Sociale psychologie van agressie en prosociaal gedrag

4,994 views

Published on

College over agressie en prosociaal gedrag voor inleiding sociale psychologie Wageningen Universiteit

Published in: Technology
1 Comment
0 Likes
Statistics
Notes
  • Zou je de onderzoeken die je gebruikt hebt willen delen?
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
4,994
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
37
Actions
Shares
0
Downloads
15
Comments
1
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Sociale psychologie van agressie en prosociaal gedrag

    1. 1. Pro-sociaal en antisociaal gedrag
    2. 2. Pro-sociaal gedrag Helpen: voor die ander of voor jezelf? Altruïsme en eigenbelang
    3. 3. Definiëren van pro-sociaal gedrag Prosociaal gedrag Welwillendhei d Puur Altruïsme
    4. 4. Definiëren van pro-sociaal gedrag Type Gedrag Definitie Voorbeeld Prosociaal De ober een Gedrag Gedrag grote fooi bedoeld om geven om anderen te indruk op je Welwillendhei helpen vriendin te d (ongeacht maken met je motief) vrijgevigheid Puur Altruïsme
    5. 5. Definiëren van pro-sociaal gedrag Type Gedrag Definitie Voorbeeld Prosociaal Gedrag Gedrag bedoeld om €20 aan een Welwillendhei anderen te goed doel helpen schenken om d zonder je goed te externe voelen Puur Altruïsme beloning
    6. 6. Definiëren van pro-sociaal gedrag Type Gedrag Definitie Voorbeeld Prosociaal Gedrag Dito, maar nu Op de Welwillendhei zonder dat spoorlijn externe of d springen om interne een vreemde beloning die gevallen Puur Altruïsme nagestreeft is te helpen wordt.
    7. 7. Waarom pro-sociaal gedrag?  Worden we beter van (to gain genetic and material benefits)  Komen we beter over (to gain social status and approval)  Zo zijn we nu eenmaal (to manage self-image)  Voelt zo goed (to manage our moods and emotions) …
    8. 8. Helpen en genetisch gerelateerdheid  Inclusive fitness:  Zou je je auto aan je broer lenen?  En aan je opa?  En aan je neef?  En hoe zit het met een aantrekkelijke vreemde?  Michael Cunningham et al. (1995) vroegen mensen of zij bereid zouden zijn anderen te helpen in verschillende situaties …
    9. 9. Resultaten Cunningham et al. (1995) 80 60 Percentage dat vrijwillig hulp 40 aanbiedt 20 0 Hoog Gem. Laag (1e Geen (ouders, (groot-ouders) graads (aantrek-kelijke broer/zus, neef/nicht) vreemde) kinderen) Mate van gerelateerdheid
    10. 10. Helpen, slachtoffers en behoefte  Er zijn drie mensen die je nodig hebben om een boodschap te doen …  Een neef  Een zus  Een kennis  Je hebt maar tijd om er één te helpen.  Wiens boodschap doe je?
    11. 11. Helpen, slachtoffers en behoefte  Er slapen drie mensen in verschillende kamers van een brandend huis …  Eenneef  Een opa  Een kennis  Je hebt tijd om er één te redden.  Wie red je?
    12. 12. Resultaten Burnstein et al. (1994) 3.0 Voor alledaagse hulp, hebben mensen de neiging familieleden 2.5 meer te helpen dan niet- familieleden Geneigd-heid 2.0 om te helpen 1.5 1.0 Hoog Gem. Laag (1e Geen (kennissen) (ouders, broer/zus, (groot-ouders) graads neef/nicht) kinderen) Mate van gerelateerdheid
    13. 13. Resultaten Burnstein et al. (1994) 3.0 Het verschil werd zelfs groter in 2.5 situaties van leven-of-dood Geneigd-heid 2.0 om te helpen 1.5 1.0 Hoog Gem. Laag (1e graads Geen (kennissen) (ouders, broer/zus, (groot-ouders) neef/nicht) kinderen) Mate van gerelateerdheid
    14. 14. Méér inzichten in ‘evolutie’ van helpen  Wederkerige hulp – “I scratch your back, …”  Hulp in respons op eerdere hulp  Dieren zullen non-relatives eerder helpen wanneer zij dicht bij elkaar leven en profijt hebben van delen.  Werknemers van organisaties die veel doen voor hen, zullen harder werken voor het bedrijf …
