Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Verslag tafelsessie kunstonderzoek 21 juni 2019

86 views

Published on

Verslag van de eerste gesprekstafel in het kader van de verkenning naar onderzoeksgroepen van kunsthogescholen.

Published in: Government & Nonprofit
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Verslag tafelsessie kunstonderzoek 21 juni 2019

  1. 1. 1 Verslag eerste tafelsessie verkenning versterking praktijkgericht kunstonderzoek Regieorgaan SIA start een verkenning naar hoe het praktijkgericht onderzoek van kunsthogescholen een grotere bijdrage kan leveren aan maatschappelijke uitdagingen, het kunstonderwijs en de kunsten zelf. De eerste tafelsessie voor deze verkenning vond plaats op vrijdag 21 juni 2019 in het Bartholomeus Gasthuis in Utrecht. Onderzoekers en beleidsmedewerkers van de kunsthogescholen gingen met elkaar in gesprek. Martje van Ankeren, programmamanager Regieorgaan SIA, opende de bijeenkomst. Ze gaf aan dat dit de start is van de verkenning om onderzoeksgroepen van kunsthogescholen te versterken. “De verkenning past binnen de strategie van SIA, die ‘Ruimte Creëren’ heet. Het gaat er in deze verkenning om op welke wijze er meer ruimte kan worden gecreëerd voor praktijkgericht onderzoek.” Martje van Ankeren, programmamanager bij Regieorgaan SIA, opent de bijeenkomst
  2. 2. 2 Breed en smal: onderzoek is nodig “Het onderzoek dat door kunsthogescholen gedaan wordt, is erg divers”, concludeert Van Ankeren na een inventarisatie. “Het betreft onder andere sociaalwetenschappelijk onderzoek, ontwerpend onderzoek, erfgoed, artistiek onderzoek enzovoorts. Die breedte komt ook terug in het aantal lectoren. 13% van alle lectoren in Nederland doet onderzoek in dit vakgebied. Als je dat verbreedt naar de creatieve industrie dan kom je al gauw op een derde. Het is tegelijkertijd ook smal; het hangt vaak aan één lector. Als die verdwijnt, is soms een hele onderzoeksgroep weg. We zien een onderzoeksveld met enorm veel potentie en kansen, maar die potentie wordt nog niet ten volle benut. Dat is zonde, omdat het een originele en belangrijke bijdrage kan leveren aan maatschappelijke vraagstukken, aan de missies. Maar ook voor de sector zelf is het zonde. Onderzoek is noodzakelijk voor de verdere doorontwikkeling van het vakgebied.” Martje van Ankeren Deskresearch en gesprekken: gezamenlijke agenda en focus Yolanda Gagliardi van Bosman & Vos ging vervolgens kort in op bevindingen uit deskresearch en gesprekken in het veld met directeuren, lectoren van kunsthogescholen en andere betrokkenen bij onderzoek. Zij gaf een korte toelichting op een aantal highlights.Het eerste punt waar nog meer valt te halen, is een heldere focus. Gagliardi: “Waar vooral behoefte aan is, is focus. Waar het onderzoek zich op richt is nu heel breed en het aantal mensen dat onderzoek doet op hogescholen is klein. Vaak heeft een lector geen fulltime aanstelling en in de beschikbare tijd geeft hij of zij een master en begeleidt studenten. Dan blijft er weinig tijd over voor onderzoek. Meer massa, meer focus geeft meer kansen. Daarmee kun je meer impact en zichtbaarheid genereren”. Yolanda Gagliardi
  3. 3. 3 Onderzoek, beroepenveld en onderwijs “De bijdrage aan de inclusieve samenleving komt in alle gesprekken terug”, vervolgt Gagliardi. “Ook het onderzoek dat ter versterking van het beroepenveld wordt gedaan en een vertaling krijgt in het onderwijs wordt genoemd als kans om impact te genereren.” Samenwerking Gagliardi: “Samenwerking is een belangrijke factor, volgens de geïnterviewden. Met partijen in de regio vooral, maar ook nationaal of internationaal. Door samen te werken kun je meer toegevoegde waarde leveren.” Wat is er dan nodig? Facilitering om het onderzoek te doen. Gezamenlijk personeelsbeleid bijvoorbeeld, goede afspraken of een leerlijn, die ervoor zorgt dat je ook echt stappen kunt zetten als onderzoeker. En ook ondersteuning om bijvoorbeeld penvoerderschap goed te kunnen doen, werd aangeduid als randvoorwaarde. Drie maal versterking De centrale vraag van de verkenning is: Hoe kunnen de onderzoekgroepen van de kunsthogescholen meer bijdragen aan de maatschappelijke uitdagingen en/of de versterking van het onderwijs en het beroepenveld?
