Leren in de praktijk

2,476 views

Published on

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Leren in de praktijk

  1. 1. in de Leren praktijkOpbrengsten doorbraakproject werkplekleren ROC van Twente
  2. 2. Colofon Interviews en eindredactie: Hans Morssinkhof Publicity Redactie: Gerard Rikken, Cindy Poortman, Kristel van der Wilk-Elfering November 20112
  3. 3. Inhoud‘ We weten nu beter hoe we de bpv moeten inzetten.’ 5Interview met Peter Weusthofdoor Henk Ritzen, Edith Wanschers, Cees Terlouw en Gerard RikkenWerkplekleren: handelingsvoorschriften ter verbetering 33door Henk Ritzen, Edith Wanschers, Cees Terlouw en Gerard Rikkendoor Henk Ritzen, Edith Wanschers, Cees Terlouw, Bert van Veldhuizenen Gerard RikkenInterview met Edith Wanschersdoor Fanny Pliester-PrinsInterview met Cees Terlouwdoor Niek van ToorInterview met Natascha Prins‘We moesten de vanzelfsprekendheden loslaten.’ 113Interview met Trudy Bults en Gea Schonewille‘Zo’n project brengt nieuw elan en innovatie.’ 119Interview met Ritzo Bloem en Freek BoswinkelInterview met Jos Toebes en Frans KonstInterview met Gerard RikkenTweegesprek tussen Cees Terlouw en Henk Ritzendoor Arlicia Gecer en Jwan ShamoonEpiloog 155door Cindy Poortman 3
  4. 4. Peter Weusthof
  5. 5. ‘We weten nu beter hoewe de bpv moeten inzetten’Interview met Peter Weusthof, voorzitter van klankbord- en stuurgroep‘werkplekleren’. Deze klankbordgroep bestaat uit directeuren van de be-trokken MBO Colleges en vertegenwoordigers van bedrijven/instellingen.‘Wat me nog het meest is opgevallen, is het belang van de kleine dingen. De studentwil graag aandacht, die zit daar maar alleen in dat stagebedrijf. Eén telefoontje kandan genoeg zijn om hem of haar een prettiger gevoel te geven en zijn motivatieen daarmee zijn leeropbrengsten te stimuleren. Zo eenvoudig kan het soms zijn.’Peter Weusthof, hoofd van de dienst Onderwijs & Kwaliteitszorg van het ROC vanTwente en daarnaast voorzitter van zowel de klankbordgroep als de stuurgroep,klinkt aangenaam verrast. ‘Dit is een heel belangrijk project geweest. We weten nubeter waarop we moeten inzetten.’Vooral met het oog op de begeleiding van de studenten, de afspraken met hem of haar en met -tive, toepassing van die incentive en dan weer meten. Iedereen gaat dan vanzelf nadenkenwe nodig hebben om nog beter te kunnen bepalen hoe we de bpv moeten inzetten.’ 5
  6. 6. Competentiegericht verder leren, nieuwe inzichten en competenties opdoen. Als school moeten we ons daar- de uitkomsten van de bpv.’ Dat brengt allereerst de opdracht met zich mee om als instelling de studenten goed voor- kloof in beeld gebracht, nu kunnen we die dichten.’ - - uitgewezen. Heeft ook laten zien dat iedereen daaraan behoefte heeft: studenten, docen- maar die moeten we wel mobiliseren. Mede daarom hebben we steeds pragmatisch inge- Bedrijfsleven wilden zetten, de fasen die we daarin zagen. Zo hebben ze ons scherp gehouden; het - weten hoe het mbo-stelsel in elkaar steekt. Ze willen weten wat ze aan ons hebben, wat ze6
  7. 7. -kunnen. Dat willen ze graag, want ze willen de studenten een goede stage bieden, daar - Het vervolgDaar ligt dus voldoende stof om mee door te gaan. Weusthof knikt. ‘Ik kan zo al één van de -hun eigen wielen uit te vinden. We richten daarnaast een kenniskring bpv op, waarin wewel, dat andere directies geïnteresseerd raken. We hebben nu immers voorbeelden die Kleine dingenuitdaging en de opgave om meer maatwerk en meer differentiatie te bieden, al naar ge-tschool daarvoor meer inzetten; ik kan me voorstellen dat het nog meer een tool wordt omop afstand te begeleiden. Daar valt winst te boeken.’behoefte bestaat. De input daarvoor kwam van de docenten zelf, net als van de studentenbasis om op voort te bouwen.’
