Pedagogiek 1.1 dt vt, bijeenkomst 2, historische pedagogiek

2,024 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,024
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
13
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Klassieke oudheid: Augustinus (354-430), Romein, boekje over regligieus ow. Leerstof komt het beste over in vorm van verhaal ( narratio ), met liefde en opgewektheid verteld! ME: ow in dienst vd kerk: zingen, bijbelkennis, lezen, schrijven, rekenen. 18 e eeuw: Gezag van de kerk kwam ter discussie te staan. In het ow kwam de nadruk te liggen op het leren denken. 16 e eeuw: boekdrukkunst, uitbreiding wetenschap, ontdekkingstochten, hervorming en opkomst burgerij in nijverheid en handel. Vakken als handelskennis en boekhouden werden nu gegeven
  • voor elke ll dezelfde lesstof op dezelfde manier. Hoofdelijk onderwijs (iedere ll werkte voor zichzelf) maakte plaats voor klassikaal ow.
  • Een belangrijk kenmerk van het Nederlandse onderwijsstelsel is de vrijheid van onderwijs. Openbare school of een bijzondere school: Een openbare school wordt bestuurd door of namens een overheidsorgaan, voornamelijk een gemeente. Een bijzondere school komt tot stand via particulier initiatief. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoende openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven.
  • Filmpje historie vh ow!
  • (arbeiderskk, katholieken, etc.)
  • bijv, van kleuter- en lagere school naar basisschool) Didactische veranderingen als studiehuis, zelfstandig leren, vraaggestuurd leren en competentiegericht leren Als reactie op soms eenzijdige aandacht voor leerprocessen meer nadruk op inhoud vh ow.
  • 40 min (bijvoorbeeld het protestants-christelijk of islamitsch onderwijs).
  • Het montessorionderwijs gaat uit van de mogelijkheden van het individuele kind. Belangrijke kenmerken: vrijheid in werkkeuze, vrijheid in werktempo, gevoelige perioden, wisselwerking kind en omgeving, ontwikkeling tot zelfstandige, sociale individuen.
  • Freinetonderwijs is enerzijds individueel en taakgericht.  Anderzijds is het gericht op het leren samenwerken en het aanleren van sociaal gedrag. Belangrijke kenmerken van Freinetonderwijs: de kring, vrije werktijd, vrije tekst en het eigen schrift.
  • Als reactie op samenvoeging kleuter- en lagerow in 1985 -aandacht voor jonge kindZone van naaste ontwikkeling:kind kan vanuit eigen persoonlijke ontwikkeling leren wat op het randje van kunnen en niet kunnen ligt; stimulerende rol van lk is van groot belang. Omgeving speelt bel. rol (volwassenen, rijke leeromgeving) Ego: ervaringsgerichte dialoog aangaan, betrokkenheid stimuleren Verschillen tussen ll nemen toe, oude klassikale en leerstofgerichte ow voldoet niet meer. Ad. Ow is ow dat elke ll tot zijn recht laat komen, ow waarin elke ll zich op zijn plaats voelt. Maar ook ow dat leraren beter past, waarin leraren zich beter thuis voelen. Ontwikkeling is een proces. Kk zijn van nature nieuwsgierig en leergierig.
  • Psychologie van het kind is vertrekpunt. Taak leraar: leren uitlokken en begeleiden. Rijke leeromgeving.
  • di(stelt kunnen boven kennen, duidelijke structuur, ow krijgt formeel karakter, vooraf gegeven leerinhouden) Vooral bruikbaar bij leersituatie waarin instrumentele vaardigheden geleerd Vraagt meer van ll, kunnen niet op kompas leraar varen, zelf sturen. Voordelen: ow wordt levensechter, wordt beroep gedaan op intrinsieke motivatie, samenwerken en gemeenschapsgevoel. Geschikt voor ontwikkelingsgbieden waar verkenning van de wereld vanuit persoonlijke betrokkenheid centraal staat (begr. lezen, wereldorientatie, muzisch-creatieve vakken, natuur en techniek).
