LerenHoofdstuk 8
Checklist✓   Consumentenleertheorie uitleggen en de benodigde elementen kunnen identificeren.✓   De elementen van de theori...
Waarom?Marketeers willen consumenten lerenover producten,producteigenschappen, en potentiëlebenefits.Waar zij hun producten...
Hoe heeft leren te maken met het slagen van deze campagnes?
LerenHet proces waarin mensen dekennis en ervaring opdoenover aanschaffen enconsumeren, en deze kennistoepassen in toekoms...
Elementen van Leertheorieën   Motivatie   Prikkels   Respons Bekrachtiging
Elementen van Leertheorieën   Motivatie     • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie   Prikkels   Respons Bekrachtiging
Elementen van Leertheorieën   Motivatie     • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie   Prikkels      • Stimuli die moti...
Elementen van Leertheorieën   Motivatie     • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie   Prikkels      • Stimuli die moti...
Elementen van Leertheorieën   Motivatie     • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie   Prikkels      • Stimuli die moti...
Twee belangrijke leertheorieën
Twee belangrijke leertheorieënBehaviorisme
Twee belangrijke leertheorieënBehaviorisme         Cognitief leren
Twee belangrijke leertheorieën  Behaviorisme          Cognitief lerenGebaseerd opobserveerbaargedrag(responsen) diehet res...
Twee belangrijke leertheorieën  Behaviorisme          Cognitief lerenGebaseerd op          ๏ Leren gebaseerdobserveerbaar ...
Twee belangrijke leertheorieën  Behaviorisme          Cognitief lerenGebaseerd op          ๏ Leren gebaseerdobserveerbaar ...
Twee belangrijke leertheorieën         Behaviorisme
Twee belangrijke leertheorieën          Behaviorisme       ๏ Klassieke         Conditionering
Twee belangrijke leertheorieën          Behaviorisme       ๏ Klassieke         Conditionering       ๏ Instrumentele       ...
Klassiek conditioneren
Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bek...
Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bek...
Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bek...
Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bek...
Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bek...
Klassiek conditioneren                         Pavlov
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Klassiek conditioneren
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Versterkt de associatie tussen                 ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Versterkt de associatie tussen                 ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Versterkt de associatie tussen                 ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus  generalisatie
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Dezelfde respons hebben op                     ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Dezelfde respons hebben op                     ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Dezelfde respons hebben op                     ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Dezelfde respons hebben op                     ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Dezelfde respons hebben op                     ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus  generalisatie๏ Stimulus  discriminatie
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus  generalisatie๏ Stimulus  discriminatie
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Selectie van een specifieke                     ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling             ‣ Selectie van een specifieke                     ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus  generalisatie๏ Stimulus  discriminatie
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren Soms juist๏ Herhaling       niet...๏ Stimulus  generalisatie๏ Stimulus  ...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren Soms juist๏ Herhaling             Soms juist niet...                  ni...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus  generalisatie๏ Stimulus  discriminatie
Soms juist niet..Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus  generalisatie๏ Stimulus  discrimi...
Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus  generalisatie๏ Stimulus  discriminatie
Instrumenteel conditioneren
Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces.
Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces. Gewoontes worden afg...
Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces. Gewoontes worden afg...
Instrumenteel conditioneren
Instrumenteel conditioneren        Stimulus         situatie          (melk)
Instrumenteel conditioneren                         Probeer                         Merk A        Stimulus         situati...
Instrumenteel conditioneren                                    Geen                         Probeer                       ...
Instrumenteel conditioneren                                    Geen                         Probeer                       ...
Instrumenteel conditioneren                                    Geen                         Probeer                       ...
Instrumenteel conditioneren                                    Geen                         Probeer                       ...
Instrumenteel conditioneren                                    Geen                         Probeer                       ...
Instrumenteel conditioneren                                    Geen                         Probeer                       ...
Instrumenteel conditioneren                                    Geen                         Probeer                       ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  PositieveBekrachtiging
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)  Positieve                           NegatieveBekrachtiging                      ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)            Uitdoving(Exti                nction)
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)            Uitdoving(Exti                             Vergeten                nct...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)            Uitdoving(Exti                             Vergeten                nct...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)            Uitdoving(Exti                                Vergeten                ...
Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)            Uitdoving(Exti                                 Vergeten               ...
Zelfstudie๏ Modeling๏ Informatieverwerking๏ en verder
Betrokkenheid (Involvement)
Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke  relevantie die een product of  aankoop heeft voor die klant
Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke  relevantie die een product of  aankoop heeft voor die klant๏ Aankop...
Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke  relevantie die een product of  aankoop heeft voor die klant๏ Aankop...
Centrale en Perifere naar Overreding
Centrale en Perifere naar Overreding           Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken
Centrale en Perifere naar Overreding           Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken              Uitgebreide    ...
