Uitleg Ratios

39,865 views

Published on

0 Comments
5 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
39,865
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
256
Actions
Shares
0
Downloads
435
Comments
0
Likes
5
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Uitleg Ratios

  1. 1. 5. Ratioanalyse De jaarrekening doorgelicht: Financiële analyse en interpretatie in de praktijk
  2. 2. Inleiding <ul><li>Ratio’s zijn de indicator voor de prestaties en de financiële gezondheid van een onderneming </li></ul><ul><li>Uiteenlopende berekeningen zijn mogelijk </li></ul><ul><li>Belangrijk: wat is doel van financiële analyse ? </li></ul><ul><li>Ratio’s moeten in onderling verband gebracht worden, moeten vergeleken worden in de tijd en met de sector </li></ul>Liquiditeit Solvabiliteit Liquiditeit Toegevoegde waarde
  3. 3. Inleiding <ul><li>Nut van ratioanalyse </li></ul><ul><li>Zicht op sterkten, zwakten, algemene evoluties </li></ul><ul><li>Verschillen in omvang van ondernemingen worden geneutraliseerd (geen absolute getallen, maar ratio’s) </li></ul><ul><li>Normstelling mogelijk </li></ul><ul><li>Maar…slechts in beperkte mate predictiemodel voor faillissement. Hiervoor zijn de softere symptomen betere signalen, bijv. dagvaardingen van RSZ. </li></ul>
  4. 4. Inleiding <ul><li>Situering van de onderneming binnen de sector door de NBB </li></ul><ul><li>gebeurt op basis van mediaanwaarden of kwartielwaarden van </li></ul><ul><li>de sector </li></ul><ul><li>Ratio’s worden per sector gerangschikt in stijgende volgorde </li></ul><ul><li>en ingedeeld in 4 subgroepen a.h.v. kwartielwaarden </li></ul><ul><li>De kwartielwaarden vormen de referenties voor bepaling van de positie van een onderneming in haar sector </li></ul><ul><li>Voorbeeld: </li></ul>
  5. 5. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>Een onderneming is liquide als ze in staat is met haar beperkte vlottende activa haar betalingsverplichtingen op korte termijn (vreemd vermogen korte termijn) na te komen. </li></ul>
  6. 6. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>Een onderneming is liquide bij een current ratio > 1. Dan is het nettobedrijfskapitaal (NBK) > 0. </li></ul><ul><li>Opmerkingen </li></ul><ul><ul><li>Normstelling afhankelijk van aard, activiteit en groeifase van de onderneming </li></ul></ul><ul><ul><li>Hoe groter het NBK, hoe groter de veiligheidsmarge bij problemen met tegeldemaking </li></ul></ul><ul><ul><li>Ratio is een statisch getal, want parameters zijn balansposten </li></ul></ul><ul><ul><li>Bij tegeldemaking vormen voorraden en overlopende rekeningen zwakke schakel, bijv. verouderde voorraden. Strengere ratio: </li></ul></ul>Current ratio = Beperkt vlottende activa vreemd vermogen korte termijn Acid test = Vorderingen < 1 jaar + geldbeleggingen + liquide middelen vreemd vermogen korte termijn
  7. 7. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>De behoefte/overschot aan NBK geeft weer in welke mate de onderneming in staat is de ondernemingsactiviteit (exploitatiecyclus) te financieren </li></ul>Behoefte/overschot aan NBK = Nettobedrijfsactiva = Bedrijfsactiva – bedrijfspassiva = Voorraden en BiU + handelsvorderingen < 1 j – handelsschulden < 1 jaar
  8. 8. Liquiditeit van de onderneming Productie Voorraad/BiU Schulden Vorderingen Nettothesaurieactiva Aankopen Uitgaven Verkopen Ontvangsten
  9. 9. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>Tijdens de exploitatiecyclus heeft de onderneming financiële middelen (bedrijfspassiva) nodig om </li></ul><ul><li>handelsgoederen, grond-en hulpstoffen aan te kopen voor productie (voorraden, BiU) </li></ul><ul><li>de grond- en hulpstoffen, GiB en BiU te verwerken tot afgewerkt product </li></ul><ul><li>de verkopen aan klanten, die niet contant betalen, te financieren (vorderingen) </li></ul><ul><li>Deels zal financiering van deze bedrijfsactiva “vanzelf” gebeuren </li></ul><ul><li>door gebruik te maken van de betalingstermijnen, verleend door de leveranciers en dus later dan de effectieve levering te betalen (handelsschulden) </li></ul><ul><li>door de werknemers en derden te betalen na levering van hun prestatie (overige schulden) </li></ul><ul><li>In zoverre de financiering niet “vanzelf” gebeurt, is er behoefte aan nettobedrijfskapitaal . </li></ul>
  10. 10. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>Voorbeeld </li></ul>Nettothesaurieactiva = Nettokas = Geldbeleggingen + liquide middelen – financiële schulden korte termijn = Nettobedrijfskapitaal – behoefte aan nettobedrijfskapitaal Geeft aan in welke mate men in staat is de behoefte aan NBK te voldoen .
