KJ Poppe jaar van het gezinsbedrijf nl

346 views

Published on

presentatie over de economische theorie van het gezinsbedrijf in de landbouw

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
346
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

KJ Poppe jaar van het gezinsbedrijf nl

  1. 1. De economie van het gezinsbedrijf Krijn J. Poppe 2014
  2. 2. De term Gezinsbedrijf is niet stabiel Reinhardt & Barlett, 1989 over de USA: ● Alle arbeid en kapitaal moest van het eigen gezin komen ● Later was je bij pacht ook nog family farm ● En bij leningen van de bank ● En bij “vreemd” personeel ● En bij inhuur van loonwerkers De vorm van het bedrijf is niet doorslaggevend, wel de besluitvorming aan de keukentafel ??
  3. 3. Labor Capital (land) Management Farm Operators & Households Supply Farm Business Earn Income Increases in Asset & Equity Values Factor markten Beinvloedt allocatie Gezinsbedrijven alloceren productiemiddelen (resources) • uit bedrijf, gezin en vanuit de markt, • naar gebruik binnen en buiten bedrijf
  4. 4. Waarom hebben we gezinsbedrijven ? Arbeid en kapitaal komen uit het gezin of worden aangetrokken uit de markt Als ze uit het gezin komen, is dit goedkoper dan uit de markt ● Wordt bedrijf winstgevender, dan meer arbeid en kapitaal uit de markt erbij ● (extreem: groot landbouwbedrijf waar alles via de markt loopt) Als het gezin ze aanwendt in het bedrijf levert de markt te weinig op (en andersom) ● (extreem-1: de keuterboer die alle producten zelf consumeert) ● (extreem-2: de hobbyboer die alles buiten bedrijf aanwendt)
  5. 5. The nature of the family farm - 1 Kosten productiemiddelen via de markt soms relatief duur: Rendement: gezinsbedrijven accepteren opbrengsten die lager liggen dan markttarief ● CAO’s met hoge tarieven overwerk, weekend-werk helpt gezinsbedrijf (“Finsterwolde”) ● Gunstige IB tarieven voor ondernemers helpt Laag rendement bij hoog risico houdt kapitalisten buiten de sector (de armoede van het gezinsbedrijf) Terzijde: hetzelfde geldt voor de cooperaties in de transformatie van grondstoffen (“Scholten-Honig, CSM”)
  6. 6. The nature of the family farm - 2 Landbouw kenmerkt zich ook door kans op moral hazard (moreel gevaar) doordat productieproces slecht waarneembaar is: ● Spant de manager zich wel genoeg in voor de investeerder of kan hij matige resultaten wijten aan het weer of ziektes? ● Is de arbeider achter op de kavel niet aan het lijntrekken (agency-probleem)? Transactiekosten bepalen de organisatievorm De keuze van de organisatorische vorm is een afweging tussen specialisatie via de markt en moral hazard prikkels (Allen & Lueck, 2002)
  7. 7. Waarom plantages / grootlandbouwbedrijven? Kapitaal en management (inclusief toegang tot Westerse markten) zijn er bij lokale bevolking zeer schaars en komen uit het buitenland of rijke families in de stad (Zuid-Amerika) Arbeid is er soms volop: thee plantages Sri Lanka Arbeid is soms schaars: dan is er nog meer kapitaal nodig, en soms “immigratie” (plantages van Suriname, Maleisie, Florida, Amazone) De geschiedenis speelt een rol (landhervormingen)
  8. 8. Conclusie uit de theorie  De markt genereert welvaart door specialisatie mogelijk te maken in de functies van arbeider, manager, verpachter, investeerder,  maar het gezinsbedrijf combineert deze functies,  omdat de markt onvoldoende aanzet tot specialisatie  vanwege te hoge transactiekosten (o.a. door moral hazard en wetgeving)  en laag rendement bij een behoorlijk risico (door slecht werkende factormarkten: arbeid verlaat niet snel de sector omdat in het gezinsbedrijf de totale beloning telt) ● BLIJFT DAT OOK IN DE TOEKOMST ZO ??
  9. 9. Labor Capital (land) Management Farm Operators & Households Supply Farm Business Earn Income Increases in Asset & Equity Values Factor markten Agrarische ketenscontracten • specialisatie gezinsleden • pluri-activity • asset management • plattelandswoning en hobby farming • toenemende schaal • risico management • ketenintegratie met contracten • transactiekosten bepalen structuur • scheiding van management en uitvoerend werk Beinvloedt allocatie beinvloedt: Management structuur Besluitvormingsproces Claims op toegevoegde waarde Gezinsbedrijven alloceren productiemiddelen (resources) uit bedrijf, gezin en vanuit de markt naar gebruik binnen en buiten bedrijf