Centrale en Perifere naar Overreding           Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken              Uitgebreide    ...
Centrale en Perifere naar Overreding           Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken              Uitgebreide    ...
Centrale en Perifere naar Overreding           Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken              Uitgebreide    ...
Centrale en Perifere naar Overreding           Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken              Uitgebreide    ...
Centrale en Perifere naar Overreding           Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken              Uitgebreide    ...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Consumentengedrag leren

2,944 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,944
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
58
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • Het is belangrijk om je te beseffen dat leren een proces is dat verandert over tijd als nieuwe kennis en ervaringen door de consument worden opgedaan. Deze ervaringen en kennis zijn als feedback voor de consument en zal hun gedrag in de toekomst beïnvloeden.\n\n
  • Elke leertheorie bevat deze vier elementen. Motivatie is belangrijk omdat deze verschilt per consument. We hebben allemaal een behoefte maar de één is meer gemotiveerd omdeze te vervullen dan de ander. vaak beseft een consument zich niet eens dat ze een behoefte hebben. Een ‘cue’ is een stimulus die helpt om de motivatie van een consument te sturen. voorbeelden zijn prijs, styling, verpakking, reclame en displays in de winkel. Een consument heeft een respons op een drift of een prikkel. De respons is hoe een consument zich gedraagt nadat zij blootgesteld zijn aan een ‘cye’/prikkel of een ontwikkeld motief.\n\nUiteindelijk is bekrachtiging/reinforcement verbonden aan de kans dat de respons in de toekomst zal plaatsvinden.\n
  • Elke leertheorie bevat deze vier elementen. Motivatie is belangrijk omdat deze verschilt per consument. We hebben allemaal een behoefte maar de één is meer gemotiveerd omdeze te vervullen dan de ander. vaak beseft een consument zich niet eens dat ze een behoefte hebben. Een ‘cue’ is een stimulus die helpt om de motivatie van een consument te sturen. voorbeelden zijn prijs, styling, verpakking, reclame en displays in de winkel. Een consument heeft een respons op een drift of een prikkel. De respons is hoe een consument zich gedraagt nadat zij blootgesteld zijn aan een ‘cye’/prikkel of een ontwikkeld motief.\n\nUiteindelijk is bekrachtiging/reinforcement verbonden aan de kans dat de respons in de toekomst zal plaatsvinden.\n
  • Elke leertheorie bevat deze vier elementen. Motivatie is belangrijk omdat deze verschilt per consument. We hebben allemaal een behoefte maar de één is meer gemotiveerd omdeze te vervullen dan de ander. vaak beseft een consument zich niet eens dat ze een behoefte hebben. Een ‘cue’ is een stimulus die helpt om de motivatie van een consument te sturen. voorbeelden zijn prijs, styling, verpakking, reclame en displays in de winkel. Een consument heeft een respons op een drift of een prikkel. De respons is hoe een consument zich gedraagt nadat zij blootgesteld zijn aan een ‘cye’/prikkel of een ontwikkeld motief.\n\nUiteindelijk is bekrachtiging/reinforcement verbonden aan de kans dat de respons in de toekomst zal plaatsvinden.\n
  • Elke leertheorie bevat deze vier elementen. Motivatie is belangrijk omdat deze verschilt per consument. We hebben allemaal een behoefte maar de één is meer gemotiveerd omdeze te vervullen dan de ander. vaak beseft een consument zich niet eens dat ze een behoefte hebben. Een ‘cue’ is een stimulus die helpt om de motivatie van een consument te sturen. voorbeelden zijn prijs, styling, verpakking, reclame en displays in de winkel. Een consument heeft een respons op een drift of een prikkel. De respons is hoe een consument zich gedraagt nadat zij blootgesteld zijn aan een ‘cye’/prikkel of een ontwikkeld motief.\n\nUiteindelijk is bekrachtiging/reinforcement verbonden aan de kans dat de respons in de toekomst zal plaatsvinden.\n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • Consumentengedrag leren

    1. 1. LerenHoofdstuk 8
    2. 2. Checklist✓ Consumentenleertheorie uitleggen en de benodigde elementen kunnen identificeren.✓ De elementen van de theorie van klassiek conditioneren kunnen bespreken.✓ De drie strategische applicaties van klassiek conditioneren kunnen identificeren.✓ De concepten van licensing en het belang voor marketing kennen.✓ De elementen van instrumenteel conditioneren kennen.✓ De strategische applicatie van instrumenteel conditioneren kunnen bediscussiëren.✓ Modeling (observationeel leren) kunnen omschrijven.✓ Cognitieve leertheorie kunnen uitleggen en toepassen in een marketing situatie.✓ De drie manieren waarop informatie in het geheugen kan worden opgeslagen omschrijven.✓ De relatie tussen theorie over betrokkenheid en consumentengedrag kennen.✓ Het Elaboration Likelihood Model kunnen beschrijven.✓ Outline measures of involvement.✓ Understand how consumer learning can be measured.✓ Discuss the concepts of brand loyalty and brand equity
    3. 3. Waarom?Marketeers willen consumenten lerenover producten,producteigenschappen, en potentiëlebenefits.Waar zij hun producten kunnen kopen,hoe ze te gebruiken, hoe ze teonderhouden, en zelfs hoe deze wegte doen.
