Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
Inhoudsopgave:

1. Wat is Web 2.0 ......................................................................... 1
  1.1.   Ken...
9. Google Documents ................................................................. 21
  9.1. Wat is Google Documents?.....
Het internet heruitgevonden: Web 2.0
                             Express yourself!
     1. Wat is Web 2.0
Er is al enige ...
1.1.          Kenmerken Web2.0 toepassingen
      1.1.1.       Web2.0 is gratis!
Een belangrijk kenmerk van Web2.0 is dat ...
1.1.3.       Web2.0 blijft in de bètafase!
Zoals ik al aanhaalde in de vorige twee puntjes is Web2.0 in regel dus gratis e...
2. Voorbeelden van Web 2.0 toepassingen
Als je op het internet begint te zoeken naar sites die te maken hebben met Web
2.0...
9.       Wiki’s en fora: Ook deze vorm is al wijd verspreid en welgekend door de
     modale internetgebruiker. Op deze si...
15. Podcasting: Een podcast is een audiobestand dat je zelf aanmaakt (bvb
   op je eigen computer) en waarin je een soort ...
3. Waarom Web 2.0 in de klas gebruiken?
       3.1.        Voordelen van Web 2.0 toepassingen
   •   Leerlingen zijn heel ...
•   Door Web 2.0 toepassingen te gebruiken vervullen we onze rol van leraar
       als innovator;
       3.2.        Nadel...
4. Filmpjes in de klas?



YouTube, de bekende filmpjessite op het internet waarop iedereen die zelf een
filmpje in elkaar...
•   De site gebruiken om filmpjes te tonen in de klas vereist dat je in die klas
       beschikt over een (snelle) interne...
4.3.        Waarom gebruik ik de filmpjes vanop YouTube niet?
   •   De kwaliteit van filmpjes op YouTube is vaak beroerd ...
5. Bloggen


       5.1.        Wat is een blog?
Een weblog, ook wel blog genoemd, is een website waarop regelmatig - soms...
• Weblog over een bepaald onderwerp
In deze categorie van weblogs gaat de blog niet over het persoonlijke leven van
de blo...
6. Wiki




     6.1.          Wat is een Wiki?
Een wiki is een webtoepassing waarmee een verzameling van webpagina’s kan
...
Door een wiki te gebruiken in de les vervullen we onze rol van leraar als
       innovator.


       6.4.        Waarom zo...
•   Een site over de €-landen waarbij telkens één leerling of enkele leerlingen
       verantwoordelijk zijn voor de infor...
7. Podcasting




     7.1.          Wat is Podcasting?
Podcasting is een samentrekking van twee woorden: iPod en Broadcas...
7.3.          Wat heb je nodig om aan podcasting te doen?
      Je hebt een computer nodig met een (snelle) internetverbin...
8. RSS




     8.1.          Wat is RSS
RSS staat voor Really Simple Syndication en is één van de twee open
standaarden v...
8.4.          Nadelen van RSS?
      Er is toch een beperkte computerkennis vereist om je te abonneren
      op een webfee...
9. Google Documents




       9.1.        Wat is Google Documents?
Google documents is een online mogelijkheid die het be...
10.     Werken met Google Documents
     10.1.         Hoe starten?
Om met Google documents aan de slag te kunnen, moet je...
Het is belangrijk dat je, net zoals je op je PC ook doet, je documenten goed
rangschikt en duidelijk ordent zodat je alles...
Nu kan je geen aangeven met wie je het geselecteerde bestand wilt gaan
delen en welke rol je wilt toekennen aan degene met...
Hier kan je de instellingen voor het delen gaan
                        instellen;
                        Met deze optie ...
10.2.3.     De bestanden

In het rechterondervenster van het overzichtsvenster heb je dan het venster
waar je jou bestande...
11.     Praktisch deel
     11.1.         Werken rond Web 2.0 in de klas.
We spreken hier nu wel altijd maar over Web 2.0,...
11.1.2.      Het werkblaadje
                   Surfen op het internet:
             Op zoek naar Web 2.0 (toepassingen)

...
8. Wat is het nut van de plustekens tussen de zoektermen?
   _____________________________________________________________...
11.1.3.      Het opgeloste werkblaadje
De oplossingen die hierbij gegeven worden zijn oplossingen die op het moment
dat de...
23. Keer nu terug naar www.google.be en typ in het zoekvak het volgende:
      quot;web 2.0quot; + quot;wikiquot; + quot;k...
29. Doe nu nog eens een gok op het woord “blogger” via google. Waar kom
     je terecht?
   We zijn terechtgekomen op www....
11.2.         Hoe haal ik een Youtube - filmpje van de site?
Bijvoorbeeld: een les rond het thema “Halloween” wordt onders...
4. onder het onderdeeltje “browsergeschiedenis” klik je op de knop
      quot;instellingenquot;




   5. nu komt er een n...
Je kunt ook rechtstreeks naar de desbetreffende map gaan. Het adres zie je
   hierboven. Het woord “Sandergar” verander je...
9. DAT bestandje heb je nodig: dat bestandje is uw videootje, maar je
      kunt dat nog niet gebruiken. Het bestandje sta...
12. je kiest daar bij quot;Source filequot; u bestandje, filetype “Flash Video
       (.flv)” en bij “uitvoer” kies je voo...
11.3.         Steek je foto’s en video’s in een online-emmer:



      11.3.1.      Wat is Photobucket?
Photobucket is een...
8. Nu kom je op een pagina waarop je een beetje extra informatie moet
      geven ivm je account. Photobucket geeft je ook...
12. Je klikt nu op de knop “Choose files” en selecteert de bestanden die je
     nodig hebt (Tip: met CTRL + linkermuiskli...
15. Eens je op de knop “Save and continue” geklikt hebt, keer je terug
     naar je album waar je alle afbeeldingen en vid...
20. Nu krijg je jouw slideshow te zien, met allerlei codes om de slideshow op
     andere platforms te gaan gebruiken.



...
11.3.3.      Waar kan ik die foto’s embedden?
                De slideshow die je aangemaakt hebt kan je gaan embedden
   ...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Eindwerk Web2

4,471 views

Published on

eindwerk Web2.0

Published in: Technology, Travel
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Eindwerk Web2

