Grensoverschreidende
Zorg
24
januari
2008




Dames
en
Heren,

Meine
Damen
und
Hern,



Het
gaat
vandaag
over
grensoversch...
Natuurlijk
u
mag
van
mij
ook
concluderen
dat
ik
weinig
effectief
geweest
ben,

wellicht
kan
ik
ook
u
echter
verleiden
om
d...
iedereen
dan
precies
op
het
juiste
moment
het
juiste
doet
en
....
vooral
perfect

samenwerkt
?

Waarom
denken
we
dat
we
ee...
Uit
de
recensie
van
Gert­Jan
Groot
(veranderingsdeskundige
binnen
BZK)
over
dit

boek
:
“Bestuurders
kunnen
vaak
maar
geen...
oefeningen.

Ook
beschreef
ze
dat
er
voor
de
jaren
2003
en
2004
GEEN
budget

gereserveerd
was
voor
grensoverschrijdende
sa...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Voordracht Grensoverschrijdende Ghor Lucien Engelen

1,045 views

Published on

voordracht behorende bij presentatie grensoverschrijdende GHOR

Published in: Health & Medicine, Travel
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,045
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Voordracht Grensoverschrijdende Ghor Lucien Engelen

  1. 1. Grensoverschreidende
Zorg
24
januari
2008
 
 Dames
en
Heren,
 Meine
Damen
und
Hern,
 
 Het
gaat
vandaag
over
grensoverschreidende
zorg.
Wij
mogen
van
geluk
spreken.
 Enerzijds
omdat
we
hier
vandaag
samen
mogen
komen
en
een
duit
in
het
zakje
 mogen
doen
aan
“voorbereiding
op
grootschalig
optreden”

en
anderzijds
om
dat
 we
het
eigenlijk
–historisch
gezien­
relatief
gemakkelijk
hebben.
 In
antwoord
op
mijn
vraag
wat
de
kern
van
mijn
presentatie
zou
moeten
zijn
is
mij
 aangegeven
dat
deze
prikkelend,
uitdagend
en
uitnodigend
zou
moeten
zijn.

Ik
 hoefde
met
niemand
rekening
te
houden
...
 Nou,
dat
is
niet
tegen
dovemansoren
gezegd
;­)
 Samenvattend
zal
mijn
inleiding
in
het
kort
hierop
neer
komen
:
 Er
is
de
afgelopen
jaren
vooral
ingestoken
op
Bestuurlijke
component
van
het
 voorbereiden
op
rampen
en
crisisbeheersing
binnen
Nederland
zelf.
Ik
stel
mij
vaak
 de
vraag
wat
de
quot;werkers
in
het
veldquot;
hiervan
gemerkt
hebben
en
in
hoeverre
de
 hulp
aan
de
(grootschalige)
patiënt
ook
daadwerkelijk
is
verbeterd
hierdoor,
in
 bijvoorbeeld,
het
afgelopen
decennium.
Hiertoe
heb
ik
een
tour
langs
diverse
 publicaties
gemaakt.
De
uitkomsten
hiervan
(althans
in
mijn
optiek)
wil
ik
graag
 met
het
gehoor
delen,
waarbij
de
quot;internequot;
dus
Nederlandse
verbeterslag
in
feite
 het
fundament
is
c.q.
moet
zijn
voor
de
verbetering
van
de
samenwerking
met
de
 ons
omringende
landen.
Ook
hiervan
heb
ik
een
kleine
tour
gemaakt
langs
een
 aantal
publicaties
en
onderzoeken
die
ik
graag
wil
delen.
Ik
signaleer
een
aantal
 processen
en
veranderingen
die
deels
wel
bijdragen
en
deels
niet
aan
de
 verbetering
van
de
grensoverschrijdende
samenwerking.

