Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen                         Academiejaar 2011 – 2012  Invloed van merk, emotie en sensor...
“De auteur en de promotor geven de toelating deze thesis voor consultatie beschikbaar te stellen en delen vande thesis te ...
Woord voorafEen thesis groeit organisch doorheen het jaar, maar zonder de steun van verschillende personen zou dit nietmog...
InhoudsopgaveWoord vooraf ...................................................................................................
3.6      Resultaten .........................................................................................................
SamenvattingACHTERGROND: Steeds meer studies wijzen op het gebrekkige voedingspatroon van kinderen. Veelonderzoeken gaan d...
Lijst van afkortingenBMI: Body Mass IndexDASH: Dietary Approaches to Stop HypertensionEAT: Eating Among TeensE.U.: Europes...
Lijst van afbeeldingenFiguur 1: Trends in het voorkomen van overgewicht, 1970–2000.. ........................................
1 InleidingHet voedingspatroon van kinderen laat vandaag vooral in de Westerse Wereld vaak te wensen over. Er zijnreeds ta...
Een tweede invloed die onderzocht wordt is deze van het merk. Van jongs af aan komen kinderen in contactmet advertenties d...
2 Literatuurstudie2.1 Eetgedrag van kinderenDe laatste jaren komt het eetgedrag van kinderen vaak in de media naar aanleid...
De toename van overgewicht en obesitas bij kinderen heeft de Europese Commissie genoopt om eengrootschalig onderzoek op te...
2.2 Gekozen voedingsproduct: melkdranken2.2.1 InleidingHet afgelopen decennium zijn er vele onderzoeken gevoerd over het v...
Figuur 2: Actieve voedingsdriehoekMelk is een bron van vele nutriënten en vitamines zoals calcium, magnesium, fosfor, zink...
Zuivelproducten maken deel uit van het Dietary Approaches to Stop Hypertension of kortweg DASH dieettegen hypertensie of e...
Gewone melk              Rice Dream            Alpro Soya Choco               Cécémel                        (Campina half...
2.3 Invloedfactoren melkinname2.3.1 AlgemeenDe verschillende factoren die invloed hebben op het eetpatroon van kinderen ku...
De consumptie van calciumrijke voeding zoals melk bij Aziatische adolescenten blijkt voornamelijk beïnvloedte worden door ...
Een recente studie van Lanfer, Knof et al. (2011) wijst op de correlatie tussen een voorkeur voor zoete envette smaak en h...
bonen is tevens bestudeerd voor verschillende sensorische attributen bij kinderen. Hier luidt de conclusie dateen uniform ...
De laatste jaren is de advertentiemarkt voor kinderen wel grondig veranderd. Zo is er in vele landen, dooreen toenemende b...
2008-2009                2009-2010                    Categorie 1a                    1,65                           1,54 ...
Door advertenties op televisie wordt er bij kinderen een positieve houding en attitude gecreëerd tegenoverde geadverteerde...
Categorie                      Voorbeeld1. Sensorische attributen      Ik was aangenaam verrast door de smaak van exotisch...
2.4 Hypothesen en framework2.4.1 HypothesenDe eerste hypothese onderzoekt of er een overeenkomst is tussen wat kinderen ze...
2.4.2 Framework                                                 VOEDINGSPROBLEEM BIJ KINDEREN: vaker ongezond             ...
3 Onderzoek3.1 DoelDeze masterproef spitst zich toe op de consumptie van melk en melkdranken bij kinderen en stelt zich to...
3.2.3.1 Overzicht gebruikte statistische testen en termenVoor statistische testen is het uitermate belangrijk dat er reken...
3.2.3.1.2 Niet-parametrische testenNiet-parametrische testen zijn statistische toetsen waarbij er geen veronderstellingen ...
3.3 Onderzoek deel 1Het eerste luik van het onderzoek is onder te delen in vijf verschillende delen en terug te vinden in ...
In het derde deel worden de kinderen aan het proeven gezet om verschillende sensorische attributen tebeoordelen van melkdr...
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.

1,851 views

Published on

Masterproef voorgedragen tot het behalen van de graad van Master in de bio-ingenieurswetenschappen: Levensmiddelenwetenschappen en voeding.

Link naar de thesispresentatie: http://www.slideshare.net/jjschout/presentatie-masterproefverdediging

Verdere informatie: joachim.schouteten@ugent.be

Published in: Education
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
1,851
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
8
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.

