Regionaal Economsiche Analyse NHN (eindrapport)

609 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
609
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Regionaal Economsiche Analyse NHN (eindrapport)

  1. 1. Regionaal-economische analyse Noord-Holland NoordAuteurs:Peter LouterPim van EikerenOpdrachtgever: KvK Noordwest-HollandContactpersoon bij opdrachtgever: Martin de BoerBureau LouterRotterdamseweg 183c2629 HD DelftTelefoon: 015-2682556peter@bureaulouter.nlwww.bureaulouter.nl
  2. 2. Inhoud Inleiding en leeswijzer 1 Korte samenvatting 31 Typologie gemeenten en gebiedsindelingen 72 Een eerste verkenning 183 Bevolking 324 Arbeidsmarkt en onderwijs 455 Bedrijventerreinen en kantoorruimte 596 Economie 677 Economische clusters 81Bijlage I Toelichting factoranalyse 91Bijlage II Afbakenen benchmarkgebieden 94Bijlage III Afbakenen NHN-clusters en overige specialisaties 97
  3. 3. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordInleiding en leeswijzerOp verzoek van KvK Noordwest-Holland heeft Bureau Louter een onderzoek uitgevoerd naar de regionaleeconomie van Noord-Holland Noord. De centrale vraag is: wat is de toegevoegde waarde van Noord-Holland Noord aan de Noordvleugel en Nederland en wat is er voor nodig om in de toekomst eenkrachtige rol te kunnen blijven / gaan spelen? Dat is gebeurd in drie stappen: • Een onderzoek naar de economie, uitmondend in een regionaal-economische analyse, met daarin facts and figures over de economie van Noord-Holland Noord. • Het houden van een expertbijeenkomst op 7 maart 2012. • Het opstellen van een brochure (in samenwerking met Pieter van Ree van Royal Haskoning), waarin de resultaten van het onderzoek, de conclusies uit de expertbijeenkomst en andere informatie zijn gebundeld. Het doel van de brochure is het verwerven van ondersteuning van de regio bij een effectievere positionering, het beter op de kaart zetten, van Noord-Holland Noord, overigens gebaseerd op objectieve feiten.Voor u ligt het resultaat van de eerste stap: de regionaal-economische analyse. Dit rapport is analytischvan aard. Voor een breed spectrum aan onderwerpen die samenhangen met de regionale economie zijngegevens verzameld, omgezet in illustraties en voorzien van een technische toelichting (waar nodig) eneen kort inhoudelijk commentaar. Gepresenteerd is slechts nieuw materiaal. Het rapport bevat geenherhalingen van feiten die al bekend zijn. In dit rapport wordt ook vrij sec ingegaan op de resultaten. Deduiding daarvan en de betekenis ervan voor de economie van Noord-Holland Noord vormden eenonderdeel van de expertbijeenkomst en hebben ook een plaats gekregen in de brochure.In het onderzoek staat de regio Noord-Holland Noord (NHN) centraal. Een juist beeld van die regio isechter slechts mogelijk indien de positie binnen een groter geheel wordt beschouwd. Vragen die danopkomen zijn bijvoorbeeld: • Wat is de relatie van NHN met Amsterdam en de Amsterdamse metropoolregio? • In hoeverre is NHN vergelijkbaar met andere gebieden (en met welke gebieden zou NHN dan vergeleken moeten worden)? • In welke onderdelen van de economie vervult NHN een bovenregionale en mogelijk zelfs (inter)nationale functie?Allereerst is het echter de vraag welk gebied de ‘regio Noord-Holland Noord’ omvat. Die vraag is tenprincipale niet eenduidig te beantwoorden. Hoe een regio ook wordt afgebakend, het is nooit eenafgesloten geheel van de buitenwereld. Altijd zullen er naast relaties binnen een regio ook relaties met de‘buitenwereld’ bestaan. Zelfs wanneer er objectieve criteria zouden bestaan voor het afbakenen van eenregio als een gebied waarbinnen de relaties tussen deelgebieden binnen de regio hechter zijn dan derelaties met gebieden buiten de regio, hangt het er sterk vanaf welke typen relaties in beschouwing wordengenomen. Regio’s die worden afgebakend op basis van arbeidsmarktrelaties zullen bijvoorbeeldomvangrijker zijn dan regio’s die worden afgebakend op basis van winkelen of het volgen van basis- ofmiddelbaar onderwijs. En bij bedrijfsrelaties zal het ene type bedrijven zich vooral toeleggen op lokalemarkten, terwijl voor het andere type bedrijven Nederland of wellicht zelfs Noordwest-Europa de‘relevante regio’ is. Ook een meer ‘intuïtieve’ benadering hoeft niet tot een eensluidende conclusie teleiden. Waar de een de grens bij Schagen legt (met daarboven het dunst bevolkte gebied van Noord-Holland, zal een ander de grens net ten zuiden van Alkmaar leggen (min of meer het gebied tot waar deinvloed van Amsterdam groot lijkt te zijn) en een derde bij het Noordzeekanaal (als een soort ‘natuurlijkegrens’).Op het thema van het ‘afbakenen’ van Noord-Holland Noord wordt in hoofdstuk 1 ingegaan. Daarinworden ook de in dit onderzoek gekozen gebiedsindelingen verantwoord.peter@bureaulouter.nl 1tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  4. 4. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordIn hoofdstuk 2 wordt, als introductie van het onderzoek, kort de geschiedenis van het gebied geschetst.Ook wordt ingegaan op een losse verzameling van statements. Is NHN bijvoorbeeld een vrij ‘leeg’gebied? Is het een gebied met een laag welvaartsniveau? Is het een gebied met een saaie woonomgeving?Is het gebied slecht bereikbaar? Aan de hand van een aantal kaartbeelden en figuren wordt daar een eersteindruk van gegeven.Vervolgens wordt een strakkere onderzoeksaanpak gevolgd: in een vijftal hoofdstukken wordt steeds eenthema centraal gesteld. Dat zijn respectievelijk de ‘demografische kenmerken en ontwikkelingen’, oftewel: de bevolking (hoofdstuk 3), kenmerken van het onderwijs en de arbeidsmarkt (hoofdstuk 4),bedrijfsruimte, onderscheiden in bedrijventerreinen en kantoorruimte (hoofdstuk 5), de economie, waarbijwordt ingegaan op ontwikkelingen en economische specialisaties (hoofdstuk 6) en economische clusters(hoofdstuk 7). Bij die ‘clusters’ staat vooral een vijftal door de regio geselecteerde clusters centraal,namelijk agribusiness, energie, vrije tijd, health en maritiem. Deze worden in het vervolg van dit rapportverder aangeduid als de ‘NHN-clusters’.Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaalpeter@bureaulouter.nl 2tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  5. 5. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordKorte samenvattingIn dit onderzoek is een beeld geschetst van de economie van Noord-Holland Noord en is ingegaan op devraag in welke onderdelen van de economie NHN een bovenregionale en zelfs (inter)nationale functievervult: wat is de economische ‘toegevoegde waarde’ van NHN aan Nederland in het algemeen en deNoordvleugel van de Randstad in het bijzonder? Een aantal highlights staat in deze samenvatting.Aandachtspunten voor het beleid staan in het laatste deel van de brochure ‘Kansenregio Noordwest-Holland’.Afbakening van de regioHet afbakenen van een ‘regio’ is altijd arbitrair. In feite verschilt de indeling in regio’s met het typeactiviteiten dat in beschouwing wordt genomen (bijvoorbeeld arbeidsmarktrelaties, bedrijfsrelaties,voorzieningenrelaties). Nagegaan is of de verdeling van Noord-Holland in een deel ten noorden van hetNoordzeekanaal (NHN) en ten zuiden daarvan (MRA Zuid) door feiten onderbouwd kan worden. Is dewaterscheiding ook een economische scheidslijn? Ten eerste is onderzocht in hoeverre gemeenten watbetreft sociaal-economische aspecten onderling vergelijkbaar zijn. In totaal resulteren er dan zes typengemeenten in Noord-Holland. Daaronder bevinden zich typen die alleen in MRA Zuid voorkomen entypen die voornamelijk in NHN voorkomen. Ten tweede is per gemeente in Noord-Holland nagegaan ofrelaties op het gebied van de arbeidsmarkt, voorzieningen en goederenstromen meer op NHN of op MRAZuid zijn gericht. Voor alle gemeenten in MRA Zuid geldt dat relaties meer op andere gemeenten in MRAZuid zijn gericht dan op NHN. Voor de gemeenten in NHN geldt dat voor het merendeel van degemeenten, maar niet altijd. Velsen, Zaanstad en Landsmeer zijn wat relaties betreft meer gericht op MRAZuid dan op NHN (overigens in alle gevallen niet wat betreft de woonplaats van het personeel), maarzoals hiervoor aangegeven niet wat betreft sociaal-economische aspecten. Overigens is het gebied tennoorden van het Noordzeekanaal onderverdeeld in zes steden en vijf landelijke gebieden. Veel analyseszijn ook op dat niveau uitgevoerd, zodat ook duidelijk is wat de kenmerken zijn van de verschillendedelen van Noord-Holland Noord en wat hun economische prestaties zijn.Genoeg ruimte maar niet leegHoewel NHN vergeleken met de Randstad niet dichtbevolkt is – en genoeg ruimte biedt - ligt debevolkingsdichtheid iets boven het nationaal gemiddelde, met uitzondering van het noordelijke deel vanhet gebied. Het is een gebied met een bovengemiddelde welvaart, beschouwd naar aspecten als inkomen,werkloosheid en participatie op de arbeidsmarkt. In het zuidelijk deel van de regio is dat mede te dankenaan de bedrijvigheid in Amsterdam, waar velen uit NHN werken. De kuststrook kent een mooienatuurlijke omgeving en er zijn diverse steden/stadjes en dorpen met een fraaie, historische bebouwing.Niet voor de gehele regio is echter sprake van een aantrekkelijke woonomgeving. Het zuidelijk deel vande regio profiteert weliswaar van de economische kracht van Amsterdam, maar heeft toch moeite teconcurreren met locaties ten zuiden van het Noordzeekanaal omdat voor die locaties andere delen van deRandstad beter bereikbaar zijn. Het noordelijk deel van de regio is weinig aantrekkelijk voor typeneconomische activiteiten waarvoor ligging en bereikbaarheid een belangrijke rol spelen voor hetbedrijfsfunctioneren.Ontgroening en vergrijzing, maar geen krimpTot 1985 groeide de bevolking van NHN zeer sterk, onder andere in groeikernen als Purmerend en Hoornen in groeistad Alkmaar en het aangrenzende Heerhugowaard. Als gevolg van nationaal beleid om debevolking meer in steden vast te houden lag de groei in NHN daarna niet hoger meer dan in het gebied tenzuiden van het Noordzeekanaal. Voorzien wordt een bevolkingsgroei conform het nationaal gemiddelde inde komende twee decennia, terwijl de bevolkingsgroei in Amsterdam ruim boven dat gemiddelde zalliggen. De jonge gezinnen die zich in het verleden hebben gevestigd bereiken inmiddels depensioensgerechtigde leeftijd. De regio zal daardoor in de komende jaren sterker vergrijzen dan nationaalgemiddeld. Jongeren trekken weg om elders te gaan studeren en keren slechts gedeeltelijk terug. De regiopeter@bureaulouter.nl 3tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  6. 6. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noordverliest daardoor ‘kennispotentieel’ (selectief vertrek van degenen die een hoge opleiding gaan volgen).Vooral in het zuidelijk deel van de regio vestigen zich overigens nog steeds jonge gezinnen uitAmsterdam. Het ‘marktaandeel’ van NHN in het totaal aantal verhuisden uit Amsterdam bedraagtongeveer 20%. Het marktaandeel van Almere neemt de laatste jaren af, maar het marktaandeel van Noord-Holland ten zuiden van het Noordzeekanaal neemt toe. Van krimp is in NHN ook de komende twintig jaarnog geen sprake, met uitzondering van enkele gemeenten. Voor het meest noordelijke deel van de regiowordt in de komende twee decennia een ongeveer gelijkblijvende bevolkingsomvang voorzien volgens hetPEARL-model van het Planbureau voor de Leefomgeving/CBS.Bescheiden aandeel hoger opgeleidenMede als gevolg van het selectief vertrek van jongeren die gaan studeren (waarvan al vele jaren sprake is)wonen er in NHN relatief weinig academici. In de beroepsbevolking zijn HBO’ers nietondervertegenwoordigd en zijn MBO’ers vrij sterk oververtegenwoordigd. Het gemiddeldopleidingsniveau in de regio is lager dan in de benchmarkgebieden en aanzienlijk lager dan in MRA Zuid.Er bestaan overigens binnen de regio verschillen. Alkmaar kent een relatief hoog opgeleideberoepsbevolking. Uit het oogpunt van de aantrekkelijkheid voor kennisintensieve bedrijven vormt hetrelatief kleine aantal wetenschappelijk opgeleiden een nadeel. Andere typen bedrijvigheid zorgenoverigens voor voldoende kansen op werk, zowel binnen de regio als buiten de regio. Van degenen meteen vast werkadres werkt maar liefst 94 duizend inwoners van NHN in MRA Zuid, terwijl er slechts 14duizend inwoners van MRA Zuid in NHN werken. Meer dan gemiddeld in Nederland verrichten inwonersvan NHN daardoor betaalde arbeid en het werkloosheidspercentage ligt al jarenlang ruim onder hetnationaal gemiddelde.Minder bedrijventerreinen en kantoren dan gemiddeld in NederlandIn NHN ligt het areaal aan bedrijventerreinen per hoofd van de bevolking onder het nationaal gemiddelde.Dat is mede het gevolg van de samenstelling van de bedrijvigheid. Industrie is weliswaar conform hetnationaal gemiddelde vertegenwoordigd (vooral in IJmond/Zaanstreek), maar transport en groothandel(andere grote vragers naar bedrijventerreinen) zijn ondervertegenwoordigd. De hoeveelheid terstonduitgeefbaar terrein is momenteel laag in het zuidelijk deel van de regio. Mocht de economie aantrekkendan kan dat tijdelijk tot een tekort aan aanbod leiden (er bestaan op langere termijn voldoende plannen indit deel van de regio). NHN is beslist geen kantorenregio, met uitzondering van Alkmaar. Er is relatiefweinig sprake van aanbod (leegstand en nog niet verhuurde ruimte binnen in aanbouw genomen kantoren),mede als gevolg van de bescheiden omvang van de nieuwbouw van kantoorruimte.Sterk in midden- en kleinbedrijf, weinig grote spelersDe afgelopen jaren lag de procentuele groei van het aantal arbeidsplaatsen in dezelfde orde van grootte alshet nationaal gemiddelde. Het aantal startende bedrijven ligt iets onder het nationaal gemiddelde en hetgemiddelde van de benchmarkgebieden. Ondanks de vestiging van twee zeer grote bedrijven (Tata Steelen de Koninklijke Marine) wordt de regio gekenmerkt door een relatief zeer groot aandeel van het MKBin de bedrijvigheid. Het aantal arbeidsplaatsen per duizend inwoners van 15-64 jaar (de zogenaamde‘werkgelegenheidsfunctie’) ligt in NHN iets onder het gemiddelde van de benchmarkgebieden, ruim onderhet nationaal gemiddelde en is duidelijk lager dan in MRA Zuid. NHN is wat meer een woon- dan eenwerkregio, hoewel het gebied gespecialiseerd is in bepaalde typen economische activiteiten. Duidelijkondervertegenwoordigd zijn kennisintensieve diensten (als gevolg van het relatief kleine aantalwetenschappelijk opgeleiden in de beroepsbevolking en de decentrale ligging), distributieactiviteiten (alsgevolg van de decentrale ligging) en voorzieningen met een bovenregionale functie (als gevolg van hetontbreken van sterk verstedelijkte gebieden en de concurrentie van Amsterdam en Haarlem).Voorzieningen die vooral afhankelijk zijn van het lokaal/regionaal bevolkingsdraagvlak zijnvertegenwoordigd conform het nationaal gemiddelde. Industrie is licht oververtegenwoordigd, vooralkapitaalsintensieve industrie in het zuidelijk deel van de provincie.peter@bureaulouter.nl 4tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  7. 7. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordAgribusiness, kapitaalsintensieve industrie en lokale/regionale dienstverleningWaar de regio vooral sterk in is, zijn specifieke sectoren waarvoor het opleidingsniveau van deberoepsbevolking, de mate van verstedelijking of een centrale ligging geen overheersende rol spelen bijlocatiebeslissingen. Gedacht moet dan bijvoorbeeld worden aan activiteiten in land- en tuinbouw,bouwnijverheid, energie en vrijetijdsactiviteiten. Dat type activiteiten is in NHN sterker vertegenwoordigddan het nationaal gemiddelde, ruim sterker dan in de benchmarkgebieden en veel sterker dan in MRAZuid. Binnen dit type economische activiteiten bevindt zich ook het merendeel van een vijftal binnen deregio geselecteerde sterke clusters (‘NHN-clusters’). Opmerkelijk is dat NHN en MRA Zuid elkaar min ofmeer aanvullen wat betreft de opbouw van de economie: sectoren die in de ene regio zijnoververtegenwoordigd zijn in de andere regio juist ondervertegenwoordigd. Ook binnen de regio vullenverschillende deelgebieden elkaar aan. In Velsen/Beverwijk en Zaanstreek bevindt zich het zwaartepuntvan de industrie, Alkmaar is het belangrijkste dienstencentrum in de regio, met Hoorn als secundairdienstencentrum. De overige delen van NHN kunnen worden verdeeld in een gebied ten zuiden van de lijnBergen-Hoorn (met vooral een suburbane woonfunctie) en een gebied ten noorden van die lijn (met eenwat belangrijkere eigen werkgelegenheidsfunctie en een opvallend groot aandeel in de NHN-clusters).Geen uitgesproken kennisprofiel, wel enkele nichesNHN is een regio zonder universiteit en grote high-tech bedrijven. Daardoor neemt de regio geentoppositie in op het gebied van R&D en innovatie. Toch zijn er enkele specifieke terreinen waarop deregio bijdraagt aan de innovatiekracht van Nederland. Genoemd kunnen worden de research op het gebiedvan zaadveredeling, kennisinstellingen als ECN/NRG, Imares, NIOZ en TNO, met Marine Elektronischen Optisch Bedrijf (MEOB) in Den Helder en de grote R&D-afdeling van Tata Steel. Van de vijf NHN-clusters is agribusiness het meest gespreid over de regio, met tuinbouw in het noordelijk deel enagribusinessgerelateerde industrie in de Zaanstreek. Vrijetijdsactiviteiten bevinden zich vooral langs dekust, health in Alkmaar en noordelijk IJmond (en enigszins in Hoorn), energie in Beverwijk en DenHelder en maritiem in Velsen en Den Helder. Opvallend is dat de drie gemeenten met het hoogste aantalarbeidsplaatsen in de NHN-clusters per inwoner van 15-64 jaar alle in de Kop van Noord-Holland liggen(Zijpe, Den Helder en Texel). Naast de vijf NHN-clusters zijn ook delen van de bouw (afwerken vangebouwen; algemene bouw) sterk vertegenwoordigd in grote delen van de regio, alsmede enkele typenkapitaalsintensieve industrie (basismetaal, kunststofverwerkende industrie en papierindustrie).NHN is sterk verbonden met metropoolregioDe relatie tussen NHN en MRA Zuid kan worden gekarakteriseerd als ‘complementair’ en‘asymmetrisch’. Complementair omdat NHN gespecialiseerd is in die typen economische activiteiten diein MRA Zuid zijn ondervertegenwoordigd, asymmetrisch omdat NHN sterk afhankelijk is van MRA Zuid(als arbeidsmarkt en als afzetmarkt en als locatie van hoogwaardige voorzieningen – cultuur, academischziekenhuis, hoger onderwijs), terwijl NHN voor MRA Zuid slechts één van de regio’s is waarmee relatiesop het gebied van de arbeidsmarkt en het leveren van goederen en diensten worden onderhouden. Eengrote uitzondering daarbij is het belang van NHN als woon- en uitloopgebied voor de metropoolregio.Vooral in de jaren zeventig en tachtig is het zuidelijk deel van NHN (Alkmaar, Hoorn, Purmerend enz.)uitgegroeid tot hét opvanggebied voor bevolkingsgroei vanuit Amsterdam. Die beleidsoriëntatie is daarnameer verschoven naar Almere, maar de woon- en recreatiefunctie van NHN is nog steeds evident en – quacultuurhistorie en landschap - onderscheidend ten opzichte van het nieuwe land: NHN is de karakteristieke‘achtertuin’ van Amsterdam.Presteren in de schaduwGeconcludeerd kan worden dat Noord-Holland Noord (NHN) een op sociaal-economisch gebied goedpresenterende regio is (bovengemiddeld inkomen, lage werkloosheid), die beleidsmatig in de ‘schaduw’ligt van de grote Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dat heeft nadelen en voordelen. De MRA presteertop Champions League niveau en werkt als een magneet binnen Nederland en de Eurodelta. Terwijl anderegematigd verstedelijkte regio’s met middelgrote steden zich van nature meervoudig kunnen oriënteren –peter@bureaulouter.nl 5tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  8. 8. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noordbijvoorbeeld Brabant naast de Randstad op Vlaanderen of Oost-Nederland naast de Randstad op hetRuhrgebied – is dat vanwege de geografische ligging voor NHN niet mogelijk. NHN is als het wareveroordeeld tot de MRA. Maar dat gegeven heeft ook een positieve kant. Veel inwoners van NHN hebbeneen baan in Amsterdam en de metropoolregio is het belangrijkste afzetgebied voor agrarische producten,diensten en bouwbedrijven.peter@bureaulouter.nl 6tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  9. 9. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noord1 Typologie gemeenten en gebiedsindelingenIn de inleiding is al aangegeven dat ‘de’ methode om regio’s af te bakenen niet bestaat. In dit onderzoek isde grens gelegd bij het Noordzeekanaal. Dat is ook de grens die bijvoorbeeld wordt gehanteerd door deTaskforce Technologie Onderwijs Arbeidsmarkt Noord-Holland Noord (TOA NHN). Het enige verschil isdat Velsen in ons onderzoek wel tot NHN is gerekend en door TOA NHN niet. Velsen is een gemeentewaar het wonen hoofdzakelijk boven het Noordzeekanaal is geconcentreerd en het werken (vooralindustrie) vooral boven het Noordzeekanaal. Wat de arbeidsmarkt betreft komt dit verschil ook heelduidelijk naar voren: van degenen die niet in Velsen wonen, maar er wel werken, komt 78% van boven hetNoordzeekanaal. Van degenen die in Velsen wonen, maar er niet werken daarentegen, werkt slechts 21%boven het Noordzeekanaal.In dit hoofdstuk worden de resultaten van twee soorten analyses besproken. Ten eerste zijn gemeenten inNoord-Holland als geheel gegroepeerd op basis van de mate waarin zij op (sociaal-)economisch gebied opelkaar lijken. In bijlage I is aangegeven hoe tot deze resultaten is gekomen. Vervolgens is bepaald inhoeverre de gemeenten in Noord-Holland wat betreft verschillende typen relatiepatronen vooral zijngericht op Noord-Holland Noord of op het ten zuiden van het Noordzeekanaal gelegen deel van Noord-Holland. Tenslotte is aangegeven van welke gebiedsindelingen gebruik is gemaakt in dit onderzoek (ziebijlage II).Groepering van Noord-Hollandse gemeentenVoor de gemeenten in Noord-Holland zijn scores bepaald op 15 indicatoren. De ruimtelijke patronen vanindicatoren lijken soms sterk op elkaar. Om te bepalen voor welke groepen van indicatoren dat geldt is eenzogenaamde ‘factoranalyse’ uitgevoerd (zie bijlage I). Dat heeft geleid tot drie ‘factoren’, namelijk: • Amsterdamoriëntatie: de mate waarin inkomende en uitgaande stromen op het gebied van arbeidsmarkt (pendel), verhuizingen en voorzieningen voor een relatief groot deel betrekking hebben op Amsterdam. • Economische specialisatie: een verschil tussen gemeenten met een hoog gemiddeld inkomen van de inwoners en een hoog opleidingsniveau van de werkzame inwoners en inkomende pendelaars enerzijds en veel industrie en bouwnijverheid en veel vrachtverkeer anderzijds. • Werkgelegenheidsfunctie: gemeenten met een groot aantal arbeidsplaatsen ten opzichte van het aantal inwoners, wat veelal gepaard gaat met een laag aandeel van land- en tuinbouw in de totale werkgelegenheid.In figuur 1.11 staat het resultaat van deze factoranalyse (zie de figuren a, b en c voor de factorscores) enhet totaalresultaat voor de groepering van gemeenten op basis van de scores op de drie factoren (zie figuur1.1d). Naarmate de afstand tot Amsterdam groter is, wordt de score op de Amsterdamoriëntatie lager.Afstand is overigens niet de enige factor die een rol speelt. Zo scoort Beverwijk op deze factorbijvoorbeeld lager dan het op grotere afstand gelegen Medemblik. In het algemeen geldt bijvoorbeeld ookdat West Friesland wat meer op Amsterdam is georiënteerd dan de regio Alkmaar. In de gemeenten meteen hoge score op ‘economische specialisatie’ worden direct de luxe woongemeenten in Noord-Hollandherkend, vooral in het Gooi en bij Haarlem, maar ook voor Castricum, Bergen en Waterland geldt dit.Gemeenten met een lage score liggen vaak boven het Noordzeekanaal (met uitzonderingen alsbijvoorbeeld Haarlemmermeer en Aalsmeer). Die gemeenten worden vaak gekenmerkt door een relatiefgroot aandeel van landbouw en/of industrie en/of distributie. De werkgelegenheidsfunctie tenslotte isvooral hoog in gemeenten die aan de zuidkant aan Amsterdam grenzen. Ook in NHN zijn er overigensgemeenten met een hoge score op deze factor. Dat kunnen gemeenten zijn met een regionaledienstverlenende functie of gemeenten waar anderszins sprake is van bedrijvigheidsconcentraties.1 De onderliggende kaartlagen (gebieden en infrastructuur) in dit rapport zijn afkomstig uit een externe bron. Daarin staat ten onrechte de Houtribdijk (Enkhuizen-Lelystad) niet aangegeven.peter@bureaulouter.nl 7tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  10. 10. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordDe groepering op basis van de drie factorscores leidt tot zes groepen van gemeenten, waarvan de eerstedrie alle een bovengemiddelde oriëntatie op Amsterdam hebben. In bijlage I staan per groep degemiddelde scores op de drie factoren en op alle onderliggende indicatoren.Figuur 1.1 Typologie gemeenten Noord-Holland inclusief relaties Amsterdam Score Score Zeer hoog Zeer hoog Zeer laag Zeer laaga. Factor 1: Amsterdamoriëntatie b. Factor 2: Economische specialisatie Score Groep Zeer hoog 1 2 3 4 5 6 Zeer laagc. Factor 3: Werkgelegenheidsfunctie d. Typologie inclusief relaties AmsterdamDe groepen kunnen als volgt worden getypeerd: • Groep 1 bestaat slechts uit Haarlemmermeer en Aalsmeer. Met name de werkgelegenheidsfunctie is daar zeer hoog. • Groep 2 bestaat uit de drie wat betreft woningen en/of bedrijvigheid direct aan Amsterdam grenzende gemeenten Amstelveen, Ouder-Amstel en Diemen. Naast een hogepeter@bureaulouter.nl 8tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  11. 11. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noord werkgelegenheidsfunctie worden die gemeenten ook gekenmerkt door een zeer hoge Amsterdamoriëntatie. • Groep 3 bestaat uit zeven gemeenten aan de noordkant van Amsterdam (waaronder grote gemeenten als Zaanstad en Purmerend), aangevuld met vier gemeenten aan de zuidkant. De Amsterdamoriëntatie is hier weliswaar hoog, maar de werkgelegenheidsfunctie is benedengemiddeld. • Groep 4 wordt gevormd door typische ‘luxe suburbs’ in het Gooi (Laren, Blaricum, Bussum, Naarden), Zuid-Kennemerland (Bloemendaal, Heemstede, Zandvoort) en Bergen en Castricum in NHN. Hier is vooral de zeer hoge score op ‘economische specialisatie’ opvallend (met onder andere een zeer hoog gemiddeld inkomen en een laag aandeel van arbeidsplaatsen in industrie en bouwnijverheid). • Groep 5 wordt vooral gevormd door gemeenten die een regionale centrumfunctie vervullen, zoals Hilversum, Haarlem, Velsen/Beverwijk, Alkmaar, Hoorn, Schagen en Den Helder. De meeste van deze gemeenten liggen in NHN. De werkgelegenheidsfunctie van deze gemeenten is hoog, maar de Amsterdamoriëntatie laag. • Groep 6 tenslotte bestaat vrijwel uitsluitend uit gemeenten die in NHN liggen, met Huizen en Wijdemeren als uitzondering. Op alle factoren scoren deze gemeenten enigszins benedengemiddeld, vooral op de werkgelegenheidsfunctie.Uit de typologie komt geen exacte scheiding tussen NHN en het zuidelijk deel van de provincie naarvoren. Dat kon ook nauwelijks worden verwacht. Toch specialiseert NHN zich duidelijk in bepaaldegroepen, namelijk groep 6, groep 5 en groep 3. Van de in totaal 40 gemeenten in die groepen liggen ermaar liefst 32 in NHN. De groepen 1 en 2 komen in NHN in het geheel niet voor en groep 4 slechts 2 vande negen maal. Van de in totaal 14 gemeenten in die groepen liggen er in totaal slechts 2 in NHN. InNHN liggen dus voornamelijk gemeenten met een regionale centrumfunctie en gemeenten met eenbescheiden werkgelegenheidsfunctie, al dan niet met een sterke oriëntatie op Amsterdam. Hoeweldergelijke typen gemeenten ook ten zuiden van het Noordzeekanaal voorkomen, is het meestkarakteristiek voor dat deel van Noord-Holland toch dat er gemeenten liggen met een sterke oriëntatie opAmsterdam en een belangrijke werkgelegenheidsfunctie en gemeenten die kunnen worden gekenmerkt als‘luxe suburbs’.Als alternatief is ook een groepering opgesteld waarin de relaties met Amsterdam niet in de factoranalysezijn betrokken. Ook daarvan staan de resultaten in bijlage I. Daaruit resulteren als factoren: • Werkgelegenheidsfunctie: vergelijkbaar met de eerste analyse. • Welvaartsniveau: gemeenten met een hoog gemiddeld inkomen van de inwoners en een hoog opleidingsniveau van de werkzame inwoners en inkomende pendelaars. • Materiaalgeoriënteerd: gemeenten met een hoog aandeel industrie en bouwnijverheid in de totale werkgelegenheid en met veel vrachtverkeer.In figuur 1.2 staat het resultaat van deze factoranalyse. De werkgelegenheidsfunctie is vooral hoog ingemeenten ten zuiden van het Noordzeekanaal. Slechts in 5 van de 20 gemeenten ten zuiden van hetNoordzeekanaal is de score op ‘werkgelegenheidsfunctie’ lager dan het nationaal gemiddelde. Ook inNHN komen overigens diverse gemeenten voor met een hoger dan gemiddelde werkgelegenheidsfunctie.Daar scoort de meerderheid van de gemeenten (22 van de 34) echter benedengemiddeld. Ook op de factorwelvaartsniveau scoren de meeste gemeenten (15 van de 20) onder het Noordzeekanaal bovengemiddeld.De gemeenten waarvoor dat in NHN geldt, liggen alle in de zuidelijke helft van het gebied2. Hoge scoresop de factor materiaalgeoriënteerd komen zowel boven als onder het Noordzeekanaal voor.2 Dit is overigens gebaseerd op indicatoren als inkomen en opleidingsniveau. Uit hoofdstuk 2 zal blijken dat diverse gemeenten in het noordelijk deel van NHN op aspecten als werkloosheid en participatie op de arbeidsmarkt wel bovengemiddeld scoren.peter@bureaulouter.nl 9tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  12. 12. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 1.2 Typologie gemeenten Noord-Holland exclusief relaties Amsterdam Score Score Zeer hoog Zeer hoog Zeer laag Zeer laaga. Factor 1: Werkgelegenheidsfunctie b. Factor 2: Welvaartsniveau Score Groep Zeer hoog 1 2 3 4 5 6 Zeer laagc. Factor 3: Materiaalgeoriënteerd d. Typologie exclusief relaties AmsterdamOok hier zijn de gemeenten in Noord-Holland onderverdeeld in zes groepen (zie figuur 1.2d): • Groep 1 bestaat uit luxe suburbs, alle gevestigd ten zuiden van het Noordzeekanaal. Zij kennen een zeer hoge score op de factor welvaartsniveau, maar scoren laag op materiaalgeoriënteerd. • Groep 2 bestaat uit gemeenten die vooral worden gekenmerkt door een lage score op de factor materiaalgeoriënteerd. Drie van deze vier gemeenten zijn gevestigd in NHN. • Groep 3 kent vooral een zeer hoge score op de werkgelegenheidsfunctie. Deze groep bestaat uit stedelijke kernen als Alkmaar, Haarlem en Hilversum, uit Haarlemmermeer (met Schiphol) en uit de aan Amsterdam grenzende gemeenten Ouder-Amstel en Diemen. Hiervan ligt slechts Alkmaar in NHN.peter@bureaulouter.nl 10tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  13. 13. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noord • Ook de gemeenten in groep 4 hebben een belangrijke werkgelegenheidsfunctie, zij het in mindere mate dan groep 3. Daarnaast is het welvaartsniveau lager dan gemiddeld. Alle zeven gemeenten liggen in NHN. • Gemeenten in groep 5 hebben een lage werkgelegenheidsfunctie, zijn in geringe mate materiaalgeoriënteerd, maar kennen wel een wat hoger welvaartsniveau dan gemiddeld. Slechts één van deze vier gemeenten ligt niet in NHN. • Groep 6 tenslotte bestaat uit zeer veel gemeenten, die bovengemiddeld scoren op de factor ‘materiaalgeoriënteerd. Slechts 6 van de 26 gemeenten in deze groep liggen ten zuiden van het Noordzeekanaal.Ook bij deze typologie is er geen exacte scheiding tussen het deel ten noorden en het deel ten zuiden vanhet Noordzeekanaal, maar zijn er wel groepen die typerend zijn voor NHN en groepen die typerend zijnvoor het gebied ten zuiden van het Noordzeekanaal. Groep 1 en groep 3 zijn typerend voor het gebied tenzuiden van het Noordzeekanaalgebied. Slechts 1 van de 13 gemeenten in die groepen ligt in NHN(Alkmaar). Van de groepen die in meerderheid bestaan uit gemeenten in NHN (de groepen 2, 4, 5 en 6)liggen er maar liefst 33 van de 41 in NHN.Gemeenten ten zuiden van het Noordzeekanaal die volgens beide typologieën tot een groep behoren diekarakteristiek is voor gemeenten in NHN zijn Wijdemeren, Huizen, Weesp, Muiden, Uithoorn enHaarlemmerliede. Andersom is er in NHN geen enkele gemeente die volgens beide typologieën zoubehoren tot een groep die karakteristiek is voor gemeenten ten zuiden van het Noordzeekanaal, ook niet degemeenten die net ten noorden van Amsterdam liggen. Puur op grond van hun gelijkenis op basis van eenaantal indicatoren kan dus worden geconcludeerd dat er verschillen bestaan tussen gemeenten die tenzuiden en gemeenten die ten noorden van het Noordzeekanaal liggen, enkele gemeenten (met name in hetwat minder welvarende deel van de Gooi en Vechtstreek) uitgezonderd.RelatiepatronenVoor een aantal intergemeentelijke relatiepatronen kan per gemeente worden nagegaan of de relatieshechter zijn met gemeenten in NHN of met gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam, voor zovergelegen ten zuiden van het Noordzeekanaal (MRA Zuid). Daarbij is een onderscheid gemaakt naar‘uitgaande stromen’ (vanuit gemeenten) en inkomende stromen (naar gemeenten). Er zijn vier typenrelatiepatronen onderscheiden, namelijk arbeidsmarktrelaties (pendel), intergemeentelijkemigratie/verhuizingen, het gebruik maken van voorzieningen (winkelen, zorg en onderwijs, recreatie envrije tijd) en goederenvervoer (per vrachtauto).In figuur 1.3 staan de uitgaande stromen. Daarbij is de omvang van de stromen naar gemeenten in NHNgedeeld door de omvang van de stromen naar MRA Zuid. Er zijn drie gemeenten waarvoor alle vier typenstromen meer op MRA Zuid dan op NHN zijn gericht, namelijk Velsen (vooral naar Haarlem), Zaanstaden Landsmeer (beide vooral naar Amsterdam). Bij de pendel gaat het om wat meer gemeenten. Opvallendgenoeg hoort ook de voormalige ver van Amsterdam gelegen groeikern Hoorn daarbij. Andersom zijnvoor geen van de gemeenten in MRA Zuid de uitgaande relaties meer gericht op NHN dan op MRA Zuid.Wat betreft de inkomende stromen (zie figuur 1.4) blijkt dat in alle gemeenten in NHN een groter deel vande arbeidskrachten uit andere gemeenten in NHN komt dan uit gemeenten in MRA Zuid. Metuitzondering van Zaanstad en Landsmeer (waar mogelijk veel inwoners uit Amsterdam-Noord werken3) is3 Binnen Amsterdam kan geen onderscheid worden gemaakt naar deelgebieden. Van degenen met een vast werkadres (ongeveer 85% van het totaal aantal werkzamen) werken ongeveer 14 duizend inwoners van MRA Zuid in NHN. Andersom werken er vanuit NHN 94 duizend mensen in MRA Zuid (waarvan 67 duizend in Amsterdam, 12 duizend in Haarlemmermeer en 10 duizend in Haarlem). Elders in Nederland werken slechts 3 duizend mensen uit NHN. Van degenen die in MRA Zuid wonen en in NHN werken,peter@bureaulouter.nl 11tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  14. 14. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noordhet aandeel van NHN zelfs aanzienlijk groter dan het aandeel van MRA Zuid. De enige gemeentenwaarvoor de omvang van de inkomende stroom uit MRA Zuid soms groter is dan de omvang van deinkomende stroom uit NHN grenzen direct aan MRA Zuid (aangevuld met Purmerend wat betreftmigratie): voor Velsen en Landsmeer geldt dat drie maal, voor Zaanstad en Oostzaan twee maal en voorWaterland één maal.Figuur 1.3 Uitgaande stromen: verhouding NHN versus MRA Zuid Verhouding 20 of meer 5 tot 20 2 tot 5 1 tot 2 0.5 tot 1 0.2 tot 0.5 0.05 tot 0.2 minder dan 0.05a. Uitgaande pendel b. Uitgaande migratiec. Uitgaande voorzieningen d. Uitgaand goederenvervoer wonen er 7.7 duizend in Amsterdam (3.5 duizend werkzaam in Zaanstad; in Alkmaar, Velsen en Purmerend elk ongeveer duizend) en wonen er 3.6 duizend in Haarlem (waarvan de helft in Velsen werkt).peter@bureaulouter.nl 12tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  15. 15. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 1.4 Inkomende stromen: verhouding NHN versus MRA Zuid Verhouding 20 of meer 5 tot 20 2 tot 5 1 tot 2 0.5 tot 1 0.2 tot 0.5 0.05 tot 0.2 minder dan 0.05a. Inkomende pendel b. Inkomende migratiec. Inkomende voorzieningen d. Inkomend goederenvervoerVoor de meeste van de gemeenten in NHN zijn alle acht typen relaties hechter met andere gemeenten inNHN dan met gemeenten in MRA Zuid. Voor Hoorn en Edam-Volendam is dat één maal niet het geval envoor Purmerend en Waterland twee maal. De relaties zijn vier maal hechter met MRA Zuid dan met NHNvoor Oostzaan, zes maal voor Zaanstad en Landsmeer en zeven maal voor Velsen. Er zijn dus viergemeenten, waarvoor twijfel kan bestaan of het Noordzeekanaal de juiste grens is om NHN af te bakenen.Daarbij moet aangetekend worden dat voor die gemeenten wel geldt dat het personeel bij de bedrijven eninstellingen hoofdzakelijk uit NHN komt (nog exclusief de werknemers die in de gemeente zelf wonen) endat de vier gemeenten wat betreft (sociaal-)economische structuur (zie figuur 1.1 en 1.2) een voorgemeenten in NHN typerend profiel hebben.peter@bureaulouter.nl 13tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  16. 16. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordGebiedsindelingenBinnen NHN en MRA Zuid is in dit onderzoek gebruik gemaakt van een onderverdeling in deelgebieden.In MRA Zuid zijn daarbij de drie nabij NHN gelegen kernsteden Amsterdam, Haarlem enHaarlemmermeer (met Schiphol) onderscheiden van Overig MRA Zuid. Binnen NHN heeft een zeernauwkeurige analyse plaatsgevonden van arbeidsmarktrelaties. Op grond van de omvang van deinkomende pendelstromen zijn in NHN zes ‘steden’ geselecteerd4. Via de omvang van de pendel zijn alleandere gemeenten vervolgens gebundeld in vijf gebieden. Daarbij speelden relaties met de steden een rol,maar ook de omvang van de pendelstromen richting Amsterdam.Figuur 1.5 Gebiedsindeling Noord-Holland Noord en Metropoolregio Amsterdam Zuida. Gebieden b. Regios Steden Landelijke gebieden Den Helder Kop van Noord-Holland Hoorn West Friesland Purmerend Suburbaan Amsterdam Regios Zaanstad Kop van Noord-Holland Alkmaar Suburbs Alkmaar West Friesland Velsen Suburbaan IJmond Suburbaan Amsterdam Amsterdam Overig MRA Zuid Stadsgewest Alkmaar Haarlem IJmond Haarlemmermeer MRA ZuidIn figuur 1.5 staat de gebiedsindeling. Voor sommige gemeenten is het volstrekt duidelijk tot welk gebiedzij behoren, bij andere is dat minder het geval. Allereerst speelt een rol in hoeverre inwoners vangemeenten in Amsterdam werken. Voor een aantal gemeenten geldt dat meer dan de helft van de inwonersdie buiten hun eigen gemeente werken, emplooi vindt bij in Amsterdam gevestigde bedrijven eninstellingen, namelijk Landsmeer, Oostzaan, Edam-Volendam, Waterland, Purmerend en Zaanstad. Diegemeenten liggen alle in het gebied ‘Suburbaan Amsterdam’. Purmerend en Zaanstad zijn daarbij tevenszelf als stad aangemerkt. Hier is sprake van een getrapte structuur. Inwoners in Wormerveer en (in4 Omdat economie in dit onderzoek centraal staat, is gekozen voor arbeidsmarktrelaties om gebieden af te bakenen. Bij andere typen relaties zouden andere ‘kernsteden’ en daarop gerichte gebieden resulteren. Zo vervullen relatief kleine plaatsen als Schagen en Beverwijk een opvallend belangrijke functie op het gebied van dienstverlening binnen de Kop van Noord-Holland respectievelijk het zuidwestelijk deel van NHN.peter@bureaulouter.nl 14tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  17. 17. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noordmindere mate) Oostzaan werken vaak in Zaanstad en inwoners van Graft-De Rijp, Beemster, Edam-Volendam en Zeevang vaak in Purmerend. Voor al die gemeenten geldt overigens dat velen ook inAmsterdam werken. Er is geen afzonderlijke regio Zaanstreek gevormd, want ‘suburbaan Zaanstreek’ zoudan uit slechts één kleine gemeente bestaan (Wormerveer). Door anderen wordt Graft-De Rijp tot de regioAlkmaar gerekend. Alkmaar komt echter pas op de vierde plaats wat betreft pendel vanuit Graft-De Rijp,ruim na Amsterdam, Purmerend en Zaanstad. Ook buiten Suburbaan Amsterdam zijn er nog gemeentenwaarvoor Amsterdam de gemeente is waarnaar de meeste inwoners pendelen, namelijk Hoorn, Alkmaaren Castricum. Hoorn en Alkmaar zijn zelf als stad aangemerkt. Castricum is van alle gemeenten hetmoeilijkst in te delen. De pendel naar Amsterdam is ongeveer even omvangrijk als naar IJmond enongeveer twee maal hoger dan naar Alkmaar (door anderen is Castricum aan de regio Alkmaartoegewezen). Er is voor gekozen om Castricum bij IJmond te voegen. Voor West Friesland bestond geentwijfel over de gebiedsafbakening, over de grens tussen de regio Alkmaar en de Kop van Noord-Hollandechter wel. Ondanks het feit dat Harenkarspel door anderen aan Kop van Noord-Holland is toegewezen,behoort die gemeente wat betreft arbeidsmarktrelaties duidelijk bij de regio Alkmaar. Inwoners uitSchagen werken ongeveer even veel in Den Helder (vooral bij de marine) als in Alkmaar. Schagen istoegewezen aan Kop van Noord-Holland omdat een veel groter deel van de inkomende pendel uit Zijpe,Hollands Kroon en Den Helder komt dan vanuit de regio Alkmaar.In figuur 1.5a staat de indeling in elf ‘gebieden’ in NHN, in figuur 1.5b de indeling in vijf ‘regio’s’. Waarhet gaat om de indeling in elf gebieden betreft het voor Kop van Noord-Holland en West Friesland de‘landelijke gebieden’ exclusief respectievelijk Den Helder en Hoorn. Bij de indeling in vijf gebieden gaatom de gebieden inclusief Den Helder en Hoorn.BenchmarkgebiedenOm kenmerken en ontwikkelingen in een gebied in perspectief te plaatsen, kan het nuttig zijn om voor datgebied overeenkomsten en verschillen te bepalen met ‘soortgelijke gebieden’. Aldus kan een ‘benchmark’plaatsvinden. Het is vervolgens de vraag welke gebieden als ‘soortgelijk’ moeten worden beschouwd.Kenmerkend voor NHN is dat er enerzijds sprake is van kernen die zelf de kernstad van een stadsgewestvormen (zoals Alkmaar), maar dat het gebied anderzijds gedeeltelijk op een nabijgelegen grote stad isgericht (Amsterdam), met name wat betreft de arbeidsmarkt. Daarnaast bestaat het gebied gedeeltelijk uiteen vrij dun bevolkt landelijk gebied, dat buiten de directe invloedssfeer van omvangrijkewerkgelegenheidskernen ligt. Met dit in het achterhoofd zijn vier ‘benchmarkgebieden’ afgebakend (ziebijlage II), die alle bestaan uit een op een grote stad gericht ‘suburbaan gebied’ (inclusief een ‘eigen’middelgrote kernstad van een stadsgewest) en een minder verstedelijkt ‘landelijk gebied’. In figuur 1.6zijn die gebieden weergegeven. Het zijn: • Gooi/Flevoland, met Hilversum als kernstad van een stadsgewest. • Oostelijk van Utrecht, met Amersfoort als kernstad. • Groene Hart, met Leiden als kernstad. • Zuidelijk van Rotterdam, met Dordrecht als kernstad.In bijlage II is per gemeente aangegeven naar welke van de vier grote steden de grootste pendelstromengaan. Voor alle gemeenten in NHN en Gooi/Flevoland is dat Amsterdam, voor alle gemeenten in Oostelijkvan Utrecht is dat Utrecht en voor alle gemeenten in Zuidelijk van Rotterdam is dat Rotterdam. In hetGroene Hart verschilt het per gemeente.Vervolgens is het de vraag in hoeverre de vijf onderscheiden gebieden inderdaad vergelijkbaar zijn vooreen aantal kernindicatoren. Dat staat in figuur 1.7.peter@bureaulouter.nl 15tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  18. 18. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 1.6 Gebiedsindeling benchmarkgebieden Suburbaan Landelijk Noord-Holland Noord Gooi/ Flevoland Oostelijk van Utrecht Groene Hart Zuidelijk van Rotterdam Vier grote stedenFiguur 1.7 Kerncijfers benchmarkgebieden Oppervlakte Inwoners Pendelratio Bevolkings-Suburbaan km² x1000 dichtheidNoord-Holland NoordGooi/ Flevoland NederlandOostelijk van UtrechtGroene HartZuidelijk van RotterdamGem. Benchmarkgebieden 0 1250 2500 0 750 1500 0.8 0.9 1 1.1 1.2 0 400 800 1200LandelijkNoord-Holland NoordGooi/ FlevolandOostelijk van UtrechtGroene HartZuidelijk van RotterdamGem. Benchmarkgebieden Aandeel landelijk (%) 0 1250 2500 0 750 1500 0.8 0.9 1 1.1 1.2 0 400 800 1200Totaal Inwoners OppervlakteNoord-Holland NoordGooi/ FlevolandOostelijk van UtrechtGroene HartZuidelijk van RotterdamGem. Benchmarkgebieden 0 1250 2500 0 750 1500 0.8 0.9 1 1.1 1.2 0 400 800 1200 0% 50% 100% 0% 50% 100%peter@bureaulouter.nl 16tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  19. 19. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordAls ‘kernindicatoren’ zijn geselecteerd het landoppervlak, het aantal inwoners, de ratio van inkomendegedeeld door uitgaande pendel en de bevolkingsdichtheid. Er is een onderscheid gemaakt tussen hetsuburbane deel, het landelijke deel en het totale gebied. Bij het totale gebied is tevens aangegeven welkdeel van het aantal inwoners en het landoppervlak binnen het landelijke deel van het gebied valt.Noord-Holland Noord wijkt veelal niet veel af van het gemiddelde van de benchmarkgebieden. Voor hettotale gebied zijn het oppervlak, het aantal inwoners, de bevolkingsdichtheid en de aandelen van hetlandelijk gebied in het totaal aantal inwoners en oppervlak vrijwel gelijk aan het gemiddelde en blijft dependelratio iets achter bij het gemiddelde, overigens voornamelijk door de hoge score van Oostelijk vanUtrecht daarop. Bij het onderscheid naar het suburbane deel en het landelijke deel geldt hetzelfde: ookhierbij blijft slechts de pendelratio iets achter bij het gemiddelde van de benchmarkgebieden.Geconcludeerd kan worden dat NHN voor de selectie van kernindicatoren sterk lijkt op debenchmarkgebieden.peter@bureaulouter.nl 17tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  20. 20. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noord2 Een eerste verkenningDe geschiedenis werpt zijn schaduw vooruit naar de toekomst. Hoe gebieden er nu voorstaan en welkerelaties tussen gebieden bestaan, hangt samen met gebeurtenissen in het verleden. En de huidige positiebepaalt mede het toekomstperspectief. NHN is bijvoorbeeld al van oudsher de ‘groentetuin’ (aardappelen,vollegronds groenten) van Amsterdam en het noordelijk deel van de Randstad. Door het droogleggen vande Wieringermeer is er veel landbouwgrond bijgekomen. Daarom wordt in het eerste deel van dithoofdstuk de geschiedenis van het gebied beschreven. Daarna wordt kort het waarheidsgehalte getoetstvan een aantal beelden dat mogelijk bestaat bij degenen die de regio niet goed kennen.De groei van de stedelijke kernenHet belang van plaatsen wisselt in de tijd. Soms komen plaatsen snel op, soms vallen ze terug. Of zevertonen ‘golfbewegingen’ in hun ontwikkeling. Ook de positie die de zes steden in NHN momenteelinnemen, is mede bepaald door hun geschiedenis. Alkmaar kreeg in 1254 stadsrechten. In 1660 woondener al 14 duizend mensen (meer dan twee eeuwen later). Allecmare was toen een belangrijke handelsstad.De winsten uit de handel werden geïnvesteerd in alle sectoren van de economie. En ook in Hoorn, één vande VOC-steden, woonden er 14 duizend mensen in 1622. De stad kende een grote bloeiperiode in dezestiende en zeventiende eeuw. Daarna nam, evenals in Alkmaar, het aantal inwoners af (tot 8 duizend in1809). Maar in de negentiende eeuw en vooral in de tweede helft van de twintigste eeuw kenden groeikernHoorn en groeistad Alkmaar weer een zeer sterke bevolkingstoename. Vanwege het historische karakteren het feit dat zij van oudsher een omvangrijk achterland hebben, zijn het momenteel belangrijkeregionale dienstencentra. Dat geldt minder voor Purmerend, dat mede door de groeikernstatus het aantalinwoners bijna zag vertienvoudigen sinds 1950, maar historisch een minder groot achterland bedient:voornamelijk de gebieden die in het begin van de zeventiende eeuw zijn ingepolderd.De Zaanstreek en Velsen/Beverwijk hebben vooral een industrieel verleden. Zaandam en omstreken wordtbeschouwd als het ‘oudste industriegebied’ van Europa (al in de zeventiende eeuw). De oorsprong daarvanligt in het verbod op bouw van houtzaagmolens in Amsterdam aan het einde van de zestiende eeuw.Ondernemers uit de Zaanstreek zagen een uitgelezen kans om aan de groeiende behoefte aan hout voor descheepvaart te voldoen en het aantal houtzaagmolens groeide als kool (halverwege de 17e eeuw zelfs 900).Na een besluit tot bouw in 1918 (waarbij IJmuiden door de ondernemer H.J.E. Wenckebach werdverkozen boven Rotterdam) startte in 1924 de eerste hoogoven met de productie van ijzer. Hoogovens zouvoor een verdere impuls aan de al groeiende plaatsen Velsen en Beverwijk zorgen en daarna aan velen inde IJmond en ook noordelijker in Noord-Holland Noord voor werk zorgen. De industrialisatie is inIJmond dus van veel recenter datum dan in Zaanstreek. In termen van arbeidsplaatsen gemeten kalft hetbelang van de industrie in beide gebieden nu af, maar die sector bepaalt daar nog steeds in grotere mate deeconomische structuur dan in andere gebieden ten noorden van het Noordzeekanaal.Weer een ander verhaal is Den Helder: in 1822 werden de over Nederland verspreide marinewervengeconcentreerd tot één nationaal werfcomplex in Den Helder. Die plaats werd daardoor in de vaart dervolkeren opgestoten. Ook de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal in 1824 deed Den Helder veranderenvan een stil vissersdorpje in een bruisende handelsstad. In 1900 woonden er al 26 duizend mensen in demarinestad. Afhankelijkheid van één grote werkgever maakt een plaats ook kwetsbaar. Den Helder zoektdaarom momenteel volop naar mogelijkheden om de economische basis te verbreden.Toename landoppervlakHet landoppervlak van Noord-Holland Noord en omliggende gebieden heeft pas recentelijk zijn huidigevorm aangenomen. Door de geschiedenis heen is sprake geweest van een voortdurende strijd tussen wateren land. Land is gewonnen door middel van inpoldering (figuur 2.1), maar soms ook weer verloren dooroverstromingen of menselijk ingrijpen. Zo is de kustlijn in de Kop van Noord-Holland voortdurendverschoven.peter@bureaulouter.nl 18tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  21. 21. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 2.1 Ontwikkeling landoppervlak en infrastructuur Noord-Holland Noordpeter@bureaulouter.nl 19tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  22. 22. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordPurmerend lag tot het begin van de 17e eeuw nog te midden van water, tot rijke Amsterdamse koopliedenopdracht gaven om de Beemster, Purmer en Wormer droog te maken. Tussen 1849 en 1852 werd deHaarlemmermeer drooggelegd en enkele jaren later werden, tegelijk met het aanleggen van hetNoordzeekanaal, grote delen van het IJ ingepolderd. In de periode 1927-1934 werd de Wieringermeerdrooggelegd en in cultuur genomen (en een aantal jaren later weer tijdelijk ‘teruggegeven’ aan de natuurdoor de Duitsers).Mensen en bedrijven verbindenVerbindingen hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Noord-Holland Noord. Somswaren verbindingen volgend op economische ontwikkelingen in bepaalde delen van de regio, maar somsook ‘structurerend’. In de afgelopen twee eeuwen hebben achtereenvolgens vervoer over het water, overhet spoor en over de (snel)weg gezorgd voor steeds betere verbindingen tussen gebieden binnen NHN enmet de ‘buitenwereld’ (zie figuur 2.1; zie voor een chronologisch overzicht het kader ‘NHN verbonden’).De verzanding van de toegang tot de Amsterdamse haven was de aanleiding tot aanleg van hetNoordhollandsch Kanaal: van Amsterdam naar Den Helder vanwege de marine. In 1876 werd hetNoordzeekanaal geopend, wat mede de voorwaarden schiep voor de verdere industrialisatie (grotebedrijventerreinen bij Amsterdam, Zaanstad en Velsen/Beverwijk).Het westelijk deel van Noord-Holland Noord, vooral de strook van Velsen tot Alkmaar, kende al in detweede helft van de negentiende eeuw een sterke bevolkingsgroei door de aanleg van het spoor van DenHelder tot Haarlem (en van daaruit naar Amsterdam; in 1878 volgde een directe aansluiting bij Zaandamover het Noordzeekanaal). Verbindingen naar West Friesland volgden later.In het begin van de twintigste eeuw lag er een tramlijnnet in het gebied ten noorden van Amsterdam. Maarde verbinding tussen Amsterdam-Noord en het Centraal Station vond plaats via een ‘heen-en-weerbootje’. Hoewel er diverse veerdiensten waren, vormde de Hembrug (een spoorbrug) tot 1957 de enigevaste verbinding tussen Amsterdam en het gebied ten noorden ervan. Pas in 1957 werd deSchellingwouderbrug geopend, later (in 1966, 1968, 1990) gevolgd door tunnels.In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw werd het snelwegennet een belangrijke factor in hetvervoer (in het westen de A9, in het oosten de A7), mede door het toenemend autobezit. De aanleg vansnelwegen (in het oosten van NHN de A7), het sterk toenemende autobezit en het groeikernenbeleidzorgden ervoor dat het oostelijk deel van NHN in hoog tempo ‘suburbaniseerde’.NHN verbondenVaarwegen1824 Opening Noordhollandsch Kanaal: een belangrijke verbindingsweg tussen Amsterdam en de Kopvan Noord-Holland, via Purmerend en Alkmaar. De aanleg was noodzakelijk als gevolg van deverzanding van de toegang tot de Amsterdamse haven (richting Zuiderzee). Een goede verbinding tussenAmsterdam en Den Helder (marinehaven) vormde een belangrijke aanleiding voor de aanleg van hetkanaal.1876 Opening Noordzeekanaal. Hierdoor werd NHN een eiland in plaats van een schiereiland. Tevenswerden delen van het IJ ingepolderd (nu voor een groot deel bedrijventerreinen in Amsterdam enZaanstad).Spoorwegen/ trams1865-1878 Stapsgewijze aanleg van de spoorlijn Den Helder-Amsterdam. In 1865 was de verbinding DenHelder-Alkmaar gereed, in 1867 Alkmaar-Uitgeest, in 1869 Uitgeest-Zaandam, en in 1878 Zaandam-Amsterdam over de Hembrug, na de aanleg van het Noordzeekanaal. Een belangrijke reden voor hetpeter@bureaulouter.nl 20tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  23. 23. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noordaanleggen van deze spoorlijn was de bevoorrading van de marinehaven in Den Helder en het vervoer vangoederen zodra het Noordhollandsch Kanaal in de wintermaanden was bevroren. In 1867 was al despoorlijn Uitgeest-Haarlem geopend, waardoor Amsterdam bereikt kon worden (via de eerste spoorlijn inNederland uit 1839, tussen Haarlem en Amsterdam). Daardoor ook was toen al treinverkeer tussen hetwestelijk deel van NHN en Amsterdam mogelijk, zij het met een omweg. In 1883 vond nog een aftakkingnaar IJmuiden plaats.1884 Opening spoorlijn Zaandam-Hoorn (via Purmerend), met in 1885 een verlenging naar Enkhuizen1898 Opening spoorlijn Alkmaar-HoornIn de loop der tijden vonden regelmatig verbeteringen plaats en werden meer stations geopend. Debelangrijkste ontwikkelingen in het spoorwegennet vonden echter in de periode 1865-1898 plaats. Dit isin sterke mate structurerend geweest voor verschillen in bevolkingsgroei tussen gemeenten.Trams reden in Waterland vanaf 1888 van Amsterdam-Noord (via een ‘heen-en-weer bootje’ over het IJverbonden met het Centraal Station) naar Monnickendam en Edam, met in 1894 een aansluiting naarPurmerend en in 1895 via Middenbeemster naar Alkmaar. De trams werden overigens al vrij snel weeropgeheven en vervangen door busdiensten (in 1931 naar Alkmaar, in 1949 naar Purmerend en in 1956naar Volendam). Van een brug over het IJ was echter geen sprake en wat betreft de verbinding metAmsterdam bleef het daarom behelpen.(Snel)wegenPas na de Tweede Wereldoorlog werd de auto belangrijk als vervoersmiddel. In de jaren zestig werd deA9 aangelegd (richting Alkmaar), in de jaren zeventig de A7 (en aansluiting Hoorn-Middenmeer in dejaren tachtig) en de ringweg A10 en de A8 naar Zaanstad hoofdzakelijk in de jaren zeventig. Dit heeft desuburbanisatie van de bevolking uit Amsterdam naar NHN sterk gestimuleerd.Oeververbindingen1867 Opening Velserspoorbrug (op het spoor Uitgeest-Haarlem), in 1905 vervangen door een hogergelegen ‘draaibrug’. In 1957 werd deze afgebroken en vervangen door de Velsertunnel (zowelspoortunnel als autosnelwegtunnel)1878 Aanleg van de Hembrug over het IJ, waardoor het spoor kon worden doorgetrokken van Zaandamnaar Amsterdam. In 1983 werd de Hembrug vervangen door de Hemtunnel.1897 Oprichting van Gemeenteveren Amsterdam met veerdiensten over het IJ (hoewel ook daarvoor alvervoer over het water plaatsvond). In eerste instantie tussen het Centraal Station en het Tolhuis inAmsterdam-Noord. Daarna volgden diverse andere veren.1932 Afsluitdijk geopend.1957 Schellingwouderbrug aangelegd (tussen Amsterdam Oost en Amsterdam Zuid). Daarvoor was,onlangs jarenlange lobby voor een vaste oeververbinding, slechts sprake geweest van een verbinding viaveerdiensten, ondanks de bevolkingsgroei vanaf de eeuwwisseling.1966 Coentunnel geopend (Amsterdam West - Zaanstad). Meer dan 100 duizend mensen maken dagelijksgebruik van deze tunnel. Dat resulteert in veel files in de spits. De Coentunnel verving de Hempont, waarde wachttijden soms op konden lopen tot drie kwartier.1968 IJtunnel geopend (Amsterdam Centrum – Amsterdam Noord). Ook dit gebeurde pas na jarenlangelobby.1976 Houtribdijk (dijk Enkhuizen – Lelystad) geopend1990 Zeeburgertunnel (naast Schellingwouderbrug). De ringweg (als autosnelweg) rond Amsterdam werdhiermee voltooid.1996 Wijkertunnel geopend. Deze verving de Velsertunnel (in meer oostelijke richting, waardoor derijtijd van gebieden ten zuiden van het Noordzeekanaal naar gebieden ten noorden van hetNoordzeekanaal afnam). De Velsertunnel is nog wel in gebruik voor lokaal vervoer.peter@bureaulouter.nl 21tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  24. 24. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordBevolkingsontwikkeling sinds 1849In 1849 had Nederland nog 1.200 gemeenten, inmiddels nog maar 415. Met terugwerkende kracht is voorde huidige indeling in gemeenten berekend hoeveel mensen er in 1849, 1899 en 1950 woonden. Wordt hethuidige aantal inwoners als index uitgedrukt van het aantal inwoners in 1849, dan resulteert voor NHN alsgeheel een index van 6,6. In een aantal gemeenten in NHN is de bevolkingsontwikkeling daar duidelijk bijachtergebleven. Zo bedraagt de index 1,6 voor Schermer, 1,7 voor Graft- De Rijp, 2,2 voor Zeevang, 2,4voor Texel, 2,7 voor Beemster en 2,9 voor Waterland. En dan is het nog zo dat de meeste van diegemeenten pas na 1950 groei van enige betekenis gingen vertonen. Met uitzondering van Texel gaat hetom gemeenten ten noorden van Amsterdam. Pas vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw werden deverbindingen, met name met Amsterdam, van dusdanige aard dat dit gebied aantrekkelijk kon worden alswoongebied.In de totale periode 1849-2012 is het aantal inwoners minstens verachtvoudigd in alle gemeenten in destrook van Velsen tot Langedijk. Van een dergelijke groei was verder sprake in de groeikernen Purmerenden Hoorn en in Stede Broec, Schagen en Edam-Volendam. Sinds 1950 hebben overigens ook andereplaatsen een tijdelijke sterke groei doorgemaakt. Mede door de aanwijzing als groeistad heeft Alkmaartussen 1965 en 1990 een groeispurt doorgemaakt van 50 duizend naar 90 duizend inwoners. Met alsdrijvende kracht de marine, groeide Den Helder tussen 1950 en 1970 van 34 naar 60 duizend inwoners,maar sindsdien niet meer. In de slipstream van Alkmaar steeg het aantal inwoners in Heerhugowaard van9 duizend inwoners in 1967 naar 30 duizend in 1979, om vervolgens gestaag door te groeien naar meerdan 50 duizend inwoners nu. De belangrijkste bron van bevolkingsgroei vormden echter mensen dieAmsterdam hebben verlaten naar een rustiger woonomgeving ten noorden van het Noordzeekanaal.In tabel 2.1 staat de ontwikkeling van het aantal inwoners voor een aantal groepen gemeenten. Sinds 1849is het aantal inwoners in Nederland toegenomen met een factor 5,5. In de tweede helft van de negentiendeeeuw groeiden de grote steden meer dan gemiddeld (‘urbanisatie’), maar in de tweede helft van detwintigste eeuw verloren de grote steden juist terrein (en was er zelfs sprake van een absolute afname vanhet aantal inwoners). Die ‘suburbanisatie’ had als contramal een relatief sterke groei van het aantalinwoners in regio’s als Noord-Holland Noord en de, eveneens onder de rook van grote steden gelegen,benchmarkgebieden. In NHN nam het bevolkingsaandeel in het nationaal totaal in de tweede helft van denegentiende eeuw af en in de tweede helft van de twintigste eeuw toe, tegengesteld aan de ontwikkeling inAmsterdam. Vanaf het midden van de jaren tachtig is overigens geen sprake meer van suburbanisatie opgrote schaal.Tabel 2.1 Bevolkingsontwikkeling 1849-2012, Nederland, NHN en benchmarkgebiedenGebied Inwoners (* 1000) Aandeel in nationaal totaal (%) 1849 1899 1950 2000 2012 1849 1899 1950 2000 2012Nederland 3.056 5.104 9.994 15.864 16.726 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0Vier grote steden 477 1.194 2.326 2.047 2.222 15,6 23,4 23,3 12,9 13,3Noord-Holland Noord 171 263 506 1.063 1.128 5,6 5,2 5,1 6,7 6,7Gooi/Flevoland 28 60 199 567 649 0,9 1,2 2,0 3,6 3,9Oostelijk van Utrecht 151 225 473 1.061 1.137 4,9 4,4 4,7 6,7 6,8Groene Hart 179 268 509 1.277 1.364 5,9 5,3 5,1 8,1 8,2Zuidelijk van Rotterdam 224 325 451 940 984 7,3 6,4 4,5 5,9 5,9Amsterdam 233 531 840 731 789 7,6 10,4 8,4 4,6 4,7Overig MRA Zuid 69 167 500 939 1.060 2,3 3,3 5,0 5,9 6,3Toelichting: Berekeningen door Bureau Louter op basis van gegevens uit de Volkstellingen van 1849 en 1899 en CBS-gegevens.In figuur 2.2 staan ter illustratie kaartbeelden van de bevolkingsontwikkeling per gemeente. In tabel 2.2 isde ontwikkeling van het aantal inwoners weergegeven op soortgelijke wijze als in tabel 2.1, maar dezekeer voor deelgebieden in NHN en MRA Zuid.peter@bureaulouter.nl 22tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  25. 25. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 2.2 Ontwikkeling inwoners vanaf 1849 (% per jaar) % per jaar % per jaar % per jaar 2.18 of meer 3.06 of meer 2.33 of meer 1.70 tot 2.18 2.16 tot 3.06 1.56 tot 2.33 1.27 tot 1.70 1.69 tot 2.16 1.16 tot 1.56 1.03 tot 1.27 1.33 tot 1.69 0.83 tot 1.16 0.00 tot 1.03 0.00 tot 1.33 0.00 tot 0.83 Afname Afname Afname Nederlands Nederlands Nederlands gemiddelde: gemiddelde: gemiddelde: 1.03% 1.33% 0.83%a. 1849-1899 b. 1899-1950 c. 1950-2012Toelichting: overgang van blauw naar rood komt overeen met het nationaal gemiddelde.Tabel 2.2 Bevolkingsontwikkeling 1849-2012, deelgebieden NHN en MRA ZuidGebied Inwoners (* 1000) Aandeel in nationaal totaal (%) 1849 1899 1950 2000 2012 1849 1899 1950 2000 2012Alkmaar 11,4 20,4 42,9 92,8 94,2 0,37 0,40 0,43 0,59 0,56Velsen 2,5 11,4 46,3 66,6 67,3 0,08 0,22 0,46 0,42 0,40Zaanstad 26,7 41,4 83,1 135,8 148,2 0,87 0,81 0,83 0,86 0,89Purmerend 4,2 6,2 8,6 70,3 79,2 0,14 0,12 0,09 0,44 0,47Hoorn 9,1 11,2 18,7 64,6 71,3 0,30 0,22 0,19 0,41 0,43Den Helder 11,3 24,5 34,0 59,4 57,1 0,37 0,48 0,34 0,37 0,34Suburbaan Amsterdam 25,1 33,0 44,0 100,3 102,4 0,82 0,65 0,44 0,63 0,61Suburbaan IJmond 7,8 16,0 51,3 117,4 126,4 0,26 0,31 0,51 0,74 0,76Suburbs Alkmaar 17,1 26,6 57,3 141,3 154,4 0,56 0,52 0,57 0,89 0,92West Friesland 34,6 44,6 69,0 127,1 135,9 1,13 0,87 0,69 0,80 0,81Kop van Noord-Holland 20,9 27,9 50,9 87,5 91,6 0,68 0,55 0,51 0,55 0,55Amsterdam 233,4 531,1 840,4 731,3 789,3 7,64 10,41 8,41 4,61 4,72Haarlem 27,8 67,1 162,5 148,5 151,9 0,91 1,31 1,63 0,94 0,91Haarlemmermeer 0,2 16,4 37,4 111,2 143,9 0,01 0,32 0,37 0,70 0,86Almere en Lelystad 0,0 0,0 0,0 205,9 268,4 0,00 0,00 0,00 1,30 1,60Overig MRA Zuid 41,3 83,9 299,7 473,2 495,5 1,35 1,64 3,00 2,98 2,96NHN en MRA Zuid totaal 473,3 961,8 1846,1 2733,0 2976,9 15,49 18,84 18,47 17,23 17,80Toelichting: Berekeningen door Bureau Louter op basis van gegevens uit de Volkstellingen van 1849 en 1899 en CBS-gegevens.Binnen het gebied ‘Overig MRA Zuid’ uit figuur 1.5b is in deze tabel nog een onderscheid gemaakt tussen Almere/Lelystad en derest van het gebied (Gooi en Vechtstreek, Haarlemmerliede, Aalsmeer, Uithoorn, Amstelveen, Diemen). Bij de ‘suburbanegebieden’ en “landelijke gebieden’ (‘LG’) gaat het om het gebied exclusief de steden.Tussen 1849 en 1950 verviervoudigde het aantal inwoners van Amsterdam. In de gemeenten ten noordenvan Amsterdam en in West Friesland bleef de groei van de bevolking achter bij het nationaal gemiddelde(hun aandeel in het nationaal totaal werd kleiner), mede omdat zij naar Amsterdam verhuisden. In de jarenvijftig van de vorige eeuw en vooral in de kwart eeuw daarna waren de rollen omgedraaid en vertrokkenAmsterdammers in groten getale naar omliggende gemeenten: in de regio Alkmaar, West Friesland en deplaatsen ten noorden van Amsterdam lag de bevolkingsgroei toen ruim boven het nationaal gemiddelde.Over de gehele periode beschouwd was de groei in IJmond zeer hoog. Vooral door de hoge groei tussenpeter@bureaulouter.nl 23tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  26. 26. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland Noord1849 en 19505 is daar, voortgestuwd door de vroege aansluiting op het spoor en de vestiging vanHoogovens, het aantal inwoners vanaf 1849 met een factor 19 (!) toegenomen, ruim meer dan in welkeandere regio in Nederland dan ook, uiteraard met uitzondering van Flevoland. Wat betreft de groei vanaf1849 staan (exclusief ‘nieuw land’, zoals Flevoland en de Haarlemmermeer) vier gemeenten uit NHN inde top-10 van gemeenten met de hoogste procentuele bevolkingsgroei, gerekend naar de huidigegemeentenindeling: Heemskerk (plaats 2), Heiloo (4), Heerhugowaard (8) en Velsen (10): metuitzondering van Heiloo gemeenten in IJmond. In diezelfde periode nam het aantal inwoners in Graft- deRijp en Schermer af (verder was daar in Nederland slechts in Hellevoetsluis en Brielle sprake van) en waser nauwelijks bevolkingstoename in Waterland en Zeevang.De Kop van Noord-Holland onttrok zich, mede door de afstand, wat aan deze bewegingen tussen stad enplatteland. Na enige afname in het nationale bevolkingsaandeel bleef dat aandeel na 1950 ongeveer gelijkin dit meest noordelijke deel van NHN.In de jaren vijftig en vooral in de kwart eeuw daarna verlieten velen de grote steden. Amsterdammersvertrokken in groten getale naar omliggende gemeenten. Maar ook diverse middelgrote steden zageninwoners vertrekken. Mede door de toekenning van de groeikernstatus nam het aantal inwoners inPurmerend tussen 1950 en 2012 toe van 8,6 naar 79,2 duizend en in Hoorn van 18,7 naar 71,3 duizend. Enook Heerhugowaard (van 6,5 naar 52,5 duizend), Heemskerk (van 5,6 naar 39,2 duizend) en Schagen (van4,7 naar 18,7 duizend) kenden een zeer sterke bevolkingsgroei. Niet in alle gemeenten vond een dergelijkeontwikkeling plaats. Het aantal inwoners nam sinds 1950 met minder dan 50% toe in Texel en Beemsteren in Velsen en Beverwijk (die in de eeuw daarvoor een onstuimige groei hadden ondergaan).Noord-Holland Noord in vier stellingenTot zover enige geschiedenis. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt ingegaan op de volgende vraag. IsNoord-Holland Noord een veraf gelegen, slecht bereikbaar gebied en dun bevolkt gebied, met en saaiewoonomgeving en met een wat achterblijvend welvaartsniveau of wordt daarmee een karikatuur geschetstvan het gebied ten noorden van het Noordzeekanaalgebied? In dit eerste, verkennende, hoofdstuk wordtdaarop ingegaan aan de hand van een aantal kaartbeelden en figuren waarin de positie van Noord-HollandNoord en de deelgebieden daarbinnen is afgezet tegen nationale gemiddelden. Daarbij wordt gekozen vooreen aantal stellingen, voorzien van één of twee illustraties om te beoordelen of de stellingen houdbaar zijn.Stelling: Noord-Holland Noord is een leeg gebiedJa, vergeleken met de verstedelijkte delen van de Randstad (zie figuur 2.3a). Echter: nee, vergeleken metveel andere gebieden in Nederland. Ook bestaan er verschillen binnen de regio. Het meest noordelijke deel(de Kop van Noord-Holland) is inderdaad dun bevolkt, met name de Wieringermeer. Voor het gebied datgrenst aan het Noordzeekanaal (Zaanstreek/ IJmond) geldt dat echter zeker niet en ook in de regio’sAlkmaar en West-Friesland ligt de bevolkingsdichtheid boven het nationaal gemiddelde.Figuur 2.3b biedt meer detail. Duidelijk is de vrijwel aaneengesloten bebouwing langs de A9 herkenbaar:een reeks kleinere en grotere plaatsen van Oudkarspel tot Velsen (en in zuidelijke richting overlopend inHaarlem). Oorspronkelijk hangt de ontwikkeling van deze ‘as’ echter samen met de hiervoor geschetstevroege ontsluiting via het spoor. Een wat kortere verstedelijkingsas, met een langere historie, wordtgedragen door de Zaan. En daarnaast verschijnen er nog kernen als Purmerend, Hoorn en Den Helder opde kaart.5 In de eeuw tussen 1849 en 1950 nam het aantal inwoners in diverse plaatsen in IJmond en de regio Alkmaar zeer sterk toe: in Heiloo van 0,6 naar 10,2 duizend, in Velsen van 2,5 naar 46,3 duizend, in Beverwijk van 3,1 naar 27,2 duizend, in Castricum van 2,2 naar 14,0 duizend en in Heemskerk van 1,0 naar 5,6 duizend. Iets noordelijker, in Alkmaar, Bergen, Langedijk en Heerhugowaard verviervoudigde het inwonertal bijna.peter@bureaulouter.nl 24tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  27. 27. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 2.3 Bevolkingsdichtheid Inwoners per km² Inwoners per km² 3898 of meer 8183 of meer 1745 tot 3898 5268 tot 8183 1073 tot 1745 3052 tot 5268 489 tot 1073 489 tot 3052 307 tot 489 148 tot 489 200 tot 307 50 tot 148 121 tot 200 17 tot 50 minder dan 121 minder dan 17 Ned. = 489a. Regionaal b. LokaalToelichting:Weergegeven is de bevolkingsdichtheid, op twee verschillende ‘resolutieniveaus’. In figuur 2.1a is een zogenaamde‘potentiaalscore’ bepaald, waarbij voor elk postcodegebied het gebied binnen een straal van tien kilometer meeweegt bij hetbepalen van de score op de bevolkingsdichtheid van dat postcodegebied. Daarbij neemt de mate van bijdrage aan de score rechtevenredig af met de afstand. In figuur 2.1b is ook een potentiaalscore bepaald, maar deze keer op een veel fijnmaziger niveau,namelijk het gebied binnen een straal van een kilometer rond het postcodegebied.Het nationaal gemiddelde is gelijk aan 489 inwoners per vierkante kilometer (de grens tussen blauw en rood).Stelling: Het welvaartsniveau blijft in Noord-Holland Noord wat achterEen eerste, eenvoudige indicator is hier het gemiddeld inkomen per inwoner (zie figuur 2.4). HoewelNHN als geheel iets achterblijft bij het gemiddelde in de benchmarkgebieden en iets verder bij hetgemiddelde in MRA Zuid ligt het gemiddeld inkomen per inwoner boven het nationaal gemiddelde.Binnen NHN bestaan verschillen: de drie suburbane gebieden scoren ruim bovengemiddeld, de meerlandelijke gebieden West Friesland en Kop van Noord-Holland iets onder het nationaal gemiddelde. In desteden ligt het gemiddeld inkomen per inwoner rond het nationaal gemiddelde, met uitzondering vanVelsen (hoger) en Den Helder (lager). De stelling kan dan ook slechts gedeeltelijk worden onderschreven,namelijk voor de meer noordelijk gelegen delen van NHN.