 Ik
wil
uiteindelijk
afsluiten
met
een
verzoek
om
over
de
schutting
te
gaan
kijken
en
 vooral
koffie
bij
elkaar
te
gaan
drinken.
 Ik
hoop
u
achter
te
mogen
laten
met
vragen,
veel
vragen.
Wel
ándere
vragen
dan
 waarmee
u
vandaag
hiernaar
toe
kwam.
Geen
vragen
over
structuur,
niet
over
 commandostructuren,
of
over
bevelslijnen.
Maar
wel
over
hoe
kom
IK
nu
tot
 daadwerkelijke
samenwerking
met
onze
Europese
Buren.
Ik
ben
er
van
overtuigd
 dat
in
het
beantwoorden
van
die
vraag
zelfs
het
antwoord
omsloten
ligt
op
de
 vraag
hier
we
het
in
Nederland
zelf
op
orde
krijgen.
 Mag
ik
u
als
eerste
een
lichtbeeld
tonen
met
daarop
een
aantal
gremia
waaraan
in
 deel
mocht
nemen
in
de
afgelopen
jaren.
Niet
ter
meerdere
eer
en
glorie
van
mijn
 statuur
of
iets
dergelijks,
maar
uitsluitend
om
u
te
tonen
dat
ik
het
écht
heb
 geprobeerd,
en
niet
vanaf
de
zijlijn
wat
loop
te
brullen.
Ik
heb
hierbij
een
 rekensommetje
gemaakt
van
het
aantal
uren
wat
alleen
IK
hierin
gestoken
heb
de
 afgelopen
7
jaar;
ik
ben
treurig
genoeg
maar
gestopt
bij
4000
uur.
Bijna
2
 manjaren.


  2. 2. Natuurlijk
u
mag
van
mij
ook
concluderen
dat
ik
weinig
effectief
geweest
ben,
 wellicht
kan
ik
ook
u
echter
verleiden
om
de
kop
óver
de
schutting
te
steken
in
 plaats
van
in
het
zand.
 Wat
maakt
het
toch
dat
we
blijven
vervallen
in
dezelfde
fouten
?
Henk
Geveke
 stelde
in
de
november­nieuwsbrief
Crisisbeheersing
vorig
jaar
dat
hij
bijna
het
 lijstje
van
de
eerstvolgende
evaluatie
al
kon
invullen
!
 Wat
maakt
het
dat
wij
blijven
volharden
in
het
neerschrijven
van
decreten,
 richtlijnen,
protocollen
en
organogrammen
blijven
teken
terwijl
we
WETEN
dat
het
 als
het
uur
U
komt,
anders
zal
verlopen
?
 Wat
maakt
het
dat
we
rapporten
vullen
met
verbeterpunten,
bureau’s
 veranderingsprocessen
(be)geleiden
om
processen
“
te
kantelen”
om
ze
vervolgens
 over
5
jaar
weer
terug
te
kantelen
geheel
naar
de
“jongste
inzichten”.
Waarom
 staan
we
toe
dat
we
er
Bestuurlijke
dadendrang
blijft
bestaan
zonder
dat
de
 aanleiding
danwel
behoefte
voor
“herstructurering”
van
bepaalde
processen
haar
 oorsprong
vindt
in
de
dagelijkse
praktijk.
Mooie
voorbeelden
zijn
zichtbaar
 geweest
bij
de
start
van
de
diverse
Europese
samenwerkingen.
Nog
voordat
de
 hulpdiensten
goed
en
wel
geïnformeerd
waren
bestonden
er
 “samenwerkingsverdragen”,
“
Euregionale­convenanten”
en
smoelenboeken
al
op
 de
plank.
 