  1. 1. Inhoudsopgave: 1. Wat is Web 2.0 ......................................................................... 1 1.1. Kenmerken Web2.0 toepassingen .............................................................................. 2 1.1.1. Web2.0 is gratis! ................................................................................................ 2 1.1.2. Web2.0 is heel gebruiksvriendelijk!................................................................... 2 1.1.3. Web2.0 blijft in de bètafase! .............................................................................. 3 1.1.4. Web2.0 is sociaal! .............................................................................................. 3 2. Voorbeelden van Web 2.0 toepassingen................................... 4 3. Waarom Web 2.0 in de klas gebruiken? ................................... 7 3.1. Voordelen van Web 2.0 toepassingen ........................................................................ 7 3.2. Nadelen van Web 2.0 toepassingen............................................................................ 8 4. Filmpjes in de klas?.................................................................. 9 4.1. Waarom gebruik ik de site (www.youtube.com) niet om de filmpjes te tonen?........ 9 4.2. Waarom zou ik dan toch de filmpjes vanop YouTube gebruiken in de klas?.......... 10 4.3. Waarom gebruik ik de filmpjes vanop YouTube niet? ............................................ 11 5. Bloggen .................................................................................. 12 5.1. Wat is een blog? ....................................................................................................... 12 5.2. Wat heb je nodig om met een blog aan de slag te gaan?.......................................... 12 5.3. Soorten blogs............................................................................................................ 12 5.4. Voordelen van een blog in het secundair onderwijs?............................................... 13 5.5. Nadelen van een blog in het secundair onderwijs? .................................................. 13 5.6. Waarvoor kan je nu een dergelijke blog gebruiken?................................................ 13 6. Wiki........................................................................................ 14 6.1. Wat is een Wiki? ...................................................................................................... 14 6.2. Wat heb je nodig om met een wiki aan de slag te gaan?.......................................... 14 6.3. Waarom zou ik een wiki gebruiken in mijn klaspraktijk?........................................ 14 6.4. Waarom zou ik een wiki niet gebruiken in mijn klaspraktijk? ................................ 15 6.5. Waarvoor kan je een wiki gebruiken?...................................................................... 15 7. Podcasting ............................................................................. 17 7.1. Wat is Podcasting? ................................................................................................... 17 7.2. Wat is het verschil tussen ‘podcasting’, ‘on demand streaming’ en ‘webcast’?...... 17 7.3. Wat heb je nodig om aan podcasting te doen? ......................................................... 18 7.4. Voordelen van podcasting? ...................................................................................... 18 7.5. Nadelen van podcasting?.......................................................................................... 18 7.6. Waarvoor kan je podcasts gebruiken?...................................................................... 18 8. RSS ........................................................................................ 19 8.1. Wat is RSS ............................................................................................................... 19 8.2. Wat heb je nodig om met RSS te werken?............................................................... 19 8.3. Voordelen van RSS? ................................................................................................ 19 8.4. Nadelen van RSS? .................................................................................................... 20 8.5. Waarvoor kan je RSS gebruiken? ............................................................................ 20
  2. 2. 9. Google Documents ................................................................. 21 9.1. Wat is Google Documents?...................................................................................... 21 9.2. Welke documenten kan je zoal allemaal maken?..................................................... 21 9.3. Wat heb je nodig om met Google Documents te werken? ....................................... 21 9.4. Waarom zou je met google documents werken?...................................................... 21 10. Werken met Google Documents ............................................. 22 10.1. Hoe starten?.......................................................................................................... 22 10.2. Het overzichtsvenster ........................................................................................... 22 10.2.1. De menubalk .................................................................................................... 23 10.2.2. De navigatiestructuur ....................................................................................... 25 10.2.3. De bestanden .................................................................................................... 26 11. Praktisch deel ........................................................................ 27 11.1. Werken rond Web 2.0 in de klas. ......................................................................... 27 11.1.1. De inleiding ...................................................................................................... 27 11.1.2. Het werkblaadje................................................................................................ 28 11.1.3. Het opgeloste werkblaadje ............................................................................... 30 11.2. Hoe haal ik een Youtube - filmpje van de site? ................................................... 33 11.3. Steek je foto’s in een online-emmer: Photobucket............................................... 38 11.3.1. Wat is Photobucket?......................................................................................... 38 11.3.2. Hoe plaats ik mijn foto’s online? ..................................................................... 38 11.3.3. Waar kan ik die foto’s embedden? ................................................................... 43
  3. 3. Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself! 1. Wat is Web 2.0 Er is al enige tijd spraken van een “nieuw” fenomeen op het internet: Web 2.0. Wat is nu juist die Web 2.0? Om dat te gaan verklaren, moeten we eerst eens gaan kijken hoe internet er in zijn kinderschoentjes uitzag. Daarom maken we hieronder een vergelijking tussen Web1.0 en Web 2.0 Web 1.0 Web 2.0 1. Één auteur 1. Vele auteurs die aan dezelfde (éénrichtingsverkeer): de webpagina werken auteur publiceert op het (tweerichtingsverkeer): WWW, de lezer leest de Iedereen kan aanpassingen webpagina, zonder doen aan de webpagina’s feedback/aanpassingen te Het internet staat dus dichter geven. bij de “gewone” mens. 2. Niet interactief 2. Interactief 3. Niet voorzien van Tags 3. Voorzien van Tags om zo (kernwoorden) sneller informatie te vinden. 4. Slechts een beperkte groep 4. Iedereen is webmaster! webmasters Web 2.0 is dus een verzamelnaam voor websites die veranderen naar een volledig platform met interactieve webapplicaties voor eindgebruikers op het WWW. Sander Garrevoet Eindwerk: 1 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  4. 4. 1.1. Kenmerken Web2.0 toepassingen 1.1.1. Web2.0 is gratis! Een belangrijk kenmerk van Web2.0 is dat de software of de toepassing gratis door iedereen te gebruiken is. We spreken in dit opzicht over freeware-programma’s of opensource-programma’s. Iedereen die dat wenst kan het programma downloaden, gebruiken, en zij die dat willen/kunnen mogen het programma aanpassen naar zijn/haar noden, er de fouten uithalen. Indien zij dat willen kunnen zij zelfs het verbeterde programma terug doorsturen naar de fabrikant of de website die het programma verspreid. De Web2.0-toepassingen die internetgeoriënteerd zijn worden in regel ook gratis aan iedereen verstrekt. Het is echter wel zo dat elke gebruiker altijd een gebruikersnaam en een wachtwoord moet opgeven om van de toepassing gebruik te kunnen maken. Die gebruikersnaam en dat wachtwoord zijn niet bedoeld om het aantal gebruikers te limiteren of te controleren, maar eerder omdat bij de meeste Web2.O toepassingen een aantal individueel verschillende voorkeuren te kunnen bijhouden en dat te kunnen aanbieden aan elke gebruiker. Hoe de ontwikkelaars dan wel aan het nodige geld komen om de mensen te betalen die aan de software/dienst meewerken te betalen is eenvoudig te beantwoorden: sponsoring of reclame. Een klein deel van de webpagina wordt gereserveerd voor reclame. Zo komen de ontwikkelaars aan de nodige budgetten om de diensten/producten te ontwikkelen en draaiende te houden. 1.1.2. Web2.0 is heel gebruiksvriendelijk! Een tweede kenmerk van Web2.0 is dat de software of de toepassing heel gebruiksvriendelijk wordt gemaakt. De makers van die software of de toepassing hebben in dit verband ingezien dat zoveel mogelijk personen van de toepassingen gebruik moeten maken. We spreken in dit geval over de termen “Look&Feel” en “What You See Is What You Get”. Zoals je kan afleiden uit de vertaling van de twee termen is de software heel visueel en heel intuïtief opgebouwd. Het is de bedoeling dat iedereen, zowel de professionele internetgebruiker die in staat is om zelf webdiensten te ontwikkelen tot de complete internetleek, van de Web2.0 diensten/producten kan gebruikmaken zonder al teveel voorkennis nodig te hebben. In dit kader moeten we ook spreken over de laagdrempeligheid van Web2.0. Het is immers zo dat Web2.0 toepassingen heel weinig eisen stellen aan de computerconfiguratie van de thuisgebruiker. Aangezien het merendeel van de Web2.0 toepassingen zich op het internet bevinden is het voldoende dat je een basiscomputer ter beschikking hebt met een (snelle) internetverbinding. Meer heb je niet nodig. Geen gegoochel met Voodoo- beeldkaarten, Gigabytes aan RAM-geheugen, … wanneer we met Web2.0 bezig zijn dus. Sander Garrevoet Eindwerk: 2 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  5. 5. 