Old Book
Hijgend en met zweetdruppeltjes rollend achter in mijn
nek, leun ik tegen een boom aan. Mijn adem komt in
korte stoten tus...
Voorzichtig glijd ik langs de boom naar beneden om op
het mos te gaan zitten. Dagen lopen, hopen op eten,
een beetje drink...
Ik kijk omhoog. Mijn ogen moet ik dichtknijpen tegen
de felle zon. Dat ook. Het zware trekken is begeleid
geweest met heet...
Mijn gedachten gaan uit naar mijn gebruikelijke ontbijt.
Brood, vlees, pasteien, wijn of zelfs bier, fruit en de
grootste ...
En dan, na lange, lange tijden lopen, tegen de middag,
zie ik iets waar ik alleen nog maar van durfde te
dromen... Een dor...
Het kleine bakkerijtje is leeg, op een vrouw na. Het ziet
er vrolijk uit, met overal kleine prulletjes en broden aan
de mu...
“Ik ken jouw gezicht niet, volgens mij kom jij niet
hiervandaan, of wel? Hoe heet je?” Ik besloot dat ik
maar beter niet k...
“Mijn naam is Anne Bakker. Ik kom uit Nederland en
ben op zoek naar een nieuwe woonplaats. Denkt u dat
u hier werk voor me...
“Oh.” verzucht ik. Als ze mijn teleurgestelde blik ziet zegt
ze er gauw achteraan: “Misschien kunnen de von
Scüburs je hel...
Als ik het café binnenkom, zie ik, dat er nog weinig
mensen zijn. Ik ga met mijn ogen de mensen af, op
zoek naar iemand wa...
Degene die daar het meeste voor in aanmerking komt,
is een blonde vrouw, die achter de bar staat.
Voorzover ik het versta,...
“Het spijt me dat je dat gesprek moest aanhoren.”
glimlacht ze. “Waarvoor ben je hier?” Ik hang precies
hetzelfde verhaal ...
“Ik heet Sophie von Scübur.” stelt de vrouw zich voor.
“Noem me maar gewoon Sophie en jij. En wat dat werk
betreft, ik zal...
Een voor een bestudeer ik de mensen in het café. De
man die Sophie net wegstuurde zit wonder boven
wonder nog steeds aan e...
Aan een tafeltje in het midden van het café zit een man
te praten met een vrouw, die ik inschat als een van de
serveerster...
De laatste klant lijkt me een edelman. Een zeer
depressieve edelman, die zichzelf bijna onder tafel heeft
gedronken.
Op dat moment hoor ik Sophie en haar man
binnenkomen. “Anne, je zocht werk hoorde ik?” Ik knik.
“Ik ben Carlos, en ik denk...
En dan begint het. Het harde werk in het Café. Dag en
nacht klanten op hun wenken bedienen, doen wat ze
zeggen. Het is ver...
Ik heb een klein kamertje op zolder gekregen. Een
klein kamertje met een bed, kamerscherm, bureau en
olielampje.
Aan dat bureautje schrijf ik brieven. Brieven waarvan
de meesten nooit verstuurd. Ik heb toen ik klein was
leren schrijven...
Lieve, lieve Luc.


              Ik hoop dat deze brief goed aangekomen is.
            Ik mis je. Elke dag zonder jou is...
Morgen zal ik kijken of ik een bode zover krijg de brief
te brengen. Ik leun op de tafel en sluit voor een
moment mijn oge...
Tot de volgende keer!
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

A medieval heart ~ hoofdstuk 3; vlucht in de bossen

400 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
400
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