  8. 8. 8
  9. 9. Het doorbraakprojectwerkplekleren ROCvan Twente Henk Ritzen¹, Edith Wanschers², Cees Terlouw3, Gerard Rikken²Vraagarticulatie verwachtingen studenten en praktijkopleidersDit artikel is het eerste uit een reeks van drie over het doorbraakproject werkplekle-ren binnen het ROC van Twente. Het beschrijft de verwachtingen van studenten enpraktijkopleiders over de beroepspraktijkvorming (vraagarticulatie/nulmeting) enis een samenvatting van de papers die werden gepresenteerd tijdens de OnderwijsResearch Dagen in Leuven (2009) en Enschede (2010).Het tweede artikel gaat in op de verbeteringen (handelingsvoorschriften in de vormvan interventies) die door docenten worden ingezet om de beroepspraktijkvormingvan hun opleiding te verbeteren. Het derde artikel beschrijft de effecten van de in-gezette verbeteringen in de beroepsopleidingen en is een bewerking van een paperdat werd gepresenteerd tijdens de Onderwijs Research Dagen in Maastricht (2011). Samenvattinguit van het opleidingscurriculum van mbo-opleidingen. Hoe kunnen docenten het leerpro- - -neering en Informatie Dienstverlening een nulmeting verricht. Het doel hiervan is het arti- -dan de helft van mening dat er goed met hen wordt gecommuniceerd.¹ Hogeschool Edith Stein/Onderwijscentrum Twente² ROC van Twente3 Hogeschool Saxion
  10. 10. Aanleiding In 2008 concludeerde de Algemene Rekenkamer dat de voorbereiding van de student en moeten daarom hun stagebegeleiding verbeteren, ervoor zorgen dat allochtone studenten 1 is een goede - 2 van studenten uit het mbo. Hun conclusies komen overeen met de bevindingen van de Alge- - rele problemen rond de organisatie en communicatie van de stages. Een van de cruciale - 3 ’, staan de volgende vier thema’s centraal: - lisering, simulatie als leerplaats; afwisseling school-werk. - Leerprocessen focus op proces van competentieontwikkeling op de werkplek, partici- - len en leermiddelen, beoordeling. - Co-makership met focus op regionale samenwerking op ontwerpniveau en op uitvoe- Het regionale - - - kelen de studenten hun beroepscompetenties op de werkplek onder begeleiding van hun Dit artikel, het eerste uit een reeks van drie, presenteert de resultaten van de vraagarticu- latie die in de vorm van een nulmeting is uitgevoerd. Doel van deze vraagarticulatie is het 1 Met stage wordt bedoeld ‘werkplekleren’ en ‘beroepspraktijkvorming’ (afgekort bpv). 2 3 Met werkplekleren wordt bedoeld ‘stage’ en ‘beroepspraktijkvorming’ (afgekort bpv).10
  11. 11. en van de factoren die het leren op de werkplek kunnen bevorderen: realiteitsgehalte vande werkplek; realiteitsgehalte van de taakinhoud; ontwikkelingsgerichtheid van taaksitua-In het onderstaande wordt ingegaan op de uitgangspunten van het regionaal doorbraak- Regionaal doorbraakproject werkplekleren ROC van Twente -sche ontwikkeling, zoals genoemd in de arbeidsmarktmonitor en daarmee gerelateerde - -petentie-eisen gesteld aan zowel nieuwe instromers als aan zittend personeel. Aan deen hbo slechts ten dele voldoen; een groot deel van deze arbeidsplaatsen zal worden - - -noemde doelen te realiseren. De regionale samenwerking levert een goede basis om via - - professionele interventies en het ontwikkelen van regionaal lerende netwerken de be- - delingsvoorschriften ontworpen die ten behoeve van mbo-opleidingen en hun leerbe- 11
  12. 12. Methode De vraagarticulatie is een enkelvoudige casestudie die in de vorm van een nulmeting is Onderzoeksvragen - volgende onderzoeksvragen: 1 Wat verwachten studenten van de opleidingen Middenkader Engineering, Informatie - ming inzake de voorbereiding, de communicatie, de studieloopbaanbegeleiding, de Instrumentatie - - - gen. Daarnaast worden de aspecten tevredenheid en motivatie gemeten aan de hand van bestaat uit drie semi-gestructureerde interviews die in panelgesprekken met studenten en Betrouwbaarheid schalen Tabel 1 Betrouwbaarheden subschalen studenten Naam schaal Alpha’s N items Respondenten .83 8 152 Communicatie 6 151 .86 6 150 6 150 5 152 .81 5 153 Motivatie 5 15112
  13. 13. Tabel 2: Betrouwbaarheden subschalen praktijkopleiders Naam schaal Alpha’s N items Respondenten Voorlichting 6 Communicatie 6 .83 5 5 Studieloopbaanbegeleiding .81 .88 6Resultaten ‘studenten’communicatie, studieloopbaanbegeleiding, beoordeling en begeleiding van hun docenten - van deDe groep studenten is als volgt samengesteld.Tabel 3 Respondentgroep studenten Respondentgegevens Experimentgroep (0-meting) N Geslacht Leeftijd Aantal respondenten studenten Gem. N % M V Min. Max. leeftijd 5 108 15 20 Informatie Dienstverlening 26 2 35 61 Middenkader Engineering 23 23 0 18 21 108 15 61 21.8Vraagarticulatie op basis van schriftelijke vragenlijsten -geleiding van de docenten en de mate waarop studenten ervaren dat de studieloopbaan-Met behulp van de Mann-Whitney-test is onderzocht of de verwachtingen van de studenten4 In de BBL, of Beroepsbegeleidende Leerweg werkt de student vier dagen per week in een bedrijf/instel-ling en gaat hij doorgaans één dag (of twee avonden) per week naar school. Het praktijkonderdeel maaktminimaal 60% van de opleiding uit.5 In de Beroepsopleidende Leerweg (BOL) gaan studentstudenten de hele week naar school. Minimaal 20% 13van de opleidingstijd bestaat uit de stages.
