Advies Zicht Op Werk Van Commissie Werkscholen

2,721 views

Published on

Advies van Commissie Werkscholen in opdracht van kabinet. Publicatiedatum: 23-11-2010.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,721
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
9
Actions
Shares
0
Downloads
9
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Advies Zicht Op Werk Van Commissie Werkscholen

  1. 1. Advies Commissie WerkscholenZicht op werkDe Werkschool alswerkend perspectief
  2. 2. InhoudVoorwoord 2Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werk 51. Inleiding 152. Analyse 19 2.1 Onderwijs 20 2.1.1 Een heterogene doelgroep 20 2.1.2 Variatie in duur, volume en bekostiging 22 2.2 Uitkering in plaats van werk 22 2.3 Arbeidsmarkt 24 2.3.1 Kerncijfers arbeidsmarkt 24 2.3.2 Relevante ontwikkelingen 26 2.4. Het werkgeversperspectief 30 2.5 Het perspectief van de jongere 32 2.6 De maatschappelijke opdracht 36 2.7 Beschouwing commissie 373. De Werkschool: het antwoord 39 3.1 Waarom Werkschool? 40 3.2 De pijlers 424. De Werkschool: uitwerking 45 4.1 Contouren Werkschool 46 4.2 Het Werkschooltraject 50 4.3 De Werkschool: bundeling van krachten 58 4.4 Organisatie en bekostiging 60 4.4.1 De organisatie 60 4.4.2 Spelregels 62 4.4.3 Kosten en baten 62 4.5. Werkend perspectief en invoering 65 4.5.1 Werkend perspectief 65 4.5.2 Invoering 66 4.6. Conclusie 71Bijlagen 73 Bijlage 1 Instellingsbesluit 74 Bijlage 2 Samenstelling commissie 78 Bijlage 3 Overzicht van geconsulteerde partijen 79 Bijlage 4 Literatuuropgave 80 Bijlage 5 Infographic voorzieningenlandschap 82 Bijlage 6 Ingebrachte schriftelijke adviezen 84
  3. 3. VoorwoordHet vorige kabinet heeft in zijn demissionaire periode met interessekennisgenomen van de gedachte om tot het oprichten van een zo-genoemde Werkschool te komen. Jongeren zonder startkwalificatieleren op de Werkschool in de praktijk een vak en krijgen voldoendebagage mee om zich geheel of gedeeltelijk zelfstandig te reddenop de arbeidsmarkt. Een groot deel van deze jongeren stroomtnu direct dan wel indirect de uitkering in. Dat is niet nodig. Dat isniet wenselijk. Voor deze jongeren moet een betere verbinding zijntussen onderwijs en arbeidsmarkt. De Werkschool beoogde oor-spronkelijk een directe verbinding te leggen tussen het voortgezetspeciaal onderwijs (vso) en het bedrijfsleven. De focus lag op hetvso, omdat deze onderwijsvorm nog niet de expliciete opdrachtheeft gekregen om zijn leerlingen naar de arbeidsmarkt toe teleiden.Voorzichtige eerste gesprekken geven aan dat het bedrijfslevenniet onwelwillend tegenover een dergelijk initiatief staat en bereid isom ook jongeren onder startkwalificatieniveau een kans te biedenop werkervaring en uiteindelijk op reguliere arbeid. Maar om eendergelijk experiment te laten slagen dienen financiële middelenontschot te worden ingezet – over de departementale grenzen enover de grenzen van het centrale en lokale bestuur heen. Dat blijktbinnen de bestaande kaders niet goed mogelijk. Bedrijven diemet ‘Werkschooljongeren’ aan de slag gaan, zouden in ieder gevalde Wajong-faciliteiten moeten kunnen benutten (no riskpolis, loon-dispensatie enzovoort.). Maar dan zouden de jongeren in kwestieook eerst de Wajong in moeten. Dat dient met de Werkschool juistte worden voorkomen.Tevens kunnen allerlei gemeentelijke voorzieningen niet gemak-kelijk in het kader van het reguliere onderwijs worden ingezet.Hetzelfde geldt voor re-integratiegelden die niet eenvoudig preven-tief kunnen worden gebruikt voor jongeren die nog op school zitten,maar waarvan de praktijk leert dat de kans op werkloosheid hoog is.Tenslotte wijst de eerste verkenning uit dat bedrijven zelden bekendzijn met de diverse typen van onderwijsvormen onder het start-kwalificatieniveau. En dat het dus ook niet voor de hand ligt om bijal die verschillende onderwijsinstellingen hun stage- en leerwerk-plekken aan te bieden. 2
  4. 4. VoorwoordHet toenmalige demissionaire kabinet en zijn opvolger erkenden demogelijke voordelen van de Werkscholen en begrepen dat tussendroom en daad wetten staan en praktische bezwaren. Tegen dieachtergrond verzochten zij aan een kleine en naar achteraf bleekhechte en eensgezinde commissie een advies uit te brengen overde wenselijkheid van een Werkschool; niet alleen voor het vso maarvoor alle vormen van onderwijs onder het startkwalificatieniveau.Tevens verzocht het kabinet de condities waaronder de Werkschoolkan opereren in kaart te brengen, alsmede de wijze van financieren.Het bijgaande advies is tot stand gekomen dankzij de inbrengvan een groot aantal deskundigen. De commissie dankt hen allenvoor hun waardevolle inbreng. Zij dankt ook de verschillende mede-werkers van de Ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschapen Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de voortreffelijkemanier waarop zij de commissie van alle gevraagde informatiehebben voorzien.De commissie is samengesteld uit leden die vanuit een verschil-lende aanvliegroute het vraagstuk waar de commissie voor stondbenaderden. Desondanks kwam de commissie al snel tot eenunaniem standpunt betreffende de Werkschool. De commissie heeftgedurende haar bestaan gemerkt dat er bij een grote variatie aanpartijen draagvlak voor de Werkschool is. Het is belangrijk het reedsontstane draagvlak te koesteren.Hans Kamps (voorzitter)Piet BoekhoudRita DamhofJan van HeerikhuizeRob Slagmolen 3
  5. 5. 4
  6. 6. Samenvatting:Jongeren zonderstartkwalificatieaan het werk
  7. 7. Samenvatting:Jongeren zonderstartkwalificatieaan het werkMaatschappelijk en economisch is het niet acceptabelals jongeren langdurig buiten het arbeidsproces staan.Toch is dat de dreigende realiteit. De werkloosheid onderjongeren in de leeftijdsgroep van 15 tot 25 jaar bedraagtmeer dan tien procent. Met name jongeren zonderstartkwalificatie staan aan de kant: onder hen is dewerkloosheid procentueel twee keer hoger dan onderhun leeftijdsgenoten die wél een startkwalificatieniveauhebben gehaald. Ook op latere leeftijd is het moeilijkerom zonder startkwalificatie werk te vinden en aan hetwerk te blijven. 6
  8. 8. Een relevante vraag is of de terugkeer kansloos zijn voor de arbeidsmarkt envan de economische groei en het komen- welke jongeren niet. Maar dat veronder-de vertrek van ‘babyboomers’ van de stelt een reëel alternatief: uitzicht op eenarbeidsmarkt deze jongeren wel aan de passende reguliere baan. Deze noodzaakslag helpen. Natuurlijk, een krappe legt een zware verantwoordelijkheid bijarbeidsmarkt is ook in hun voordeel alle partijen die betrokken zijn bij de Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werkmaar zal de zwakke positie van jongeren toeleiding naar de arbeidsmarkt. Zijzonder startkwalificatie op de arbeids- moeten de brug naar de arbeidsmarktmarkt niet structureel verbeteren. Want slaan.de concurrentiedruk op bedrijven neemtvoortdurend toe, en daarmee de eisen Scholen als ankerpuntdie aan werknemers worden gesteld. Het aanknopingspunt om ‘zwakke’ jon-Jongeren zonder startkwalificatie kosten geren naar reguliere arbeid te begelei-in het algemeen meer tijd om in te wer- den, is de school. Het gaat dan met nameken voor bedrijven, en zijn moeilijker om het voortgezet speciaal onderwijsinzetbaar binnen het bedrijf. Bovendien (33.000 jongeren), het praktijkonderwijsvragen zij om investeringen, in de vorm (27.000 jongeren) en AKA / mbo 1 van hetvan intern opleiden door het bedrijfs- middelbaar beroepsonderwijs (24.000leven, die niet altijd zijn terug te verdie- jongeren). De opgave voor deze scholennen. De arbeidsproductiviteit in relatie om hun leerlingen na hun opleidingtot de arbeidskosten is vaak een pro- perspectief op werk te bieden is zwaar.bleem evenals de risico’s die bedrijven Docenten staan voor de opdracht om hetnemen, in de vorm van mogelijke uitval. maximale rendement uit jongeren metOnder de jongeren zonder startkwalifi- individueel uiteenlopende problemen encatie zijn er die juist door te leren in beperkingen te halen, hen voor te berei-de praktijk meer tot hun recht komen den op de arbeidsmarkt én contactenmaar er zijn ook jongeren waar in eerste met bedrijven en instellingen te leggeninstantie zorgtrajecten voor nodig zijn. ten behoeve van hun pupillen. Het maat- werk dat deze scholen moeten leveren isDe werkgelegenheid bestaat voor onge- groot en tijdrovend en legt een zwareveer een kwart uit banen op ongeschoold druk op de docenten. Zij zijn tegelijker-of geoefend niveau. Maar deze banen tijd opleider, opvoeder, jeugdwerkerworden voor een belangrijk deel bezet en intermediair op de arbeidsmarkt.door mensen met een hogere kwalificatie Hun maatschappelijke waardering isdan noodzakelijk is. Dit komt ook omdat onderbelicht.werknemers mee moeten kunnen bewe-gen met de nieuwe technieken binnen Commitment van bedrijfslevenhet bedrijf en wendbaar moeten zijn om Werk kan niet zonder werkgever.breed inzetbaar te zijn als dat nodig is. Voor een succesvolle toeleiding naarDe arbeidsmarkt is een verdringings- de arbeidsmarkt is commitment vanmarkt! werkgevers onontbeerlijk. Het bedrijfs-Een perspectief voor jongeren met een leven heeft een bedrijfseconomischezwakke arbeidsmarktpositie kan en mag verantwoordelijkheid. Vanuit deze ver-niet de uitkering zijn. De weg van school antwoordelijkheid kan het bedrijfslevendirect naar de Wajong, de bijstand of de belang hebben bij de toeleiding vansociale werkvoorziening is nagenoeg de jongeren waar het in dit advies overafgesloten. Daarmee komt naar verwach- gaat. Deze bedrijven merken in toe-ting de sterke groei van de Wajong tot nemende mate de effecten van de ver-stilstand: van 134.000 in 2003 tot 190.000 grijzing en de consequenties die ditin 2009. Het is daarbij ook nodig om voor de arbeidsmarkt heeft. Voor hetscherper te maken welke jongeren echt bedrijfsleven blijven er vacatures 7
