Broodboek: 'BROOD. Ja, dat dacht u'

2,910 views

Published on

U denkt vast uw dagelijks brood te kennen.
Maar hebt u zich ooit verdiept in de receptuur van het Panis Angelicum?
De markante rol van het brood in de muziek, de conflictbeheersing of de sport?
Dit boekje onthult ondermeer de onvermoede achtergronden van uw croissantje en verklaart eindelijk waarom een rond brood rond is.
Een revelatie voor bakker en consument.
Voedsel voor uw geest! (Tekst: Jacques Creusen)

1 Comment
0 Likes
Statistics
Notes
  • Formaat boek: (bxh) 23x24cm, 38 pagina’s binnenwerk. Ingebonden met Wire-O. De kaft is van Kraft-karton: een tactiele kartonsoort met een prettige structuur, om het gevoel van brood te benaderen. Gezeefdrukte belettering.
    ISBN: 978-90-9022651-4
    Te koop via het contactformulier op mijn website: http://www.nieuweklantenviajewebsite.nl/contact/
    Interview bij TV-Limburg: (plm. 9 min) http://www.youtube.com/watch?v=b_nLSL8SlzY
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,910
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
10
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
1
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Broodboek: 'BROOD. Ja, dat dacht u'

  1. 1. B R O O D Ja, dat dacht u.
  2. 2. 2 Ingrediënten Voorwoord 3 Panis Angelicum 4 Pain Couronne 6 Het verhaal van de slimme koster 8 Krombroodjes bakken 10 Receptuur 13 Het brood als vredestichter 14 Pepernoten 21 Het Stalinorgel 24 Receptuur 25 Le pain de la resistance 26 Gespreksstof 29 Broodtransport 30 Een ooggetuigeverslag van de Tour de France 32 Vreuger - in Maastricht 34 Tip voor later! 36
  3. 3. 3 Voorwoord door ir. Arjan Kirowakian, panoloog en publicist. Deze zoon van een Armeense vader en een Nederlandse moeder werkt en woont in Dresden, waar hij verbonden is aan de Landwirtschäftliche Hochschule. Momenteel verblijft hij in het Midden-Oosten waar hij een onderzoek leidt naar de herintroductie van historische graansoorten. Naast een indrukwekkende hoeveelheid wetenschappelijke publicaties, verschenen van zijn hand ook tientallen artikelen in agrarische periodieken en culinaire vakbladen. Tevens verscheen er onder het pseudoniem ‘Tenebrio Molitor’ tussen 1992 en 1995 een maandelijkse column in ‘Die Feine Küche’. Kirowakian publiceert in het Armeens, Duits en Nederlands; zo ook in onderstaande, ons toegezonden, tekst. Waarde Kollegen, Vanzelfsprekend en met veel genoegen voldoe ik aan Uw verzoek en behaast ik mij, mijn waardering over Uw jongste Geisteskind uit te spreken. Het is verfrissend ervaren te mogen hoe ons vakgebied, wederom en vanuit een uiterst originale invalshoek, met nieuwe inzichten verrijkt geworden is. Met name wil ik mijn waardering uitspreken voor Uw Kulturhistorische benadering en wijze waarop U vele Kruisverbanden, vaak letterlijk, voor een groot Publikum inzichtelijk maakt. De heldere manier waarop U voor de lezer verklaringen biedt en verbanden blootlegt voor en van verschijnselen die meestens als ‘gewoon’ ervaren worden, maar waarvan de herkomst tot op heden volkomen duister was, verdient aller Anerkennung. De transparantie waarmee U aantoont, dat de dingen lang niet immer dat zijn waar zij ogenschijnlijk op lijken, prikkelt onze blik en scherpt onze geest. Dit werk verdient de waardering van een ieder, ook niet-panoloog, die kwaliteit en kennis op prijs weet te stellen. Ich wünsche Ihnen viel Erfolg! Arjan Damascus, 12/2007
  4. 4. 4 De mens, zo staat geschreven, leeft niet van brood alleen. Heeft de mens dan nog iets meer van node? De Schrift beweert van wel. Een soort onstoffelijk voedsel ter spijziging van de geest. Wat moet je je daar bij voorstellen? Een etherisch halfje bruin? Panis Angelicum Het lichaam, dat spreekt vanzelf, heeft voedsel nodig om gezond te blijven. Wat eist het lijf? De schijf van vijf! Echter wat verlangt de ziel? Een gebod of tien? Is dat wel eten, of ‘geschopt geweten’? Bestaat er zoiets als het Panis Angelicum? Wat is dat precies? Waar leven die engelen van? Bestaat het brood der engelen uit geloof, hoop en liefde? Het eerste is voor engelen vanzelfsprekend. Als zij niet in zichzelf geloven, wie anders zou dat dan nog doen? ‘Hoop’ is voor hen ook geen probleem. Johannes heeft reeds de Endsieg op de jongste dag beschreven, de Hoop is slechts het ongeduld om in actie te komen. Onzekerheid kent men daarboven niet. Het is de Liefde die overblijft. Maar is liefde niet blind? Noties als ‘een blind geloof’ en ‘ziende blind zijn’ getuigen daarvan. Engelen zijn blind, dat staat vast. Horen zij? Nooit van gehoord! De bijbel getuigt slechts van sprekende engelen. Rest de conclusie dat hun reukvermogen vorm geeft aan hun leefomgeving. Engelen, onstoffelijk als ze zijn, leven op de geur van brood, met hooguit een vleugje wierook als beleg: de latere boterham met tevredenheid.