Voor
alle
helderheid
zelf
ben
ik
een
warm
voorstander
van
Euregionale
 samenwerking
(zoals
mijn
betoog
hoop
ik
uit
zal
stralen).
Ik
heb
het
dan
wel
over
 écht
samen
WERKEN,
waarbij
de
werkers
in
het
veld
betrokken
zijn
en
wij
als
 bestuurders
de
gesignaleerde
problemen
uit
opleidingstrajecten,
trainingssessies
 en
oefeningen
voor
hen
oplossen.
Wij
dienen
voorwaardenscheppend
bezig
te
zijn,
 dienend
leiderschap
dus.
Ik
kom
later
nog
terug
op
het
“sturen”
van
professionals.
 Gijs
Hesselink
concludeerde
in
2006
nog
dat
Grensoverschrijdende
Traumazorg
 onvoldoende
tot
zijn
recht
komt
door
onder
andere
fase­verschillen
in
de
behoefte
 om
samen
te
werken,
los­vast
financiering
op
projectbasis
en
zonder
een
nationale
 aanpak
aan
beide
zijden
van
de
grens.
 Wat
maakt
het
dat
wij
denken
over
grensoverschrijdende
grootschalige
zorg
te
 kunnen
spreken
als
wij
onze
inlandige
zorg
nog
niet
“op
orde”
hebben
?
 Heeft
u
wel
eens
gesport
?
In
een
bandje
gespeeld
?
Een
buurtfeest
georganiseerd
?
 Ik
neem
aan
dat
u
in
uw
sportvereniging
zonder
training
aan
de
wedstrijden
bent
 begonnen
en
heeft
gewonnen;
met
uw
bandje
gewoon
het
podium
op
bent
gestapt
 en
de
sterren
van
de
hemel
speelde
en
het
buurtfeest
wás
er
gewoon,
niets
geen
 voorbereiding,
vergadering
of
afstemming
en
iedereen
wist
precies
wat
van
hem
of
 haar
verwacht
werd.
 Nee,
liep
het
anders
?
Trainen
wél
nodig,
Oefenen
met
bandje
wél
intensief
om
alles
 op
elkaar
af
te
stemmen
en
er­rug
gezellige
vergaderingen
voorafgaand
aan
het
 buurtfeest
?
 Waarom
gaan
we
er
bij
grootschalige
zorg
dan
wel
van
uit
dat
we
het
meeste
 vanachter
een
bureau
kunnen
regelen
?
Waarom
gaat
het
bestuur
“van
onze
 vereniging”
er
dan
van
uit
dat
ZIJ
het
wel
kunnen
regelen
en
voorbereiden
en

  3. 3. iedereen
dan
precies
op
het
juiste
moment
het
juiste
doet
en
....
vooral
perfect
 samenwerkt
?
 Waarom
denken
we
dat
we
een
Wedstrijd
Duitsland­Nederland
(tja
ik
hoefde
met
 niemand
rekening
te
houden
;­)
van
twee
verschillende
sporten
met
totaal
 verschillende
spelregels
een
goede
afloop
kent
?
Dat
is
net
als
een
kaartwedstijd
 waarbij
je
de
Belgische
Nationale
kampioen
pokeren
tegen
een
Nederlandse
 Kampioen
Bridge
met
eigen
regels
en
kaarten
een
wedstrijdje
laat
spelen.
 Ik
hoor
het
u
denken
:
er
is
toch
al
van
alles
gedaan
om
regels
en
verwachtingen
op
 elkaar
af
te
stemmen
?
Het
antwoord
is
Ja
!
Zelf
had
ik
–onder
andere
samen
met
 Sylvia
Meulensteen­
tot
3
x
toe
een
afspraak
in
mijn
agenda
staan
om
met
de
 Minister
van
VWS
naar
het
Beneluxparlement
te
gaan
om
de
laatste
punten
 komma’s
te
zetten
onder
een
overeenkomst
die
bevoegdheden,
aansprakelijkheden
 en
verdergaande
samenwerking
zou
regelen.
We
spreken
over
2006
dames
en
 heren.
Had
dát
dan
het
verschil
gemaakt
?
Ja
voor
een
groot
gedeelte
wel,
want
dat
 verdrag
regelde
een
aantal
belangrijke
dingen
die
de
werkers
in
het
veld,
de
 mensen
die
het
werk
doen
niet
kunnen.
Al
het
andere
kunnen
we
met
uitermate
 veel
vertrouwen
aan
hen
overlaten.