1.1.3. Web2.0 blijft in de bètafase! Zoals ik al aanhaalde in de vorige twee puntjes is Web2.0 in regel dus gratis en heel gebruiksvriendelijk. Bovendien is het zo dat iedereen aanpassingen kan aanbrengen aan de producten/diensten en die kan doorgeven naar de fabrikanten/auteurs van de producten/diensten. Daardoor is het zo dat Web2.0 toepassingen altijd in de bètafase blijven omdat er constant nieuwe mogelijkheden aangeboord kunnen worden waardoor de toepassing niet verder geraakt dan de testfase. We leven bovendien ook in een periode waarin er steeds meer mogelijkheden opduiken waarvan de codes vrij te gebruiken zijn. Daardoor wordt er steeds meer mogelijk doordat al die mogelijkheden met elkaar gecombineerd kunnen worden. Zo kan je bijvoorbeeld filmpjes vanop YouTube eenvoudig embedden op een wiki, op een blog, … zijn de berichten die je tikt op je blog te bekijken via een feedreader zoals Netvibes, worden er constant nieuwe widgets ontwikkeld die vrij te gebruiken en te embedden zijn op andere platforms… Zoals je dus merkt blijft alles steeds in de ontwikkelings- of bètafase en is het door de snelheid van ontwikkeling van nieuwe mogelijkheden dus niet mogelijk om een stabiele eindversie van de Web2.0-toepassing te ontwikkelen en te distribueren. 1.1.4. Web2.0 is sociaal! Web2.0 is in principe sociaal! Vroeger was het de gewoonte dat je naar de internetpioniers of internetgebruikers keek als zijnde asociale en sociaal gestoorde personen die vooral bezig zijn met het programmeren van software en zich zo ver mogelijk houden van de dagelijkse bezigheden en de rest van de maatschappij. Nu, met Web2.0, is het zo dat steeds meer mensen zich vaak bezighouden op het internet. Het is dan ook zo dat er veel Web2.0-toepassingen zijn waarbij je in contact kan komen met andere computergebruikers. Zo heb je het over heel de wereld immens populaire Facebook waarop je jou profiel opgeeft en het ook de bedoeling is dat je met andere gebruikers in contact komt. En zo zijn er nog vele andere Web2.0-toepassingen waarbij het de bedoeling is dat je in contact komt met andere mensen, nieuwe mensen leert kennen via andere mensen, … Web2.0 is dus sociaal! Een aantal kernwoorden voor het hele Web2.0 gebeuren is sharing en collaborating. Daarmee bedoelen we dat het de bedoeling is dat je alles wat je doet op het internet deelt met anderen (sharing) en dat je ook samen gaat werken aan projecten met anderen (collaborating). Wanneer je dus iets op het internet tegenkomt, geeft Web2.0 ons de mogelijkheid om dat de delen met onze collega’s, vrienden, familie, … en hen op die manier ook kennis te laten maken met onze ontdekking. Bovendien is het zo dat je samen aan projecten online kan werken. Ik denk daarbij aan Google Documents waarbij je samen aan documenten online kan werken (Zie: Google Documents). Sander Garrevoet Eindwerk: 3 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  6. 6. 2. Voorbeelden van Web 2.0 toepassingen Als je op het internet begint te zoeken naar sites die te maken hebben met Web 2.0, krijg je enorm veel hits van Google terug. Om een beetje orde in die chaos te scheppen, heb ik gekozen om een bepaalde opdeling te maken tussen al de Web 2.0 toepassingen. Ik geef ook telkens een voorbeeld van een site die tot deze categorie behoort. Meer voorbeelden vind je op http://web2.garrevoet.be 1. Data-omzettingsites: Via deze sites kan je om het even welk bestand omzetten naar een zelfgekozen bestandstype, zonder daar enig programma voor nodig te hebben op de pc. (bvb http://www.media-convert.com) 2. Verzamelsites Web 2.0: Op deze sites wordt er verzameld wat er allemaal bestaat op het internet dat te maken heeft met Web 2.0. Zoals met alles op het internet is de ene site hiervoor al beter/uitgebreider/selectiever dan een andere. (bvb http://www.web20opschool.be) 3. URL-verzamel/uitwisselsites: Op deze sites kan je jouw favoriete sites plaatsen en die dan uitwisselen met anderen zodat zij de sites ook kunnen leren kennen. Dit doe je door middel van tags. (bvb http://del.icio.us) 4. Artikels: Op deze sites worden artikels geplaatst die te maken hebben met Web 2.0 (bvb http://www.manssen.nl ) 5. Online radio/streaming/Mp3: Op deze sites kan je online naar radiozenders luisteren, zelf je favoriete muziek laten afspelen, … (bvb http://www.deezer.com, http://www.last.fm) 6. Platformsites: Op deze sites maak je zelf een account aan, en kan je dan zelf de inhoud van je pagina aanpassen dmv interactieve modules toe te voegen en daar inhoud aan te geven (bvb de veranderingen van een website (via RSS) omgekeerd chronologisch laten verschijnen in een module) (bvb http://www.netvibes.com) 7. Filmpjessites: Dit is één van de bekendste toepassingen van Web 2.0. Op deze sites kunnen geregistreerde gebruikers zelfgemaakte/gemonteerde filmpjes uploaden, voorzien van tags (kernwoorden waardoor gebruikers de filmpjes gemakkelijk terugvinden) en kan iedereen die filmpjes bekijken. (bvb http://www.youtube.com) 8. Online programma’s: Op deze sites kan je online programma’s gebruiken en eventueel je gemaakte bestanden delen met anderen. Je hebt dus geen programma’s hiervoor nodig op je pc (behalve een internet browser dan). (bvb http://docs.google.com, http://www.zoho.com, http://www.buzzword.com) Sander Garrevoet Eindwerk: 4 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  7. 7. 9. Wiki’s en fora: Ook deze vorm is al wijd verspreid en welgekend door de modale internetgebruiker. Op deze sites is het namelijk zo dat je (althans wat wiki’s betreft) alles kan veranderen wat al op de wiki staat. Je kunt dit meestal als geregistreerde gebruiker, maar net zo goed als ongeregistreerde gebruiker. Wat fora betreft is het zo dat een beperkt aantal mensen (meestal administrators) controle uitoefent op het forum en nieuwe topics kunnen instellen. De leden die op het forum zijn geregistreerd kunnen dan reageren op het topic. (bvb http://nl.wikipedia.org) 10. Online (lucht)foto’s/kaarten: Dit is een toepassing die toch bij veel mensen tot de verbeelding spreekt. Op deze sites kan je naar luchtfoto’s zoeken en bekijken. De foto’s zijn in sommige gevallen vrij gedetailleerd. (bvb zoek maar eens naar je eigen woning op http://maps.live.com) 11. Trackings: Deze sites houden eigenlijk de geschiedenis van jou surfgedrag bij om zo nog beter in te spelen op jou behoeften/interesses. Zo wordt er bijvoorbeeld bijgehouden van welke site je op de trackingsite terecht bent gekomen en naar welke site je vanop de trackingsite doorklikt. (bvb: http://www.surftail.com). 12. Online storage & delivery: Via deze sites kan je (grote) bestanden op een bepaalde plaats op het internet plaatsen waarvan je dan via het internet je gegevens ook weer kan opvragen. Ook is het mogelijk om via deze sites grote bestanden naar jou of iemand anders’ e-mailadres te sturen. De ontvanger krijgt dan een melding dat er een bestand voor hem/haar klaarstaat op de server van de website waar hij het kan halen. Meestal wordt er een link naar het bestand in het e-mailbericht meegestuurd. (bvb http://www.xdrive.com, http://in.solit.us, http://www.yousendit.com) 13. Bloggen: Via deze sites kan je eenvoudig, met een paar muisklikken je eigen blog activeren en aanmaken. Bloggen staat voor een online dagboek waarin je naar hartenlust berichtjes kan plaatsen over al je belevenissen, commentaar op bvb politieke kwesties, de voortgang van een groepswerk, alles wat je wilt vertellen aan de wereld kan je doen op een blog. (bvb http://www.blogger.com) 14. Spaces/profielsites: Deze sites hebben een link met bloggen en platformsites, maar zijn toch niet volledig hetzelfde. Op een spaces/profielsite plaats je zelf gegevens over jezelf en je kan – als je dat wilt – een blog (zowel een videolog als een blog als een fotoblog, soms ook een podcast) of eigen muziek toevoegen aan je profielpagina. Je kiest dus zelf wat je op jou profielsite zet. (bvb http://spaces.live.com, http://www.myspace.com) Sander Garrevoet Eindwerk: 5 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  8. 8. 15. Podcasting: Een podcast is een audiobestand dat je zelf aanmaakt (bvb op je eigen computer) en waarin je een soort eigen radio-uitzending maakt dat je daarna gratis (!) aanbiedt op het internet. Die radio-uitzending kan vanalles bevatten, zoals je ook verschillende soorten radioprogramma’s hebt (liedjeslijsten, documentaires, een gesproken verslag van je belevenissen, … je kan het zo gek niet bedenken of het kan.) Die podcast wordt dan aangeboden op een site waarop de bezoeker zich dan kan abonneren op de podcast. De podcast kan de luisteraar dan beluisteren op zijn iPod, maar evengoed gewoon op de PC, of op een andere MP3-speler. Wanneer er een nieuwe versie van de podcast beschikbaar is, zorgt de feed er voor dat de nieuwe podcast automatisch gedownload wordt naar de computer van de geabonneerde. (bvb http://podcasting.muggsy.be, http://www.podcasting.be/vl.php). 16. Feed & RSS: Een webfeed is een alternatieve, versimpelde weergave van online inhoud. Het is de meest gebruikte vorm van websyndicatie. Een site plaatst zijn inhoud, vaak in een verkorte of beschrijvende versie, in een online bestand: de feed. Met behulp van een feed-lezer kun je de feed vervolgens lezen. Door meerdere webfeeds, van verschillende aanbieders, te verzamelen, kun je bijvoorbeeld in één oogopslag al het nieuws én alle nieuwe weblog-berichten overzien. De feed-lezer werkt de feeds op periodieke basis bij, bij een nieuw item wordt de gebruiker meestal met een melding op de hoogte gebracht. Vaak hebben sites meerdere feed-kanalen, bijvoorbeeld één voor het algemene nieuws, en een feed voor sportnieuws. Verschillende sites bieden nog een verdere specificatie van de feed-inhoud, bijvoorbeeld met behulp van één of meer trefwoorden. Er zijn twee open standaarden voor feeds: RSS en Atom. Deze XML-formaten bepalen de opbouw van het feed-bestand. Dit is voor de eindgebruiker van weinig belang, aangezien de feed-lezer het bestand leesbaar maakt en nagenoeg alle feed-lezers met beide formaten overweg kunnen. (bvb http://www.netvibes.com, http://www.feedread.nl) Zoals je waarschijnlijk wel al door hebt staan al deze mogelijkheden niet alleen en zijn die categorieën niet sluitend. Het komt meermaals voor dat één site tot meer dan één categorie behoort en dus moeilijk in te delen is. Er zijn enorm veel sites waar je bijvoorbeeld EN kan bloggen EN filmpjes kan op bekijken, of waar je EN kan bloggen EN een profiel kan op plaatsen. De mogelijkheden zijn eindeloos, en het leuke is dat je alle gegevens van een bepaalde site kan gebruiken om te plaatsen op jou site, zonder daarvoor vervolgd te worden. Meer nog: het wordt zelfs aangemoedigd! Sander Garrevoet Eindwerk: 6 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  9. 9. 3. Waarom Web 2.0 in de klas gebruiken? 