<ul><li>Vreemd. Dat is wat dit rare gevoel in haar onderbuik betekent. Het is vreemd. Vreemd om weer terug te zijn op de p...
<ul><li>Lena staat voor haar huis, of ja, het huis van haar en Luke. Maar nu lijkt het haar huis niet meer. Het lijkt grau...
<ul><li>Maar ze moest terugkomen. Om Zuiderdijk en alle dorpjes eromheen, zoals het dorpje waar Harold en Ryan wonen, te v...
<ul><li>Wat dom dat ze daar niet eerder aan heeft gedacht!, denkt ze nu. Als ze op het moment, nadat ze Luke had- dan had ...
<ul><li>Maar ze herinnert zich dat ze op dat verschrikkelijke moment niet zo helder had kunnen denken en maar aan één ding...
<ul><li>Een geel lint is voor de voordeur gespannen. De dikke, zwarte letters op het lint wijzen haar erop dat ze het huis...
<ul><li>Voorzichtig trekt ze aan de linkerkant het gele lint los, op zo’n manier dat ze het zo meteen weer makkelijk vast ...
<ul><li>Binnen ruikt het muf en het is er enorm stoffig. Heel even blijft ze als een etalagepop stokstijf in de hal staan ...
<ul><li>Plotseling is ze weer terug in het heden, terug in de realiteit en loopt ze de trap op naar boven. Ze kan maar bet...
<ul><li>Achter een paar netjes, opgevouwen blouses van Luke, staat zijn kluis. Ze legt het stapeltje blouses aan de kant e...
<ul><li>Ze zucht een keer diep in en uit en probeert dan de juiste code voor de geest te halen. Terwijl het zweet in haar ...
<ul><li>Deze keer piept het slot één keer heel kort en vervolgens hoort Lena een klik. Het slot is open! Ze opent het klei...
<ul><li>Ze pakt de enveloppe uit de kluis en sluit het kleine deurtje. Ze legt het stapeltje blouses weer terug op zijn pl...
<ul><li>Ze kan het niet laten om een blik naar het kantoor van Luke te werpen. Haar blik valt op een aantal witte lijnen e...
<ul><li>Alle kleur verdwijnt uit haar gezicht. Haar handen trillen, bijna laat ze de enveloppe vol geld uit haar handen va...
<ul><li>Ze ziet alles weer voor zich. Hoe zij het pistool op Luke richtte, hoe Luke zijn zelfbeheersing verloor en op haar...
<ul><li>“ Zo, zo, wat moet dat hier?” Verschrikt draait Lena zich om. Middenin de ruimte staat een politieagent haar vrage...
<ul><li>Maar zo snel die grijns tevoorschijn is gekomen, zo snel is hij weer verdwenen. “Nou, zeg op! Wie ben je?” “Julia....
<ul><li>Hij loopt op haar af en grist de enveloppe uit haar handen en opent deze. “Zo, dat is niet mis. Hoe kom je aan al ...
<ul><li>“ Uit de kluis. Hierboven.” De agent knikt. “Je doet dit vast niet dagelijks. Je hebt namelijk het recht om te zwi...
<ul><li>Lena haalt haar schouders op. “Beetje laat om nu nog gaan te zwijgen, is het niet?” De agent pakt zijn handboeien ...
<ul><li>“ Mijn collega’s op het bureau weten wel raad met jou.” Maar Lena luistert al niet meer. Ze heeft een veel groter ...
 
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Donkere wolken #23

241 views

Published on

Published in: Travel, Entertainment & Humor
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Donkere wolken #23

