Kpmg Pro Memorie 2012

1,141 views

Published on

In deze Pro Memorie vindt u de nieuwe tarieven, premies, uitvoeringsmaatregelen zoals die per 1 januari 2012 gelden.

Published in: Economy & Finance
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,141
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Kpmg Pro Memorie 2012

  1. 1. ProMemorieAudit / Februari 2012Alle fiscale feiten encijfers op een rij
  2. 2. Realisatie: KPMG Marketing & SalessupportTekstproductie: KPMG Accountants Belastinggroep enKPMG Meijburg & CoMeer informatie over onze dienstverlening vindt u opwww.kpmg.nl en www.meijburg.nl
  3. 3. Inhoud1 Inkomstenbelasting 2 Tabel zonder nihilwaarderingen 311.1 Loon en bijtelling privégebruik auto 4 Loonbelasting 32 van de zaak 3 4.1 Loonheffingskorting 321.1.1 Bijtelling op jaarbasis 3 4.2 Afdrachtvermindering loonheffing 321.1.2 Aftrek eigen bijdrage privégebruik auto 4 4.3 Gebruikelijk loon 321.2 Winst uit onderneming 4 4.4 Modelstaat voor loonberekening 2012 341.2.1 Bijtelling privégebruik auto 4 4.5 Bestanddelen van het loon vanaf1.2.2 Bijtelling privégebruik woning 4 1 januari 2012 351.2.3 Forfaitaire winstbepaling zeescheepvaart 5 4.6 Werknemersverzekeringen 361.2.4 Bijzondere fiscale waarderingsvoorschriften 5 4.6.1 Premieheffingen 361.2.5 Mkb-winstvrijstelling 6 4.6.2 Uitkeringen ZW/WW/WIA 371.2.6 Van winst aftrekbare kosten 5 Vennootschapsbelasting 38 privévervoermiddel 6 5.1 Aftrekfaciliteiten en1.2.7 Investeringsaftrek 7 waarderingsvoorschriften 381.2.8 Ondernemersaftrek 9 5.2 Verliesverrekening 381.2.9 Fiscale oudedagsreserve (FOR) 12 5.3 Tarieven 381.3 Eigen woning 12 5.3.1 Reguliere tarieven vennootschapsbelasting 381.3.1 Eigenwoningforfait 12 5.3.2 Boxtarieven vennootschapsbelasting 391.3.2 Kapitaalverzekering eigen woning 13 6 Dividendbelasting 401.4 Reisaftrek 14 7 Omzetbelasting 411.5 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen 14 7.1 Tarieven en regelingen 411.5.1 Premies voor lijfrenten 14 7.2 Forfaitaire correctie privégebruik auto 421.5.2 Extra lijfrentepremieaftrek bij stakende 8 Belastingen van rechtsverkeer en ondernemers 15 kansspelbelasting 431.6 Inkomen uit sparen en beleggen 15 9 Erf- en schenkbelasting 441.6.1 Forfaitair rendement 15 9.1 Vrijstellingen schenkbelasting 441.6.2 Rendementsgrondslag 16 9.2 Vrijstellingen erfbelasting 441.7 Heffingsvrij vermogen 17 9.3 Tarieven 451.7.1 Ouderentoeslag 18 9.3.1 Tarief erf- en schenkbelasting 2012 451.8 Uitgaven voor monumentenpanden 18 9.3.2 Tarief erf- en schenkbelasting 2011 451.9 Verliesverrekening 19 9.3.3 Tarief erf- en schenkbelasting 2010 451.9.1 Verliesverrekening 19 10 Uitkeringen op grond van sociale1.9.2 Verliesverdamping 19 wetten 461.10 Tarieven in de boxen 19 10.1 AOW/Anw 461.10.1 Box 1: belastbaar inkomen uit werk 10.1.1 Inkomensafhankelijke toeslag 47 en woning 19 10.2 Bijstandsuitkeringen en normbedragen 471.10.2 Box 2: belastbaar inkomen uit 10.2.1 IOAW-uitkering per maand 47 aanmerkelijk belang 20 10.2.2 WWB-nettonormbedragen per maand 481.10.3 Box 3: belastbaar inkomen uit sparen 10.3 Minimumloon per maand 48 en beleggen 20 10.4 Kinderbijslag 491.11 Heffingskortingen 21 10.4.1 Uitkeringen per kwartaal 491.11.1 Heffingskortingen in verband met 10.4.2 Maximale nettobijverdiensten per kwartaal 49 beleggingen 23 11 Zorgverzekeringswet 502 Toeslagen 24 12 Wet belastingen op2.1 Zorgtoeslag 24 milieugrondslag (Wbm) 512.2 Kindgebonden budget 24 12.1 Verpakkingenbelasting 512.3 Kinderopvangtoeslag 24 12.2 Afvalstoffenbelasting 512.3.1 Maximumuurtarief kinderopvang 25 12.3 Belasting op leidingwater 512.4 Huurtoeslag 25 12.4 Kolenbelasting 513 Vergoedingen, verstrekkingen en 12.5 Grondwaterbelasting 52 aftrekposten 26 12.6 Energiebelasting 523.1 Beperking van aftrekposten en 12.6.1 Aardgas (per m3) 52 belastingvrije vergoedingen 26 12.6.2 Elektriciteit (per kWh) 523.1.1 Vrijgestelde vergoedingen en 13 Discontopercentages en wettelijke rente 53 verstrekkingen werkruimte eigen woning 29 13.1 Wettelijke rente 533.1.2 Normbedragen maaltijden in 13.2 Heffings- en invorderingsrente bedrijfskantines 30 bij belastingen 533.2 Eindheffing op belastingvrije 13.3 Rentetarieven ECB 54 vergoedingen en verstrekkingen 30 13.4 Discontovoet 543.3 Werkkostenregeling 30 14 Koersen 55 Tabel gerichte vrijstellingen 30 14.1 Valutakoersen 55 Tabel nihilwaarderingen 31 15 Lijst met afkortingen 56 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2012 1
  4. 4. 2 1 Inkomstenbelasting Aftrekposten Alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen Uitgaven weekendbezoek gehandicapten Inkomsten Aftrekposten Studiekosten en andere scholingsuitgaven Loon (incl. auto van de zaak), pensioen Reisaftrek Levensonderhoud kinderen jonger dan 21 jaar Uitgaven monumentenpanden Winst uit onderneming Premies voor lijfrenten en andere Uitgaven voor specifieke zorgkosten Giften Resultaat uit overige werkzaamheden uitgaven voor Periodieke uitkeringen inkomstenvoorzieningen Box 1 Persoons- Box 1 Te verrekenen Box 1 Box 1 33,10%Pro M emo rie februar i 2012 Ontvangen alimentatie Aftrekposten van de eigen woning _ gebonden Inkomen _ verliezen uit werk Belastbaar Belasting aftrek = en woning = X tot = Eigenwoningforfait uit werk en inkomen 52% woning © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Inkomsten Aftrekposten Box 2 Aftrekken Box 2 Te verrekenen Box 2 Box 2 25% in box 1, Inkomen uit verliezen uit Belastbaar Belasting Reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang Aftrekbare kosten _ _ eventueel = aanmerkelijk aanmerkelijk = inkomen X = Vervreemdingsvoordelen uit ook in belang belang aanmerkelijk belang box 3 en box 2 Gemiddeld vermogen Vast Box 3 Box 3 Box 3 Spaargeld, tweede woning, aandelen e.d. minus schulden X rendement Voordeel Belastbaar inkomen Belasting _ (voor zover dit meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen) (4%) uit sparen = X 30% = en beleggen + Heffingskortingen Totaal Algemene heffingskorting belasting Arbeidskorting Doorwerkbonus Heffings- Inkomensafhankelijke combinatiekorting korting Ouderschapsverlofkorting (Aanvullende) alleenstaande-ouderenkorting Jonggehandicaptenkorting _ (Alleenstaande) ouderenkorting Levensloopverlofkorting Korting maatschappelijke beleggingen Korting directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen Te betalen bedrag
  5. 5. 1.1 Loon en bijtelling privégebruik auto van de zaak Het voordeel van het privégebruik van de (bestel)auto van de zaak wordt belast als loon. Werkgevers moeten hierover loonbelasting, premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) inhouden.1.1.1 Bijtelling op jaarbasis1.1.1.1 Auto’s met CO2-uitstoot 2012 2012 2011 2010 BIJTELLING1,2) 1 januari3) 1 juli4) GRAM/KM GRAM/KM GRAM/KM GRAM/KM ALLE BRANDSTOFFEN MET UITZONDERING VAN DIESEL 0% bijtelling5) <51 <51 0 0 14% bijtelling 51-110 51-102 <111 <111 20% bijtelling 111-140 103-132 111-140 111-140 25% bijtelling >140 >132 >140 >140 DIESEL 14% bijtelling <96 <92 <96 <96 20% bijtelling 96-116 92-114 96-116 96-116 25% bijtelling >116 >114 >116 >116 1) De bijtelling voor privégebruik is ten minste het vermelde percentage van de cataloguswaarde van de auto (inclusief btw en bpm). Afhankelijk van het daadwerkelijke privégebruik kan een hoger percentage van toepassing zijn. Voor auto’s die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen geldt de waarde in het economisch verkeer als grondslag en, met ingang van 1 januari 2010, een bijtelling van 35% in plaats van 25%. 2) De bijtelling is nihil als een auto niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. In beginsel is een rittenadministratie nodig om te bewijzen dat sprake is van 500 privékilometers of minder. De woon-werkkilometers tellen hierbij als zakelijke kilometers. De werknemer kan ook een ‘verklaring geen privégebruik’ aanvragen om de bijtelling door de werkgever achterwege te laten. Voor de bestelauto gelden verder nog specifieke regels. Zie het aanvraagformulier verklaring geen privégebruik dat via de site van de Belastingdienst is te downloaden. 3) Auto’s met een 20%- of 14%-bijtelling waarvan het kenteken vóór 1 juli 2012 op naam is gesteld, houden dat lagere bijtellingspercentage totdat de auto een andere eigenaar én andere gebruiker krijgt. In dat geval zal het bijtellingspercentage met ingang van 1 juli 2017 worden aangepast overeenkomstig de dan geldende normen. 4) Auto’s met een 20%- of 14%-bijtelling die vanaf 1 juli 2012 op naam worden gesteld, houden dat lagere bijtellingspercentage voor een periode van 60 maanden. Die periode van 60 maanden begint op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld. Aan het eind van die periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2- grenzen opnieuw voor een 60-maandenperiode voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt. 5) Voor auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 worden aangeschaft, geldt gedurende 60 maanden een 0%-tarief voor de bijtelling. Op auto’s die al voor 1 januari 2012 zijn aangeschaft en niet meer dan 50 gr/km CO2 uitstoten, is voor zover ze daar nog geen recht op hadden vanaf 1 januari 2012 het 0%-tarief van toepassing tot 1 januari 2017 . © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2012 3
  6. 6. 1.1.1.2 Bestelauto van de zaak Een werknemer die een bestelauto van de zaak uitsluitend zakelijk (dus: 0 kilometer privé) gebruikt, kan vanaf 1 januari 2012 gebruikmaken van de ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’. Er vindt dan geen bijtelling auto van de zaak plaats en er hoeft geen rittenregistratie te worden bijgehouden. Dit is een nieuwe regeling naast bijvoorbeeld de bestaande mogelijkheid om met behulp van een rittenregistratie aan te tonen dat het privégebruik niet meer dan 500 km per jaar bedraagt. 1.1.2 Aftrek eigen bijdrage privégebruik auto 2012 2011 2010 Betalingen aan werkgever voor privégebruik1) aftrekbaar aftrekbaar aftrekbaar 1) De betalingen aan de werkgever kunnen per saldo niet leiden tot een negatieve bijtelling. 1.2 Winst uit onderneming 1.2.1 Bijtelling privégebruik auto Zie de tabel bij 1.1.1 voor de bijtelling als gevolg van de onttrekking wegens privégebruik van een tot het ondernemingsvermogen behorende auto. 1.2.2 Bijtelling privégebruik woning De bijtelling als gevolg van de onttrekking voor het privégebruik van de tot het ondernemingsvermogen behorende woning1) wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel: 2012 WONINGWAARDE 2) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 0,80 12.500 25.000 1,00 25.000 50.000 1,15 50.000 75.000 1,25 75.000 1.040.000 1,40 1.040.000 – 1,753) 2011 WONINGWAARDE 2) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 0,80 12.500 25.000 1,00 25.000 50.000 1,10 50.000 75.000 1,20 75.000 1.020.000 1,35 1.020.000 – 1,603)© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.4 Pro M emo rie februar i 2012
