ADHD - gedragskenmerken en aanpak

1,664 views

Published on

Published in: Education, Health & Medicine
1 Comment
0 Likes
Statistics
Notes
  • Bedankt voor je reactie, Patrick.

    Helaas kan ik deze (ADHD) hier nog niet downloaden... 'save disabled by the author'...

    De anderen heb ik wel binnen inmiddels en ga ik binnenkort bespreken met collega's.



    Groet,

    Gonnie
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,664
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
8
Comments
1
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

ADHD - gedragskenmerken en aanpak

  1. 1. Gedragskenmerken en aanpak: ADHD ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Studenten met ADHD kunnen hun aandacht niet lang genoeg op een prikkel richten en zij kunnen moeilijk onbelangrijke prikkels van buitenaf negeren. Studenten met ADHD zijn niet altijd druk of snel afgeleid. Ze kunnen zich wel concentreren, maar ze hebben daar sterkere prikkels voor nodig en het kost hen meer moeite dan andere studenten. Gedragskenmerken van een persoon met ADHD Gedragskenmerken ++ + - -- 1. Heeft moeite met aandacht blijvend op een taak te richten. 2. Laat zich afleiden door allerlei prikkels uit de omgeving. 3. Handelt op basis van beperkte of irrelevante prikkels 4. Is zich niet bewust van de gevolgen van zijn/haar gedrag. 5. Is voortdurend in beweging – kan niet/lastig stilzitten. 6. Is snel opgewonden. 7. Is snel gefrustreerd. 8. Kan moeilijk op zijn/haar beurt wachten. 9. Valt anderen vaak in de rede. 10. Praat overdreven veel. 11. Heeft moeite om meerdere instructies tegelijk te volgen. Gedragskenmerken van een goede aanpak Gedragskenmerken ++ + - -- 1. Geeft student een vaste plaats met zo min mogelijk last van prikkels in de klas. 2. Houdt oogcontact met de student. 3. Bespreekt gewenst gedrag. 4. Bespreekt de regels in de klas. 5. Reageert duidelijk en direct. 6. Reageert d.m.v. positieve feedback bij gewenst gedrag. 7. Maakt korte en duidelijke afspraken. 8. Geeft behapbare deeltaken. 9. Werkt met schema’s, korte planningen. 10. Zorgt dat huiswerk opgeschreven wordt in de agenda. 11. Vertelt doel van de les. 12. Visualiseert zaken.

×