Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
Frequent verzuim voorafgaand aanlangdurig verzuim door psychische klachtenRobert van BaarleCorvu 28Februari 2005          ...
InhoudsopgaveVOORWOORD.......................................................................................................
VoorwoordDeze scriptie is geschreven in het kader van de opleiding tot geregistreerd bedrijfsarts.Het is gelukt om een ond...
SamenvattingInleidingHet doel van dit onderzoek is te achterhalen of er een verband bestaat tussen langdurigverzuim door p...
AanbevelingenDit onderzoek dient te worden herhaald met een meer representatieve steekproef uit deberoepsbevolking.Om te o...
InleidingIn mijn werk als bedrijfsarts zie ik veel mensen die frequent verzuimen. In het contract tussende klant en ArboNe...
1. Literatuuronderzoek1.1 InleidingDit literatuuronderzoek heeft tot doel om te onderzoeken of een verband tussen langduri...
Door Schröer22 is een zeer praktische onderverdeling gemaakt van determinanten:1. Persoonskenmerken2. Organisatiekenmerken...
OpleidingIn meerdere onderzoeken wordt er een relatie gevonden tussen opleidingsniveau en WAO-instroom. De hogere fysieke ...
Volgens Hopstaken12 in haar proefschrift "Ziekmelden als beredeneerd gedrag" is hetverzuim met een duur van 3 tot 6 dagen ...
1.3.3 ZiektegeschiedenisUit het onderzoek onder bouwvakkers van van Vuuren en van de Heuvel27 blijkt dat eenkwart van de b...
1.3.5 Gezondheidszorg en ziektegedragWachtlijsten leiden tot langer ziekteverzuim en hogere WAO-instroom14.Soeters23 vond ...
De beschreven persoonsgebonden determinanten die de duur van het verzuim beïnvloedenzijn: persoonskenmerken, verzuimbeleid...
In onderstaande tabel worden de in de literatuur gevonden persoonsgebonden determinantenvan langdurig verzuim en hun relat...
1.5 ConclusieIn de literatuur is geen onderzoek gevonden dat de relatie tussen frequent verzuim enlangdurig verzuim door p...
2. Onderzoeksscriptie2.1 VraagstellingIs een verband aantoonbaar tussen frequent kortdurend verzuim en langdurig verzuim d...
2.2.3 OnderzoeksvariabelenVoor het onderzoeken van het frequent verzuim is gekozen voor de verzuimfrequentievoorafgaand aa...
VerzuimfrequentieEr bleek een klein verschil te bestaan in verzuimfrequentie tussen de onderzoeks- en decontrolegroep. Ech...
InkomenOmdat in de literatuur een relatie is gevonden tussen het opleidingsniveau en de verzuimduur,is getracht de opleidi...
Ik kan hiervoor 2 verklaringen bedenken:1.     het beeld dat mijn collega’s en ik hebben van de groep werknemers met psych...
Verklaring 2 nader bezien:Mogelijk geeft dit onderzoek een vertekend beeld omdat zowel de onderzoeksgroep als decontrolegr...
Er dient onderzocht te worden of de reden van ziekmelding bij het kort frequent verzuim eenrelatie heeft met het hier opvo...
BijlagenLiteratuurlijst1. Aletrino MA, Bruins M. Werken en verzuimen; de samenhang van persoons- en   werkgebonden factore...
11. Hildebrandt VH, Backx FJG, Stam PJA, et al. Sportieve werknemer is economisch    aantrekkelijk voor bedrijf: het einde...
23. Soeters JMLM. Patiënt, gezondheidszorg en langdurige ziekte. Een onderzoek onder 213    langdurig zieke werknemers in ...
Resultaten in tabelvormTabel 1: samenstelling onderzoeksgroep(n=75)                                                       ...
Tabel 6: onderzoeksgroep: meldingsfrequentie uitgesplitst naar geslacht                          man          vrouw       ...
Tabel 11 onderzoeksgroep: verschil in meldingsfrequentie tussen inkomenscategorieën in 2voorgaande jaren                la...
Bronnen en zoektermenBronnen   • Bibliotheek TNO Arbeid   • Kenniscentrum Informatiesysteem ArboNed   • Bibliotheek AMC   ...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Frequent verzuim voorafgaand aan langdurig verzuim door psychische klachten

2,396 views

Published on

Er is onderzocht of er een verband bestaat tussen langdurig verzuim door psychische klachten en voorafgaand kortdurend frequent verzuim. Middels een literatuurstudie is gekeken wat hierover al gepubliceerd is. In een retrospectieve case-controlstudie (75 cases, 110 controls) onder langverzuimers (=42 dagen) is getracht het bovenstaand verband in de eigen patiëntenpopulatie aan te tonen. De literatuurstudie laat onder meer zien dat de persoonsgebonden determinanten die de duur van het verzuim beïnvloeden zijn: persoonskenmerken, verzuimbeleid en verzuimbegeleiding, ziektegeschiedenis, gezondheidstoestand, ziektekenmerken en ziektegedrag. De verzuimfrequentie in het half jaar voorafgaand aan langdurig verzuim heeft een verband met de verzuimduur, ongeacht de oorzaak van het langdurig verzuim. In de literatuur is geen onderzoek gevonden dat de relatie tussen frequent verzuim en langdurig verzuim door psychische klachten beschrijft. Uit de case-controlstudie blijkt dat de verzuimfrequentie een relatie heeft met toekomstig langdurig verzuim, ongeacht de verzuimoorzaak. Zowel de verzuimfrequentie als het verzuimpatroon in de 2 jaren voorafgaand aan het langdurig verzuim, zijn niet significant verschillend tussen de onderzoeks- en de controlegroep. Het verzuimpatroon blijkt identiek. Verzuimfrequentie blijkt niet te discrimineren tussen langdurig verzuim door psychische klachten of overige klachten.

