De actieve leerling
Welke acties onderneemt de sectie
geschiedenis?
Wat is een actieve zelfstandige leerling?
Een actieve leerling is een leerling die nadenkt over de stof
en zichtbare actie...
Histo Bingo
Wat te doen?
 Maak een tabel van 3 x 3 hokjes; in totaal negen vakjes
 Schrijf in elk vakje een begrip, term...
Histo Bingo
Samenhang benoemen

Vul in de negen vakjes begrippen, termen, personen, enz. over:
Samenhang benoemen
Samenhan...
Quiz
Begrippen en personen Countdown
Wat te doen?
 Begrippen of personen raden met aanwijzingen
in drie groepen/rijen: A,...
Wat is dat?

paus
(8 punten)

Welk(e)
begrip(pen)
Waarom?

koning
(6 punten)

Welk(e)
begrip(pen)
Waarom?

Wat is dat?

in...
Wat is dat?

Wat is dat?

Wat is dat?

Wat is dat?

Wat is dat?

macht
(8 punten)

gezag
(6 punten)

primaat
(4 punten)

V...
Alles in één
relatieschema ‘kenmerkend aspect’
Wat te doen?
 Je krijgt een schema waarin je relaties/samenhang tussen oor...
?

?

?
?

?
?

primaat
wereldlijke of
geestelijke
macht

?

?

?

?

?
?
Alles in één
relatieschema ‘kenmerkend aspect’
Wat te doen?
 Je krijgt een schema waarin je relaties/samenhang tussen oor...
Canossa, 1077

koning/keizer

Worms, 1122

leenstelsel

bisschop

tweemachtenleer

paus

investituur
?

?

?
?

?
?

primaat
wereldlijke of
geestelijke
macht

?

?

?

?

?
?
?

?

tweemachtenleer

investituur

leenstelsel

?
?
paus

?
?
bisschop

primaat
wereldlijke of
geestelijke
macht

?
konin...
Quiz ‘Verboden te zeggen - Taboewoorden’
Werkwijze



Eén leerling uit een rij gaat met rug naar het scherm zitten.
Ande...
Begrippen: eigen woorden, voorbeelden, samenhang
Kapitalisme
Verboden woorden:
 economie
 privébezit
 winst
 communism...
Begrippen: eigen woorden en voorbeelden
Conferentie van Potsdam
Verboden woorden:
 Vergadering
 VS, SU en Engeland
 194...
Leren binnen ‘Verboden te zeggen’
Eigen woorden (!?)




Synoniemen / andere woorden die hetzelfde betekenen.
Antonieme...
New Deal

Wat is dat?

Welk Woord
Weg en
waarom?

Overschotten

Wat is dat?

Hoge
overheidsuitgaven

Wat is dat?

Hooggere...
Activerend herhalen van orientatie kennis
Toets je kennis en pas kennis van tijdvak 1 t/m 4 toe. Hoe?
Kaartspel in groepen van 3 of 4 personen
In enveloppe 1 drie k...
Opdacht 4: Gebruik de witte kaartjes met bronnen. (afbeeldingen en geschreven bronnen)
Beantwoord de volgende vragen:
Waa...
Tijd voor geschiedenis
Hoe verhogen we de motivatie van [examen]leerlingen om actiever en
zelfstandiger te werken?
Marzano
Leerlingen zijn gemoti...
Gesprekleidraad
1. Waarom is geschiedenis belangrijk voor jou?
a. Kennis of vaardigheden nodig
b. Welk cijfer heb je nodig...
Controverse / debat / (toneel)
Controverse / debat / (toneel)
Controverse / debat / (toneel)
- Actieve en zelfstandige leerling
• Leerlingen oefenen het voeren van debat
• Leerlingen w...
Controverse / debat / (toneel)
Onderbouw
• De observeerder kijkt meer naar de manier
van debatteren dan naar de inhoudelij...
Controverse / debat / (toneel)
Bovenbouw
• De observeerder kijkt naar de manier van
debatteren en de inhoudelijke bijdrage...
Moord op Caesar
Controverse / debat / (toneel)
Moord op Caesar
- Hoe?
• Leerlingen krijgen in groepen van 8 ieder een rol op een kaart:
- ...
Controverse / debat / (toneel)
Controverse / debat / (toneel)
Ronde 1:
Vóór de vergadering
• Je zegt je naam tegen de senaat. Dit is de
voorstelronde.
• ...
Controverse / debat / (toneel)
Ronde 2:
Regels tijdens de vergadering

