Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Geheugen in communicatie

341 views

Published on

Lecture on Memory in Communication

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Geheugen in communicatie

  1. 1. Robbert-Jan Beun
  2. 2. Geheugen en communicatie  Geheugens in de wereld (schrift, computer, …)  Geheugens in het ‘hoofd’  Communicatie (R=receiver, S=sender):  R(x’,y’,z’,t’) = S(x,y,z,t)  Geheugen (R=read, S=stored):  R(x’,y’,z’,t’) = S(x,y,z,t) dikwijls (x’,y’,z’) = (x,y,z)  Er is geen principieel verschil tussen geheugen en communicatie  we verplaatsen informatie van de ene locatie/tijd naar de andere  de entropie neemt af van het ontvangende systeem
  3. 3. Extra in communicatie  Geheugen voor de symbolen, hun betekenis en hoe we daar mee omgaan  Geheugen voor de ander i i W BA i W A
  4. 4. Wat kun je allemaal concluderen uit deze zin?
  5. 5. Wat kun je allemaal concluderen uit deze zin?  Het is een zin  Het eerste woord heeft 3 letters  Het is een zin die naar zichzelf verwijst  De zin is een vraag  Het is een Nederlandse zin  ? Zinnen bestaan uit woorden  ? Een taal bestaat uit zinnen  ? Woorden bestaan uit letters
  6. 6. We hebben een geheugen voor taal  De woorden en hun betekenis  De regels  om zinnen te maken  om betekenis af te leiden uit de zinnen en de woorden  om taalstructuren te bouwen  om een gesprek te voeren  om taal in de context te interpreteren
  7. 7. Frenologie van Gall (1758-1828) over bobbeltjes en deukjes: de talenknobbel
  8. 8. Broca (1824-1880) en Wernicke (1848-1905)
  9. 9. […] en toen navenant was het zo, ging er ineens die kant beter was, om die kant gaat, dus het is hoe je dat leert, dus het is mij beter gegaan, maar dan moet je terug zitten, en praten leren en al die dingen wat je nou ook doet. Maar het leren moet ik heel langzaam leren natuurlijk of het een kan of de andere keer en ik mijn gevoel zegt wel dat iets beter is genomen. Nou dat hoor je natuurlijk met dat praten wel aan de ene kant. Maar ik vind het wel leuk en mijn idee ook maar gaat het niet dan zeg ik wel dan gaat het. (Broca of Wernicke?)
  10. 10. We hebben een geheugen voor taal  De woorden en hun betekenis  De regels  om zinnen te maken  om betekenis af te leiden uit de zinnen en de woorden  om taalstructuren te bouwen  om een gesprek te voeren  om taal in de context te interpreteren
  11. 11. We hebben een geheugen voor taal  De woorden en hun betekenis  De regels  om zinnen te maken  om betekenis af te leiden uit de zinnen en de woorden  om taalstructuren te bouwen  om een gesprek te voeren  om taal in de context te interpreteren
  12. 12. Verbale communicatie I: Schiphol Inlichtingen, goedemorgen. S: Goedemorgen, U spreekt met J. Op dertig juni komt er ‘s morgens een kennis van mij aan uit Dublin met het vliegtuig. Ik weet niet wat de aankomsttijd is van dat vliegtuig. Kunt u mij daar inlichtingen over geven? I: Ik zal even voor u kijken hoor S: Ja (5 sec.) I: Om twaalf over negen komt dat vliegtuig S: Twaalf over negen I: Ja S: Bedankt I: Graag gedaan S: Dag I: Dag
  13. 13. Talige communicatie is sterk contextafhankelijk
  14. 14. Die context is voor een groot deel ons geheugen
  15. 15. Taal en talige context: discourse Jan vroeg Piet hoe laat het is, maar hij wist het niet. Jan vroeg Piet hoe laat het is. Hij wist het niet. Jan vroeg Piet hoe laat het is, want hij wist het niet. B: Jan zit op de bank. A: Waar werkt Jan?
  16. 16. Taal en fysieke context: deixis 1. Wijs het zwarte blok aan! 2. Verwijder het zwarte blok!
  17. 17. Taal en context Talige context: expliciet anaforisch  Discourse  Ik sprak Jan gisteren. Hij stelde een hoop vragen. Talige context: expliciet kataforisch (wijst vooruit)  pending discourse  Dat duurt een tijdje …, voordat hij is opgestart. Talige context: impliciet  kennis  Ik heb een boek gelezen. De schrijver heeft rood haar. Fysieke context: impliciet deictisch  doelen  Verwijder het zwarte blok.