  1. 1. Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen Academiejaar 2011 – 2012 Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.Joachim SchoutetenPromotor: Prof. dr. Xavier GellynckTutor: ir. Sara De Pelsmaeker Masterproef voorgedragen tot het behalen van de graad van Master in de bio-ingenieurswetenschappen: Levensmiddelenwetenschappen en voeding
  2. 2. “De auteur en de promotor geven de toelating deze thesis voor consultatie beschikbaar te stellen en delen vande thesis te kopiëren voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik valt onder de beperkingen van hetauteursrecht, in het bijzonder met betrekking tot de verplichting de bron uitdrukkelijk te vermelden bij hetaanhalen van resultaten uit deze thesis.”“The author and the promoter give the permission to use this thesis for consultation and to copy parts of itfor personal use. Every other use is in subject to the copyright laws, more specifically the source must beextensively specified when using results from this thesis.”Gent, 8 juni 2012 Woord vooraf
  3. 3. Woord voorafEen thesis groeit organisch doorheen het jaar, maar zonder de steun van verschillende personen zou dit nietmogelijk geweest zijn. Deze thesis had nooit zijn huidige invulling gekregen zonder de uitmuntendebegeleiding van ir. Sara De Pelsmaeker die mij de vrijheid heeft gegeven om het onderwerp zelf mee in tevullen. Ik wil haar daarvoor bedanken, net als voor de vele tijd en moeite die ze gestoken heeft in debegeleiding van deze thesis. Daarnaast gaat mijn dank uit naar Prof. dr. Xavier Gellynck voor het opnemenvan het promotorschap van deze thesis. Dankzij enkele waardevolle suggesties en een luisterend oor heeftook hij een onmiskenbare invloed in de totstandkoming van deze thesis.Voor één keer is er een vervolg gebreid aan het zomers speelpleinwerk aangezien kinderen zeer belangrijkwaren voor deze thesis. Ik wens alvast alle kinderen te bedanken voor het grondig invullen van de vragenlijsten de betrokken ouders voor hun toestemming voor deelname van hun kind aan het onderzoek. Het werkenmet scholen kon niet zonder het vertrouwen die de directeurs in mij hebben gesteld. Bij deze wens ik de zesbetrokken directeurs en directrices, met name Tom Smets, Bart Pepermans, Tom Resseler, Stefaan Breughe,Martine Clarysse en Christine Clarysse te bedanken. Speciale dank gaat ook uit naar Sabe De Graef en haarmoeder Romy Roelants om mij in contact te brengen met directeurs van basisscholen in de regio Mechelen.Daarnaast wil ik ook nog vier mensen in het speciaal bedanken voor hun steun in het afgelopen jaar: EvyBauwens, Arne Deprez, Gertjan Dewaele en Maxime Vervaet. Verder dient ook nog An-Sofie Alderweireldtbedankt te worden voor het nalezen van deze thesis.En als allerlaatste wil ik ook nog mijn ouders bedanken voor hun steun gedurende mijn studies.Joachim SchoutetenJuni 2012 Woord vooraf
  4. 4. InhoudsopgaveWoord vooraf ................................................................................................................... IIInhoudsopgave ................................................................................................................. IIISamenvatting ................................................................................................................... VLijst van afkortingen ..........................................................................................................VILijst van afbeeldingen ........................................................................................................ VIILijst met tabellen ............................................................................................................. VII1 Inleiding ................................................................................................................... 12 Literatuurstudie .......................................................................................................... 3 2.1 Eetgedrag van kinderen .......................................................................................... 3 2.2 Gekozen voedingsproduct: melkdranken ..................................................................... 5 2.2.1 Inleiding ...................................................................................................... 5 2.2.2 Melk en gezondheid ........................................................................................ 5 2.2.3 Nutritionele eigenschappen melkdranken .............................................................. 7 2.3 Invloedsfactoren melkinname ................................................................................... 9 2.3.1 Algemeen .................................................................................................... 9 2.3.2 Sensorische eigenschappen .............................................................................. 10 2.3.3 Invloed van advertentie en merken op het eetpatroon van kinderen ............................ 12 2.3.4 Emoties bij voedingsproducten ......................................................................... 15 2.4 Hypothesen en framework .................................................................................... 17 2.4.1 Hypothesen ................................................................................................ 17 2.4.2 Framework ................................................................................................ 183 Onderzoek .............................................................................................................. 18 3.1 Doel ............................................................................................................... 19 3.2 Methode .......................................................................................................... 19 3.2.1 Doelgroep.................................................................................................. 19 3.2.2 Participatie ................................................................................................. 19 3.2.3 Statistische analyse ........................................................................................ 19 3.3 Onderzoek deel 1 ............................................................................................... 22 3.4 Onderzoek deel 2 ............................................................................................... 23 3.5 Beschrijving van de steekproef ................................................................................ 24 Inhoudsopgave