• Je spreekt één voor één. Senaatsleden die
erdoorh...
Presentatie IiP | sectie geschiedenis | de actieve leerling
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Presentatie IiP | sectie geschiedenis | de actieve leerling

711 views

Published on

Presentatie IiP conferentie | sectie geschiedenis | de actieve leerling

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
711
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
78
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Presentatie IiP | sectie geschiedenis | de actieve leerling

  1. 1. De actieve leerling Welke acties onderneemt de sectie geschiedenis?
  2. 2. Wat is een actieve zelfstandige leerling? Een actieve leerling is een leerling die nadenkt over de stof en zichtbare actie hieraan koppelt (zowel voorafgaand als volgend op het nadenken) Een zelfstandige leerling is een leerling die zelf de regie voert over het leren door een keuze te maken op basis van zelfkennis/bewustzijn en feedback van de docent. Hierdoor zal de docent minder vaak (verbaal) instructie geven maar bepaalt de docent wel de kaders waarin de keuze gemaakt kan worden
  3. 3. Histo Bingo Wat te doen?  Maak een tabel van 3 x 3 hokjes; in totaal negen vakjes  Schrijf in elk vakje een begrip, term, gebeurtenis of persoon van het onderwerp.  De leraar leest een omschrijving voor van een begrip, term, gebeurtenis, persoon, enzovoorts.  Als je denkt dat de omschrijving betrekking heeft op een woord van jou, kruis die dan aan.  Wie het eerst een rij (verticaal/horizontaal/diagonaal) aangekruist heeft, roept bingo. Je wint alleen als je de samenhang van de winnende rij benoemt.  Na de bingo voor de rij, volgt de bingo voor de hele kaart, ook dan moet je de samenhang noemen tussen drie begrippen/termen/personen.
  4. 4. Histo Bingo Samenhang benoemen Vul in de negen vakjes begrippen, termen, personen, enz. over: Samenhang benoemen Samenhang benoemen Buitenlandse politiek VS, 1940-1950 (paragrafen 3.5 en 4.4). Bingo o eerst een rij (richting maakt niet uit) o dan twee rijen (richtingen maken niet uit) o dan hele kaart Denk aan samenhang uitleggen van rijen en drie hokjes van hele kaart.
  5. 5. Quiz Begrippen en personen Countdown Wat te doen?  Begrippen of personen raden met aanwijzingen in drie groepen/rijen: A, B en C.  Hoe minder aanwijzingen je nodig hebt des te meer punten.  Vier aanwijzingen, die elk twee punten waard zijn; start 8 punten.  Per rij/groep mag alleen de aangewezen leerling het antwoord geven.  Bij eerste aanwijzing kunnen verschillende begrippen goed zijn, dus je kunt gokken met goede uitleg: o Antwoord goed: 8 punten. o Antwoord fout: 0 punten en rij mag niet meer meedoen.  Punten worden alleen behaald met juiste uitleg. Alleen roepen/gokken is niet voldoende.  Als een groep aan het eind niet het gevraagde begrip heeft, maar wel een begrip dat met de juiste uitleg bij alle aanwijzingen past, dan krijgt die groep alsnog 2p.
  6. 6. Wat is dat? paus (8 punten) Welk(e) begrip(pen) Waarom? koning (6 punten) Welk(e) begrip(pen) Waarom? Wat is dat? investituur Welk(e) begrip(pen) Waarom? Wat is dat? scheiding kerk-staat Wat is dat? Wat is dat? (4 punten) (2 punten) Tweemachtenleer ? Welk(e) begrip(pen) Waarom? Welk(e) begrip(pen) Waarom?