  7. 7. 2010 WONINGWAARDE 2) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 0,75 12.500 25.000 0,95 25.000 50.000 1,05 50.000 75.000 1,15 75.000 1.010.000 1,30 1.010.000 – 1,453) 1) Onder woning wordt ook verstaan een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen. Een werkruimte maakt deel uit van de woning, tenzij de werkruimte een naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning is (voldoende te onderscheiden van de woning) en het inkomen hoofdzakelijk in of vanuit de werkruimte wordt verdiend. 2) De woningwaarde(n) is/zijn de volgens de Wet WOZ voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het tijdvak waarbinnen het kalenderjaar valt. 3) 2012: EUR 14.560 plus 1,75% van de woningwaarde boven de EUR 1.040.000 2011: EUR 13.770 plus 1,60% van de woningwaarde boven de EUR 1.020.000. 2010: EUR 13.130 plus 1,45% van de woningwaarde boven de EUR 1.010.000.1.2.3 Forfaitaire winstbepaling zeescheepvaart TONNAGE IN NETTOTON1) WINST UIT ZEESCHEEPVAART PER DAG PER 1.000 NETTOTON 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Tot en met 1.000 9,08 9,08 9,08 Voor het meerdere tot en met 10.000 6,81 6,81 6,81 Voor het meerdere tot en met 25.000 4,54 4,54 4,54 Voor het meerdere tot en met 50.000 2,27 2,27 2,27 Voor het meerdere boven 50.000 0,502) 0,502) 0,502) 1) De tabel wordt toegepast op het op 1.000 ton naar beneden afgeronde nettotonnage van een schip. 2) Het tarief van EUR 0,50 per 1.000 nettoton per dag is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 slechts van toepassing op schepen die na 31 december 2008 een vlag zijn gaan voeren en sindsdien onder het tonnageregime vallen, of op schepen die ten minste gedurende de laatste vijf jaar voor hun toetreding tot de tonnageregeling onder de vlag van een land waren geregistreerd dat geen EU-lidstaat is of niet tot de EER behoort.1.2.4 Bijzondere fiscale waarderingsvoorschriften1.2.4.1 Beperking fiscale afschrijving VASTGOED1) GOODWILL 2, 3) OVERIGE BEDRIJFS MIDDELEN 2,3) VASTGOED IN EIGEN GEBRUIK BELEGGINGSVASTGOED Afgeschreven kan worden tot Afgeschreven kan Op jaarbasis ten hoogste Op jaarbasis ten hoogste 50% van de WOZ-waarde worden tot 100% van 10% van de aanschafkosten 20% van de aanschafkosten de WOZ-waarde 1) Er geldt overgangsrecht voor vastgoed waarop voor 1 januari 2007 nog niet gedurende ten minste drie jaar is afgeschreven. De huidige regeling geldt dan pas in het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin die periode van drie jaar is geëindigd. © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2012 5
  8. 8. 2) Er geldt overgangsrecht voor goodwill en overige bedrijfsmiddelen waarop al is afgeschreven voor 1 januari 2007 De boekwaarde op 1 januari 2007 kan niet eerder worden afgeschreven dan over 120 . maanden (goodwill) respectievelijk 60 maanden (overige bedrijfsmiddelen) minus het aantal maanden waarover al is afgeschreven voor 1 januari 2007. 3) Met ingang van 1 januari 2008 kunnen omstandigheden die ten tijde van het investeren in een bedrijfsmiddel al bekend waren, geen aanleiding geven voor een afwaardering naar een lagere bedrijfswaarde. 1.2.4.2 Willekeurige afschrijving De willekeurige afschrijving is een tijdelijke maatregel (van 2009 tot en met 2011) in het kader van de economische crisis en geldt voor nieuw aangeschafte bedrijfsmiddelen. INVESTERING IN KALENDERJAAR 2012 2011 2010 % % % Willekeurige afschrijving1) in investeringsjaar maximaal N.v.t. 50 50 Ingebruikname bedrijfsmiddel2) uiterlijk voor N.v.t. 1 januari 2014 1 januari 2013 1) Willekeurige afschrijving is mogelijk zodra in het betreffende kalenderjaar een investeringsverplichting is aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt. Het bedrag van de willekeurige afschrijving kan echter niet hoger zijn dan de gemaakte voortbrengingskosten of het bedrag dat ter zake van de investeringsverplichting is betaald. 2) Een aantal bedrijfsmiddelen is uitgezonderd. De belangrijkste uitzonderingen zijn: gebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, dieren, immateriële activa (waaronder software), bromfietsen, motorrijwielen en personenauto’s. Uitgesloten zijn ook bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk zijn bestemd voor terbeschikkingstelling aan derden. Taxi’s en zeer zuinige personenauto’s mogen wel willekeurig worden afgeschreven. Een personenauto geldt als zeer zuinig als de CO2-uitstoot niet meer is dan 95 gram per kilometer bij dieselmotoren, of niet meer dan 110 gram per kilometer bij andere personenauto’s. 1.2.4.3 Waarderingsvoorschrift onderhanden werk/opdrachten De winstneming mag niet meer worden uitgesteld tot de oplevering van het werk. Er moet voortschrijdend winst worden genomen. 1.2.5 Mkb-winstvrijstelling 2012 2011 2010 % % % Aftrek van de winst 12 12 12 1.2.6 Van winst aftrekbare kosten privévervoermiddel Gebruikt een ondernemer een tot zijn privévermogen behorende of door hem in privé gehuurd vervoermiddel voor zijn onderneming, dan zijn de kosten beperkt aftrekbaar. 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Aftrek per kilometer 1) 0,19 0,19 0,19 1) Woon-werkkilometers zijn zakelijke kilometers.© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.6 Pro M emo rie februar i 2012