‘Welvaart’ kan echter ook ruimer worden opgevat dan alleen het gemiddeld inkomen per inwoner. Infiguur 2.5 staat een combinatie van drie indicatoren: naast het inkomen per inwoner tevens hetwerkloosheidspercentage en de netto participatiegraad.In NHN zijn er slechts twee gemeenten met een hogere werkloosheid dan het nationaal gemiddelde(Zaanstad en Den Helder; zie figuur 2.5a). Voor oude industriesteden, zoals Zaanstad is eenbovengemiddelde werkloosheid overigens gangbaar (zie bijvoorbeeld ook Enschede, Almelo, Helmond enTilburg). Anderzijds moet dit resultaat ook genuanceerd worden: met uitzondering van het Noorden vanNederland concentreert de werkloosheid zich ook elders in Nederland vooral in grote en middelgrotesteden.In de meeste gemeenten in NHN ligt de netto participatiegraad boven het nationaal gemiddelde (zie figuur2.5b). Eerder werd al geconstateerd dat het gemiddeld inkomen tendeert af te nemen naarmate gemeentenin NHN noordelijker liggen (zie figuur 2.5c), uitzonderingen zoals Zaanstad en Purmerend enerzijds enSchagen anderzijds daargelaten.peter@bureaulouter.nl 25tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  28. 28. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordPer saldo scoren slechts vier gemeenten in NHN op de totaalscore voor de drie welvaartsindicatoren onderhet nationaal gemiddelde, namelijk Den Helder, Zaanstad, Alkmaar en Enkhuizen (zie figuur 2.5d). Ditgeldt dus voor drie van de zes steden volgens de NHN-gebiedsindeling (zie figuur 1.5). In het algemeengeldt overigens dat het welvaartsniveau in steden veelal wat lager is dan in hun suburbs, omdat stedenverzamelplaatsen van meer èn minder welvarenden vormen.Figuur 2.4 Inkomen per inwonerInkomen per inwoner (euro)AlkmaarVelsenZaanstadPurmerendHoornDen HelderSuburbaan AmsterdamSuburbaan IJmondSuburbs AlkmaarWest FrieslandKop van Noord-Holland NederlandAmsterdamHaarlemHaarlemmermeerOverig MRA ZuidBenchmarkgebiedenNHN TotaalMRA Zuid Totaal 10,000 11,000 12,000 13,000 14,000 15,000Ook uit deze wat bredere analyse van de welvaart in NHN komt zeker geen beeld naar voren van een watbetreft welvaartsniveau achterblijvende regio. Het vrij positieve beeld geldt voor het zuidelijk deel van deregio, dat mede profiteert van de banen in Amsterdam en elders ten zuiden van het Noordzeekanaal, maarhet geldt ook voor het noordelijk deel. Daar ligt het inkomen per inwoner weliswaar iets onder hetnationaal gemiddelde, maar is de werkloosheid zeer laag en verricht een groot deel van de bevolkingbetaalde arbeid.Stelling: Noord-Holland Noord heeft een saaie woonomgevingHet is lastig om deze stelling met een duidelijk ja of nee te beantwoorden. Er bestaan duidelijkeverschillen tussen deelgebieden. Een duidelijk nee voor het gebied als geheel is echter in ieder geval nietaan de orde. In het onderzoek ‘Waar willen we wonen?’ (Bureau Louter 2011) is uitvoerig ingegaan op devraag wat de woonaantrekkelijkheid van een gemeente bepaalt. Bij een aantal aspecten daarvan wordt hiernader stilgestaan, namelijk de aantrekkelijkheid van de woonbebouwing en de mate waarin sprake is vannatuur, rust en ruimte.Eerst de nabijheid van natuur, rust en ruimte (zie figuur 2.6). Daarbij zijn onder andere elementen als denabijheid van bos, strand en (binnen)water factoren die een rol spelen. In het rechterdeel van de figuur zijndie aangegeven. Met name in het Kennemerland en ook noordelijker langs de kust scoort Noord-HollandNoord daar goed op (zie het linker deel van figuur 2.6). Dat is ook het gebied met de grootsteaantrekkelijkheid wat betreft natuur, rust en ruimte. Elders in de regio zijn er weliswaar diverse plaatsenwaar men ‘rust en ruimte’ kan vinden, maar ontbreekt het element natuur.peter@bureaulouter.nl 26tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  29. 29. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 2.5 Welvaartsindicatoren % % 10.5 of meer 76.2 of meer 8.3 tot 10.5 74.3 tot 76.2 7.1 tot 8.3 72.1 tot 74.3 6.0 tot 7.1 70.5 tot 72.1 4.3 tot 6.0 68.5 tot 70.5 3.4 tot 4.3 66.4 tot 68.5 2.7 tot 3.4 64.4 tot 66.4 minder dan 2.7 minder dan 64.4 a. Werkloosheidspercentage b. Netto participatiegraad 25-64 jaar Euro (x1000) Score 15.9 of meer Zeer hoog 14.5 tot 15.9 13.8 tot 14.5 13.3 tot 13.8 12.7 tot 13.3 12.3 tot 12.7 11.7 tot 12.3 minder dan 11.7 Zeer laag c. Inkomen per inwoner d. TotaalscoreToelichting:De totaalscore is bepaald door eerst de scores op de indicatoren ‘werkloosheid’, ‘participatiegraad’ en ‘inkomen per inwoner’onderling vergelijkbaar te maken (in technische termen: ze zijn omgezet in ‘gestandaardiseerde scores’ ofte wel: ‘z-scores’) envervolgens het ongewogen gemiddelde te berekenen.De netto participatiegraad is het deel van de inwoners dat werkt. Hier is gekozen voor de leeftijdsklasse 25-64 jaar. Dat voorkomtdat in gemeenten met een groot aantal woonachtige studenten (veelal in de leeftijd tot 25 jaar) de netto participatiegraad tenonrechte omlaag wordt gedrukt.peter@bureaulouter.nl 27tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  30. 30. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 2.6 Natuur, rust en ruimte Score Zeer hoog Zeer laag Water Bos StrandToelichting:De gegevens zijn ontleend aan het onderzoek ‘Waar willen we wonen’ (Bureau Louter 2011). De toegekende scores in hetlinkerdeel van de figuur zijn gebaseerd op in totaal zeven indicatoren.Dan de aantrekkelijkheid van de woonbebouwing, die hier wordt bepaald aan de hand van het aantalRijksmonumenten (zie figuur 2.7). Delen van Noord-Holland Noord kennen een rijke historie. DeZaanstreek was het eerste geïndustrialiseerde gebieden in Nederland. Zaandam werd bijvoorbeeld in 1697bezocht door de toen 25-jarige tsaar Peter de Grote. (Hij had gehoord dat in Zaandam de beste schepengemaakt werden. Na een week vertrok hij overigens naar Amsterdam: de Zaanse schepen waren inderdaadgoed, maar niet bedoeld om oorlog mee te voeren.) In Noord-Holland Noord liggen diverse dorpen enstadjes met een fraaie historische kern. Hoorn, Enkhuizen en Alkmaar zijn plaatsen met bijna 400Rijksmonumenten en ook in Volendam en Waterland (Marken en Monnickendam) zijn prachtigehistorische kernen te vinden. Vele toeristen, uit binnen- en buitenland bezoeken deze plaatsen. De Kopvan Noord-Holland kent minder historie en daarom ook minder Rijksmonumenten.Een totaaloordeel over de mate van ‘saaiheid’ van de woonomgeving in NHN kan moeilijk gegevenworden, mede omdat dit in sterke mate samenhangt met subjectieve oordelen over wat als aantrekkelijkwordt ervaren. Duidelijk is echter dat in diverse delen van de regio aantrekkelijke woonkernen zijn tevinden en dat de kuststrook volop ruimte en natuur biedt. Er zijn echter ook delen van de regio die niet alszeer enerverend worden ervaren wat betreft de woonomgeving.peter@bureaulouter.nl 28tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  31. 31. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 2.7 Nabijheid concentraties van monumentale gebouwenScore Zeer hoog Toelichting: Nabijheid van Rijksmonumenten die liggen in gebieden met een bevolkingsdichtheid van minstens 2000 inwoners per vierkante Zeer laag kilometer. De scores zijn bepaald per postcodegebied. De bijdrage aan de score neemt af met de afstand tot Rijksmonumenten. De mate waarin de bijdrage aan de score afneemt (de zogenaamde ‘distance-decay’, of ‘afstandsverval’) is gebaseerd op de resultaten van een enquête onder 6.700 personen. Omkaderd zijn de 29 kernsteden uit de stadsgewestindeling van Bureau Louter. 5163→ Amsterdam Middelburg Maastricht Schouwen-Duiveland Leiden Deventer Utrecht Harlingen Haarlem Kampen Dordrecht Zutphen s-Gravenhage Hoorn Delft Enkhuizen Leeuwarden Brielle Groningen Gouda 0 500 1000 1500 2000 0 500 1000 1500 2000Top 10 van 29 kernsteden Top 10 overige gemeentenToelichting bij de top 10:Per gemeente is het aantal Rijksmonumenten bepaald voor het punt met de meeste Rijksmonumenten binnen een straal van eenkilometer.Stelling: Noord-Holland Noord is veraf gelegen en moeilijk bereikbaarAllereerst is het van belang te constateren dat bereikbaarheid een moeilijk te meten begrip is, omdat het opverschillende ruimtelijke schaalniveaus een rol speelt. In figuur 2.8 staan de resultaten voor een selectievan bereikbaarheidmaten, die zijn ontwikkeld door Bureau Louter.peter@bureaulouter.nl 29tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl
  32. 32. Bureau Louter, april 2012M011.019 Noord-Holland NoordRegionaal-economische analyse Noord-Holland NoordFiguur 2.8 Bereikbaarheidsindicatoren Score Score Zeer laag Zeer hoog Zeer hoog Zeer laaga. Afstand tot hoofdwegennet b. Bereikbaarheid openbaar vervoer Score Score Zeer laag Zeer hoog Zeer hoog Zeer laagc. Filedruk d. AgglomeratievoordelenWeergegeven is de gemiddelde score per gemeente. Uiteraard bestaan er binnen gemeenten verschillen,met name wat betreft de twee bereikbaarheidsmaten op lokaal niveau (de gemiddelde afstand vanbewoners en bedrijven tot het hoofdwegennet en de bereikbaarheid met het openbaar vervoer). Dat geldtbijvoorbeeld voor de zeer omvangrijke nieuwe gemeente Hollands Kroon. Die gemeente wordt weliswaardoorsneden door de A7, maar de gemiddelde afstand voor alle inwoners en bedrijven tot een afslagdaarvan is toch vrij groot. Uit figuur 2.8a blijkt dat gemeenten in het zuiden veelal een goede aansluitinghebben op het hoofdwegennet. Dat geldt ook voor de bereikbaarheid via het openbaar vervoer. Die isuiteraard in het algemeen bovengemiddeld voor gemeenten met een treinstation.peter@bureaulouter.nl 30tel. 015-2682556www.bureaulouter.nl

×