  11. 11. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>De voorraadrotatie (inventory turnover ratio) geeft weer hoeveel keer de voorraad jaarlijks gemiddeld verkocht wordt. </li></ul>Rotatie van de aangekochte voorraden = Kosten voor verbruik van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen Voorraad handelsgoederen, grond- en hulpstoffen Rotatie van de geproduceerde voorraden = Bedrijfskosten van de verkochte goederen Voorraad afgewerkte producten, goederen in bewerking, BiU
  12. 12. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>Opmerkingen </li></ul><ul><ul><li>Check de vooruitbetalingen op BiU: ze financieren de BiU </li></ul></ul><ul><ul><li>Alternatieve berekeningen zijn mogelijk, bijv. gemiddelde voorraden in plaats van voorraden op balansdatum </li></ul></ul><ul><ul><li>De omgekeerde breuk geeft aan: </li></ul></ul><ul><ul><li>Hoe hoger de voorraadrotatie, hoe beter de liquiditeit </li></ul></ul><ul><ul><li>Hoge voorraadrotatie kan betekenen: dynamische verkooppolitiek. Maar: risico op voorraadbreuk, en dus meer bestelkosten. Voorraad en bestelkosten afwegen ! </li></ul></ul><ul><ul><li>Lage voorraadrotatie kan betekenen: verouderde,moeilijk verkoopbare voorraden </li></ul></ul><ul><ul><li>Sterk activiteitsgebonden ratio </li></ul></ul>Aantal dagen voorraad = Voorraadrotatie 365 dagen
  13. 13. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>De liquiditeit van de handelsvorderingen wordt uitgedrukt door het aantal dagen klantenkrediet. </li></ul><ul><li>Opmerkingen </li></ul><ul><ul><li>Hoe lager het aantal dagen klantenkrediet, hoe beter de liquiditeit </li></ul></ul><ul><ul><li>Omgekeerde ratio: Receivables turnover ratio </li></ul></ul><ul><ul><li>Vergelijken met algemene verkoopvoorwaarden is interessant. Want de ratio vertoont een systematische scheeftrekking van toegestane krediettermijnen: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Contante betalingen zitten niet in de vorderingen </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Dubieuze en oninbare vorderingen werden geëlimineerd </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Sterk activiteitsgebonden ratio </li></ul></ul><ul><ul><li>Korte inningsperiode kan betekenen: strenge kredietpolitiek. Lange inningsperiode kan betekenen: veel dubieuze klanten, maar ook laks debiteurenbeheer. </li></ul></ul>Aantal dagen klantenkrediet = Handelsvorderingen < 1 jaar * 365 dagen Omzet + btw op omzet
  14. 14. Liquiditeit van de onderneming <ul><li>Opmerkingen: </li></ul><ul><ul><li>Zie klantenkrediet </li></ul></ul><ul><ul><li>Omgekeerde ratio: Payables turnover ratio </li></ul></ul><ul><ul><li>Vergelijken met algemene verkoopvoorwaarden, geldig in sector, is interessant. De ratio vertoont immers een systematische scheeftrekking van krediettermijnen. </li></ul></ul><ul><ul><li>Sterk activiteitsgebonden ratio </li></ul></ul><ul><ul><li>Hoe hoger het leverancierskrediet, hoe beter de liquiditeit. Lange inningsperiode kan betekenen: vertrouwen in leveranciers, maar ook problemen met betaling. </li></ul></ul>Aantal dagen leverancierskrediet = Handelsschulden < 1 jaar *365 dagen Aankopen handelsgoederen, grond- en hulpstoffen, DDG, BTW op aankopen
  15. 15. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  16. 16. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  17. 17. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  18. 18. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  19. 19. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  20. 20. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  21. 21. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  22. 22. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  23. 23. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  24. 24. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  25. 25. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  26. 26. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  27. 27. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv
  28. 28. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv <ul><li>Conclusies </li></ul><ul><li>Naessens is zeer liquide onderneming </li></ul><ul><ul><li>2002-2004: Current ratio in Q3 van sector </li></ul></ul><ul><ul><li>2005: current ratio in Q2 </li></ul></ul><ul><ul><li>2006: opkrikken van liquiditeit </li></ul></ul><ul><li>Weinig verschil tussen acid en current ratio: geen “schijnbaar hoge liquiditeit”. Dit is wel het geval in de sector </li></ul>
  29. 29. Liquiditeit bij Naessens Industriebouw nv <ul><li>Hoge voorraadrotatie ten opzichte van de sectormediaan, wel vrij grillig verloop </li></ul><ul><li>Klanten- en leverancierskrediet liggen lager dan mediaan in sector (uitz. 2004) </li></ul><ul><li>2005: snellere inning van klanten dan betaling aan leverancier. De onderneming financiert op die manier haar uitstaande schulden via klanten. </li></ul>