  14. 14. dat de verwachtingen van de studenten van de opleidingen Informatie Dienstverleningen -van die van de studenten van de opleidingen Informatie Dienstverlening. Dit betekent dat - - - -Vraagarticulatie op basis van interviewsstudenten de volgende knelpunten: - - hun motivatie om hen te begeleiden niet bevordert.Conclusie afstemming van de verwachtingen op de stages: hoewel alle informatie over -
  15. 15. Opleidingsstructuur: - - passing van catalogi, databank en bronnen.- De lessen communicatie worden door studenten als nuttig ervaren, maar worden te laat aangeboden. - gens in eigen beheer uitprinten; de opleiding gebruikt verouderde software.Conclusie opleidingsstructuur: tudenten ervaren de ‘verkeerde‘ volgorde van de lesstof -Leerwerkproces- De bezoeken door de docenten van de beroepsopleiding vinden fragmentarisch en onregelmatig plaats, waardoor docenten geen intensief contact met de studenten op de werkplek onderhouden. 15
  16. 16. - het leerwerkproces. - De voorafgaand aan de stage geformuleerde leerdoelen van studenten worden onvol- doende geïntegreerd in het leerwerkproces. - proces goed of fout gaat; begeleidingsgesprekken vinden nooit dan wel fragmentarisch - - Algemeen kunnen we over ‘de afstemming verwachtingen’ concluderen dat de voorlich- - - leerwerkproces dat de begeleiding beter moet worden afgestemd op de inhoud van de opleiding, de inhoud beter moet worden afgestemd op de leerwerkplek van de studenten Resultaten ‘praktijkopleiders’ - 6 . van hun opleiding te verbeteren. Deze komen aan de orde in het tweede artikel in dit boek. Respondenten - - ingevuld. 6 Zie hieronder: ‘Werkplekleren binnen het ROC van Twente: werken de interventies?’ 7 Zie hieronder: ‘Werkplekleren: handelingsvoorschriften ter verbetering van de kwaliteit van de beroeps- praktijkvorming.’16
  17. 17. Tabel 4: Respondenten praktijkopleiders, werkbegeleiders Bpv-begeleiders van branche Aantal respondenten Respons Informatiedienstverlening 66 Middenkader Engineering 62 128 256 81 -Tabel 5: Ervaringsjaren praktijkopleiders Hoe lang begeleidt u al studenten 6 - 10 5 6 3 1 15 Informatiedienst- verlening Ik ben werkbegeleider 2 2 2 0 6 2 3 2 11 Middenkader Engineering Ik ben werkbegeleider 2 2 0 2 6 15 15 2 0 32 Ik ben werkbegeleider 3 3 2 2 10 31 13 80 - -voorlichting van en tevredenheid over de beroepsopleidingen; de opleidingen verschillen - -kader Engineering het laagst. Het onderdeel ‘beoordeling’ van de opleiding MiddenkaderBegeleiding en communicatie: ervaringen praktijkopleidersDe tweede onderzoeksvraag richt zich op de relatie tussen begeleiding en communicatie,
  18. 18. met andere woorden: is de communicatie van de docent van invloed op de kwaliteit van de - Figuur 1: Lineaire regressie begeleiding versus communicatie R2 Communicatie en informatie - - -18
  19. 19. -docent met de student wel gewaardeerd, maar is de communicatie van de docent met de - - Conclusiesdat zowel de begeleiding tijdens de beroepspraktijkvorming als de communicatie tussenstudent en praktijkopleider - -hypothesen en acties geleid: - -- - van een doorlopende leerroute naar het hbo op basis van de huidige ervaringen in de de randvoorwaarden van de communicatie, kaders, logistiek, e.d., van de organisatie leiden tot verbeterprocessen op het gebied van de stage-inhoud als stagebeoordeling. - DiscussieIn dit deel van de discussie wordt een aantal trends gesignaleerd.Docenten en praktijkopleiders -
  20. 20. - gesloten op de belevingswereld van de studenten en hun beeld van hun toekomstig beroep. Studenten participeren in werkverbanden Participeren is het vermogen om in de werkgemeenschap mee te doen, waardoor nieuwe - - de volgende eisen aan de beroepsopleiding: ‘Leren als competentieontwikkeling is partici- reisgids fungeert langs interessante vormen van participatie in plaats van een overzicht van - beroepsopleidingen onvoldoende deel uit van de leerwerkprocessen. van aanpassing in de verschillende werkgemeenschappen: school en arbeid. Docenten - - Werkplekleren als pedagogische praktijk Het participeren in arbeidssituaties binnen de stages is een geheel ander proces dan leren geïntegreerd in de beroepshandelingen van de student en treedt er geen transferprobleem - kunde en houdingen. Door te participeren in de werkomgeving maakt de student mee hoe - -20
  21. 21. dient deze spanning gethematiseerd te worden; pas dan is de stage een pedagogischeErvaringen van studenten in de arbeidspraktijk - 21
  22. 22. Referenties Meer co-makership tus- sen onderwijs en onderzoek. Stimulansen voor benutting van kennis over, voor en door beroepsonderwijs. Conferentie, Den Haag. Tijdschrift voor medisch onderwijs Leren en werken. Deventer: Kluwer Academic Publis- hers. Beroepspraktijkvorming in het MBO. Ervaringen van leerbedrijven. Beroepspraktijkvorming in het MBO Den Haag: Algemene rekenkamer. Kwalitatief onderzoek: praktijk en theorie - seren van interactie met lokale innovatienetwerken. Cees Doets, Kees Hammink, Onderwijskundig leiderschap in de bve. Vernieuwend vakmanschap. Een drieluik over beroepsonderwijs en innovatie. - Een doorbraak forceren voor werkplekleren Landelijke tussenrapportage doorbraakproject werkplekleren 2008-2009 IVA. Projectplan: een doorbraak in werkplekleren (onderdeel ROC van Twente). Leermogelijkheden van de werkplek. Leren op de werkplek: zijn communicatie en verwachtingen communicerende vaten? Werk- plekleren in het mbo, managen van verwachtingen en relaties. Casus ROC van Twente.22
