Mb bestuursstrafrecht voor gemeentejuristen 14 04 2011

1,042 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,042
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
9
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Mb bestuursstrafrecht voor gemeentejuristen 14 04 2011

  1. 1. Bestuursstrafrecht voor gemeentejuristen Marike Bakker 14 april 2011 Boijmans Van Beuningen
  2. 2. 4e tranche Awb• Introductie strafrechtelijke begrippen en beginselen in het bestuursrecht: – Deelnemingsvormen, legaliteitsbeginsel, strafuitsluitingsgronden, zwijgrecht en cautie, ne bis in idem, una via, etc – Wetgever: interpretatie op basis van strafrechtelijke criteria en jurisprudentie
  3. 3. 4e tranche Awb• Uitbreiding daderschap: • Medeplegen • Opdracht geven en feitelijk leiding geven • Publiekrechtelijke rechtspersonen• Gemeente als strafrechtspecialist
  4. 4. Overtreding (artikel 5:1 lid 1)• Een gedraging in strijd met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift – Geen opzet of schuld vereist – Strafrechtelijk onderscheid misdrijf - overtreding
  5. 5. Overtreder (artikel 5:1 lid 2)• Plegen: – Degene die feitelijk de handeling verricht – Functionele dader (HR 23 februari 1954, NJ 1954, 378 (IJzerdraad-arrest) en HR 24 mei 2005, NJ 2005, 434
  6. 6. Overtreder (artikel 5:1 lid 2)• Medeplegen: – Twee (of meer) personen plegen gezamenlijk een delict – Nauwe en bewuste samenwerking gericht op strafbare gedraging • Opzettelijke gedraging→ dubbel opzet vereist: op delict en samenwerking • Overtreding→ slechts opzet op de samenwerking vereist
  7. 7. Medeplegen• Niet vereist voor medeplegen – Bezitten van kwaliteit (bijvoorbeeld vergunninghouder,drijver inrichting, belastingplichtige) – Gezamenlijke uitvoering
  8. 8. Medeplegen• Verschil met medeplichtigheid – Geen bewuste samenwerking vereist – Medeplichtige ondersteunt slechts de uitvoering. Medeplegers min of meer gelijkwaardige participanten wier aandeel in overtreding (intellectueel of materieel) van gelijke betekenis is – Aan medeplichtige kan geen herstelsanctie of bestuurlijke boete worden opgelegd op grond van Awb
  9. 9. Overtreder (artikel 5:1 lid 3)• Overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen• Artikel 51 lid 2 en 3 Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing
  10. 10. Daderschap rechtspersoon• Leer van de redelijke toerekening (HR 21 oktober 2003, NJ 2006, 328, Drijfmest): – Concrete omstandigheden van het geval – Sfeer van de rechtspersoon: • Handelen uit hoofde van dienstbetrekking of uit andere hoofde voor rechtspersoon • Gedraging past in normale bedrijfsuitoefening rechtspersoon • Gedraging is rechtspersoon dienstig geweest
  11. 11. Daderschap rechtspersoon• Rechtspersoon vermocht erover beschikken of gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens feitelijke gang van zaken door rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard.Aanvaarden = het niet betrachten van de zorg die inredelijkheid van rechtspersoon kan worden gevergd metoog op voorkoming gedraging.
  12. 12. Feitelijk leidinggeven (artikel 5:1 lid 3)• 2 voorwaarden (Slavenburg criteria, HR 16 november 1986, NJ 1987, 321 en 322): – Maatregelen ter voorkoming verboden gedraging achterwege laten, hoewel daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden; – Voorwaardelijk opzet: bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden dat gedraging zich zal voordoen en zo opzettelijk verboden gedraging bevorderen