  30. 30. De financiële structuur en solvabiliteit <ul><li>(capital structure ratio’s of gearing) </li></ul><ul><li>Indien een onderneming in staat is AL haar schulden, zowel KT als LT, terug te betalen, is ze solvabel. </li></ul><ul><li>Centraal: verhouding tussen eigen en vreemde financieringsbronnen (schuldgraad) </li></ul><ul><li>Mate van solvabiliteit geeft o.a. een indicatie voor het financiële risico, bepaald door: </li></ul><ul><ul><li>Kapitaalaflossing </li></ul></ul><ul><ul><li>Intrestkost </li></ul></ul><ul><ul><li>Betalingstermijn </li></ul></ul>
  31. 31. De financiële structuur en solvabiliteit <ul><ul><li>Vreemd vermogen Eigen vermogen </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Lagere kost van schuldkapitaal Notionele intrestaftrek </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Intrest fiscaal aftrekbaar </li></ul></ul></ul>Schuldgraad = vreemd vermogen of vreemd vermogen x 100% eigen vermogen totaal vermogen Solvabilteitsgraad = eigen vermogen of eigen vermogen x 100% vreemd vermogen totaal vermogen Zelffinancieringsgraad = reserves + overgedragen winst /verlies x 100% totaal vermogen
  32. 32. De financiële structuur en solvabiliteit <ul><ul><li>Dekkingsratio’s geven weer in welke mate de onderneming financiële risico’s loopt, met name risico op </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Onvoldoende resultaat om intrestkosten op vreemd vermogen te dekken. Dan is de intrestdekkingsratio < 1 </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Onvoldoende (potentiële operationele) cashflow om schulden terug te betalen. Dan is de dekking van het vreemd vermogen door de cashflow < 1. </li></ul></ul></ul>intrestdekkingsratio = nettoresultaat + financiële kosten van schulden financiële kosten van schulden Dekking VV door CF* = potentiële operationele cashflow vreemd vermogen
  33. 33. De financiële structuur en solvabiliteit <ul><li>De kapitaalkost bestaat uit </li></ul><ul><ul><li>Opbrengst die de aandeelhouder-eigenaar verwacht voor inbreng van eigen vermogen </li></ul></ul><ul><ul><li>Opbrengst die de financier van vreemd vermogen verwacht op de toegestane leningen </li></ul></ul><ul><ul><li>en wordt gewogen met de financiële structuur (gemiddelde kapitaalkost of WACC). </li></ul></ul>WACC *= intrestkost op vreemd vermogen * (1 – belastingvoet) * (vreemd vermogen/totaal vermogen) + (OLO-rente 10 jaar + risicopremie) * (1- belastingvoet) *(eigen vermogen/totaal vermogen)
  34. 34. De financiële structuur en solvabiliteit <ul><li>Het CAPM model is een instrument om de kapitaalkost van het eigen vermogen te bepalen </li></ul><ul><li>De risicopremie is het verschil tussen de verwachte rente op een alternatieve (risicovrije) belegging en de risicoloze rente </li></ul>Kost van het eigen vermogen = risicoloze rente + equity β * risicopremie
  35. 35. De financiële structuur en solvabiliteit <ul><li>Equity β geeft het risico van financiering met eigen vermogen weer en wordt bepaald door </li></ul><ul><ul><li>Rendement van het aandeel op de financiële markt. Hoe hoger het rendement op de financïële markt, hoe hoger de equity β . </li></ul></ul><ul><ul><li>De mate van schuldfinanciering (schuldgraad) </li></ul></ul><ul><ul><li>Het operationele risico of het risico bij de exploitatie van de onderneming </li></ul></ul><ul><li>De asset β is de maatstaf voor risico van financiering met eigen én vreemd vermogen </li></ul><ul><ul><li>(Uit deze formule blijkt dat de equity β bepaald wordt door de schuldfinanciering, die steeds rekening houdt met het risico bij de exploitatie van de onderneming) </li></ul></ul>Equity β = asset β * (1+ (1 – belastingvoet) * vreemd vermogen ) eigen vermogen
  36. 36. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  37. 37. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  38. 38. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  39. 39. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  40. 40. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  41. 41. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  42. 42. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><li>Conclusies </li></ul></ul><ul><ul><li>Toename schuldgraad van 2004 naar 2005 door toename van vreemd vermogen (leveranciers en ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen) </li></ul></ul><ul><ul><li>Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen > bestellingen in uitvoering. Daarom worden bij berekening van schuldgraad de ontvangen vooruitbetalingen vaak weggelaten </li></ul></ul><ul><ul><li>In 2006: verbetering schuldgraad omwille van toename eigen vermogen </li></ul></ul>