 U
ziet
ze
nog
voor
u
:
de
beelden
van
calamiteiten
en
rampen
met
rijen
ambulances
 ?
Is
er
ooit
1
evaluatie
geweest
waaruit
bleek
dat
de
geneeskundige
hulp
zelf
te
kort
 geschoten
is
?
Kunt
u
zich
nog
herinneren
waar
het
telkens
wél
over
ging
in
die
 evaluaties;
ik
verwijs
weer
naar
het
citaat
van
Henk.
 Het
is
mijn
rotsvaste
overtuiging
dat
als
we
alle
bestuurlijke
aandacht
voor
 structuren
en
organogrammen
zouden
halveren
en
die
tijd
zouden
besteden
aan
 het
opstellen
van
een
concreet
plan
inclusief
financiering
voor
het
structureel
 opleiden,
trainen
en
oefenen
(OTO)
en
in
het
leren
kennen
van
elkaar.
Als
we
een
 kwart
van
deze
tijd
zouden
steken
in
hetzelfde
maar
dan
met
onze
Europese
buren
 zouden
de
evaluaties
van
–onverhoopte­
rampen
en
crisis
in
de
toekomst
gelukkig
 nooit
meer
de
zelfde
zijn.
Misschien
zouden
we
zelfs
uit
onze
contacten
met
onze
 Belgische
en
Duitse
collega’s
zelfs
zoveel
kennis
op
kunnen
doen
en
van
elkaar
 kunnen
leren
dat
we
dit
toe
zouden
kunnen
passen
om
nieuw
leven
te
blazen
in
de
 activiteiten
binnen
onze
eigen
grenzen.
Net
als
voor
de
inlandige
GHOR
is
de
 stelling
gerechtvaardigd
dat
deze
begint
met
een
goede
dagelijkse
hulpverlening.

 Er
ligt
in
mijn
ogen
een
schone
taak
voor
de
GHOR
academie
om
ook
deze
tak
van
 onze
taak
mee
te
nemen
in
hun
strategische
visie.
 Cruijf
zei
ooit
“
je
gaat
het
pas
zien
als
je
het
door
hebt”.
Het
heeft
even
geduurd
 maar
ik
denk
dat
ik
het
door
heb.
Als
je
niet
lang
daarna
ook
nog
eens
de
Lectorale
 reden
van
Dr
Astrid
Scholtens
onder
ogen
krijgt
is
de
vreugde
compleet
;
er
is
nog
 hoop
!
 Deze
verhandeling
heeft
mij
van
begin
tot
het
einde
geboeid,
wat
een
helderheid,
 wat
een
kracht
en
wat
een
Hoop
!
Het
had
van
mij
nog
100
pagina’s
mogen
duren.

 Het
trieste
is
dat
als
je
deze
aan
een
aantal
hulpverleners
laat
lezen
zij
welhaast
in
 koor
roepen
:
dat
roepen
we
toch
al
jaren
!

 Defensie
doet
het
ons
al
jaren
voor
en
ook
Mathieu
Weggeman
“leiding
geven
aan
 professional
:
NIET
DOEN
!

  4. 4. Uit
de
recensie
van
Gert­Jan
Groot
(veranderingsdeskundige
binnen
BZK)
over
dit
 boek
:
“Bestuurders
kunnen
vaak
maar
geen
genoeg
krijgen
van
het
prutsen
aan
de
 structuur.
Dit
gaat
uit
van
het
idee
dat
als
de
taken,
bevoegdheden
en
 verantwoordelijkheden
maar
(opnieuw)
verdeeld
zijn
en
de
rapportagelijnen
 aangelegd,
de
rest
wel
vanzelf
komt.
Professioneel
werk
is
juist
gebaat
bij
vage
en
 pluriforme
structuren
met
veel
grensoverschrijdende
samenwerking.”
 Bij
een
recente
lecture
van
Weggeman
(bij
het
afscheid
van
Dik
meewis
uit
het
 Elisabeth
ZH
te
Tilburg)
maakte
Weggemans
enkele
interessante
punten
:
 1. Het
“slechte”
nieuws:
 professionals
zijn
niet
te
managen
door
het
opleggen
van
regels
en
 procedures
of
door
het
toepassen
van
informatiesystemen
 