  1. 2. <ul><li>Vreemd. Dat is wat dit rare gevoel in haar onderbuik betekent. Het is vreemd. Vreemd om weer terug te zijn op de plek – het huis – wat ze jarenlang als haar thuis heeft beschouwt. Een plek waar ze zielsgelukkig, maar ook diep ongelukkig is geweest. </li></ul>
  2. 3. <ul><li>Lena staat voor haar huis, of ja, het huis van haar en Luke. Maar nu lijkt het haar huis niet meer. Het lijkt grauwer, grijzer, alsof het is doodgegaan. Ze slikt. Eigenlijk wilde ze nooit meer naar deze plek terugkeren. Eigenlijk wilde ze deze plek verbannen uit haar leven, haar gedachten en haar herinneringen. </li></ul>
  3. 4. <ul><li>Maar ze moest terugkomen. Om Zuiderdijk en alle dorpjes eromheen, zoals het dorpje waar Harold en Ryan wonen, te verlaten, heeft ze geld nodig – veel geld. En er is maar één plek waar ze dat kan vinden, zonder dat iemand erachter komt. De kluis van Luke; in de klerenkast, in hun slaapkamer. </li></ul>
  4. 5. <ul><li>Wat dom dat ze daar niet eerder aan heeft gedacht!, denkt ze nu. Als ze op het moment, nadat ze Luke had- dan had ze verder door kunnen reizen en dan was ze nooit bij Harold en Ryan belandt. Dan had ze Ryan, en Harold waarschijnlijk ook, niet zo’n pijn en verdriet hoeven doen. </li></ul>
  5. 6. <ul><li>Maar ze herinnert zich dat ze op dat verschrikkelijke moment niet zo helder had kunnen denken en maar aan één ding had gedacht: vluchten. Toen leek dat de juiste, de beste oplossing. Nu denkt ze daar heel anders over, maar helaas is er geen weg terug. Voorruit kijken, dat is wat ze nu moet doen. </li></ul>
  6. 7. <ul><li>Een geel lint is voor de voordeur gespannen. De dikke, zwarte letters op het lint wijzen haar erop dat ze het huis niet mag betreden, omdat er binnen een politieonderzoek wordt verricht. Maar op dit moment is het stil in huis, stil in de straat. </li></ul>
  7. 8. <ul><li>Voorzichtig trekt ze aan de linkerkant het gele lint los, op zo’n manier dat ze het zo meteen weer makkelijk vast kan plakken en zodat niemand ooit zal weten dat er een persoon het huis is binnengeweest. Ze steekt de huissleutel in het slot en opent de deur. </li></ul>
  8. 9. <ul><li>Binnen ruikt het muf en het is er enorm stoffig. Heel even blijft ze als een etalagepop stokstijf in de hal staan en kijkt de oude, vertrouwde omgeving door. Een paar herinneringen fladderen even door haar hoofd – gelukkige herinneringen, samen met Luke, toen hij nog zijn lieve zelf was. </li></ul>
  9. 10. <ul><li>Plotseling is ze weer terug in het heden, terug in de realiteit en loopt ze de trap op naar boven. Ze kan maar beter snel doen waarvoor ze is gekomen. Zonder de slaapkamer – haar lievelingsruimte in dit huis – een blik waardig te keuren, loopt ze met een ferme pas richting de klerenkast. </li></ul>
  10. 11. <ul><li>Achter een paar netjes, opgevouwen blouses van Luke, staat zijn kluis. Ze legt het stapeltje blouses aan de kant en toetst de code in. Het slot geeft een irritante pieptoon en Lena beseft dat de code onjuist is. Hij zal de code toch niet gewijzigd hebben?, denkt ze paniekerig. </li></ul>
  11. 12. <ul><li>Ze zucht een keer diep in en uit en probeert dan de juiste code voor de geest te halen. Terwijl het zweet in haar handen staat en over haar rug loopt, draaien de raderen in haar hoofd. Plotseling weet ze het weer en vol hoop toetst ze opnieuw een code in. </li></ul>
  12. 13. <ul><li>Deze keer piept het slot één keer heel kort en vervolgens hoort Lena een klik. Het slot is open! Ze opent het kleine deurtje en achter een aantal lichtbruine enveloppen, vindt Lena een in A4formaat, sneeuwwitte enveloppe met daarin biljetten van tweehonderd en vijfhonderd euro. </li></ul>
  13. 14. <ul><li>Ze pakt de enveloppe uit de kluis en sluit het kleine deurtje. Ze legt het stapeltje blouses weer terug op zijn plek en sluit de klerenkast. Zo vlug ze kan loopt ze de trap af naar beneden. Maar in de hal maakt Lena een grove fout. </li></ul>
  14. 15. <ul><li>Ze kan het niet laten om een blik naar het kantoor van Luke te werpen. Haar blik valt op een aantal witte lijnen en witte kruizen. Ze loopt erop af en ziet dat de witte lijnen het lichaam van Luke vormen en de witte kruizen de plekken waar hij en de moordenaar – zij, dus – hebben gestaan, tijdens de moord. </li></ul>
  15. 16. <ul><li>Alle kleur verdwijnt uit haar gezicht. Haar handen trillen, bijna laat ze de enveloppe vol geld uit haar handen vallen. Haar mond is droog en haar ogen zijn doffe kijkers, die gebiologeerd naar de witte lijnen en de witte kruizen staan te staren. </li></ul>
  16. 17. <ul><li>Ze ziet alles weer voor zich. Hoe zij het pistool op Luke richtte, hoe Luke zijn zelfbeheersing verloor en op haar af kwam stormen, hoe zij zonder enig besef het pistool af liet gaan, hoe de kogel Luke raakte en hem uiteindelijk doodde. Hier, op deze plek, de plek waar alles begon… </li></ul>
  17. 18. <ul><li>“ Zo, zo, wat moet dat hier?” Verschrikt draait Lena zich om. Middenin de ruimte staat een politieagent haar vragend aan te kijken. Haar hart begint wild te bonzen. “Ik, uhm… Ik-” “O, we hebben een stotteraar in ons midden.” De agent grijnst. </li></ul>
  18. 19. <ul><li>Maar zo snel die grijns tevoorschijn is gekomen, zo snel is hij weer verdwenen. “Nou, zeg op! Wie ben je?” “Julia.” Antwoordt Lena zacht. “Julia Vergroot.” Dan valt de blik van de agent op de witte enveloppe in Lena’s handen. </li></ul>
  19. 20. <ul><li>Hij loopt op haar af en grist de enveloppe uit haar handen en opent deze. “Zo, dat is niet mis. Hoe kom je aan al dat geld?” Lena kan maar beter de waarheid zeggen. Ze kunnen beter denken dat ze een dief is, dan een moordenaar… </li></ul>
  20. 21. <ul><li>“ Uit de kluis. Hierboven.” De agent knikt. “Je doet dit vast niet dagelijks. Je hebt namelijk het recht om te zwijgen en ik was toch al van plan je mee te nemen naar het bureau, aangezien je verboden terrein bent binnengedrongen.” </li></ul>
  21. 22. <ul><li>Lena haalt haar schouders op. “Beetje laat om nu nog gaan te zwijgen, is het niet?” De agent pakt zijn handboeien en maakt haar polsen, op haar rug, aan elkaar vast. Vervolgens loost hij haar mee naar buiten. </li></ul>
  22. 23. <ul><li>“ Mijn collega’s op het bureau weten wel raad met jou.” Maar Lena luistert al niet meer. Ze heeft een veel groter probleem waar ze zich nu druk om maakt. Namelijk, dat ze hoopt dat ze op het politiebureau niet naar haar identiteitskaart zullen gaan vragen… </li></ul>

×