    15. 15. Me myself and I  Instilled Beliefs  Economie studenten die het “principle of self-interest” geleerd hebben: • Geven minder aan goede doelen (Frank, Gilovich, & Regan, 1993) • Zullen anderen sneller uitbuiten in een onderhandelingsspel (Maxwell & Ames, 1981) • Zijn meer geneigd om te onderhandelen voor een bonus (Kahneman et al., 1986)
    16. 16. Omstanders als bron van info of hulp nodig is  De resultaten suggereren dat mensen naar anderen kijken om ze van informatie te voorzien.  Als niemand anders verontrust is, suggereert dat: “geen noodgeval”
    17. 17. Is het een noodgeval?  Wat een aardige man, en hij zwaaide nog naar me…  pluralistic ignorance
    18. 18. Omstanders als bron voor af- en goedkeuring  Soms nemen mensen aan dat hulp gezien zou worden als een onwelkome inbreuk.  Als een vrouw die met een man vocht riep: “Ik ken je niet eens!” was hulp waarschijnlijker dan wanneer ze riep:  “Ik weet niet waarom ik met je getrouwd ben!” (Shotland & Straw, 1976)
    19. 19. Effecten van toeschouwers op hulpgedrag Anderen als Anderen als Anderen als bronnen van bronnen van bronnen van of goed- of hulp hulp vereist is afkeuring van hulp De hulp beslissing
    20. 20. Het ‘managen’ van zelfbeeld  Prosociaal gedrag is van invloed op zelfperceptie, daarom kan het strategisch gebruikt worden om zelfbeeld te verbeteren en te bevestigen …  Zie ook voldoen aan sociale norm
    21. 21. Het ‘managen’ van emotional arousal in noodgevallen  Arousal/Kosten-Baten model -  Visie dat toeschouwers van lijden, helpen om hun persoonlijke leed te verzachten (Dovidio, Piliavin, Gaertner, Schroeder, & Clark, 1991)  We zullen in noodgevallen helpen als:  we negatieve arousal, voelen en  andere omstandigheden suggereren dat helpen het onplezierige gevoel zal verlichten …
    22. 22. Arousal-kosten-baten model van helpen Als kosten Als arousal van helpen sterk is klein is Observatie Toege- Toegenomen Toegenomen van ander met nomen kans dat hulp duidelijke negatieve geboden zal behoefte aan emotionele worden hulp arousal Als beloning groot is Als “we connect”
    23. 23. ‘Managen’ van emotional arousal in NIET- noodgevallen  mood management hypothese -  Idee dat mensen helpen tactisch gebruiken om hun stemming te regelen  Tijdens ons leven leren we dat anderen helpen tot beloningen kan leiden.  Deze beloning maakt dat we ons goed voelen en we leren om helpen te gebruiken om onze stemming te regelen …
    24. 24. Stemming en de kosten/baten van helpen  Studenten in een onderzoek werden gebracht in een:  Blije  verdrietigeof  neutrale bui  Vervolgens kregen ze de kans een non-profit organisatie te helpen …
    25. 25. Kosten baten van helpen  De baten van mensen waren of:  Laag- hulp was voor Grote clubactie  Hoog - Kankerbestrijding  Kosten van hulp waren of:  Laag:Bij donatie bureau zitten  Hoog: Langs de deur collecteren …
    26. 26. Resultaten: Kosten baten van helpen 80 Blije studenten hielpen meer dan die in een neutrale bui, weinig rekening houdend met kosten en 60 baten 40 Baten % Vrijwilligers Laag Hoog 20 Laag Kosten Hoog 0 Blij Neutraal Mood Weyant (1976)
    27. 27. Resultaten: Kosten baten van helpen studenten in Maar een verdrietige bui Baten hielpen alleen als de 80 Laag Hoog baten hoog en kosten laag waren Laag 60 Kosten Hoog 40 % Vrijwilligers 20 0 Blij Neutraal Verdrietig Weyant (1976) Mood Weyant (1976)
    28. 28. Pro-sociaal gedrag?  Worden we beter van  Komen we beter over  Zo zijn we nu eenmaal  Voelt zo goed Bestaat zuiver altruisme dan niet …??