  18. 18. Zoekruimte voor referenten A: bla bla bla bla bla bla De bestuurder drinkt. De agent observeert hem/zichzelf. cognitieve toestand (kennis, doelen, …) 18
  19. 19. Basissetting Agent 2Agent 1 Domein 19
  20. 20. Zoekruimte 20 kennis doelen discourse A g e n t 2 Domein Agent 1 pending referentiële expressie gemeen schappe lijke kennis privé kennis
  21. 21. Tot zover de taal
  22. 22. We hebben ook een geheugen voor de ander
  23. 23. Geheugen voor de ander  Uiterlijk  De taal  Vaardigheden  De afkomst  De cultuur  De relatie met die ander  Wat we met elkaar gedeeld hebben  …
  24. 24. Common ground  Een gezamenlijke achtergrond  Wat we samen hebben meegemaakt  Wat we met elkaar gecommuniceerd hebben  Dus niet: wat ik van die ander observeerde  Maar:  wat ik heb meegemaakt,  wat die ander heeft meegemaakt,  wat die ander weet dat ik heb meegemaakt,  wat ik weet dat die ander heeft meegemaakt,  wat die ander weet dat ik weet dat die ander heeft meegemaakt,  wat ik weet…  Wat we samen bewust geweest zijn
  25. 25. Common ground  Sine qua non voor het coördineren van onze gezamenlijke handelingen (joint actions)  Uitgangspunt in communicatie  Lewis (1969), Stalnaker (1978), …  Andere termen m.b.t. kennis:  common knowlegde, mutual knowledge/belief, joint/shared knowledge  gemeenschappelijke/wederzijdse kennis
  26. 26. Aan het strand (van Cadzand)  Denk aan de situatie s dat je aan het strand zit  In de situatie s zit:  de zee, het strand, hotels, etc.  maar ook ikzelf  maar ook dat ik me bewust ben van de situatie s  Denk nu aan de situatie s’ dat een ander er bij komt:  nu ben ik me ook bewust dat die ander er bij zit  maar ik ben me ook bewust dat die ander zich dat allemaal bewust is  en die ander is zich bewust dat ik me dat allemaal bewust ben  s’ wordt ook wel de shared basis genoemd
  27. 27. Gemeenschappelijk geheugen  Communicatiepartners zijn a.h.w. geünificeerd  De informatie wordt gedeeld/geshared  Dus niet alleen:  A weet dat B weet dat p  B weet dat A weet dat p  Maar …
  28. 28. Wederzijdse kennis  A weet dat p  B weet dat p  A weet dat B weet dat p  B weet dat A weet dat p  A weet dat B weet dat A weet dat p  B weet dat A weet dat B weet dat p  ad inf.  Generaalsparadox (zie weekopdrachten)
  29. 29. Wederzijdse kennis: Mutual Knowlegde (MK) MK(A,B,p) def=  A weet dat p & B weet dat p & A weet dat MK(A,B,p) & B weet dat MK(A,B,p)  bijv. A weet dat MK(A,B,p)  A weet dat A weet dat p & A weet dat B weet dat p & A weet dat A weet dat MK(A,B,p) & A weet dat B weet dat MK(A,B,p) & ad inf.
  30. 30. Vragen/problemen  Hoe gaan we om met een oneindige representatie?  Wat zijn de individuele representaties?  Hoe creëren we common ground?  Hoe kennen we de gemeenschappelijke basis?  Wat gebeurt er als het niet klopt?
  31. 31. Oneindigheid en Individuele representaties  Alwetendheid  MK(A,B,p)  Individueel  A weet dat MK(A,B,p)  B weet dat MK(A,B,p) A weet dat p A weet dat MK(A,B,p) B weet dat p B weet dat MK(A,B,p)
  32. 32. Communal common ground vs. Personal common ground
  33. 33. Communal common ground communities  Nationaliteit, woonplaats, opleiding, beroep, hobby, taal, religie, politiek, afkomst, subculturen, cohort, geslacht, …  Geneste structuren  Nederlander, Zeeuw, Zeeuws-vlaming, Cadzantenaar, gezin, …  Meerdere tegelijkertijd
  34. 34. Communal common ground ervaringen en taal  Uitgangspunt: de ander is zoals ik  Aannames over menselijke natuur  perceptie, emoties, redeneren, menselijk handelen, natuur, psychologie, …  Onuitgesproken (ineffable background)  hoe te schaken, pianospelen, fietsen, etc.  gebaseerd op ervaring  Scripts  Restaurantbezoek  Objecten, rollen, precondities, postcondities, acties  Communal lexicons  betekenis afhankelijk van community  bijv. ‘illocutie’, ‘boson’, ‘cytologie’, ‘banga’, ‘skunk’, ‘chillen’, …