  4. 4. 4 De tafels waaraan deze middag gesproken werd, waren opgedeeld in drie thema’s die volgen uit de hoofdvraag: • De maatschappelijke uitdagingen • De versterking van het onderwijs • De versterking van het beroepenveld: Tafel 1: Hoe kunnen de onderzoeksgroepen aan hogescholen meer bijdragen aan (regionale) maatschappelijke vraagstukken? Deze tafel werd geleid door Patrick Cramers van SIA. Al snel kwam hier de ideeënstroom op gang en vijf daarvan belandden op papier. Fieldlabs; werk- of vrijplaatsen De deelnemers zagen veel in het opzetten van enkele, bijvoorbeeld vier á zeven, fieldlabs rondom kunst en maatschappelijke opgaven. Nederland wordt verdeeld in enkele zones, waarbij wordt gekeken wat een goede verdeling en een juiste combinatie van thema’s en regio’s zijn. In deze fieldlabs moeten hogescholen, universiteiten, bedrijven en maatschappelijke partijen en kunstinstellingen samenwerken. Het is een vrijplaats om zaken uit te testen, om tot hypotheses te komen, te testen en gericht onderzoek te doen. Daarmee draagt praktijkgericht onderzoek in de kunsten bij aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.
  5. 5. 5 Gezamenlijke maatschappelijke agenda Daarvoor is het nodig om trends en maatschappelijke vraagstukken samen in kaart te brengen, op regionale en nationale schaal. Wat komt er op ons af? Daarnaast wordt gekeken naar wat er in de kunsten speelt. En vervolgens: waar willen de kunsthogescholen met partners op inzetten? Het resultaat daarvan in een gezamenlijke maatschappelijke agenda. Dit zal de fieldlabs weer voeden. Matching Om de maatschappelijke vraagstukken en het aanbod vanuit kunstonderzoek bij elkaar te brengen, werd door de deelnemers bedacht dat er een matchingbureau of impresariaat in stelling gebracht moet worden. Dat kan binnen het fieldlab, maar ook landelijk worden vormgegeven. Deze matching vraagt organisatie en financiering. Voorwaarden Voorwaarden om te komen tot goede resultaten, zijn zichtbaarheid en interdisciplinair samenwerken. Het advies was: zet de zichtbaarheid goed neer, maak daar ook afspraken over hoe je dat doet en breng begrippen bij elkaar, positioneer je samen en herkenbaar voor de buitenwereld. Het zou goed zijn als daarvoor een kader wordt gegeven. Interdisciplinair samenwerken is per definitie nodig. Ook moet de kunst volgens de deelnemers, af van het idee dat iedereen die onderzoek wil doen in het domein van kunst ook uit de kunst moet komen. Niet alleen dient kunst met kunst samen te werken, maar veel breder dan dat. Dat is een voorwaarde om de genoemde fieldlabs te organiseren. Uitgaan van maatschappelijk belang: maatschappelijke vraagstukken dwingen tot multidisciplinair samenwerken, geven de deelnemers aan deze tafel aan. Richting SIA zien de deelnemers deze voorwaarde ook graag opgenomen in call-teksten. Idee Een idee of eigenlijk een opdracht aan SIA was: kunnen we niet - als er al tafels ‘gezondheid’ en ‘duurzaamheid’ zijn – de maatschappelijk organisaties en kunstopleidingen bij elkaar om tafel zetten rondom die thema’s? Dus ook in deze verkenning een extra ronde met verschillende partijen aan tafel rondom thema’s.