(Mintzberg,
1979)
 2. “Daar
waar
deskundigheid
ontbreekt,
ontstaat
als
vanzelf
de
 regelneef
………”
(Winsemius,
1987)
 Overigens
maakte
diezelfde
Pieter
Winsemius
bij
de
Wetenschapelijke
Raad
voor
 Regeringsbeleid
een
belangrijk
punt

over
buurtprojecten
en
de
thans
zo
in
de
 aandacht
staande
zelfsredzaamheid.
“Ze
kunnen
heel
veel
als
ze
maar
de
ruimte
 krijgen
en
een
duidelijk
doel.”
 Professionals
willen
de­facto
goed
werk
leveren,
ze
willen
geen
fouten
maken
en
 willen
op
basis
van
hetgeen
ze
hebben
geleerd
zelf
de
beste
keuze
kunnen
maken.
 Let
wel
alleen
al
bijvoorbeeld
in
de
ambulancesector
doen
ze
dat
880.000
keer
per
 jaar.
 Zonder
wetenschappelijke
onderbouwing
lopen
we
reeds
jaren
achter
 vooringenomen
standpunten
aan.
Het
zou
goed
zijn
deze
doctrines
–net
als
binnen
 de
gezondheidszorg­
van
een
onderbouwing
proberen
te
voorzien.
Bierens
en
 Juffermans
gaven
dienaangaande
duidelijke
aanbevelingen
voor
onderzoek,
maar
 ook
het
Programma
Spoedzorg
biedt
in
dat
kader
belangrijke
aanknopingspunten.
 In
de
voorbereidende
fase
moeten
we
HET
WERK
doen,
aan
elkaar
wennen,
met
 elkaar
spelen,
met
elkaar
samenwerken
,
van
elkaar
leren
en
samen
onderzoeken.
 In
de
Acute
responsefase
–
als
het
er
écht
op
aan
komt­
moet
juist
DIE
 samenwerking
zijn
vruchten
afwerpen,
als
een
vanzelfsprekend
door
een
ieder
 ervaren
worden
als
een
routine
te
zijn.
Lichtveld
en
Bleker
zijn
er
samen
nog
niet
 uit
of
protocollen
een
bijdrage
leveren.
Ik
zou
zeggen
hanteer
protocollen
in
de
het
 gehele
OTO
traject,
stimuleer
gebruik
in
de
praktijk
van
alle
dag
en
gebruik
de
als
 dan
opgedane
kennis,
kunde
en
routine
om
in
opgeschaalde
vorm
common­sense
te
 ondersteunen.
 Het
lijkt
er
bijna
op
dat
ik
pleit
voor
EERST
meer
samenwerking,
training
en
 oefeningen
met
de
Duitse
en
Belgische
Collegae
en
het
antwoord
daarop
is
JA.
 Wellicht
dat
wij
hierdoor
ook
zelf
meer
oog
hebben
voor
wat
de
ander
bezig
houdt,
 drijft
en
van
elkaar
kunnen
leren,
als
we
dat
vervolgens
als
Grensstreek
kunnen
 uitdragen
naar
de
rest
van
Nederland
is
dat
een
mooie
opsteker
voor
Europa.
 Ander
voorbeeld
:
In
september
2003
beschreef
Moniek
Leeftink

in
 “Grensoverschrijdende
samenwerking
bij
rampenbestrijding”
diverse
enkelvoudige

  5. 5. oefeningen.