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Frequent verzuim voorafgaand aan langdurig verzuim door psychische klachten

  1. 1. Frequent verzuim voorafgaand aanlangdurig verzuim door psychische klachtenRobert van BaarleCorvu 28Februari 2005 -1/29-
  2. 2. InhoudsopgaveVOORWOORD........................................................................................................................3SAMENVATTING ..................................................................................................................4INLEIDING..............................................................................................................................61. LITERATUURONDERZOEK...........................................................................................7 1.1 INLEIDING .........................................................................................................................7 1.2 VRAAGSTELLINGEN...........................................................................................................7 1.3 RESULTATEN .....................................................................................................................7 1.3.1 Persoonskenmerken ..................................................................................................8 1.3.2 Verzuimbeleid en verzuimbegeleiding ....................................................................10 1.3.3 Ziektegeschiedenis ..................................................................................................11 1.3.4 Gezondheidstoestand en ziektekenmerken ..............................................................11 1.3.5 Gezondheidszorg en ziektegedrag...........................................................................12 1.4 BEANTWOORDING VRAAGSTELLINGEN............................................................................12 1.5 CONCLUSIE .....................................................................................................................152. ONDERZOEKSSCRIPTIE ..............................................................................................16 2.1 VRAAGSTELLING .............................................................................................................16 2.2 ONDERZOEKSOPZET ........................................................................................................16 2.2.1 Onderzoekspopulatie...............................................................................................16 2.2.2 Selectiecriteria ........................................................................................................16 2.2.3 Onderzoeksvariabelen.............................................................................................17 2.2.4 Analyse....................................................................................................................17 2.3 RESULTATEN ...................................................................................................................17 2.4 CONCLUSIE .....................................................................................................................19 2.5 DISCUSSIE .......................................................................................................................19 2.6 ENKELE KANTTEKENINGEN .............................................................................................21 2.7 AANBEVELINGEN ............................................................................................................21BIJLAGEN .............................................................................................................................23 LITERATUURLIJST .................................................................................................................23 RESULTATEN IN TABELVORM ................................................................................................26 BRONNEN EN ZOEKTERMEN ..................................................................................................29 -2/29-
  3. 3. VoorwoordDeze scriptie is geschreven in het kader van de opleiding tot geregistreerd bedrijfsarts.Het is gelukt om een onderwerp te vinden dat aansluit bij mijn dagelijkse werkzaamhedenzodat ik ook in de praktijk de resultaten van deze studie kan gebruiken.Graag wil ik enkele personen bedanken voor hun hulp om dit onderzoek binnen een redelijketermijn af te ronden.Allereerst mijn vrouw Helen voor haar mentale steun. Verder wil ik Teuny van Wijgerden enMary Nauta van de NSPOH bedanken voor hun hulp bij -, en het commentaar op mijnonderzoek. Ook Marij Marsden, die mij als mijn praktijkbegeleider gedurende de opleidinggecoacht heeft en ook haar commentaar heeft geleverd op deze scriptie, wil ik bedanken. -3/29-
  4. 4. SamenvattingInleidingHet doel van dit onderzoek is te achterhalen of er een verband bestaat tussen langdurigverzuim door psychische klachten en voorafgaand kortdurend frequent verzuim.Middels een literatuurstudie is onderzocht wat er reeds is gepubliceerd over bovengenoemdverband.Vervolgens is in het kader van de onderzoeksscriptie getracht bovenstaand verband in deeigen patiëntenpopulatie aan te tonen.LiteratuuronderzoekDe gevonden onderzoeken beschrijven determinanten van langdurige arbeidsongeschiktheid,waarbij geen onderscheid wordt gemaakt naar de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid.Eén onderzoeker concludeert dat de determinanten van psychische arbeidsongeschiktheid nietverschillen van die van arbeidsongeschiktheid in het algemeen.De persoonsgebonden determinanten die de duur van het verzuim beïnvloeden zijn:persoonskenmerken, verzuimbeleid en verzuimbegeleiding, ziektegeschiedenis,gezondheidstoestand, ziektekenmerken en ziektegedrag.De verzuimfrequentie in het half jaar voorafgaand aan langdurig verzuim heeft een verbandmet de verzuimduur, ongeacht de oorzaak van het langdurig verzuim.In de literatuur is geen onderzoek gevonden dat de relatie tussen frequent verzuim enlangdurig verzuim door psychische klachten beschrijft.OnderzoeksscriptieMiddels een retrospectieve case-controlstudie (75 cases, 110 controls) onder langverzuimers(≥42 dagen) is getracht het verband aan te tonen tussen frequent kortdurend verzuim enlangdurig verzuim door psychische klachten.Met behulp van de T-toets, Chi-kwadraattoets en de ANOVA-toets zijn de verzuimfrequentieen het verzuimpatroon voorafgaand aan het langdurig verzuim, statistisch geanalyseerd.Een case werd als zodanig bestempeld indien er sprake was van aaneengesloten verzuim doorpsychische klachten langer dan 41 dagen.De controlegroep bestond uit personen die langerdan 41 dagen verzuimden door niet-psychische klachten.ConclusieDe verzuimfrequentie blijkt een relatie te hebben met toekomstig langdurig verzuim,ongeacht de verzuimoorzaak.Zowel de verzuimfrequentie als het verzuimpatroon in de twee jaren voorafgaand aan hetlangdurig verzuim, zijn niet significant verschillend tussen de onderzoeks- en decontrolegroep. Het verzuimpatroon blijkt identiek.Verzuimfrequentie blijkt niet te discrimineren tussen langdurig verzuim door psychischeklachten of overige klachten. -4/29-