  5. 5. 3.6 Resultaten ........................................................................................................ 26 3.6.1 Consumptie van melk en melkdranken ............................................................... 26 3.6.2 Hypothese 1: Er is een gelijkenis tussen wat kinderen belangrijk vinden voor de voedingskeuze en de consumptie van melk en melkdranken ................................................... 31 3.6.3 Hypothese 2: Hoe hoger het aantal merken van melkdranken dat kinderen kennen, hoe hoger de consumptie van melkdranken. ................................................................................... 36 3.6.4 Hypothese 3: De verschillende merken hebben allen een verschillend emotioneel profiel .. 39 3.6.5 Hypothese 4: De verschillende producten hebben een verschillend sensorisch profiel ....... 43 3.6.6 Hypothese 5: Een gekend merk zorgt voor een betere algemene mening bij de sensorische testen…………… ................................................................................................... 474 Discussie................................................................................................................. 50 4.1 Interpretatie van de resultaten ................................................................................ 50 4.2 Sterktes van het huidige onderzoek .......................................................................... 54 4.3 Beperkingen van het huidige onderzoek..................................................................... 555 Conclusie ................................................................................................................ 566 Ideeën voor verder onderzoek....................................................................................... 57Referenties .................................................................................................................... 587 Appendix ................................................................................................................ 66 Bijlage 1: Toestemmingsformulier ..................................................................................... 66 Bijlage 2: Bevraging onderzoek deel 1................................................................................. 67 Bijlage 3: Bevraging onderzoek deel 2................................................................................. 80 Bijlage 4: Grafische weergave invloed ouders. ....................................................................... 87 Bijlage 5: Biplot van de emoties en merken opgedeeld per soort emoties ...................................... 88 Inhoudsopgave
  6. 6. SamenvattingACHTERGROND: Steeds meer studies wijzen op het gebrekkige voedingspatroon van kinderen. Veelonderzoeken gaan daarom in op de consumptie van ongezonde producten of gezonde producten. Toch zijn ernog maar weinig onderzoeken gebeurd over de inname van melk, nochtans onontbeerlijk volgensverschillende voedingsaanbevelingen zoals de actieve voedingsdriehoek. Daarom tracht deze studie als eerstede melkconsumptie bij kinderen in kaart te brengen door te onderzoeken waar, door wie en waaromkinderen melk consumeren. Omdat kinderen ook veel belang hechten aan keuzemogelijkheden en smaak,wordt er tevens dieper ingegaan op het alternatief van melkdranken. De invloed van emoties, sensorischekarakteristieken en het merk op de consumptie van melkdranken wordt onderzocht.METHODE: Het onderzoek werd uitgevoerd bij iets meer dan 500 kinderen uit het 4de, 5de en 6de leerjaar.In totaal hebben 6 basisscholen deelgenomen aan deze studie. Omwille van praktische en organisatorischeredenen werd het onderzoek in twee delen uitgevoerd. De kinderen hebben 2 bevragingen ingevuld opschool in de periode tussen begin december 2011 en eind maart 2012. Voor de verwerking van alle gegevenswerd het statistisch programma IBM SPSS Statistics 19 (predictive analytics software) gebruikt.RESULTATEN: Uit het onderzoek blijkt dat de inname van melk (zelfs met inbegrip van melkdranken) bijkinderen verre van voldoet aan de aanbevelingen. De helft van de kinderen verkiest chocolademelk,ongeveer 20% prefereert melkdrank met fruitsmaak en 20% van de kinderen drinkt het liefst melk.Kinderen drinken meer melkdranken dan melk en jongens drinken significant meer porties melk dan meisjesper dag. Het drinken van melk en melkdranken is vooral de keuze van de kinderen zelf en gebeurtvoornamelijk in familiale sfeer (thuis en bij familie). Hoewel kinderen bij de beweegredenen achter hunvoedingskeuze aangeven dat gezondheid het belangrijkst is, blijkt dat ze toch melkdranken verkiezen die doorhenzelf als ongezonder worden gepercipieerd. Er is geen verband tussen het aantal merken van melkdrankendat kinderen herkennen en hoeveel melkdranken kinderen consumeren. De verschillende merken hebbenallen een verschillend emotioneel profiel en de merken kunnen in verschillende categorieën ingedeeldworden op basis van de soort emoties waarmee ze geassocieerd worden. In totaal zijn de emoties op te delenin drie categorieën: positieve emoties (onder andere blij, gelukkig, plezier), negatieve emoties (onder anderedroevig, slecht en walging) en neutrale emoties (kalm en verbaasd). Op het vlak van sensorischeeigenschappen valt vooral op dat er tussen twee melkdranken met fruitsmaak, op basis van een verschillendemelksoort, geen verschil is bij de karakteristieken van smaak. Bij de drie stalen chocolademelk, wordt vooralde smaak van de chocolademelk op basis van gewone melk beter gevonden dan die op basis van sojamelk enrijstmelk. Reeds op jonge leeftijd valt op dat de invloed van een merk niet te onderschatten is. Kinderengeven een melkdrank, ook al is het niet de juiste, een significant hogere waardering wanneer een bekendmerk wordt aangegeven als merknaam voor het product.CONCLUSIES: Kinderen maken vooral zelf de keuze of ze al dan niet melk en melkdranken drinken.Daarom dient er bij campagnes voldoende aandacht naar hen te gaan indien men de melkconsumptie wenst tedoen stijgen. De rol van de smaak zal hierin cruciaal zijn, gezien kinderen meer belang hechten aan smaakdan aan het gezondheidsaspect. Daarnaast mag ook de invloed van het merk niet onderschat worden. Merkenscheppen een positief beeld rond zichzelf, getuige de associatie met positievere emoties, en zorgen ook vooreen betere waardering van het product. Samenvatting
  7. 7. Lijst van afkortingenBMI: Body Mass IndexDASH: Dietary Approaches to Stop HypertensionEAT: Eating Among TeensE.U.: Europese UnieFAO: Food and Agriculture Organisation, organisatie van de Verenigde NatiesIDEFICS: Identification and Prevention of Dietary –and lifestyle – induced health effect on children andinfantsIOTF: International Obesity TaskforceSCT: Social Cognitive TheoryTBP: Theory of Planned BehaviourVIGeZ: Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en ZiektepreventieVLAM: Vlaams Centrum voor Agro – en VisserijmarketingWHO: World Health Organisation, organisatie van de Verenigde Naties. Lijst van afkortingen