  43. 43. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><li>Voorzichtig zijn bij interpretatie solvabiliteit, omwille van: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Ontvangen vooruitbetalingen op bestelling </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Kapitaal dat niet volledig volstort is </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Vreemd vermogen dat voor groot deel bestaat uit schulden aan moederonderneming </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Verschillen tussen bevoorrechte, gewone en achtergestelde schulden </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Naessens nv: hoge zelffinancieringsgraad door voortdurende toevoeging van winst aan reserves/overgedragen winst </li></ul></ul>
  44. 44. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><li>Hoge intrestdekkingsratio in 2006  ruime veiligheidsmarge tegen dalingen in nettoresultaat </li></ul></ul><ul><ul><li>Sterke schommelingen intrestdekkingsratio doorheen de jaren </li></ul></ul><ul><ul><li>Dekking vreemd vermogen door cashflow 2005 +/- = 2004. Cashflow én vreemd vermogen zijn verdubbeld </li></ul></ul><ul><ul><li>Schommelingen in deze ratio doorheen de jaren </li></ul></ul><ul><ul><li>Potentiële operationele cashflow voldoende om vreemd vermogen korte termijn terug te betalen </li></ul></ul><ul><ul><li>Terugbetaling lange termijnschulden kan binnen het jaar gerealiseerd worden (bij gelijkblijvende cashflow) </li></ul></ul>
  45. 45. Solvabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><li>2002-2006: hogere solvabiliteitsratio dan sectormediaan. In 2005 sterke daling. </li></ul></ul><ul><ul><li>We verwachten </li></ul></ul><ul><ul><li>Geen problemen inzake terugbetaling van vreemd vermogen en betaling intresten </li></ul></ul><ul><ul><li>Dat deze ondernemingen nog bijkomende leningen aankan, mits nodige voorzichtigheid </li></ul></ul>
  46. 46. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Financiële rendabiliteit: winstgevendheid t.o.v. eigen vermogen </li></ul></ul><ul><ul><li>Indicator voor de financiële groeikracht en overlevingskansen van de onderneming </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Rendabiliteit is de bron van vermogen die nodig is voor toekomstige investeringen </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Rendabiliteit vergemakkelijkt de toegang tot andere vermogensbronnen, waar mogelijkheid tot dividenduitkering en/of aflossing van kapitaal en intresten wordt beoordeeld aan de hand van rendabiliteit </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Kan voor en na belasting berekend worden </li></ul></ul>Financiële (netto)rendabiliteit = Nettoresultaat x 100 Eigen vermogen
  47. 47. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Economische rendabiliteit: winstgevendheid van ALLE ingezette middelen </li></ul></ul><ul><ul><li>Houdt geen rekening met financieringswijze en fiscaliteit. </li></ul></ul><ul><ul><li>Wordt vóór belasting en vóór aftrek financiële kosten berekend. Daarom wordt in teller vaak het bedrijfsresultaat beschouwd (uitzonderlijke resultaten worden genegeerd). </li></ul></ul>Economische (netto)rendabiliteit = Nettoresultaat + financiële kosten x 100 Totaal vermogen
  48. 48. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Varianten </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>In teller: potentiële operationele cashflow in plaats van nettoresultaat. Men spreekt dan van bruto rendabiliteit. </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>In noemer: eigen vermogen + financiële schulden KT en LT in plaats van eigen vermogen of totaal vermogen. </li></ul></ul></ul>
  49. 49. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Rendabiliteit van de verkopen: maatstaf voor efficiëntie van bedrijfsactiviteit: commerciële, productie en personeelspolitiek </li></ul></ul><ul><ul><li>Bedrijfsresultaat als basis voor rendabiliteit. </li></ul></ul><ul><ul><li>Brutoverkoopmarge = nettoverkoopmarge + afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen </li></ul></ul><ul><ul><li>Bruto en netto gezamenlijk beschouwen </li></ul></ul>Brutoverkoopmarge vóór belastingen = brutobedrijfsresultaat x 100 verkopen Nettoverkoopmarge vóór belastingen = nettobedrijfsresultaat x 100 verkopen
  50. 50. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Break-even-puntanalyse </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Centraal: break-even = verkoopvolume waarbij het nettobedrijfsresultaat = 0 </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Geeft antwoord op de vraag: In welke mate varieert het resultaat in functie van de verkopen ? </li></ul></ul></ul>
