sociale psychologie van intimiteit en attractie

1,904 views

Published on

College over intimiteit en attractie voor inleiding sociale psychologie Wageningen Universiteit

Published in: Technology
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,904
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
55
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • sociale psychologie van intimiteit en attractie

    1. 1. Atractie en intieme relaties 2008 - 2009 Bram Buunk Pieternel Dijkstra
    2. 2. Wat wil de man?
    3. 3. Verschil tussen de sexes
    4. 4. Dilemma  Stel, je hebt een serieuze relatie, en je voelt je sterk verbonden aan je partner. Stel je voor dat je erachter komt dat je partner interesse had in een ander. Wat zou je het ergst vinden? A Als je erachter komt dat je partner een diepe emotionele band met die ander is aangegaan B Als je erachter komt dat je partner sex heeft gehad met die ander.
    5. 5. Evolutionair psychologische visie 100 90 Percentage dat sexuele 80 70 het ergst vindt 60 vrouwen ontrouw 50 40 mannen 30 20 10 0 Sexuele vs emotionele ontrouw  Mannen meest jaloers bij seksuele ontrouw; Waarom?  mogelijkheid dat in kind van iemand anders geïnvesteerd wordt  Vrouwen meest jaloers bij ‘emotionele’ ontrouw; Waarom?  kans dat de man haar verlaat en zijn ‘resources’ aan een andere vrouw besteedt
    6. 6. Mars & Venus? Yankelvich studie Heb jij liever: Een koopje m.b.t. kleding Mannen = 14%; Vrouwen= 46% OF Fantastische sex Mannen = 76%; Vrouwen = 41%
    7. 7. Nog meer Mars en Venus?  Hoe intelligent moet een potentiele ‘date’ zijn?
    8. 8. Minimaal gewenste intelligentie Women Men Intelligence En dat is nog duidelijker voor “one- night stands” DATE SEX STEADY MARRIAGE
    9. 9. Wat heb je te verliezen?  Deze resultaten suggeren dat vrouwen selectiever worden wanneer de kans op zwangerschap toeneemt  En dat mannen selectiever worden wanneer relaties aanspraak op hun “resources’ kunnen maken  Maar dat tegelijkertijd zij minder selectief zullen worden wanneer er “low investment reproductive opportunity” (!) is
    10. 10. Women Men Intelligence En dat is nog duidelijker voor “one- night stands” DATE SEX STEADY MARRIAGE
    11. 11. Nog meer: “Wil jij met mij…  Stappen?”  Naar mijn appartement?”  Naar bed?”
    12. 12. Nog meer … 100 Vrouwen ♂ zeiden sneller ja tegen sex Mannen 80 % “Ja” zeggers 60 40 Geen enkele ♀ zei Ongeveer helft van ja tegen sex 20 beide sexes “ja” tegen ‘date’ 0 (Clark & Hatfield, 1989) Go out Go to apartment Go to bed
    13. 13. Waar letten Mars en Venus op?  Parental investment: mannen en vrouwen letten op verschillende kenmerken (Buss)  Mannen letten meer dan vrouwen op kenmerken die duiden op vruchtbaarheid en gezond nageslacht: fysieke kenmerken, jeugdigheid  Vrouwen letten meer dan mannen op kenmerken die duiden op mogelijkheid van man om te zorgen voor moeder en kind: macht, rijkdom, ambitie  Contactadvertenties!
    14. 14. Contact advertenties Contact advertenties van jonge Oudste voorkeur mannen laten geen voorkeur voor jongere partner zien Jongste voorkeur 20 VERSCHIL VAN LEEFTIJD 20 Huwelijken laten gelijk Maar ouderen mannen patroon zien prefereren partners jonger 10 10 dan zichzelf 0 0 Vrouwen van alle leeftijden -10 -10 vragen man van of ouder dan eigen leeftijd -20 -20 10s 20s 30s 40s 50s 60s 10s 20s 30s 40s 50s 60s LEEFTIJD MAN LEEFTIJD VROUW   Kenrick & Keefe, Behavioral & Brain Sciences, (1992).
