Communiceren met kinderen met een ontwikkelingsachterstand

3,478 views

Published on

Communicatie met kinderen met een ontwikkelingsachterstand vraagt van de communicatiepartner extra inspanning.

0 Comments
2 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
3,478
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
4
Actions
Shares
0
Downloads
19
Comments
0
Likes
2
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Communiceren met kinderen met een ontwikkelingsachterstand

  1. 1. Communiceren met kinderen met een ontwikkelingsachterstand
  2. 2. Hoe communiceren we?
  3. 3. Hoe communiceren we? Denken we
  4. 4. communicatie zender communicatiemiddel ontvanger
  5. 5. Zo gemakkelijk is het niet
  6. 6. Waarom communiceren we?
  7. 7. Waarom communiceren we?
  8. 8. Waarom communiceren we?
  9. 9. Waarom communiceren we?
  10. 10. Elkaar begrijpen • Ontwikkelingsniveau … De quantummechanica is een theorie waarmee de bewegingen en het ‘gedrag’ van elementaire deeltjes, zoals elektronen, of systemen van die deeltjes, zoals atomen…
  11. 11. Elkaar begrijpen • Ontwikkelingsniveau • Mogelijkheden en onmogelijkheden
  12. 12. Elkaar begrijpen • Ontwikkelingsniveau • Mogelijkheden en onmogelijkheden • Behoefte en interesse
  13. 13. Elkaar begrijpen • Ontwikkelingsniveau • Mogelijkheden en onmogelijkheden • Behoefte en interesse Aandacht Belevingswereld Wat levert het op?
  14. 14. Communicatieniveau • Vier niveaus
  15. 15. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau 3. Representatieniveau 4. Meta-representatieniveau
  16. 16. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau 3. Representatieniveau 4. Meta-representatieniveau – Figuurlijke taal abstract Heb je dorst?
  17. 17. 4. Metarepresentatie Het kind begrijpt dat achter de geboden informatie een andere betekenis schuilgaat Heb je dorst? We gaan dus drinken!
  18. 18. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau 3. Representatieniveau
  19. 19. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau 3. Representatieniveau – Taal en beelden verwijzen naar concepten Picto plakken, we gaan drinken
  20. 20. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau
  21. 21. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau – Herkenning van bekende concepten Tafel, koekje, drinken, een beker!
  22. 22. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau – Herkenning van bekende concepten vanuit bekende contexten. Tafel, koekje, drinken, een beker!
  23. 23. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau – Herkenning van bekende concepten vanuit bekende contexten. – Associaties zijn nog star, Tafel, koekje, drinken, een beker!
  24. 24. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau – Herkenning van bekende concepten vanuit bekende contexten. – Associaties zijn nog star, ingesteld op vaste patronen. Tafel, koekje, drinken, een beker!
  25. 25. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau
  26. 26. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau – Hier en nu
  27. 27. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau – Hier en nu – Geen bewuste herinneringen aan verbanden Leuk, warm, geluid
  28. 28. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau – Hier en nu – Geen bewuste herinneringen aan verbanden – De situatie wordt telkens als nieuw ervaren
  29. 29. Wat betekent dat?
  30. 30. Wat betekent dat? • Voor het kind?
  31. 31. Wat betekent dat? • Voor het kind? • Voor de groep?
  32. 32. Wat betekent dat? • Voor het kind? • Voor de groep? • Voor jou als professional?
  33. 33. Wat betekent dat? • Voor het kind? – Met een lager communicatieniveau?
  34. 34. Wat betekent dat? • Voor het kind? – Met een lager communicatieniveau? – Kind kan zich moeilijk duidelijk maken en kan de wereld moeilijk begrijpen.
  35. 35. Wat betekent dat? • Voor het kind? • Voor de groep? • Voor jou als professional? Verrijk de communicatie
  36. 36. Wat betekent dat? • Voor het kind? • Voor de groep? • Voor jou als professional? Verrijk de communicatie door aan te passen aan het niveau van het kind.
  37. 37. Totale communicatie
  38. 38. Totale communicatie = Communicatie op maat
  39. 39. Totale communicatie • Basishouding
  40. 40. Totale communicatie • Basishouding • Iedereen mag communiceren
  41. 41. Totale communicatie • Basishouding • Iedereen mag communiceren op zijn eigen manier
  42. 42. Totale communicatie • Basishouding • Iedereen mag communiceren op zijn eigen manier en met zijn eigen mogelijkheden
  43. 43. Totale communicatie • Basishouding • Iedereen mag communiceren op zijn eigen manier en met zijn eigen mogelijkheden • Bewust gebruik maken van allerlei uitingsvormen
  44. 44. Totale communicatie • Basishouding • Iedereen mag communiceren op zijn eigen manier en met zijn eigen mogelijkheden • Bewust gebruik maken van allerlei uitingsvormen tegelijkertijd