  51. 51. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>De operationele hefboom geeft weer hoe het netto bedrijfsresultaat fluctueert in functie van activiteitsvolume </li></ul></ul><ul><ul><li>Theoretische berekening </li></ul></ul><ul><ul><li>Pragmatisch </li></ul></ul><ul><ul><li>Hoe hoger de vaste kosten (in verhouding tot de verkopen), hoe gevoeliger het bedrijfsresultaat is voor fluctuaties in het activiteitsvolume </li></ul></ul><ul><ul><li>Verhouding vaste/variabele kosten sectorafhankelijk </li></ul></ul>Omzet + andere bedrijfsopbrengsten – variabele kosten Omzet + andere bedrijfsopbrengsten – variabele kosten – vaste kosten Bruto toegevoegde waarde Nettobedrijfsresultaat
  52. 52. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Voorbeeld: </li></ul></ul><ul><ul><li>Bij productie en verkoop van 200 eenheden </li></ul></ul><ul><ul><li>  </li></ul></ul>Product vaste kosten variabele kosten per stuk A 100.000 200 B 120.000 200
  53. 53. Rendabiliteit van de onderneming <ul><li>Operationele hefboom bij 200 stuks </li></ul><ul><li>voor A: 160.000 = 2,7 </li></ul><ul><li>60.000 </li></ul><ul><li>Voor B: 180.000 = 3 </li></ul><ul><li>60.000 </li></ul>
  54. 54. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Nadruk ligt op prestaties op gebied van verkoop en productie van producten en diensten, zonder financiële investeringen </li></ul></ul><ul><ul><li>Verband met verkoopmarge: rotatie van de activa </li></ul></ul><ul><ul><li>verkoopmarge rotatie van bedrijfsactiva </li></ul></ul>Rendabiliteit van de bedrijfsactiva = Bruto en nettobedrijfsresultaat Bedrijfsactiva* Rendabiliteit van de bedrijfsactiva = Bedrijfsresultaat * Verkopen Verkopen Bedrijfsactiva
  55. 55. Rendabiliteit van de onderneming Schema van Dupont De Nemours:
  56. 56. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Enkele ratio’s voor aandelen </li></ul></ul>Winst per aandeel = winst/aantal aandelen Cashflow per aandeel = potentiële operationele cashflow/aantal aandelen Dividend per aandeel = de uitgekeerde winst/aantal aandelen Winstuitkeringspercentage = dividend * 100/winst Price-earningsratio = koers/winst
  57. 57. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Financiële hefboom </li></ul></ul><ul><ul><li>Duidt het verband aan tussen rendabiliteit van het eigen vermogen en rendabiliteit van het totaal vermogen </li></ul></ul><ul><ul><li>Indien een onderneming in staat is de intrestkosten, verbonden aan de schulden ter financiering van haar activa, met de gerealiseerde winst te dekken, dan is de financiële hefboomwerking positief (> 1). Of: dan is de rendabiliteit van het eigen vermogen groter van die van het totaal vermogen. </li></ul></ul>
  58. 58. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Voorbeeld 1: </li></ul></ul><ul><ul><li>Conclusie </li></ul></ul><ul><ul><li>Bedrijf B heeft door het aangaan van schulden een hogere </li></ul></ul><ul><ul><li>rentabiliteit op het eigen vermogen dan A. </li></ul></ul>
  59. 59. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Voorbeeld 2: Situatie A </li></ul></ul><ul><ul><li>Balanstotaal: 1.000.000 € </li></ul></ul><ul><ul><li>Nettoresultaat vóór aftrek van financiële kosten: 80.000 € </li></ul></ul><ul><ul><li>Rentelast op vreemd vermogen: 6% </li></ul></ul><ul><ul><li>Conclusie </li></ul></ul><ul><ul><li>Financiële hefboomwerking werkt positief want de rendabiliteit op het totaal </li></ul></ul><ul><ul><li>vermogen is hoger dan de intrestlast. </li></ul></ul><ul><ul><li>Conclusie: </li></ul></ul><ul><ul><li>Bedrijf B heeft door het aangaan van schulden een hogere </li></ul></ul><ul><ul><li>rentabiliteit op het eigen vermogen dan A. </li></ul></ul>
  60. 60. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>Voorbeeld 2: Situatie B </li></ul></ul><ul><ul><li>Balanstotaal: 1.000.000 € </li></ul></ul><ul><ul><li>Nettoresultaat vóór aftrek van financiële kosten: 80.000 € </li></ul></ul><ul><ul><li>Rentelast op vreemd vermogen: 6% </li></ul></ul><ul><ul><li>Conclusie </li></ul></ul><ul><ul><li>Financiële hefboomwerking werkt negatief want de rendabiliteit op het totaal </li></ul></ul><ul><ul><li>vermogen is lager dan de intrestlast. </li></ul></ul><ul><ul><li>Conclusie: </li></ul></ul><ul><ul><li>Bedrijf B heeft door het aangaan van schulden een hogere </li></ul></ul><ul><ul><li>rentabiliteit op het eigen vermogen dan A. </li></ul></ul>
  61. 61. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>De financiële hefboommultiplicator is de factor waarmee de rendabiliteit van het totaal vermogen moet vermenigvuldigd worden om de rentabiliteit van het eigen vermogen te verkrijgen </li></ul></ul><ul><ul><li>Positieve hefboomwerking kan omslaan in negatieve hefboomwerking, bijv. bij stijgende rentevoet </li></ul></ul><ul><ul><li>Voorzichtig met hefboomwerking indien het operationele risico groot is </li></ul></ul><ul><ul><li>Solvabiliteit Rendabiliteit </li></ul></ul>