  9. 9. bestaan aan de onderkant van de arbeids- de verschillende scholen naar hetmarkt. Door de vergrijzing zullen de bedrijfsleven toe. Deze bundelingaccenten verschuiven: zo zal er bijvoor- van krachten heeft grote voordelen.beeld meer behoefte zijn aan laag- of Om er enkele te noemen:ongeschoold personeel in de zorg. Daar-naast zijn er natuurlijk bedrijven die 1. De Werkschool specialiseert zich inhet belangrijk vinden om deze jongeren het verzamelen van stage- en leer-een kans te geven. Dat kan alleen als werkplaatsen voor de leerlingen vanwerkgevers goed gefaciliteerd worden. de aangesloten scholen, ontzorgtDe kosten zullen altijd tegen de baten de scholen, ontlast de bedrijven,moeten opwegen. De toeleiding naar en zorgt ervoor dat de talloze instru-werk kent echter zoveel hobbels, risico’s menten en financiële middelenen onzekerheden dat het niet aantrekke- op landelijk en regionaal niveau inlijk is om deze jongeren zo maar een plek onderlinge samenhang ‘ontschot’te geven op de arbeidsmarkt. Werkgevers worden ingezet.moeten niet alleen gefaciliteerd worden. 2. De Werkschool is een instrument omHet bedrijfsleven wil één aanspreek- decentralisatie van beleid vorm tepunt hebben, ontzorgd worden, heldere geven. Decentralisatie van beleidvoorwaarden kunnen stellen en geen – dicht bij de burgers en bedrijven –financiële risico’s lopen. is een groot goed, maar mag niet leiden tot het verloren gaan van deDe Werkschool: brug naar werk samenhang tussen sociale zekerheid,De Werkschool is een instrument om schuldsanering, onderwijs, jeugd-voor en namens de genoemde scholen zorg en arbeidsmarktbeleid. De Werk-de brug naar de arbeidsmarkt te slaan. school moet voor die samenhang zorgZij is bedoeld voor leerlingen zonder dragen en is zo het instrument omstartkwalificatie, die niet kunnen door- decentraal beleid – vanuit de gemeen-stromen naar vervolgonderwijs én niet ten maar met een landelijke opdrachtop eigen kracht de stap naar de reguliere – uit te voeren. Door het ontschot enarbeidsmarkt kunnen maken. De Werk- in samenhang inzetten kunnen aan-school wordt op regionaal niveau vorm- zienlijke besparingen worden bereiktgegeven, waarbij in geografische zin en zal de efficiency van de arbeids-aangesloten wordt bij de bestaande toeleiding vanuit de scholen sterkdertig arbeidsmarktregio’s. De Werk- toenemen. De Werkschool heeft deschool dient overigens niet te worden rol van opdrachtnemer.gezien als een grote school met lokalen 3. De Werkschool geeft invulling aanen docenten, waar alle leerlingen door- de arbeidsmarktdoelstelling vandeweeks verblijven en les krijgen. de genoemde scholen en legt deHet gaat hier om een kleine flexibele verantwoordelijkheid voor deorganisatie op regionaal niveau die arbeidsmarkttoeleiding bij deschakelt tussen de bedrijven en de scho- daarin gespecialiseerde Werkschool.len / leerlingen, en alle ondersteuning Deze maakt gebruik van de schaal-regelt die noodzakelijk is om de leerling voordelen doordat zij namens eneen geslaagd werktraject bij de bedrijven voor alle scholen in de regio optreedt.te laten doorlopen, én het bedrijf als 4. De bedrijven en instellingen hebbentevreden afnemer van de leerling aan de voor jongeren zonder startkwalifica-Werkschool te binden. De Werkschool- tie met één regionaal aanspreekpuntperiode duurt tussen de 1 en 3 jaar, waar- te maken waar zij hun stage- en leer-van de leerling maximaal twee jaar een werkplaatsen kunnen aanmeldenstage- en/of een leerwerkplaats vervult. of van waaruit zij worden opgehaald.De Werkschool bundelt de krachten van Dit voorkomt dat ondernemers 8
  10. 10. vanuit verschillende instellingen ‘ieder voor zich’ gaat. Na een transi- worden aangesproken om telkens tieperiode is het wenselijk dat het voor een iets andere doelgroep stage- eigen netwerk van de toeleverende of leerwerkplekken ter beschikking school ten dienste wordt gesteld van te stellen. de Werkschool en dus van alle andere5. De Werkscholen worden centraal deelnemende scholen: ter versterking Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werk gecoördineerd, waardoor ‘best practi- van het geheel. De Werkschool bestaat ces’ snel in alle regionale scholen immers niet naast de scholen maar kunnen worden geïntroduceerd en opereert namens en ten behoeve van een uniforme aanpak / marketing alle deelnemende scholen en hun kan worden ontwikkeld naar de be- leerlingen. Zo ontstaat in de praktijk drijven met als doel om daar de stage- één krachtig centraal aanspreekpunt en leerwerkplaatsen op te halen. voor de bedrijven in plaats van een Op centraal niveau worden samen- versnipperd en dus niet effectief werkingsverbanden afgesloten met netwerk van contacten vanuit de landelijke partijen waarvan iedere verschillende onderwijssoorten. regio profiteert. Te denken is aan: 7. De Werkschool draagt de verantwoor- delijkheid om aan het einde van het • werktraject de opgedane ervaring groot belang zijn voor de acquisi- in een EVC-certificaat te vertalen tie van leerwerkplaatsen bij en zo aan te sluiten bij de bestaande erkende leerwerkbedrijven; kwalificatiestructuur van het • het UWV dat een belangrijke rol beroepsonderwijs. kan spelen bij de bepaling van de werkcapaciteit van de leerling Regionale voorziening en het bepalen van de ondersteu- met toeleverende scholen ningsbehoefte van de leerling; Het toeleverende onderwijs bestaat uit • de VNG die van belang is om aan het vso, cluster drie ( lichamelijk gehan- de ontschotting van regionale, dicapte, zeer moeilijk lerende en lang- gemeentelijke middelen vorm durig zieke jongeren) en cluster vier te geven; (zeer moeilijk opvoedbare jongeren), • de REA-colleges, vanwege de Praktijkonderwijs en AKA/mbo1. expertise op het gebied van de Leerlingen uit cluster 1 en 2 van het vso toeleiding van arbeidsbeperkte komen alleen voor de Werkschool in jongeren naar de arbeidsmarkt; aanmerking, daar waar de Werkschool • de jeugdzorg vanwege de expertise complementair kan zijn aan de voorzie- op het gebied van zorgjongeren; ningen van de school door het bieden • brancheorganisaties om aan te van praktijkervaring/arbeidsmarkttoe- sluiten bij de Werkschool en te leiding. Het is aan te bevelen dat vso en bewerkstelligen dat daar stage- praktijkonderwijs in het laatste twee jaar en leerwerkplaatsen worden aan- van hun reguliere opleiding een richting geboden; introduceren die jongeren voorbereidt • Brancheorganisaties om aan te op instroom in de regionale Werkschool. sluiten bij de Werkschool en Voor AKA/mbo1 is een voorselectie niet te bewerkstelligen dat daar stage- mogelijk vanwege de korte duur van de en leerwerkplaatsen worden opleiding. Wel is belangrijk om in die aangeboden. periode te werken aan arbeidsvaardig- heden en beroepenoriëntatie. Het over-6. Het netwerk van contacten met grote deel van de jongeren dat niet aan bedrijven wordt voor iedere school de Werkschool wordt toegeleverd, kan breder en kansrijker dan in het geval dan naar mbo2 doorstromen. 9
  11. 11. Werkschool: brede voorziening De directeur van de Werkschool zal zijnmaar met de vraag als bottleneck eigen beoordeling moeten maken over deDe uiteindelijke doelstelling van de kansrijkheid van iedere aangeboden leer-Werkschool is om voor alle leerlingen ling, want de vraag is leidend. Daar staatzonder startkwalificatie die extra steun tegenover dat de Werkschool wel uit eennodig hebben de brug naar werk te zijn. breder pallet van maatregelen en exper-Maar vanzelfsprekend staat of valt de tise kan putten dan de individuele schoolWerkschool met de mogelijkheden dat kan Wat kansarm is in de ogen van devan de werkgevers om hun stage- en toeleverende school kan daardoor kans-leerwerkplekken ter beschikking aan rijk worden gemaakt in de context van dede Werkschool te stellen. Het aantal Werkschool.van deze plekken is bepalend voor deopnamecapaciteit van de Werkschool. Nogmaals, zolang het aantal stage- enDe Werkschool is vraaggericht; niet leerplaatsen kleiner is dan het aantalvanuit keuze maar vanuit noodzaak! potentiële deelnemers is wél selectieZolang het contingent stage- en leer- noodzakelijk, die echter niet langs de –werkplekken niet groot genoeg is om alle voor de beoogde onderwijssoorten welin aanmerking komende leerlingen van erg relatieve – scheidslijnen sterk ofde scholen te bedienen, moet er een zwak lopen. Bovendien zullen de stage-selectie