A medieval heart ~ hoofdstuk 3; vlucht in de bossen

  1. 1. Old Book
  2. 2. Hijgend en met zweetdruppeltjes rollend achter in mijn nek, leun ik tegen een boom aan. Mijn adem komt in korte stoten tussen mijn lippen vandaan. Lopen, hopen en overleven. Dat is het enige dat ik de afgelopen dagen heb gedaan.
  3. 3. Voorzichtig glijd ik langs de boom naar beneden om op het mos te gaan zitten. Dagen lopen, hopen op eten, een beetje drinken, een aardige voorbijganger... Ik word er moe van, ik ga er kapot aan. Het moet stoppen. Het is niet wat ik gewend ben.
  4. 4. Ik kijk omhoog. Mijn ogen moet ik dichtknijpen tegen de felle zon. Dat ook. Het zware trekken is begeleid geweest met heette, felle, zonnestralen.
  5. 5. Mijn gedachten gaan uit naar mijn gebruikelijke ontbijt. Brood, vlees, pasteien, wijn of zelfs bier, fruit en de grootste assortimenten van alles dat je maar bedenken kunt. Het water loopt me in de mond. En hoe lang is het wel niet geleden dat ik dat op heb? Lang. Veel te lang. Mijn ontbijt nu, als ik het geluk heb dat te vinden, is wat water een een paar bessen of noten. Oh, ik zou een moord doen voor een van die verrukkelijke stukken watermeloen. De kou, het water, de verfrissing... Ik verman mezelf en sta op. Ik hoop vandaag een dorpje te vinden.
  6. 6. En dan, na lange, lange tijden lopen, tegen de middag, zie ik iets waar ik alleen nog maar van durfde te dromen... Een dorpje. Een dorpje zonder poort. Niet dat een poort hier nodig is, het ligt midden in het woud. Niemand zou het hier zoeken. Opgelucht loop ik de winkel binnen met het teken: 'bakkerij.' Eerst maar eens werk, en bovenal eten.
  7. 7. Het kleine bakkerijtje is leeg, op een vrouw na. Het ziet er vrolijk uit, met overal kleine prulletjes en broden aan de muur. Bovendien ruikt het er heerlijk. “Twee broden graag.” meld ze de vrouw, die onmiddellijk de broden uit het rek haalt.
  8. 8. “Ik ken jouw gezicht niet, volgens mij kom jij niet hiervandaan, of wel? Hoe heet je?” Ik besloot dat ik maar beter niet kon zeggen dat ik Ann Wilfordshire heette. Mijn familie was nogal bekend, en de vrouw zou vast meteen weten dat ik hier beter niet kon zijn.
  9. 9. “Mijn naam is Anne Bakker. Ik kom uit Nederland en ben op zoek naar een nieuwe woonplaats. Denkt u dat u hier werk voor me heeft?” Ik stond bijna versteld van mezelf, zo snel schudde ik de rij met leugens achter elkaar uit mijn mauw. “Het spijt me kind, hier zul je geen werk vinden. Dit dorpje is niet echt gesteld op vreemdelingen.”
  10. 10. “Oh.” verzucht ik. Als ze mijn teleurgestelde blik ziet zegt ze er gauw achteraan: “Misschien kunnen de von Scüburs je helpen. Ze werken in het café een eindje verderop in de straat. Maar hoop nergens op, de vorige keer dat ze hielpen was de landheer daar niet bijzonder blij mee.” Ik knik dankbaar, pak de broden op en loop de winkel uit.
  11. 11. Als ik het café binnenkom, zie ik, dat er nog weinig mensen zijn. Ik ga met mijn ogen de mensen af, op zoek naar iemand waarmee ik over werk kan overleggen.
  12. 12. Degene die daar het meeste voor in aanmerking komt, is een blonde vrouw, die achter de bar staat. Voorzover ik het versta, is ze met een man aan het discussiëren over het feit dat ze echt niet met elke man in bed duikt. Als ze ziet dat ik haar aan wil spreken, stuurt ze de man zonder pardon weg en wenkt ze me. De man gehoorzaamt.
  13. 13. “Het spijt me dat je dat gesprek moest aanhoren.” glimlacht ze. “Waarvoor ben je hier?” Ik hang precies hetzelfde verhaal op te hangen als bij de vrouw in de bakkerij. “Mijn naam is Anne Bakker. Ik kom uit Nederland en ben op zoek naar een nieuwe woonplaats. De bakkersvrouw verwees me naar u. Denkt u dat u hier werk voor me heeft?”
  14. 14. “Ik heet Sophie von Scübur.” stelt de vrouw zich voor. “Noem me maar gewoon Sophie en jij. En wat dat werk betreft, ik zal mijn man er even bijhalen.” Met die woorden verdwijnt ze in het achterpand.
  15. 15. Een voor een bestudeer ik de mensen in het café. De man die Sophie net wegstuurde zit wonder boven wonder nog steeds aan een tafeltje naar buiten te staren.
  16. 16. Aan een tafeltje in het midden van het café zit een man te praten met een vrouw, die ik inschat als een van de serveersters hier.
  17. 17. De laatste klant lijkt me een edelman. Een zeer depressieve edelman, die zichzelf bijna onder tafel heeft gedronken.
  18. 18. Op dat moment hoor ik Sophie en haar man binnenkomen. “Anne, je zocht werk hoorde ik?” Ik knik. “Ik ben Carlos, en ik denk dat we je kunnen helpen. We hebben hier boven een kamer, een kamer die we verhuren aan werknemers. Je kunt er wonen, zonder prijs te betalen, zolang je maar hier werkt. Lijkt dat je wat.” “Zeker, kan ik meteen beginnen?” vraag ik. Carlos lacht om mijn enthousiasme. “Als je wilt.”
  19. 19. En dan begint het. Het harde werk in het Café. Dag en nacht klanten op hun wenken bedienen, doen wat ze zeggen. Het is vermoeiend, en ik mis thuis. Ik mis Luc.
  20. 20. Ik heb een klein kamertje op zolder gekregen. Een klein kamertje met een bed, kamerscherm, bureau en olielampje.
  21. 21. Aan dat bureautje schrijf ik brieven. Brieven waarvan de meesten nooit verstuurd. Ik heb toen ik klein was leren schrijven, en Luc vertelde dat hij een beetje kon lezen. Ik schrijf brieven over hoe ik hem mis, wat ik doe en waar ik ben. Ik doe geen moeite ze te versturen. Maar nu waag ik het er wel op.
  22. 22. Lieve, lieve Luc. Ik hoop dat deze brief goed aangekomen is. Ik mis je. Elke dag zonder jou is een kwelling. Ik ben weg bij de tiran van een man. Ik hoop dat je me kunt vinden, ik ben in een klein dorpje in de bossen van Würzburg. Ik hoop dat je me zult vinden en meenemen, zodat we samen kunnen zijn. Liefs, De jouwe.
  23. 23. Morgen zal ik kijken of ik een bode zover krijg de brief te brengen. Ik leun op de tafel en sluit voor een moment mijn ogen. Uitgeput val ik in slaap.
  24. 24. Tot de volgende keer!

×