  5. 5. 5 Het Boek der Boeken blijft, als het gaat om dit onderwerp, uiterst vaag. Brood is brood en daarmee is de kous af. Nergens is er sprake van volkoren, harde wener, meergranenbrood of rogge, laat staan van devianten als puntjes, cadetjes, croissants of brood met pitten, vruchten of andere exotische additieven. Natuurlijk, het Boek is geen kookboek. Een culinair verslag van de reis uit Egypte, via de Sinaï naar het Beloofde land, komt er niet in voor. Hoewel, als de locale middenstand geen brood te bieden had, zo leert het verhaal, kwam het gewoon uit de hemel vallen. Het blijft een wonder dat die engelen in staat waren om met slechts hun reukorgaan als richtsnoer (hoe rook het uitverkoren volk?) zulke precisie- bombardementen uit te voeren. Waarschijnlijk lagen de oefeningen ten tijde van de Zeven Plagen van Egypte hieraan ten grondslag (Exodus 7:x). Over de kwaliteit van het brood rept de bijbel niet. Het gebod “Gij zult eten wat de God schaft” stamt uit die dagen. Mozes had de sociale zekerheid voor zijn volk goed voor elkaar, toen hij, klaar voor de picknick, beladen met de stenen tafelen (de voedselbank van de oudheid) de berg afkwam. Hij had het Woord en de engelen begrepen: “liefde gaat door de maag”. Voor ons aardbewoners blijkt het brood des engelen dus uiterst substantieel te zijn. “Ora et edete” was eeuwenlang het motto. Even telecommunicatie met de hemel en er volgde weer een volle aflaat. Het hemelse voorraaddepôt leek onuitputtelijk te zijn. Kom daar heden ten dage maar eens om bij de Sociale Dienst: wie niet werkt, zal niet eten. Bidden helpt niet meer. Bureaucratie, formulieren, criteria... Liefde? Nooit van gehoord. Van de liefde leven? Vergeet het maar! Voor receptuur: pagina 13
  6. 6. 6 ‘Rare jongens’, zeggen Astrix en Obelix, telkens als ze geconfronteerd worden met gebruiken die afwijken van hun eigen gewoonten. U kent dat gevoel vast ook wel: in den vreemde ontdekken dat dingen, waarvan u aannam dat ze overal hetzelfde zijn, er plots anders uitzien. U wilde een brood kopen, had de Nederlandse ‘turf’ voor ogen en dan bleek er iets heel anders over de toonbank te gaan. Het rook als brood, het voelde zo aan, men noemde het ook zo. Maar waarom die wonderbaarlijke vorm? Rare jongens. Brood in de vorm van een scooterbandje? Wie verzint dat nou? Velen hebben zich het hoofd gebroken over dit wonderlijk fenomeen, zelfs panologen verzonnen de meest fantastische verklaringen. Nu eindelijk, is het historisch verband blootgelegd en leert de geschiedenis ons dat het ‘pain couronne’ van Arabische oorsprong is. Dank zij de miniaturen die verleden jaar in het West-Vlaamse Wevelgem plotseling opdoken in de nalatenschap van René d’Outremeuse. Die geschriften dateren waarschijnlijk uit de 11e eeuw, maar zijn als losse bladen bewaard gebleven, waardoor de preciese herkomst vooralsnog niet te traceren valt. De miniaturen spreken echter boekdelen. Nu pas wordt de vraag beantwoord, die vele geleerden reeds decennialang bezig houdt: hoe gelukte het de Arabische legers om, in barre omstandigheden, zulke enorme tochten te ondernemen? Hoe overleef je in de verzengende hitte van Noord-Afrika? Welnu, dat raadsel is eindelijk opgelost. Het ‘pain couronne’ geeft antwoord op de vraag hoe je te paard of kameel kunt zitten, je handen vrij houdt voor het zwaard en de teugels, en er toch zeker van kunt zijn dat hongerige rijdieren niet stiekem aan je proviand knabbelen. Pain Couronne Broodverkoop,Malta
  7. 7. Tulband-Stappe nplan 7 De afbeeldingen laten aan duidelijkheid niets te wensen over en daarom hierbij het Tulband-Stappenplan. Want daarin schuilt de verklaring die velen vergeefs zochten, echter nooit konden bevroeden: • stap 1: men kope een brood, ‘couronne’ welteverstaan, betaalt en verlaat de bakkerij. • stap 2: buiten (en liefst zo snel mogelijk) zoeke men een ronde steen van ongeveer 20 cm. doorsnee, in ieder geval zo groot dat het brood eromheen past. • stap 3: de juiste steen wordt met een grote doek bedekt, waarna het brood om de bestaande bolling gelegd wordt en de punten van het doek naar binnen geslagen en stevig verknoopt. • stap 4: de tulband is geboren en de verre reis vangt aan. Hiermee is ook de enorme variëteit in tulbandgrootten verklaard. Want het spreekt vanzelf, dat er samenhang bestaat tussen de verwachte duur van de reis en het formaat van de tulband. De moderne transportmiddelen maakten een einde aan die enorme hoofddeksels. Het huidige Arabische straatbeeld toont dat het volume geslonken is tot een rudimentaire maat. Het vliegtuig en de auto maakten die kolossale dingen overbodig en wat overbleef is zoiets als ‘Fast Food in je Hoed’. Uit:‘PetitLarousseUniverselIllustré’,1922Fotouitfolder,AbuDhabi
  8. 8. 8 Reeds eeuwenlang wordt tijdens de roomse liturgie wijn gedronken en brood gegeten. Een ritueel dat de tand des tijds heeft doorstaan en nog dagelijks voltrokken wordt. Deze liturgie herdenkt het laatste avondmaal van Jezus van Nazareth met zijn discipelen op de avond vóór zijn terechtstelling. Het Nieuwe Testament spreekt nadrukkelijk over een maaltijd (Matheus 26 en Marcus 14: 22-23). De oervorm van de Heilige Mis is dus het gezamenlijk eten en drinken, heden gestileerd tot een slok wijn voor de priester en hosties voor de gelovigen. Vanzelfsprekend is het niet handig om, als je het brood ter deling wilt breken (zie voetnoot p.44: ‘Het Gewone der Mis’), gebruik te maken van ongedesemde matzes of van die rare ronde broodjes zoals Leonardo da Vinci die schilderde. Het duurt nogal lang voordat iedereen zijn portie heeft en het gaat gepaard met veel geknoei. En let wel, ook de kruimels maken deel uit van het Corpus Christi! Paus Sergius signaleerde die problemen reeds, maar de oplossing liet nog een millenium op zich wachten. Die kwam niet uit de Heilige Stad zelf, maar van het ver daarvandaan liggende Corsica, wier van oudsher diepgelovige eilandbevolking tijdens de eerste helft van de 17e eeuw getroffen werd door een langdurige periode van droogte met o.a. desastreuse gevolgen voor de graanoogst. Uit:‘PetitLarousseUniverselIllustré’,1922 Het verhaal van De slimme koster
  9. 9. 9 De hongerige katholieken -de hele bevolking dus- zochten massaal steun en troost, maar ook voeding in de kerken. Helaas deed ook daar de nood zich gevoelen. Ondanks de traditioneel grote parochiële voorraden, werd het steeds moeilijker om tijdens de Heilige Mis een substantiële hap brood te verstrekken. Het was de koster van de Santa Luciakerk te Sartène, die op het idee kwam om een twee weken oud en door de schaarste zeer dun uitgevallen stokbrood, met een vlijmscherp mes in ragdunne plakjes te snijden zodat iedereen tenminste íets te eten kreeg. Hiermee was de hostie geboren en werd in korte tijd gebruikelijk in de gehele Roomse wereld. De schipbreuken –tijdens zware storm in de herfst van 1642– van twee met graan beladen Cypriotische schepen nabij de baai van Porto Vecchio, maakten een einde aan de hongersnood. En de regens aan de droogte. Literatuur: • F. Pegolotti, ‘La practica della mercature’, Cambridge (Mass.) 1936 • A. Fliche, ‘Histoire de l’Eglise depuis les origines jusqu’a nos jours’, 21 delen, Paris 1934-1952 • F. Curschmann, ‘Hungersnöte im Mittelalter’, Leipzig 1900
  10. 10. 10 Zoals liefhebbers van lekker eten in Frankrijk zweren bij de Michelingids, zo kan hij die iets weten wil over de herkomst van de croissant, niet om Père Bartholomé heen. Die eerwaarde pater, die op de gezegende leeftijd van 87 jaar met korte teugjes van zijn sigaar en zijn emeritaat geniet, zochten wij onlangs op. Het klooster van zijn orde ligt op een heuvel die, samen met enkele straten, het dorpje Seillons Source d’Argens vormt; gelegen temidden van wijngaarden, zo’n 65 km. ten noordoosten van Marseille. Met de auto vijftien minuten over de D560 vanuit St. Maximin. Ook is er een busverbinding richting Brue Auriac en verder naar Barjols, halte Chapelle St. André. Ons gesprek vond plaats op de stemmige kloosterhof, waar de middagzon getemperd werd door een weelderig begroeide pergola. Midden onder zorgvuldig gesnoeide laurierboompjes hing de koele vochtigheid van een eeuwenoude waterput. Hier genoten enkele bejaarde monniken onderuitgezakt van hun middagdutje. Anderen babbelden over koetjes en kalfjes, over de kwaliteit van het middagmaal, de zegeningen van de Nouvelle Cuisine of over de –in hun ogen nog jonge– abt, die geheelonthouder was. De mix van een voldane terugblik op het verleden met de verwondering over het heden. Over de toekomst maakte niemand zich zorgen. Die lag achter de kloosterkerk en in Gods handen. Onze gastheer, die duidelijk genoot van onze belangstelling, verzocht om glazen en een kruik koele witte wijn. Hij ging er eens goed voor zitten, prees zich gelukkig met zoveel interesse in zijn specialisme en kondigde aan het liefst bij het begin te beginnen. Met groot genoegen stelde hij zijn aanschuivende confraters aan ons voor. Natuurlijk kenden die het verhaal al lang, maar dat gaf niet. Daarbij kwam dat de verleiding van de kruik ook een rol speelde, waarvoor wij, na geproefd te hebben, alle begrip hadden. Met van plezier glimmende oogjes keek Père Bartholomé de kring rond, nam een slok en stak van wal. Krombroodjes bakken