plaatsvinden van de Werkschool. en leerwerkplaatsen naar tevredenheidDat is onvermijdelijk. Immers op dit van de werkgevers moeten wordenmoment lukt het net om voldoende vervuld. De kwalitatieve intermediairestage/leerplekken aan te bieden voor het functie van de Werkschool komt tot zijnreguliere onderwijs, zoals blijkt uit de recht als er één-op-één doorstroom isColo-barometer. Echter per sector en tussen school, Werkschool en bedrijf.regio zijn er verschillen tussen vraag en Anders is het ‘eens maar nooit meer’aanbod. Selectie betekent echter niet dat en snijden zowel de Werkschool als dealleen ‘de beste’ leerlingen van de school toeleverende scholen in eigen vlees.naar de Werkschool zullen doorstromen: Na de acceptatie van de leerling door de Werkschool ligt deze verantwoordelijk-Leerlingen die naar een vervolgopleiding heid geheel bij de Werkschool en heeftkunnen doorgaan, komen niet in aan- de toeleverende school aan zijn arbeids-merking voor de Werkschool. marktverplichting voldaan. De Werk-Leerlingen die zonder extra steun, op school zelf wordt afgerekend op de plaat-eigen kracht, na het voltooien van de sing van leerlingen op stage- enopleiding, een plek op de arbeidsmarkt leerplaatsen.kunnen vinden, hebben de Werkschool(en de toeleverende school) als inter- Als regulier werk niet mogelijk ismediair naar de arbeidsmarkt niet nodig De scholen zullen ook jongeren in deen komen dus ook niet in aanmerking geleding hebben voor wie de overgangvoor plaatsing. naar de arbeidsmarkt op korte termijnSelectie van de overige leerlingen vindt niet tot de mogelijkheden behoort.niet eenzijdig plaats door de directeur Voor deze groep is de Werkschool dusvan de Werkschool. Er is sprake van ook geen alternatief. Het ontslaat dedirecte besprekingen en onderhandelin- maatschappij en de scholen niet van degen tussen de Werkschool en de toe- verplichting ook voor deze groep eenleverende school. Het ligt in de lijn der verantwoordelijkheid te nemen in deverwachting dat de toeleverende school vorm van toeleiding naar een bescherm-een ‘package deal’ (een combinatie van de werkomgeving of het aanbieden vanrelatief zwak en sterk) wil sluiten met op individuele maat gesneden trajectende directeur van de Werkschool. en projecten. Regulier werk – ook met 10
  12. 12. inzet van het huidige instrumentarium gedragen maar minimaal twee jaar daar-– is voor deze groep jongeren (nog) geen voor. Tevens zou er sprake moeten zijnoptie. Vanwege de andere doelgroep van van een uniform, gemiddelde bijdrageleerlingen en de andere afnemers is het vanuit de reguliere financiering, zodatniet wenselijk deze groepen in de Werk- van een oneigenlijke sturing naar deschool met elkaar te vermengen. Dat ‘meest lucratieve schoolsoort’ geen Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werkzou uiteindelijk ten koste gaan van het sprake kan zijn en ook de (uitgefinan-volume aan stage- en leerwerkplaatsen. cierde) AKA/mbo1-leerling meebekos- tigd wordt. Ook de bedrijven moeten vanSchaarse publieke middelen te voren helder krijgen wat hun bijdrageMet publiek geld dient efficiënt en effec- is in de kosten, want de investeringentief te worden omgegaan: niet alleen in zijn hoog: bedrijven moeten extra kostentijden van crises maar ook daarbuiten. in vorm van praktijkbegeleiding makenDe financiering van de Werkschool dient omdat jongeren zonder startkwalificatiedan ook niet als een additionele voorzie- in een ander tempo en op andere wijzening te worden gezien en dus uit extra leren. Uiteindelijk gaat het om te lerenmiddelen te worden betaald. Zij moet uit in de praktijk en dat de leerling zichherschikking van bestaande middelen verschillende competenties eigen maakt.worden gefinancierd. Naar de bedrijven Dit zal over het algemeen in de vormtoe is het noodzakelijk dat bestaande van stage gebeuren en soms in de vormvoorzieningen die nu van toepassing zijn van een tijdelijke leer-werkovereen-voor ondernemingen die met Wajongers komst.aan de slag gaan ook gelden voor ‘Werk-schooljongeren’. Dat geldt ook voor de Een aantrekkelijk perspectiefbegeleiding door job coaches die door Het kabinet streeft ernaar om jongerenhet UWV worden ingezet en bestaande zo snel mogelijk naar werk, en niet in eenre-integratiemiddelen. Daarnaast dienen uitkeringsafhankelijke situatie, te bren-alle gedecentraliseerde voorzieningen gen. Dat betekent preventief werken: de‘ontschot’ in het kader van de Werk- brug naar werk moet al vanuit de schoolschool te kunnen worden ingezet. worden geslagen. Het overgrote deel vanDe Werkschool voorkomt immers een de jongeren onder het startkwalificatie-beroep op Wajong-middelen, een beroep niveau kan en wil werken. Maar dezeop de gemeentelijke Wet Investeren in jongeren kunnen niet altijd zonderJongeren (WIJ) en mogelijkerwijs op gerichte en op de persoon toegesnedenjeugdzorgvoorzieningen en re-integratie- steun op eigen kracht een arbeidsplekbudgetten. De grote financiële winnaar veroveren. De bemiddeling naar werkvan een succesvolle regionale Werkschool moet zo vroeg mogelijk worden ingezet:zijn de gemeenten (op termijn zou een niet na het beëindigen van de school-zij-instroom vanuit de Wet Werk en periode maar tijdens. Bij volledige uitrolBijstand tot de mogelijkheden behoren). van het Werkschoolconcept met hetHet is aan het kabinet om zorg te dragen ontschot inzetten van regionale midde-voor het ‘ontschotten’ van middelen. len, verwachten wij dat:Voor de onderwijsinstellingen betekentdit dat bij de overdracht van leerlingen • Het aantal stage- en leerwerkplaatsennaar de Werkschool de reguliere dat ter beschikking wordt gesteld aanfinanciering met de leerling meegaat leerlingen onder startkwalificatie-(afhankelijk van de gerealiseerde niveau sterk zal toenemen.ontschotte regionale middelen). • Daardoor steeds meer leerlingen dieDe consequenties zijn dat leerlingen op eigen kracht de stap naar werk nietniet in het laatst bekostigde leerjaar kunnen maken, werkervaring kunnenvan vso en pro kunnen worden over- opdoen in de Werkschool. 11
  13. 13. • De scholen zich kunnen concentreren uitkering significant verminderen. op hun leerdoelen en schaalvoordelen • Biedt de werkgever een gekwalifi- kunnen behalen bij hun arbeids- ceerde werknemer. Het bedrijfsleven opleiding. kampt met moeilijk vervulbare• Scholen als toeleverancier van de vacatures. Mede door de vergrijzing Werkschool het onderwijs arbeids- ontstaat er aan de onderkant van marktgerichter gaan inrichten, de arbeidsmarkt werk. Daar is wel waardoor het rendement van het gekwalificeerd personeel voor nodig. onderwijs toe zal nemen. De Werkschool zal dit personeel• De efficiency van centrale en decen- kunnen leveren. trale publieke middelen aanzienlijk • Biedt de overheid meer rendement zal toenemen, doordat zij in samen- met minder middelen. Op dit moment hang kunnen worden ingezet. worden alleen miljarden, geïnvesteerd• Een sluitende aanpak voor alle jonge- in de jongeren voor wie de Werk- ren met arbeidscapaciteit kan worden school bedoeld is. De Werkschool zal gerealiseerd: of op eigen kracht of het rendement aanzienlijk verhogen. via de Werkschool naar arbeid. Bovendien, de Werkschool kan bud-• Ook de leerlingen die geen perspec- gettair neutraal worden ingevoerd. tief op werk hebben – en waarvoor de Daarnaast is het op basis van een Werkschool dus ook geen oplossing voorzichtige inschatting mogelijk biedt – op een effectievere manier om door ontschotte inzet van midde- kunnen worden geholpen, doordat len in de domeinen onderwijs, zorg, de groep helder is afgebakend en arbeidsmarkt en sociale zekerheid maatregelen dus gericht kunnen een besparing te realiseren van worden ingezet. ten minste 20%. Het gaat om een directe besparing. Op middellangeDe commissie beveelt aan om op korte en lange termijn zullen de besparin-termijn een experiment van twee jaar gen groter zijn. Van de Werkschoolmet minimaal vijf Werkscholen te zal een preventieve werking uitgaan:starten met als opdracht: creëer zicht werk bespaart een langdurigeop werk voor leerlingen die dat anders uitkering.niet zouden hebben gehad. Vervolgenskan de Werkschool in jaar 3 uitgerold Kritische succesfactorenworden over alle 30 arbeidsmarktregio’s. Voor een succesvolle invoering kentUiteraard afhankelijk van de ervaringen de Werkschool een aantal kritischedie in de praktijk zijn opgedaan. succesfactoren: • Werk is leidend. Het volume vanDe Werkschool is het structurele ant- de Werkschool wordt bepaald doorwoord om een wezenlijk deel van de het aantal beschikbare stage- enjongeren aan de onderkant van de leerwerkplaatsen.arbeidsmarkt aan het werk te krijgen. • De Werkschool gaat uit van praktijk-Invoering van de Werkschool: gericht leren. De Werkschoolleerling• Biedt de jongere werk in plaats van leert door te werken. een uitkering. Om een beeld te geven: • De Werkschool moet op alle fronten uiteindelijk stroomt meer dan 70% die essentieel zijn in te toeleiding van de leerlingen van vso cluster 3, van de jongere naar de arbeidsmarkt ongeveer 35% van de leerlingen de werkgever kunnen ontzorgen. van vso cluster 4 en ongeveer 45% • De Werkschool moet op alle fronten van de leerlingen van het praktijk- die essentieel zijn in te toeleiding onderwijs de Wajong in. De Werk- van de jongere naar de arbeidsmarkt school zal deze uitstroom naar de de jongere kunnen ontzorgen. 12