    15. 15. Willen vrouwen alleen status?  Voorkeur van vrouwen voor status i.p.v. fysieke aantrekkelijkheid hangt af van ovulatie cyclus  Over het algemeen, preferen vrouwen status  Tijdens ovulatie, preferen vrouwen eigenlijk attractieve, symmetrische, ‘sex-typed’ kerels  Overspel ‘rates’ nemen toe tijdens ovulatie  Waarom?
    16. 16. Toch in het algemeen…  Competitie tussen mannen op basis van status, macht en rijkdom (‘De mijne heeft status’)  Competitie tussen vrouwen op basis van uiterlijk, jeugdigheid (‘miss-verkiezingen’; gebruik van make-up, “beperkt houdbaar”)  Echter!  Uit een studie van Campbell, Graziano, & West, (1995) blijkt dat dominantie in een man alleen van belang is wanneer hij ook aardig is
    17. 17. Jensen-Campbell, Graziano, & West, 1995  In een studie lazen vrouwen over een man die:  niet dominant (“niet assertief” “rustig” “stil”) was of dominant (“assertief” “dapper” “spraakzaam”)  De man werd verder gepresenteerd als:  Onaardig (“onbeschoft” “egoïstisch” “competitief”) of Aardig (“attent” “meewerkend” “sympathiek”)
    18. 18. Resultaten Jensen-Campbell, et al. 9 7 wenselijkheid als een 5 afspraakje 3 1 Onaardig Aardig Als de man onaardig, was vonden vrouwen hem onwenselijk als  niet dominant afspraakje  dominant  Onafhankelijk van of hij dominant was of niet
    19. 19. Jensen-Campbell, et al. 9 7 wenselijkheid als 5 een afspraakje 3 1 Onaardig Aardig Als hij aardig was vonden  niet dominant vrouwen hem wenselijk als afspraakje  dominant En zijn wenselijkheid nam toe als hij ook dominant was.
    20. 20. De rol van context: ‘Excitation transfer’  Mensen proberen verhoogde fysiologische arousal te verklaren d.m.v situationele aanwijzingen (Schachter & Singer)  In sommige situaties zijn er zowel positieve als negatieve cues (ambiguïteit), welke kan leiden tot misattributie van arousal Dutton & Aron, 1974, brug experiment:
    21. 21. Resultaten Brug experiment Sexuele inhoud verhalen 3 Enge brug 2.47 2.5 Geen enge brug 2 1.5 1.41 1 0.8 0.61 0.5 Mannelijke interviewer Vrouwelijke interviewer
    22. 22. Resultaten Brug experiment % mannen wat terugbelt voor extra info 45 40 man 35 vrouw 30 25 20 15 10 5 0 stevig brug wankel
    23. 23. Echter! attractief Niet attractief 10  Kenrick & Cialdini expt 8  Mannen rennen 15 sec. of 2 min. 6 Dus arousal zorgt voor  DAN zien ze meteen versterking van aanwezig video van: 4 respons: Mooi wordt mooier en • Zeer aantrekkelijke Lelijk wordt lelijker!!! vrouw 2 • Niet aantrekkelijke vrouw 0 15 sec 2 min
    24. 24. Dus ‘mooi’ is goed?  Onderwijzers beoordelen mooie leerlingen als slimmer (Clifford & Walster, 1973)  Aantrekkelijke mensen worden meer geholpen; handtekeningen ophalen (Chaiken, 1979)  Rechters delen lagere straf uit aan aantrekkelijke mensen (Downs & Lyons, 1991)  Moeders zijn meer ‘responsive’ ten aanzien van mooie baby’s ! (Langlois et al, 1995)  Aantrekkelijke mensen verdienen meer (Hamermesh & Biddle, 1994)
    25. 25. Wat is aantrekkelijk?  Objectief? Veel culturele overlap (bijv grote ogen, kleine neus, symmetrie), babies voorkeur voor aantrekkelijke gezichten  Of subjectief? Aantrekkelijkheid van lichaamskenmerken sterk verschillend over culturen, sterke modeinvloeden (tijd)
    26. 26. Aantrekkelijk?