  6. 6. 6 Tafel 2: Hoe kunnen de onderzoeksgroepen beter verbonden worden met het onderwijs? Deze tafel werd geleid door Yolanda Gagliardi. Een gezamenlijke onderzoeksprogrammering Onderwijs en lectoren zouden vaker samen een onderzoeksprogramma moeten samenstellen, vonden de deelnemers uit de eerste ronde aan deze tafel. Hoe ziet het onderzoek er dan uit en wie houdt zich waarmee bezig? In de tweede groep was er veel discussie of een gezamenlijk onderzoeksprogramma gewenst is. Bundelen lijkt een manier om meer impact te genereren. Wellicht zou een deel van het onderzoek binnen de eigen hogeschool gezamenlijk moeten worden geprogrammeerd en een deel vrij laten, aangezien je het kunstvak niet helemaal wilt vastzetten. In de prioriteringsronde kreeg dit punt een relatief groot aantal rode stickers.
  7. 7. 7 Personeelsbeleid en professionaliseringsbeleid Hoge prioriteit kreeg het punt personeelsbeleid: nieuwe mensen op kunsthogescholen aannemen, zowel op het gebied van onderzoek als op het gebied van onderwijs. En bestaande medewerkers moeten in de mindset worden gekregen van onderzoek, bijvoorbeeld verleid worden om onderzoek te doen, PhD-trajecten in te gaan etc. Neem het mee in de aanstellingen van docenten: docenten doen een deel van hun tijd onderzoek en onderzoekers geven een deel onderwijs. Docenten hebben nu vaak helemaal geen uren voor onderzoek of voelen zich niet betrokken bij onderzoek. Competenties van de huidige medewerkers zitten ook niet altijd op het vlak van onderzoek. Het personeelsbeleid zit op veel punten ook vast, mensen stromen niet door. Daar lopen kunstopleidingen tegenaan. Verder professionaliseren is belangrijk. Samenwerking met universiteiten en lectoren binnen en buiten de hogeschool Kennis en kunde kan meer worden gebundeld en daarom is samenwerking met universiteiten en lectoren onderling (ook van verschillende hogescholen) zo belangrijk, volgens de deelnemers. Dit zou bijvoorbeeld in consortia kunnen worden vormgegeven. Opheffen organisatorische scheiding onderzoek en onderwijs De noodzaak om de organisatorische scheiding onderzoek en onderwijs te moeten opheffen werd niet overal herkend. Samenwerking gaat door de organisatorische scheiding niet altijd even goed. Soms ligt dat op het vlak van financiering, soms op uitwisseling. Het aantal uren
  8. 8. 8 onderwijs en onderzoek zijn soms vastgelegd per hogeschool. Dat blijkt overal anders te zijn. Wel wordt herkend dat onderzoek en onderwijs in de managementstructuur heel gescheiden werelden zijn. Tafel 3: Hoe kunnen de onderzoeksgroepen duurzaam bijdragen aan de ontwikkeling van het beroepenveld? Onder leiding van Paul Poortvliet dachten deelnemers na over hoe onderzoeksgroepen duurzaam kunnen bijdragen aan het beroepenveld. Ook hier kwamen vijf punten naar voren. Kennisverspreiding De disseminatie van kennis, ook al in een vroeg stadium met tussentijdse resultaten, werd gezien als een van de meest belangrijke factoren. Symposia en masterclasses zijn van belang, maar betrek het beroepenveld ook al vanaf het begin van het onderzoek. Laat tussentijds resultaten zien, zoals . Op dit moment bereikt de kennis de professionals vaak niet, werd door de deelnemers geconcludeerd. De kunstsector is breed, dit vraagt om een gedifferentieerde aanpak. Denk goed na over andere vormen van kennisverspreiding, buiten de lectoraten, zoals gebruik maken van kennisinstellingen en blogs om het beroepenveld beter te bereiken.