  23. 23. Bijlage 1Tabel N Mean Std. Deviation Std. ErrorVoorbereiding Student ME 23 3,36 0,16 Student IDV 22 0,16 152 0,06Communicatie Student ME 22 0,21 23 3,58 0,61 0,13 106 151 0,06Studieloopbaanbegeleiding Student ME 22 3,20 0,20 Student IDV 23 3,28 0,11 105 0,08 150 3,56 0,06 Student ME 21 Student IDV 3,58 0,12 105 0,80 0,08 150 3,83 0,81 Student ME 22 3,52 Student IDV 23 3,53 1,02 0,10 152 0,08 Student ME 22 3,03 0,82 0,18 Student IDV 23 0,10 108 153 0,06Motivatie Student ME 22 0,12 Student IDV 23 3,38 106 151 0,06 23
  24. 24. Vervolg bijlage 1Tabel 2 Sum of df Mean Square F Sig. Squares Voorbereiding 2 ,000 Within Groups ,535 151 Communicatie 2 6,036 10,858 ,000 Within Groups 82,281 ,556 150 Studieloopbaan- 6,606 2 3,303 ,005 begeleiding Within Groups 2 ,000 Within Groups 2 Within Groups 151 2 ,000 Within Groups 150 ,532 152 Motivatie 2 Within Groups ,531 150
  25. 25. Bijlage 2Resultaten Mann-Whitney TestRanks Sum of Groep N Mean Rank Ranks Voorbereiding 23 608,00 22 Communicatie 22 23 553,00 Studieloopbaanbegeleiding 22 528,00 23 21 22 23 22 580,50 23 Motivatie 22 568,50 23 20,28Test Statistics(a) Studie- Voorbe- Commu- Bege- Beoor- Tevre- Moti- loopbaan- reiding nicatie leiding deling denheid vatie begeleiding 231,00 Z -1,80 -,502 Asymp. Sig. ,616 ,088a Grouping Variable: groep 25
  26. 26. Bijlage 3 Ranks Sum of groep N Mean Rank Ranks Voorbereiding 22 36,66 806,50 Communicatie 23 106 Studieloopbaanbegeleiding 23 105 128 1118,50 105 23 130 23 668,00 108 131 Motivatie 23 106 Test Statistics(a) Studie- Voorbe- Commu- Bege- Beoor- Tevre- Moti- loopbaan- reiding nicatie leiding deling denheid vatie begeleiding 553,500 818,500 866,000 806,500 1118,50 668,000 Z -2,682 -5,163 Asymp. Sig. ,000 ,001 ,026 ,000 a Grouping Variable: groep26
  27. 27. Bijlage 4Ranks Sum of groep N Mean Rank Ranks Voorbereiding 23 130 Communicatie 22 885,50 106 128 Studieloopbaanbegeleiding 22 105 21 801,50 105 126 22 63,82 22 1002,50 108 130 Motivatie 22 1326,00 106 65,38 128Test Statistics(a) Studie- Voorbe- Commu- Bege- Beoor- Tevre- Moti- loopbaan- reiding nicatie leiding deling denheid vatie begeleiding 632,50 1151,00 885,50 801,500 1002,500 1326,0 Z -2,221 -3,380 -2,031 -,163 Asymp. Sig. ,026 ,001 ,000 ,006 ,555a Grouping Variable: groep
  28. 28. Bijlage 5 Descriptive Statistics Std. Opleidingen N Minimum Maximum Mean Deviation Voorlichting 1,00 3,06 0,66 Communicatie 2,00 0,55 18 3,00 3,81 0,52 3,50 5,00 18 3,10 16 Voorlichting 16 1,00 5,00 3,13 1,05 15 2,00 5,00 Communicatie 13 1,83 5,00 15 2,00 5,00 3,61 15 3,00 5,00 15 1,83 5,00 3,12 0,80 13 Voorlichting 38 1,33 5,00 3,15 0,80 1,80 3,35 0,62 Communicatie 38 1,00 38 1,60 5,00 0,80 3,00 5,00 1,50 5,00 3328
  29. 29. ANOVA Sum of df Mean Square F Sig. SquaresVoorlichting ,108 2 ,068 Within Groups 55,502 2 ,523 0,32 Within Groups 30,552 68Communicatie ,031 2 ,015 ,022 Within Groups ,321 2 ,160 Within Groups 68 2 0,18 Within Groups 18,823 2 ,055 Within Groups ,516 Bijlage 6 Opleidingen Total Praktijkopleiders Praktijk- IDV ME Onderwijs- opleiders assistent helemaal 5 oneens oneens 12goed geïnformeerdomtrent: uw rol en taak niet oneens, 6 niet eensstudent. eens 36 helemaal eens 20 16
  30. 30. Bijlage 7 Opleidingen Praktijkopl. Praktijkopl. Praktijkopl. Total IDV ME OA “Communicatie met de helemaal oneens oneens 22 bpv”. De bpv-docent kwam voldoende vaak niet oneens, niet 18 op bpv-bezoek. eens eens 20 helemaal eens 20 1530
  31. 31. Bijlage 8Resultaten controlegroep ‘student’ N Mean Std. Deviation Std. Error 3,12 0,11 113 Motivatie 18 3,33 0,21 25 1,00 0,20 115 0,85 0,08 18 0,21 0,11 113 3,30 Studieloopbaanbegeleiding 0,23 26 2,58 0,88 3,10 0,12 115 3,53 0,85 0,21 25 3,26 3,08 0,11 Communicatie 3,31 0,15 25 3,33 0,16 3,61 1,03 0,12 116 3,50 0,10 26 3,03 0,15 3,10 0,08 0,06 31
  32. 32. 32
  33. 33. Werkplekleren:handelingsvoorschriftenter verbetering van dekwaliteit van deberoepspraktijk-vorming (stages) Henk Ritzen¹, Edith Wanschers², Cees Terlouw3, Gerard Rikken²Vraagarticulatie verwachtingen studenten en praktijkopleidersNa het eerste artikel over de verwachtingen van studenten en praktijkopleiders inde beroepspraktijkvorming (vraagarticulatie/nulmeting), gaat de blik nu naar deverbeteringen (handelingsvoorschriften in de vorm van interventies) die docenten(kunnen) inzetten om de beroepspraktijkvorming van hun opleiding te verbeteren.Dit tweede artikel werd in 2011 gepubliceerd in nummer 5 van Onderwijs en ge-zondheidszorg. De effecten van de handelingsvoorschriften in de beroepsopleidin-gen komen aan de orde in het derde artikel. Samenvatting - -aspecten voorlichting, communicatie, studieloopbaanbegeleiding en begeleiding/beoor-deling van studenten. Doelstellingevaluatie van een duurzaam, samenhangend geheel van maatregelen en interventies ge- 33
  34. 34. op mbo- of hbo-niveau op de stage- of werkplek. Personen, materialen en/of processen - -De handelingsvoorschriften maken deel uit van het competentiegericht curriculum en vaninnovatie op twee niveaus gerealiseerd: - analyse systematisch gezocht wordt naar optimale professionele interventies om werk- - Onderzoek -systematisch wordt gezocht wordt naar optimale professionele handelingsvoorschriften -woord op de vraag hoe de communicatie en begeleiding van stages in het beroepsonder- Theoriede evaluatie van de resultaten en werkprocessen. Het relationele aspect van communica- - -wordt een samenvatting gegeven van de communicatieve aspecten geformuleerd door