    27. 27. Andere invloeden op attractie-oordeel  Stemming  Relatie of niet: 5 relatie  hoe meer liefde voor geen relatie partner, hoe minder 4 aantrekkelijk anderen (Johnson & Rusbult, 3 1989)  Mate van behoefte aan 2 relatie (welke bijvoorbeeld stijgt tegen 1 sluitingstijd; Pennebaker 10 uur 12 uur half 2 et al, 1979; Madey et al, 1996)
    28. 28. Pratfall effect  Kan je ook TE mooi zijn?  Trivia Bowl Expt (Aronson):  IV’s: Competentie (hoog/laag); Blunder (niks vs koffie morsen)  DV: Aantrekkelijkheid vs onaantrekkelijkheid van de ander
    29. 29. Trivia bowl results attractief Niet attractief 10 8 6 4 2 0 controle ‘pratfall’
    30. 30. Gelijkheid: Matching phenomenon  in demografische kenmerken  in interesses, voorkeuren, waarden  in attitudes  in aantrekkelijkheid  in persoonlijkheidskenmerken Conclusie: “Het enige complementaire in attractie is sekse.”
    31. 31. Psychologische fenomenen die aantrekkelijk beinvloeden  Nabijheid, ‘mere exposure’ (Zajonc, 1968)  ‘Hard to get’, maar selectief  Fatal Attraction: aantrekkelijke eigenschappen worden na verloop van tijd hoogst irritant (bijv. onschuldigheid, grappig)  Geheime relaties  extra arousal > misattributie  onderdrukken van gedachten (Wegner, Lane, & Dimitri, 1994) > preoccupatie
    32. 32. (Geheime) relaties en attractie 3.5 3.4 3.3 3.2 geen contact 3.1 contact (niet 3 geheim) 2.9 geheim contact 2.8 2.7 2.6 Attractie
    33. 33. Definierende kenmerken van ‘Liefde’ Fysiologische arousal, PASSIE Passion verlangen samen te zijn • Intimiteit INTIMACY Hechte band, delen, steun • • Decision/ BereidCommitment om als liefde te definiëren, verbintenis Sternberg’s ‘Triangular Theory of Love’ COMMITMENT voor lange termijn
    34. 34. Interpersoonlijke relaties en welbevinden  Myers: verband tussen positieve relaties en geluk is een ‘deep truth’  de gelukkigste studenten zijn zij die tevreden zijn met hun liefdesleven (Emmons, 1983)  zij die genieten van hechte relaties met anderen, kunnen beter omgaan met tegenslagen (Perlman & Rook, 1987)  Yuppies, die een hoog inkomen en werksucces verkiezen boven het hebben van goede vrienden of een vaste partner, zijn ongelukkiger (Perkins, 1991)  Wanneer mensen bij anderen zijn, ervaren zij de meest positive emoties (Csikszentmihalyi & Larson, 2000)
    35. 35. Huwelijk en geluk Heel gelukkig” 50 40 30 Percentage “ 20 10 getrouwd 0 alleen gescheiden mannen vrouwen
    36. 36. Langdurig: Wat krijgen we ervoor?  Comfort en vertrouwen  Sociale steun  Het is gezonder  Betrokkenheid vanuit de man  Moeder – kind band bij vrijwel alle zoogdieren  Bij 95 % van de zoogdieren doet man vrijwel niets aan ‘opvoeding’  Mensen zijn uniek…
    37. 37. Wat als de relatie misloopt? Poging om contact te PROTEST herstellen  Beëindigen van romantische relatie één van de meest stressvolle gebeurtenissen in levenen Passiviteit van WANHOOP mens hulpeloosheid  Volgt een 3-fasen patroon Gebrek aan zorg en AFSTAND warmte naar ex-geliefde
    38. 38. Wie heeft er het meeste last van als het misgaat? Distress by Sex in of vrouwen?  Mannen Three Age Groups 0.35  Vrouwen beëindigen vaker een 0.3 relatie (2/3 van scheidingen) 0.25  Mannen veel vaker last van 0.2 0.15 ‘distress’ (vooral lange termijn) 0.1 vaak als gevolg van gebrek aan 0.05 0 sociale steun en gebrek aan ‘coping’ vaardigheden 68-75) College (age 18-24) Perimenopause Elderly (age (age 38-45) Echter klopt voor studenten en ouderen. Maar Age ook het geval bij middelbaar? Waarom?

    ×