Geboorte Jezus

580 views

Published on

Het verhaal van de geboorte van Jezus met lego

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
580
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
26
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Jezus is geboren
  • Jezus is geboren
  • Geboorte Jezus

    1. 1. De geboorte van Jezus
    2. 2. De geboorte van Jezus De afkomst van Jezus Christus was als volgt. In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea…
    3. 3. … naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.
    4. 4. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Gegroet Maria, je bent be-genadigd, de Heer is met je.
    5. 5. Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.
    6. 6. Maar de engel zei tegen haar: ‘Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen’. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.
    7. 7.   Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.
    8. 8.   De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen.’ De heilige Geest zal over je komen.
    9. 9.   Daarna liet de engel haar weer alleen.
    10. 10.   Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda.
    11. 11.   Ze ging het huis van Zacharias binnen en begroette Elisabet. Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer!’ Mijn ziel prijst en looft de Heer!
    12. 12.   ‘ Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm. De plannen van hoogmoedigen stuurt hij in de war.’
    13. 13.   ‘ Heersers stoot hij van hun troon...’
    14. 14.   ‘… en wie gering is geeft hij aanzien.’
    15. 15.   Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.
    16. 16.   Maria bleek zwanger te zijn door de heilige Geest.
    17. 17.   Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten.
    18. 18.   Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus.’ Jozef, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus.
    19. 19.     In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Jozef ging van de stad Nazaret naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was.
    20. 20.   Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene.
    21. 21.   Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.
    22. 22.     Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde.
    23. 23.   Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken.
    24. 24. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang! Vandaag is jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ Vandaag is jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.
    25. 25. En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoge en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’ Eer aan God in de hoge en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.
    26. 26. Ze gingen meteen op weg, …
    27. 27. … en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag.
    28. 28.   Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden.
    29. 29. Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus.
    30. 30. Toen Jezus geboren was in Betlehem tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’ Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.
    31. 31. Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem.
    32. 32. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden. ‘In Betlehem in Judea, want zo staat het geschreven bij de profeet.’ In Betlehem in Judea, want zo staat het geschreven bij de profeet.
    33. 33.   Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’ Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.
    34. 34.   Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was.
    35. 35. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder.
    36. 36. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.
    37. 37. Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.
    38. 38. Kort nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: ‘Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’ Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.
    39. 39.   Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte.
    40. 40. Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad.
    41. 41. Hij gaf opdracht om in Betlehem en de wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen.
    42. 42.   Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer. De engel zei: ‘Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’ Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.
    43. 43.   Jozef stond op en vertrok met het kind en zijn moeder naar Israël.
    44. 44. Maar toen hij daar hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes was opgevolgd als koning over Judea, durfde hij niet verder te reizen. Na aanwijzingen in een droom week hij uit naar Galilea. Hij ging wonen in de stad Nazaret.
    45. 45. Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid.
    46. 46.     Gods genade rustte op hem.

    ×