  8. 8. Lijst van afbeeldingenFiguur 1: Trends in het voorkomen van overgewicht, 1970–2000.. .................................................. 3Figuur 2: Actieve voedingsdriehoek ........................................................................................ 6Figuur 3: Plaats consumptie melk en melkdranken .................................................................... 28Figuur 4: Consumptie drank tijdens speeltijd ........................................................................... 29Figuur 5: Door wie drink je melk(dranken) ............................................................................. 29Figuur 6: Boxplot attitudes melk en melkdranken ..................................................................... 33Figuur 7: Herkennen verpakking van een merk......................................................................... 38Figuur 8: Emoties per merk ................................................................................................ 39Figuur 9: Emotioneel profiel per merk ................................................................................... 40Figuur 10: Biplot emoties en merk ........................................................................................ 41Figuur 11: Biplot sensorische attributen en merk ...................................................................... 46Lijst met tabellenTabel 1: Nutritionele informatie melk, Rice Dream Chocolate flavour, Alpro Soya Choco en Cécémel....... 8Tabel 2: Nutritionele informatie Fristi, Alpro Soya Rode vruchten, Alpro Soya Nature en RiceDreamOriginal + Calcium ................................................................................................... 8Tabel 3: Nutritionele informatie water, fruitsap, frisdrank en yoghurtdrink ........................................ 8Tabel 4: Subsidies voor schoolmelk voor schooljaar 1994-1995, 1996-1997, 1998-1999, 1999-2000,2000-2001, 2001-2002, 2002-2003 in Vlaanderen............................................................................ 13Tabel 5: Melksubsidies per categorie voor schooljaar 2008-2009 en 2009-2010 in Vlaanderen ............... 14Tabel 6: Vijf categorieën van bronnen voor voedselemoties (Desmet and Schifferstein 2008). ................ 16Tabel 7: Beschrijving steekproef eerste onderzoek ..................................................................... 25Tabel 8: Voorkeur soort melk en smaak ................................................................................. 26Tabel 9: Hoeveelheid melk -en melkdrankenconsumptie ............................................................. 27Tabel 10: Vragenlijst Food Choice Questionnaire ...................................................................... 31Tabel 11: Factoranalyse FCQ .............................................................................................. 32Tabel 12: Attitudes tegenover melk en melkdranken .................................................................. 34Tabel 13: Associatie soort melk per merk ............................................................................... 36Tabel 14: Associatie smaak per merk ..................................................................................... 37Tabel 15: Significant verschil tussen sensorische karakteristieken voor vijf melkdranken ....................... 43Tabel 16: Gemiddelde score voor de drie stalen voor de drie geëvalueerde condities: blind, verwacht engeïnformeerd .................................................................................................................. 47Tabel 17: Tijdstip inname producten ..................................................................................... 48Tabel 18: Vergelijking tussen scores van blind, verwachting en geïnformeerd testen bij chocolademelk opbasis van gewone melk (n = 167), sojamelk (n = 153) en rijstmelk (n = 164)................................... 49 Lijst van afbeeldingen
  9. 9. 1 InleidingHet voedingspatroon van kinderen laat vandaag vooral in de Westerse Wereld vaak te wensen over. Er zijnreeds tal van studies die het eetgedrag van kinderen nader onderzoeken en met de regelmaat van de klokberichten de media ook over het voedingsgedrag van kinderen. Meer en meer studies richten zich op eenspecifieke voedingsgroep, al betreft dat veelal enerzijds zeer gezonde voedingsproducten (zoals groenten enfruit) of anderzijds producten die als zeer ongezond worden gepercipieerd zoals fastfood, frisdranken,…Producten die ook deel uitmaken van het gezondheidspatroon, zijn melk en calciumverrijkte sojaproducten.Melk wordt immers geroemd om zijn unieke samenstelling met een hoge aanwezigheid van calcium enverschillende vitamines zoals vitamine A, B, B12 en D. Daarnaast speelt melk ook een rol in de sterkte vande beenderen en bij het voorkomen van osteoporose. Melk maakt tevens deel uit van het Dietary Approachesto Stop Hypertension (DASH) dieet om de bloeddruk te verlagen. Wetenschappelijk onderzoek over deconsumptie van melk, zeker bij kinderen, is echter eerder beperkt.In deze thesis wordt ervoor gekozen om allereerst de consumptie van melk in kaart te brengen. Omdatkinderen ook graag afwisseling en variatie hebben in hun voedingsproducten, wordt tevens dieper ingegaanop de consumptie van melkdranken die een groter aanbod hebben qua smaak. In het eerste deel van dezemasterproef wordt door middel van een literatuurstudie een stand van zaken gegeven van de kennis over heteetgedrag bij kinderen en de gekozen voedingsproducten. Daarnaast wordt ook gezocht naar debeïnvloedende factoren op de consumptie van melk en melkdranken.In het tweede deel van deze masterproef komt het onderzoek aan bod. Allereerst wordt de consumptie vanmelk en melkdranken in kaart gebracht. Welke hoeveelheid melk en melkdranken kinderen consumeren, enhoe dit beïnvloed wordt zijn de cruciale vragen die een antwoord krijgen in dit deel. Daarnaast wordt verdernog gepeild welke voorkeur kinderen hebben bij melkdranken, zowel op vlak van de soort melk als smaak.Ook de verschillende plaatsen waar kinderen melk en melkdranken drinken worden onderzocht, net als dedrank die kinderen gewoonlijk drinken tijdens de speeltijd.Verschillende factoren spelen een rol in het dagelijks keuzepatroon van kinderen voor hun voeding. Via eenaangepaste versie van de Food Choice Questionnaire (FCQ) wordt gepoogd om enkele factoren uit te lichtendie van toepassing zijn op Vlaamse kinderen. Deze factoren worden in de tweede bevraging van ditonderzoek verder onderzocht om na te gaan in welke mate ze effectief een rol spelen in de consumptie vanmelk en melkdranken.In de literatuur zijn verschillende factoren terug te vinden die een mogelijke invloed hebben op heteetpatroon van kinderen. Deze zijn voornamelijk in te delen in persoonlijke, socio-demografische, sociale enomgevingsdeterminanten. Voor dit onderzoek zijn er drie determinanten uitgekozen om hun invloed op deconsumptie van melkdranken nader te bekijken.De invloed van de sensorische eigenschappen is een eerste invloedfactor die wordt onderzocht. De smaak,kleur en andere sensorische karakteristieken spelen zeker bij kinderen een rol bij de keuze van wat ze willeneten. De smaakvoorkeur van kinderen evolueert daarnaast als ze ouder worden. Doordat er gewerkt wordtmet verschillende smaken van melkdranken, is er sowieso sprake van verschillen qua sensorischeeigenschappen. Hoe sterk de kinderen deze verschillen percipiëren, zal in deze masterproef verderonderzocht worden. Inleiding