  14. 14. • Hiervoor moet de Werkschool de middelen, die hiervoor nodig zijn, ontschot kunnen inzetten.• De Werkschool moet een goede en onafhankelijke positie hebben tussen onderwijs en bedrijfsleven. De Werk- Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werk school moet ook vanuit een uniforme kwaliteitsstandaard werken. Hiervoor is de franchiseformule met Werk- scholen en Werkmaatschappij het antwoord. 13
  15. 15. 1.Inleiding
  16. 16. 1.InleidingEen groot aantal jongeren is niet in staat een startkwalificatie tebehalen, mist in de huidige leerlijnen van het onderwijs de aan-sluiting met de arbeidsmarkt en wordt in plaats van duurzaam eco-nomisch zelfstandig duurzaam uitkeringsafhankelijk. De commissieconstateert dat voor, tijdens en na de economische crisis de werk-loosheid binnen deze groep te hoog is. Zonder additionele begelei-ding bereiken deze jongeren niet de arbeidsmarkt. Er is een beteretoeleiding van onderwijs naar arbeidsmarkt nodig.Doelstelling van de Werkschool is om deze toeleiding vorm te gevenen zo de overstap naar de arbeidsmarkt voor deze jongeren tevergemakkelijken. De doelgroep van de Werkschool is de groepjongeren die niet in staat is via de bestaande trajecten de arbeids-markt te bereiken. Dat wil niet zeggen dat een beroepskwalificatievoor deze doelgroep niet haalbaar is. De stap naar de arbeidsmarktkan door deze jongeren niet worden genomen via de bestaandescholingstrajecten.De minister van OCW heeft namens het kabinet de commissiegevraagd het concept van de Werkschool nader uit te werken.Meer specifiek dient de commissie een antwoord te geven opde volgende hoofdvragen:1. Welke doelgroep bedient de Werkschool?2. Hoe wordt de Werkschool vormgegeven?3. Welke kwalificaties worden op de Werkschool behaald?4. Wat voor infrastructuur is nodig om succesvol naar de arbeidsmarkt toe te leiden?5. Hoe wordt de Werkschool gefinancierd en welke randvoorwaarden zijn verder noodzakelijk? 16
  17. 17. 1. InleidingAandachtspunten voor de commissie zijn: De Werkschool moet een duurzame en integrale oplossing bieden. Gewaakt moet worden voor een nieuwe loot in het woud van al bestaande voorzieningen. De Werkschool moet wezenlijk iets toevoegen en bij voorkeur integreren. Bundeling in doelgroep kan het concept versterken, maar tegelijkertijd wordt van de Werkschool dan wel gevraagd om met een grote diversiteit aan problemen en doelgroepen om te gaan. De commissie dient te onderzoeken of de Werkschool budgettair neutraal kan worden ingevoerd.De commissie ziet dat Nederland in een economische crisisverkeert. Een crisis die ingrijpende gevolgen zal hebben opde middelen die van overheidswege ingezet kunnen worden.Meer doen met minder is hierbij het devies. Dit vergt creativiteiten ondernemerschap. Of zoals Albert Einstein ooit verwoordde:‘We can’t solve problems by using the same kind of thinking weused when we created them.’De commissie heeft een aantal gesprekken gevoerd met mensendie zich professioneel bezig houden met arbeidsmarkt, onderwijsen (jeugd-)zorg om vanuit verschillende invalshoeken de contourenvan de Werkschool scherp te krijgen. Daarnaast heeft een aantalpartijen op eigen initiatief hun standpunt ingebracht bij decommissie. Bij het opstellen van dit advies heeft de commissiedeze standpunten betrokken. In bijlage 3 is een overzicht tevinden van partijen/personen die geconsulteerd zijn. 17
  18. 18. 2.Analyse
  19. 19. 2.1 Onderwijs voor sommige leerlingen mogelijk is ook na hun 20e in het vso te zitten.2.1.1 Een heterogene doelgroep De beperkingen van deze jongeren zijn zeer divers. Het betreft onder andereDe onderwijssoorten meervoudig gehandicapten jongeren,De Werkschool richt zich op jongeren zeer moeilijk lerende jongeren endie in de bestaande leerlijnen de aanslui­ jongeren met een gedragsprobleem.ting met de arbeidsmarkt missen, terwijl De mogelijkheden van de jongerenaansluiting wel mogelijk is met additio­ lopen vanwege het verschil in beper­nele begeleiding. De problemen/beper­ king sterk uiteen. Een globale inschat­kingen van de jongeren kennen een grote ting laat zien dat een deel van deheterogeniteit. Gemeenschappelijk is jongeren in staat is om met de juistedat de jongeren door hun beperkingen begeleiding een regulier diploma teen problemen niet in staat zijn een start­ halen (circa 25 – 30 %), een deel vankwalificatie te halen en daardoor een de jongeren zal zonder diploma degrote afstand hebben tot de arbeids­ arbeidsmarkt kunnen betreden (circamarkt. De overlap in doelgroep is ook 40­50%), en een deel van de jongerenzichtbaar in de regionale verdeling van zal vanwege zijn beperking niet inhet aantal leerlingen pro, vso en mbo1. staat zijn een diploma te behalen ofEen globaal beeld laat zien dat in Gronin­ te participeren op de arbeidsmarktgen het aantal leerlingen in het speciaal (circa 25­30%). Grote uitdaging vooronderwijs bijvoorbeeld relatief laag is, het speciaal onderwijs is om de groepterwijl het aantal leerlingen in het pro jongeren die niet in staat is een regu­en mbo1 juist relatief hoog is. In de lier diploma te behalen, direct naar deomgeving Eindhoven is juist het aantal arbeidsmarkt te begeleiden. Een deelleerlingen in het speciaal onderwijs van de scholen heeft deze focus oprelatief hoog, en het aantal leerlingen arbeidstoeleiding al in hun onderwijsin het praktijkonderwijs relatief laag. aangebracht, een ander deel staat hierin nog in de beginfase.De commissie richt zich dan ook op de De commissie richt zich vooral oponderwijssoorten waar deze aansluiting cluster 3 (lichamelijk gehandicapteproblematisch is, maar geenszins on­ kinderen, zeer moeilijk lerende kinde­mogelijk. Het gaat dan primair om de ren ­ ZMLK­ en langdurig zieke kinde­onderwijssoorten die niet opleiden tot ren met een lichamelijke handicap,startkwalificatieniveau (een diploma of meervoudig gehandicapte kinderenmbo2, havo of vwo is een startkwalifi­ die één van deze handicaps hebben)catie), te weten: en cluster 4 (zeer moeilijk opvoedbare kinderen ­ ZMOK ­ langdurig zieke• Voorgezet speciaal onderwijs (‘vso’): kinderen anders dan met een lichame­• Cluster 1 lijke handicap en kinderen in scholen• Cluster 2 met aan pedologische instituten).• Cluster 3 Jongeren uit cluster 1 (visueel gehandi­• Cluster 4 capte kinderen of meervoudig gehan­ dicapte kinderen met een visueleCirca 33.000 jongeren met een beper­ handicap) en cluster 2 (dove of slecht­king volgen onderwijs in het voort­ horende kinderen, kinderen metgezet speciaal onderwijs. Het vso geeft ernstige spraakmoeilijkheden ofonderwijs aan leerlingen tot 20 jaar. meervoudig gehandicapte kinderenIndien nodig kan de Onderwijsinspec­ die één van deze handicaps hebben)tie het onderwijs telkens met één jaar hebben primair een fysieke beperking.ontheffing verlenen, waardoor het Dit zegt niets over intelligentie of 20
  20. 20. leervermogen. Vaak is er echter bij • Middelbaar beroepsonderwijsdeze jongeren meer aan de hand dan (‘mbo’):alleen de aanwezigheid van de fysieke • Arbeidsmarktgekwalificeerdbeperking. De jongeren uit cluster 3 Assistent (‘AKA’)en 4 hebben vaak te maken met multi­ • Niveau 1: assistent beroepsbeoefe­problematiek die, hetzij aangeboren, naar (geen startkwalificatie) 2. Analysehetzij later ontstaan is en hen beperktde arbeidsmarkt te betreden. Circa 24.000 jongeren volgen onder­ wijs in het mbo1/AKA. De instroom• praktijkonderwijs (‘pro’) in het mbo1/AKA is drempelloos. Dit betekent dat jongeren die in hetCirca 27.000 jongeren volgen onderwijs voortgezet onderwijs geen diplomain het praktijkonderwijs. Het praktijk­ gehaald hebben toch het mbo in kun­onderwijs geeft onderwijs aan leerlin­ nen stromen. Ook oud leerlingen uitgen tot 18 jaar. Indien nodig kan de het vso en Praktijkonderwijs behorenOnderwijsinspectie twee maal het tot de populatie van het mbo1/AKA.onderwijs telkens met één jaar onthef­ De uitval in het mbo1/AKA is groot.fing verlenen, waardoor het voor som­ Een groot deel van de deelnemersmige leerlingen mogelijk is om tot het haalt geen mbo1 diploma (percentage20e jaar praktijkonderwijs te volgen. vsv’ers in bol1: 33,4 % en bbl1 39,5%,Deze jongeren zijn moeilijk lerend (IQ voorlopige cijfers 2008­2009), en eentussen de 55 en 80) en zijn in principe nog lager percentage is vervolgensniet in staat om een startkwalificatie te in staat om een startkwalificatie tebehalen. Het praktijkonderwijs heeft behalen. In het mbo1 komt veel socialedaarom de wettelijke opdracht om problematiek samen. Vanwege dedirect op te leiden voor de arbeids­ drempelloze instroom in het mbo zijnmarkt. De laatste jaren is een tendens er in mbo2 vooral bij ongediplomeer­zichtbaar dat jongeren na het verlaten den problemen in de aansluiting metvan het praktijkonderwijs toch probe­ de arbeidsmarktren een mbo 1 diploma te behalen.Een aantal van hen slaagt hierin, een • De REA­institutengroot aantal echter ook niet. Ookwanneer de leerling er wel in slaagt Er bestaan vijf REA­scholingsinstitu­een mbo1 of 2 diploma te behalen, is ten die scholing verzorgen voor Wa­het risico groot dat de leerling vervol­ jongers met ernstige scholingsbelem­gens de stap naar de arbeidsmarkt meringen met als doel plaatsing op deniet zonder begeleiding kan maken. arbeidsmarkt. Met ingang van januariHet praktijkonderwijs heeft zich de 2006 heeft de minister van SZW eenafgelopen jaren steeds beter ingericht vorm van marktwerking voor dezein de arbeidsmarkttoeleiding van deze instituten in het leven geroepen.groep jongeren en hiervoor expertise De REA­instituten, maar ook andereopgebouwd. Wel is de afstand tot de private aanbieders, kunnen elk jaararbeidsmarkt van praktijkschoolleer­ een subsidieverzoek bij het UWV in­lingen groter dan van mbo­leerlingen. dienen voor het scholen van Wajon­Ook zijn er grote regionale verschillen gers. Hoewel tot op heden elk jaarin het praktijkonderwijs als het gaat alleen de REA­instituten de subsidieom het rendement van arbeidsmarkt­ kregen toegekend, vrezen de REA­toeleiding. Op dit moment is het prak­ instituten vanwege de gekozen finan­tijkonderwijs een grote toeleverancier cieringssystematiek voor hun voort­van de Wajong. bestaan en het daardoor verloren gaan van de door hen opgebouwde expertise. 