  • Komt tot stand doordat wij mensen handelen, denken, acti Sociaal constructivisme als vergaarbakterm en voorkomend uit tvs Ze nemen deel aan activiteiten en vergroten op die manier hun denk- en handelingsmogelijkheden. Vanwege het sociale karakter van het constructieproces: sociaal-constructivisme. ef zijn. We bouwen voort op kennis die we al hebben (kinderen zijn geen leeg vat!). We ervaren iets, denken daarover na en vergroten onze denk- en handelingswijze
  • (vandalisme, zinloos geweld, terrorisme)
  • Pedagogiek 1.1 dt vt, bijeenkomst 2, historische pedagogiek

    1. 1. Pedagogische basisprincipessemester 1 DT VT Bijeenkomst 2Historische pedagogiek i.r.m.actuele opvattingenMiriam Klamer
    2. 2. Dromendoos• Opdracht vorige week: waarom wil je juf/meester worden?
    3. 3. Historische pedagogiekFilosofie: de (oudste en) centrale wetenschapOpvoeden door de eeuwen heen terug te vinden incultuuruitingen.Historische pedagogiek:Kind- en opvoedingsbeeld in:• Klassieke oudheid• De Middeleeuwen• 17e en 18e eeuw: ‘de Verlichting’• 19e eeuw ‘de Romantiek’• 20e eeuw ‘de eeuw van het kind’.• 21e eeuw -nu.
    4. 4. Historische pedagogiek• Klassieke oudheid: opvoeding & ow taak om kinderen in te leiden in de cultuur waar ze deel van uit maken.• Middeleeuwen: kerk stelde dat elke parochie school behoorde te hebben,• 16e eeuw: grote invloed door nieuwe ontwikkelingen• 18e eeuw: er kwam een stroming op die de rede centraal stelde (de Verlichting).
    5. 5. Hoofdelijk onderwijs……..
    6. 6. Hoofdelijk onderwijs• Ieder kind leert zijn taak en zegt die op: dreunen!• Alle leeftijden door elkaar• Lijfstraffen (oorvijgen)• De onderwijzer behandelt kinderen niet gelijk: standsverschil bepaalt de behandeling!
    7. 7. Historische pedagogiek• Loop van de negentiende eeuw (Romantiek): Steeds meer vakken op het lesrooster: geschiedenis, aardrijkskunde en natuurkennis. Efficiëntie was sleutelwoord.• Hoofdelijk onderwijs – klassikaal ow
    8. 8. Klassikaal onderwijs
    9. 9. Klassikaal onderwijs
    10. 10. Een nieuwe klassikale school• Er worden bij wet vakken voorgeschreven• Onderwijs moet klassikaal zijn• Uitleg aan de hele klas (leerstofjaarklassensysteem is geboren)• Het gebruik van een schoolbord wordt voorgeschreven• Goed opgeleide leerkrachten
    11. 11. Pestalozzi (1746 -1827) als inspiratorvoor het onderwijs• Natuurlijke ontwikkeling: hoofd, hart en hand• Activiteiten en inhouden die ‘aanschouwingen’ opleveren die passen bij de ontwikkeling van het kind ▫ Let op de aard van het kind ▫ Let op de aard van de leerinhoud ▫ Let op de omgeving van het kind (school en thuis) ▫ Handel duidelijk en consequent, wek belangstelling op• Cognitieve én morele ontwikkeling ▫ Leren hoe je je moet gedragen
    12. 12. Grondwet 1848 (Thorbecke)• Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen (expertise op onderwijsgebied) adviseert• Mogelijk om zelf scholen te stichten (niet bekostigd) Dit is bijzonder onderwijs.• Alleen openbaar onderwijs als niemand anders het initiatief neemt!• Algemeen openbaar onderwijs op basis van Christelijk-Humanistische traditie (bekostigd door de overheid)• Vrijheid van onderwijs!
