Advertisement
Advertisement

Bogie powerpoint

  1. BOGIE OF DRAAISTEL Lennert Maerschalck 3IO 26/10/2009
  2. INHOUDSTAFEL 1. INLEIDING dia_03 1.1 GESCHIEDENIS dia_03 1.2 NIEUWE GENERATIE dia_06 1.3 VOORNAAMSTE EIGENSCHAPPEN dia_08 2. TYPE DRAAISTELLEN dia_09 3. OPHANGING dia_10 4. WIELSTELLEN dia_13 4.1 MATERIAAL EN CONSTRUCTIE dia_13 4.2 ZANDVERDELER dia_13 5. REMSYSTEEM dia_17 6.KADERONTWERP dia_20 6.1 MATERIAAL EN CONSTRUCTIE dia_20 6.2 GEHANTEERDE CONSTRUCTIE BIJ DE T2000 dia_20 7.KRACHTWERKING dia_22 8.PRODUCTIEVOLGORDE dia_23 2
  3. INLEIDING 3 GESCHIEDENIS • Toegankelijkheid en gemak is beperkt doordat de motoren zich bovenop het draaistel bevinden, en dus een hoog vloerniveau vereist • De zeer grote wielafstand zorgt voor schokken en grote slijtage aan de rails door slecht bochtengedrag • Gebrekkig comfort door mindere kwaliteit van de dempingsystemen • Vanuit een milieu-standpunt : beperkte voertuigcapaciteit, hoog energieverbruik, evenals hoog gehalte aan trillingen en geluidshinder in strakke krommen • Veel onderhoud, lage betrouwbaarheids- en veiligheidsfacor door stroef ontwerp met lage flexibiliteit Een hoge vloerniveau, gebrekkig comfort en laag aantal passagiersplaatsen
  4. INLEIDING 4 GESCHIEDENIS 4
  5. INLEIDING 5 GESCHIEDENIS 5
  6. INLEIDING 6 NIEUWE GENERATIE Een tram dient te voldoen aan nieuwe eisen : nieuwe generatie trams (5 stellen) • Betere toegankelijkheid en gemak omdat de motoren zich aan de • totale capaciteit van 258 personen buitenkant van het draaistel bevinden (verenigbaar met lage vloerniveau’s) • afmetingen • Het comfort van de passagiers wordt verhoogd door krachtige - lengte: 43,22 m opschortingsystemen - breedte: 2,30 m • Betere milieu-eigenschappen, grotere voertuigcapaciteit, en een • gewicht per stel (leeg) 51,8 ton vermindering van trillingen en geluidshinder in strakke krommen • motorkracht: 6x 105 kW • Efficiënter en flexibeler ontwerp zorgen voor hogere betrouwbaarheids – en • maximale snelheid: 70km/u veiligheidsfactor en efficiënter onderhoud • 5 draaistellen • Slijtage aan de tramsporen en wielen kan tot een minimum beperkt te blijven en vormt geen risico meer tot ontsporen De huidige generatie trams is veel zwaarder dan vroeger => nieuw type draaistel is vereist
  7. INLEIDING 7 NIEUWE GENERATIE
  8. INLEIDING 8 VOORNAAMSTE EIGENSCHAPPEN Nieuw type trams zijn uitgerust met volledig gemotoriseerde draaistellen. Eénzelfde type draaistel is onderling verwisselbaar ( uitgezonderd voor nationale specifiek materiaal). • De voornaamste eigenschappen waaraan een draaistel moet voldoen zijn: • Een korte wielbasis zorgt voor een beter bochtengedrag alsook voor het verminderen van schokken • De (primaire) veren onderaan vermijden traagheid en schokbewegingen van de carrosserie in langsrichting • De carrosserie rust op het draaistel via twee spiraalvormige veren of stootkussens. Deze zorgen ervoor dat de carrosserie in de bochten niet naar buiten wil rollen (dwarsrichting) • De op de wielen gemonteerde remschijven gedragen zich als geluidsdempers en reduceren of elimineren dat het wiel in strakke bochten piept • De grote wieldiameter verzekert een ruim aantal kilometers vooraleer slijtage optreedt Het eenvoudig kaderontwerp en het lage aantal bewegende onderdelen dragen bij tot een hoge robuustheid
  9. TYPE DRAAISTELLEN 9 Het type TRAM T2000 is voorzien van 3 draaistellen van 2 verschillende types. De uiterste draaistellen die zich aan de kant van de stuurposten bevinden zijn gelede draaistellen (BR 2000) Het draaistel dat zich onder de middenkast bevindt is van het klassiek type (BR 4x 4) figuur : gelEde draaistellen BA 2000 figuur : draaistel BR 4x4 Gelede draaistellen BA 2000 Dit draaistel onderscheid zich van het klassieke draaistel daar het bestaat uit 2 grote en 2 kleine wielen De grote wielen zijn elk uitgerust met 1 tractie motor De kleine wielen zijn niet gemotoriseerd Draaistel BR 4x4 Op dit draaistel is ieder wiel voorzien van een tractiemotor Gemeenschappelijke uitrustingen Om het aantal verschillende onderdelen te beperken dienen beide types met zoveel mogelijk identieke onderdelen te worden uitgerust 2 verschillende draaistellen om de slijtage aan de sporen tot een minimum te beperken