    4. 4. Hoe heeft leren te maken met het slagen van deze campagnes?
    5. 5. LerenHet proces waarin mensen dekennis en ervaring opdoenover aanschaffen enconsumeren, en deze kennistoepassen in toekomstiggerelateerd gedrag
    6. 6. Elementen van Leertheorieën Motivatie Prikkels Respons Bekrachtiging
    7. 7. Elementen van Leertheorieën Motivatie • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie Prikkels Respons Bekrachtiging
    8. 8. Elementen van Leertheorieën Motivatie • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie Prikkels • Stimuli die motieven sturen Respons Bekrachtiging
    9. 9. Elementen van Leertheorieën Motivatie • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie Prikkels • Stimuli die motieven sturen Respons • Reactie van consument op een drift/prikkel Bekrachtiging
    10. 10. Elementen van Leertheorieën Motivatie • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie Prikkels • Stimuli die motieven sturen Respons • Reactie van consument op een drift/prikkel • Vergroot de kans dat een respons in de Bekrachtiging toekomst plaatsvindt als reactie op een prikkel
    11. 11. Twee belangrijke leertheorieën
    12. 12. Twee belangrijke leertheorieënBehaviorisme
    13. 13. Twee belangrijke leertheorieënBehaviorisme Cognitief leren
    14. 14. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme Cognitief lerenGebaseerd opobserveerbaargedrag(responsen) diehet resultaat zijnvan blootstellingaan stimuli
    15. 15. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme Cognitief lerenGebaseerd op ๏ Leren gebaseerdobserveerbaar op mentalegedrag informatie-(responsen) die verwerkinghet resultaat zijnvan blootstellingaan stimuli
    16. 16. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme Cognitief lerenGebaseerd op ๏ Leren gebaseerdobserveerbaar op mentalegedrag informatie-(responsen) die verwerkinghet resultaat zijn ๏ Vaak als responsvan blootstelling op probleem-aan stimuli oplossen
    17. 17. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme
    18. 18. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme ๏ Klassieke Conditionering
    19. 19. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme ๏ Klassieke Conditionering ๏ Instrumentele (Operante) Conditionering
    20. 20. Klassiek conditioneren
    21. 21. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.
    22. 22. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.
    23. 23. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.Dit leidt tot dezelfderespons wanneer deeerste stimulus alleengebruikt wordt.
    24. 24. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.Dit leidt tot dezelfderespons wanneer deeerste stimulus alleengebruikt wordt. Pavlov
    25. 25. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.Dit leidt tot dezelfderespons wanneer deeerste stimulus alleengebruikt wordt. Pavlov
    26. 26. Klassiek conditioneren Pavlov
    27. 27. Klassiek conditioneren
    28. 28. Klassiek conditioneren
    29. 29. Klassiek conditioneren
    30. 30. Klassiek conditioneren
    31. 31. Klassiek conditioneren
    32. 32. Klassiek conditioneren
    33. 33. Klassiek conditioneren
    34. 34. Klassiek conditioneren
    35. 35. Klassiek conditioneren
    36. 36. Klassiek conditioneren
    37. 37. Klassiek conditioneren
    38. 38. Klassiek conditioneren
    39. 39. Klassiek conditioneren
    40. 40. Klassiek conditioneren
    41. 41. Klassiek conditioneren
    42. 42. Klassiek conditioneren
    43. 43. Klassiek conditioneren
    44. 44. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
    45. 45. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
    46. 46. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
    47. 47. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling
    48. 48. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Versterkt de associatie tussen de geconditioneerde en de ongeconditioneerde stimulus
    49. 49. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Versterkt de associatie tussen de geconditioneerde en de ongeconditioneerde stimulus ‣ Vertraagt de snelheid van vergeten
    50. 50. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Versterkt de associatie tussen de geconditioneerde en de ongeconditioneerde stimulus ‣ Vertraagt de snelheid van vergeten ‣ Advertising wearout is een probleem
    51. 51. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie
    52. 52. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus generalisatie
    53. 53. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus ‣ Helpt “me-too” producten generalisatie succesvol te zijn
    54. 54. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus ‣ Helpt “me-too” producten generalisatie succesvol te zijn ‣ Handig bij:
    55. 55. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus ‣ Helpt “me-too” producten generalisatie succesvol te zijn ‣ Handig bij: - productextensies
    56. 56. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus ‣ Helpt “me-too” producten generalisatie succesvol te zijn ‣ Handig bij: - productextensies - family branding
    57. 57. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    58. 58. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    59. 59. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Selectie van een specifieke stimulus vanuit vergelijkbare๏ Stimulus stimuli generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    60. 60. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Selectie van een specifieke stimulus vanuit vergelijkbare๏ Stimulus stimuli generalisatie ‣ Tegenovergestelde van stimulusgeneralisatie๏ Stimulus discriminatie
    61. 61. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    62. 62. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren Soms juist๏ Herhaling niet...๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    63. 63. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren Soms juist๏ Herhaling Soms juist niet... niet...๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    64. 64. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    65. 65. Soms juist niet..Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    66. 66. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    67. 67. Instrumenteel conditioneren
    68. 68. Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces.