3.1. Voordelen van Web 2.0 toepassingen • Leerlingen zijn heel vaak zelf bezig met Web 2.0 toepassingen, je speelt dus in op hun leefwereld (denk maar aan het immens populaire Netlog); • Ook in de volwassen leefwereld leeft het fenomeen Web 2.0 enorm (denk maar aan YouTube.be, Zattevrienden.be, datingsites, ….); • Je hebt geen zware PC nodig om met Web 2.0 toepassingen aan de slag te gaan. Je hebt enkel een basispc nodig om ermee aan de slag te gaan; • Web 2.0 toepassingen bieden zeker een meerwaarde bij groepswerken. Er wordt geregistreerd wanneer wie wat gedaan heeft (zie: GoogleDocs, Blogs, wiki’s) en er is dus een eerlijkere spreiding van werk voor leerlingen en gemakkelijkere controle op het geleverde werk voor de leerkracht; • Web 2.0 toepassingen zijn online beschikbaar en dus vanaf om het even welke PC te bereiken. Geen excuses meer wanneer leerlingen hun werkstuk toevallig niet mee hebben. Leerlingen hebben het bij groepswerken vaak moeilijk om een plaats en tijdstip te vinden om samen te komen; wanneer je werkt met Web 2.0 toepassingen is dat probleem opgelost: leerlingen kunnen eraan werken wanneer en waar hen dat uitkomt; • Ook voor individuele opdrachten kan je Web 2.0 toepassingen gebruiken. Er wordt immers heel duidelijk bijgehouden wanneer er aan gewerkt werd en door wie; • Web 2.0 toepassingen zijn per definitie gratis en door iedereen te gebruiken! Dit mag zeker niet onze hoofdreden zijn om ermee aan de slag te gaan in de klaspraktijk, maar het is wel handig meegenomen; • Web 2.0 toepassingen zijn ontworpen opdat iedereen met een beetje ICT-kennis en logisch denkvermogen heel snel en doelgericht met de toepassingen aan de slag kan. Alle toepassingen zijn van het WYSIWYG (What You See Is What You Get) principe en zijn ook heel Look&Feel qua navigatie en instellingen naar de gebruiker toe. De toepassingen zijn dus heel gebruiksvriendelijk; • Web 2.0 toepassingen zijn heel vaak “open source” waardoor iedereen verbeteringen kan aanbrengen aan de programma’s/websites en dus worden de programma’s/websites altijd maar beter en gebruiksvriendelijker; • De Web 2.0 toepassingen zijn legaal te gebruiken door iedereen. Je hoeft je dus geen zorgen te maken over auteursrechten, licenties, … • Er komen steeds meer en betere toepassingen uit waaruit je kan kiezen om te gebruiken. Concurrentie tussen bepaalde sites (bvb Google en Youtube) zorgt ervoor dat de ontwikkelaars steeds gedwongen worden om nieuwe en steeds betere en meer mogelijkheden te ontwikkelen voor hun toepassing; Sander Garrevoet Eindwerk: 7 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  10. 10. • Door Web 2.0 toepassingen te gebruiken vervullen we onze rol van leraar als innovator; 3.2. Nadelen van Web 2.0 toepassingen • Het grote nadeel en gevaar van Web 2.0 toepassingen, is dat iedereen op elk moment en op alle verschillende manieren zich kan uiten. Ook (pedagogisch) ongepaste reacties kunnen dus voorkomen, en daarvoor moeten we onze leerlingen toch wat beschermen. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan een vechtpartij op de grote markt van Sint-Niklaas tussen twee klassen van de secundaire school VTS die op voorhand werd aangekondigd op de profielsite Netlog. • Web 2.0 toepassingen bevinden zich op het internet, en je moet daar dus een internetverbinding voor hebben en de server van je toepassing moet voldoende verbindingen aankunnen; • Wanneer je een opdracht geeft die leerlingen moeten maken mbv een Web 2.0 toepassing, ga je ervan uit dat een leerling toegang heeft tot het internet. Ook al hebben heel veel leerlingen van thuis uit toegang tot het internet, er zal steeds een deel van je leerlingen geen internettoegang thuis hebben. Dit nadeel wordt deels opgeheven door de beschikbaarheid van computerklassen op school en in bibliotheken, openbare plaatsen, maar hier schiet men toch nog te kort; • Je moet bij het uitkiezen van de toepassingen waarmee je gaat werken goed nagaan hoe betrouwbaar de server, firma is die de toepassing aanbiedt. Web 2.0 leven op het internet en op het internet is alles vluchtig en vergankelijk. Daarom gebruik ik in dit eindwerk vooral toepassingen van de grote firma’s zoals Google en Microsoft omdat een dergelijke bekende naam toch een zekerheid geeft over het voortbestaan van de toepassingen; • Doordat alles op het internet staat, moet je geregeld enkele zaken overpompen naar je eigen pc naar evaluatie toe; Sander Garrevoet Eindwerk: 8 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  11. 11. 4. Filmpjes in de klas? YouTube, de bekende filmpjessite op het internet waarop iedereen die zelf een filmpje in elkaar kan boksen dat filmpje online kan zetten, is momenteel een enorme hype op het internet. Heel veel gesprekken, ook tussen leerlingen, beginnen tegenwoordig met “Heb je dat filmpje gezien op YouTube, gewoon “dat woord” intikken…”. Leerlingen zitten soms urenlang op de site te kijken naar filmpjes en vinden dat echt fijn. Ga maar eens met leerlingen in een computerklas binnen en geef ze de eerste tien minuten een beetje vrijheid. Je zult zien dat er binnen de kortste keren een aantal leerlingen op YouTube naar filmpjes aan het kijken zijn! YouTube leeft dus echt onder leerlingen, en laat ons eerlijk zijn: ook onder leerkrachten en volwassenen leeft de hype enorm. Waarom zouden we dat dan ook niet gaan gebruiken in onze lessen? Waarom zouden we geen gebruik maken van de hype en de nieuwe mogelijkheden van het internet om het ons enerzijds makkelijker te maken, en toch iets heel motiverend en leuk te doen? Hoe gebruik ik YouTube-filmpjes in de klas? Het is aangewezen om een filmpje vanop YouTube van het internet te halen en als losstaand videofragmentje buiten de website te gebruiken. 4.1. Waarom gebruik ik de site (www.youtube.com) niet om de filmpjes te tonen? Sander Garrevoet Eindwerk: 9 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  12. 12. • De site gebruiken om filmpjes te tonen in de klas vereist dat je in die klas beschikt over een (snelle) internetverbinding, een computer, een beamer en geluidsboxen om het filmpje te tonen. Iets wat gezien onze huidige beschikbaarheid van moderne media en constant bezette computerklassen in de secundaire scholen geen evidentie is; • de lay-out van de site zelf werkt storend als je een filmpje wilt tonen. YouTube suggereert zelf altijd een aantal andere filmpjes, wat ons dan weer teveel zou kunnen afleiden, niet alle filmpjes zijn trouwens ook geschikt voor leerlingen; • wat indien YouTube plat ligt? • wat indien de internetverbinding van de school niet meer of niet naar behoren werkt op het moment dat je het filmpje nodig hebt? • waarom zou je een computerklas bezet houden om enkel een filmpje van vijf tot tien minuten te tonen aan een klas? De computerklassen zijn in ieder geval altijd al druk bezet, en als iedereen om kort een filmpje te tonen aan de leerlingen een computerklas gaat gebruiken zal er heel wat wrevel onder collega-leerkrachten ontstaan. 4.2. Waarom zou ik dan toch de filmpjes vanop YouTube gebruiken in de klas? • Je kunt de filmpjes vanop YouTube halen en ze zonder internet nodig te hebben in een klas tonen; • YouTube is een enorm archief aan (bruikbare) filmpjes die je zorgvuldig kan uitkiezen en gebruiken in een klas; • werken met filmpjes is een motiverende leeractiviteit voor leerlingen; • filmpjes vanop YouTube zijn gratis te gebruiken door iedereen. Indien er een filmpje staat op YouTube dat niet door iedereen mag gebruikt worden, wordt dit gemeld aan de redactie van YouTube (zie de link “Flag as inappropriate” dat onder elk filmpje staat) door de gebruikers van YouTube (lees: sociale controle); • je vindt op YouTube meer filmpjes en meer bruikbaar materiaal dan in een doorsnee videotheek; • YouTube is een enorme hype, zowel onder leerlingen als onder leerkrachten, volwassenen, … Het is dan ook bijzonder fijn en motiverend als je daarmee iets kan doen; • als je met een filmfragment wilt werken heb je in ieder geval een DVD en TV + Dvd-speler nodig, hetzelfde geldt voor YouTubefilmpjes; • YouTubefilmpjes zijn beperkt in lengte, wat het ook weer een aangename afwisseling maakt tijdens de lessen; Sander Garrevoet Eindwerk: 10 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  13. 13. 4.3. Waarom gebruik ik de filmpjes vanop YouTube niet? • De kwaliteit van filmpjes op YouTube is vaak beroerd en dus moeilijk bruikbaar in de klas; • je moet al een klas met laptop, beamer en geluidsboxen hebben om de filmpjes te kunnen afspelen vanop de site, gezien de huidige status van beschikbare laptops en beamers op secundaire scholen geen evidentie; • je kunt de filmpjes uiteraard ook branden op DVD, maar dan moet je al beschikken over een DVD-writer thuis of op school en een DVD-speler en TV in de klas. • als je echt een uitgebreide luistervaardigheidoefening wil doen in je klas, heb je vaak een videofragment nodig dat langer duurt dan het doorsnee YouTubefilmpje; Sander Garrevoet Eindwerk: 11 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  14. 14. 5. Bloggen 5.1. Wat is een blog? Een weblog, ook wel blog genoemd, is een website waarop regelmatig - soms meerdere keren per dag - nieuwe bijdragen verschijnen en waarop de geboden informatie in omgekeerd chronologische volgorde (het nieuwste bericht verschijnt als eerst) wordt weergegeven. Wie een weblog bezoekt, treft dan ook op de voorpagina de recentste bijdrage(n) aan. De auteur, ook wel blogger genoemd, biedt in feite een logboek van informatie die hij wil delen met zijn publiek, de bezoekers van zijn weblog. Meestal gaat het dan om tekst, maar het kan ook om foto's (een fotoblog), video (vlog) of audio (podcast) gaan. Weblogs bieden hun lezers ook veelal de mogelijkheid om - al dan niet anoniem - reacties onder de berichten te plaatsen of een reactie via een Trackback-mechanisme achter te laten. Het is het persoonlijke of juist het gespecialiseerde karakter dat weblogs interessant maakt voor bezoekers. (Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bloggen) 5.2. Wat heb je nodig om met een blog aan de slag te gaan? Je hebt een computer met een (snelle) internetverbinding nodig; Je hebt een account met gebruikersnaam en wachtwoord nodig bij een blogaanbieder (bvb http://www.blogger.com) 5.3. Soorten blogs Sta me toe te beginnen met te vertellen dat er enorm veel soorten blogs bestaan. Een up-to-date overzicht van de verschillende soorten blogs vind je op http://nl.wikipedia.org/wiki/Bloggen#Soorten_weblogs. Al die verschillende soorten blogs beschrijven zou ons te ver leiden, bovendien kunnen we nooit alle soorten blogs hier beschrijven omdat er constant nieuwe soorten bijkomen. Grosso modo kunnen we de blogs indelen in twee categorieën: persoonlijke blogs en blogs over een bepaald onderwerp. • Persoonlijke blog Zoals de naam zelf al zegt zullen blogs die we in deze categorie onderbrengen vooral posts (berichten die door de blogger op de weblog worden geplaatst) bevatten die over het persoonlijke leven van de blogger gaan. De blog wordt gebruikt als een online persoonlijk dagboek. Hierna volgen enkele voorbeelden: o Lifelog o Reisblogs o Babysite o Fotoblog o Politiek weblog Sander Garrevoet Eindwerk: 12 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  15. 