  10. 10. Een tweede invloed die onderzocht wordt is deze van het merk. Van jongs af aan komen kinderen in contactmet advertenties die trachten hun eetpatroon te beïnvloeden. Tegenwoordig worden kinderen overspoeldmet promotie van voedingsmiddelen via verschillende media zoals internet, TV en tijdschriften, maar ook inhet straatbeeld. Dat voedselpromotie een invloed heeft op kinderen, heeft wetenschappelijk onderzoekondertussen uitgewezen. De grootte van de invloed en de toepasbaarheid op gezonde producten is echternog maar beperkt wetenschappelijk onderzocht. Ook voor melk en melkdranken vindt voedselpromotieplaats. Daarvoor doet zelfs de Europese Commissie haar duit in het zakje, met name door subsidies voorschoolmelk.Emoties zijn een derde invloedfactor die aan bod komen in deze studie. De voedingsindustrie tracht viavoedselpromotie emoties op te wekken bij de consumenten. Consumenten kopen immers producten om hunbehoeften te bevredigen, en soms zijn deze nu eenmaal van emotionele aard. Zo zijn er mensen die bijverdriet zweren bij een stuk chocolade om zichzelf op te beuren en wordt een suikerspin geassocieerd met devreugde die men als kind heeft beleefd op de kermis. Het onderzoek over emoties is echter nogal beperkt,zeker bij kinderen, en daarom is ervoor gekozen om ook hieraan aandacht te besteden in deze studie.Om alles overzichtelijk te houden, werd ervoor geopteerd om te werken met een vijftal hypothesen in dezemasterproef. Als eerste hypothese wordt onderzocht of er een gelijkenis is tussen wat kinderen zeggen datbelangrijk is voor hun dagdagelijkse voedingskeuze en de effectieve consumptie van melk en melkdranken. Inde tweede hypothese wordt de correlatie tussen het aantal gekende merken van melkdranken en deconsumptie van die melkdranken bestudeerd. Met de derde hypothese wordt er gefocust op de mogelijkeinvloed van emoties. Of er sprake is van een verschillend emotioneel profiel bij de verschillende merken, isdaarom de centrale vraag bij de derde onderzoekshypothese. Voor de vierde hypothese wordt er gekeken ofde sensorische eigenschappen verschillend zijn bij de gekozen producten. In de vijfde en tevens laatstehypothese wordt onderzocht wat de invloed is van een merk op de beoordeling van enkele melkdrankendoor de kinderen.Aan het onderzoek namen kinderen uit het 4de, 5de en 6de leerjaar deel van zes verschillende scholen. Er isgekozen voor kinderen aangezien het voedingspatroon dat zich bij een kind ontwikkelt, vaak ook alsvolwassene blijft bestaan. Daarnaast bezitten kinderen vanaf een leeftijd van 9 à 10 jaar al kennis over dewerking van het lichaam en zijn zij al verder ontwikkeld op het vlak van lees – en schrijfvaardigheden. Dekinderen krijgen omwille van praktische redenen twee enquêtes die ze zelfstandig in de vertrouwdeschoolomgeving hebben ingevuld. Met behulp van deze enquêtes kan de consumptie van zowel melk alsmelkdranken worden onderzocht, net zoals de rol van de drie gekozen factoren. Voor het sensorisch luikwerd er gewerkt met melkdranken op basis van verschillende melksoorten, met name gewone melk,sojamelk en rijstmelk. Inleiding
  11. 11. 2 Literatuurstudie2.1 Eetgedrag van kinderenDe laatste jaren komt het eetgedrag van kinderen vaak in de media naar aanleiding van verscheideneonderzoeken. De World Health Organisation (WHO) en de Food and Agriculture Organisation (FAO),beide organisaties van de Verenigde Naties, zien de stijgende trend van obesitas bij kinderen met lede ogenaan en stellen zelfs de daling van het aantal obese kinderen als één van de grootste uitdagingen voor de 21steeeuw (WHO and FAO 2002). Het is immers zo dat kinderen die met overwicht of obesitas te kampenhebben een grote kans hebben om ook als volwassene overgewicht te hebben (Singh, Mulder et al. 2008). Deeetpatronen van kinderen en adolescenten zijn minder vast en dus eenvoudiger aan te passen (Birch 1999).Daarom is het cruciaal dat er reeds bij kinderen voldoende aandacht is voor een gezond eetpatroon envoldoende fysieke activiteit.Uit een evaluatie van verschillende studies en onderzoeken van 1980 tot 2005 kan men concluderen dat hetaantal kinderen met overgewicht in bijna alle landen is toegenomen. Deze stijging is duidelijkerwaarneembaar in economisch ontwikkelde landen en bij verstedelijkte populaties (Wang and Lobstein 2006).Figuur 1 geeft een overzicht van het voorkomen van overgewicht tussen 1970 en 2000 in zowelindustrielanden als opkomende economieën bij kinderen.Figuur 1: Trends in het voorkomen van overgewicht, 1970–2000. Overgewicht gedefinieerd door de InternationalObesity Taskforce (IOTF) criteria. Leeftijd kinderen (in jaren) Australië: 2–18, Brazilië: 6–18, Canada: 7–13, China: 6–18,Spanje: 6–14, VK: 7–11, Verenigde Staten van Amerika: 6–18 (Lobstein, Baur et al. 2004).In België tonen studies een trend aan waarbij meer en meer kinderen een ongezond eetpatroon vertonen.Hulens, Beunen et al. (2001) komen na een langdurige studie tussen 1969 en 1993 tot de vaststelling dat ereen duidelijke stijging is in de graad van kinderen die overgewicht hebben in België. Recentere cijfers zijnterug te vinden bij het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid (WIV) dat sedert 1997 vierjaarlijkseen grootschalige bevraging uitvoert over de gezondheid bij de Belgische bevolking. Deze cijfers duiden eropdat zowel overgewicht (18% gemiddeld in 2008) als obesitas (5% gemiddeld in 2008) geen uitzondering zijnbij kinderen van 2 tot en met 17 jaar (WIV 2010). Cijfers van ander onderzoek, waarbij kinderen ookdaadwerkelijk zijn gemeten en gewogen, wijzen erop dat 21% van de kinderen overgewicht hebben (Brug,van Stralen et al. 2012). Het stemt tot nadenken dat ongeveer 1 kind op 5 in België kampt met overgewicht Literatuurstudiegezien de bewezen negatieve invloeden van overgewicht op de gezondheid van kinderen en de grotere kansop overgewicht als volwassene (Must and Strauss 1999).