  11. 11. 11 “Zoals zoveel Fransen van mijn generatie, ben ik van origine een Pied-Noir1 en als zodanig kwam ik reeds op jonge leeftijd in contact met andere gewoontes en overtuigingen. Reeds op het kleinseminarie viel mij op hoe toch zeer verschillende culturen en religies overal op aarde, verrassend gelijkvormige symbolen hanteren. Tijdens de lessen kerkgeschiedenis werd ons verteld hoe het geloof zich over de wereld verspreid had. Over de apostelen, de eerste kloosterorden, via de kruistochten en de ontdekkingsreizen ter zee, tot aan de kerstening van Centraal-Afrika. Ons seminarie te Oran lag recht tegenover de moskee op de Boulevard d’Oriënt en de Rue Victor Raskin, van waaruit vijf maal per dag de islamitische boodschap over onze hoofden luidkeels verkondigd werd: La ilaha illa Allah, Muhammandur rasoola Allah”. 2 “Zoals jullie weten” sprak hij, “wordt elke moskee, waar ook ter wereld, bekroond met de halve maan ofwel de croissant. “Maar halve manen kun je niet eten”, merkten wij op. “Waar komt toch dat wonderlijke broodje vandaan dat dezelfde naam draagt? Men zegt dat u daarvoor een verklaring heeft”. “Welzeker, welzeker”, zei de monnik, “die heb ik ook. Het eetbare croissant stamt uit de tijd van het eerste kalifaat van Cordoba, dat in 766 gesticht werd en tot 1192 zou stand houden, in het deel van de Roomse wereld dat nu Spanje heet. Het werd gesticht door Abderameh de Eerste, ook wel de Rechtvaardige genoemd. Ondanks die bijnaam was de druk op de bevolking om zich tot de Islam te bekeren, bijzonder groot. Velen bekeerden zich onder dwang van het kromzwaard, of deden op zijn minst alsof. Maar ook het ware geloof kruipt waar het niet gaan kan. Men was van christelijke kant gewiekst genoeg om het islamitische symbool ten eigen voordele aan te wenden”. Jung:‘Demensenzijnsymbolen’(Amsterdam,1972) Rolzegel:‘TheartoftheancientNearEast’ (ThamesandHudson,1961)Muskat,Oman GodinIshtaruit‘Jungenzijnsymbolen’(Amsterdam,1972)
  12. 12. 12 Père Bartholomé schonk nog eens bij en proostte op de vindingrijkheid van de gelovigen. “Onder het mom van culinaire verfijning” vervolgde hij “ging men halvemaanvormige broodjes bakken3 , en liep er demonstratief mee over straat. Dat zij in werkelijkheid een opgerolde crucifix droegen wisten de moslims niet en men prees de christenen om hun geloofsijver. Dit tot jaloezie van hun joodse medeburgers die met hun ongedesemde matzes een dergelijke truc niet konden uithalen. Natuurlijk werden er in hoofdzaak gewone croissants gebakken, die bij alle bevolkingsgroepen in de smaak vielen. Na de Reconquista door de koningen van Castilië en Aragon, stak het broodje de Pyreneeën over en begon z’n triomftocht, tot op de dag van vandaag”. “Zo is dat”, besloot de monnik. Ademloos hadden wij geluisterd. Eindelijk was dit culinaire raadsel opgelost en verrijkt met zoveel nieuwe inzichten togen wij huiswaarts. Dit artikel is met toestemming van de uitgever overgenomen uit het novembernummer 1992 van ‘Cuisine Contemporain’, vert. Roderick van Duyvenstein. 1 een Pied-Noir is een in Algerije geboren Fransman. 2 Vert.: “Er is maar één God en Mohammed is zijn profeet” 3 Hiertoe wordt, een op een, aan het meel ook boter toegevoegd, maar zo dat het maar ten dele vermengd word. Tijdens het bak- ken smelt de boter en vormen zich blaasjes welke het brood zijn kenmerkende luchtigheid verschaffen. Le croissant Le croix-saint Plak bladerdeeg met daarin soepele crucifix Flappen naar binnen vouwen (is netter) Bij de voetjes beginnen met oprollen Helemaal opgerold, de punten naar binnen buigen
  13. 13. ORIËNTAALS ‘PAIN COURONNE’ Voor drie broden voegt men, aan het basisrecept voor luchtig witbrood, per kilo de volgende ingrediënten toe: 2 eetlepels za’atar 1 theelepel knoflookgranulaat (Al Jazeera) 2 eetlepels pijnboompitten 1 eetlepel sesamzaad HET ‘PANIS ANGELICUM’ Het Panis Angelicum is in feite gebakken genade. Genade is en blijft een risicovol product. Enerzijds omdat de houdbaarheid van het grillige ingrediënt moeilijk te controleren is; anderzijds omdat de kwaliteit van de smaakmakers zoals aflaten en penetenties sinds Gregorius de Tweede, niet meer zijn wat ze ooit waren. NOOT VAN DE REDACTIE smaaknotitie: gebakken lucht met engelenhaar geurnotitie: ongewassen profeet bite: overjarige marshmellows aanbevolen voor: maaglijders, tandenlozen en de angelsaksische wereld Het kruidenmengsel in een pan met dikke bodem en met zo weinig mogelijk plantaardige olie licht roosteren, op keukenpapier laten uitlekken en afkoelen (twee theelepels maximaal; eventuele olie of vet in het basisrecept kan door dit kruidig additief achterwege blijven). Volg verder de aanwijzingen op de verpakking, maar bak, indien het brood in een winderige omgeving of bij hoge snelheden gebruikt gaat worden, langs de binnenkant twee evenwijdige ijzerdraadjes mee, ter bevestiging van een kinbandje. 13
  14. 14. 14 ‘1566’ is de datering van de houtsnede die Willem Liefrinck maakte naar aanleiding van een schilderij van Pieter Breugel de Oude. Het toont Ourson en Valentijn die volgens het oeroude volksverhaal als wezen in het bos opgroeiden. Zichtbaar op deze prent is hoe Ourson gewapend is met een kolossaal knotsvormig stokbrood. Gewapend dus tegen vijanden èn honger. Deze dubbelfunctie: het voedsel als wapen kent vele varianten. Overbekend is natuurlijk de moord op Alphonso II van Padua in 1432 die –na jaren schrikbewind gevoerd te hebben over zijn onderdanen– door een tot het uiterste getergde marktkoopman, en-plein-public werd neergestoken met een in een brood verstopte dolk. De dader werd prompt gearresteerd, maar al heel snel door zijn medeburgers ontzet en tot ereburger verheven. Ook het stadswapen werd aangepast. Subtieler van aanpak, maar even effectief, was de eliminatie van de complete familie Botsarini, die met woeker fortuin gemaakt had. Zij bleken niet opgewassen tegen de in arseen gedrenkte hosties, die tijdens de zondagsmis van 14 mei 1864 te Montreux verstrekt werden. Per slot het Corpus Christi. Dat kun je niet weigeren. Uit de Romantiek stammen woeste verhalen over maagden die zich vampiers van het lijf wisten te houden door met twee baguettes een kruis te vormen. Serieuzere gegevens uit die tijd en in dit kader ontbreken vooralsnog. Zo ook het gebruik in de Elzas om tijdens de jaarlijkse meifeesten schijnduels uit te vechten met stokbroden. Een folkloristisch fenomeen dat waarschijnlijk uit deze periode stamt, maar waarvan de herkomst niet getraceerd is. Het brood als vredestichter Bron:‘Degrafischekunstendoordeeeuwenheen’(Antwerpen,1956)
  15. 15. 15
  16. 16. 16 Gruwelijk zijn de verhalen over de eerste wereldoorlog. Een slachting van een tot dat moment nooit gezien formaat, met miljoenen doden als gevolg. Een oorlog van nationale Bron:‘PetitLarousseUniverselIllustré’,1922 In recenter dagen, vijftig jaren later, duikt het brood wederom op als factor in de conflictbeslechting. De generatie van na de tweede wereldoorlog zag de bui weer hangen. Verzette zich tegen een politiek en tegen politieke machinaties die opnieuw kanonnenvoer wensten te produceren. Wenste zich niet meer te laten plooien tot monddode massa. Geen oorlog meer, ‘make peace not war’, maak een einde aan die nationalistische en koloniale waanzin! De verbeelding moest aan de macht, en die had iedereen die zich ontworsteld had aan het conservatieve keurslijf. belangen die de gewone soldaat niet overzag en hem ook koud liet. Het was dan ook niet ongebruikelijk dat er, dwars door de linies heen, regelmatig tijdelijke verbroederingen plaats vonden tussen de soldaten, oogluikend toegestaan door hun superieuren. Het “Gij zult niet doden”, stond in alle bijbels. Aan beide zijden van b.v. het Duits-Franse front werd de mis gelezen, het brood gebroken en het “Dona nobis pacem” gezongen. Het duurde tot 11 november 1918 eer er iets van die vrede terecht kwam.