  10. 10. Idee van 1 bedrijf = 1 locatie = 1 ondernemer = 1 gezin is achterhaald  Ontwikkeling naar meerdere vestigingen vanwege schaalgrootte en ruimtelijke ordeningsproblematiek  Ontwikkeling naar meerdere activiteiten op 1 plek (multifunctioneel bedrijfsconcept of meerdere vaardigheden gezinsleden)  Experimenten met collectieve exploitatie van meerdere bedrijven (specialisatie ondernemers)  Toenemende specialisatie op basis landhuur  Toename van binding aan industrie / retail (contracten)
  11. 11. ICT, Genetica: landbouw meer beheersbaar; rijkere consumenten willen variatie ICT en Genetics: proces wordt beter waarneembaar en programmeerbaar: minder moral hazard Rijkere consumenten: willen productvariẽteiten ● Met hogere specificiteit van productiemiddelen en meer samenwerking tussen producenten ● Zie de markten: dagmarkten worden vervangen door langere contracten, joint ventures en zelfs deelnemingen in de keten.
  12. 12. Programmability Low High Asset specifity Low High Low High Contribution partners separable High spot long-t. spot joint market contract mrkt venture Low coope- coop./ inside vertical ration vertical contract owner- © Boehlje ownership ship Organisatorische arrangementen veranderen
  13. 13. 4 aspecten voor 5 ketenorganisatievormen Complex- iteit transactie Codifice- ren transactie Competen- ties leveranciers Mate van expliciete coordinatie en machts- assymetrie Type governance Laag Hoog Hoog laag markt Hoog Hoog Hoog modulair Hoog Laag Hoog relationeel Hoog Hoog Laag Gevangene (‘captive’) Hoog Laag Laag hoog hierarchie (C) Gereffi et al, 2005
  14. 14. Re- search Business Gouden driehoek Over- heid en ngo Gezinsbedrijven gedijen bij een goede supporting structuur • Dienstverlening • Cooperaties • OVO drieluik • Productschappen Helpen schaalgrootte – probleem op te lossen Via zelf-organisatie En op basis van hun lobby via de stembus
  15. 15. Nog meer ongunstige trends ?? Om beloning M/HBO-niveau van ondernemers te realiseren is schaalvergroting nodig; structuur is niet aangepast aan huidige technologie Agribusiness en boeren willen besparen op management: je verkoopt even makkelijk 100 ton dan 10 ton. Een jaarrekening is voor 500 koeien niet veel duurder dan voor 50 koeien Weer scheiding tussen voor en achter: eigen baan partner (het huwelijk is ook niet zonder risico’s) Goedkope uitvoerende ‘Poolse’ arbeid, ICT, liberale pacht, financieringsvormen, risk management maken schaalvergroting en specialisatie in management mogelijk ● Bedrijven krijgen dus MKB trekjes.
  16. 16. Ontwikkeling van bedrijfssystemen n.t.w. / ha Tijd Agr. Familie- onderneming (mkb) –ag. family firmGezins- bedrijf (family farm) Plantages latifundia, kolchoze Keuter- boeren (subsis- tence farm) Landb beleid AKIS.gov AgriFood Netwerken 3rd gen. uni Stads- landbouw Hobby- boeren Metropolitanagriculture
  17. 17. Dank voor uw aandacht krijn.poppe@wur.nl www.lei.wur.nl
  18. 18. Literatuur  Douglas W. Allen and Dean Lueck: The Nature of the Farm, 2002  Krijn J. Poppe: Administreren voor Agrariers, LEI, 1988  Ruth Gasson and Andrew Errington: The Family Farm Business, CAB International,1993  Krijn Poppe, Hennie van der Veen, Karel van Bommel en Walter van Everdingen: Developments in the organisation of the farm and their policy implications, in: Pacioli-12, LEI  Mieke Calus:"Factors explaining farm succession and transfer in Flanders“, doctoraatswerk Gent, 2009  Reinhardt and Barlett, The persistence of family farms in United States agriculture, in Sociologia Ruralis, 1989  Michael Boehlje: "Structural Changes in the Agricultural Industries: How Do We Measure, Analyze and Understand Them?," AJAE, 1999  Ge Backus, Willy Baltussen, Michiel van Galen, Harald van der Meulen, Krijn Poppe: Voorbij het gezinsbedrijf ?, LEI, 2009  G. Gereffi, J. Humphrey and T. Sturgeon: The governance of global value chains, in Review of International Political Economy, Februari 2005.

×