  35. 35. Tabel 1: Samenvatting relationeel, situationeel en informationeel aspect van communicatie Situationeel aspect: Relationeel aspect: Informationeel aspect: hoe en wanneer wie communiceren? wat communiceren? communiceren? Non-verbale communicatie Variabelen Relevantie Vanuit eigenperspectief Handelingsvoorschriften inzake voorlichtingWelke acties op het gebied van voorlichting worden binnen de drie beroepsopleidingenHandelingsvoorschrift 1: voorlichting door de bpv-docent aan de student Voorlichting (door bpv-docent/opleiding) Voor Wat moeten ze weten? Hoe? wie? zoeken en dit presenteren aan klasgenoten en advies te geven over de bpv. Waar liepen ze tegen aan, hoe is dat opgelost. Laat ze daar vragen en antwoorden uitwisselen Studieloopbaanbegeleiding en methodische 35
  36. 36. Handelingsvoorschrift 2: voorlichting door de bpv-docent aan de BBL-student en de prak- tijkopleider VOORLICHTING (door bpv-docent/opleiding) Voor Wat moeten ze weten? Hoe? wie? klasgenoten. Waar liepen ze tegen aan, hoe is dat opgelost. - - ten. Laat ze daar vragen en antwoorden uitwisselen - studenten of maak een dvd. - - ten. - er belangstelling is voor meer informatie over de op- De inhoud en structuur van de opleiding. Hand-outs. - Hand-outs. . Handelingsvoorschriften inzake communicatie goede samenwerking wordt bevorderd door eenduidige en heldere communicatie over36
  37. 37. -ken aan het leerproces van de student. Daarnaast vereist ook het managen van elkaarsverwachtingen veel aandacht.Handelingsvoorschrift 3: communicatie van bpv-docent naar student, naar praktijkopleideren naar management VOORLICHTING (door bpv-docent/opleiding) Voor Wat moeten we doen? Hoe? wie? - Met de student ste bpv-maanden. start bpv. - heid tonen. daar aan houden. Communiceer: voorafgaand aan de start van de stage. - seling. kan bereiken. - wachten. worden opgelost. student zich bevindt. - dent. - - van student. - in de planning. op naam. - speciale gebeurtenissen of voor de afsluiting van de bpv-periode.
  38. 38. VOORLICHTING (door bpv-docent/opleiding) Voor Wat moeten we doen? Hoe? wie? - waarden voor werkbegeleider/ - bent wanneer er leerlingen stagelopen. voor student. - en inbedding in gehele team. - aanspreekpunt de voorkeur. leidingsbeleid. - veau van student voor de bpv. Handelingsvoorschriften inzake studieloopbaanbegeleiding - verschillen moeten daarom voorafgaand aan de bpv in kaart worden gebracht. Vervolgens - kader in de begeleiding van de bpv-studenten. Handelingsvoorschrift 4: studieloopbaanbegeleiding vanuit het perspectief van de docent, ten behoeve van de student en de praktijkopleider Voor Wat moeten we doen? Hoe? wie? Praktijkopleider punten leerling zichtbaar te maken. - - keuze/ doorstroomwens naar het hbo. ven aangaande de ontwikkeling van stu- - - Handelingsvoorschriften inzake begeleiding en beoordeling studenten, goede bereikbaarheid, oprechte interesse en het bieden van voldoende en relatie met de student opgebouwd, die leidt tot een kwalitatief intensieve begeleiding. - -38
  39. 39. Handelingsvoorschrift 5: begeleiding en beoordeling door de bpv-docent BEGELEIDING/BEOORDELING (door BPV-docent) Wat Hoe? Student voorbereiden: - digheden. Voorbereiding - - der op de hoogte als dit niet gelukt is. op BPV gen; - drachten door middel waarvan de student kennis - sturen. Voorwaarde voor goede begeleiding: docent heeft - van coaching. - Begeleiding tijdens BPV - van relevante informatie. werkbegeleiding. - praten over alternatieve aanpak. - taten. met y te maken had - - spreken. - gelen, - werking Beoordeling Eind opdracht / verslag: formulering voegen; van de betreffende opleiding. -
  40. 40. Slotde drie mbo-opleidingen zullen resulteren in verbetering van de communicatie van de be- worden gebruikt. - - - - verbeteringen en management van draagvlak binnen de docententeams om boven- staande verbeteracties versneld te implementeren. -en werken alleen succesvol als de zender de communicatie-inhoud kwalitatief goed over-
  41. 41. Referenties Verbindingen tussen de wereld van het leren en de wereld van de ar- beid: bedrijven aan het woord. - Samen werken aan leren op de werkplek: Op weg naar co-design en co-makership van scholen en bedrijven. ’s-Hertogenbosch: Cinop Een doorbraak forceren voor werkplekleren. Landelijke tussenrapportage doorbraakproject werkplekleren 2008-2009. IVA. Interne communicatie: Van theorie naar praktijk. Amsterdam: Cout- inho. Projectplan: een doorbraak in werkplekleren (onderdeel ROC van Twente) zorginstelling bevorderen. In: Onderwijs en gezondheidszorg Werkend Leren, Lerend Werken. Professionalisering van do- centen in Persoonlijk en organisatieperspectief. ‘En nu het woord bij de daad voegen’. Doctoraalscriptie. En-