  12. 12. De toename van overgewicht en obesitas bij kinderen heeft de Europese Commissie genoopt om eengrootschalig onderzoek op te zetten over het eetgedrag van kinderen. De studie van ‘Identification andPrevention of Dietary –and lifestyle – induced health effect on children and infants’ (IDEFICS) is het eerstegrootschalige onderzoek dat over verschillende culturen heen op zoek gaat naar enerzijds de oorzaken vanovergewicht en obesitas bij kinderen en anderzijds de mogelijkheden om dit probleem te kenteren. Hetuitgangspunt is dat de stijging van overgewicht en obesitas veroorzaakt wordt door invloeden die genetisch,gedrags - en omgevingsgebonden zijn. De focus dient te liggen op de sociale en omgevingsgebonden factoren(De Henauw, Verbestel et al. 2011). Swinburn, Egger et al. (1999) zien de huidige samenleving als eenobesogenetische omgeving waarin mensen dagdagelijks te maken krijgen met een overvloed aan energierijkvoedsel en een gebrek aan lichaamsbeweging.Niet enkel de toename van overgewicht en obesitas is problematisch bij kinderen. Vele kinderen hebben ooknog een eetpatroon dat, volgens voedingsaanbevelingen zoals de alom gekende actieve voedingsdriehoek,verre van gezond is.Een cohortstudie van Amerikaanse jongens en meisjes (gemiddeld 9.5 jaar) toont aan dat het eetpatroon vandeze kinderen niet overeenkomt met de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek wat betreft deinname van fruit en groenten. Een hoge inname van zout en gesatureerd vet komt ook naar voor in ditonderzoek, net als een te lage dagelijkse inname van voedingsvezels en calcium. Vele voorgerechten ensnackgerechten die aangeboden worden op school zorgen voor een belangrijke bijdrage aan de te hogeinname van verzadigd vet. De zelfgerapporteerde fysieke activiteit ligt in de lijn met de aanbevelingen van deAmerican Academy of Pediatrics. Enkel het gemiddeld aantal stappen per dag is te laag (Vadiveloo, Zhu et al.2009).De studie van Yannakoulia, Ntalla et al. (2010) identificeert vijf verschillende levensstijl – engedragspatronen voor voeding na een onderzoek van het eetpatroon bij 1138 kinderen (gemiddelde leeftijd11.2 jaar). Het ‘avondmaal, gekookte maaltijden en groenten-patroon’ is het enige dat significant (negatief)geassocieerd is met alle indicatoren van obesitas.Uit de resultaten van de gezondheidsenquête 2008 blijkt dat ongeveer 70% van de kinderen tussen 0 en 14jaar dagelijks fruit eet, maar slechts 20% eet minstens 2 porties fruit per dag. Het gemiddelde percentagekinderen van deze leeftijdsgroep dat dagelijks groenten (uitgezonderd aardappelen en sap) eet is 95%. Slechts28% van de kinderen consumeert dagelijks de aanbevolen hoeveelheid van 200 gram fruit. Daarnaast is in degezondheidsenquête ook nagegaan hoe groot de consumptie van gesuikerde frisdranken is. Zo’n 30% van dekinderen tussen 0 en 14 jaar drinkt dagelijks gesuikerde frisdrank. Door de aanwezigheid van jonge kinderenzal de werkelijke consumptie bij de oudere kinderen zelfs nog hoger liggen. Bij de leeftijdsgroep van 15 toten met 24 jaar ligt de dagelijkse consumptie van gesuikerde frisdranken voor de jongens op een ruime 55%,terwijl bijna 40% van de meisjes dagelijks gesuikerde frisdranken drinkt (WIV 2010). Literatuurstudie
  13. 13. 2.2 Gekozen voedingsproduct: melkdranken2.2.1 InleidingHet afgelopen decennium zijn er vele onderzoeken gevoerd over het veranderende eetgedrag van dekinderen. Deze onderzoeken zijn in twee grote soorten studies in te delen. Enerzijds zijn er studies die hetvolledige eetgedrag van de kinderen bestuderen, anderzijds zijn er die enkel het eetgedrag van kinderen bijeen bepaalde product(groep) onderzoeken. Aangezien het eetgedrag van kinderen al het onderwerp was vanverschillende onderzoeken in Vlaanderen, is ervoor gekozen om in deze thesis te focussen op éénproductgroep (Verraes 2010).De huidige onderzoeken naar bepaalde productgroepen focussen ofwel op gezonde groenten en / of fruitofwel op ongezonde snacks en / of frisdranken.Uit een onderzoek door Janssen, Katzmarzyk et al. (2005) blijkt dat er geen correlatie is tussen overgewichten de inname van groenten en fruit bij schoolgaande kinderen. Het drinken van frisdranken houdt eveneensgeen verband met het overgewicht bij kinderen.Het project Eating Among Teens (EAT) onderzocht gedurende vijf jaar de eetpatronen van 2294adolescenten. Een deelaspect daarvan lag op de consumptie van dranken. De gewichtstoename vanadolescenten gedurende vijf jaar vertoont geen verband met de consumptie van suikergezoete dranken enfruitsap. Adolescenten die weinig of geen witte melk consumeren hebben wel te kampen met een significantegewichtstoename in vergelijking met adolescenten die regelmatig melk drinken (Vanselow, Pereira et al.2009).De opmars van frisdranken en fruitdranken heeft ook zijn effect op de consumptie van melk en melkdrankenbij kinderen. Laatstgenoemde dranken worden namelijk