  10. OPHANGING 10 We onderscheiden 2 soorten ophangingsystemen van het type TRAM 2000, de primaire en secondaire ophanging Secondaire ophanging Om de lastdruk te verlagen wordt gebruik gemaakt van de secondaire ophanging. Deze wordt gerealiseerd door middel van rubberen met lucht gevulde stootkussens die gevoedt of ontlucht worden met nivelleringsventielen en bevinden op de zijkant van het draaistel. F iguur : secundaire ophanging • Met dank aan hun hoge positie worden de rollende bewegingen van de carrosserie verminderd en de schuine standaardcoëfficient beperkt om een goed verticaal ritcomfort te bereiken • Voor een beter buiggedrag wordt de rotatieweerstand geminimaliseerd door het gebruik van slechts twee stootkussens aan iedere kant. Dit resulteert in een laag slijtagegehaalte op de leidende wielreeksen • De nivelleringsventielen zorgen ervoor dat het vloerniveau onafhankelijk van de belasting blijft. Deze lastregeling zorgt ervoor dat het vloerniveau zich steeds op dezelfde hoogte ten opzichte van de perrons zal bevinden Wanneer het voertuig zwaarder beladen is door meer passagiers, worden de kussens meer ingedrukt door het hogere gewicht dat deze moeten dragen. Hierdoor wordt het nivelleringsventiel bediend en zal de druk in de kussens opgevoerd worden totdat het ventiel terug in ruststand komt. Als er passagiers uitstappen wordt het omgekeerde verkregen, de vloer zal te hoog komen te staan vanwege een te grote druk in de kussens. Het nivelleringsventiel zal er dan voor zorgen dat de druk daalt tot een evenwicht is gevonden. • Dempende werking die het comfort verhoogt doordat ze de trillingen, die ontstaan door het contact van de metalen wielen op een metalen rail, gaan dempen. Een goede ophanging is van primordiaal belang voor een optimaal rijcomfort
  11. OPHANGING 11 Primaire ophanging Naast verticale ophanging vermijden deze veren ook laterale geleiding van de wielreeks. Deze ophanging wordt gerealiseerd door middel van rubberen stootblokken of veren en de verbinding door middel van slijtage vrije rubbers. Om de lopende stabiliteit te verbeteren worden deze aangevuld met hydraulische verticale en dwars geplaatste schokdempers. De asbussen, gemaakt uit gietijzer, zijn uitgerust met cilindrische rollagers, die samen met de verbindingen als ingesloten eenheid worden geleverd. De ophanging kunnen ook worden gerealiseerd door middel van spiraalvormige veren. Deze ophanging vermijdt schokken in de laterale richting
  12. OPHANGING 12
  13. WIELSTELLEN 13 MATERIAAL EN CONSTRUCTIE De wielreeksen zijn uitgerust met uit staal gemaakte (ORE S1002) monoblockschijven met een diameter van 1250 (nieuwe) /1170 (versleten) mm. De asstang die van 25 CrMo 4 materiaal wordt gemaakt is holgeboord om ultrasone testen toe te staan). De wielen worden gemaakt van R8T materiaal (gekend om zijn goede warmte eigenschappen) zoals die in UIC 812-1 worden bepaald. De wielen kunnen worden geherprofileerd op wieldraaibanken zonder de wielreeks vanonder de tram te verwijderen. De wielreekslagers zijn uitgerust met vetgesmeerde cilindrische rollagers. Door de dragende eenheden te dichten kan men voorkomen dat om het even welke (vloei)stof in het milieu ontsnapt. figuur : oven die de wielen voorverwarmt figuur : materiaaltoeslag Het ontwerp van de wielreekslagers en de asbussen is dusdanig dat de elektronische huidige stroom (primaire of de terugkeerstroom van de tramlijn) via de lagerrs wordt verhinderd. De rubber elementen in de asgidsen in het beginstadium en in primaire vochtige fixaties isoleren de volledige wielsetreeks