  45. 45. Totale communicatie • Basishouding • Iedereen mag communiceren op zijn eigen manier en met zijn eigen mogelijkheden • Bewust gebruik maken van allerlei uitingsvormen tegelijkertijd en niet alleen van gesproken taal
  46. 46. Totale communicatie • Basishouding • Iedereen mag communiceren op zijn eigen manier en met zijn eigen mogelijkheden • Bewust gebruik maken van allerlei uitingsvormen tegelijkertijd en niet alleen van gesproken taal
  47. 47. Totale communicatie
  48. 48. Totale communicatie • Intonatie, mimiek
  49. 49. Totale communicatie • Intonatie, mimiek • Fysiek
  50. 50. Totale communicatie • Intonatie, mimiek • Fysiek • Foto’s, picto’s, voorwerpen
  51. 51. Totale communicatie • Intonatie, mimiek • Fysiek • Foto’s, picto’s, voorwerpen • Verbaal
  52. 52. Totale communicatie • Intonatie, mimiek • Fysiek • Foto’s, picto’s, voorwerpen • (Niet teveel) Verbaal
  53. 53. Totale communicatie • Intonatie, mimiek • Fysiek • Foto’s, picto’s, voorwerpen • (Niet teveel) Verbaal
  54. 54. Groepsregels?
  55. 55. Groepsregels? • Aanpassen aan het individu?
  56. 56. Groepsregels? • Aanpassen aan het individu? • Wanneer?
  57. 57. Groepsregels? • Aanpassen aan het individu? • Wanneer? • en wanneer niet?
  58. 58. Groepsregels?
  59. 59. Hoe?
  60. 60. Hoe • Aanspreken? • Eisen stellen • Wat kun je uitleggen • en wat niet?
  61. 61. Welke regels zijn er bij jullie?
  62. 62. Welke regels zijn er bij jullie? • Hoe heilig zijn deze?
  63. 63. Welke regels zijn er bij jullie? • Hoe heilig zijn deze? • Melk drinken, korstjes eten?
  64. 64. Welke regels zijn er bij jullie? • Hoe heilig zijn deze? • Melk drinken, korstjes eten? • Brood snijden, met vork eten? • Aan tafel blijven zitten?
  65. 65. Welke regels zijn er bij jullie? • Hoe heilig zijn deze? • Melk drinken, korstjes eten? • Brood snijden, met vork eten? • Aan tafel blijven zitten? • Slaan?
  66. 66. Welke regels zijn er bij jullie? • Hoe heilig zijn deze? • Melk drinken, korstjes eten? • Brood snijden, met vork eten? • Aan tafel blijven zitten? • Slaan?
  67. 67. De vraag is
  68. 68. De vraag is • Wat heeft het individuele kind er aan?
  69. 69. De vraag is • Wat heeft het individuele kind er aan? • Waarom is deze regel nodig?
  70. 70. De vraag is • Wat heeft het individuele kind er aan? • Waarom is deze regel nodig? • Moet het alle regels in een keer kennen?
  71. 71. Antwoord • Wat heeft het individuele kind er aan? • Waarom is deze regel nodig? • Moet het alle regels in een keer kennen? • Stel prioriteit. • Welke regels zijn belangrijker dan andere.
  72. 72. Hoe
  73. 73. Hoe • beoefen je totale communicatie
  74. 74. Hoe • beoefen je totale communicatie Met kinderen met een laag communicatieniveau?
  75. 75. Afstemmen • is niet altijd gemakkelijk
  76. 76. Ik wil hebben …
  77. 77. afstemmen vaardigheden omgeving
  78. 78. afstemmen vaardigheden omgeving
  79. 79. afstemmen vaardigheden omgeving
  80. 80. Communicatieniveau 1. Sensatieniveau 2. Presentatieniveau 3. Representatieniveau 4. Meta-representatieniveau
  81. 81. 3. Representatieniveau Picto plakken, we gaan drinken
  82. 82. Representatieniveau Woord, picto of foto verwijzen naar voorwerp
  83. 83. Representatieniveau Woord, picto of foto verwijzen naar voorwerp Het kind begrijpt dus de verborgen betekenis,
  84. 84. Representatieniveau Woord, picto of foto verwijzen naar voorwerp Het kind begrijpt dus de verborgen betekenis, de ‘ver-wijzende’ of symbolische functie van het voorwerp of de afbeelding
  85. 85. 2. Presentatieniveau – Herkenning van bekende concepten vanuit bekende contexten. – Associaties zijn nog star, ingesteld op vaste patronen. Tafel, koekje, drinken, een beker!
  86. 86. Presentatieniveau
  87. 87. Presentatieniveau
  88. 88. Presentatieniveau
  89. 89. Presentatieniveau
  90. 90. Presentatieniveau
  91. 91. Presentatieniveau
  92. 92. Presentatieniveau
  93. 93. Presentatieniveau
  94. 94. Presentatieniveau
  95. 95. Presentatieniveau
  96. 96. Presentatieniveau
  97. 97. Presentatieniveau
  98. 98. 1. Sensatieniveau • Lichaamsgebonden ordening door middel van sensatie Leuk, warm, geluid
  99. 99. 1. Sensatieniveau • Lichaamsgebonden ordening door middel van sensatie – Hier en nu – Geen bewuste herinneringen aan verbanden – De situatie wordt telkens als nieuw ervaren Leuk, warm, geluid
  100. 100. Aanleren communicatietechniek
  101. 101. Backwards chaining Buiten spelen Samen bij de deur picto plakken
  102. 102. Backwards chaining Buiten spelen Een meter voor de deur, picto geven
  103. 103. Backwards chaining Buiten spelen Drie meter voor de deur Picto geven
  104. 104. Backwards chaining Buiten spelen In de badkamer de picto geven
  105. 105. Backwards chaining Buiten spelen Overal in het gebouw Picto geven
  106. 106. Nog twee overdenkingen
  107. 107. Wat je eenmaal hebt gedaan
  108. 108. Wat je eenmaal hebt gedaan
  109. 109. Het woord niet
  110. 110. Het woord niet
  111. 111. Het woord niet

×