    69. 69. Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces. Gewoontes worden afgedwongen:
    70. 70. Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces. Gewoontes worden afgedwongen: Zij zijn het resultaat van positieve ervaringen (bekrachtigingen) die resulteren in bepaalde responsen of gedrag.
    71. 71. Instrumenteel conditioneren
    72. 72. Instrumenteel conditioneren Stimulus situatie (melk)
    73. 73. Instrumenteel conditioneren Probeer Merk A Stimulus situatie (melk)
    74. 74. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Stimulus situatie (melk)
    75. 75. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Stimulus Probeer situatie Merk B (melk)
    76. 76. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water)
    77. 77. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water) Probeer Merk C
    78. 78. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water) Geen Probeer beloning Merk C (*&%^)
    79. 79. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water) Geen Probeer beloning Merk C (*&%^) Probeer Merk D
    80. 80. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water) Geen Probeer beloning Merk C (*&%^) Probeer Beloning Merk D (lekker!)
    81. 81. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)
    82. 82. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) PositieveBekrachtiging
    83. 83. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging
    84. 84. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging
    85. 85. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat
    86. 86. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat
    87. 87. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat • Vergroot de kans
    88. 88. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat • Vergroot de kans
    89. 89. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat • Vergroot de kans
    90. 90. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief • Negatief Resultaat resultaat • Vergroot de kans
    91. 91. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief • Negatief Resultaat resultaat • Vergroot de • Moedigt kans gedrag aan
    92. 92. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)
    93. 93. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti nction)
    94. 94. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti Vergeten nction)
    95. 95. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti Vergeten nction) • een aangeleerde respons wordt niet meer bekrachtigd
    96. 96. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti Vergeten nction) • een aangeleerde respons wordt niet meer bekrachtigd • De link tussen de stimulus en de beloning is verdwenen
    97. 97. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti Vergeten nction) • een • De aangeleerde bekrachtiging respons is vergeten wordt niet meer bekrachtigd • De link tussen de stimulus en de beloning is verdwenen
    98. 98. Zelfstudie๏ Modeling๏ Informatieverwerking๏ en verder
    99. 99. Betrokkenheid (Involvement)
    100. 100. Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke relevantie die een product of aankoop heeft voor die klant
    101. 101. Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke relevantie die een product of aankoop heeft voor die klant๏ Aankopen met hoge betrokkenheid zijn erg belangrijk voor de consument
    102. 102. Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke relevantie die een product of aankoop heeft voor die klant๏ Aankopen met hoge betrokkenheid zijn erg belangrijk voor de consument๏ Bij lage betrokkenheid is er sprake van weinig relevantie, weinig waargenomen risico, en beperkte informatieverwerking
    103. 103. Centrale en Perifere naar Overreding
    104. 104. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken
    105. 105. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Verwerking Informatie
    106. 106. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Verwerking Informatie Centrale Route tot Overreding
    107. 107. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Verwerking Informatie Centrale Route tot Overreding Mening gebaseerd op inhoudelijke argumenten
    108. 108. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Beperkte Verwerking Informatie Verwerking Informatie Centrale Route tot Overreding Mening gebaseerd op inhoudelijke argumenten
    109. 109. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Beperkte Verwerking Informatie Verwerking Informatie Centrale Route Perifere Route tot tot Overreding Overreding Mening gebaseerd op inhoudelijke argumenten
    110. 110. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Beperkte Verwerking Informatie Verwerking Informatie Centrale Route Perifere Route tot tot Overreding Overreding Mening gebaseerd op Mening gebaseerd op inhoudelijke minder relevante argumenten kenmerken vd boodschap

    ×