  9. 9. 1.2.7 Investeringsaftrek1.2.7.1 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek1) 2012 Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van: MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BEDRAAGT DE KLEINSCHALIGHEIDSINVESTERINGSAFTREK: EUR EUR – 2.300 0 2.300 55.248 28% van het investeringsbedrag 55.248 102.311 EUR 15.470 102.311 306.931 EUR 15.470 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR 102.311 te boven gaat 306.931 0 0 2011 Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van: MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BEDRAAGT DE KLEINSCHALIGHEIDSINVESTERINGSAFTREK: EUR EUR – 2.200 0 2.200 54.324 28% van het investeringsbedrag 54.324 100.600 EUR 15.211 100.600 301.800 EUR 15.211 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR 100.600 te boven gaat 301.800 0 0 2010 Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van: MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BEDRAAGT DE KLEINSCHALIGHEIDSINVESTERINGSAFTREK: EUR EUR – 2.200 0 2.200 54.000 28% van het investeringsbedrag 54.000 100.000 EUR 15.120 100.000 300.000 EUR 15.120 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR 100.000 te boven gaat 300.000 0 0 1) Indien de onderneming van de belastingplichtige deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een of meer andere belastingplichtigen die daarbij winst uit onderneming genieten of met belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting, dan worden voor de bepaling van het investeringsbedrag hun investeringen voor het samenwerkingsverband opgeteld. Ook zeer zuinige personenauto’s, waaronder elektrische personenauto’s, kwalificeren voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bedrijfsmiddelen waarvoor het investeringsbedrag minder is dan EUR 450 komen niet voor de investeringsaftrek in aanmerking. © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2012 7
  10. 10. 1.2.7.2 Energie-investeringsaftrek1) 2012 2011 20102) INVESTERINGSBEDRAG ENERGIE- INVESTERINGSBEDRAG ENERGIE- INVESTERINGSBEDRAG ENERGIE- INVESTE- INVESTE- INVESTE- RINGS- RINGS- RINGS- MEER DAN MAAR DAN NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MEER DAN MEER DAN MEER MEER DAN MEER DAN EUR EUR % EUR EUR % EUR EUR % – 2.300 – 2.200 – 2.200 2.300 118.000.000 41,53) 2.200 116.000.000 41,53) 2.200 115.000.000 44 1) Bij een samenwerkingsverband worden de investeringen voor het hele samenwerkingsverband opgeteld. Investeringen kunnen in aanmerking komen voor zowel de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek als de energie-investeringsaftrek. 2) Investeringen door bedrijfsmatige verhuurders in bestaande huurwoningen die leiden tot een significante duurzaamheidsverbetering komen sinds 1 juni 2009 in aanmerking voor de energie- investeringsaftrek. Woningverbetering die resulteert in het bereiken van energielabel B of in een vooruitgang van twee energielabels, komt voor maximaal EUR 15.000 in aanmerking voor de energie- investeringsaftrek. Dit is een tijdelijke stimuleringsmaatregel die vervalt per 1 december 2010. 3) Dit is een tijdelijke verlaging. Vanaf 2014 zal de aftrek weer 44% bedragen. 1.2.7.3 Milieu-investeringsaftrek1) Categorie I 2012 2011 20102) INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTE- INVESTE- INVESTE- RINGS- RINGS- RINGS- MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN EUR EUR % EUR EUR % EUR EUR % 2.300 – – 2.200 – – 2.200 – 2.300 36 3) 2.200 36 3) 2.200 40/60 Categorie II 2012 2011 20102) INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTE- INVESTE- INVESTE- RINGS- RINGS- RINGS- MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN EUR EUR % EUR EUR % EUR EUR % 2.300 – 2.200 – – 2.200 – 2.300 273) 2.200 273) 2.200 30/40© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.8 Pro M emo rie februar i 2012
  11. 11. Categorie III 2012 2011 20102) INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTE- INVESTE- INVESTE- RINGS- RINGS- RINGS- MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN EUR EUR % EUR EUR % EUR EUR % 2.300 – 2.200 – – 2.200 – 2.300 13,53) 2.200 13,53) 2.200 15/35 1) De milieu-investeringsaftrek is van toepassing naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Indien voor een investering bij de aangifte wordt gekozen voor energie-investeringsaftrek, dan blijft toepassing van de milieu-investeringsaftrek achterwege. 2) De percentages worden voor het jaar 2010 verhoogd tot respectievelijk 60, 40 en 35 voor die ondernemers die voldoen aan de voorwaarden van het Europese crisissteunkader en het op basis daarvan goedgekeurde Nederlands nationaal kader voor het tijdelijk verlenen van beperkte steunbedragen. 3) Dit is een tijdelijke verlaging. Vanaf 2014 zal de aftrek weer respectievelijk 40%, 30% en 15% bedragen. Ook de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (Vamil) wordt voor de jaren 2011 tot en met 2013 tijdelijk verlaagd, namelijk van 100% naar 75%. De resterende 25% volgt het normale afschrijfregime.1.2.7.4 Research- en developmentaftrek (RDA)1) 2012 2011 2010 % % % Research- en developmentaftrek 40 – – 1) De RDA is gericht op de S&O-uitgaven die niet betrekking hebben op arbeid, bijvoorbeeld investeringen in apparatuur en materialen. De RDA wordt als extra aftrekpost in aanmerking genomen bij de fiscale winstbepaling. De aftrek bedraagt een percentage van de door Agentschap NL vastgestelde kosten en uitgaven die direct toerekenbaar zijn aan S&O dat is erkend in een S&O-verklaring. www.agentschapnl.nl1.2.8 Ondernemersaftrek1.2.8.1 Urencriterium Onder het urencriterium wordt verstaan dat een ondernemer in het kalenderjaar ten minste 1.225 uren besteedt aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit winst wordt genoten. Bovendien moet van de totaal beschikbare tijd voor winst uit onderneming, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden meer dan de helft worden besteed aan het drijven van een of meer ondernemingen. Voor de startende ondernemer die in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was, geldt alleen de eis van minimaal 1.225 uren. Zwangere ondernemers worden geacht gedurende hun periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof hun werkzaamheden voor de onderneming niet te hebben onderbroken. © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2012 9