steeds minder gedronken. Kinderen kiezen vandaagde dag voor melk met een hoog vetpercentage die, volgens voedingsaanbevelingen, eigenlijk best maar tot deleeftijd van vier jaar geconsumeerd worden (Johnson, Frary et al. 2002; Nielsen and Popkin 2004; Kranz,Lin et al. 2007; Popkin 2010).Daarom zal in deze thesis de focus komen te liggen op melkdranken. Gewone melk is al het onderwerpgeweest van allerlei studies, terwijl melkdranken (drank op basis van melk) slechts het onderwerp waren vanenkele studies. Melkdranken zijn door hun verschillende smaken ook een aantrekkelijker product voorkinderen en hebben een positieve invloed op de totale inname van melk en bijgevolg ook belangrijkenutriënten als calcium, vitamine C,… (Johnson, Frary et al. 2002; Murphy, Douglass et al. 2008).2.2.2 Melk en gezondheidHet Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepromotie vzw (2012) (VIGeZ) gebruikt de actievevoedingsdriehoek (Figuur 2) als leidraad voor een dagelijkse evenwichtige voeding. Deze visuele voorstellingwordt reeds aan kinderen bijgebracht in de lagere school en maakt deel uit van hun lessenpakket.Melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten zijn tevens in deze voedingsdriehoek vertegenwoordigd.De aanbeveling voor kinderen met een leeftijd tussen 6 en 12 jaar luidt om 3 glazen per dag te nuttigen. Literatuurstudie
  14. 14. Figuur 2: Actieve voedingsdriehoekMelk is een bron van vele nutriënten en vitamines zoals calcium, magnesium, fosfor, zink, vitamine A,vitamine B, vitamine B12 en vitamine D. Omdat kinderen en adolescenten nog volop moeten groeien, is hetzeer belangrijk dat zij voldoende van deze nutriënten en vitamines via voeding verkrijgen. Personen die melken melkdranken consumeren voldoen doorgaans ook beter aan de voedingsaanbevelingen voor verschillendenutriënten. Kinderen die melk drinken, onafhankelijk of het nu melk is of melkdranken zijn, hebben eenhogere inname van calcium, fosfor, magnesium, kalium en vitamine A in vergelijking met kinderen die geenmelk drinken (Johnson, Frary et al. 2002; Murphy, Douglass et al. 2008).De klemtoon op het gezonde karakter van melk voor de mens ligt steevast op de aanwezigheid van calcium inmelk. Calcium is uitermate belangrijk voor de stevigheid van beenderen. Het is cruciaal dat al tijdens dekindertijd de inname van calcium voldoende hoog is. Onderzoek heeft uitgewezen dat meisjes met eenhogere calciuminname een grotere dichtheid van het heupbeen hebben (Nieves, Golden et al. 1995). Meisjeshebben bijgevolg meer kans op botbreuken als ze een melkvrij dieet volgen (Konstantynowicz, Nguyen et al.2007). Een gebrek aan calcium wordt ook aanzien als één van de oorzaken van osteoporose. Omdat in dekinderjaren (en vooral in de adolescentie) de beendermassa wordt gevormd, is het cruciaal dat tijdens dezeperiode er een voldoende hoge inname is van calcium. Tijdens deze periode wordt de basis gelegd voor depiekbotmassa en dus ook de densiteit van de botten. Als deze te laag is, is men vatbaarder voor breuken en Literatuurstudieosteoporose op latere leeftijd. Daarom wordt osteoporose ook wel eens de pediatrische ziekte metgeriatrische gevolgen genoemd (Nicklas 2003).
  15. 15. Zuivelproducten maken deel uit van het Dietary Approaches to Stop Hypertension of kortweg DASH dieettegen hypertensie of een hoge bloeddruk. Het DASH dieet is rijk aan fruit en groenten en bevat ongeveerdrie porties magere zuivelproducten per dag (Savica, Bellinghieri et al. 2010). Hypertensie komt inindustrielanden voor bij ongeveer 20% van de bevolking en wordt aanzien als een stille doder. Een hogebloeddruk zorgt ervoor dat een persoon meer kans heeft op hart - en vaatziekten (Belgische CardiologischeLiga 2011).Zuivelproducten spelen ook een rol in het voorkomen van nierstenen. Nierstenen bestaan nochtans voor eengroot deel uit calcium. Een eenvoudige en logische oplossing hiertegen zou het schrappen van calciumrijkeproducten in het dieet kunnen zijn. Maar een dieet dat rijk is aan calcium verhindert juist de vorming vannierstenen (MacDonald 2008).2.2.3 Nutritionele eigenschappen van melkdrankenIn Vlaanderen is er een breed gamma van melkdranken beschikbaar in de supermarkten. Het grootste aanbodvan het gamma is in drie verschillende soorten in te delen volgens de herkomst van de melk: een reeks vanmelkdranken op basis van gewone (koe)melk, op basis van sojamelk en op basis van rijstmelk.Tabel 1 en Tabel 2 geven een overzicht van de verschillende nutritionele kenmerken van zowel enkelemelkdranken als natuurlijke, witte melk. Daarnaast worden in Tabel 3 de nutritionele eigenschappenweergegeven van enkele mogelijke alternatieve dranken voor kinderen zoals water, frisdrank, fruitsap enyoghurtdrink per 100 ml. Enkel de informatie die terug te vinden is op de verpakking en de website isweergegeven.De meeste dranken bevatten 200 à 250 kJ per 100 ml, waarbij water eruit springt als een