  5. 5. AanbevelingenDit onderzoek dient te worden herhaald met een meer representatieve steekproef uit deberoepsbevolking.Om te onderzoeken of de bedrijfsarts een vertekend beeld heeft van patiënten met psychischeklachten doordat zij mogelijk vaker en sneller het spreekuur bezoeken, dient onderzocht teworden of patiënten met psychische klachten frequenter het spreekuur van de bedrijfsartsbezoeken dan patiënten met overige klachten.Het verdient aanbeveling om nader onderzoek te verrichten naar de mogelijk voorspellendewaarde van een karakteristiek verzuimpatroon van kort frequent verzuim.ZoektermenKortdurend verzuim, frequent verzuim, psychische klachten, langdurig verzuim. -5/29-
  6. 6. InleidingIn mijn werk als bedrijfsarts zie ik veel mensen die frequent verzuimen. In het contract tussende klant en ArboNed zijn afspraken gemaakt over het oproepen van werknemers die frequentverzuimen in de voorliggende periode van 12 maanden. Ik heb het vermoeden dat langdurigverzuim door psychische klachten vaak wordt voorafgegaan door frequent verzuim en dat ereen verschil is in het voorkomen van frequent verzuim met de groep langverzuimers doorniet-psychische klachten. In het kader van dit onderzoek ben ik op zoek gegaan naar eenonderbouwing van mijn vermoeden. Ook andere factoren kunnen een uiting zijn vanpsychische overbelasting zoals motivatie, verloop, intern verzuim etc. Deze factoren zijn inhet kader van deze scriptie niet onderzocht, omdat deze factoren moeilijk te onderzoeken zijnen dat dan dit onderzoek te omvangrijk zou worden voor een afstudeerscriptie.Het doel van dit onderzoek is te achterhalen of er een verband bestaat tussen langdurigverzuim door psychische klachten en voorafgaand kortdurend frequent verzuim.Middels de literatuurstudie wil ik onderzoeken wat er reeds is gepubliceerd overbovengenoemde relatie.Vervolgens wil ik in het kader van de onderzoeksscriptie in mijn eigen patiëntenpopulatieonderzoeken of het eerdergenoemde verband kan worden aangetoond.Allereerst wordt het literatuuronderzoek beschreven, vervolgens wordt het scriptieonderzoekbeschreven.Na de resultaten volgt de conclusie met de beschouwing hiervan en aansluitend deaanbevelingen.Is dit het karakteristieke verzuimpatroon voorafgaand aan langdurig verzuim doorpsychische klachten? 100 80 60 40 arbeidsprestatie 20 0 -20 -40 -60 -80 -100 tijd -6/29-
  7. 7. 1. Literatuuronderzoek1.1 InleidingDit literatuuronderzoek heeft tot doel om te onderzoeken of een verband tussen langdurigverzuim door psychische klachten en voorafgaand kortdurend frequent verzuim reeds isbeschreven.Omdat frequent verzuim slechts één van de persoonsgebonden factoren is die (mogelijk) eenrelatie heeft met verzuim door psychische klachten, heb ik er voor gekozen om middels dezeliteratuursearch te beschrijven, welke persoonlijke factoren de duur van het verzuim doorpsychische klachten beïnvloeden.Hierdoor wordt frequent verzuim in het kader geplaatst van andere persoonlijke factoren dieeen relatie hebben met de duur van verzuim door psychische klachten.1.2 VraagstellingenOm het doel van het onderzoek te kunnen verwezenlijken, zijn onderstaande vraagstellingenvoor het literatuuronderzoek geformuleerd.1. Is het verband tussen frequent verzuim en langdurig verzuim door psychische klachten reeds onderzocht?2. Is in de literatuur beschreven of langdurige uitval door psychische klachten wordt voorafgegaan door frequent verzuim in het jaar voorafgaand aan de ziekmelding?3. Is in de literatuur beschreven welke persoonsgebonden factoren invloed hebben op de duur van het verzuim door psychische klachten?1.3 ResultatenIn de gevonden literatuur wordt een beschrijving gegeven van determinanten die de duur vanhet individuele verzuim bepalen.Voor oorzaken van langdurige arbeidsongeschiktheid wordt er nauwelijks onderscheidgemaakt tussen arbeidsongeschiktheid door psychische klachten en arbeidsongeschiktheiddoor niet-psychische oorzaken. Hellinga9 heeft dit als één van de weinigen wel onderzocht enbij een groot industrieel bedrijf geen noemenswaardige verschillen gevonden. Zijn conclusieis dat de determinanten van psychische arbeidsongeschiktheid niet verschillen van die vanarbeidsongeschiktheid in het algemeen. -7/29-
  8. 8. Door Schröer22 is een zeer praktische onderverdeling gemaakt van determinanten:1. Persoonskenmerken2. Organisatiekenmerken3. Kenmerken van de arbeidsplaats4. Verzuimbeleid en verzuimbegeleiding5. Ziektegeschiedenis6. Gezondheidstoestand en ziektekenmerken7. Gezondheidszorg en ziektegedrag.Bovenstaande onderverdeling van determinanten is in deze scriptie aangehouden.Aangezien de vraagstelling van dit literatuuronderzoek zich toespitst op persoonlijke factorendie invloed hebben op de duur van het verzuim, wordt er nader ingegaan op 1, 4, 5, 6 en 7.1.3.1 PersoonskenmerkenPersoonskenmerken kunnen worden ingedeeld in:• biologische kenmerken• opleiding• coping• persoonlijke leefstijlBiologische kenmerkenVan de biologische kenmerken zijn leeftijd en geslacht relevant.Hieronder worden beiden apart behandeld.LeeftijdDe meeste beschreven onderzoeken tonen een verband aan tussen de toename van de leeftijden een toename van het langdurig verzuim. Dit wordt verklaard door de fysiologische afnamevan de belastbaarheid en een toename van de werkdruk7. Jongeren verzuimen frequenter20.GeslachtVolgens van der Giezen et al6 zijn twee mechanismen verantwoordelijk voor een hogereWAO-instroom van vrouwen. Ten eerste lopen vrouwen meer arbeidsrisico. Zo werkenvrouwen vaker in beroepen met weinig regelmogelijkheden, weinig carrièremogelijkheden(ook wel "het glazen plafond" genoemd) en met een ongezonde werkdruk. Ten tweede lopenvrouwen een groter WAO-risico vanwege factoren als geen plezier in het werk en een slechtewerksfeer. Zodra vrouwen aan deze factoren worden blootgesteld, raken vrouwen vakerlangdurig arbeidsongeschikt dan mannen.Ook de privé- en werksituatie hebben bij mannen een andere invloed op het verzuim dan bijvrouwen. Van Deursen et al4 vond bij mannen een even groot aandeel in hetverzuimpercentage voor werk- en privé-situatie. Bij vrouwen wordt het verzuimvolume metname door de privé-situatie bepaald. -8/29-