  7. 7. Wat is dat? Wat is dat? Wat is dat? Wat is dat? Wat is dat? macht (8 punten) gezag (6 punten) primaat (4 punten) Vitesse (2 punten) ? soeverein Welk(e) begrip(pen) Waarom? Welk(e) begrip(pen) Waarom? Welk(e) begrip(pen) Waarom? Welk(e) begrip(pen) Waarom? Welk(e) begrip(pen) Waarom?
  8. 8. Alles in één relatieschema ‘kenmerkend aspect’ Wat te doen?  Je krijgt een schema waarin je relaties/samenhang tussen oorzaken, verloop, gevolgen, begrippen en personen, van een kenmerkend aspect kunt aangeven.  Plaats een begrip op een goede plaats in het schema.  Noteer de samenhang tussen de begrippen. Meerdere antwoorden zijn mogelijk, afhankelijk van de uitleg.  Pak een blaadje; zet kenmerkend aspect in het midden en daaromheen acht vakken die met pijlen zijn verbonden. Zie voorbeeld.
  9. 9. ? ? ? ? ? ? primaat wereldlijke of geestelijke macht ? ? ? ? ? ?
  10. 10. Alles in één relatieschema ‘kenmerkend aspect’ Wat te doen?  Je krijgt een schema waarin je relaties/samenhang tussen oorzaken, verloop, gevolgen, begrippen en personen, van een kenmerkend aspect kunt aangeven.  Plaats een begrip op een goede plaats in het schema.  Noteer de samenhang tussen de begrippen. Meerdere antwoorden zijn mogelijk, afhankelijk van de uitleg.  Pak een blaadje; zet kenmerkend aspect in het midden en daaromheen acht vakken die met pijlen zijn verbonden. Zie voorbeeld.  Vul nu de gegeven acht termen op de juiste plaats in. Benoem en noteer de relatie tussen de verschillende termen.
  11. 11. Canossa, 1077 koning/keizer Worms, 1122 leenstelsel bisschop tweemachtenleer paus investituur
  12. 12. ? ? ? ? ? ? primaat wereldlijke of geestelijke macht ? ? ? ? ? ?
  13. 13. ? ? tweemachtenleer investituur leenstelsel ? ? paus ? ? bisschop primaat wereldlijke of geestelijke macht ? koning/keizer ? ? ? Worms, 1122 Canossa, 1077 ? ?
  14. 14. Quiz ‘Verboden te zeggen - Taboewoorden’ Werkwijze   Eén leerling uit een rij gaat met rug naar het scherm zitten. Andere leerling uit die rij gaat woord omschrijven en mag daarvoor andere woorden niet gebruiken.  Als de leerling het woord weet te ‘raden’ binnen 30 seconden: twee punten. Na 30 seconden mogen andere leerlingen uit die rij ook tips geven; dan kan nog (binnen 10 seconden) één punt worden gescoord. Eerst rij A, dan rij B, dan rij C. Welke rij haalt twee punten?   Denk mee, ook al zit je in de andere rij: hier leer je van!
  15. 15. Begrippen: eigen woorden, voorbeelden, samenhang Kapitalisme Verboden woorden:  economie  privébezit  winst  communisme  systeem  vrijheid Voorbeeld van een juist antwoord: De wijze waarop arbeid en productie is geregeld volgens het economisch liberalisme en de vrije markt. Verenigde Staten en hun federale overheid, 1865-1965
  16. 16. Begrippen: eigen woorden en voorbeelden Conferentie van Potsdam Verboden woorden:  Vergadering  VS, SU en Engeland  1945  Koude Oorlog  Jalta Voorbeeld van een juist antwoord: Overleg aan het eind van WOII tussen de geallieerde leiders Truman, Stalin en Attlee en waarbij de basis werd gelegd tussen grote spanningen tussen Amerika en Rusland. Verenigde Staten en hun federale overheid, 1865-1965