  17. 17. 17 Men eiste participatie. Om deze eis kracht bij te zetten werden faculteiten bezet, poogden de studenten de arbeiders te mobiliseren en werden de keien uit het wegdek gerukt, om vervolgens naar de politie geslingerd te worden. Les flics –zo heetten zij in Frankrijk– werden gezien als het symbool van de conservatieve klasse met de Gaulle als boegbeeld. Les flics vochten meedogenloos terug met waterkanonnen en traangas, maar ook undercover, letterlijk. Uit:‘Hetaanzienvan1968’(Haarlem,1969) Letterlijk, want de wapenstok werd door agenten in burger niet openlijk gedragen maar verhuld. Zo werden er tijdens die roerige dagen heren gesignaleerd die, gehuld in gabardine en baret, de Marseillaise neuriënd, met fors uitgevallen baguettes flinke klappen konden uitdelen. Waarschijnlijk was het ingebakken eindje loden pijp daar debet aan. Uit:‘Hetaanzienvan1968’(Haarlem,1969) Uit:‘Hetaanzienvan1968’(Haarlem,1969) Voor receptuur: pagina 25
  18. 18. 18
  19. 19. 19
  20. 20. 20
  21. 21. 21 Stelt u zich voor: u bent de koning van Engeland en u houdt wel van een feestje. U nodigt wat vrienden uit, slaat een voorraad drank in, bakt de bitterballen voor en als de eerste gasten komen, zet u een stemmig muziekje op. Niet te hard, vooralsnog niet te hard! De Swing komt later aan de beurt. U hebt aan ijs gedacht en aan limoenen en demonstreert uw nieuwste longdrinks. Met de Bossa-nova sluit u de avond af en zwaait, met zachte d(r)wang, uw laatste gasten uit; vult de afwasmachine en rolt lichtelijk beschonken om half drie in bed. De boel de boel, opruimen komt later wel. Stelt u zich voor, dat niet u, maar iemand anders de koning van Engeland was en dat dan zo’n 250 jaar geleden. Vrienden had een koning niet. Onderdanen en/of vijanden wèl. Drank inslaan stond voor liederlijk zuipen en bij bitterballen doelde men op de hooghartige jonkers uit de entourage. Een koning tóen, stelde zich een feestje heel anders voor. Spontaan een partijtje bouwen was er in die kringen niet bij. Onvoorstelbaar! Zo’n koning had een aanleiding nodig. Een gewonnen veldslag, een trouwpartij, doop of jubileum. Het feest was er slechts tot meerdere eer en glorie van Hij, Zijne Majesteit. Er gingen vaak maanden van voorbereiding aan Pepernoten vooraf. Paviljoens moesten gebouwd worden, uitnodigingen verstuurd, vee geconfisceerd en jachtpartijen op touw gezet. En er moest muziek zijn! Nee, nee, géén Swing of Bossa-nova, maar gelegenheidsmuziek. Een beetje vorst had daar in die dagen speciaal personeel voor. Rameau en Luly aan het hof van de Franse Lodewijks. Henri Purcell en George Friedrich Händel in Engeland. Wij willen voorstellen ons tot de laatste te beperken; wij zijn geen broodschrijvers! Händel (George Frederic) voor de Engelsen, was dat wel. Hij schreef op bestelling majesteitelijke muziek voor Zijne of Hare Majesteit. Studeerde die in met de Hofkapel en deed, indien er grotere bezettingen nodig waren, een beroep op muzikanten uit het leger en op iedereen die een instrument kon bespelen. Hij zorgde voor de financiële afhandeling en dirigeerde de Première. Stelt u zich voor, die aanleiding was er en u besloot om in de kasteeltuin een groot vuurwerk te organiseren. De gasten, vriend en vijand, die na een dag van plichtplegingen en een met veel drank overgoten maaltijd neerzegen op uw koninklijk gazon konden, voor zij hun bed inrolden, nog een daverende apotheose tegemoet zien.
  22. 22. 22 Bij het vallen van de avond –de spreeuwen zochten lawaaierig een slaapplek, konden maar niet besluiten welke boom het lekkerste sliep– namen de Brandmeesters en muzikanten hun plaatsen in. Het wachten was op de koning en zijn gevolg. Begeleid door vierentwintig toortsdragers en het geroffel der trommen, besteeg hij het erepodium. Ademloos wachtte men op zijn teken: fire! Eén voor één doofden de toortsen, “fire!” klonk het. Honderden stemmen herhaalden de kreet: “fire, fire, fire!” Terwijl de laatste toorts gedoofd werd, ontstak de orkestleider, Händel himself, zijn dirigeerstok, tikte af met zijn verse, die dag gebakken stokbrood, en klonken er, terwijl de vuurpijlen de lucht inschoten, de eerste maten van de Music for the Royal Fireworks. Het werd een daverend succes! 1 Händel gebruikte ter directie een buitengewoon groot knetterend stokbrood. Enerzijds omdat het orkest zo groot was en anderzijds omdat het klas- sieke dirigeerstokje in de duisternis onzichtbaar zou zijn. 2 In het Franse taalgebied is niet dit gebruik maar wel de term gemeengoed gebleven. Men spreekt er nog steeds van, zoals: ‘L’Orchestre de Saint Martin du Champs, sous le Baguette du Sir Neville Mari- ner’. Facts: • Vulling dirigeerbrood: 1 deel zwavel, 1 deel houtskoolpoeder, 1 deel salpeter en een snuifje kopersulfaat voor de kleur. • Händel (geboren te Halle, 1685; overleden in Londen, 1759) schreef deze muziek in 1749.