Ook
beschreef
ze
dat
er
voor
de
jaren
2003
en
2004
GEEN
budget
 gereserveerd
was
voor
grensoverschrijdende
samenwerking
op
het
gebied
 rampenbestrijding.
Ook
zij
beschrijft
incidentele
bijeenkomsten
en
projecten.
 Inmiddels
zijn
er
meerdere
regio’s
waar
meer
samengewerkt
wordt.
Ook
wordt
er
 advies
gegeven
één
rampenoefening
te
organiseren;
diverse
convenanten
met
 elkaar
te
sluiten,
kaarten
te
maken
etc.
Geen
woord
over
structureel

samen
 opleiden,
trainen
en
oefenen.
 Is
het
dan
kommer
en
kwel
?
Ik
heb
3
antwoorden
voor
u
:
 Nee,
Nee
en
nog
eens
Nee.
 Nee
:
al
het
werk
is
niet
voor
niets
geweest.
Alle
aandacht
voor
structuren,
 organogrammen
en
beslisbomen
hebben
ons
ook
veel
goede
inzichten
gebracht.

De
 lag
die
we
echter
nog
moeten
maken
is
om
dit
als
randvoorwaardelijke
schil
om
het
 proces
heen
te
gaan
zien.
Het
proces
ter
plaats
leidend
te
laten
zijn
op
basis
van
 vooraf
in
een
cyclisch
OTO­proces
(niet
project
of
traject)
te
borgen.
Als
we
dan
 toch
al
dol
zijn
op
Management­retoriek
;
Haal
Demming
dan
maar
weer
eens
uit
 de
kast.
Maar
vraag
vooral
de
professional
wat
hij
of
zij
nodig
heeft
om
zijn
werk
 goed
te
kunnen
doen
en
hoe
verdere
deskundigheidsbevordering
invulling
moet
 krijgen
om
dat
proces
verder
te
verbeteren.
 Nee
:
de
kwaliteit
van
de
Zorg
is
in
het
geheel
niet
slecht.
Op
basis
van
(nog
steeds)
 voortdurend
onderzoek
worden
richtlijnen
en
protocollen
ontwikkeld
en
beoefend.

 Steeds
weer
vindt
bijstelling
plaats
op
basis
van
de
jongste
kennis
en
wetenschap.
 Nee
;
we
zijn
er
niet
met
een
projectje
hier,
een
subsidie
daar
en
zonder
samenhang
 op
zoek
te
gaan
naar
een
integrale
aanpak
te
hooi
en
te
gras
dingen
op
te
pakken.
 Dit
alles
is
van
toepassing
op
de
dagdagelijkse
Zorg
­ik
spreek
graag
over
Europese
 Ziekenhuizen­
en
op
de
zorg
in
grootschalige
omstandigheden.
 Mocht
ik
bij
u
de
indruk
hebben
gewekt
een
professionele
zwartkijker
te
zijn
dan
 daag
ik
u
bij
uit
bij
mij
op
de
koffie
te
komen
om
samen
te
bezien
hoe
wij
concrete
 stappen
kunnen
zetten
bovenstaande
ambitie
te
vervullen.
Ik
zorg
voor
de
koffie
en
 vlaai
(als
ras­echte
Limburger).
Als
we
daarmee
een
stukje
verbetering
hebben
 weten
te
bewerkstellingen
zijn
we
samen
geslaagd.

 Helaas
kan
ik
door
een
andere
presentatie
welke
ik
mag
geven
niet
bij
het
meest
 belangrijke
onderdeel
van
de
dag
aanwezig
zijn:
de
Netwerkborrel.
 Beste
mensen
daarmee
begint
het
:
elkaar
leren
kennen,
op
werkbezoek
gaan,
 stages
bij
elkaar
lopen,
gewoon
een
week
meedraaien
over
en
weer.
 
 Ik
wil
graag
afsluiten
met
een
citaat
van
George
Bernard
Shaw
:
 “Als
jij
een
appel
hebt
en
ik
heb
er
een,
en
we
ruilen
die
met
elkaar,
dan
hebben
we
 nog
steeds
allebei
een
appel.
Maar
als
jij
een
idee
hebt
en
ik
heb
er
een
en
die
ruilen
 we
met
elkaar,
dan
hebben
we
allebei
twee
ideeën.
“



×