  12. 12. 1.2.8.2 Zelfstandigenaftrek, startersaftrek en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid De zelfstandigenaftrek voor niet-starters kan niet worden verrekend met ander box 1-inkomen. De niet-verrekende zelfstandigenaftrek kan maximaal negen jaar vooruit worden gewenteld. Dan kan worden verrekend met toekomstige winsten. Deze regeling geldt niet voor starters. 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Zelfstandigenaftrek 1) 7.280 zie tabel zie tabel Startersaftrek 2) 2.123 2.123 2.110 Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid:3) 12.000 12.000 12.000 8.000 8.000 8.000 4.000 4.000 4.000 1) De ondernemer moet voldoen aan het urencriterium (zie 1.2.8.1). De zelfstandigenaftrek voor de ondernemer die bij het begin van het kalenderjaar 65 jaar of ouder is, bedraagt 50% van de zelfstandigenaftrek voor de ondernemer die nog geen 65 jaar is. 2) Als de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal de zelfstandigenaftrek is toegepast, wordt de zelfstandigenaftrek verhoogd met de startersaftrek. De startersaftrek voor de ondernemer die bij het begin van het kalenderjaar 65 jaar of ouder is, bedraagt 50% van de startersaftrek voor de ondernemer die nog geen 65 jaar is. 3) De ondernemer moet recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in het kalenderjaar en mag bij het begin van het kalenderjaar nog geen 65 jaar zijn. Daarnaast hoeft hij niet te voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur (zie 1.2.8.1), maar wel aan een verlaagd urencriterium van 800 uur. De aftrek is het genoemde bedrag, maar niet meer dan de winst. Onder winst wordt verstaan het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit een of meer ondernemingen. Tabel: zelfstandigenaftrek 2011 2010 WINST 1) ZELF- WINST1) ZELF- STANDIGEN- STANDIGEN- VANAF TOT AFTREK VANAF TOT AFTREK EUR EUR EUR EUR EUR EUR – 14.045 9.484 – 13.960 9.427 14.045 16.295 8.817 13.960 16.195 8.764 16.295 18.540 8.154 16.195 18.425 8.105 18.540 53.070 7.266 18.425 52.750 7.222 53.070 55.315 6.633 52.750 54.985 6.593 55.315 57.565 5.931 54.985 57.220 5.895 57.565 59.810 5.236 57.220 59.450 5.204 59.810 4.602 59.450 4.574 1) Winst is het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer uit een of meer ondernemingen geniet.© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.1 0 Pro M emo rie februar i 2012
  13. 13. 1.2.8.3 Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-aftrek)1) AANTAL UREN BESTEED AAN S&O BEDRAAGT DE S&O-AFTREK 2012 2011 2010 EUR EUR EUR S&O-aftrek Minder dan 500 uur 0 0 0 Ten minste 500 uur 12.310 12.104 12.031 Aanvullende S&O-aftrek2) Minder dan 500 uur 0 0 0 Ten minste 500 uur 6.157 6.054 6.017 1) De ondernemer moet voldoen aan het urencriterium (zie 1.2.8.1). Zwangere ondernemers worden geacht gedurende de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof hun werkzaamheden voor de toepassing van de S&O-aftrek niet te hebben onderbroken. Verder moet aan de werkzaamheden een S&O-verklaring van Agentschap NL ten grondslag liggen. 2) Indien de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal de S&O-aftrek is toegepast, bestaat recht op de aanvullende S&O-aftrek voor starters.1.2.8.4 Meewerkaftrek/partnervergoeding Meewerkaftrek als percentage van de winst1,2) 2012 2011 2010 AANTAL UREN MEEWERKEN MEEWERKAFTREK MEEWERKAFTREK MEEWERKAFTREK VANAF TOT % % % – 525 – – – 525 875 1,25 1,25 1,25 875 1.225 2,00 2,00 2,00 1.225 1.750 3,00 3,00 3,00 1.750 4,00 4,00 4,00 1) De meewerkaftrek geldt voor de ondernemer die voldoet aan het urencriterium (zie 1.2.8.1) en van wie de partner zonder enige vergoeding arbeid verricht in een onderneming waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet. 2) Winst is het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit ondernemingen waarin de partner zonder enige vergoeding arbeid verricht, verminderd met onteigeningswinst, stakingswinst en eindafrekeningswinst. Partnervergoeding 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Beloning voor meewerkende partner 5.000 5.000 5.000 minimaal Een lagere vergoeding is niet aftrekbaar van de winst. De ontvangende partner hoeft in dat geval niets aan te geven. © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2012 11