  17. 17. Leren binnen ‘Verboden te zeggen’ Eigen woorden (!?)    Synoniemen / andere woorden die hetzelfde betekenen. Antoniemen / tegenovergestelde Omschrijving (vanuit geschiedenis / vanuit nu) Voorbeelden (!?)    Personen / instellingen Gebeurtenissen Ontwikkelingen Samenhang - relaties (!?)    Tijd – periode Onder welk ‘hoger’ begrip valt het (politiek, economie, enz) Oorzaak - gevolg Begrippen: eigen woorden, voorbeelden, samenhang
  18. 18. New Deal Wat is dat? Welk Woord Weg en waarom? Overschotten Wat is dat? Hoge overheidsuitgaven Wat is dat? Hooggerechtshof Wat is dat? Werkloosheid Wie is dat? Roosevelt Welk Woord erbij en waarom?
  19. 19. Activerend herhalen van orientatie kennis
  20. 20. Toets je kennis en pas kennis van tijdvak 1 t/m 4 toe. Hoe? Kaartspel in groepen van 3 of 4 personen In enveloppe 1 drie kleuren kaartjes; wit: tijdvak, jaartallen en naam tijdvak rood: kenmerkende aspecten geel: begrippen In enveloppe 2 : Wit: bronnen: afbeeldingen en teksten 2 lessen,voorbereiding SE Doel: actieve, samenwerkende leerling kennis en vaardigheden toepassen samenhang en verbanden zien examenvragen maken en beantwoorden stof herhalen Opdracht 1: Gebruik de witte kaartjes met tijdvakken , jaartallen en naam tijdvakken . Leg tijdvakken met naam en jaartallen bij elkaar Opdracht 2: Gebruik rode kaartjes. Leg kenmerkende aspecten bij juiste tijdvak en leg aan elkaar de kenmerken uit. Opdacht 3: Gebruik de gele kaartjes met begrippen. Beantwoord de volgende vragen:  Wie? Wat? Wanneer?  Omschrijf het begrip. Begrip past bij welk tijdvak en bij welk kenmerk? (Behandeld in welk hoofdstuk en welke paragraaf?)  Oorzaken, motieven en gevolgen van het verschijnsel/gebeurtenis? Maak daarbij onderscheid tussen politieke economische, sociale en godsdienstige motieven/oorzaken en gevolgen. Met welke andere zaken houdt het begrip verband? Op welke wijze?
  21. 21. Opdacht 4: Gebruik de witte kaartjes met bronnen. (afbeeldingen en geschreven bronnen) Beantwoord de volgende vragen: Waarover gaat de bron? Wie? Wat? Wanneer? Toon aan met bronelementen.  Past bij welk tijdvak , bij welk kenmerk en bij welk begrip? (Behandeld in welk hoofdstuk en welke paragraaf?)  Wat is de visie/mening van de maker van bron? Toon aan met bronelementen.  Betrouwbaarheid bron? Opdracht 5: Gebruik de witte kaartjes met bronnen. (afbeeldingen en geschreven bronnen) Zoek één afbeelding en één geschreven bron uit Bedenk, per bron, een examenvraag Maak een antwoordmodel.
  22. 22. Tijd voor geschiedenis
  23. 23. Hoe verhogen we de motivatie van [examen]leerlingen om actiever en zelfstandiger te werken? Marzano Leerlingen zijn gemotiveerder als in een gesprek leerdoelen worden vastgesteld en vastgelegd. Ros stelt dat er drie soorten motivatie zijn, afgeleid uit de self determination theory [SDT]: a-motivatie: de leerling is niet gemotiveerd omdat hij geen belang hecht aan de leeractiviteit en/of zich niet bekwaam voelt. Extrinsieke motivatie. Hiervan zijn verschillende subvormen, maar in alle gevallen ervaren leerlingen een bepaalde druk van school of ouders om in actie te komen. Daardoor kunnen ze in gaan zien dat doelen van school aansluiten bij hun eigen doelen of gaan ze de doelen van school zelfs belangrijk vinden, maar ze kiezen er nooit zelf voor. Intrinsieke motivatie: de leerling is uit zichzelf geïnteresseerd. Hattie