    29. 29. Zuiver altruïsme  Bestaat zuiver altruïsme dan niet??  C. Daniel Batson: “Jawel!” (empathy-altruism sequence)  Empathie: je neemt het perspectief van de hulpbehoevende
    30. 30. Experiment Batson (1981)  Elaine en pp; Elaine krijgt willekeurige schokken  Elaine heeft erg last van de eerste twee schokken  Zou de pp het over willen nemen?  Elaine lijkt wel (empathie) of niet (geen empathie) op pp  Easy Escape: Je mag nu weg  Difficult Escape: zie alle 10 trials
    31. 31. Resultaten Batson (1981) Altruïsme! 100 ? difficult escape 80 % helpers easy escape 60 40 20 0 gelijk ongelijk
    32. 32. Dus zuiver altruïsme?  Of toch niet??  Evolutionaire benadering: Het is allemaal in het belang van het voortbestaan van onze genen.  Empathie zorgt ervoor dat we verwantschap met het slachtoffer voelen (lijkt op ons dus ‘hoort’ misschien wel bij ons), wat zorgt voor de egoistische motivatie dat we onze genen/soort moeten helpen.
    33. 33. Agressie Gedrag bedoeld om anderen te schaden of pijn toe te brengen
    34. 34. Wat is agressie? Type Agressie Definitie Voorbeeld Indirecte Agressie Poging om Het gerucht ander pijn te Directe verspreiden doen zonder Agressie dat je ex een duidelijk geslachts- face-to-face Emotionele ziekte heeft conflict Agressie Instrumentele Agressie
    35. 35. Wat is agressie? Type Agressie Definitie Voorbeeld Indirecte Agressie Gedrag Een bedoeld om Directe voetballer iemand pijn Agressie slaat een te doen in een directe andere Emotionele confrontatie voetballer Agressie Instrumentele Agressie
    36. 36. Wat is agressie? Type Agressie Definitie Voorbeeld Indirecte Agressie Directe Kind krijgt Agressie Schadelijk woedeaan- gedrag dat val nadat Emotionele voorkomt uit moeder Agressie boze weigert gevoelens snoep te Instrumentele kopen Agressie
    37. 37. Wat is agressie? Type Agressie Definitie Voorbeeld Indirecte Agressie Directe Agressie Ander pijn Moeder slaat doen om kind om te Emotionele een ander voorkomen Agressie (niet dat hij woede agressief) aanval Instrumentele doel te herhaalt Agressie bereiken
    38. 38. Waarom agressie?  Irritatie (to cope with feelings of annoyance)  Krijgen wat je hebben wilt (to gain material and social rewards)  “Ik ben de baas” (to gain or maintain status)  “Als je … komt, kom je aan mij” (to protect oneself or the members of one’s group
    39. 39. Frustratie-Agressie hypothese (Berkowitz)  Origineel - De theorie dat agressie een automatische respons op elke blokkade van doel-gericht gedrag is.  Herzien - De theorie dat elke onplezierige situatie tot emotionele agressie zal leiden in de mate dat deze onplezierige gevoelens oproept.
    40. 40. Frustratie-Agressie hypothese: Origineel Frustratie (en alleen frustratie) Agressie (van alle vormen)
    41. 41. Frustratie-Agressie hypothese: Herzien Elke andere Frustratie Pijn Hitte onplezierige ervaring Negatieve gevoelens Emotionele Agressie
    42. 42. Cognitieve Neo-associationistische theorie Onplezierige ervaringen (pijn, hitte, etc.) Negatieve gevoelens Boze gedachten en associaties Vechten
    43. 43. Cognitieve Neo-associationistische theorie Onplezierige ervaringen (pijn, hitte, etc.) Negatieve gevoelens OF Objecten of gebeurtenisse Angstige Boze gedachten n die agressie gedachten en en associaties primen associaties Vechten Vluchten
    44. 44. Cognitieve Neo-associationistische theorie Onplezierige ervaringen (pijn, hitte, etc.) Negatieve gevoelens Objecten of  Angry Thoughts Angstige gebeurtenisse Boze gedachten and gedachten en n die agressie en associaties Associations associaties primen Vechten Vechten Vluchten
    45. 45. “Zeker 6 doden door schietpartij in VS”

    ×