21
  21. 21. Deze bestaansonzekerheid ligt ten Er is, mede op basis van gegevens vangrondslag aan de wens van de REA­ het UWV, wel het een en ander bekendinstituten om onder het OCW­domein over de instroom in de Wajong. De door­te worden gebracht. De gezamenlijke stroom van onderwijs naar WajongREA­instituten begeleiden jaarlijks wordt in onderstaand schema weer­ongeveer 400 deelnemers. Het budget gegeven. Ook vanuit de andere onder­dat hier bij hoort bedraagt ongeveer wijssoorten is er instroom in de Wajong.13,3 miljoen. In 2009 en 2010 hebben Deze instroom is echter van een margi­de REA instituten € 2,5 miljoen extra naal karakter.financiering ontvangen. Met de aanpassing van de Wajong (per 01­01­2010) en de gemeentelijkeDe commissie laat het vmbo expliciet verantwoordelijkheid die is vastgelegdbuiten de reikwijdte van haar opdracht. in de WIJ, is er nog onduidelijkheidHet vmbo heeft als opdracht op te leiden over hoe de groep schoolverlaters nutot startkwalificatieniveau. Dat neemt doorstroomt. Over de effecten van deniet weg dat er vmbo­leerlingen zijn nieuwe Wajong is nog onvoldoendedie in de praktijk de aansluiting met de bekend om daar een uitspraak over tearbeidsmarkt missen en ook niet in staat kunnen doen.zijn door te stromen naar een hoger > zie schema 2 op pagina 25onderwijsniveau. Deze leerlingen horenin dat geval thuis in het praktijkonder­ Op 1 oktober 2009 werd de Wet investe­wijs of – zij het in mindere mate – het ren in jongeren (WIJ) ingevoerd. Dezevso. De commissie beveelt daarom wel wet verplicht gemeenten om jongerenaan om een scherpe selectie aan de poort tot 27 jaar die zich melden voor eente houden van het vmbo en een goede uitkering een aanbod te doen op hetaansluiting tussen vmbo en praktijk­ gebied van (door­)leren, werken of eenonderwijs te borgen voor die jongeren combinatie van beide. Dit is een inge­die niet in staat zijn het vmbo met goed wikkelde opgave voor gemeenten, omdatgevolg af te ronden. zij (bijna niet) over dit aanbod gaan en afhankelijk zijn van anderen (werkgevers2.1.2 Variatie in duur, volume en en onderwijs).bekostiging Op 1 januari 2010 is de nieuwe WajongDe duur, populatie en bekostiging van ingevoerd. Deze wet richt zich op jong­deze onderwijssoorten varieert sterk. gehandicapten. De nieuwe Wajong be­ > zie schema 1 op pagina 23 oogt ten opzichte van de oude Wajong een springplank te zijn in plaats van2.2 Uitkering in plaats van werk een vangnet: waar eerst inkomensonder­ steuning centraal stond, gaat het nu omDe jongeren waar het in dit advies over het vinden en behouden van werk engaat lopen het risico de aansluiting met de ondersteuning die hiervoor nodig is.de arbeidsmarkt te missen. Dat betekent Maar daarmee is het vangnet voor eendat een aantal van deze onderwijssoorten groot deel van de Wajong­gerechtigdendirect of indirect grote toeleveranciers weggevallen. Daarbij moet bedachtzijn van overheidsuitkeringen. De com­ worden dat Wajongers geen arbeidsver­missie constateert dat er weinig bekend leden hebben en daardoor een zeer groteis over de uitstroom van jongeren uit afstand tot de arbeidsmarkt hebben tenhet onderwijs en de mate waarin deze opzichte van andere uitkeringsgerech­jongeren in staat zijn direct dan wel tigden. De kans om uit de Wajong teindirect duurzaam economisch zelfstan­ stromen is aanzienlijk lager dan de kansdig te worden. om uit andere uitkeringen te stromen. 22
  22. 22. schema 1Huidige onderwijsbeskostiging per jaar per leerlingaantal leerlingen per jaarbron: Kerncijfers OCW 2005-2009 MbO 4 Theoretisch MBO Onderbouw MBO 3 Gemengd VMBO MBO 2 Basisonderwijs € 5.000 Kader MBO 1/AKA 1 BBL 9.200 1 BOL 4.100 € 7.400 Basis AKA BBL € 5.000 11.000 AKA BOL € 7.400 Onderwijsvorm LWOO PRO 27.000 € 12.000 PRO 250 € 31.500 onderwijs REC 1 Speciaal REC 2 2.200 € 17.500 REC 3 13.000 € 16.500 VSO REC 4 18.000 € 13.500Leeftijd 19-20 20-21 19 13 18 17 16 15 14 -12 - 18- 12- 17- 16- 15- 14- 13- 23
  23. 23. Het UWV – de uitvoerder van de Wajong 2.3­ constateerde in 2007 al: ‘Jonggehandi­capten stromen vooral in als ze jong zijn, Arbeidsmarktvaak direct van school. School of studieis daarom een belangrijke herkomst­ 2.3.1 Kerncijfers arbeidsmarktcategorie. Deze categorie is vooral vanbelang omdat het aantal leerlingen op de In 2009 bedroeg de totale Nederlandseschooltypes met veel jonggehandicapten beroepsbevolking bijna 8 miljoen men­(het praktijkonderwijs (pro)) en het sen, waarvan iets meer dan 900.000voorgezet speciaal onderwijs (vso)) de jongeren in de leeftijd 15­25 jaar. Van delaatste jaren sterk toeneemt. Niet alleen totale beroepsbevolking zijn 377.000school als herkomsttype is dus van mensen werkloos, een percentage vanbelang maar ook het schooltype.’ Er is 4,8% op de totale beroepsbevolking.volgens het UWV weinig reden om aan Binnen de leeftijdsgroep 15­25 jaar ligtte nemen dat het actuele beeld sterk is dit percentage ruim tweemaal zo hoog,gewijzigd. In hetzelfde onderzoek stelt op 11%. 99.000 van de 900.000 jongerenhet UWV: ‘We hebben vastgesteld dat zijn werkloos. Het Kabinet verwacht inde instroom van de Wajong vooral toe­ de Miljoenennota 2011 dat de werkloos­neemt vanwege de toenemende door­ heid in zowel 2010 als 2011 oploopt totstroom vanuit de Bijstand (inclusief 5,5% (circa 435.000 personen).indirecte invloed), de stijgende instroomvanuit het vso/pro en een toenemende Actuele cijfers van UWV en CBS laten hetinstroom van jongeren met vooral autis­ volgende zien:tisch spectrumstoornissen. (…) Ook het • In september 2010 (gegevens UWV):aantal leerlingen op het vso/pro blijft • Aantal Niet Werkende Werkzoe­stijgen (de laatste twee jaar met bijna kenden (NWW’ers; bij UWV inge­10% per jaar) [NB de afgelopen jaren schreven werkzoekenden van 15­64groeit het praktijkonderwijs niet meer]. jaar zonder werk of minder dan 12Omdat deze groep ruim 40% van de uur per week werkzaam): 488.200,instroom uitmaakt, leidt een stijging waarvan 116.000 ongeschooldvan het aantal leerlingen met 10% tot een • 270.000 mensen in de WWtoename van circa 4%.’ Over het profiel • In augustus 2010 (gegevens CBS):van de Wajonger zegt het UWV dat ‘de • 396.000 Werkloze Beroeps Bevol­gemiddelde Wajonger niet iemand is king (WBBérs; personen van 15­64met een lichamelijke aandoening die is jaar zonder werk of minder dan 12aangewezen op een rolstoel, maar iemand uur per week werkzaam die directmet een verstandelijke beperking of beschikbaar zijn voor de arbeids­andere ontwikkelingsstoornis, of met markt en actief naar werk zoekeneen psychische problematiek. Deze zijn • 340.000 mensen in de WWBsamen goed voor 85% van de instroomin 2006.’ Startkwalificatie In totaal kent Nederland ongeveer 2 miljoenen jongeren in de leeftijdscate­ Werkloze Werkloosheids­ Beroepsbevolking beroepsbevolking percentage 15­25 jaar 902.000 99.000 11,0% 15­65 jaar 7.846.000 377.000 4,8% 24
  24. 24. schema 2Uitstroom per jaarInstroom in Wajong (2008) en werkbron: UWV onderzoek ‘De groei van de Wajongstroom’ (2007-2008) MBO 4 Theoretisch MBO Onderbouw MBO 3 Gemengd VMBO MBO 2 1 BBL Kader MBO 1/AKA 3.200 5.300 Diploma Basisonderwijs Uitval 1 BOL Basis AKA BBL 3.800 4.300 AKA BOL Onderwijsvorm LWOO Werk Doorstroom opleiding anders 1.700 3.200 200 700 2.200 PRO PRO 6.000 onderwijs Speciaal REC 1+2 500 REC 3 2600 VSO REC 4 3400 260 1.500 200 1.400 Direct (Deels) WAJONG Indirect 1.000 1.400 400 40 REC 1+2 REC 3 REC 4 PROLeeftijd 19-20 20-21 19 13 18 17 16 15 14 -12 - 18- 12- 17- 16- 15- 14- 13- 25