  23. 23. 23 Händel was, dat lijdt geen twijfel, de eerste die in een daarom vragende situatie, de hulp van het luminicente stokbrood inriep. Zijn directie bij de vuurwerkmuziek ter gelegenheid van de Vrede van Aken (1749) werd met knallend buskruit luister bijgezet. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) knalde het behoorlijk. De Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein kon daarover meepraten. Het verhaal gaat dat hij als frontsoldaat, in een poging de alomtegenwoordige droefgeestigheid even te vergeten, een poging deed om dwars over de loopgraven heen een concert van de Militaire Kapel te dirigeren. De muzikanten, her en der verspreid en geteisterd door de onophoudelijke beschietingen, gluurden hoopvol over de rand van hun schuilplaatsen. Wittgenstein had hen beloofd om bij het vallen van de duisternis een speciaal geprepareerd, op de franse troepen buitgemaakt stokbrood, te zullen ontsteken. De muzikale diaspora (de chaos aan het front was enorm) zou pogen om met dit lichtend voorbeeld tot harmonie te geraken. De nocturne begon en eindigde met een forse explosie. Zijn hulpje, de tamboer 2e klasse Jean Baptiste (zijn grootouders waren van Franse afkomst!?) bleek een overmatige hoeveelheid buskruit te hebben gebruikt. Ook had hij de tijd die een experimenterend dirigent nodig heeft tussen het ontsteken en het daadwerkelijk dirigeren, wat al te zuinig ingeschat. Tot op heden kennen wij de uitdrukking ‘een kort lontje’. Enfin, Jean Baptist legde de grondslag hiervoor. De wapenstilstand van 11 november 1918 was voor alle betrokkenen een zegen. Maar velen, die hun beste jaren in de loopgraven gesleten hadden, kenden maar een vak: oorlog. Ook Wittgensteins’ carrière, met één arm, leek geruïneerd. Piano spelen? Werk voor één hand was uiterst schaars in de tijd dat Ragtime en Quatremains in de mode waren. Onder het juk van uiterste zelfdiscipline –want behoorlijk onthand– zat Paul Wittgenstein dagelijks uren aan het klavier, maar de uitzichtloosheid en de armoede bleven. Pas toen in 1931 Maurice Ravel speciaal voor hem het ‘Concerto pour le main gauche’ schreef, braken betere tijden aan.
  24. 24. 24 Het was tijdens de laatste maanden van het beleg van Leningrad, dat er voor het eerst door de Sowjets van Stalinorgels gebruik gemaakt werd. Tot verbazing van Hitlers’ troepen, geteisterd door de onder vijandelijk vuur liggende aanvoerlijnen en de moordende vrieskou, was het moreel van de vijandelijke troepen verrassend hoog. Voormalige Oostfrontstrijders verhalen nog met ongeloof in hun ogen van die ervaringen. Over Sowjetsoldaten die, ogenschijnlijk immuun voor kogels en koude, blakend van gezondheid (en wodka), strijdliederen brullend, over de bevroren vlaktes raasden. Het Stalinorgel De fascistische troepen waren na de overrompeling van Polen en de daaruit ontstane euforie absoluut niet voorbereid op de gevaren van een langdurige landoorlog op deze enorme schaal. Zij die dachten dat de inname van Leningrad een peulenschil zou zijn, kwamen van een koude kermis thuis. Kaart:Bosatlas(Groningen,1983) Bron:Internet Bron:Internet Honger werkt demotiverend en dat werd van de kant van het Rode Leger voorkomen door het Stalinorgel in te zetten, een meesterstuk van lange-afstandsfouragering. Bron:Internet Josef Stalin, 1878-1953
  25. 25. 25 WICHTIGER HINWEIS: Zuerst das Brot backen und erst nach vollständigen Abkühlung das Rohr abfüllen. CLASSIC NOTE: You better don ‘t try. But if you do, mind your family, Protect your eyes (safety-goggles are a must) and hands Lock-up your and your neighbours pets. HET ‘PAIN PLOMBÉ’ 1 Bezoek een slopers- of loodgietersbedrijf en vraag om een eindje oude loden afvoerleiding. Bevestig hierin een –liefst essen– bezemsteel, zodanig dat die aan één kant minstens tien centimeter uitsteekt. 2 Let er op dat het geheel in de oven past of neem anders contact op met een te vertrouwen bakker. 3 Bekleden met een elastisch deeg en afbakken. Gebruiksaanwijzing op pagina 17. -FOR OUTDOOR USE ONLY!- ‘HÄNDELS HIDDEN HOMEWORK’ Noot van de redactie: Terecht, wees uiterst voorzichtig; en realiseert u zich dat het afsteken van vuurwerk, buiten de daartoe wettelijk gestelde periode, verboden is. Daarnaast is de kans groot dat de door Händel omschreven constructie onder de vuurwapenwet valt. VIVE LA REPUBLIQUE! 1 Verschaf u een dikwandige stalen buis van maximaal drie voet lang en met een doorsnede (hoe langer, hoe dikker) van 1 tot 15/8 inch. Las één kant grondig dicht en bevestig het aan een vuurvast handvat, dat zowel licht en elegant, als warmte-isolerend, dient te zijn. Het andere uiteinde voorziet u van een stalen spruitstuk met een doorsnede van 1/8 inch en een lengte van 2 tot 3 inch. Vervolgens boort u over de hele lengte van de buis, zo om de 1,5 inch, luchtgaatjes van 3/8 doorsnee. 2 Bekleed het geheel met een dunne laag extra luchtig beslag en zie af van een oppervlaktebehandeling van water of eiwit. 3 Test na het bakken de luchtdoorlaatbaarheid door krachtig te blazen op het spruitstuk. Prik zonodig met een breinaald extra gaatjes in het brood. 4 Vul de pijp –niet roken!– met een mengsel van 1 deel gemalen houtskool, 1 deel zwavel en 1 deel salpeter. Voeg voor een gewenste kleur zonodig een weinig sulphide toe. 5 Beproef uw eerste exemplaar door middel van een op afstand gestuurde ontsteking en zònder dirigent. Succes! George-Frederick 25
  26. 26. 26 Le pain de la resistance Nog niet in 1941 –de situatie is dan nog te chaotisch– maar zeker toch in de zomer van 1942, ontstaat er op het Franse platteland ter ondersteuning van het verzet een efficiënte infrastructuur van onderduikadressen, bevoorradingspunten en wapenarsenalen. Om zo onopvallend mogelijk te kunnen opereren zocht men bij voorkeur onderdak in leegstaande bedrijfspanden. Er was door het oorlogsgeweld immers veel verwoest en het herstellen van in onbruik geraakte optrekken was schering en inslag. Door het oog te laten vallen op bakkerijen sneed het mes aan twee kanten: enerzijds herstelde men een levensnoodzakelijke schakel in de voedselvoorziening, anderzijds schiep men zo een perfecte dekmantel. Deze locaties legaliseerden de broodnodige nachtelijke tochten die anders levensgevaarlijk zouden zijn. Want de ovens moesten branden, ondanks de door de bezetter ingestelde avondklok (fr: couvre-feu). De bakkerij was de perfecte couverture (dekmantel in het Nederlands). Kaart:I.N.G.(Paris3615)