    13. 13. Reformpedagogiek• Begin twintigste eeuw• Als reactie op klassikale school met uniforme aanpak• Vernieuwers die het individuele kind meer centraal stelden: Maria Montessori, Helen Parkhurst, Peter Petersen, Célestin Freinet, Rudolf Steiner, Nederlanders: Jan Ligthart en Kees Boeke• http://www.leraar24.nl/video/2904
    14. 14. 20e en 21e eeuw• 20e eeuw: gedomineerd door zoeken naar gelijke kansen voor ll.• Emancipatie van allerlei groepen en de optimistische opvatting over de veranderbaarheid van het ow leidden tot zgn constructieve owpolitiek. Veel overheidsgestuurde veranderingen vonden plaats. Start competentiegericht leren.
    15. 15. 20e en 21e eeuw• Kentering in tweede helft 20e eeuw van overheid: van gerichtheid op verandering onderwijsstructuur naar inhoudelijke en didactische veranderingen.• 21e eeuw: Invloed van toenemende mate van informatisering en het digitale tijdperk is groot.
    16. 16. Bijzonder onderwijs• Het bijzonder onderwijs kan worden verdeeld in:Confessioneel bijzonder onderwijs: onderwijs gebaseerd op godsdienstige en/of levensbeschouwelijke uitgangspunten Algemeen bijzonder onderwijs: onderwijs vanuit onderwijspedagogische uitgangspunten (bijvoorbeeld montessorionderwijs en vrijescholen) P.Petersen (Jenaplan)
    17. 17. Pauze!• http://www.youtube.com/watch?v=suRsxpoAc5w&f
    18. 18. Vijf grootste stromingen algemeen bijzonderonderwijs (traditionele vernieuwers):1. Montessori Onderwijsvorm ontwikkeld door Maria Montessori: zelfstandige ontwikkeling van het kind staat centraal. Kinderen werken in drie jaargroepen met verschillende materialen op hun eigen niveau.2. Dalton Helen Parkhurst (ll van MM): Elk mens is in staat verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf en zijn omgeving. vrijheid hanteren / eigen keuzes maken. Kind werkt met taken.3. Jenaplan Peter Petersen, school als werkgemeenschap. dienstbaar opstellen ten opzichte van anderen. Leerlingen die in leeftijd één tot drie jaar van elkaar verschillen, zitten samen in zgn stamgroepen. Jenaplan is geen systeem met vaste vormen en maakt onder meer gebruik van ervaringsgericht onderwijs. Vieringen zijn bel. (vgl filmpje vorige week, meester Albert)
    19. 19. Traditionele vernieuwers-vervolg4. Vrije school Rudolf Steiner. Antroposofie, een levensovertuiging waarin men zich bewust wil worden wat ‘het mens zijn’ betekent. Naast het verwerven van kennis, hechten vrije scholen grote waarde aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden en creativiteit. Euritmie behoort tot de vaste vakken.5. Freinet Célestin Freinet, Franse pedagoog. Freinet is een onderwijssysteem waarin de leefwereld van het kind en het leren door ervaring centraal staan.http://www.leraar24.nl/video/1567/Freinetonderwijs%20-%20Algemeen
    20. 20. Casus traditionele vernieuwers• Lees de beschrijvingen.• Bespreek in je groepje van 4 welke omschrijving bij welk schooltype hoort.