15. • Weblog over een bepaald onderwerp In deze categorie van weblogs gaat de blog niet over het persoonlijke leven van de blogger, maar wel over een bepaald onderwerp. Hierna volgen enkele voorbeelden: o Stadsblog o Nieuwslog o Wijkblog o TV-blog o Themablog o Clublog o Filmblog (bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bloggen) 5.4. Voordelen van een blog in het secundair onderwijs? • Via een blog kan iedereen individueel zijn vorderingen bijhouden; • Je start een blog heel snel en eenvoudig op, zo hoef je niet nodeloos tijd te verspillen tijdens de weinige uurtjes informatica; • Bloggen is over het algemeen plezant voor leerlingen; • De informatie die je online zet, is direct voor iedereen beschikbaar; • Geen gezeul meer met een papieren logboek waarbij je dat logboek twee dagen voor controle eventjes snel invult; • De leerkracht kan een betere controle uitvoeren op het proces van de leerling adhv de tijdsaanduidingen in de blog; • Via een blog kan je allerlei leuke widgets en functionaliteiten toevoegen aan de blog zoals bvb embedded YouTube-filmpjes; • Je lezer (dus ook de leerkracht) kunnen via een RSS-feed eenvoudig op de hoogte blijven van de inhoud van de blog. Zo kan je jou abonneren op die RSS-feed en krijg je de nieuwste content van de blog rechtstreeks in je mailbox; • Een blog is een redelijk nieuw fenomeen op het internet, en wat nieuw is spreekt de leerlingen in ieder geval aan. 5.5. Nadelen van een blog in het secundair onderwijs? • Qua look&feel en persoonlijke opmaak zit je bij een online dienst vrij beperkt. Je kunt enkel maar instellen wat de onlinedienst aanbiedt; • Net als bij een papieren logboek vergt het doorzettingsvermogen om de blog regelmatig te blijven updaten. 5.6. Waarvoor kan je nu een dergelijke blog gebruiken? Een blog is in het onderwijs zeker te gebruiken. Hieronder geef ik een aantal voorbeelden van hoe je een blog kan aanwenden in jou klaspraktijk, los van het vak informatica. • Een logboek bijhouden tijdens een stage/eindwerk/groepswerk; • Foto’s van een uitstap online zetten op een fotoblog; • In functie van het vak economie een tijdje de kranten in het oog houden en geregeld tips geven aan medestudenten; • Voor het vak informatica kunnen leerlingen een blog bijhouden waarop ze de nieuwigheidjes of problemen die ze tegenkomen online zetten en waarop iedereen, ook de leerkracht kan reageren; • … Sander Garrevoet Eindwerk: 13 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  16. 16. 6. Wiki 6.1. Wat is een Wiki? Een wiki is een webtoepassing waarmee een verzameling van webpagina’s kan bewerkt, aangevuld worden door iedereen die dit wenst, zonder dat die inhoud van de webpagina’s wordt nagekeken door deskundigen of moet goedgekeurd worden alvorens online te verschijnen. Een belangrijk kenmerk van een Wiki is dat iedereen de informatie op die wiki op een eenvoudige manier aanpassen met een updatepagina via de internetbrowser. Het bekendste voorbeeld van zo’n Wiki is uiteraard Wikipedia, de online encyclopedie (te bereiken via http://nl.wikipedia.org of http://www.wikipedia.com). Die encyclopedie is op korte termijn en dankzij het werk van vele mensen met gelijklopende ideeën en kennis uit meerdere landen uitgegroeid tot één van de grootste en één van de meest betrouwbare encyclopedieën ter wereld. 6.2. Wat heb je nodig om met een wiki aan de slag te gaan? Je hebt een computer met internetaansluiting nodig; Je hebt een account met gebruikersnaam en wachtwoord nodig bij een wikiplatform (bvb http://www.wikispaces.com) 6.3. Waarom zou ik een wiki gebruiken in mijn klaspraktijk? Een wiki is snel en eenvoudig op te starten; Een wiki is eenvoudig te onderhouden en aan te passen zonder dat je daarvoor speciale kennis moet hebben of zonder dure programma’s; Er zijn verschillende diensten op het internet te vinden waarbij je gratis een wiki kan opstarten (bvb http://www.wikispaces.com); Informatie die online wordt gezet op een wiki is onmiddellijk beschikbaar voor iedereen die er interesse voor heeft; Doordat iedereen een wiki kan aanpassen, worden foutieve, ongewenste bijdragen snel en eenvoudig verwijderd (sociale controle); Een wiki is heel toegankelijk, je hebt enkel een computer met internetverbinding nodig om aan je wiki te werken; Je kan jezelf op de hoogte houden van de wijzigingen op een wiki door je in te schrijven op de sitefeed van je wiki (zie hoofdstuk feeds & RSS); Een wiki is uitermate geschikt om leerlingen rond een bepaald thema te laten samenwerken; Sander Garrevoet Eindwerk: 14 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  17. 17. Door een wiki te gebruiken in de les vervullen we onze rol van leraar als innovator. 6.4. Waarom zou ik een wiki niet gebruiken in mijn klaspraktijk? Wanneer iedereen iets kan aanpassen op de Wiki, krijg je verschillende schrijfstijlen binnen artikels; Je kan te maken krijgen met ongewenste toevoegingen op de wiki; De controle op de wiki kan heel tijdrovend zijn; Aangezien er geen controle is door deskundigen kunnen er flagrante fouten op je wiki staan; De weg die jij voor ogen had die je wiki ging afleggen, kan opeens volledig veranderen aangezien je met verschillende mensen samenwerkt die elk hun eigen doel voor ogen hebben; De opmaak die je kan toepassen op je wiki is beperkt, maar voldoende. 6.5. Waarvoor kan je een wiki gebruiken? Uiteraard kan je een wiki veel breder te gebruiken dan enkel met leerlingen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om een wiki ook te gebruiken om samen te werken met medeleerkrachten, directie, ouders, externen en uiteraard ook leerlingen. Hieronder volgt een opsomming van mogelijke manieren waarvoor je een wiki kan gebruiken. Diavoorstellingen, powerpoints en foto’s publiceren; • Communiceren met ouders; • Ideeën en bronnen delen met collega’s; • Lesgeven over Wiki’s, wikipedia; • Boekrecencies publiceren; • Opdrachten voor leerlingen posten en de oplossingen ervoor verzamelen; • Een forum voor leerlingen zodat zij hun indrukken over boeken die ze moesten lezen kunnen publiceren en reageren op reacties van medeleerlingen; • Samenwerken aan een online woordenlijst voor leerlingen; • Filmpjes vanop Youtube of andere filmpjessites op de wiki embedden zodat leerlingen of collega’s eenvoudig de juiste video vinden; • Verzamelen van URL’s waardoor leerlingen eenvoudig de juiste websites vinden; • Samenwerken met collega’s aan een tekst/cursus; • Een soort intranet waarop collega’s belangrijke mededelingen, bestanden, … kunnen plaatsen die het hele lerarenkorps of een deel ervan aanbelangen; • Marktonderzoeken en peilingen uitvoeren bij collega’s, leerlingen; • Een lijst met FAQ’s (Frequently Asked Questions) aanmaken en er de bijhorende antwoorden bijzetten, of laten bijzetten; • Binnen het vak geschiedenis samen kennis opbouwen in verband met WOI, WOII, de renaissance, … • Samenwerken met medeleerlingen aan goede samenvattingen van de leerstof; • Met een groep leerkrachten informatica aan een cursus hardware werken die altijd actueel is en zonder dat er tijd verloren moet gaan aan vergaderen, Sander Garrevoet Eindwerk: 15 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  18. 18. • Een site over de €-landen waarbij telkens één leerling of enkele leerlingen verantwoordelijk zijn voor de informatie van één land of voor een bepaald onderdeel bij ieder land; • … Sander Garrevoet Eindwerk: 16 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  19. 19. 7. Podcasting 7.1. Wat is Podcasting? Podcasting is een samentrekking van twee woorden: iPod en Broadcasting. Zoals we kunnen afleiden uit het woord zelf heeft podcasting dus te maken met een iPod, dat we generaliseren tot alle draagbare MP3-spelers, en het engelse woord voor uitzenden: broadcasting. Podcasting is een techniek dat ervoor zorgt dat een MP3-bestand, of eventueel een videobestand door middel van een softwareprogramma van op een website op een draagbare MP3-speler terechtkomt. De gebruiker kan het bestand (de uitzending) dan beluisteren waar en wanneer het hem/haar uitkomt vanop een draagbare MP3-speler, computer of PDA. 7.2. Wat is het verschil tussen ‘podcasting’, ‘on demand streaming’ en ‘webcast’? Het grote verschil tussen podcasting en on demand streaming is het aantal keer dat je het bestand/de uitzending kan beluisteren. Een podcast is, zoals ik in het vorige puntje “Wat is Podcasting” uitlegde een bestandje dat je download naar je computer en dan eventueel op je draagbare MP3-speler kan beluisteren. Je kan deze podcast zoveel keer bekijken als je wil. On demand streaming echter is ook een bestand dat je download naar je computer. Alleen is het zo dat je dat bestand slechts één maal kan bekijken en dat je het bestand niet volledig download en dan pas bekijkt, beluistert, maar dat je terwijl je het bestand aan het downloaden bent je dat bestand ook beluistert, bekijkt. Het downloaden stopt wanneer de stream ten einde is of wanneer jij als gebruiker de stream stopt. Het verschil tussen on demand streaming en een webcast is dat je een webcast bekijkt op het moment dat de uitzending wordt uitgezonden en dat je on demand streaming kan bekijken wanneer je wil. Bij beiden wordt het bestand niet naar de harde schijf van de computer gedownload en kan je het dus ook niet bewerken. Sander Garrevoet Eindwerk: 17 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  20. 20. 7.3. Wat heb je nodig om aan podcasting te doen? Je hebt een computer nodig met een (snelle) internetverbinding; Je hebt een headset met microfoontje nodig; Je hebt een programma nodig om je uitzending op te nemen en te bewerken (bvb het freewareprogramma audacity); Je hebt een programma nodig om podcasts te downloaden en op je iPod of andere draagbare MP3-speler af te spelen (podcatcher) (bvb het freewareprogramma iTunes); Wil je de podcast los van je pc beluisteren, dan heb je een draagbare MP3-speler nodig. Je kan ze echter perfect vanop de pc beluisteren; Je hebt een account bij een podcastplatform (bvb http://www.podplaza.nl) nodig om jouw podcast te kunnen verspreiden. 7.4. Voordelen van podcasting? Leerlingen lopen constant rond met iPod’s allerhande, waarom hun eigen leefwereld dan niet gebruiken in de lessen; Een nieuwe aanpak van de lessen zal motiverend werken voor leerlingen; Door leerlingen een eigen podcast te laten maken, oefenen ze tegelijkertijd ook hun mondelinge Nederlands, Engels, Duits, Frans, Spaans (naar keuze en afhankelijk van het onderwerp van de podcast); Een podcast kan je meerdere keren beluisteren; Leerlingen die niet aanwezig kunnen zijn in de lessen (door ziekte bvb) kunnen de podcast thuis beluisteren (dit kan bijvoorbeeld handig zijn indien de leerkracht de les opneemt); Je hebt door middel van de RSS-technologie steeds de recentste versie van de podcast in jou bezit. 