  25. 25. gorie 15 tot 25 jaar. 185 duizend van deze • (Door vergrijzing) zal er meer vraagjongeren (9 %) zat in 2009 niet meer op naar laag geschoold verzorgendschool en was ook niet in het bezit van personeel (alfahulp, thuishulp A).een startkwalificatie, zo blijkt uit gege­vens van CBS. De werkloosheid onder 2.3.2 Relevante ontwikkelingendeze groep is gemiddeld bijna tweemaalzo hoog als van jongeren die wel een De commissie identificeert een aantalstartkwalificatie bezitten. Zo lag in 2009 ontwikkelingen die betekenisvol zijnde werkloosheid onder jongeren zonder voor het Werkschoolconcept:startkwalificatie op bijna 12%, tegen 1. Vraag naar andere competentiesbijna 7% onder jongeren met startkwali­ van personeelficatie. Deze 2:1­verhouding is het afgelo­ 2. Uittreding babyboomgeneratiepen decennium tamelijk stabiel gebleven, 3. Vergrijzingondanks conjuncturele schommelingen. 4. Gevolgen huidige crisis > zie schema 3 op pagina 27 5. ArbeidsmarktdiscrepantiesOnderkant arbeidsmarkt 1: Vraag naar andere competenties vanVan alle werkzoekenden is 24% laagop­ personeelgeleid: zij hebben hoogstens een vmbo­ Voor een deel van de jongeren metdiploma. In het onderzoek ‘Minder werk ontwikkelingsstoornissen en gedrags­voor laagopgeleiden?’ heeft het SCP problematiek is routinewerk zonderonderzocht hoe de arbeidsmarkt zich de werkdruk het meest geschikt. Dit botstafgelopen twintig jaar heeft ontwikkeld met de ontwikkelingen die de Neder­voor laagopgeleiden (hoogstens vmbo­ landse economie de afgelopen decenniadiploma of gelijkwaardig) en wat de heeft doorgemaakt richting een kennis­verwachtingen zijn voor de toekomstige en diensteneconomie, met meer auto­vraag naar laaggeschoolde arbeid. nomie voor de werknemer, (een zekereOngeveer 8% van de totale werkgelegen­ mate van) verandering, strakkere dead­heid bestaat uit elementaire banen (hier lines en de vervanging door technologieis geen opleiding voor nodig) en 22% van bij de uitvoering van routinetaken.de totale werkgelegenheid bestaat uit Daarnaast wordt van de moderne werk­banen waarvoor een opleiding op vmbo­ nemer meer sociale vaardighedenniveau nodig is. Het aandeel laagopge­ verwacht, als gevolg van kennisdeling,leiden is de afgelopen decennia sterker meer communicatie/­samenwerkinggedaald dan het aandeel laaggeschoolde en impliciete regels en verwachtingen.banen. Dat betekent dat er in principe Deze trend, waarop ondermeer de SERvoldoende banen zouden moeten zijn heeft gewezen in haar advies ‘De winstvoor deze groep. Het beroepsniveau van van maatwerk’, zorgt voor een toegeno­laagopgeleiden daalde wel: ze hebben men belang van arbeidsmarkttoeleiding.vaker dan vroeg een baan op het laagsteniveau (elementair werk). 2: Vergrijzing De verandering in bevolkingsopbouw• Het aandeel laaggeschoold werk is (vergrijzing) legt een groter beslag op de afgelopen twintig jaar constant het werkende deel van de beroepsbevol­ gebleven. Hoewel de verwachtingen king en dit beslag zal de komende jaren ten aanzien van de toekomst volgens (gezien het grote aantal 40­ tot 65­jari­ het SCP uiteen lopen lijkt de aard van gen) alleen maar toenemen. Dit maakt laaggeschoold te gaan veranderen: het van belang dat er zoveel mogelijk• (door mechanisering) zal er minder mensen aan het werk zijn. agrarisch en technisch/industrieel/ ambachtelijk werk zijn; 26
  26. 26. schema 3WerkloosheidspercentageJongeren 15-25 jaar met en zonder startkwalificatiebron: CBS 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 27
  27. 27. 3: Uittreding babyboomgeneratie len in te zetten voor deze groepen laag­Met de verandering van de bevolkings­ en ongeschoolden en voor die groepenopbouw zal ook de samenstelling van wier loonwaarde te laag ligt om aan eende beroepsbevolking veranderen. reguliere baan te komen, de komendeDe beroepsbevolking is de afgelopen tien jaren sterker aanwezig dan ooit. Zonderjaar naar verhouding ouder geworden extra ondersteuning is werk voor ieder­(zoals blijkt uit onderstaande grafiek). een immers een illusie. Ondanks tal vanEen fors percentage van de beroepsbe­ subsidiemaatregelen (…) bleven groepenvolking zit in de leeftijdscategorie 55 tot laaggeschoolden, ouderen, gedeeltelijk65 jaar (de babyboomgeneratie) en zal arbeidsgeschikten en jongeren uit bij­de komende jaren met pensioen gaan. voorbeeld het voortgezet speciaal onder­Van de jongere generaties wordt verwacht wijs ook in een periode van grote kraptedat ze de plekken gaan overnemen. op de arbeidsmarkt zonder werk. (…)Hiertoe moeten deze generaties wel De RWI pleit er in dit verband voor omvoldoende geëquipeerd zijn. (…) ook marktpartijen meer te betrekken > zie schema 4 op pagina 29 (in publiekprivate samenwerking) om gebruik te maken van het instrumenten­4: Gevolgen huidige crisis palet dat aanwezig is. Dat betekent geenVooral de groep lager opgeleiden zal op nieuwe maatregelen en voorzieningende langere termijn de gevolgen ervaren op hetgeen er al is stapelen, maar eerdervan de economische crisis. In de woorden het bestaande toegankelijker en aan­van de OECD (2010): trekkelijker maken voor werkgevers en alle (groepen van) werkzoekenden.’‘Since the risk of being unemployed in difficulteconomic times is typically greater for less De toekomstige arbeidsmarkt stelt nieu­educated individuals, it is for this group that we eisen aan werkgevers en werkenden.cyclical unemployment can become a market Zo vraagt de grotere internationalenor actively seeking employment. concurrentie om innovatieve manierenOnce individuals are out of the labour force for om de arbeidsproductiviteit te vergroten,an extended period, it is, in many instances, bijvoorbeeld door slimmer werken endifficult for them to re-enter because of skill door technische innovatie. Door struc­obsolescence, deteriorating incentives to seek tuurverschuivingen zullen er meeremployment, and other barriers to labour dienstverlenende functies zijn. Medemarket re-entry. Many jobs that are lost will daardoor zal laaggeschoold werk naarnot reappear once the economy returns to verwachting niet verdwijnen.growth, particularly in the lower skills segment.’ De kwantitatieve en kwalitatieve discre­5: Discrepanties op de arbeidsmarkt panties op de arbeidsmarkt zullen voor­In de Arbeidsmarktanalyse 2010 stelt doen, ongeacht het opleidingsniveau.het RWI voor de situatie in Nederland: Hoewel een krapper wordende arbeids­‘Veel zorg moet uitgaan naar de onder­ markt (deels door vergrijzing) meerkant van de arbeidsmarkt, waar een baankansen biedt, ook voor lager op­groot maatschappelijk probleem dreigt geleiden, blijven binnen sectoren of inte ontstaan. Er zijn voldoende onge­ regio’s personeelsoverschotten of ­tekor­schoolde banen en deze nemen ook niet ten bestaan. Voor lager opgeleide enin aantal af. De arbeidsmarktanalyse laat kwetsbare jongeren kunnen arbeids­zien dat ongeschoolde werknemers marktdiscrepanties gepaard gaan metechter worden verdrongen door werk­ hoge werkloosheid en langdurige uit­nemers met een opleiding op of rond keringsafhankelijkheid. Het laagopge­startkwalificatieniveau.’ En: ‘Daarnaast leid zijn is een belangrijke risicofactor,is het van belang om gerichte maatrege­ ofschoon werk aan de onderkant van 28
  28. 28. 24 Sept. 1999 tot 29 Sept. 2000 29 Sept. 2000 tot 28 sept. 2001 28 Sept. 2001 tot 27 Sept. 2002 27 Sept. 2002 tot 26 Sept. 2003 24 Sept. 2004 tot 30 Sept. 2005 schema 4 26 Sept. 2003 tot 24 Sept. 2004 30 Sept. 2005 tot 29 Sept. 2006 29 Sept. 2006 tot 28 Sept. 2007 2500 2000 1500 1000 x 1000 personen bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen 22-9-2010 500 029 Arbeidsdeelname totale bevolking naar leeftijd en geslacht; stromen jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 0 tot 15 75 jaar en ouder 15 tot 25 25 tot 35 35 tot 45 45 tot 55 55 tot 65 65 tot 75
  29. 29. de arbeidsmarkt niet verdwijnt. In een recente internationale vergelij­Het is daarom des te belangrijker dat king van Kenniscentrum CrossOver valtjongeren ondersteuning krijgen om te lezen (Een schets van het buitenland,voldoende productief te worden en Kenniscentrum CrossOver, 2010):daarmee werken aan hun toekomstige ‘Werkgevers zijn over het algemeenpositie op de arbeidsmarkt. niet zomaar bereid om iemand met een beperking aan te nemen. Als eerste is het van belang dat ze voldoende informatie2.4. krijgen over de betekenis voor het func­Het werkgevers- tioneren in de werksituatie als ze een jongere met een beperking aannemen.perspectief Als ze vervolgens door externen worden ondersteund in het aannemen en bege­ leiden van de jonge werknemer met eenErvaringen van werkgevers beperking, vergroot dit de kans op aan­Zonder gemotiveerde werkgevers komen name. Met andere woorden, als „hendeze jongeren nooit aan het werk. Er is de zorgen uit handen wordt genomen’,onderzoek verricht naar de motivatie en zullen werkgevers eerder geneigd zijndrempels van werkgevers om jongeren om over de streep te gaan. Als ze boven­aan te trekken in het kader van beroeps­ dien worden gecompenseerd voor depraktijkvorming. Werkgevers zijn veelal eventuele lagere productie van de jongegemotiveerd vanwege: werknemer met een beperking, vergroot dit wederom de kans op aanname.• een persoonlijke of levensbeschouwe­ Werkgevers zijn ook gebaat bij een groter lijke overtuiging; arsenaal aan contractvormen, voor al• het streven naar maatschappelijk hun werknemers, dus ook voor de jonge verantwoord ondernemen; werknemer met een beperking.’ Ook het• het economisch­pragmatische CPB constateerde in 2007 dat er een motief; informatieprobleem is met betrekking• een combinatie van bovenstaande tot de productiviteit. Werkgevers, motieven. Wajongers en hun begeleiders hebben geen scherp beeld van de mogelijkhedenVan de werkgevers heeft meer dan en de productiviteit van de Wajonger.90 procent goede ervaringen metWajong’ers en AKA­jongeren. AKA­ Belangrijke randvoorwaarden voorleerlingen zijn volgens leerbedrijven werkgevers zijn:prima inzetbaar: 88% geeft aan voldoen­ • de betreffende jongere moet overde werkzaamheden voor een AKA­ bepaalde werknemersvaardighedenstagiair(e) te hebben en 51 % is van beschikken. Het ontbreken van eenmening dat een gediplomeerde AKA­ zeker niveau van dergelijke vaardig­stagiaire voldoende inzetbaar is. heden vergroot het risico op uitval;Werkgevers die ervaring hebben met • er moeten mogelijkheden zijn voorde doelgroep noemen Wajongers over aansturing en begeleiding bij dehet algemeen zeer gemotiveerd en en­ uitvoering van werkzaamheden;thousiast. Maar uit een peiling van • werkgevers moeten goed inzichtKenniscentrum CrossOver onder hebben in de (on­)mogelijkhedenP&O’ers en HRM’ers blijkt ook dat ‘extra van de kandidaataandacht en extra tijd (…) de meest • werkgevers moeten inzicht hebbengenoemde overwegingen [zijn] om geen in de voorzieningen en overtuigd zijnWajongere in dienst te nemen. Geld van de duurzame beschikbaarheidspeelt hierin een veel mindere rol.’ daarvan; 30
  30. 30. • Interne en externe begeleiding van de arbeidsproces. Voor werkgevers is het kandidaat moeten goed op elkaar zijn echter moeilijk om in te schatten wat de afgestemd. jongere wel kan en niet kan. Een aantal landen heeft dit probleem erkend en erWerkgevers lopen ten aanzien Wajongers passende maatregelen voor ontwikkeld,tegen het volgende aan: zo blijkt uit een internationale vergelij­ 2. Analyse• ingewikkelde en ondoorzichtige king (Een schets van het buitenland, regelgeving. Regelgeving rondom Kenniscentrum Crossover, 2010). voorzieningen (zoals inzet Wajong­ instrumentarium) is complex en Ervaringen van leerbedrijven weinig transparant. Daardoor zijn Bedrijven willen een volwaardige samen­ niet alle werkgevers zich bewust van werkingspartner van het onderwijs zijn. de mogelijkheden om gebruik te Door het gebrek aan communicatie maken van deze – permanente – en informatie­uitwisseling tussen leer­ voorzieningen; bedrijf, leerling en school hebben de• de administratieve lasten rondom leerbedrijven geen duidelijk beeld van de aanvraag van de beschikbare voor­ de oorspronkelijke structuur van de zieningen voor werkgevers; samenwerking tussen school en leer­• beperkte mogelijkheden om functies bedrijf: ‘wie behoort wat nu precies te aan te passen doen?’ Een derde deel van de leerbedrij­• de werkgever heeft onvoldoende ven geeft dan ook aan dat de duidelijk­ informatie over de mogelijkheden heid qua verantwoordelijkheids­ en en beperkingen van een jongere; taakverdeling tussen bedrijf en school• beeldvorming over jongeren met een knelpunt is. Bedrijven ervaren dat een beperking; zij onnodige tijd besteden aan het bege­• onbekendheid met de Wet Wajong leiden van het leerproces van leerlingen, en bijbehorende voorzieningen; ten gevolge van de onvolledige voor­• Wajongers zijn moeilijk vindbaar bereiding, gebrekkige samenwerking en voor werkgevers; grote verschillen tussen scholen.• de kwaliteit van de job­coach; De leerbedrijven zijn er van overtuigd• communicatie en gevoel van urgentie. dat de wil tot samenwerken er aan de kant van de school, bij de docenten,Bedrijven zijn vooral op zoek naar duide­ zeker is. Maar deze wil loopt in de prak­lijkheid. Door de vele experimenten tijk stuk op allerlei praktische en organi­zien ze door de bomen het bos niet meer. satorische zaken. De leerbedrijven gevenOnderstaand overzicht van Edunova aan het gevoel te hebben dat de scholengeeft een niet uitputtend beeld van een gelijkwaardige samenwerking metprocessen die in het onderwijs lopen op leerbedrijven qua tijd en organisatiehet snijvlak ‘onderwijs/arbeidsmarkt’. eigenlijk niet goed aan kunnen: ‘te wei­ > zie schema 5 op pagina 33 nig geld, te weinig tijd, teveel verande­ ring… de scholen zijn murw’ (Uit: Det­Tenslotte is het belangrijk om te consta­ mar & De Vries, Beroepspraktijkvormingteren dat jongeren niet altijd in staat zijn in het mbo, ervaringen van leerbedrijven,om een regulier diploma te halen. In het 2009).huidige systeem betekent dit dat dezejongeren per definitie minder kansen Meer uniformiteit tussen onderwijs­op de arbeidsmarkt hebben omdat ze instellingen in de vormgeving BPV en„niet gekwalificeerd zijn. Het officieel inhoud van het onderwijs is noodzake­niet gekwalificeerd zijn, wil niet zeggen lijk. De diversiteit en verschillen tussendat de jongere niet geschikt is om deel te onderwijsinstellingen en onderwijssoor­nemen aan het reguliere of beschermde ten zorgen voor een onwerkbare situatie 31
  31. 31. voor leerbedrijven die met verschillende Conclusiescholen samenwerken. Hierdoor worden De commissie stelt dat de bereidheid vande eerder genoemde knelpunten aan­ werkgevers om jongeren te begeleiden inzienlijk versterkt. De Algemene Reken­ de route naar de arbeidsmarkt wel aan­kamer heeft in 2008 de beroepspraktijk­ wezig is maar niet automatisch tot standvorming onderzocht. De Rekenkamer komt. Er moet voldaan worden aan eenstelt dat voor goede resultaten een goede aantal heldere condities. De toeleiding issamenwerking tussen alle betrokkenen niet werkgeversvriendelijk ingericht.van wezenlijk belang is, maar dat dezesamenwerking in het stelsel zoals het nuwerkt, lang niet altijd vanzelf tot stand 2.5komt en ook lang niet altijd zo goed is alsze zou moeten zijn Het perspectiefMKB Nederland en VNO­NCW hebben van de jongereondermeer in december 2006 aangegevendat een extra impuls nodig is om de Voor de jongeren die niet doorstromeninstroom van goed opgeleide vaklieden naar een vervolgopleiding, maar wel in(en het opschalen van werkenden in staat zouden moeten zijn productiefhet MKB) te stimuleren. De werkgevers­ te zijn in regulier werk, is het de vraagorganisaties bevelen een ‘flexibele welke ondersteuningsbehoefte zij heb­vakmanschapsroute’ aan, waarin erken­ ben en tegen welke belemmeringende beroepsopleidingen op een veel flexi­ zij oplopen.beler wijze worden aangeboden in devorm van werkend leren trajecten. MKB In het onderzoek ‘De ondersteuningNederland en VNO­NCW geven even wel geregeld’ heeft Kenniscentrumaan dat het beroepsonderwijs zich meer CrossOver het afgelopen jaar heten meer verplaatst naar de bedrijven Wajonglandschap in Helmond in kaart(waarbij wordt gewezen op onderzoek gebracht vanuit het perspectief vanvan het SCP, juni 2006), dat de lasten­ tien jongeren. Gekeken is naar de erva­druk rond praktijkleren fors is (en toe­ ringen van jongeren – van diverseneemt), de vergoedingen/middelen schoolniveaus en met diverse beperkin­achterblijven en de begeleiding vanuit gen – tijdens school en stage en in dede scholen wat betreft kwaliteit sterk toeleiding naar werk en in het werk zelf.verschilt (zie het overzicht). Deze jongeren blijken negen ondersteu­ ningsvragen te hebben. Ze willen op maat ondersteuning om zo min mogelijk Lastendruk Ondernemers besteden gemiddeld 16 werkdagen per jaar aan het begeleiden van stagiairs en zo’n 25 volle werkdagen per jaar aan het begeleiden van een bbl­leerling. Financiën De begeleidingskosten van ondernemers voor het opleiden van een leerling (rekeninghoudend met inverdieneffecten door geleverde arbeid) ligt gemiddeld op € 8.500,­ ­ € 11.000,­ per bbl­leerling of ruim € 4.500,­ per stagiair. Begeleiding Er zijn instellingen die alleen bij begin of einde van de praktijkleerperi­ ode contact opnemen of zelfs helemaal niet, naast goede en intensieve contacten. Daarnaast verschillen schoolbegeleiders in kwaliteit wat betreft vakdeskundigheid, actueel kennisniveau en zorgvuldigheid in het maken van afspraken. 32
  32. 32. Oriëntatie Beroepsgericht Transitie Nazorg Wet Kwaliteit VSO (kerndoelen & passend kwalificeren incl. waarderingskader) schema 5 LOB , AT, Burgerschapkunde CED/VOx/InZicht/ MBO 2010 WPL bron: Edunova Databases kenniscentrum Crossover, WIO, Equal, LIESA, Toolbox Assessment, LWPrO Pro-REC/ATC’s/REC’s/BAP/Regionale Wajong netwerken ESF 2007-2013 Kwaliteit en deskundigheid w.o. Slope/WOSO/CED ‘Boris’ (COLL & WEC-Raad) Werkschool (Commisie Kamps) Duale trajecten (Actis PrO WEG) Onderzoek TNO/WEC-Raad,IVA,Kohnstamm e.a. Convenant UWV/WEC-Raad Experimentenregeling UWV Programma Cultuuromslag Wajong (SZW) Stakeholdersoverleg & Informatieprogramma Wajong (UWV) Wet WIJ/Wajong/VVSW SLO. Bouwstenen voor het VSO. Uitstroomprofiel arbeid Processen onderwijs/arbeidsmarkt in het onderwijs Regiosessies kwetsbare jongeren (Rader Advies, i.o.v. JGZ en SZW i.r.t. Actieplan Jeugdwerkloosheid Koppeling met ZAT & CJS Ontwikkelingsperspectief via IHP naar Transitieplan naar Participatieplan33 Portfolio LVS ?