  42. 42. Werkplekleren binnen hetROC van Twente: werkende interventies? Henk Ritzen¹, Edith Wanschers², Cees Terlouw3, Bert van Veldhuizen4, Gerard Rikken²Dit is het laatste artikel van een reeks van drie. Na de beschrijving van de verwach-tingen van studenten en praktijkopleiders over de beroepspraktijkvorming (vraag-articulatie/nulmeting) van het Twents doorbraakproject werkplekleren, kwamen dehandelingsvoorschriften (interventies) aan de orde die door docenten zijn ingezetom de beroepspraktijkvorming van hun opleiding te verbeteren. Dit beschrijft deeffecten van deze handelingsvoorschriften. Het is de bewerking van een paper datwerd gepresenteerd tijdens de Onderwijs Research Dagen te Maastricht (2011). Samenvattingvorige artikel beschreven, binnen de drie deelnemende beroepsopleidingen werken. Deonderzoeksvraag gaat uit van de ervaringen van studenten op de aspecten voorbereiding,communicatie, studieloopbaanbegeleiding, begeleiding en beoordeling van de docent. Encommunicatie vanuit de opleiding van de student.is een onderzoeksontwerp ontwikkeld, waarvan de resultaten zowel kwantitatief als kwali- -school van Amsterdam
  43. 43. -beoordeling en tevredenheid. Hun motivatie is weliswaar verbeterd, maar nog niet sig- -variabelen voorlichting, beoordeling en tevredenheid nog geen vooruitgang is geboekt. - Onderzoeksvragen -concludeerd dat: de stage.onderzoek, werd geconcludeerd dat: -
  44. 44. -1. Hoe ervaren studenten van de opleidingen Middenkader Engineering, Informatie de voorbereidingen, de communicatie, de studieloopbaanbegeleiding, de begeleiding AchtergrondPerspectieven op werkplekleren1 -nomen.2 -Tabel 1: Perspectieven op werkplekleren (gebaseerd op Fenwick, 2008) Perspectief Leren is … Sleutelkwesties 1 Individuele een individueel proces kennis waarin nieuwe concepten, verwerving vaardigheden en gedrag worden gebruikt en opgeslagen. Meten van competentie. Verkleinen van de kloof tussen investering in training en resultaat. constructie van nieuwe of veranderde betekenissen dialoog door individuele en collectieve werk beïnvloeden. 3 Netwerk ontvangen van informatie die voorziening zich beweegt door een netwerk organiseren van content. op een lineaire manier en die Afbreken van netwerkbegrenzingen. niet beïnvloed wordt door de ontvangen van informatie die Interactie tussen individu, groep en leren zich beweegt door een netwerk organisatie. op een niet -lineaire manier. Leerfasen. 5 Individuele individuele groei door individuele leervermogen. ontwikkeling Het individu staat centraal: het De relatie tussen werk en individuele individu leert en beïnvloedt de ontwikkeling. groep.1 Met dank aan dr. Bert van Veldhuizen die een bijdrage heeft geleverd aan het theoretisch kader dat hieronder het kopje ‘achtergrond’ wordt beschreven.2 Onstenk, 1997; Klink, 2001; Fuller & Unwin, 2003; Illeris, 2004; Hövels, 2005; Blokhuis & Nijhof, 2006;Poortman, Nijhof & Nieuwenhuis, 2006; Poortman, 2007; Nijhof & Nieuwenhuis, 2008; Fenwick, 2008; Tyn-jälä, 2008; Nelen, Poortman, Grip, Nieuwenhuis & Kirschner, 2011.
  45. 45. Perspectief Leren is … Sleutelkwesties 6 Individuen in verwerven van kennis en Welke omgevingen hebben een positief effect gemeenschap vaardigheden van het individu door actie in de gemeenschap bemiddelende factor. Individu en omgeving beïnvloeden elkaar is participatie, belichaamd in de of Practice’ om tegemoet te komen aan veranderende druk. Manieren om de dynamiek te faciliteren. 8 Co-participatie en ligt in co-participatie. co-emergence werk. Individuele en sociale kennisontwikkeling. met elkaar ‘verstrengeld’ in Rekenschap geven van veranderende noties van wat nuttige kennis is. -tekenisgeving.gaat uit van de vooronderstelling dat kennis gesitueerd is en voor een deel het resultaat is 3 . Leren vindt, -heid die ontstaan en worden onderhouden door een continu proces van onderhandelingover betekenissen. -peripheral participation’ duidt op de manier waarop nieuwkomers zich de typerende opvat- - - -3 Lave & Wenger, 1991; Brown, Collins & Duguid, 1989; Brown & Duguid, 1991.
  46. 46. - - - kelen en leren. In de literatuur over ‘communities of practice’ ligt de focus sterk op deHet curriculum van de werkplek - -de uitnodigende kwaliteiten van de werkplek bepalen in hoeverre het individu betrokken -verdeling wordt o.a. bepaald door de perceptie van de competenties van de betrokkene, -sen fulltimers en parttimers, tussen teams met een verschillende rol en status of tussen de ‘Agency’ is het vermogen van individuen om door hun acties verschil te maken in -op prestaties leveren in het werk of meer op leren en ontwikkelen. In het eerste geval kie-
  47. 47. -activiteiten die de lerende onderneemt en tot een goed einde brengt. De keuze van hethet werk is georganiseerd. Andere of betere leerresultaten worden niet bereikt door hetleren te reorganiseren, maar door interventies in de manier waarop het werk is georga- -de werksituatie wat en hoe geleerd wordt, maar de interactie tussen de ‘affordances’ vande werksituatie en de ‘agency’ van het individu. Die interactie wordt getypeerd door on-Figuur 1: Model voor werkplekleren (gebaseerd op Billett et al., 2003a; Billett, Ehrich, &Hernon-Tinning, 2003b) ‘Agency’ Acti Acti Acti Acti Werkresultaten viteit viteit viteit viteit Leerresultaten participatie interne hulpbronnen Begeleiding ‘Affordances’ -ticipatie in werkactiviteiten die worden gepland vanuit het perspectief van dat leren. De
  48. 48. De opeenvolging van werkactiviteiten vanuit een leerperspectief noemen we het’curriculum van de werkplek.’ De opbouw hiervan wordt evenzeer bepaald door de ‘agen- -doen om te leren, de begeleiding, de stimulansen die van de cultuur en van de leidingge-welke werkactiviteiten als eerste leerervaringen in aanmerking kunnen komen. Die eer-om die werkactiviteiten zo te plannen dat een continue ontwikkeling in de richting van de -vinden naar de interne hulpbronnen.