  27. 27. 27 Slechts een deel van het netwerk dat onder leiding stond van ‘le Grand Bob’ (Bob is de afkorting van Boulanger natuurlijk) is heden ten dage nog traceerbaar. Ook verzetsstrijders hebben niet het eeuwige leven en de papieren relicten van oorlogskwaliteit al evenmin. Gelukkig bezit het Centre de la Commémoration in Nancy een handvol rudimentaire kaarten met daarop een aantal bescheiden, maar onmiskenbare aanduidingen. Daarnaast is er een door de tand des tijds en ongedierte aangevreten exemplaar te zien van het zgn. ‘pain complet’ (zie foto), gebaseerd op een vernuftig, van een lange loop voorzien pistool van Oostenrijkse herkomst. Helaas vertoonden niet alle ‘Baguettes’ een gelijkaardige technische perfectie. Vele waren noodgedwongen gebaseerd op materiaal uit de eerste wereldoorlog of van nog oudere leeftijd. Het is dus niet uit te sluiten dat het gebruik van dit wapentuig niet ontbloot was van risico’s voor de schutter! Tot de schaars overgeleverde wapenfeiten (vele zijn waarschijnlijk niet als zodanig herkend) behoren zowel Bron:‘PetitLarousseUniverselIllustré’,1922
  28. 28. 28 de liquidatie van overste Erich von Hochstapler en zijn staf op 12 december 1942 en de executie van de collaborerende broers Lahor op 26 februari 1943, beide te Châlon sur Marne. Maar de klap op de vuurpijl was natuurlijk toch de door het verzet georganiseerde ‘brooduitdeling’ aan de arbeiders van de, voor de Wehrmacht werkende, staalgieterij in Hagenondance (Lotharingen) op 14 april 1944, met fatale gevolgen – voor zowel de directie als de productielijn. De op gang komende droppings van geallieerde wapens, in combinatie met de ontwikkelingen op de Balkan en de schaarste aan meel, maakten in de lente van 1944 een einde aan het gebruik van dit wonderlijk inventieve èn effectieve wapentuig. Met dank aan: • ‘Les allemandes, o la la’ (anoniem) • ‘Nourriture dans des temps graves’ • ‘Le pain plombé’. Afbeeldingen ‘Boulangerie’ en ‘Fusils’: ‘Petit Larousse Universel Illustré’, 1922
  29. 29. 29 Motregen en een niet geheel rimpelloos wegdek zijn teveel voor de bodem. Roetsj, en weg is je brood. Ja, dat dacht je, maar dan onderschat je de veerkracht. Het passeert met hoge snelheid op een haar na twee parkeerwachters, suist in de richting van een fietsende student die het projectiel een schop verkoopt waardoor het voorzien van nieuwe energie van richting verandert en als een raket op een rolstoelrijder afvliegt. Die ontsnapt de dans maar twee ‘gebruikers’ die alle coördinatie missen, slaan gaten in de lucht en komen ten val vlak voor de voeten van een vrome dominee die “Manna” roept hetgeen de bestuurster van de gloednieuwe VW-kever ontgaat door de klap op de voorruit die de aanzet vormt voor een fraaie looping -her en der wordt een UFO gesignaleerd- schiet langs de neus van een kraanmachinist die net een broodje had besteld, om dan, na een sierlijke glijvlucht tot inkeer gekomen, op je eigen bagagedrager te landen. Geen krasje. Thuis blijkt de geestkracht van dit stokbrood nog niet gedoofd. Tot op de broodplank blijft het zich verzetten. Ontwijkt het mes door diep te buigen. Het kartelmes kerft tot op het hout. Toch eten we lekker, gespreksstof genoeg. Bijna echt is niet echt, want echt is heel wat anders. Echt is bloem, water, gist en een mespuntje zout. Anders is als er vet bijkomt of, erger nog, een hele reeks broodvijandige additieven. Echt is echter een schaars goed. Dat echte brood met die prachtige onregelmatig gerezen structuur. Die bite die niet alleen de korst heeft, maar het hele brood. Dat knapperige zonder bros te zijn. De telefoon gaat. “Ja leuk”. “Gezellig”. “Nee, geen enkel probleem”. “Tot straks dan”. Een soepje? Er is nog een mooie fond van eergisteren, uien en oude kaas zijn er ook. Dan pasta met anti- pasta. Komt allemaal uit de voorraadkast. Broccoli krijg je bij de groenteboer om de hoek. Vóór het opdienen even in de magnetron, vijf minuten laten uitdampen en serveren met een gebonden saus met knoflook, pijnboompitten en uitgebakken, gerookte spekjes. Allemaal zo klaar dus. Twee dingen slechts. Broccoli, en voor bij de soep een prima stokbrood. Fietsen naar een ‘andere’ bakker. Het brood ziet er betrouwbaar uit. De verpakking blijkt dat niet. Gespreksstof
  30. 30. 30 Broodtransport huiselijker dan de huidige. Kindertjes zijn handenbindertjes en hun aantal lag beduidend hoger dan het hedendaags gemiddelde. Die moesten allen gevoed, gekleed en gewassen. De stofzuiger was nog geen gemeengoed en de wasmachine was net begonnen aan een schuchtere intrede. De wringer ook. En dan maar hopen op droog weer, want anders kwam de strijk in de knel en bleef ook het verstelwerk liggen. Boodschappen doen heette nog geen ‘shoppen’ en van ‘fun’ was al helemaal geen sprake als je elk dubbeltje moest omdraaïen. Die boodschappen, dat klinkt vandaag de dag als Stadsgezichten uit de Laat-Romantiek, zo rond de wisseling van de 18e en 19e eeuw, leren ons dat het bezorgen van brood een exclusief vrouwelijke aangelegenheid was. Het beeld van de matineuze jonge vrouwen die, beladen met geurig brood, door de straten reden deed de dichter Goethe niet alleen watertanden, maar zette hem ook tot schrijven aan. Het was niemand minder dan Franz Schubert die zijn tekst toonzette; en het “Gretchen am Lenkrad” is onsterfelijk geworden. Dit vrouwelijk monopolie bleef in allerlei lokale varianten, tot in de eerste decennia van de twintigste eeuw gehandhaafd. Zij die in een stedelijke omgeving en rond het midden van de vorige eeuw zijn geboren, herkennen dit toch allemaal: de kleinhandelaar die, met z’n waren op een door een paard getrokken kar, door de vrijwel autoloze straten trekt. Ratelend, roepend, bellend, maakt hij zijn aanwezigheid kenbaar in een straatbeeld van fietsers, voetgangers en spelende kinderen. Zijn signalen zouden nu, tussen de door het gemotoriseerde verkeer geproduceerde decibellen, hopeloos verloren gaan. Zou hij plots weer op de straat verschijnen, dan zou dit aanleiding geven tot overlast, ergernis en opstoppingen. Om de twintig meter, met paard en wagen stilhouden en een hele weghelft of meer blokkeren, lijkt nu onvoorstelbaar. ‘Laten wegslepen, die handel!’ De huisvrouw uit die dagen –van huismannen had nog nooit iemand gehoord en alleenstaanden waren zonderlingen– was noodgedwongen een stuk