  14. 14. 1.2.8.5 Stakingsaftrek 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Stakingsaftrek 1) 3.630 3.630 3.630 1) De stakingsaftrek geldt voor de ondernemer die in het kalenderjaar winst behaalt met of bij het staken van een of meer gehele ondernemingen waaruit hij als ondernemer winst geniet. De in voorafgaande jaren genoten stakingsaftrek wordt hierop in mindering gebracht. 1.2.9 Fiscale oudedagsreserve (FOR) De FOR maakt deel uit van de fiscale winst en van het ondernemingsvermogen. Indien er meer ondernemingen zijn, mag de ondernemer zelf bepalen aan welk ondernemingsvermogen hij de FOR toerekent. 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Dotatie 12% van de als ondernemer genoten 9.542 11.882 11.811 winst uit een of meer ondernemingen voor mutaties FOR, maar maximaal:1) 1) Dotaties zijn alleen mogelijk als de ondernemer voldoet aan het urencriterium (zie 1.2.8.1) en hij bij aanvang van het kalenderjaar nog geen 65 jaar is. De toevoeging is ten hoogste het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar de oudedagsreserve aan het begin van het kalenderjaar te boven gaat. De toevoeging wordt verminderd met de ten laste van de winst gekomen pensioenpremies. 1.3 Eigen woning 1.3.1 Eigenwoningforfait 20122) EIGENWONINGWAARDE1) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 nihil 12.500 25.000 0,20 25.000 50.000 0,35 50.000 75.000 0,45 75.000 1.040.000 0,60 1.040.000 – 1,305)© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.1 2 Pro M emo rie februar i 2012
  15. 15. 20112) EIGENWONINGWAARDE1) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 – 12.500 25.000 0,20 25.000 50.000 0,30 50.000 75.000 0,40 75.000 1.020.000 0,55 1.020.000 – 1,054)20102) EIGENWONINGWAARDE1) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 – 12.500 25.000 0,20 25.000 50.000 0,30 50.000 75.000 0,40 75.000 1.010.000 0,55 1.010.000 – 0,803)1) De eigenwoningwaarde(n) is/zijn de volgens de Wet WOZ voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het tijdvak waarbinnen het kalenderjaar valt. De periode tussen het gebruik van de WOZ- waarde en de waardepeildatum is 1 jaar. Onder woning wordt ook verstaan een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen.2) Een aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld wordt verleend als het saldo van het eigenwoningforfait verminderd met de aftrekbare kosten, zoals hypotheekrente, positief is. De aftrek is gelijk aan het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten. Hierdoor kan het eigenwoningforfait nooit leiden tot een positief inkomensbestanddeel in box 1.3) EUR 5.555 plus 0,80% van de eigenwoningwaarde boven de EUR 1.010.000.4) EUR 5.610 plus 1,05% van de eigenwoningwaarde boven de EUR 1.020.000.5) EUR 6.240 plus 1,30% van de eigenwoningwaarde boven de EUR 1.040.000.1.3.2 Kapitaalverzekering eigen woning ONBELASTE UITKERING UIT KAPITAALVERZEKERING1) 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Bij premiebetaling 15 tot en met 19 jaar 34.900 34.300 34.100 Bij premiebetaling 20 jaar of langer 154.000 151.000 150.5001) Onbelast is het rentevoordeel begrepen in de uitkeringen uit een kapitaalverzekering eigen woning en een spaarrekening eigen woning en het rendement begrepen in de uitkering uit een beleggingsrecht eigen woning. De totale vrijstelling kan nooit meer bedragen dan EUR 154.000 (2011: EUR 151.000 en 2010: EUR 150.500) per belastingplichtige gedurende zijn leven. © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2012 13
  16. 16. 1.4 Reisaftrek Regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer REISAFTREK1) 2012 2011 2010 BIJ EEN REISAFSTAND PER OPENBAAR VERVOER MEER DAN MAAR NIET MEER DAN KM KM EUR EUR EUR – 10 – – – 10 15 436 428 425 15 20 582 572 568 20 30 974 957 951 30 40 1.207 1.186 1.178 40 50 1.574 1.547 1.537 50 60 1.751 1.721 1.710 60 70 1.943 1.910 1.898 70 80 2.008 1.974 1.962 80 2.036 2.001 1.989 1) Als op één, twee of drie dagen per week naar hetzelfde werkadres wordt gereisd, is de reisaftrek: a) bij een reisafstand van maximaal 90 kilometer: een kwart, de helft respectievelijk driekwart van het in de tabel aangegeven bedrag; b) bij een reisafstand van meer dan 90 kilometer: EUR 0,23 (2010: EUR 0,22 en 2010: EUR 0,22) per kilometer vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop wordt gereisd, maar niet meer dan EUR 2.036 (2011: EUR 2.001 en 2010: EUR 1.989) per jaar. Als naar verschillende werkadressen wordt gereisd, is de tabel afzonderlijk van toepassing op het reizen naar elk van deze plaatsen. De totale reisaftrek is maximaal EUR 2.036 (2011: EUR 2.001 en 2010: EUR 1.989) per jaar. Als op dezelfde dag naar verschillende werkadressen wordt gereisd, is het voorafgaande uitsluitend van toepassing op het reizen naar de meest bereisde plaats van werkzaamheden. Worden twee werkadressen even vaak bereisd, dan geldt de grootste afstand. De belastingplichtige moet beschikken over een openbaarvervoerverklaring of een reisverklaring. 1.5 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen 1.5.1 Premies voor lijfrenten1) AFTREKBEDRAGEN 2) 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Jaarruimte (maximaal) 3) 27.618 27.156 26.994 Reserveringsruimte 17% van de premie- 6.989 6.872 6.831 grondslag voor personen jonger dan 55 jaar (maximaal)4) Reserveringsruimte 17% van de premie- 13.802 13.571 13.490 grondslag voor personen van 55 jaar of ouder (maximaal)4) 1) Of daarmee gelijk te stellen bedragen betaald voor een lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht. 2) Premies zijn aftrekbaar voor zover sprake is van een pensioentekort. De hoogte van het aftrekbare bedrag moet worden bepaald aan de hand van de jaarruimte of de reserveringsruimte. Aftrek is mogelijk voor personen die bij aanvang van het kalenderjaar jonger zijn dan 65 jaar. 3) Bij de berekening van de jaarruimte zijn het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.1 4 Pro M emo rie februar i 2012