van het wielsetkader. Een beveiligde weg voor de terugstroom wordt door het aanaarden van borstels versterkt die op de aseinden worden bevestigd. Op de snelheidssensoren zijn ook borstels bevestigd die het tramstel aarden aan de massa. ZANDVERDELER Vóór de leidende wielreeks van elk draaistel wordt bij remmen, optrekken of bochten zand gestrooid. Elk zandreservoir is uitgerust met een doseringmechanisme en bevat een bruikbaar zandvolume van ongeveer 60 liter. En dit om de adhesie tussen de wielen en de rails te verbeteren. Smering en herprofilering zorgen voor aanzienlijke kostbesparingen
  14. WIELSTELLEN 14
  15. WIELSTELLEN 15
  16. WIELSTELLEN 16
  17. REMSYSTEMEN 17 De T2000 is uitgerust met 3 verschillende remsystemen Elektrische rem In normaal bedrijf en bij een snelheid tussen 72 km/u en 2 km/u wordt er elektrisch geremd. Deze remming kan zowel rheostatisch (d.w.z. stroom door de velden kan worden omgedraaid om zo een tegen-magnetisch veld op te wekken) zijn als met recuperatie (d.w.z. terugsturen van gerecupereerde energie naar het net). Bij de constructie hoeft men terdege rekening houden met de terugstroom. De overbrenging gebeurt door remschijven. De overeenkomstige eenheden van de remcilinder zijn voorzien met automatische slijtagecompensatie. De helft van deze eenheden, één per eenheid per as , is uitgerust met veerwerking als parkeerrem. De voordelen van dit type remsysteem heeft de volgende voordelige eigenschappen: • Een inspectie van de wielen na noodsituatie (waarbij geremd wordt bij hoge snelheden) is niet noodzakelijk • Onderlinge onafhankelijkheid tussen de wieldiameter, het bereden profiel, het materiaal en de remblokken • Direct op de as gemonteerd, nu hoeft men de wielbanden niet meer zo frequent te vervangen => De levensduur van de wielen is verlengd Hydraulische rem De hydraulische rem wordt gebruikt en automatisch ingeschakeld indien de elektrische remming niet meer werkt, dit kan voorkomen bij een snelheid minder dan 3 km/u, door een defect of indien er slipwerking wordt vastgesteld. De remming heeft alleen effect op de aangedreven assen en kan manueel door de bestuurder worden bediend Railrem De railrem wordt bediend in geval van noodrem of bij slip detectie in remming (komt vaak voor op gladde oppervlakte wanneer de sporen bedekt zijn met gras en bladeren). Bij de werking wordt een magneet op de spoorstaaf neergelaten. De aantrekkingskracht veroorzaakt wrijving op de spoorstaaf, waardoor een grote remkracht ontstaat en de tram zeer snel kan afremmen. Deze manier van remmen wordt enkel bij noodremmingen gebruikt. Want bij dit type remsysteem treedt een verhoogde slijtage van de spoorstaaf op. De remsystemen zijn zo ontworpen dat de slijtage aan de wielen minimaal is
  18. REMSYSTEMEN 18
  19. REMSYSTEMEN 19
  20. KADERONTWERP 20 MATERIAAL EN CONSTRUCTIE Een draaistel-kader (type T2000) is samengesteld uit twee langsgerichte balken (per kader) met een centrale dwarsbalk. Het draaistel-kader en de dwarsbalken zijn luchtdicht gebouwd en worden aaneengelast om interne corrosie te verhinderen. Het gebruikte materiaal is hoofdzakelijk S355J2G3 (staallegering). Indien nodig worden uit staal gegoten elementen in het ontwerp geïntegreerd. Het draaistelkader is volledig gelast en afgemeten voor alle gewichtsklassen volgens UIC 615-4. GEHANTEERDE SYSTEEM VAN DE T2000 Kaderontwerp zo gebouwd om interne corrosie te vermijden en stevigheid te garanderen
  21. KADERONTWERP 21 GEHANTEERDE SYSTEEM VAN DE T2000
  22. KRACHTWERKING 22 ZWAARTEKRACHT KAST NORMAALKRACHTEN MOMENTENWERKING WRIJVINGSKRACHTEN
  23. PRODUCTIE VOLGORDE 23
  24. PRODUCTIE VOLGORDE 24
  25. PRODUCTIE VOLGORDE 25
  26. PRODUCTIE VOLGORDE 26
  27. PRODUCTIE VOLGORDE 27
  28. PRODUCTIE VOLGORDE 28
  29. PRODUCTIE VOLGORDE 29
  30. PRODUCTIE VOLGORDE 30
  31. PRODUCTIE VOLGORDE 31 31
  32. 32 BEDANKT VOOR JULLIE AANDACHT
Advertisement