7.5. Nadelen van podcasting? Op het gebruik van muziek moet je auteursrechten betalen, er zijn echter wel een aantal gratis tunes en muziekstukken te vinden op het internet die wel gratis te gebruiken zijn door podcasters; In tegenstelling tot andere Web2.0-toepassingen moet je voor deze toepassing wel een tweetal programma’s op de computer installeren; Je moet er als leerkracht over waken dat leerlingen geschikte podcasts maken; Het duurt wel even vooraleer leerlingen hun eigen podcast op het internet geplaatst zullen hebben. 7.6. Waarvoor kan je podcasts gebruiken? Je kan podcasts inschakelen bij het thuisonderwijs voor langdurig zieke leerlingen; Je kan leerlingen een virtuele gidsbeurt laten inspreken; Je kan een soort schoolradio opzetten die je door leerlingen laat maken en dit verspreiden via podcasts; Maak een promotiepodcast voor je eigen school gericht naar externen; Laat leerlingen een boekverslag inlezen en laat dit beoordelen door externe professionals; Laat oudere leerlingen een verhaal voorlezen en laat dit beluisteren door jongere leerlingen; … Sander Garrevoet Eindwerk: 18 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  21. 21. 8. RSS 8.1. Wat is RSS RSS staat voor Really Simple Syndication en is één van de twee open standaarden van een webfeed. De andere standaard is Atom. Je herkent RSS aan de icoontjes die je hierboven ziet staan. Een site plaatst zijn inhoud, vaak in een verkorte of beschrijvende versie, in een online bestand: de feed. Meestal plaatst een site slechts de titels van het artikel en een korte inhoud in de feed. Voor meer informatie moet je dan doorklikken naar de site. Door je te abonneren op een feed blijf je steeds op de hoogte van de nieuwste inhoud van een site. Om zo’n feed te kunnen lezen, moet je wel gebruik maken van een feedreader. Enkele voorbeelden van feedreaders: Internet Explorer, Netvibes, Netscape,… XML is de opvolger van HTML en bepaalt de indeling van de inhoud. XML bepaalt dus niet zoals HTML de lay-out, maar wel de content. Je hoeft je hier echter geen zorgen om te maken aangezien alle feedreaders overweg kunnen met XML en jij dus gewoon de inhoud te lezen krijgt zoals hij bedoeld is. In tegenstelling tot vroeger, toen je zelf altijd naar elke site moest surfen om te weten of er nieuwe inhoud was toegevoegd (wat een heel tijdrovende bezigheid was) is er nu de webfeeds. Deze webfeeds brengen de nieuwe inhoud naar jou toe. Zo bespaar je heel wat tijd! 8.2. Wat heb je nodig om met RSS te werken? Je hebt een computer nodig met een (snelle) internetverbinding; Je hebt een feedreader nodig (internet explorer, netvibes, …) 8.3. Voordelen van RSS? Voor de gebruiker bespaart het surf- en zoektijd: als er nieuwe inhoud is, krijg je automatisch een melding. Je hoeft dus niet meer websites af te gaan om te kijken of er iets nieuws op staat. De gebruiker krijgt snel een overzicht van informatie uit zijn interesse- gebied. De inhoud wordt in een simpele vorm aangeboden, met een link naar de volledige inhoud. Zo kan de gebruiker sites met een vaak complexe navigatiestructuur vermijden, en kan de gebruiker zijn eigen vormgeving bepalen (afhankelijk van de feed-lezer). Webfeeds hebben geen last van spamberichten. Niemand kan ongewenste berichten naar een feed-lezer sturen. De gebruiker bepaalt van wie hij/zij berichten ontvangt. Sander Garrevoet Eindwerk: 19 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  22. 22. 8.4. Nadelen van RSS? Er is toch een beperkte computerkennis vereist om je te abonneren op een webfeed; Het gebruik van RSS vereist een verandering in je denkwereld. Niet jij moet op zoek gaan naar de informatie, maar de informatie gaat op zoek naar jou. 8.5. Waarvoor kan je RSS gebruiken? Maak zelf een RSS-feed door gebruik te maken van http://www.feedburner.com en plaats die op je wiki of blog zodat gebruikers op de hoogte worden gehouden van veranderingen op je wiki of blog; Plaats een RSS-feed op de site van je school zodat externen en internen op de hoogte worden gehouden van de veranderingen op de schoolsite; Je kan bezoekers van je blog, site, wiki zich laten inschrijven op een mailinglist die je aanmaakt via RSS, waardoor personen die ingeschreven zijn op de mailinglist automatisch een nieuwe e-mail krijgen met de nieuwe inhoud van je blog, site, wiki. Wanneer je met podcasting werkt, en je plaatst de RSS-feed in een podcatcher, dan zal je – indien je regelmatig synchroniseert – steeds de nieuwste versie van de podcast ter beschikking hebben; Je kunt een account aanmaken bij Netvibes.com en daarop alle feeds plaatsen van onderwerpen waarin je geïnteresseerd bent. Je kunt dan Netvibes.com instellen als je startpagina en dan krijg je steeds bij het openen van je browser onmiddellijk de informatie die je interesseert; … Sander Garrevoet Eindwerk: 20 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  23. 23. 9. Google Documents 9.1. Wat is Google Documents? Google documents is een online mogelijkheid die het bedrijf Google, ons voornamelijk gekend van de zoekmachine Google, aanbiedt en waarmee je documenten die je aanmaakt binnen Google Documents kan beheren, bewerken, delen en aan samenwerken. Google Documents is een online, gratis alternatief voor een groot deel van het MS Office-pakket. Doordat Google Documents gratis is, is het een perfect alternatief voor het toch duurdere MS Office 9.2. Welke documenten kan je zoal allemaal maken? Je kunt in Google Documents drie soorten documenten aanmaken • Tekstverwerking (aangeduid als Document) • Rekenbladen (aangeduid als Spreadsheet) • Presentaties (aangeduid als Presentatie) In principe kan je er dus hetzelfde mee als met MS Word, MS Excel en MS Powerpoint. 9.3. Wat heb je nodig om met Google Documents te werken? Uiteraard heb je altijd een aantal zaken nodig om met Google Documents te werken. • Je hebt een computer met (snelle) internetverbinding nodig; • Je hebt een e-mailadres bij Gmail nodig (gratis te verkrijgen). 9.4. Waarom zou je met google documents werken? • Google documents is een gratis alternatief voor MS Office; • Met Google documents kan je steeds aan de meest recentste versie van je document werken; • Google documents is uitermate geschikt voor groepswerken; • Je kan met Google documents heel doelgericht en efficiënt aan documenten samenwerken; Sander Garrevoet Eindwerk: 21 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  24. 24. 10. Werken met Google Documents 10.1. Hoe starten? Om met Google documents aan de slag te kunnen, moet je eerst en vooral surfen naar http://docs.google.com. Daar kan je inloggen bij Google Documents adhv jou G- mailaccount. Heb je nog geen G-mailaccount, dan kan je via dit scherm zelf eenvoudig een G-mailaccount aanmaken door op de knop “Google Docs nu ophalen!” te klikken en daar jou eigen G-mailadres te registreren. 10.2. Het overzichtsvenster Nadat je bent aangemeld kom je dan in het hieronder staande scherm terecht. Dit is eigenlijk een grafische weergave van een virtuele harde schijf waarop al jou bestanden die je aanmaakt via Google Documents worden bijgehouden. Standaard staat Google Documents in het Engels, maar je kunt dit veranderen. Daarvoor klik je op de link “Instellingen” en verander je de taal naar “Nederlands”. In het overzichtsvenster kunnen we drie delen onderscheiden. Je hebt de menubalk (aangeduid als A) Je hebt de navigatiestructuur (links, aangeduid als B) en de bestanden (rechts, aangeduid als C). Een indeling die we kennen van Windows Verkenner bijvoorbeeld. A B C Sander Garrevoet Eindwerk: 22 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  25. 25. Het is belangrijk dat je, net zoals je op je PC ook doet, je documenten goed rangschikt en duidelijk ordent zodat je alles heel snel en intuïtief terug kan vinden tussen je documenten. 10.2.1. De menubalk We bekijken dit scherm even stap per stap. In de bovenste werkbalk kan je de opties kiezen waarbij je jou bestanden kan beheren. We noemen dit onze menubalk. Met de knop “Nieuw” kan je een nieuw document aanmaken binnen Google Docs. Je kunt dan kiezen om een nieuw tekstbestand, rekenblad, presentatiebestand of een nieuwe map aan te gaan maken. Met de knop “Uploaden” kan je bestanden die je gemaakt hebt op je eigen computer in bvb MS Word, MS Excel, MS Powerpoint, uploaden naar Google Documents zodat je die documenten in Google Documents verder kan bewerken. Met de knop “delen” kan je, zoals we eerder al aanhaalden, documenten gaan delen met anderen. En dat ik juist één van de grootste voordelen van Google Documents. Je kunt bestanden die je maakt binnen Google Documents delen met anderen Je moet daarvoor wel het vinkje voor het bestand dat je wilt delen aanvinken en dan op de knop “delen” klikken. Het scherm dat nu verschijnt, kan je eigenlijk zien als een e-mail dat je verstuurt naar degene Sander Garrevoet Eindwerk: 23 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  26. 26. Nu kan je geen aangeven met wie je het geselecteerde bestand wilt gaan delen en welke rol je wilt toekennen aan degene met wie je het document deelt. Het e-maildres(sen) van diegene met wie je het document wilt gaan delen typ je in het tekstvak bij Aan. Als je op de link “Kiezen uit contactpersonen” klikt, kan je eenvoudigweg je contact uit je adresboek gaan kiezen en die selecteren. Daarna moet je gaan instellen wat degene die je uitnodigt allemaal mag gaan doen met je document. Je moet aan die personen dus een rol gaan toekennen. Je kan kiezen tussen twee rollen: • Als bijdragers: diegene met wie je het document gaat delen zal het document kunnen bekijken en er ook wijzigingen aan kunnen aanbrengen; • Als kijkers: diegene met wie je het document gaat delen zal enkel het document kunnen bekijken, maar er geen aanpassingen aan gaan aanbrengen. Als je één van de twee rollen kiest, helpt Google Docs ons nog door te zeggen wat de persoon zal kunnen doen. Er verschijnt tekst naast de vervolgkeuzelijst. In het tekstvak naast “Onderwerp” kan je het onderwerp van je e-mailbericht aanpassen. In het grote tekstvak eronder kan je tekst typen waarmee je de geadresseerden duidelijk kunt maken waarover het bericht gaat. Google Documents stuurt, nadat je op de knop “Uitnodigingen verzenden” hebt geklikt, bij je bericht een directe link naar het gedeelde document naar je geadresseerden (onderaan het bericht) De geadresseerde moet zich dan niet meer inloggen, maar door gewoon op de link te klikken kan de geadresseerde onmiddellijk aan het gedeelde bestand werken. Met de knop “Ga naar” kan je jou bestanden, nadat je die ook weer geselecteerd hebt, verplaatsen naar een map die je zelf aangemaakt hebt binnen Google Documents. Met de knop “Verbergen” kan je de geselecteerde bestanden verbergen. Met de knop “Verwijderen” kan je de geselecteerde bestanden gaan verwijderen Met de knop “Naam wijzigen” kan je het geselecteerde bestand gaan hernoemen. Heb je nog steeds niet gevonden wat je wilt doen, dan kan je op de knop “Meer acties” klikken, en dan kan je nog een aantal extra acties uitvoeren op je geselecteerde bestand. Sander Garrevoet Eindwerk: 24 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  27. 