  9. 9. OpleidingIn meerdere onderzoeken wordt er een relatie gevonden tussen opleidingsniveau en WAO-instroom. De hogere fysieke belasting die gepaard gaat met lager geschoolde arbeid wordt alsverklaring gezien. Dit is o.a. aangetoond door Hellinga9.Hoger geschoolde arbeid gaat vaak gepaard met een toename aan regelmogelijkheden. Ditheeft een gunstige invloed op de ervaren stress en kan leiden tot een lager verzuim. Ziehiervoor onderstaand stressmodel volgens Karasek en Theorell25.Van der Klink15 vond echter, in tegenstelling tot wat in de literatuur is beschreven, eenverband tussen een laag opleidingsniveau en een kortere verzuimduur. Een mogelijkeverklaring hiervoor zou kunnen zijn dat het onderzoek van van der Klink zich alleen richtteop het herstel na een aanpassingsstoornis. Door deze beperkte scope zou het extrapolerennaar grotere groepen verzuimers met meerdere ziekte-oorzaken moeilijker kunnen zijn.Stressmodel volgens Karasek en Theorell* Taakeisen Laag HoogRegelmogelijkheden Laag Saai werk Overbelastend werk Hoog Gemakkelijk werk Uitdagend werk* Dit model wordt vaak uitgebreid met de component “sociale steun”. Door voldoende sociale steun worden denegatieve effecten van belastende situaties beperkt.CopingCoping is volgens Hidding10 de wijze waarop iemand gedragsmatig en emotioneel op desituatie reageert. Hidding heeft onderscheid gemaakt tussen de probleemgerichte actievecopingstijl en de copingstijlen die niet probleemgericht en niet emotieregulerend zijn.In dit onderzoek waarin zij op zoek was naar de relatie tussen een copingstijl en de duur vanhet verzuim, werd geen verband gevonden tussen de copingstijl en een verkorting van deverzuimduur ofschoon zij dit wel had verwacht voor de probleem gerichte copingstijl.Hidding concludeert dat door de complexiteit en diversiteit van de oorzaken van het verzuim,de verzuimduur niet alleen door coping kan worden verklaard.Aletrino en Bruins1 vonden in hun onderzoek echter wel een verband tussen een anderecopingstijl met zowel frequent als langdurig ziekteverzuim. Dit is de arousalgerichte copingstijl.Bij deze copingstijl staat het vermijden of ontvluchten van onlustgevoelens als bron vanstress voorop. Hierbij spelen gevoelens van inadequatie, een laagzelfbeeld en angstdispositieeen rol.Van de andere kant kan ziekmelden ook gezien worden als een vorm van coping. Dit geldtmet name voor het frequent, kort verzuim17. Deze vorm van coping valt niet onder decopingstijl "actief aanpakken". -9/29-
  10. 10. Volgens Hopstaken12 in haar proefschrift "Ziekmelden als beredeneerd gedrag" is hetverzuim met een duur van 3 tot 6 dagen te verklaren als beredeneerd gedrag. Zij vond eenduidelijke relatie met de intentie tot ziekmelden en de zelfeffectiviteit om zich ziek temelden. Zowel gedragsdeterminanten als externe factoren bleken geen invloed te hebben opverzuim met deze verzuimduur. Hopstaken vond voor deze verzuimduur ook een relatie metde voorgaande meldfrequentie. Meer hierover onder "ziektegeschiedenis".Persoonlijke leefstijlOver sporten lijkt weinig misverstand te bestaan: sport is gezond, alhoewel?Sporten leidt tot minder stresssymptomen en een kortere verzuimduur, maar niet tot eenlagere verzuimfrequentie, was de conclusie van Dawson et al.3Sporten verhoogt echter ook het risico op blessures. Dit kan leiden totarbeidsongeschiktheid18.Uit het onderzoek van Prenger19 kwam naar voren dat sportblessures het totale verzuimslechts met 0,1% deed toenemen.De kosten-batenanalyse van Hildebrandt et al.11 toont aan dat de kosten van sportblessuresvan de sportende werknemer niet opwegen tegen de afgenomen verzuimkosten.Ongezonde leefgewoonten zoals roken, weinig lichaamsbeweging en overgewicht zijnrisicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten5.Deze ongezonde leefgewoonten nemen in Nederland toe24.1.3.2 Verzuimbeleid en verzuimbegeleidingGezien de focus van dit literatuuronderzoek op persoonsgebonden factoren, wordt in ditliteratuuronderzoek niet nader ingegaan op het verzuimbeleid.In de jaren 90 is in Nederland de begeleiding van arbeidsongeschikte medewerkers drastischveranderd: de nieuwe Arbo-wet, Wet PEMBA en de Wet REA waren hiervoorverantwoordelijk.De effecten van bedrijfsgebonden verzuimbegeleiding werden door Vrijhof 26gemeten. Hijconstateerde in 1993 een afname van het verzuimpercentage, echter niet van demeldingsfrequentie.Het onderzoek van van der Klink15 toont aan dat een gestandaardiseerde aanpak vanaanpassingsstoornissen, zoals opgenomen in de richtlijn voor het handelen van debedrijfsarts, vooral het langdurig verzuim verkort.De resultaten van invoering van de Wet Verbetering Poortwachter zijn nog nietwetenschappelijk onderzocht, maar de eerste cijfers laten een daling van de WAO-instroomzien van minimaal 15% van de bij ArboNed aangesloten bedrijven. -10/29-
  11. 11. 1.3.3 ZiektegeschiedenisUit het onderzoek onder bouwvakkers van van Vuuren en van de Heuvel27 blijkt dat eenkwart van de bouwvakkers die ongeveer twee weken verzuimen, in het daarop volgende halfjaar minimaal drie maanden zal verzuimen. De sensitiviteit was echter niet hoger dan 48%,waarbij de voorspellende waarde niet werd beïnvloed door de verzuimoorzaak (wel of geenziekte van het bewegingsapparaat). Dit maakt het gevonden verband nog niet bruikbaar alsvoorspellend instrument in de praktijk van de bedrijfsarts. Het eerder verzuim van meer dantwee weken in de afgelopen drie maanden kan dan als "rode vlag" dienen.De Winter28 vond voorafgaand aan langdurig verzuim een aanloopperiode van 5 jaar vantoenemend ziekteverzuim, uitgedrukt in een toename van het verzuimpercentage. Alvares2vond een soortgelijke relatie bij onderwijzend personeel: in de periode van 5 jaarvoorafgaand aan langdurig verzuim was er sprake geweest van eerder langdurig verzuim.Een hoog verzuimpercentage heeft een voorspellende waarde bij mannelijke werknemersboven de 50 jaar in combinatie met klachten over de gezondheid en de werkbelasting29.Scheffer21 vond in zijn onderzoek een significant verschil tussen kort verzuim en langdurigverzuim van verschillende verzuimparameters in het voorgaande half jaar. Het betrof deparameters gemiddelde verzuimduur, totale verzuimduur, meldingsfrequentie en verzuimvrijinterval. Hij vond echter geen verband tussen de klachten aan het begin van de ziekmelding(ingedeeld in de klachtgroepen psychosomatisch, fysiek en overig) en de feitelijke duur vanhet verzuim.Scheffer vond wel een positief verband tussen de ziekte-oorzaak "overig" bij het voorgaandefrequent verzuim en de verzuimduur.Hopstaken12 vond een relatie tussen de eerdere ziekmeldingsfrequentie en "ziekmelden alsberedeneerd gedrag". Zowel de ziekmeldingsfrequentie als de hoeveelheid verzuimde dagenin het jaar voorafgaand aan het verzuim zijn mede van invloed op het verzuim.1.3.4 Gezondheidstoestand en ziektekenmerkenDat de gezondheidstoestand een voorspellende waarde heeft voor dreigend langdurigverzuim, is o.a. aangetoond door Krantz en Östergren16. Zij vonden een verband tussen eenhoge score op de CSPG-schaal (zie tabel) van vrouwen tussen de 40 en 50 jaar en langdurigverzuim.De 15 items van de "Common Symptoms in the General Population of Women" schaal (de CSPG-schaal)1. Zuurbranden 9. Depressie2. Buikpijn 10. Hoofdpijn3. Hartkloppingen 11. Moeheid4. Ademhalingsstoornis 12. Spierspanning5. Lusteloosheid 13. Pijn op de borst6. Prikkelbaarheid 14. Lage rugpijn7. Rusteloosheid 15. Gewrichtspijn (nek, schouder, etc.)8. Nervositeit of angst -11/29-