  31. 31. Oman, 2006 31 een ongekende luxe, werden voor het merendeel niet gehaald maar aan huis bezorgd. Zo verschenen dagelijks zowel de groentenman als de melkboer in de straat. Wekelijks kwamen de kruidenier, de slager en de vishandelaar. Deels waren het de producenten zelf die hun seizoensproducten aan de vrouw brachten. Op straat kocht men ’s zomers aardbeien en kersen, evenals kolen en petroleum: onmisbare brandstoffen voor de winter. De bakkerskar kende vele varianten. “Want er zijn bakkers en wederverkopers van brood” schrijven Zeguers en Hemker in ‘La Cuisine sage’.1 Niet alleen de kar van de lokale bakker trok door de straten, maar ook die van de coöperatieve bakkerijen, de eersten die het fabrieksbrood goedkoop en zgn. ‘gezond’ verkochten. De herinnering aan een product als ‘Tarvo’, een voorgesneden brood van een elastische substantie vervaardigd, zonder een noemenswaardige korst maar mèt een kunstmatig opgerekte houdbaarheid, doet heden ten dage nog vele ouderen gruwen. De toevoeging van een overmatige hoeveelheid dierlijk vet zorgde ervoor dat ook de laatste snede ‘mals’ bleef. Gelukkig keerde het tij. De naoorlogse generatie, eenmaal in financiëel ruimer vaarwater gekomen, ontdekte tijdens hun eerste vakanties in het buitenland dat er meer brood tussen hemel en aarde bestond dan ‘Tarvo’. Een wereld van geur, smaak, structuur èn variëteit ging voor hen open. Daar ontdekte men dat het brood niet bezorgd, maar gehaald werd. Met name in Frankrijk, met z’n fijnmazig netwerk van bakkerijen2 werd de toerist geconfronteerd met veel vernuftigs op het gebied van het persoonlijke broodtransport. Het besef dat brood meer kan zijn dan maagvulling breekt in die dagen door bij een steeds groter wordende groep consumenten. Al zal het waarschijnlijk een vrome wens blijven dat de bakkers de concurrrentieslag met de ‘Wederverkopers van Brood’ ooit zullen winnen. 1 C. Hemker, J. Zeguers: ‘La Cuisine Sage’, Luiting, 1978 2 Zie ook ‘Le pain de la resistance’, pag. 26 Klemvast vervoerd; prototype voor heren- en damesfiets.Frankrijk, 1982
  32. 32. 32 Een ooggetuigeverslag van de Tour de France “Deezen zoomer, terwijl U verkoeling zocht aan den oever van den rivier, in den schaduw van het bosch of heerlijker nog, aan zee, werd in Frankrijk weederom den jaarlijkschen Tour den France gereeden. Uw verslaggever die reedsch eerder zijne indrukken met U deelde over den sloopende hitte tijdens den etappes in den streek van Bordeaux en later in den Rhône-vallei, is inmiddelsch, dank zij den stuurkunsten van zijn trouwen chauffeur, in den Alpen aangekomen. Om ons heen ligt eeuwigen sneeuw en den meegebrachte winterkleeding bewijst goeden diensten. Halverweege den vijftiende etappe van Grenoble naar Evian houden wij halt. Hier op den top van den Col de L’lseran wachten wij den dappere renners op en zullen wij getuige zijn van een hartverwarmend tafereel. Een verbroedering zoals die alleen in den wielerwereld plaatsvinden kan. Een ritueel voorbehouden aan den crème de la crème van den wielersport en waarvoor er in het peleton geen plaats is. Eindelijk wordt ons geduld beloond. Was tot op heden slechts het suizen der wind te hooren, plots wordt dit vermengd met vage flarden motorgeronk. Daar koomen zij! Minuten tikken tergend langzaam voorbij en het lijkt een eeuwigheid te duren eer wij, omfloerst door mistflarden, hunne felle koplampen ontwaren. Vergeten is het kleumend lange wachten. Daar koomen zij! Op een tiental meeters achter den eersten motorrijder ontwaaren wij den eerste zwoegende gestalte. Staande in den pedalen en met het kleinste verzet, worden den laatste meeters bedwongen. Den Gelen Trui-drager en dan, opdoemend na enkelen seconden, drie, vier, neen vijf anderen. Den kopgroep is compleet. Guiseppe, Jean-Paul, den Belgischen Maurice natuurlijk, maar ook den Duitscher Kurt Händler, op den voet gevolgd door onzen landgenoot Jacob van Ossendrecht. Gelooft u mij, op dezen kouden top, wordt sportgeschiedenis geschreven! Namen toegevoegd aan het Pantheon der Sportonsterfelijken! Maar nu. Hijgend verzaamelen zij zich. Hunne rijwielen achteloos aan den kant gezet, rond den diepblauwen motor met zijspan, waarvan den berijder met delicate gebaren het dekzeil verwijdert, dromt men samen. Hierin, warm gehouden door een zestal warmwaterkruiken, bevindt zich den proviand voor den uitgeputte sportlieden, overgenomen uit de ‘Katholieke lllustratie’, september 1929.
  33. 33. 33 maar ook behaaglijk warme dekens voor elk van hen. Den strijd, den competitie van daarnet èn straks, wordt voor een moment vergeten. In intieme celebratie. Hier, op hunner Olympus, weeten den wielergoden zich voor een moment vereenigd. Deelgenoot aan dezelfden Titanenstrijd is dat wat telt. Uit het zijspan stijgt een geur van verschgebakken brood op, oogenschijnlijk uit een andere wereld dan dit landschap van steen en ijs. Hongerig sluit men den kring. Den motorbestuurder, een Sileziër met een onuitsprekelijken naam, kijkt den kring rond, ziet in allen oogen een verwachtingsvollen blik, duikt dan in zijn bagage en haalt den flesch booven, toont eenieder het veelbeloovende etiket en ontkurkt met alle égards een Grooten Cognac. Nogmaals wordt den lucht doorkliefd met een niet-alpine doch goddelijk aroma. Den zintuigen krijgen een extra prikkel op deez’ hoogte. Reuk en smaak worden intenser bij ontstentenis van het daaglijksche bombardement van impressies. Uiterst behoedzaam giet den in leeder gehulde gestalte den inhoud in een op den juiste temperatuur gebrachte kom. Dan, op een moment dat alle aroma’s vrij koomen, gaat er eenen diepen zucht door het selecte gezelschap. Even lijkt men geheel alleen te zijn, maar met zoveel gemeenschappelijks. Het besef, dat niet alleen den overwinning, maar vooral den strijd, het doel van deezen sportieve onderneming is, vervult aller harten. Voor één moment zijn zij allen één. Dan den ceremonie. Een ieder neemt zijn brood, doopt dat seconden lang in den hemelschen drank, zuigt en sabbelt, verzaaligt... Geniet een sacrale stilte, terwijl den warmen gloed weldadig in hun binnenste opstijcht. Verkleumde ledematen ontspannen zich. C’est la vie! Voor den tweeden en den derden male gaat den kom rond. Zelfs Kurt, den sportieve ascetische Duitscher, is er van overtuigd dat in dezen omstandigheden een goeden slok op zijn plaats is en doopt met graagte zijn brood telkenmale in den hem aangebooden kom. Nog even en den afdaling begint. Beneden lokt den finish, den warmte en den ontvangst. En nu, den remmen los! Snelheid, behendigheid, zijn den eigenschappen welken tellen. Gaapende klooven en onpeilbaren afgronden op luttele centimeters van het wiel verweijderd. Den wind, den warmer wordende lucht fluitend in den oren, vermengd met het bewustzijn dat een platte tube fataal kan zijn, terwijl verraaderlijk smeltwater, juist daar waar men het niet verwachten zou, het wegdek in een glijbaan kan doen veranderen. Maar dan, den ontvangst is grootsch. Vlaggende straten, het juichende publiek bij den finish. Luigi eindigt als eerste over den streep. Wordt belaagd door pers en trouwen aanhangers. Den krans over den schouders sluit hij even den oogen. Zoo schoon kan het leven zijn: C’est la vie.” In 1947, meteen na de Tweede Wereldoorlog werd het gebruik van alcohol tijdens wielerwedstrijden ten strengste verboden door de organisatoren. Doping bleek echter onuitroeibaar.