  17. 17. kalenderjaar bepalend. 4) Indien in de onmiddellijk aan het kalenderjaar voorafgaande periode van zeven jaar minder premies voor lijfrenten zijn betaald dan was toegestaan, kan dit tekort worden ingehaald in de reserveringsruimte.1.5.2 Extra lijfrentepremieaftrek bij stakende ondernemers EXTRA RUIMTE AAN PREMIEAFTREK BIJ: 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Overdrachten door ondernemers van 60 jaar 443.059 435.652 433.053 en ouder, overdrachten door invalide onder- nemers of het staken van de onderneming door overlijden Overdrachten door ondernemers van 50 tot 221.537 217.833 216.533 60 jaar, of overdrachten door ondernemers indien de lijfrente-uitkeringen direct ingaan In andere gevallen 110.774 108.922 108.272 Bij de berekening van de ruimte voor de lijfrentepremieaftrek zijn het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande kalenderjaar bepalend. Ondernemers mogen in het jaar dat zij (een deel van) hun onderneming staken op verzoek daarvan afwijken en bij de berekening van de lijfrentepremieaftrek ervoor kiezen om de gegevens van het kalenderjaar zelf te gebruiken. In het volgende kalenderjaar, waarin weer moet worden uitgegaan van de gegevens van het voorafgaande kalenderjaar, mag de stakingswinst niet nogmaals in aanmerking worden genomen bij de berekening van de ruimte voor de lijfrentepremieaftrek.1.6 Inkomen uit sparen en beleggen1.6.1 Forfaitair rendement 2012 2011 2010 % % % Forfaitair rendement 1) 4 4 4 1) Het forfaitair rendement wordt berekend over de grondslag sparen en beleggen, dat is de rendementsgrondslag voor zover deze meer bedraagt dan het heffingsvrij vermogen. Per 1 januari 2011 geldt voor de vaststelling van de rendementsgrondslag nog maar één peildatum (1 januari), waar tot en met 2010 nog het gemiddelde van de rendementsgrondslag op twee peildata werd genomen (1 januari en 31 december). © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2012 15
  18. 18. 1.6.2 Rendementsgrondslag BELAST VRIJGESTELD1) onroerende zaken landgoederen zaken Bijvoorbeeld recht van erfpacht, recht van opstal, appartementsrecht, recht van vruchtgebruik/gebruik/ bewoning van een onroerende zaak persoonlijke doeleinden worden gebruikt/verbruikt persoonlijke doeleinden maar hoofdzakelijk als beleg- Tenzij zij dienen als belegging (bewijslast bij ging dienen inspecteur). Het behoren tot een verzameling impliceert niet automatisch dat sprake is van een belegging Bijvoorbeeld termijn- of optiecontracten mits gebruikt voor persoonlijke doeleinden en niet hoofdzakelijk dienend als belegging (bewijslast bij inspecteur) Bijvoorbeeld chartaal en giraal geld, effecten, warrants, van het recht maximaal EUR 6.859 (2011: EUR 6.744 opties, schuldvorderingen (waaronder vorderingen en 2010: EUR 6.703 per persoon bedraagt inzake erfbelasting met ingang van 1 januari 2010), winstrechten, kapitaalverzekeringen contant geld en vergelijkbare vermogensrechten (bijvoorbeeld chipkaart, cadeaubonnen) van EUR 512 (2011: 503 en 2010: EUR 500) per belastingplichtige, voor partners EUR 1.024 (2011: EUR 1.006 en 2010: EUR 1000) Dit is een restcategorie, waaronder bijvoorbeeld niet- zake van invaliditeit/ziekte/ongeval bedrijfsmatig geëxploreerde vergunningen vallen. Met ingang van 1 januari 2010 wordt zogenoemd afgezon- derd particulier vermogen (bijvoorbeeld vermogen dat in een trust is ondergebracht) rechtstreeks toegerekend aan de inbrenger. Dat kan vermogen in box 3 zijn, maar ook in box 1 of 2 een aanmerkelijk belang, indien de overdrachts- prijs uit een of meer termijnen bestaat waarvan op het vervreemdingstijdstip het aantal of de omvang onbekend is rechten/aandelen/winstbewijzen op grond van een spaarloonregeling tot een gezamenlijk bedrag van maximaal EUR 17.0252) durfkapitaal, beide maximaal EUR 56.420 (2011: EUR 55.476 en 2010: EUR 55.145 Indien de belastingplichtige het hele jaar dezelfde fiscale partner heeft dan geldt een gezamenlijke vrijstelling van het dubbele bedrag© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.1 6 Pro M emo rie februar i 2012
  19. 19. verzekeringen, tot in totaal maximaal EUR 123.428 Partners kunnen bij de aangifte verzoeken om toe- passing van tweemaal de (maximale) vrijstelling, ongeacht de mate waarin zij ieder zijn gerechtigd tot de polis AFTREKBAAR NIET AFTREKBAAR Verplichtingen met waarde in het economisch verkeer, box 3 inclusief schulden waarvan de rente niet aftrekbaar is in box 1 of box 2, met ingang van 1 januari 2010 inclusief op grond van periodieke giften of alimentatie, schulden inzake erfbelasting maar exclusief overige als deze al als persoonsgebonden aftrek in belastingschulden aanmerking kunnen worden genomen 1) Vermogensbestanddelen die in box 1 of box 2 worden aangegeven, worden in box 3 niet in aanmerking genomen tenzij specifieke allocatieregels anders bepalen. 2) Vanaf 1 januari 2012 kan het hele tegoed van de spaarloonregeling belastingvrij worden opgenomen. Men kan er ook voor kiezen het tegoed op de spaarloonrekening te laten staan om gebruik te kunnen blijven maken van de vrijstelling in box 3. Elk jaar blijft dan een deel van het spaartegoed vrijvallen. Op dat deel is dan niet langer de vrijstelling van box 3 van toepassing. Voor het deel van het spaarloon dat op de spaarloonrekening blijft staan met uitzondering van het vrijgevallen tegoed blijft de vrijstelling van box 3 gelden tot 1 januari 2016.1.6.2.1 Drempel schulden box 3 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Drempel voor belastingplichtige zonder partner 2.900 2.900 2.900 5.800 5.800 5.8001.7 Heffingsvrij vermogen 2012 2011 2010 EUR EUR EUR Basisbedrag 21.139 20.785 20.661 Toeslag per minderjarig kind1) Vervallen 2.779 2.762 Ouderentoeslag Zie 1.7.1 Zie 1.7.1 Zie 1.7.1 1) Indien de belastingplichtige aan het begin van het kalenderjaar als ouder het gezag over een minderjarig kind uitoefent, kan het heffingsvrij vermogen worden verhoogd met de kindertoeslag. Als de belastingplichtige een partner heeft, dan geldt deze toeslag voor de belastingplichtige en zijn partner gezamenlijk. Als personen die geen (of niet het gehele jaar) partner van elkaar zijn ieder het ouderlijk gezag uitoefenen over hetzelfde minderjarige kind, geldt een toeslag van EUR 1.390 per persoon per desbetreffend kind (2011). De toeslag is per 1 januari 2012 vervallen. © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2012 17