  12. 12. 1.3.5 Gezondheidszorg en ziektegedragWachtlijsten leiden tot langer ziekteverzuim en hogere WAO-instroom14.Soeters23 vond een verkorting van de verzuimduur wanneer werknemers op eigen initiatief dehuisarts consulteerden en men ontevredener was over het functioneren van de huisarts. Ditlijkt te kunnen worden verklaard door een actieve probleemoplossende copingstijl, alhoeweldaar in de literatuur wisselend over wordt geschreven. Het bezoek aan de medisch specialistheeft een verlengend effect op de verzuimduur13.De copingstijl is bepalend voor het individuele ziektegedrag1. Daarom wordt verwezen naarde paragraaf "coping".1.4 Beantwoording vraagstellingen 1. Is het verband tussen frequent verzuim en langdurig verzuim door psychische klachten reeds onderzocht?In de literatuur is geen onderzoek beschreven dat de relatie tussen frequent verzuim enlangdurig verzuim door psychische klachten heeft onderzocht. De beschreven onderzoekenrichten zich op langdurig verzuim zonder onderscheid te maken naar de oorzaak van hetverzuim. Het blijkt dat de determinanten van arbeidsongeschiktheid door psychische klachtenniet verschillen van die van arbeidsongeschiktheid in het algemeen.Er is wel onderzocht of er een relatie bestaat tussen frequent verzuim voorafgaand aanlangdurig verzuim en dit langdurig verzuim. Hierbij is geen onderscheid gemaakt naar deoorzaak van het langdurig verzuim: psychische klachten of niet-psychische klachten. Enkeleonderzoeken toonden een verband aan tussen langdurig verzuim en voorgaand verzuim(zowel eerder langdurig verzuim als verzuim met een duur van ongeveer 2 weken) waarbij ergekeken is naar voorgaande perioden met een verschillende duur. Deze perioden bedroegen 3maanden tot 5 jaar. Alleen Scheffer21 heeft een verband gevonden tussen deverzuimfrequentie in het half jaar voorafgaand aan het er op volgende verzuim en ditlangdurig verzuim. Echter zonder onderscheid te maken naar de oorzaak van het verzuim. 2. Is in de literatuur beschreven of langdurige uitval door psychische klachten wordt voorafgegaan door frequent verzuim in het jaar voorafgaand aan de ziekmelding?Voor een antwoord op deze vraag kan verwezen worden naar bovenstaand antwoord. 3. Is in de literatuur beschreven welke persoonsgebonden factoren invloed hebben op de duur van het verzuim door psychische klachten?Uit de literatuur blijkt dat weinig onderzoek is verricht naar de determinanten van langdurigearbeidsongeschiktheid door psychische klachten. Uit deze literatuur komt naar voren datdeterminanten van psychische arbeidsongeschiktheid niet verschillen van die vanarbeidsongeschiktheid in het algemeen9. -12/29-
  13. 13. De beschreven persoonsgebonden determinanten die de duur van het verzuim beïnvloedenzijn: persoonskenmerken, verzuimbeleid en verzuimbegeleiding, ziektegeschiedenis,gezondheidstoestand, ziektekenmerken en ziektegedrag. -13/29-
  14. 14. In onderstaande tabel worden de in de literatuur gevonden persoonsgebonden determinantenvan langdurig verzuim en hun relatie met de duur van het verzuim weergegeven.Determinant Nadere omschrijving Relatie met de duur van het verzuimPersoonskenmerkenBiologische kenmerken Leeftijd Toename Vrouwelijk geslacht ToenameOpleiding Meerdere onderzoeken: Laag opleidingsniveau. Eén Niet eenduidig onderzoek vindt omgekeerde relatie.Coping Toename bij arousalgerichte copingstijl ToenamePersoonlijke leefstijl Sporten Afname Ongezonde leefgewoonten nemen toe ToenameVerzuimbeleid en Bedrijfsgebonden (gestandaardiseerde) verzuimbegeleiding AfnameverzuimbegeleidingZiektegeschiedenis In voorgaande periode (van 6 maanden tot 5 jaar) middellang Toename of lang verzuim Ziekteoorzaak "overig" bij het voorgaande frequent verzuim Toename Gemiddelde verzuimduur Toename Totale verzuimduur Toename Meldingsfrequentie Toename Verzuimvrij interval AfnameGezondheidstoestand en Slechte gezondheidstoestand Toenameziektekenmerken Hoge score op CSPG-schaal bij vrouw tussen 40-50 jaar ToenameGezondheidszorg en Wachtlijsten Toenameziektegedrag Bezoek medisch specialist Toename -14/29-
  15. 15. 1.5 ConclusieIn de literatuur is geen onderzoek gevonden dat de relatie tussen frequent verzuim enlangdurig verzuim door psychische klachten beschrijft. Overige onderzoeken beschrijvendeterminanten van langdurige arbeidsongeschiktheid zonder een onderscheid te maken naarde oorzaak van de arbeidsongeschiktheid. De determinanten van arbeidsongeschiktheid doorpsychische klachten bleken niet te verschillen van die van arbeidsongeschiktheid in hetalgemeen.Er is een verband gevonden tussen de verzuimfrequentie in het half jaar voorafgaand aan heter op volgende verzuim en dit langdurig verzuim. Echter zonder onderscheid te maken naarde oorzaak van het verzuim.De beschreven persoonsgebonden determinanten die de duur van het verzuim beïnvloedenzijn: persoonskenmerken, verzuimbeleid en verzuimbegeleiding, ziektegeschiedenis,gezondheidstoestand, ziektekenmerken en ziektegedrag. -15/29-
  16. 16. 2. Onderzoeksscriptie2.1 VraagstellingIs een verband aantoonbaar tussen frequent kortdurend verzuim en langdurig verzuim doorpsychische klachten in de eigen patiëntenpopulatie?2.2 OnderzoeksopzetDeze vraagstelling leent zich uitstekend voor een retrospectieve case-controlstudie. Dezeonderzoeksopzet heeft als bijkomend voordeel dat, gezien de beperkte opzet van ditonderzoek, het verzamelen van data relatief weinig tijd kost.2.2.1 OnderzoekspopulatieVoor de onderzoekspopulatie is gekozen voor het hoofdkantoor van Postkantoren BV.Enerzijds omdat deze groep groot genoeg is voor het verkrijgen van voldoende cases enanderzijds omdat in deze onderzoeksperiode er één bedrijfsarts was. Dit verkleint de kans opobservatiebias. Doordat door verschillende reorganisaties de medewerkers van dithoofdkantoor uit alle delen van Nederland afkomstig zijn, wordt een zekere mate vangeografische spreiding gewaarborgd. Dit komt de representativiteit van de onderzoeksgroepten opzichte van de Nederlandse beroepsbevolking ten goede.2.2.2 SelectiecriteriaDe cases zijn geselecteerd in de periode 1-1-1999 tot 31-3-2003. Een case werd als zodanigbestempeld indien er sprake was van aaneengesloten verzuim door psychische klachtenlanger dan 41 dagen. Psychische klachten werd gedefinieerd als: diagnosecode volgens deClassificatie voor Arbo en Sociale Verzekeringen (CAS) beginnend met een P.Als inclusiecriterium werd een dienstverband van minimaal 24 uur per week gehanteerdvanwege het vermoeden dat de groep die minder dan 24 uur per week werkt, merendeelsvrouw is.De controlegroep bestond uit personen die langer dan 41 dagen verzuimden met de overigediagnosecodes volgens de CAS-classificering. Zwangerschapsgerelateerd verzuim werduitgesloten. -16/29-