27. Hier kan je de instellingen voor het delen gaan instellen; Met deze optie kan je jou document gaan publiceren op het internet; Met deze opties kun je jou document in allerlei verschillende documentformaten opslaan. Met deze optie bekijk je de verschillende versies van je document; Met deze optie kan je jou document gaan bekijken; 10.2.2. De navigatiestructuur Het linker ondergedeelte van het overzichtsvenster is de navigatiestructuur. Via die navigatiestructuur kan je enige orde brengen in je documenten. Standaard heeft Google Documents al een ordening voor je documenten aangemaakt. Hij rangschikt de bestanden die in Google Documents zitten in 4 categorieën: • Alle items: hier maakt Google Documents een onderscheid tussen de bestanden die door jou gemaakt zijn, de bestanden die door jou geopend zijn, de bestanden die je met ster hebt bedacht, de verborgen bestanden en de bestanden die je onlangs verwijderd hebt; • Alle mappen: hier deelt Google Documents de bestanden in mappen in. Deze mappen moet je zelf aanmaken. Je kunt in deze categorie zelf je onderverdeling bepalen naar hoe je jou bestanden wil rangschikken; • Items per type: hier rangschikt Google Documents alle bestanden per type (document, spreadsheet, presentatie) • Gedeeld met: hier rangschikt Google Documents de bestanden naar de persoon met wie je jou bestanden hebt gedeeld. Sander Garrevoet Eindwerk: 25 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  28. 28. 10.2.3. De bestanden In het rechterondervenster van het overzichtsvenster heb je dan het venster waar je jou bestanden ziet staan. De bestanden staan, net zoals op jou pc, gesorteerd. Hoe die bestanden gesorteerd staan, kan je eenvoudigweg aanpassen door op de kolomkoppen te klikken (net zoals je dat in Windows Verkenner ook doet). Op dit moment staan de bestanden gesorteerd op datum. Google Documents geeft ons een aantal gegevens over onze documenten. • Het selectievakje: door dit vakje bij het gewenste bestand te aan te klikken kan je bepaalde zaken met je bestand doen zonder het bestand te openen. (zie: menubalk) • Het sterretje: door een sterretje aan een bestand te geven (door simpelweg op het sterretje bij het bestand te klikken) geef je aan dat het een belangrijk bestand is; • Naam: hier geeft Google Documents de naam van het document weer. Je ziet hier ook welk type bestand elk bestand is aan het icoontje dat voor de naam staat; • Mappen/Gedeeld met: hier geeft Google Documents weer wie het bestand heeft aangemaakt als eerste. Vervolgens kunnen er nog namen staan met wie je dat document gedeeld hebt (als bijdragers en/of als kijkers); • Datum: hier geeft Google Documents weer op welke datum of welk tijdstip het document het laatst is aangepast. Sander Garrevoet Eindwerk: 26 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  29. 29. 11. Praktisch deel 11.1. Werken rond Web 2.0 in de klas. We spreken hier nu wel altijd maar over Web 2.0, maar wat is dat nu eigenlijk? Tijdens mijn BSO-stageperiode ben ik samen met de leerlingen uit 3 Kantoor eens samen op zoek gegaan naar wat Web 2.0 nu is, wat leerlingen er al van kennen en of ze er eigenlijk wel in geïnteresseerd zijn. Ik heb een les, die handelde over het leren werken met zoekmachines op het internet ingekleed in het thema Web 2.0. In plaats van het traditionele lesverloop bij zo’n les waarbij leerlingen moeten zoeken naar het adres van de lokale bakker, beenhouwerij, supermarkt, … heb ik besloten om de leerlingen nu eens kennis te laten maken met een aantal Web 2.0 toepassingen. De leerlingen moesten aan de hand van een werkblaadje zoeken op het internet adhv de zoekmachine Google (waarvan het bedrijf Google zelf ook een pionier is op het vlak van Web 2.0 toepassingen). 11.1.1. De inleiding Ik begon de les met onderstaande zelfsamengestelde afbeelding waarna ik aan de leerlingen vroeg wat ze zagen, welke logo’s de leerlingen (her)kenden en wat men kon doen met die Web 2.0 toepassing. De leerlingen herkenden Netlog (natuurlijk), Blogger, YouTube, wikipedia en ze dachten eerst dat we naar een filmpje vanop YouTube gingen kijken. Deze les is een eerste keer gegeven op 15 februari 2008, het 1e uur in 3Kantoor op het VHTI te Dendermonde Sander Garrevoet Eindwerk: 27 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  30. 30. 11.1.2. Het werkblaadje Surfen op het internet: Op zoek naar Web 2.0 (toepassingen) 1. Surf naar www.google.be en typ in het zoekvak de tekst: “wat is google” (zonder aanhalingstekens). En kies de 3e mogelijkheid (jeroen.com) Wat is Google nu eigenlijk? ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ 2. Typ nu eens in het zoekvak de tekst Web 2.0 in. Hoeveel resultaten krijg je terug? ________________________________________________________________ 3. Hoeveel resultaten krijg je als je in het zoekvak “Web 2.0” intypt? ________________________________________________________________ 4. Hoeveel resultaten krijg je als je aangeeft dat je enkel pagina’s in het Nederlands wil terugkrijgen? ________________________________________________________________ 5. Waarom zouden we de aanhalingstekens erbij typen? ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ 6. Klik nu op het eerste resultaat dat je krijgt (je wordt doorgestuurd naar de site van wikipedia.) Wat is Web 2.0? Geef enkele voorbeelden. Welke Web 2.0 toepassingen gebruik je zelf? ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ 7. Keer nu terug naar www.google.be en typ in het zoekvak het volgende: quot;web 2.0quot; + quot;wikiquot; + quot;kennisnetquot;. Klik op het eerste resultaat dat je krijgt (kennisnet.wikia.com/webtweepuntnul/wiki). Op welke site kom je nu terecht? Hoe noemen we dit? ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ Sander Garrevoet Eindwerk: 28 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  31. 31. 8. Wat is het nut van de plustekens tussen de zoektermen? ________________________________________________________________ 9. Wat is een wiki? Zoek dit op via www.google.be ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ 10. Zoek eens via www.google.be op wat het internet ons vertelt over wat Netlog in België te maken heeft met Web 2.0. (tip: geavanceerder zoeken) ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ 11. Doe via www.google.be eens een gok op “podcasting”. Waar kom je terecht? ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ 12. Wat is podcasting? Waarvoor gebruik je dit, of zou je dit kunnen gebruiken? ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ 13. Doe nu nog eens een gok op het woord “blogger” via google. Waar kom je terecht? _______________________________________________________ _______________________________________________________ 14. Wat is een blog? Waarvoor kan je dit gebruiken? Welke blogs ken je? _______________________________________________________ _______________________________________________________ 15. Is de bekende site van YouTube ook een voorbeeld van een Web 2.0 toepassing? Waarom? Wat is de URL van YouTube? Zoek dit op via www.google.be _______________________________________________________ _______________________________________________________ _______________________________________________________ 16. Welke andere Web 2.0 toepassingen ken je nog of gebruik je? _______________________________________________________ _______________________________________________________ _______________________________________________________ Sander Garrevoet Eindwerk: 29 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  32. 32. 11.1.3. Het opgeloste werkblaadje De oplossingen die hierbij gegeven worden zijn oplossingen die op het moment dat de les werd gegeven klopten, maar bijvoorbeeld het aantal websites dat je vindt met de tags “Web 2.0” veranderd constant. Hou hier dus rekening mee indien je adhv dit werkblaadje wil werken in de klas. Surfen op het internet: Op zoek naar Web 2.0 (toepassingen) 17. Surf naar www.google.be en typ in het zoekvak de tekst: “wat is google” (zonder aanhalingstekens). En kies de 3e mogelijkheid (jeroen.com) Wat is Google nu eigenlijk? Google is een zoekmachine 18. Typ nu eens in het zoekvak de tekst Web 2.0 in. Hoeveel resultaten krijg je terug? 60.000.000 resultaten 19. Hoeveel resultaten krijg je als je in het zoekvak “Web 2.0” intypt? 21.100.000 resultaten 20. Hoeveel resultaten krijg je als je aangeeft dat je enkel pagina’s in het Nederlands wil terugkrijgen? 272.000 resultaten 21. Waarom zouden we de aanhalingstekens erbij typen? Omdat we zo doelgerichter zoeken. Je zoekt op exact hetgeen dat tussen de aanhalingstekens staat. 22. Klik nu op het eerste resultaat dat je krijgt (je wordt doorgestuurd naar de site van wikipedia.) Wat is Web 2.0? Geef enkele voorbeelden. Welke Web 2.0 toepassingen gebruik je zelf? De term Web 2.0 verwijst naar wat sommigen zien als de tweede fase in de ontwikkeling van het World Wide Web. Het gaat over de verandering van een verzameling websites naar een volledig platform voor interactieve webapplicaties voor eindgebruikers op het World Wide Web. Volgens sommigen zullen deze uiteindelijk losstaande lokaal geïnstalleerde software overbodig maken. Bvb Netlog, YouTube, Wikipedia, MySpace Sander Garrevoet Eindwerk: 30 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  33. 33. 23. Keer nu terug naar www.google.be en typ in het zoekvak het volgende: quot;web 2.0quot; + quot;wikiquot; + quot;kennisnetquot;. Klik op het eerste resultaat dat je krijgt (kennisnet.wikia.com/webtweepuntnul/wiki). Op welke site kom je nu terecht? Hoe noemen we dit? We zijn terechtgekomen op http://kennisnet.wikia.com/webtweepuntnul/wiki ; een Wiki. 24. Wat is het nut van de plustekens tussen de zoektermen? Zo geef je aan dat je de resultaten moeten voldoen aan meerdere zoektermen. 25. Wat is een wiki? Zoek dit op via www.google.be Een wiki is een website waarop bezoekers zelf op een eenvoudige manier informatie kunnen toevoegen of aanpassen. Daarvoor is geen toestemming of toegangscode nodig. Wiki's worden onder andere gebruikt om virtueel samen te werken en om kennis te delen. Een groep mensen onderhoudt bijvoorbeeld de gezamenlijke kennis rond een bepaald onderwerp in de vorm van een wiki. 26. Zoek eens via www.google.be op wat het internet ons vertelt over wat Netlog in België te maken heeft met Web 2.0. (tip: geavanceerder zoeken) Dé Belgische Web 2.0-site van dit moment is echter Netlog, een Belgisch alternatief voor de opkomende vriendensite Facebook. 