_Y
    Licentie: Creative Commons Attribution 3.0 Unported
  • Bron: http://pixabay.com/en/dog-pet-dog-on-a-leash-nature-city-323895/
    Auteur: thephilippena http://pixabay.com/en/users/thephilippena/
    Licentie: Public Domain CC0
  • Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Dog_aggression#mediaviewer/File:Janev_Boss.jpg
    Auteur: Gaga999 http://commons.wikimedia.org/w/index.php?title=User:Gaga999&action=edit&redlink=1
    Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported
  • Bron: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Dog_on_a_Stick_%282483492371%29.jpg
    Auteur: Spider.Dog http://www.flickr.com/people/88728149@N00
    Licentie: Creative Commons Attribution 2.0 Generic
  • Bron: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Cat_harness_and_leash.jpg
    Auteur: K B https://www.flickr.com/photos/28284386@N02
    Licentie: Creative Commons Attribution 2.0 Generic
  • Bron:http://pixabay.com/en/laundry-leash-garments-dry-291168/
    Auteur: Antranias http://pixabay.com/en/users/Antranias/
    Licentie: Public Domain CC0
  • Foto rechts boven:
    Bron: https://www.flickr.com/photos/fiatpanda/3512331959/in/photostream/
    Auteur: K B https://www.flickr.com/photos/28284386@N02
    Licentie: Creative Commons Attribution 2.0 Generic
  • ENKELE SORTEEROPDRACHTEN VOORSTELLEN

    FOTO NOG AANPASSEN...
  • ENKELE SORTEEROPDRACHTEN VOORSTELLEN

    FOTO NOG AANPASSEN...
  • Duimen aanduiden.
  • Thuiservaringen aan bod op dag 1 en dag 3 bij de eenvoudige vragen over de magische woorden.
    Klasactiviteiten aan bod op dag 3 bij het voorlezen van het infoboek: verbanden leggen tussen infoboek en klaservaringen tijdens het lezen.
  • Hoe meer verbanden er gelegd worden tussen woorden, hoe gemakkelijker het is om woorden bij te leren.
  • Informatieve vraag stellen bij het verhaal: hoe oud zou het hondje Sammie zijn? Het antwoord kan je vinden met het infoboek over het leven van een hond.
  • Oude magische woorden vormen een toegangspoort tot de opgeslagen kennis en de belevingswereld van die voorbije thema’s.
  • Juf verzamelt uit alle hoeken één voorwerp. Kleuters zoeken dit voorwerp op de prenten in het boek. Vertellen wat ze hiermee gedaan hebben in hun spel.
    Kleuters zoeken een voorwerp uit het boek in de klasruimte.

    Heel veel gebeurt ook spontaan! Bezoek aan de bakker...
  • Goed om basiswoordenschat te oefenen
    Aangepast voor jongere kleuters: hoort bij ‘boerderij’ – hoort bij ‘keuken’
    Uitdagende vraag stellen
    Integreren in routines, bij het naar buiten gaan.
    Meest gevaarlijke dieren!!!
  • O kijk, daar is ook een hond. Die loopt aan de lijn. Zou die hond drinkwater aan het drinken zijn? Waarom mogen wij niet van plassen drinken?
  • LINK MET ZELF CONTROLEREN: PASSIEF BEGRIP...
  • Telkens 7 kindjes logo, nieuwkomers, afwezigheid
    Laag opleidingsniveau: geen diploma hoger middelbaar onderwijs
  • Verklaarde variantie door volledige model: (3,99 - 3,10)/ 3,99 -> 25% van de data

    Conclusie:
    - de interventie heeft een groot effect op de doelwoordenschat.
    de interventie heeft de kloof tussen de meertalige en eentalige kinderen niet vergroot, maar ook niet verkleind. Dit betekent dat er zeker niet ingeboet mag worden op de differentiatie die reeds in de methode werd aangeboden. In de literatuur zijn er interventies geweest die de kloof wel vergroot hebben, interventies waarbij iedereen evenveel profiteerde van de interventie, interventies waarbij er inhaalbeweging gebeurde (vaak in de laatste met nog meer differentiatiemogelijkheden).
  • Nog niet geanalyseerd: observatieformulieren en betrokkenheidsschalen
  • 3,4 maanden werktijd(10% voor 16 maanden, 20% voor 9 maanden)

×