  49. 49. - Werkplekleren in het mbo: ‘mixed model’ - voor wordt opgeleid, vindt werkplekleren plaats binnen een arbeidsmarktstelsel van ‘be- - - - - - Werkplekleren onderdeel van competentiegericht onderwijs - ren van de leerprocessen op de werkplek en/of het vergroten van het aandeel van werk- - - beroepsopleiding is met name relevant voor kwalitatief hoogwaardige varianten van werk- plekleren, dualisering en simulatie als leerplaats. Daarnaast is er de afwisseling tussen school en werk, met als doel studenten vanuit hun beroepsopleiding te laten ingroeien50
  50. 50. -Werkplekleren op het niveau van de opleiding - - -dan ook vorm en inhoud aan het primaire proces van de opleiding. Alle andere processen -Figuur 2: Kernspelers binnen de nulmeting van het Twents doorbraakproject werkplekleren docenten opleiders Primair proces studenten - - - - 51
  51. 51. - - voering daarvan en de evaluatie van de resultaten en processen daarna. Hierboven werd alle niveaus behoren tot de relevante succesfactoren voor samenwerking tussen beroeps- - - aspecten is een aantal relevante aandachtspunten gekozen, die als kader dienen ter be- Tabel 2: Samenvatting relationeel, situationeel en informationeel aspect van communicatie Relationeel aspect: Situationeel aspect: Informationeel aspect: Wie communiceren? Hoe en wanneer communiceren? Wat communiceren? Dagelijkse gang van zaken: Bereikbaarheid - Goede voorlichting - Problemen oplossen Non-verbale Tijdigheid en regelmaat Variabelen communicatie Gezamenlijk realiseren doelen Relevantie - Helderheid doelen - Vertrouwen - Noodzaak voor ontvanger - Committment - Voordeel ontvanger Onderhouden relaties - Vanuit eigen perspectief verwachtingen - Informatie uitwisselen II Methode Enkelvoudige casestudie52
  52. 52. -Figuur 3Onderzoeksdesign doorbraak werkplekleren ROC van Twente 2009-2011 X = BPV+ en Vr L. = vragenlijst4persoonskenmerken van studenten en docenten het effect niet kunnen beïnvloeden.Dataverzameling -tingen en vier eindmetingen5 -basis van de resultaten van de pilot is de betrouwbaarheid van de schalen berekend. Naar4 Zie voor de interventies ‘Werkplekleren: handelingsvoorschriften ter verbetering van de kwaliteit van deberoepspraktijkvorming (stages)’, opgenomen als tweede artikel in deze bundel.5 De eindmeting die in deze paper gepresenteerd wordt, is in feite een tussenmeting. Het doorbraakprojectheeft een doorlooptijd tot juli 2011, daarna worden de resultaten van de ‘werkelijke’ eindmeting gerappor-teerd. In deze paper wordt de tussenmeting gepresenteerd als eindmeting. 53
  53. 53. -wachtingen en ervaringen, tevredenheid en motivatie aangepast. Het kwalitatieve deel bestaat uit acht semigestructureerde interviews met studen-ten en zes interviews met groepen docenten en teamleiders; de resultaten worden in hetartikel van Necer en Shamoon beschreven.Respondenten -vrouw.Tabel 3: Respondenten vragenlijstonderzoek Studenten Respons N Praktijkopleiders Opleiding Groep Total N 0- meting Eindmeting Total N Respons N Controle 86 - 128 106 88 Middenkader Controle 1 36 21 - 66 28 26 - - Engineering Controle 2 38 - - - 56 Informatie Controle 32 26 - 65 Dienstverlening 28 Controle Experiment 303 236 (78%) 194 (64%) 243 105 (43%)Het kwalitatieve deel is een dieptestudie waarin op basis van semi-gestructureerde vra- -
  54. 54. Betrouwbaarheid schalengetrokken.Tabel 4: Betrouwbaarheden subschalen Schaal Alpha N of items Valid Cases .83 8 152 Communicatie 6 151 .86 6 150 6 150 5 152 .81 5 153 Motivatie 5 151 III ResultatenIn deze paper worden alleen de kwantitatieve resultaten gepresenteerd.De eerste onderzoeksvraagDe eerste onderzoeksvraag had betrekking op de ervaringen van de studenten ten aanzien -nicatie, de studieloopbaanbegeleiding, de begeleiding van de docent en de beoordeling.Voormeting (verwachtingen) versus eindmeting (realisatie) -wachtingen en belevingen; de variabele studieloopbaanbegeleiding is daarentegen zwak -communicatie werd het verschil in verwachting en realisatie vooral gevonden in de items: 55
  55. 55. - - geleiding verwachtte de student meer van de docenten dan dat ze hebben gerealiseerd. -56
  56. 56. Eindmeting experimentgroep (realisatie) versus controlemeting (voorgaand cohort)Tabel 5: Studenten: resultaten experimentele - en controlegroep Onderwijsassistent Middenkader Engineering Informatie Studenten Derdejaars Eerstejaars Dienstverlening Std. Std. Std. Std. N Mean N Mean N Mean N Mean Dev. Dev. Dev. Dev. Voorbereiding controle 3,10 21 38 0,62 26 3,03 88 26 3,18 56 3,62 3,11 1,11 controle 3,61 1,03 20 0,66 38 2,81 26 Communicatie 88 0,82 26 3,86 0,68 controle 38 26 2,58 0,88 3,83 26 2,82 23 2,51 controle 18 38 2,85 25 88 0,81 26 3,58 23 controle 3,08 3,55 38 2,83 25 3,26 26 56 23 controle 3,11 0,82 18 3,12 0,60 38 25 2,65 0,81 88 26 0,62 23 3,18 controle 0,63 18 38 0,61 26 3,08 Motivatie 88 0,63 26 56 3,86 23Onderwijsassistent - -
  57. 57. - - - - De ‘tevredenheid’ over de mate waarop de student door de opleiding wordt geïn- - De variabele ‘motivatie’ is verbeterd doordat studenten vaker dan voorheen de - Middenkader Engineering - - gerealiseerd. -58
  58. 58. -
  59. 59. - score komt overeen met de grotere tevredenheid van deze groep studenten over hun op- leiding. Informatie Dienstverlening -60
