special significant

special PBLQ

Snellere justitiële reactie door parallelle processen

ZSM-werkwijze
bespoedigt afdoeni...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Public mission special zsm werkwijze

250 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
250
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Public mission special zsm werkwijze

  1. 1. special significant special PBLQ Snellere justitiële reactie door parallelle processen ZSM-werkwijze bespoedigt afdoening jeugdzaken special significant voor ZSM-jeugd werkte vanuit een landelijk procesontwerp. Wouter Jongebreur, partner bij ­ dviesbureau a S ­ignificant, legt uit waarom er eerst een ontwerp is ­emaakt voor ZSM-jeugd: ‘Jeugdstrafrecht is zo g s ­pecialistisch en ­ eperkt in omvang dat de expertise b op landelijk niveau is belegd. Het pedagogisch aspect is van groot belang. Dat moesten we dan ook nadrukkelijk ­borgen in het procesontwerp.’ De ketenwerkgroep benoemde eerst de uitgangspunten. ‘Van daar uit hebben we een “ideaaltypisch” procesontwerp opgesteld,’ vertelt Jongebreur. ‘Telkens hebben we getoetst of de keuzes in lijn waren met de geformuleerde uitgangspunten en of we tot de noodzakelijke landelijke uniformiteit in werkwijze konden ­komen. Daarnaast hebben we rekening gehouden met de ruimte die professionals in de regio graag willen ­hebben in hun werk. Het was een kwestie van zoeken naar de juiste balans.’ Verfijnen Het Openbaar Ministerie werkt met de ZSM-aanpak, een m ­ ethode om veelvoorkomende criminaliteit Zo Snel, Slim, S ­ electief, ­ impel, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk af S te doen. De aanpak wordt nu ook toegepast voor jongeren die ­ isdrijven plegen. Linda Dubbelman, voorzitter van de m b ­ etrokken landelijke ketenwerkgroep, en Wouter Jongebreur van adviesbureau Significant vertellen hoe het proces werd o ­ ntworpen en geïmplementeerd. S inds april 2011 werkt het Openbaar ­ inisterie M aan de ZSM-werkwijze, wat staat voor Zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk. Politie en ­ justitie werken daarbij nauw samen met ­ de partners in de strafrechtketen om tot een snelle a ­ fdoening van het delict te komen. De bedoeling is om waar dit kan bij veelvoorkomende criminaliteit sneller te besluiten. Vijf regioparketten voerden pilots uit om een werkwijze te ontwikkelen voor een betekenisvolle en snellere afdoening van dit soort zaken. Vervolgens ­ o ­ ntwikkelde het OM samen met de ketenpartners een landelijke ketenbrede werkwijze. Tijdens dat proces rees de vraag of deze aanpak ook voor jeugdzaken geschikt zou zijn. Onder voorzitter- ‘Licht waar het kan, zwaar waar het moet’ schap van landelijk jeugdofficier Linda Dubbelman ging een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinder­ bescherming, Halt en het ministerie van Veiligheid en Justitie, hiermee aan de slag. De werkgroep kwam tot het ketenproces ZSM jeugd, waarin rekening is gehouden met de specifieke kenmerken van het jeugdstrafrecht. 14 Wouter Jongebreur, partner van Significant De justitiële partners in de jeugdketen werkten al met een landelijk ketenprocesmodel, maar de ZSM-aanpak sloot volgens jeugdofficier Dubbelman aan op een discussie ­ die in de jeugdstrafrechtketen al langer gaande was. Daarin stond de vraag centraal of in het jeugdstrafrecht wel de goede zaken voorkwamen, of de sturing voldoende was en of processen niet beter en sneller ­ onden. ‘De k komst van ZSM viel ook samen met een nieuwe manier ­ van risicotaxatie (het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrecht, LIJ) en het nieuwe proces-verbaal minderjarigen,’ vervolgt ze. ‘Verkennende gesprekken met het OM en de keten wezen uit dat ook hier de overtuiging leefde dat de ZSM-werkwijze kon bijdragen aan de effectiviteit van het jeugdstrafrecht.’ De ZSM-werkwijze bij volwassenen is bottom up vormgegeven, maar de landelijke ketenwerkgroep Om het procesontwerp te verfijnen en te verbeteren en de implementatie gecontroleerd te laten verlopen is er ­ itgebreid getest op twee pilotlocaties in Utrecht u en Rotterdam. Jongebreur: ‘Dagelijkse monitoring en b ­ ijsturing waren nodig om de gekozen werkwijze goed te testen en praktische problemen op te lossen. Hierin hebben de zogenaamde floor managers een belangrijke rol vervuld.’ De aanpak leverde een helder beeld op van de uitvoerbaarheid en de benodigde randvoorwaarden, vertelt hij. Daaruit kon een top 4 van randvoorwaarden worden opgesteld. De risicotaxatie moet tijdig b ­ eschikbaar zijn en de ketenpartners (politie, Openbaar M ­ inisterie en Raad voor de Kinderbescherming) moeten voor continuïteit in de bezetting zorgen. Verder moeten de ketenpartners voldoende jeugdexpertise beschikbaar stellen en dient de ict-ondersteuning op orde te zijn. Door de pilots kon de belasting voor het werkveld tot een minimum beperkt blijven. Daarnaast konden ze de kinderziektes er in de kleinschalige testomgeving u ­ itfilteren, vertelt Jongebreur. ‘Na enkele ­ ijstellingen b lag er een procesontwerp dat geschikt was voor ­toepassing op grotere schaal en dat ook aan andere ZSMlocaties kon worden overgedragen.’ Effectiviteit ‘Licht waar het kan en zwaar waar het moet, is het u ­ itgangspunt in de ZSM-aanpak,’ aldus Dubbelman. ‘Jeugdcriminaliteit bestaat voor een belangrijk deel uit grensoverschrijdend gedrag van pubers. Van de e ­ffectiviteit van het jeugdstrafrecht met het oog op het ­ tegengaan van herhalingscriminaliteit (recidive) valt het meest te verwachten als de inzet van zwaardere i ­ nterventies zich richt op de doelgroep met het hoogste risico. Bij een laag risico en lichte delicten is een terughoudende snelle afdoening geboden. Deze selectiviteit streeft ZSM na.’ Met ZSM kunnen jeugdigen nu kort na het ­ trafbare s feit een justitiële reactie ontvangen. Op de inmiddels ­ tien ZSM-locaties werken de ketenpartners met Linda Dubbelman, landelijk jeugdofficier en voorzitter van de landelijke ketenwerkgroep v ­ erruimde openingstijden en worden processen parallel ­ uitgevoerd. Daardoor is het vaak mogelijk om een j ­ongere binnen zes uur na aanhouding of ontbieding naar huis te sturen met duidelijkheid over het vervolgtraject. Politie, Openbaar Ministerie en Raad voor de Kinderbescherming verzamelen in die korte tijd zowel zaaks- als persoonsinformatie en leggen die op tafel bij het afstemmingsoverleg. Op basis daarvan neemt de officier van justitie een ­ esluit over het vervolgtraject. b Dit kan betekenen dat hij de jongere naar Halt verwijst ­ (waardoor deze geen ­trafblad krijgt) of dat deze een s uitnodiging krijgt voor een zitting binnen een aantal weken bij de Officier van Justitie of de kinderrechter. ‘Het is een kwestie van zoeken naar de juiste balans’ De Raad voor de Kinderbescherming kan in de tussentijd een strafonderzoek uitvoeren naar de jongere en zijn ­omstandigheden. ‘Ondanks de veranderingen in werkwijze, locatie en werktijden zijn de ketenpartners enthousiast,’ zegt J ­ongebreur. ‘De uitvoering is nog wel een uitdaging. Het snel delen van alle beschikbare informatie vraagt veel van de mensen in de uitvoering. We zien dat er op onderdelen uniformiteit is, maar tegelijkertijd zien we ook een neiging eigen oplossingen te bedenken. Dat mag zolang de uitgangspunten en cruciale randvoorwaarden overeind blijven, maar sturing blijft belangrijk.’ Ondertussen worden ook bredere toepassings­ mogelijkheden van de ZSM-aanpak onderzocht. ‘Zo zal er de komende periode aandacht zijn voor de inpassing van het adolescentenstrafrecht op ZSM, de aansluiting tussen ZSM en de veiligheidshuizen en meer focus op herstelbemiddeling tussen dader en slachtoffer,’ aldus Dubbelman. 15

×