  33. 33. „last te hebben van de specifieke gevol­ during wisselen en dit aanspreekpuntgen van de aanwezige beperking. Er is moet iemand zijn die hij kan vertrou­afstemming nodig van benodigde zorg, wen en waarvan hij merkt dat hij ertherapieën en/of ziekenhuisopname. ook daadwerkelijk steunJongeren hebben een vervoersvoorzie­ van krijgt.’ning nodig voor vervoer van en naar • ‘Jongeren die in therapie of behande­school, stageplaats of werk. Daarnaast ling zijn, willen graag zo min moge­kan de toegankelijkheid van de gebouw­ lijk vertraging in hun school en willende omgeving kan een drempel opwerken. ook zo min mogelijk uitvallen inVerder willen de jongeren graag mee­ stage of werk. Zij zijn erg geholpendoen in school, stage en/of werk, met als zorg, school/stage en/of werk opbetrekking tot: elkaar worden afgestemd; zowela. omgaan met instructies; inhoudelijk als roostertechnisch.’b. groepswerk en gezamenlijke • ‘Jongeren met een beperking hebben opdrachten; extra ondersteuning nodig bij dec. werktempo, dagindeling, rooster; overgang van school naar werk, in ded. vaardigheids­ en kennistesten. werksituatie en bij hun hernieuwdeZoals ook de SER constateert hebben zoektocht naar werk als ze hun baanjongeren behoefte aan een vast aan­ kwijtraken. Werken is voor velen vanspreekpunt. Ook willen jongeren gehol­ hen nieuw en het omgaan met hunpen worden als het gaat om pesten en beperkingen in de werksituatie vraagtgevoelens van eenzaamheid. De jongeren van hen een extra inzet om goed meewillen inzien wat de gevolgen van de te kunnen draaien in de werksituatie.’beperkingen voor de beroepskeuze zijn.Tenslotte hebben zij begeleiding nodig Bij dit onderzoek waren 27 organisatiesin de overgang van school naar stage en betrokken uit de gemeente die constate­werk. ren: ‘De knelpunten die de organisaties ervaren hebben vaak te maken met deDe jongeren lopen in hun ondersteu­ transitiemomenten, zoals de overgangningsvragen tegen vier hoofdproblemen van school naar vervolgonderwijs of deop: overgang van school naar regulier werk,1. de indicatie voor de therapie of be­ gesubsidieerd werk of een andere vorm handeling laat lang op zich wachten; van dagbesteding.’2. de behandelende instanties houden geen rekening met het normale leven Deze organisaties zijn vaak verbonden in van de jongere; een netwerk. In een onderzoek uit 20083. de behandeling wordt gestopt om (Organisatienetwerken rond jongeren leeftijdsredenen, niet omdat de met een arbeidshandicap of beperking) behandeling niet meer nodig is; trekt Kenniscentrum CrossOver een4. de behandelende instanties werken aantal conclusies. Allereerst bestaan niet samen bij de behandeling er op regionaal niveau bestaan verschil­ van dezelfde jongere. lende organisatienetwerken met ieder een eigen focus, deelnemers en werk­Een aantal interessante bevindingen wijze. Veel van deze organisatienetwer­uit dit onderzoek: ken zijn geïnitieerd door het rijk en• ‘De jongere heeft een duidelijke vraag volgende verkokering die al op Rijks­ om één aanspreekpunt in school, niveau ontstaat. Zo wordt het Wajong­ stage of werk en in de begeleiding die netwerk gecoördineerd door het UWV hij krijgt. Dit aanspreekpunt moet en is gericht op participatie (SZW), de blijvend zijn, dat wil zeggen, dezelfde ZAT’s zijn gericht op leerlingenzorg persoon blijven en niet bij voort­ (VWS) en de RMC’s zijn gericht op voor­ 34
  34. 34. tijdig schoolverlaten (OCW). Daarnaast kan slaan bij de jongere en zijn ouders,worden de meeste door het rijk geïniti­ de school en de werkgever.eerde organisatienetwerken toegevoegdbovenop bestaande organisaties. De commissie constateert dat er geenDe coördinerende tussenlaag groeit hier compleet overzicht is van het voorzie­door. Naast de regionale organisatie­ ningenlandschap voor jongeren die in 2. Analysenetwerken zijn er organisatienetwerken een multiprobleemsituatie verkeren enrond een bepaalde aandoening: categori­ jongeren die gehandicapt zijn. En danale organisatienetwerken. En er is nau­ specifiek voor die voorzieningen diewelijks verbinding tussen de regionale voor jongere, werkgever en school rele­organisatienetwerken en categoriale vant kunnen zijn in de route school/stage/organisaties of netwerken. Tenslotte zijn werk. Er zijn diverse bronnen geraad­werkgevers niet of nauwelijks betrokken pleegd en diverse ministeries, belangen­bij organisatienetwerken die zich richten organisaties en experts benaderd.op het verwerven en behouden van(betaald) werk door jongeren met een In bijlage 5 is een overzicht te vinden vanarbeidshandicap of beperking. een aantal belangrijke voorzieningen. Dit lijkt, met de kennis die de commissieEen belangrijke conclusie uit het onder­ inmiddels heeft, een fragment te zijnzoek is: ‘Uitgaan van de ondersteunings­ van het totale voorzieningenlandschap.vraag van de jongeren, betekent voor Het lijkt voor de hand te liggen dat zowelde dienstverlenende organisaties dat zij jongeren als werkgevers door de com­met elkaar en in onderlinge samen­ plexiteit van het voorzieningenland­werking, onder regie van een partij, schap en het gebrek aan overzichtvaststellen op welke wijze zij diensten geconfronteerd worden met tegenstrij­in een gezamenlijk, geïntegreerd en digheden in wet­ en regelgeving. In 2009op elkaar afgestemd aanbod kunnen heeft Kenniscentrum CrossOver aan deaanbieden aan de jongere.’ hand van casuïstiek in het ‘Botsboek’ laten zien waar jongeren tegenaan lopen.Jongeren die ondersteuning nodig heb­ Kenniscentrum CrossOver constateertben in de route naar de arbeidsmarkt verder (Organisatienetwerken rondkunnen te maken krijgen met meerdere jongeren met een arbeidshandicap ofvoorzieningen. Deze voorzieningen beperking, 2008) dat de verantwoorde­vloeien voort uit verschillende wettelijke lijkheid voor jongeren met een arbeids­kaders, worden door verschillende par­ handicap of beperking is versnipperdtijen uitgevoerd en/of vertrekt, worden over diverse publieke organisaties en datin het ene geval toegekend aan de jon­ publieke organisaties op hun beurt voorgere, in het andere geval aan school de uitvoering weer een breed scala aanof werkgever. Voorzieningen kunnen organisaties inzetten. Dit vergroot hetdomeingebonden zijn. Een jonggehandi­ aantal organisaties waarmee jongerencapte die vervoer nodig heeft voor zijn te maken krijgen.privéleven, school, stage en werk, komtniet in aanmerking voor één vervoers­ Tenslotte blijkt uit een recent onderzoekvoorziening (het blijft immers gaan om van Kenniscentrum CrossOver (Past hetdezelfde jongere), maar kan in aanmer­ onderwijs?, 2010) onder jongeren dieking komen voor WMO­vervoer, AWBZ­ onder de werkingssfeer van passendvervoer, leerlingenvervoer, een vervoers­ onderwijs vallen dat één op de drie jon­voorziening vanuit de Wajong, et cetera. geren vindt dat de school hen goed voor­Deze voorzieningen gaan gepaard met bereid op werk. Jongeren die meer ofuiteenlopende toewijzingsprocedures en andere ondersteuning hadden gewild,de bijbehorende bureaucratie die neer noemen met name meer voorbereiding 35

×