  62. 62. Rendabiliteit van de onderneming <ul><ul><li>De financiële hefboomwerking volgens de berekening van de NBB </li></ul></ul><ul><ul><li>(* vóór belasting en uitzonderlijk resultaat) </li></ul></ul>Financiële hefboomwerking = Nettorendabiliteit van het eigen vermogen * Nettorendabiliteit van de aangetrokken middelen *
  63. 63. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  64. 64. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  65. 65. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  66. 66. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  67. 67. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  68. 68. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  69. 69. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  70. 70. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><ul><li>2003: dieptepunt rendabiliteit op eigen vermogen (onder sectormediaan), na 2003 stijgend (boven sectormediaan), omwille van resultaatsverbetering (eigen vermogen nam niet in dezelfde verhouding toe) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Toename resultaat is te wijten aan stijging bedrijfsresultaat </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Idem voor de rendabiliteit van totaal vermogen: </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>2002: netto- en brutorendabiliteit boven sectorniveau </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>2003: daling </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>2005: jaar van herstel </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>2006: verdere opwaartse evolutie (4 e kwartiel) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Rendabiliteit op eigen vermogen is in periode 2003-2006 hoger dan rendabiliteit op totaal vermogen </li></ul></ul></ul>
  71. 71. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  72. 72. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  73. 73. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  74. 74. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><ul><li>Verkoopmarges </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Daling in 2003, daarna stijging </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Verklaring voor 2003: kosten handelsgoederen en grond- en hulpstoffen stijgen meer dan proportioneel </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>2005 en 2006: stijging van verkoopmarges omwille van grote stijging verkopen. Enkel variabele kosten stijgen  stijging van het bedrijfsresultaat  stijging van de verkoopmarge </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Netto- en brutoverkoopmarge in 4 e kwartiel van sector </li></ul></ul></ul>
  75. 75. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  76. 76. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><ul><li>Operationele hefboom (zie p 174) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Voor 2006: onderneming 2,22 sector 6,2 </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Betekenis: een toe-/afname van de verkopen met 1% betekent een toe-/afname van het nettoresultaat met 2,2% </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Kritische drempelwaarde = 5 </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Operationele hefboom > 5: hoog operationeel risico </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Operationele hefboom < 5: laag operationeel risico </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Naessens nv heeft dus een lage operationele hefboom </li></ul></ul></ul>
  77. 77. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  78. 78. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  79. 79. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><ul><li>Nettorendabiliteit van de bedrijfsactiva (tabel 32 blz 175) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Laagst in 2003 omwille van daling nettoverkoopmarge </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Verbetering in 2004 door: </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>betere rotatie van de bedrijfsactiva: kleine toename verkopen en daling van de bedrijfsactiva (door daling van voorraden) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Verhoging van de nettoverkoopmarge </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Hoogste nettorendabiliteit van de bedrijfsactiva in 2006 door: </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Betere nettoverkoopmarge </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Stijging verkopen </li></ul></ul></ul></ul>
  80. 80.