    21. 21. Recente ontwikkelingen• OGO: Ontwikkelings Gericht Onderwijs, Frea Janssen-Vos. Begrip ‘basisontwikkeling’ geïntroduceerd voor ow aankleuters. Gaat uit van eigen ontwikkelkracht vh kind. Beïnvloed door Vygotsky. . Doel is emancipatie en brede ontwikkeling. Basisdoelen: nieuwsgierig zijn, emotioneel vrij zijn en zelfvertrouwen hebben.• EGO: Ervarings Gericht Onderwijs, Ferre Laevers, eind jaren ’60. Emancipatie als uiteindelijke doel vh ow. Ontwikkeling valt en staat met geboeid zijn vd ll. Betrokkenheid: kernbegrip. Aandacht voor krachtige, stimulerende leeromgeving. Eigen initiatief staat voorop.OGO en EGO veel gemeen. EGO is meer kindvolgend.• Adaptief onderwijs: Deci, Luc Stevens: drijvende kracht achter Ad. Ow. komt voort uit problemen die WSNS met zich meebrengen. Drie basisbehoeften: behoefte aan relatie, competentie en autonomie.
    22. 22. Gemeenschappelijke in onderwijsvisies:• het kind staat centraal• onderwijs moet een bijdrage leveren aan een harmonische ontwikkeling• accent ligt op de pedagogische taak van de school, niet de kennisoverdracht• werken o.b.v. een visie op ontwikkeling en leren• de rol van de leerkracht bij alle aspecten – begeleidend, rekening houden met...
    23. 23. Twee grootste paradigma’s• Directe instructiemodel – programma gericht onderwijs (wortels in psychologische theorie van Herbart (1841)). Leerproces wordt gestuurd door instructie, leiding en controle van de leraar (psychologie van het kind minor)• Ontwikkelingsgericht leermodel, John Dewey (1952), Lev Vygotsky (1934), Bruner (1915). Leren is het oplossen van problemen vanuit persoonlijke betrokkenheid en in interactie met de omgeving.
    24. 24. Eeuwenoude strijd• DI-model bestaat al meer dan anderhalve eeuw• Ontwikkelingsgerichte model meer dan een eeuw• DI-model steeds overwinnaar• Ontwikkelingsgerichte aanpak: hernieuwde aandacht. Ingewikkelder, vraagt meer voorbereidingstijd, minder voorspelbaar qua resultaten.• Kiezen voor juiste aanpak geschikt voor deze specifieke groep in deze specifieke leersituatie: cruciale competentie hedendaagse leraar.
    25. 25. Sociaal-constructivisme Sociaal-constructivistische visie op leren. Kennis is een menselijke constructie. Ontstaat in interactie en bouwt voort op bestaande kennis. Kinderen maken deel uit van verschillende werelden: school, thuis, vrienden. De school is een sociaal-culturele gemeenschap in het klein waar kinderen deel vanuit maken. Ervaren, reflecteren en met elkaar een dialoog aangaan staan centraal.
    26. 26. Recente ontwikkelingen• Voortdurende onderwijsontwikkeling – direct gerelateerd aan veranderingen in de samenleving, de cultuur en de wetenschap. Toename van geweld en de groeiende culturele pluriformiteit vragen om meer aandacht voor waarden en normen• Opkomst aandacht opvoeden tot democratisch burger• Ontwikkeling naar informatiesamenleving – ontstaan nieuwe vakgebieden als informatiekunde, comm. wetenschappen.• Facebook: 500 miljoen gebruikers (3e land ter wereld). Blogoland: 200 miljoen gebruikers (groter dan Brazilië). India: per jaar 3x meer internetaansluitingen dan kinderen geboren. 500.000 applicaties op iPhone en Android. “Ik internet dus ik ben”• Overheid stimuleert brede scholen en buitenschoolse opvang.
    27. 27. VooruitblikWeek 37: Klassenmanagement deel 1Literatuur:• “Vakbekwaam onderwijzen”: H 1 t/m 3, H 6, 7, H 15• “Meer dan onderwijs”: H 7
    28. 28. Stellingen• “Onderwijs moet meegaan met game-cultuur”• Een opvoeder respecteert het onderzoekende en ervarende kind en geeft alle ruimte voor de dialoog. (Dewey:”sociale individualiteit”uit Schoolpedagogiek, hoofdstuk 12)• Straatcultuur zorgt voor gedragsproblemen in de klas”

    ×