  17. 17. 2.2.3 OnderzoeksvariabelenVoor het onderzoeken van het frequent verzuim is gekozen voor de verzuimfrequentievoorafgaand aan het langdurig verzuim. Er is gekeken naar het voorafgaande jaar en het jaardaarvoor. Hierdoor is er ook gekeken naar het verzuimpatroon.Per verzuimmelding van het frequent verzuim is de ziekmelding ingedeeld volgens dehoofdcategorie van de CAS-classificering. Deze gegevens zijn afkomstig van de “EigenVerklaring”. Dit is het inlichtingenformulier dat door de zieke medewerker wordt ingevuld enaan de arbodienst geretourneerd.2.2.4 AnalyseMet behulp van de T-toets, Chi-kwadraattoets en de ANOVA-toets zijn de gegevensstatistisch geanalyseerd.2.3 ResultatenIn de onderzoeksperiode konden 185 personen met verzuim langer dan 41 dagen wordengeïncludeerd. 75 Personen verzuimden ten gevolge van psychische klachten. De resterende110 personen fungeerden als controlegroep.Tabel 1: samenstelling onderzoeksgroep(n=75) Geslacht Man (72%) Vrouw (28%) Inkomen Laag 51,9% 71,4% Gemiddeld 33,3% 19,0% Hoog 14,8% 9,5%Tabel 2: samenstelling controlegroep(n=110) Geslacht Man (67%) Vrouw (33%) Inkomen Laag 63,5% 72,2% Gemiddeld 32,4% 27,8% Hoog 4,1% 0%CAS-codering van het frequent verzuimIn de praktijk bleek dat in te veel gevallen over het kort frequent verzuim geen gegevensbekend waren omdat de "eigen verklaring" niet was geretourneerd. Hierdoor was een CAS-codering onmogelijk en konden de diagnosegegevens van het frequent verzuim niet wordengeanalyseerd. -17/29-
  18. 18. VerzuimfrequentieEr bleek een klein verschil te bestaan in verzuimfrequentie tussen de onderzoeks- en decontrolegroep. Echter deze gevonden verschillen in zowel de verzuimfrequentie in het jaarvoorafgaand aan het langdurig verzuim (2,31 tegen 2,18), als de verzuimfrequentie in hethieraan voorafgaande jaar (1,87 tegen 1,56), zijn niet significant verschillend.VerzuimpatroonBinnen de case- èn de controlegroep is er een significante positieve correlatie tussen hetverzuim in het voorgaande jaar en het daaraan voorafgaande jaar geconstateerd. De gevondencorrelatie is echter voor beide groepen vergelijkbaar.Tabel 3: Gegevens meldingsfrequentie onderzoeksgroep (n=75) gemiddelde standaarddeviatiejaarmin1* 2,31 1,90 *jaarmin2 1,87 1,70Totaal voorgaande 2 jaren 4,17 3,00* jaarmin1= het jaar voorafgaand aan het langdurig verzuim* jaarmin2= het jaar voorafgaand aan ” jaarmin1”Tabel 4: Gegevens meldingsfrequentie controlegroep (n=110) gemiddelde standaarddeviatiejaarmin1 2,18 2,15jaarmin2 1,56 1,57Totaal voorgaande 2 jaren 3,75 3,29Tabel 5: T-toets meldingsfrequentie beide groepen p-waardejaarmin1 0,69jaarmin2 0,22Totaal voorgaande 2 jaren 0,37GeslachtDe case- en controlegroep bleken in geslachtssamenstelling niet van elkaar te verschillen.In de onderzoeksgroep is er sprake van een significant hogere meldingsfrequentie vanvrouwen t.o.v. mannen in zowel het jaar voorafgaand aan het verzuim, als het jaar daarvoor.Ook de totale meldingsfrequentie was significant hoger bij de vrouwen in deonderzoeksgroep.Deze verschillen bleken niet te bestaan in de controlegroep.Van de groep werknemers die wegens een dienstverband van minder dan 24 uur werdengeëxcludeerd bleken van de 13 personen er 12 (92%) vrouw te zijn. -18/29-
  19. 19. InkomenOmdat in de literatuur een relatie is gevonden tussen het opleidingsniveau en de verzuimduur,is getracht de opleidingsgegevens van de onderzoekspopulatie te verkrijgen. Deze informatiebleek niet beschikbaar te zijn. Vanwege de verwachte relatie tussen opleiding en inkomen(hoe hoger de hoogst genoten opleiding, hoe hoger het salaris) is in dit onderzoek gekekennaar inkomenscategorieën.Op het gebied van het inkomen bleken de onderzoeksgroepen significant van elkaar teverschillen in zowel de onderzoeksgroep als de controlegroep.In de onderzoeksgroep bleken significant meer personen een hoog inkomen te hebben.In de onderzoeksgroep bleek de hoogste salarisgroep in het jaar voorafgaand aan hetlangdurig verzuim significant minder frequent te verzuimen. Dit verschil was niet meersignificant in het tweede jaar voorafgaand aan het verzuim. De totale verzuimfrequentie lagin de onderzoeksgroep voor de laagste inkomens significant hoger dan voor de hoogsteinkomens.In de controlegroep bleek er geen verschil in verzuimfrequentie te bestaan tussen deverschillende inkomenscategorieën.2.4 ConclusieUit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen verschil is in voorkomen vanfrequent verzuim voorafgaand aan langdurig verzuim tussen de groep langverzuimers doorpsychische klachten en de groep langverzuimers door niet-psychische klachten.Zowel de verzuimfrequentie in de twee jaren voorafgaand aan het langdurig verzuim, als hetverzuimpatroon in deze 2 jaren, zijn niet significant verschillend.Het verzuimpatroon blijkt identiek: ongeacht de oorzaak van het langdurig verzuim, neemt defrequentie van het verzuim significant toe in zowel de onderzoeks- als de controlegroep.Verzuimfrequentie blijkt niet te discrimineren tussen langdurig verzuim door psychischeklachten of overige klachten. De verzuimfrequentie blijkt echter wel een relatie te hebben mettoekomstig langdurig verzuim, ongeacht de verzuimoorzaak.2.5 DiscussieTijdens bespreking van mijn hypothese voor dit onderzoek met collegas, is zonderuitzondering elke collega er van overtuigd dat frequent kortdurend verzuim toeneemt in deaanloop naar langdurig verzuim door psychische klachten en dat dit verschilt met langdurigverzuim door overige klachten.Daarom is de uitkomst van dit onderzoek des te opmerkelijker.Wat kan een verklaring zijn voor het beeld dat mijn collegas en ik hebben van de aanloopnaar langdurig verzuim door psychische klachten en het verschil met ander langdurigverzuim? -19/29-