  34. 34. 34 De stilte van de Zondagochtend in de 50-er jaren, werd nog niet verstoord door buurtbewoners, uitgerust met electrische grasmaaiers, klopboren of cirkelzaagmachines. Slechts het gebeier der kerkklokken vulde de lucht. Dichtbij het geklepper van het parochieklokje, van verder weg en over de hele stad, de donkere bronzen roep der grote kerken. Servaos en Slevrouwwe riepen beiden: “Haast U”. Gedenk de dag des Heren, spoed u ter kerke en uw plaats in het Paradijs is verzekerd. Maar niet overal werd er naar geluisterd. Op veel plaatsen, ook al was het maar voor eventjes, werd dit Roomse geweld genegeerd. Even moest alles wijken voor de stem uit de luidspreker van de draadomroep, die àndere litanie van de zondagochtend, meteen na het nieuws van acht uur. Met de nog nazingende tonen uit de kerktorens op de achtergrond, werden, met Vlaamse tongval, de verlossende woorden gesproken: “Maubeuge, 12 graden, licht bewolkt, noord-noordwestelijke wind. De duiven zijn gelost. St.Quentin, 10 graden, half bewolkt, noordwestelijke wind. De duiven zijn gelost. Orleans, 14 graden, heldere hemel, westelijke wind. De duiven zijn gelost. Tours, 8 graden, nevel. Wachten. Angoulème, 16 graden, zuid-zuidwestelijke wind. Nagenoeg onbewolkt. De duiven zijn gelost.” Eén voor één werden de namen genoemd. Het Franse spoorwegennet van noord naar zuid afgewerkt. Postduiven reisden per trein in die dagen. Héén althans. Voor de duivenmelker werd de indeling van de zondagochtend bepaald door dit soort berichten. Dit, moest hem doen kiezen, voor de Heilige Mis van half negen of die van tien uur. Soms zelfs, als het echt spande –geld speelde bij die wedvluchten een niet onaanzienlijke rol- werd het zieleheil en het Gregoriaans verruild voor het uren in de lucht turen. “Dao kaome ze!” Was ook van toepassing op de duivenmelkers. De vrijheidsdrang van de arbeidende duivenmelker werd belichaamd in de onafhankelijke duif, die geheel op eigen kracht, zonder de tirannie van baas of tredmolen, zijn eigen thuisbasis opzocht. Daar kon de pastoor best even voor wachten. Zij, die duiven molken, behoorden tot een speciale wereld. Voor hen was er niet één God, maar ook die van de BRT. Een satanische verlokking die bij het Laatste Oordeel nog wel ter sprake zou komen. Dat was een zorg voor later... Voor de duivenmelker was zijn hobby zijn oog op de wereld. Had de bezetter niet immers het houden van duiven verboden? Opnieuw moest er gefokt worden in ’45, de besten met de besten gekruist. Hiertoe moest men naar Luik, met Vreuger - in Maastricht
  35. 35. 35 paspoort en controle, want Holland had zich niet zo netjes gedragen tijdens de wereldoorlogen. Naar Luik voor veelbelovende eieren, clandestien, dat wel. Maar in de romantiek, waarin de duivenmelker zich identificeerde met de grenzeloosheid van de vogels, mocht dat geen probleem zijn. Het Waalse duivenminnende gewest werd eerst via de zondagmarkten, later, meer thuis inmiddels, ook tijdens Sainte Marie en de Novemberfoire op de Avenue de la Sauvigniere, ondanks de taalbarriere, een veelbezocht gebied. Na de offerrande werd de lucht in de Onze Lieve Vrouwe kerk stilaan een beetje transparant. De feestelijk gekleurde lichtstralen werden minder getemperd door wierookdampen en kaarsenwalmen. Buiten scheen de zon. Daar was de kilte van kerk en crypte reeds lang vergeten. Heel voorzichtig begonnen de geuren van de sökkerbekker Fransen (het Peperkookemenneke) in de Wolfstraat, samen met die van de bakker uit de Steine Brög, te concurreren met die vanuit de kerk. Hongerig, vóór de communie moest je immers nuchter zijn, werd er gegluurd naar de celebrant, die een grote hostie at, er een slok wijn én alle tijd bij nam. Gewend aan het dagelijks ontbijt voor dag en dauw werd er gedroomd van koffie en spek met eieren. Het Panis Angelicum fit panis hominium werd er gezongen. Zou tijd worden ook. Maar eerst nog voerde de missiepater het woord. Sprak over hongerige kindertjes in Kongo of Oost-Sumatra en kondigde een collecte bij de poort aan. De collectes voor de kerk, de armen en de bijzondere doelen (toch eens bij Thiessen op de Grote Gracht informeren) waren allang achter de rug. Op de achterste rijen was het eerste geschuifel reeds hoorbaar. Van daaruit was je ook het eerst buiten (Dominus Vobicscum), dan moet hij wel opschieten...(Ed cum Spiritu tuo), die kwam later wel in de Struys. Terwijl de dames zich, omstuwd door kroost, naar huis begaven, maakten de heren goede sier door het bestelde gebak voor de zondagmiddag op te gaan halen. Het wachten bij de bakker, waarbij men zichzelf een prima excuus verschafte (rieste, kronselle, of appelekowwe). “Kronselle, dat waor besteld.” “En è stekbroed geere, veur bij de sôp en è gesnooie roggebroed veur bij de Rommedoe.” “ ‘n Eelske derbij?” “Straks.” Tegen enen, ietwat rossig, met de aangeschafte eetwaren naar huis. Diner en dan een dutje. Maar voor de duivenmelker moesten de café- geneugten wachten tot zijn vogels ‘gevallen’ waren, met voer en gefluit naar binnen gelokt, afgunstig gekeken naar die vroege ‘witpen’ van Laurent verderop, en de op weduwschap vliegende ‘schüllever’ van de kromme Louis, uiteindelijk ontdaan van het rubberen wedstrijdringetje, geconstateerd in het listig gesloten compartiment van de, van een stempelmachine voorziene, houten klok. Dan pas kon men achterover leunen. Titanenarbeid. Op de fiets naar het café. Daar zag het blauw van de rook en de grootspraak. Heren met sigaren namen de klokken in ontvangst. Zonder bier duurt het wachten extra lang. Uren vaak, voor de uitslag bekend was. Wachten maakt ook hongerig, ook toen al. Dus iers è bruudsje met hiering en è gleeske jenever. Straks naar huis, voorzichtig fietsend. Kaafvleis, puree en Brussels lof. Wee heet den ierste?
  36. 36. 36 Indien u zich erop verheugt straks een populaire opa of oma te zijn, tref dan nu uw maatregelen. Dit is het moment om u te verzekeren van een dosis verhalen die naadloos aansluit bij het klassieke en gruwelijke sprookjesrepertoire. En het is zo simpel! Spaar nu de verpakkingen van uw dagelijks brood en knip daar de lijst van ingrediënten uit. Leg een plakboek aan: succes verzekerd. ...uitdesupermarkt... Tip voor later! Ademloos zullen de kleintjes aan uw lippen hangen als de klassiekers verbleken bij uw verhalen over vroeger. Over hoe u en uw leeftijdsgenoten het waagden om, uit puur lijfsbehoud en bij het volle verstand1 toch over te gaan tot het consumeren van deze tot in lengte van dagen houdbare producten. Brood, dat product waar toch wat in zit. De reclame loog er niet om in die dagen. 1 Wetenschappers hebben hierbij, gezien de aard en hoeveelheid additieven, ernstige twijfels
  37. 37. sponsor
  38. 38. Jacques Creusen, Jacqueline Wassen en Riet de Wit: drie Maastrichtse kunstenaars, drie verwante zielen. Ieder met een eigen achtergrond en eigensoortige productie, tekenen voor dit boekje. Informatie over hun werk is te vinden op onderstaande websites: www.jacquescreusen.nl www.members.lycos.nl/jacwassen www.rietdewit.nl

×