Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

20 Vlees algemeen

2,066 views

Published on

herziene versie, upload 16-3-2014

Published in: Education
  • Be the first to comment

20 Vlees algemeen

  1. 1. Vlees V L E E S A L G E M E E N
  2. 2. Alle eetbare delen van slachtdieren  spierweefsel  vetweefsel  bindweefsel  organen VLEES
  3. 3. Spierweefsel bestaat uit spiercellen die spiervezels vormen. Vele spiervezels samen vormen een spier. Spiervezels kunnen samentrekken en ontspannen  spierarbeid. SPIERWEEFSEL
  4. 4. SPIERWEEFSEL
  5. 5. Bindweefsel, collageen, is het materiaal dat de spiervezels bij elkaar houdt. Bindweefsel is zichtbaar als witte vliezen. Bindweefsel zorgt ervoor dat vlees taai is. BINDWEEFSEL
  6. 6. BINDWEEFSEL
  7. 7. Vet is de opslagplaats voor reservevoedsel. Vet dient als beschermingsmateriaal voor o.a. organen. Vet komt ook in dunne laagjes verspreid door het spierweefsel voor: gemarmerd vlees. VETWEEFSEL
  8. 8. VETWEEFSEL
  9. 9. Organen komen i.h.a. maar één keer voor in een lichaam. De enkelvoudige organen zijn onmisbaar. Organen hebben een specifieke functie in het lichaam. Organen worden in Nederland nauwelijks gegeten. ORGANEN
  10. 10. In het dagelijks spraakgebruik bedoelen we met vlees het spierweefsel, de spieren, van een slachtdier. VLEES
  11. 11. Vlees is voor de mens een belangrijke bron van dierlijke proteïnen. De hoeveelheid proteïne in het vlees is afhankelijk van de soort (rund, kalf, gevogelte, etc.). VOEDINGSWAARDE: PROTEÏNE
  12. 12. Met vlees krijgen we ook dierlijk vet binnen. Dierlijk vet bestaat voor het grootste deel uit verzadigde vetzuren. In verband met de gezondheid, hart- en vaatziekten, wordt er aangeraden zo weinig mogelijk dierlijke vetten te eten. De hoeveelheid vet varieert per soort, per spier en plaats in het lichaam. VOEDINGSWAARDE: VET
  13. 13. VOEDINGSWAARDE: VET
  14. 14. Vlees bevat vitaminen uit de B-groep. Mineralen: calcium, fosfor, natrium, kalium. IJzer: donkerrood spierweefsel, lever, nieren. VOEDINGSWAARDE: VIT. EN MIN.
  15. 15. Spieren bevatten spiersuiker, glycogeen. Spiersuiker is de brandstof voor de spieren. Spiersuiker speelt een belangrijke rol bij het besterven van vlees: spiersuiker wordt omgezet in melkzuur en aromastoffen. VOEDINGSWAARDE: SPIERSUIKER
  16. 16. Spieren die veel arbeid verricht hebben, bevatten meer bindweefsel dan spieren die weinig arbeid verricht hebben. Dit spierweefsel is dan ook taaier. In het algemeen geldt: hoe ouder het dier, des te taaier het vlees zal zijn. Let op! De spier zelf, dus de plaats in het lichaam, speelt hierbij ook een belangrijke rol. KWALITEIT
  17. 17. Spieren die veel arbeid verricht hebben, bevatten meer smaakstoffen dan spieren die weinig arbeid verricht hebben. Dit spierweefsel is dan ook smaakvoller. In het algemeen geldt: hoe ouder het dier, des te smakelijker het vlees zal zijn. Let op! De spier zelf, dus de plaats in het lichaam, speelt hierbij ook een belangrijke rol. KWALITEIT
  18. 18. Vet speelt een rol bij de kauweigenschappen van vlees: het is een smeermiddel. Mager vlees smaakt ‘droger’ dan vet vlees. Vet bevat veel smaakstoffen. Vet vlees is dus smakelijker dan mager vlees. KWALITEIT
  19. 19. Conclusies: Het meest taaie en vette vlees is het smakelijkst. Het meest malse en magere vlees heeft de minste smaak. KWALITEIT
  20. 20. Vlees is een luxe artikel. Het is het meest kostbare voedingsmiddel om te produceren. Voor 1 kg vlees is 4-10 kg graan nodig. Voor 1 kg vlees is veel meer zoet water nodig dan voor 1 kg graan. KRITISCHE OPMERKINGEN
  21. 21. De bio-industrie is een doorn in het oog van vele consumenten:  de manier waarop er met dieren omgegaan wordt  productie: gebruik hormonen, geneesmiddelen, etc.  gevolgen voor milieu: mestoverschotten, sojateelt KRITISCHE OPMERKINGEN
  22. 22. SLACHTDIER
  23. 23. SLACHTDIER
  24. 24. RUND
  25. 25. RUND
  26. 26. KALF
  27. 27. VARKEN
  28. 28. LAM
  29. 29. Bavette Longhaas VERGETEN VLEES
  30. 30. Wat, als de wereld eens anders in elkaar zat? VLEES
  31. 31. VLEES
  32. 32. VLEES
  33. 33. VLEES
  34. 34. VLEES
  35. 35. VLEES
  36. 36. AAN DE SLAG! AAN DE SLAG!
  37. 37. tekst 24 TITEL 36

×