  81. 81.
  82. 82. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv
  83. 83. Rendabiliteit bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><ul><li>Financiële hefboom (tabel 33 blz. 178) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Positieve financiële hefboomwerking </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>Het aangaan van bijkomende schulden heeft een positief effect op de rendabiliteit (van het eigen vermogen) </li></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><li>De onderneming haalt voordeel uit financiering met vreemd vermogen </li></ul></ul></ul></ul>
  84. 84. Toegevoegde waarde <ul><ul><li>Toegevoegde waarde is de waarde die de onderneming toevoegt aan de waarde van de verbruikte goederen en diensten door de inzet van de productiefactoren </li></ul></ul><ul><ul><li>Opbrengstwaarde bestaat uit: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Waarde van verkochte productie (code 70+ 74 - 740) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Waarde van productie in voorraad (code 71) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Waarde van geproduceerde vaste activa (code 72) </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Intermediair verbruik is de som van: </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Kosten van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (code 60) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Kosten van diensten en diverse goederen (code 61) </li></ul></ul></ul>Bruto toegevoegde waarde = Opbrengstwaarde van de productie – intermediair verbruik
  85. 85. Toegevoegde waarde
  86. 86. Toegevoegde waarde <ul><ul><li>Bruto toegevoegde waarde als absoluut bedrag is moeilijk vergelijkbaar en wordt daarom vaak uitgedrukt als volgt </li></ul></ul><ul><ul><li>Bruto toegevoegde waarde wordt verdeeld in haar bestanddelen om het belang per productiefactor te kennen </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Is de onderneming arbeidsintensief of kapitaalintensief ? </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Hoeveel gaat naar de vreemdvermogenverschaffers ? Naar de overheid ? </li></ul></ul></ul>Bruto toegevoegde waarde marge = Bruto toegevoegde waarde Bedrijfsopbrengsten
  87. 87. <ul><ul><li>Formules </li></ul></ul>Toegevoegde waarde Bezoldigingen, soc.lasten,pensioenen + voorzieningen pensioenen x 100 Bruto toegevoegde waarde Niet kaskosten van bedrijfsaard x 100 Bruto toegevoegde waarde Financiële kosten x 100 Bruto toegevoegde waarde Belastingen op het resultaat + belastingen,taksen op bedrijfsoefening x 100 Bruto toegevoegde waarde
  88. 88. Toegevoegde waarde <ul><ul><li>Naast de personeelskosten dient ook de productiviteit van de ondernemers vergeleken te worden met de bruto toegevoegde waarde. Formule: </li></ul></ul><ul><ul><li>Voor de kosten van infrastructuur is bijkomende analyse aangewezen. Formule: </li></ul></ul>Bruto toegevoegde waarde per personeelslid = Bruto toegevoegde waarde Gemiddeld aantal personeelsleden in VTE Investeringsgraad = Bruto toegevoegde waarde Bruto materiële vaste activa
  89. 89. Toegevoegde waarde <ul><ul><li>De bruto toegevoegde waarde die overblijft na vergoeding van personeel, infrastructuur, financiers en overheid is de vergoeding die overblijft voor het ondernemerschap (aandeelhouder-eigenaar). Dit overblijvend deel is de toegevoegde winst . </li></ul></ul><ul><li>Toegevoegde winst = </li></ul><ul><li>Bruto toegevoegde waarde </li></ul><ul><li>- Bezoldigingen, soc. lasten, pensioenen+ voorz. voor pensioenen </li></ul><ul><li>Niet kaskosten van bedrijfsaard </li></ul><ul><li>financiële kosten </li></ul><ul><li>belastingen op het resultaat + belastingen en taksen op de bedrijfsoefening </li></ul>Toegevoegde winst x 100 Bruto toegevoegde waarde
  90. 90. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  91. 91. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  92. 92. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  93. 93. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  94. 94. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  95. 95. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  96. 96. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  97. 97. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><ul><li>Conclusies </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Laagst in 2003, nadien stijging omwille van stijging in bedrijfsopbrengsten (omzet) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Idem voor toegevoegde waardemarge </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Hoge toegevoegde waardemarge leidt tot stevigere concurrentiepositie </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Arbeidsintensieve onderneming: aandeel van de personeelskosten is grootst in de toegevoegde waarde </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Verschuiving van vergoeding werknemers naar overheid en aandeelhouders </li></ul></ul></ul>