  20. 20. Ik kan hiervoor 2 verklaringen bedenken:1. het beeld dat mijn collega’s en ik hebben van de groep werknemers met psychische klachten is niet correct, of2. de uitkomst van dit onderzoek is niet juist.Verklaring 1 nader bezien:Als gekeken wordt naar de onderzoeksgroep, dan is dit een redelijk homogene groep.Voor deze groep kan één verklaring worden gegeven voor het veronderstelde patroon. Dezeverklaring is als volgt: een inadequate copingstijl bij psychische klachten leidt uiteindelijk totlangdurige arbeidsongeschiktheid. In de aanloop hiernaartoe heeft de werknemer eentoenemende afwezigheidsbehoefte.Enerzijds ten gevolge van een toegenomen herstelbehoefte na verrichte arbeid en anderzijdsten gevolge van het vermijden van stressvolle situaties zoals het werk.De groep langverzuimers door niet-psychische klachten is meer heterogeen. De diagnoseszijn meer divers. Hierdoor lijkt op het eerste gezicht één verklaring voor het verzuimpatroonminder waarschijnlijk. Echter, wanneer meer specifiek gekeken wordt naar deze groeplangverzuimers, is er ook sprake van een toegenomen afwezigheidsbehoefte. Dezeafwezigheidsbehoefte kan worden verklaard door een toegenomen herstelbehoefte tengevolge van een afgenomen fysieke belastbaarheid.Zo op het eerste gezicht lijken beide groepen sterk van elkaar te verschillen. Wanneer echterhet verzuim verklaard wordt vanuit het model van de arbeidsbelasting25, dan leidt eentoegenomen belasting of een afgenomen belastbaarheid, tot een verstoring van debelastingbelastbaarheidsbalans; ongeacht de ziekte-oorzaak.Mogelijk hebben bedrijfsartsen een vertekend beeld van de medewerker met psychischeklachten doordat deze medewerker eerder, maar ook vaker op het spreekuur van debedrijfsarts verschijnt in het kader van de richtlijn “Handelen van de bedrijfsarts bijwerknemers met psychische klachten” van de NVAB8. Naast deze meetbare factoren kan ookde emotionele band van bedrijfsartsen met werknemers met psychische klachten dewaarneming kleuren. Bijvoorbeeld doordat de bedrijfsarts emotioneel meer betrokken is bijde patiënt met psychische klachten, waardoor bij de “betrokken bedrijfsarts” het gevoelontstaat dat er naar verhouding meer patiënten met psychische klachten het spreekuur van debedrijfsarts bezoeken, dan objectief kan worden aangetoond. Dan is er sprake vanobservatiebias.Model arbeidsbelasting belastende factoren belasting belastingsgevolgen & regelmogelijkheden (belastingsverschijnselen) verwerkingsvermogen (belastbaarheid) -20/29-
  21. 21. Verklaring 2 nader bezien:Mogelijk geeft dit onderzoek een vertekend beeld omdat zowel de onderzoeksgroep als decontrolegroep is samengesteld uit medewerkers van slechts één werkgever en dan nog hethoofdkantoor. Mogelijk is er daardoor een groep werknemers bestudeerd die nietrepresentatief is voor de totale beroepsbevolking. In geen van beide groepen wordt immerszwaar fysiek werk verricht. Tevens is het inkomens niveau verschillend.2.6 Enkele kanttekeningenBij de interpretatie van de onderzoeksresultaten die in de voorgaande paragrafen aan de ordezijn geweest en de daaraan te verbinden conclusies, moet rekening worden gehouden met devolgende opmerkingen. - Ten eerste dient te worden opgemerkt dat de representativiteit van de doelgroep beperkt is tot het deel van de Nederlandse beroepsbevolking dat werkzaam is in een kantoorfunctie: de onderzoeks- en controlegroep betroffen werknemers die allen werkzaam waren op het hoofdkantoor van één werkgever. - Doordat onvoldoende gegevens beschikbaar waren over het opleidingsniveau, is opleidingsniveau gelijkgesteld aan inkomensniveau. Deze aanname is niet in alle gevallen juist en kan een vertekend beeld geven. - Er zijn relatief grote verschillen in samenstelling tussen de onderzoeksgroep en de controlegroep. - De CAS-codering van het frequent verzuim was onvoldoende gedocumenteerd. Hierdoor is het niet mogelijk geweest om de reden van de (korte frequente) ziekmelding mee te nemen in de analyse. - Dit onderzoek heeft zich gericht op persoonsgebonden factoren die invloed hebben op het verzuim. Hoe zit het met de overige factoren?2.7 AanbevelingenOm de verklaringen in hoofdstuk 2.5 te onderzoeken dient nader onderzoek te wordenuitgevoerd. Er dient te worden onderzocht of een meer representatieve steekproef uit deberoepsbevolking soortgelijke resultaten oplevert.Er dient onderzocht te worden of bedrijfsartsen een vertekend beeld hebben van patiëntenmet psychische klachten doordat zij mogelijk frequenter het spreekuur van de bedrijfsartsbezoeken dan patiënten met overige klachten, of doordat bedrijfsartsen een andere emotioneleband hebben met deze categorie patiënten.De verzuimfrequentie in de 2 jaren voorafgaand aan langdurig verzuim, ongeacht de ziekte-oorzaak kan een voorspellende waarde hebben voor dit langdurig verzuim. Het verdientaanbeveling om nader onderzoek te verrichten naar de mogelijk voorspellende waarde vaneen karakteristiek verzuimpatroon van kort frequent verzuim. -21/29-
  22. 22. Er dient onderzocht te worden of de reden van ziekmelding bij het kort frequent verzuim eenrelatie heeft met het hier opvolgend langdurig verzuim. Gezien de incomplete informatie dieover dit verzuim bekend is (o.a. door onvoldoende of foutieve informatieverstrekking door dewerknemer), zal onderzoek hiernaar niet gemakkelijk zijn. -22/29-
  23. 23. BijlagenLiteratuurlijst1. Aletrino MA, Bruins M. Werken en verzuimen; de samenhang van persoons- en werkgebonden factoren met verzuim bij Avéro. Leiden: NIA TNO, 19972. Alvares PT. Etiologische factoren bij- en enige kenmerken en diagnoses van langdurig arbeidsongeschikten ten gevolge van psychische klachten bij onderwijzend personeel in Rotterdam. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen, 19943. Dawson MM, Bongers PM, Hildebrandt VH. Sportparticipatie in de vrije tijd en welbevinden, ziekteverzuim en medische consumptie van werknemers. Tijdschrift voor Sociale Gezondheidszorg 1998; 76 no. 3: 130-1364. Deursen van CGL, Houtman ILD, Bongers PM. Werk-, privé-situatie, riskante gewoonten en ziekteverzuim: verschillen tussen mannen en vrouwen. Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen 1999; 77 no. 2: 105-1155. Dijk van JL, Senden PJ. Cardiale aandoeningen. In: Willems JHBM, Croon NHTh, Koten J-W. Handboek Arbeid en Belastbaarheid. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 19976. Giezen van der AM, Molenaar-Cox PGM, Jehoel-Gijsbers G. Langdurige arbeidsongeschiktheid in 1998; een analyse van arbeidsongeschiktheidsrisicos en ontwikkelingen in de tijd. Amsterdam: Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, 19997. Groot W. Oorzaken van langdurig ziekteverzuim van oudere werknemers. Maandschrift economie; 1998; 628. Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische klachten. Geautoriseerde richtlijn 28 januari 2000. Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde.9. Hellinga P. Risicoverschillen in arbeidsongeschiktheid vanwege psychische aandoeningen. In: Bijl R, Bauduin D. Categorie V. Arbeidsongeschikt wegens psychische stoornissen. Utrecht: Nederlands Centrum Geestelijke Volksgezondheid, 1991;104-810. Hidding RE. Coping; een beïnvloedende factor op de duur van het verzuim? Utrecht: Netherlands School of Public Health, 1997 -23/29-