27. Doe via www.google.be eens een gok op “podcasting”. Waar kom je terecht? We komen terecht op de pagina op Wikipedia over Podcasting. 28. Wat is podcasting? Waarvoor gebruik je dit, of zou je dit kunnen gebruiken? De term podcasting is een samentrekking van iPod, de draagbare MP3-speler van Apple, en 'broadcasting' (Engels voor uitzenden). Podcasting staat, in de meest strikte zin, voor een systeem waarin podcasters audiobestanden (MP3) met discussies, radioshows, muziekprogramma's enzovoort beschikbaar stellen via internet, en tevens een news feed in RSS- formaat creëren, die een verwijzing bevat naar de MP3-bestanden en automatisch verwerkt kan worden door podcast-aggregators of podcatchers. Deze laatste downloaden die audiobestanden dan automatisch en kopiëren ze onmiddellijk naar een mp3-speler of melden aan de gebruiker dat hij ze op de pc kan beluisteren. In de breedste zin staat podcasting voor het verspreiden van digitale bestanden die door speciale programma's afgehaald worden om ze later te gebruiken. Dus dit kan audio zijn (MP3, Windows Media, Real Media), video (MPEG, DivX, QuickTime enzovoort) of software. Sander Garrevoet Eindwerk: 31 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  34. 34. 29. Doe nu nog eens een gok op het woord “blogger” via google. Waar kom je terecht? We zijn terechtgekomen op www.blogger.com, een site waar je eenvoudig zelf een blog kan aanmaken. 30. Wat is een blog? Waarvoor kan je dit gebruiken? Welke blogs ken je? Een weblog, ook wel blog genoemd, is een website waarop regelmatig - soms meerdere keren per dag - nieuwe bijdragen verschijnen en waarop de geboden informatie in omgekeerd chronologische volgorde (het nieuwste bericht verschijnt als eerst) wordt weergegeven. Wie een weblog bezoekt, treft dan ook op de voorpagina de recentste bijdrage(n) aan. De auteur, ook wel blogger genoemd, biedt in feite een logboek van informatie die hij wil delen met zijn publiek, de bezoekers van zijn weblog. Meestal gaat het dan om tekst, maar het kan ook om foto's (een fotoblog), video (vlog) of audio (podcast) gaan. Weblogs bieden hun lezers ook veelal de mogelijkheid om - al dan niet anoniem - reacties onder de berichten te plaatsen 31. Is de bekende site van YouTube ook een voorbeeld van een Web 2.0 toepassing? Waarom? Wat is de URL van YouTube? Zoek dit op via www.google.be Youtube (www.youtube.com) is een voorbeeld van een Web 2.0 toepassing omdat iedereen (zelfgemaakte) filmpjes op YouTube kan plaatsen, bekijken en erop kan reageren. 32. Welke andere Web 2.0 toepassingen ken je nog of gebruik je? Persoonlijk antwoord. Sander Garrevoet Eindwerk: 32 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  35. 35. 11.2. Hoe haal ik een Youtube - filmpje van de site? Bijvoorbeeld: een les rond het thema “Halloween” wordt ondersteund door een filmpje dat op YouTube staat. Het gaat over een stukje uit de film “A nightmare before christmas” door Tim Burton. 1. Je opent in Internet Explorer de pagina van YouTube waarop je filmpje staat 2. dan ga je in het menu van internet Explorer naar “extra” “internetopties” 3. Je kiest het tabblad “algemeen” Sander Garrevoet Eindwerk: 33 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  36. 36. 4. onder het onderdeeltje “browsergeschiedenis” klik je op de knop quot;instellingenquot; 5. nu komt er een nieuw tabblad tevoorschijn, waarin je op de knop quot;bestanden weergevenquot; klikt (nu kom je in de map terecht waar je tijdelijke internetbestanden worden bijgehouden voor de leken onder ons: als je een site bezoekt op het internet, een filmpje bekijkt op internet, … slaat onze computer de bestanden die op die site staan, alle afbeeldingen, filmpjes, …, op onder een tijdelijke internetmap op onze harde schijf.); Sander Garrevoet Eindwerk: 34 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  37. 37. Je kunt ook rechtstreeks naar de desbetreffende map gaan. Het adres zie je hierboven. Het woord “Sandergar” verander je dan door jouw gebruikersnaam in windows XP. 6. je selecteert alle bestanden in de map (Tip: met de toetsencombinatie “Control + a” heb je heel snel alle bestanden ineens geselecteerd) en je verwijdert die (delete). Als windows vraagt of je zeker bent dat je de geselecteerde bestanden wilt verwijderen, klik je op “Ja”; 7. Nadat je stap 6 hebt doorlopen keer je terug naar de site: www.youtube.com op de pagina waarop je filmpje staat. 8. je laat de video die je wilt bekijken afspelen, of op zijn minst tot je ziet dat je videootje bij je tijdelijke internetbestanden staat (hernieuwen met F5) onder de naam quot;get_video?....quot; (meestal is dat het geval als je ziet dat het videootje volledig is ingeladen, dat zie je aan de vooruitgangbalk onder het filmpje die dan rood wordt ipv zwart); Sander Garrevoet Eindwerk: 35 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  38. 38. 9. DAT bestandje heb je nodig: dat bestandje is uw videootje, maar je kunt dat nog niet gebruiken. Het bestandje staat in de bestandsindeling quot;bestandquot;, waardoor je computer nog niet weet dat het bestandje een videobestandje is; 10. je kopieert dat bestandje bvb op je bureaublad; 11. dan ga je naar www.media-convert.com; Sander Garrevoet Eindwerk: 36 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  39. 39. 12. je kiest daar bij quot;Source filequot; u bestandje, filetype “Flash Video (.flv)” en bij “uitvoer” kies je voor “windows Divx”, filetype quot;Mpegquot; of quot;Aviquot;; 13. je vinkt het vinkje bij quot;I accept the terms....quot; aan en je klikt op de knop “OK” 14. media-convert.com begint nu het filmpje om te zetten en als hij gedaan heeft komt er een link tevoorschijn waarmee je het omgezette videobestandje kan downloaden naar je pc; 15. je slaat het bestandje op in een map op je computer; 16. Je filmpje is klaar om te gebruiken, enkel nog branden op DVD en je kunt het gebruiken in de DVD-lezer van de klas! Sander Garrevoet Eindwerk: 37 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  40. 40. 11.3. Steek je foto’s en video’s in een online-emmer: 11.3.1. Wat is Photobucket? Photobucket is een onlinedienst waarbij je jouw foto’s of video’s eenvoudig online kan plaatsen. Photobucket biedt jou dan ook de optie om van die foto’s en video’s een slideshow te maken die je kan embedden op andere platforms. 11.3.2. Hoe plaats ik mijn foto’s online? 1. Je zorgt ervoor dat je foto’s en video’s op je eigen computer staan of dat je weet waar ze staan op het internet. 2. Je surft naar http://www.photobucket.com 3. Indien je nog geen lid bent van photobucket, klik je op de groene knop “Join Now” 4. Nu kom je op een pagina terecht waarop je jouw gebruikersnaam en paswoord kan kiezen. 5. Je kiest hier dan ook een gebruikersnaam en paswoord 6. Indien de gebruikersnaam niet beschikbaar is, meldt Photobucket dit onmiddellijk en suggereert je een aantal alternatieven. 7. Vervolgens klik je op “Next Step” Sander Garrevoet Eindwerk: 38 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  41. 41. 8. Nu kom je op een pagina waarop je een beetje extra informatie moet geven ivm je account. Photobucket geeft je ook steeds wat bijkomende informatie in de gele kadertjes aan de rechterkant. Daarna klik je op de knop “I accept! Sign me up!” 9. Nu kom je op de pagina terecht waar je jou foto’s en/of video’s kunt uploaden. 10. Wat je eerst moet doen is een album aanmaken. Dat doe je door een albumnaam in te typen en op “save” te klikken. 11. Nu kan je foto’s en video’s gaan uploaden. Je kunt hiervoor kiezen of je die foto’s vanop je computer (optie “My computer”), vanop het internet (optie “Web url”), vanop een gsm (optie “Mobile Phone”) of uit een e-mail (optie “email) te halen. Sander Garrevoet Eindwerk: 39 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  42. 42. 12. Je klikt nu op de knop “Choose files” en selecteert de bestanden die je nodig hebt (Tip: met CTRL + linkermuisklik) kun je meerdere bestanden tegelijk selecteren. Je kunt ook het gewenste uitvoerformaat kiezen. 13. Photobucket begint nu je bestanden te uploaden. 14. Wanneer Photobucket klaar is met uploaden toont Photobucket de afbeeldingen of video’s en geeft je de kans om een titel, omschrijving en kernwoorden aan je afbeeldingen toe te voegen. Om kernwoorden toe te voegen, moet je wel eerst op de knop “Click to add tags” klikken. (die tags gebruikt photobucket om de afbeelding in te delen in categorieën en dat zo de afbeelding sneller gevonden kan worden.) Sander Garrevoet Eindwerk: 40 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  43. 43. 15. Eens je op de knop “Save and continue” geklikt hebt, keer je terug naar je album waar je alle afbeeldingen en video’s ziet die in je album zitten. Je krijgt er ook allerlei codes bij die verwijzen naar de afbeeldingen zodat je ze elders kunt gebruiken. 16. Nu kun je er eenvoudig een slideshow van maken, die je daarna kunt delen op andere sites of platforms. Hiervoor klik je op de knop “Slideshow” in het menu. 17. Je kiest hier de stijl van je slideshow. 18. Je zorgt ervoor dat al je afbeeldingen in de slideshow zitten (door erop te klikken), daarna kies je de style (je ziet een voorbeeld in het midden), daarna kies je “save slideshow”. 19. In het volgende venster moet je jouw slideshow een naam geven, en je klikt op Save. Sander Garrevoet Eindwerk: 41 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  44. 44. 20. Nu krijg je jouw slideshow te zien, met allerlei codes om de slideshow op andere platforms te gaan gebruiken. 21. Door op het tabblad “Share” te klikken kan je jouw slideshow onmiddellijk op een ander platform plaatsen. Je kan die bijvoorbeeld op je blog plaatsen. Daarvoor kies je “Blogger”, je geeft je blogger- gebruikersnaam in, je paswoord voor je blog. Daarna selecteer je op welke van je blogs de slideshow gepost mag worden en je geeft een titel weer. Daarna klik je op “Share”. 22. Je slideshow is nu gepubliceerd op je blog! Sander Garrevoet Eindwerk: 42 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!
  45. 45. 11.3.3. Waar kan ik die foto’s embedden? De slideshow die je aangemaakt hebt kan je gaan embedden (plaatsen op een platform door enkel de link in te geven, het platform gaat dan de inhoud halen op zijn originele locatie) op verschillende platforms. Hieronder zie je een lijstje met de platforms die Photobucket onmiddellijk kan bereiken. Ook op andere platforms kan je de slideshow plaatsen door de link zelf te gaan kopiëren en als HTML-code in te geven. De bekendste zijn uiteraard Myspace (het platform waar iedereen zichzelf kan uiten in muziek, foto’s, video’s, … en dat enorm veel gebruikt wordt door muzikanten), Facebook (een soort chat/profielsite vooral door jongeren gebruikt) en Blogger (een platform waarop je eenvoudig een blog kan starten en onderhouden). Sander Garrevoet Eindwerk: 43 Het internet heruitgevonden: Web 2.0 Express yourself!

×