  60. 60. De tweede onderzoeksvraagde begeleiding en communicatie van de opleiding. - - -Onderwijsassistentdan in voorgaand cohort voldoende informatie over de student geeft, zodat begeleidings- De scores op de variabele ‘voorlichting’, ‘beoordeling’, ‘studieloopbaanbegeleiding’Middenkader Engineering - 61
  61. 61. - denten en vervolgens studenten informeren. Informatie Dienstverlening - beter geïnformeerd over de student over de student, zodat begeleidingsgesprekken zin- - dent. Volgens hen geeft het nieuwe beoordelingsformulier minder goed de relevante as- variabelen ‘communicatie’ en ‘voorlichting’. - Tabel 6: Praktijkopleiders: resultaten experimentele en controlegroep Onderwijs Middenkader Informatie Assistent Engineering Dienstverlening Variabele Praktijkopleiders Std. Std. Std. N Mean N Mean N Mean Dev. Dev. Dev. controlegroep 16 3,13 1,05 20 Voorlichting 58 1,08 3,12 3,25 1,11 controlegroep 15 3,01 20 Communicatie 55 3,18 3,55 controlegroep 38 3,36 0,62 15 0,66 53 18 3,66 1,01 controlegroep 3,62 15 0,53 55 18 3,55 0,66 0,56 controlegroep 15 55 0,51 18 3,80 0,56 controlegroep 3,13 15 3,12 0,80 18 3,10 18 3,20 0,68 3,2062
  62. 62. Regressieanalyse op de afhankelijke variabele begeleiding -deeld is en dat een betrouwbare regressieanalyse uitgevoerd kan worden. Er is een sig- -Figuur 4: Verband tussen communicatie en begeleiding - 2van de variantie van de variabele ‘begeleiding’ verklaard wordt uit de variantie van de IV Conclusies - - 63
  63. 63. hoog waren. Daarmee kan er vanuit worden gegaan dat de beoordeling van de beroeps-en de controlegroep van de opleidingen Middenkader Engineering, Informatie Dienst-Onderwijsassistent - -met studenten van het voorgaand cohort verbeterd.laagst gemiddelde score is voor het item: ‘Ik ben tevreden over de informatie over de bpv,hebben de interventies succes gehad. - - -sproken werden, waren van mening dat het contact met de opleiding beter verliep en dat - -tieontwikkeling van de student. Daarnaast beschikte de docent meer dan het voorgaandeMiddenkader Engineering
  64. 64. -dat had ook wel via de post gekund.’ - - minder tevreden -en het naleven van gemaakte afspraken.Daarentegen scoort de waardering voor het beoordelingsmodel van de opleiding Mid-Informatie DienstverleningDe resultaten van studenten van de opleiding Informatie Dienstverlening beperken zich tot - - - - -voorwaarden. De docent beschikte vaker dan voorheen over voldoende informatie over de 65
  65. 65. student, zodat de begeleidingsgesprekken zinvoller verliepen. - opleiding, alleen de start was erg chaotisch en niet goed georganiseerd, hetgeen in het De tweede onderzoeksvraag heeft betrekking op de wijze waarop de praktijkopleiders de begeleiding en communicatie van de opleiding ervaren. - - basis van de interventies binnen de drie beroepsopleidingen wordt geconcludeerd dat de kwaliteit van de begeleiding wordt bepaald door de kwaliteit van de communicatie. weergegeven op het gebied van de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van de stage.66
  66. 66. Tabel 7: Veranderingen binnen de opleidingen Veranderingen Middenmanager Veranderingen Informatie Veranderingen Onderwijsassistent Engineering Dienstverlening lesmodule van drie maand. communicatie met het worden mede begeleid door tweede bpv-week. begeleidingsgesprek met meer aandacht voor student. achtergrond info geven organiseren. over de student. begeleiding en beoordeling van bpv-opdrachten: meer houdingsaspecten. docent. de bpv. dezelfde persoon. begeleiden elkaar op de werkplek. V Discussie - -keling, implementatie en evaluatie van een duurzaam, samenhangend geheel van maat-regelen en interventies gericht op het doen verwerven of ontwikkelen van generieke en/of
  67. 67. Figuur 5: Ontwerpproces en onderzoek per deelnemende opleiding doorbraakproject werkplekleren Verwachte - - format opbrengst opleiding practice evidence based onderzocht ten aanzien van de voorbereidingen op hun stage, de communicatie, de studieloopbaanbegeleiding, de beoordeling en de begeleiding - verloop van de stage. van Informatie Dienstverlening hebben meer gemotiveerd en tevreden aan de beroeps- - leerproces van mbo-studenten beperkt zich tot gesitueerd leren dat op de werkplek plaats- sprake is van een positieve samenhang tussen het leren op de werkplek en de individuele68
  68. 68. geen aanzetten gevonden om werkplekleren vanuit de participatiemetafoor in te richten. - - -werkplek plaatsvinden vanuit de participatiemetafoor te organiseren. Hiertoe zullen deze - - - -opleidingen om nieuwe vormen van werkplekleren en de beoordeling van de resultaten - -volgens ook doorvertaald worden op het niveau van het opleidingscurriculum. Dat kan als -riabelen als tevredenheid en motivatie zullen de ‘agency’ van studenten hebben beïnvloed.wordt direct verbeterd als de communicatie met de bpv-docent in kwantiteit en kwaliteittoeneemt. In dit onderzoek is hard gewerkt om de afstemming van verwachtingen door ver-betering van de voorlichting en voorbereiding, door betere afstemming en bereikbaarheidze daarmee ook invloed uitoefent op de leerresultaten zal uit vervolgonderzoek moetenhouden met werkplekleren te managen. Vanuit de onderzoeksresultaten hebben we hier

×