  13. 13. Strafuitsluitingsgronden• Strafrecht kent strafuitsluitingsgronden: – Rechtvaardigingsgronden (feit niet strafbaar) • Overmacht in de zin van noodtoestand • Noodweer • Wettelijk voorschrift • Ambtelijk bevel • Ontbreken materiële wederrechtelijkheid – Schulduitsluitingsgronden (dader niet strafbaar): • Psychische overmacht • Noodweerexces • Ontoerekeningsvatbaarheid • Onbevoegd ambtelijk bevel • AVAS
  14. 14. Strafuitsluitingsgronden (artikel 5:5 en 5:41)• Rechtvaardigingsgronden (artikel 5:5) zijn voor alle bestuurlijke sancties van belang• Schulduitsluitingsgronden artikel (5:41) zijn alleen van belang voor bestuurlijke boete. Voor opleggen herstelsanctie verwijtbaarheid niet vereist (ABRvS 4 juli 2001, AB 2002,6).
  15. 15. Bestuurlijke boete (de)centrale overheden• Verloop wetgeving: – MvT: van toepassing verklaring artikel 51 lid 2 en 3→koppeling met het strafrecht betekent (vergaande) immuniteit voor overheidslichamen in het bestuurlijke boeterecht – Derde Nota van Wijziging: verwijzing naar artikel 51 lid 2 en 3 Sr vervallen – Aanpassingswet 4e tranche Awb: verwijzing naar artikel 51 lid 2 en 3 hersteld
  16. 16. Strafrechtelijke immuniteit (de)centrale overheden• Pikmeer uitsluiting (HR 23 april 1996, NJ 1996, 513, Pikmeer I en HR 6 januari 1998, 1998, 367, Pikmeer II) • Decentrale overheid alleen immuun als het gaat om gedragingen verricht ter uitvoering van een exclusieve overheidstaak/ter uitoefening van openbaar gezag • Indien decentrale overheid immuun dan ook immuniteit voor opdrachtgevers en feitelijk leidinggevers• Geen immuniteit bij feitelijke uitvoering overheidstaken: HR 18 september 2007, NJ 2007, 512 (gemeente Zederik)
  17. 17. Strafrechtelijke rechtspraak immuniteitExclusieve overheidstaak:• Verlenen vergunning, handhaving en toezicht (Hof Arnhem inzake Enschede, NJ 2002, 550)Geen exclusieve overheidstaak:• Opleiding brandweerlieden (Rechtbank Utrecht, NJ 2003, 669)
  18. 18. Strafrechtelijke rechtspraak immuniteit• Gemeente Amsterdam (Probo Koala) • Rechtbank Amsterdam 23 juli 2010 (LJN BN2052): - OM: Gemeente komt geen strafrechtelijke immuniteit toe, want door niet gelegitimeerd gedogen is gemeente buiten kader van haar handhavingstaak getreden (handelen buiten kader van opgedragen bestuurstaak) - Rechtbank: OM niet-ontvankelijk: gemeente bevoegd gezag handhaving 10.37 Wm en (ten onrechte) gedogen dat een regel wordt overtreden valt onder exclusieve bestuurstaak
  19. 19. Strafrechtelijke immuniteit (de)centrale overhedenAanwijzing Openbaar Ministerie (Stcrt. 1998, 82):Actief opsporen, genuanceerd vervolgen
  20. 20. Strafrechtelijke immuniteit (de)centrale overheden• Uitgangspunten: • Gelijkheidsbeginsel • Opportuniteit (167 Sv: algemeen belang of doelmatigheid) • Vervolgingsbeslissing: ontvankelijkheid, bewijs, strafbaarheid van het feit (rechtvaardigingsgrond), contra- indicaties (effectieve politieke, bestuurlijke of bestuursrechtelijke reactie) • Procedure (informeren Hoofdofficier van Justitie, evt. College van PG’s, sectorale toezichthouders en/of toezichthoudende hogere bestuursorgaan, evt. politieke controle-orgaan)
  21. 21. Strafrechtelijke immuniteit (de)centrale overheden• Wetsvoorstel 30 538 (opheffen strafrechtelijke immuniteit publiekrechtelijke rechtspersonen) • Wijziging artikel 51 Sr: publiekrechtelijke rechtspersonen zijn op gelijke voet met andere rechtspersonen vervolgbaar • Wijziging artikel 42 Sr: niet strafbaar is de ambtenaar of de publiekrechtelijke rechtspersoon die een feit begaat dat redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van een publieke taak bij wettelijk voorschrift opgedragen

×