  24. 24. Gesprekleidraad 1. Waarom is geschiedenis belangrijk voor jou? a. Kennis of vaardigheden nodig b. Welk cijfer heb je nodig om te slagen / goed naar je voorselectie te gaan 2. Wanneer werk je met plezier en/of wanneer niet? 3. Wat is je beste resultaat geweest en waardoor haalde je dat? 4. Wat is je slechtste resultaat geweest en waardoor haalde je dat? 5. Waar ben je bang voor met het oog op het examen? 6. Wat zijn je 3 sterkste kanten voor geschiedenis? 7. Wat zijn de belangrijkste dingen bij geschiedenis waarin je beter wilt worden? Conclusie5, 6, en 7: denk aan: inhoud / vaardigheden / eigen studiehouding a. Bij gesprek Welk resultaat wil je halen op het ce? Wat ga je daarvoor doen? Welke hulp heb je daarbij nodig van je docent, ouders of medeleerlingen?
  25. 25. Controverse / debat / (toneel)
  26. 26. Controverse / debat / (toneel)
  27. 27. Controverse / debat / (toneel) - Actieve en zelfstandige leerling • Leerlingen oefenen het voeren van debat • Leerlingen werken met standplaatsgebondenheid en met feit/mening • Het brengt extra verdieping op de stof • De doeners worden aangesproken • Meervoudige intelligentie: verbaal, lichamelijk, visueel - Waar en hoe? • • • • Tijdens een SLS-les geschiedenis Leerlingen in groepen van 8/9 PowerPoint als hulpmiddel Leerlingen krijgen persoonlijke kaarten met hun rol en geheime opdracht • Leerlingen reflecteren op de eigen bijdrage (reflectieformulier) • Een andere groep observeert de deelnemers (reflectieformulier)
  28. 28. Controverse / debat / (toneel) Onderbouw • De observeerder kijkt meer naar de manier van debatteren dan naar de inhoudelijke bijdrage. Worden de regels van het debat gehandhaafd? • Speel in op het inlevingsvermogen door er leuke elementen aan het proces toe te voegen.
  29. 29. Controverse / debat / (toneel) Bovenbouw • De observeerder kijkt naar de manier van debatteren en de inhoudelijke bijdrage van de deelnemer. • Je kunt strengere debatregels hanteren en daar ook op laten beoordelen. • Je kunt een openings- en een slotbetoog toevoegen.
  30. 30. Moord op Caesar
  31. 31. Controverse / debat / (toneel) Moord op Caesar - Hoe? • Leerlingen krijgen in groepen van 8 ieder een rol op een kaart: - Pontifex Maximus (hij offert vlak voor de vergadering (steekt wierook aan, doet wijn in de offerschaal) - Caesar - Brutus (heeft een zwaard op tafel liggen en krijgt de opdracht Caesar neer te steken als de ppt verandert) - Verschillende senatoren (hier en daar een grapje erin) • Iedereen heeft een geheim doel en moet acteren • De vergadering is een debat met heldere regels: - Je staat als je aan het woord bent - Als je iets wilt zeggen dan ga je zelf ook staan - De voorzitter moet op de regels letten
  32. 32. Controverse / debat / (toneel)
  33. 33. Controverse / debat / (toneel) Ronde 1: Vóór de vergadering • Je zegt je naam tegen de senaat. Dit is de voorstelronde. • De Pontifex Maximus offert aan de goden. • Het aansteken en gelijk uitmaken van de kaars. • Een wijnoffer aan de goden.
  34. 34. Controverse / debat / (toneel) Ronde 2: Regels tijdens de vergadering • Je spreekt één voor één. Senaatsleden die erdoorheen praten worden verwijderd i.v.m. onbeschoft gedrag. • Als je spreekt moet je staan. • Als je iets wilt zeggen moet je gaan staan en wachten tot de ander klaar is.

×