  20. 20. 1.7.1 Ouderentoeslag Het heffingsvrij vermogen wordt verhoogd met de ouderentoeslag als de belastingplichtige aan het einde van het kalenderjaar 65 jaar of ouder is, en de grondslag sparen en beleggen voor vermindering met de ouderentoeslag maximaal EUR 279.708 (2011: EUR 275.032 en 2010: EUR 273.391) bedraagt. 2012 2011 2010 BOX 1-INKOMEN1) BOX 1-INKOMEN1) BOX 1-INKOMEN1) OUDEREN- OUDEREN- OUDEREN- MAAR NIET TOESLAG MAAR NIET TOESLAG MAAR NIET TOESLAG MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR – 14.302 27.984 – 14.062 27.516 – 13.978 27.350 14.302 19.895 13.992 14.062 19.562 13.758 13.978 19.445 13.446 19.895 – 19.562 – 19.445 – 1) Voor inachtneming van de persoonsgebonden aftrek. Als de belastingplichtige een partner heeft, mag de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen voor vermindering met de ouderentoeslag niet meer zijn dan EUR 559.416 (2011: EUR 550.064 en 2010: EUR 546.782). 1.8 Uitgaven voor monumentenpanden AARD VAN DE WONING AFTREKDREMPEL Eigen woning1,3) 2012: vervallen 2011: 0,80% van de WOZ-waarde 2010: 0,75% van de WOZ-waarde 2,3) 2012: vervallen 2011: 4% van de WOZ-waarde 2010: 4% van de WOZ-waarde 1) Aftrekbare kosten worden gevormd door: 2012: 80% van de onderhoudskosten; 2011: de onderhoudskosten, vaste lasten en afschrijvingen; 2010: de onderhoudskosten, vaste lasten en afschrijvingen. 2) Aftrekbare kosten worden gevormd door: 2012: 80% van de onderhoudskosten; 2011: de onderhoudskosten; 2010: de onderhoudskosten. 3) Er geldt een overgangsregeling voor 2012 en 2013. Als kan worden aangetoond dat vóór 1 januari 2012 onherroepelijke betalingsverplichtingen zijn aangegaan waarvan de betaling pas in 2012 of 2013 wordt gedaan, kan alleen voor de onderhoudskosten voor de betalingen die hieruit voortvloeien nog een beroep worden gedaan op de regeling zoals die luidde in 2011. De onderhoudskosten zijn dan voor 100% aftrekbaar, rekening houdend met de drempel. De drempel bedraagt 0,8% van de WOZ-waarde als het monument een eigen woning is. In andere gevallen is de drempel 4% van de WOZ-waarde.© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.1 8 Pro M emo rie februar i 2012
  21. 21. 1.9 Verliesverrekening1.9.1 Verliesverrekening 2012 2011 2010 VERLIESCOMPENSATIETERMIJNEN VOOR INKOMEN UIT WERK EN JAAR JAAR JAAR WONING (BOX 1)1) Voorwaarts 9 9 9 Achterwaarts 3 3 3 VERLIESCOMPENSATIETERMIJNEN VOOR INKOMEN UIT AANMERKELIJK BELANG (BOX 2)2) Voorwaarts 9 9 9 Achterwaarts 1 1 1 1) Ondernemingsverliezen uit 2002 of eerder zijn nog te verrekenen tot en met 2011. 2) Verliezen uit 2002 of eerder zijn nog te verrekenen tot en met 2011.1.9.2 Verliesverdamping VERLIEZEN UIT BELASTINGJAAR JAAR VAN VERDAMPING Verliezen uit 2002 of eerder 1) 2012 Verliezen uit 2003 2013 Verliezen uit 2004 2014 1) Niet-ondernemingsverliezen uit werk en woning (box 1) van voor 2002 zijn al met ingang van 2011 of eerder verdampt.1.10 Tarieven in de boxen1.10.1 Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning 2012 TARIEF PREMIES HEFFING OVER BELASTBAAR INKOMEN IN BOX 1 BELASTINGTARIEF VOLKSVERZEKE- TOTAALTARIEF TOTAAL VAN DE RINGEN1) SCHIJVEN MEER DAN MAAR NIET MEER DAN EUR EUR % % % EUR – 18.945 1,95 31,15 33,10 6.270 18.945 33.8632) 10,80 31,15 41,95 12.528 33.8632) 56.491 42,00 – 42,00 22.031 56.491 52,00 – 52,00 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2012 19
  22. 22. 2011 TARIEF PREMIES HEFFING OVER BELASTBAAR INKOMEN IN BOX 1 BELASTINGTARIEF VOLKSVERZEKE- TOTAALTARIEF TOTAAL VAN DE RINGEN1) SCHIJVEN MEER DAN MAAR NIET MEER DAN EUR EUR % % % EUR – 18.628 1,85 31,15 33,00 6.147 18.628 33.436 2) 10,80 31,15 41,95 12.358 33.4362) 55.694 42,00 – 42,00 21.706 55.694 52,00 – 52,00 2010 TARIEF PREMIES HEFFING OVER BELASTBAAR INKOMEN IN BOX 1 BELASTINGTARIEF VOLKSVERZEKE- TOTAALTARIEF OTAAL VAN DE RINGEN1) SCHIJVEN MEER DAN MAAR NIET MEER DAN EUR EUR % % % EUR – 18.218 2,30 31,15 33,45 6.093 18.218 32.738 10,80 31,15 41,95 12.184 32.738 54.367 42,00 – 42,00 21.268 54.367 52,00 – 52,00 1) AOW 17 ,90%, Anw 1,10%, AWBZ 12,15%. Voor personen van 65 jaar en ouder bedraagt het premiegedeelte (Anw en AWBZ) in de eerste en tweede schijf 13,25% (2010 en 2009: eveneens 13,25%). Het totaaltarief van de eerste schijf is voor die personen 15,20% (2011 en 2010: eveneens 15,55%) en van de tweede schijf 24,05% (2011: 24,05% en 2010: 24,05%). 2) Voor personen geboren vóór 1 januari 1946 loopt de tweede schijf iets verder door, namelijk tot EUR 34.055 in plaats van EUR 33.863 (2011: EUR 33.485 in plaats van EUR 33.436). 1.10.2 Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang 2012 2011 2010 % % % Tarief 25 25 25 1.10.3 Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen 2012 2011 2010 % % % Tarief 30 30 30© 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.2 0 Pro M emo rie februar i 2012

×