  9. 9. 9 Richt vervolgens kennisverspreiding duurzaam in, voedt het beroepenveld constant op bepaalde thema’s, zodat het ook duidelijke en herkenbare lijnen worden voor professionals. Anderzijds moet er voldoende ruimte blijven voor onderzoeksgroepen om vanuit het veld te programmeren en op behoeftes in te spelen. Hierover was verschil van mening in de groep. Enerzijds was de mening dat SIA zich ver moet houden van thema’s, anderzijds is het van belang dat er wel focus komt. Als kanttekening werd geplaatst dat niet alles kunnen doen in het verspreiden van kennis. Het gaat primair om het onderzoek, de verspreiding valt maar deels binnen de scope van een project. Als lectoraat zou je het wel zo moeten opleveren dat bijvoorbeeld een kennisinstituut of het onderwijs er iets mee kan. Zo komt het weer bij de beroepsbeoefenaren. Er moet ook niet teveel onderzoeksgeld naar verspreidingsactiviteiten. Participeren in onderzoek Een ander punt dat naar voren kwam is participeren in onderzoek. Dus dat betekent dat het beroepenveld echt meedoet in het onderzoek. Er wordt geen onderzoek naar bedrijven gedaan, maar mét. Dit zou vanuit een onderzoeksfinancier ook moeten worden meegefinancierd, omdat medewerkers van bedrijven niet zomaar onbetaalde tijd kunnen vrijmaken. Vervolgens is het hier ook de kunst om het duurzaam in te richten. Dat betekent
  10. 10. 10 niet af en toe ergens een onderzoek, maar langdurig onderzoek bij een instelling en relaties en partnerships opbouwen. Belangrijk is dat degenen die vanuit het beroepenveld participeren wel affiniteit met onderzoek hebben en competenties hebben om te kunnen schakelen tussen het beroep en het veld. Onderzoeker in het werkveld Dit geldt andersom ook. De onderzoeker embedded in het werkveld, werd genoemd. Dat betekent bijvoorbeeld dat een onderzoeker ook daadwerkelijk een deel van zijn of haar tijd in het werkveld zit, hoort wat er gaande is, waar mensen tegenaan lopen. Deze kennis kan de onderzoeker weer inbrengen in het onderzoek en de kennis uit onderzoek kan diegene inbrengen in de werksituatie. Breder dan het beroepenveld We hebben het over het beroepenveld, maar eigenlijk is het breder. Het gaat meer om het maatschappelijke veld. Dus het kunnen ook eindgebruikers zijn, mensen zijn uit inloophuizen of bewoners van bejaardentehuizen etc. Ook zij moeten worden betrokken in onderzoek. Het gaat wederom niet om onderzoek naar en over, maar mét alle betrokkenen, breder dan alleen de professionals. De communicatie kan ook breder, wordt opgemerkt. Hogescholen dienen niet alleen met professionals te communiceren over onderzoek en bevindingen, maar
  11. 11. 11 met de gehele maatschappij. Kunst breder positioneren, kunstopleidingen moeten uit hun bubbel komen en middenin de maatschappij gaan staan. Multidisciplinair samenwerken Net als bij de eerste tafel kwam ook bij deze tafel het interdisciplinair of multidisciplinair samenwerken naar voren. Meer samenwerken door lectoren, dwarsverbanden leggen en een breder aanbod creëren. Er werd geopperd dat een multidisciplinaire aanpak, met participatie van het beroepenveld in het onderzoek en maatschappelijke relevantie voorwaarden moeten worden in een call. Maar let wel, geeft de tweede groep aan deze tafel aan: zorg er wel voor dat het geen mantra wordt. Ook vanuit de financier. Het hangt sterk af van het vraagstuk, en soms is monodisciplinair onderzoek de aangewezen insteek.
  12. 12. 12 Vervolg 13 september zal er weer een tafelsessie zijn, meer gericht op het beroepenveld. In november zal op basis van de verkenning een advies liggen en op basis daarvan wordt besloten wat de vervolgstappen zijn. De stuurgroep denkt mee over wat het advies nu betekent voor het gevolg, welke implicaties heeft het en wat is het mogelijke instrumentarium dat helpt om het doel te bereiken. Want uiteindelijk is het doel: een sterkere positie van onderzoek door kunsthogescholen.

×