  35. 35. Communicatie en scripts A: Ik heb een zoon van 14 B: Da’s prima A: En ik heb ook een hond. B: Nee sorry.
  36. 36. Personal common ground: perceptie en communicatie
  37. 37. Personal common ground Perceptie  Gezamenlijke aandacht  ervaringen en acties  Perceptieve co-presence  niet alleen perceptieve overlap!  Hoe manage je perceptieve co-presence?  gebaren  activiteiten  opvallende perceptieve gebeurtenissen
  38. 38. Personal common ground Communicatie  Face to face  Bevestiging van de boodschap  Gradaties  vreemden, bekenden, vrienden, intimi  ‘lekker weertje’  Persoonlijk dagboek en lexicons als geheugen  koosnaampjes en idiomen  ‘poepie’, ‘snoes’, ‘beer’, ‘beest’, ‘meisepetijs’, …  ‘een dropje’, ‘een peuk’, ‘cold turkey’, ...
  39. 39. Opbouw van common ground  circumstancial en/of episodic evidence  welke community, welke acties, huidige situatie  nonverbaal: kleding, leeftijd, uiterlijk, gender, …  verbaal: taalgebruik, dialect, vocabulair, accent, …  communicatie  strata  opbouwen van CG op basis van eerdere CG  wat komt eerst?
  40. 40. Opbouw van common ground: strata en presupposities ‘Een haai is een gevaarlijke vis’ 1. vissen bestaan 2. gevaar bestaat 3. een haai is een vis 4. vissen kunnen gevaarlijk zijn 5. een haai is een gevaarlijke vis
  41. 41. Als het fout gaat A: Wat vond je van de haaietand? B: Welke haaietand? A: Die ik je gisteren liet zien? B: Ik dacht dat dat een roggetand was. Introductie per presuppositie A: Waarom heeft Jan Marie geslagen? B: Jan heeft Marie niet geslagen. Chirurgenraadsel
  42. 42. Leugen (p.97 onderaan doorlezen)  p is niet waar, A weet dat p niet waar is en B weet niets over p A zegt p tegen B 1. B denkt dat MK(A,B,p) 2. A denkt dat B denkt dat MK(A,B,p) 3. A denkt dat niet-p 2 & 3 zijn niet inconsistent, maar onethisch als A het wederzijds geloof veroorzaakt heeft
  43. 43. Het belang van een shared bases en de activatie hiervan
  44. 44. Niemand vertelt producties wanneer te handelen: zij wachten totdat de condities rijp zijn en activeren zichzelf dan. Chefs in andere keukens echter gehoorzamen slechts aan opdrachten. Turing eenheden worden voorgedragen door hun voorlopers. Von Neumann operaties volgen allemaal van te voren gemaakte afspraken, en LISP functies worden door andere functies opgeroepen. Het teamwork van productiesystemen heeft meer het karakter van laissez-faire: elke productie handelt uit zichzelf, wanneer en waar aan zijn persoonlijke condities voldaan wordt. Er is geen centrale controle en individuele producties interacteren nooit direct. Alle communicatie en invloed gaat via patronen in de gemeenschappelijke werkruimte, als anonieme ‘voor wie het aangaat’ notities op een openbaar bulletin board. (Haugeland 1985)
  45. 45. Principe 1 Een shared bases is de belangrijkste determinant van de aard en wijze waarop nieuwe info verwerkt kan worden.
  46. 46. Een krant is beter dan een weekblad. Het strand is een betere plek dan de straat. Eerst kan men beter rennen dan lopen. Je moet het wellicht een aantal keren proberen. Het vraagt wat handigheid maar is makkelijk te leren. Zelfs kleine kinderen kunnen er plezier aan beleven. Wanneer je eenmaal succes hebt, treden er nauwelijks nog complicaties op. Vogels komen zelden te dichtbij. Regen zorgt ervoor dat het heel snel doornat wordt. Als er geen complicaties optreden, kan het zeer vredig zijn. Een rots kan als anker dienen. Als dingen losbreken, krijg je geen tweede kans.
  47. 47. Principe 2 Een shared bases alleen is niet voldoende om te leren, maar moet geactiveerd worden door cues in de context van de informatie.
  48. 48. Samenvatting  We hebben in communicatie geheugens voor de symbolen en de ander  Hierbij speelt common ground een essentiële rol ‘Als een leeuw zou kunnen spreken zouden we hem niet kunnen begrijpen’ (Wittgenstein) i i W BA i W A

×