  24. 24. 11. Hildebrandt VH, Backx FJG, Stam PJA, et al. Sportieve werknemer is economisch aantrekkelijk voor bedrijf: het einde van een fabel? Arbeidsomstandigheden 1997; 73: 346-34712. Hopstaken LEM. Willens en wetens; ziekmelden als beredeneerd gedrag. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 199413. Kaiser CP. Het verzekeringsgeneeskundig handelen en de verzuimduur. Maastricht: Universitaire Pers, 199214. Keuzenkamp H, Kok L, Seters van J. Reguliere zorg is niet gericht op reïntegratie. Tijdschrift voor bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde 2002; 10 no. 12: 359-36215. Klink van der JJL, Back in Balance; the development and evaluation of an occupational health intervention for work-related adjustment disorders. Amsterdam: Coronel Instituut, Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam, 200216. Krantz G, Östergren P. Do common symptoms in women predict long spells of sickness absence? A prospective community-based study on Swedish women 40 to 50 years of age. Scandinavian Journal of Public Health 2002; 30: 000-00017. Kristensen TS, Sickness absence and work strain among Danish slaughterhouse workers: an analysis of absence from work regarded as coping behaviour. Social Science & Medicine 1991; 32: 15-2718. Picavet HSJ, Gils van V. Wee je gebeente: hoog ziekteverzuim bij lage rugklachten. RIVM 2000; Index 7 nr. 4; 28-2919. Prenger M. De relatie tussen sportbeoefening en ziekteverzuim. Utrecht: Rijksuniversiteit Utrecht, Faculteit Scheikunde, 199620. Schalk MJD. Determinanten van veelvuldig kortdurend ziekteverzuim. s-Gravenhage: Delwel, 198921. Scheffer JH. De voorspelbaarheid van langdurig verzuim: wat zijn de kansen? Amsterdam: Coronel Instituut, Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam, 200122. Schröer CAP. Verzuim wegens overspanning; een onderzoek naar de aard van overspanning, de hulpverlening en het verzuimbeloop. Maastricht: Universitaire Pers, 1993 -24/29-
  25. 25. 23. Soeters JMLM. Patiënt, gezondheidszorg en langdurige ziekte. Een onderzoek onder 213 langdurig zieke werknemers in Zuid-Limburg. Maastricht: Rijksuniversiteit Limburg, 198324. Vademecum Gezondheidsstatistiek Nederland 2001. Voorburg: Centraal Bureau voor de Statistiek, 200125. Verbeek JHAM. Inleiding in de bedrijfsgezondheidszorg. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 200126. Vrijhof BJ. Individuele verzuimbegeleiding; beoordeling en borging van de professionele kwaliteit. Hoofddorp: TNO Arbeid, 200027. Vuuren van CV, Heuvel van de SG. Validatie van een detectie-instrument voor de opsporing van dreigend langdurig verzuim. Hoofddorp: TNO Arbeid, 200028. Winter de CR. Arbeidsongeschiktheid: voorspellen en voorkómen. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 1992/3; 8: 196-20129. Winter de CR. Voorspelling van arbeidsongeschiktheid, VUT en ontslagname. Tijdschrift voor Sociale Gezondheidszorg 1992; 70: 511-518 -25/29-
  26. 26. Resultaten in tabelvormTabel 1: samenstelling onderzoeksgroep(n=75) Geslacht Man (72%) Vrouw (28%) Inkomen laag 51,9% 71,4% gemiddeld 33,3% 19,0% hoog 14,8% 9,5%Tabel 2: samenstelling controlegroep(n=110) Geslacht Man (67%) Vrouw (33%) Inkomen laag 63,5% 72,2% gemiddeld 32,4% 27,8% hoog 4,1% 0%Tabel 3: Gegevens meldingsfrequentie onderzoeksgroep (n=75) gemiddelde standaarddeviatiejaarmin1* 2,31 1,90 *jaarmin2 1,87 1,70Totaal voorgaande 2 jaren 4,17 3,00* jaarmin1= het jaar voorafgaand aan het langdurig verzuim* jaarmin2= het jaar voorafgaand aan ” jaarmin1”Tabel 4: Gegevens meldingsfrequentie controlegroep (n=110) gemiddelde standaarddeviatiejaarmin1 2,18 2,15jaarmin2 1,56 1,57Totaal voorgaande 2 jaren 3,75 3,29Tabel 5: T-toets meldingsfrequentie beide groepen p-waardejaarmin1 0,69jaarmin2 0,22Totaal voorgaande 2 jaren 0,37 -26/29-
  27. 27. Tabel 6: onderzoeksgroep: meldingsfrequentie uitgesplitst naar geslacht man vrouw P-waarde verschil man/vrouw x sd x sdjaarmin1 1,93 1,48 3,29 2,47 0,01*jaarmin2 1,61 1,65 2,52 1,69 0,04*Totaal voorgaande 2 jaren 3,54 2,60 5,81 3,39 0,00** is significant bij p≤ 0,05Tabel 7: controlegroep: meldingsfrequentie uitgesplitst naar geslacht man vrouw p-waarde verschil man/vrouw x sd x sdjaarmin1 2,18 2,08 2,19 2,32 0,97jaarmin2 1,55 1,50 1,58 1,73 0,93Totaal voorgaande 2 jaren 3,73 3,03 3,78 3,83 0,94Tabel 8: onderzoeksgroep: frequentie in ziekmeldingen uitgesplitst naar inkomenscategorie N X SD inkomen laag 43 2,53 2,03Jaarm inkomen gemiddeld 22 2,45 1,77in1 inkomen hoog 10 1,00 0,94 laag 43 2,23 1,83Jaarm gemiddeld 22 1,45 1,60in2 hoog 10 1,20 0,92Tabel 9 onderzoeksgroep: verschil in meldingsfrequentie tussen inkomenscategorieënjaarmin1 laag gemiddeld hooglaag X 0,87 0,02*gemiddeld 0,87 X 0,04*hoog 0,02* 0,04* X* is significant verschillend bij p≤0,05Tabel 10 onderzoeksgroep: verschil in meldingsfrequentie tussen inkomenscategorieënjaarmin2 laag gemiddeld hooglaag X 0,08 0,08gemiddeld 0,08 X 0,69hoog 0,08 0,69 X -27/29-
  28. 28. Tabel 11 onderzoeksgroep: verschil in meldingsfrequentie tussen inkomenscategorieën in 2voorgaande jaren laag gemiddeld hooglaag X 0,26 0,01*gemiddeld 0,26 X 0,13hoog 0,01* 0,13 X* is significant verschillend bij p≤ 0,05Tabel 12: controlegroep: meldingsfrequentie onderverdeeld in inkomenscategorie N X SD inkomen laag 73 2,49 2,33Jaarm inkomen gemiddeld 34 2,68 1,63in1 inkomen hoog 3 0,33 0,58 laag 73 1,73 1,63Jaainr gemiddeld 34 1,32 1,45m2 hoog 3 0,33 0,58Tabel 13 controlegroep: verschil in meldingsfrequentie tussen inkomenscategorieën jaarmin1 laag gemiddeld hooglaag X 0,07 0,09gemiddeld 0,07 X 0,29hoog 0,09 0,29 XTabel 14 controlegroep: verschil in meldingsfrequentie tussen inkomenscategorieën jaarmin2 laag gemiddeld hooglaag X 0,22 0,13gemiddeld 0,22 X 0,30hoog 0,13 0,30 XTabel 15 onderzoeksgroep: verschil in meldingsfrequentie tussen inkomenscategorieën in 2voorgaande jaren laag gemiddeld hooglaag X 0,07 0,06gemiddeld 0,07 X 0,23hoog 0,06 0,23 X -28/29-
  29. 29. Bronnen en zoektermenBronnen • Bibliotheek TNO Arbeid • Kenniscentrum Informatiesysteem ArboNed • Bibliotheek AMC • Internet (Medline, Pub Med, SUM Search en Google)Zoektermen • Frequent verzuim • Psychisch- • Verzuim- • Kort- verzuim • Langdurig verzuim • Sickn- • Sickl- • Voorspelbaar- • Predict- -29/29-

×