  98. 98. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><ul><li>Componenten van de bruto toegevoegde waarde </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>De stijging van de personeelskosten als gevolg van een stijging van de personeelsleden wijst op een verhoogde productiviteit van de werknemers </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Bruto toegevoegde waarde per werknemer > gemiddelde personeelskost </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Van 2003 tot 2005: gestadige groei van de investeringsgraad </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Investeringskosten onder controle: het aandeel van de niet-kaskosten in de bruto toegevoegde waarde blijft +/- constant (maar is vrij hoog) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Kosten van schulden bedragen slechts 1% van de toegevoegde waarde </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Jaarlijkse winststijging vertegenwoordigen steeds groter aandeel in toegevoegde waarde </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Idem voor het aandeel van de belastingen </li></ul></ul></ul>
  99. 99. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  100. 100. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  101. 101. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  102. 102. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv
  103. 103. Toegevoegde waarde bij Naessens Industriebouw nv <ul><ul><ul><li>Sectorvergelijking </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Toegevoegde waarde/bedrijfsopbrengsten in 1 e kwartiel en beneden het gemiddelde. Dieptepunt in 2003, daarna verbetering </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Toegevoegde waarde per personeelslid hoog in vergelijking met sector (4 e kwartiel), aandeel personeelskosten zeer laag ten opzichte van de sector (1 e kwartiel) </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Investeringsgraad laag in vergelijking met de sector, maar stijgende tendens </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Aandeel niet-kaskosten groot in vergelijking met sector, maar blijft in 4 e kwartiel </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Aandeel schulden beneden sectorgemiddelde, maar wel in 3 e kwartiel. </li></ul></ul></ul>
  104. 104. Impact van IFRS op berekening en interpretatie van liquiditeit, solvabiliteit en rendabiliteit <ul><ul><li>Ratio’s op basis van Belgische jaarrekening en IFRS jaarrekening </li></ul></ul><ul><ul><li>moeilijk vergelijkbaar </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Impact op: voorraden en materiële vaste activa </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>liquiditeit </li></ul></ul></ul>
  105. 105. Impact van IFRS op berekening en interpretatie van liquiditeit, solvabiliteit en rendabiliteit Impact op: resultaat rendabiliteit resultaatbestemming eigen vermogen solvabiliteit
  106. 106. Andere bronnen voor financiële kengetallen <ul><ul><li>Deloitte Fiduciaire KMO-Kompas: positioneringsroos </li></ul></ul><ul><ul><li>Vergelijking onderneming t.o.v. sector, die enkel bestaat uit ondernemingen, door Deloitte Fiduciaire geanalyseerd </li></ul></ul><ul><ul><li>Middelpunt is zwakst scorende onderneming (percentiel 0), buitenrand is best scorende onderneming (percentiel 100) </li></ul></ul><ul><ul><li>10 ratio’s, aangepast met (onder andere): </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>R/C aandeelhouders, vennoten, bestuurders of zaakvoerders </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Intresten op deze R/C </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Recuperatie sociale lasten, interimkosten en bestuurdersvergoedingen </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Mooie veelhoek wijst op evenwichtige financiële structuur </li></ul></ul><ul><ul><li>Hoe groter de veelhoek, hoe beter de financiële performantie </li></ul></ul>
  107. 107. Andere bronnen voor financiële kengetallen <ul><ul><li>Naessens 2005: </li></ul></ul><ul><ul><li>Naessens 2006: </li></ul></ul>
  108. 108. Andere bronnen voor financiële kengetallen <ul><ul><li>Databank Bel-First (Bureau Van Dijk Electronic Publishing) </li></ul></ul><ul><ul><li>“ Fi nancial R eports and St atistics on Belgian and Luxembourg Companies” </li></ul></ul><ul><ul><li>Meer dan 330.000 bedrijven, over laatste 10 boekjaren </li></ul></ul><ul><ul><li>Informatie </li></ul></ul><ul><ul><ul><li>Contactgegevens </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Activiteitscode </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Ratio’s </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Mandatarissen met adres </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Aandeelhouderschapsstructuren </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Jaarverslagen met rapport bedrijfsrevisoren </li></ul></ul></ul><ul><ul><ul><li>Rapport Raad Van Bestuur </li></ul></ul></ul><ul><ul><li>Rapporten, grafieken, boomstructuren, enz. </li></ul></ul>
  109. 109. Andere bronnen voor financiële kengetallen

×