drank zonder enigeenergetische waarde en Cécémel als drank met meer dan 350 kJ per 100 ml. De melkdranken bevatten meerkoolhydraten in vergelijking met de natuurlijke melk, op het vlak van eiwitten en vetten zijn de productengrotendeels vergelijkbaar. De producten van Rice Dream hebben ten opzichte van de andere melk enmelkdranken wel een relatief laag eiwitgehalte.Het gehalte aan calcium is in zowel melk als melkdranken vergelijkbaar, al dient opgemerkt te worden dat ervan Cécémel geen gegevens beschikbaar zijn. Op het vlak van vitamines is het duidelijkst dat de productenvan Alpro Soya de meeste vitamines vermelden op de verpakking. Alpro wenst zich dan ook een gezondimago aan te meten, dus dit ligt in de lijn van de marketingstrategie. Het is wel opvallend dat er bij de melkvan Campina enkel vitamine B12 vermeld is, terwijl melk ook nog andere vitamines bevat. Literatuurstudie
  16. 16. Gewone melk Rice Dream Alpro Soya Choco Cécémel (Campina halfvolle Chocolate flavour melk)Energie (kJ/kcal) 201 / 48 248 / 59 263 / 63 354 / 84Eiwitten (g) 3.5 0.3 3.0 3.5Koolhydraten (g) 4.8 12.5 8.3 12.0Vetten (g) 1.6 0.9 1.8 2.5Vezels (g) 0.0 0.5 0.8 0.5Natrium (g) 0.05 0.04 0.06 0.04Calcium(mg) 120 120 120 Geen info beschikbaarVitamine Geen info Geen infoB2 (mg) beschikbaar 0.21 beschikbaarB8 (µg) 7.5B12 (µg) 0.38D2 (µg) 0.75Tabel 1: Nutritionele informatie melk, Rice Dream Chocolate flavour, Alpro Soya Choco en Cécémel (per 100 ml) Fristi Alpro Soya Alpro Soya Rice Dream Rode vruchten Nature Original + CalciumEnergie (kJ/kcal) 197 / 47 235 / 56 163 / 39 194 / 47Eiwitten (g) 2.0 2.6 3.0 0.1Koolhydraten (g) 8.0 7.3 2.5 9.4Vetten (g) 0.0 1.5 1.8 1.0Vezels (g) 0.0 0.4 0.5 0.1Natrium (g) 0.04 0.10 0.04 0.03Calcium(mg) 125 120 120 120Vitamine Geen info Geen infoB2 (mg) beschikbaar 0.21 0.21 beschikbaarB12 (µg) 0.38 0.38D2 (µg) 0.75 0.75Tabel 2: Nutritionele informatie Fristi, Alpro Soya Rode vruchten, Alpro Soya Nature en Rice DreamOriginal +Calcium (per 100 ml) Water Fruitsap Frisdrank Yoghurtdrink (Vittel) (Minute Maid (Fanta Orange) (Dan’up aardbei) Tropical)Energie (kJ/kcal) 0/0 183 / 43 202 / 48 290 / 68Eiwitten (g) 0.0 0.0 0.0 2.8Koolhydraten (g) 0.0 10.5 11.7 13.4Vetten (g) 0.0 0.0 0.0 0.4Vezels (g) 0.0 0.0 0.0 0.1Natrium (g) 0.0005 0.00 0.0025 0.04Calcium(mg) 20.38 0.0 0.0 99.0Vitamine C (mg) Geen info 10.0 Geen info Geen info Literatuurstudie beschikbaar beschikbaar beschikbaarTabel 3: Nutritionele informatie water, fruitsap, frisdrank en yoghurtdrink (per 100 ml)
  17. 17. 2.3 Invloedfactoren melkinname2.3.1 AlgemeenDe verschillende factoren die invloed hebben op het eetpatroon van kinderen kunnen voornamelijkopgedeeld worden in persoonlijke, socio-demografische, sociale en omgevingsdeterminanten. Er zijn al talvan studies die mogelijke invloedfactoren op het eetpatroon van kinderen hebben onderzocht.Een review van Taylor, Evers et al. (2005) bekijkt de literatuur tussen 1999 en 2005 over de verschillendedeterminanten die het gezond eetgedrag van kinderen beïnvloeden. Bij de gemeenschappelijke factoren overde onderzoeken heen wordt vastgesteld dat het belang van de familiale factoren en de beschikbaarheid van devoedingsproducten groot is. De rol van de media (voornamelijk televisie) wordt extra in de verf gezet doorte stellen dat dit de familiale invloeden kan overschaduwen bij kinderen en jongeren. Persoonsgebondeninvloeden die uit deze review naar voor komen zijn de kennis, attitude en individuele voorkeur voorvoedingsproducten. Deze voorkeur is zowel bij kinderen als jongeren een voorname factor.Volgens het onderzoek van Neumark-Sztainer, Story et al. (1999) zijn de smaak, tijd en het gebruiksgemakde belangrijkste determinanten voor de voedingskeuze bij adolescenten, volgens 141 jongvolwassenen tijdensverschillende focusgesprekken. De beschikbaarheid, invloed van de ouders, de gepercipieerde voordelen(bijvoorbeeld. energie, vetgehalte…) en de situatie (zoals plaats, met wie,…) zijn van secundair belang bijde verklaring van het eetpatroon. Tenslotte spelen ook de gemoedstoestand, zelfbeeld van het lichaam,gewoontes, kosten, media en vegetarische levensstijl een rol in de keuze van voedingsmiddelen..Bij twaalf focusgesprekken met groepen van enkel jongens of meisjes zijn verschillende barrières verkend omgezond te eten. De eerste barrière is persoonlijk van aard en hier komen smaak, emoties en zelfperceptienaar boven als belangrijke factoren. Een andere barrière van sociale aard is tegenstrijdig: enerzijds is er dedrang naar het eten van energierijk eten maar anderzijds is er grote vrees om overgewicht of obesitas tehebben (Stevenson, Doherty et al. 2007).Hoewel kinderen vanaf jonge leeftijd reeds een goed begrip hebben van welke producten gezond zijn en wateen gezond eetpatroon is, speelt het gezondheidseffect geen voorname rol in hun voedingskeuze. Het isvooral de voedselvoorkeur die bij kinderen een rol speelt. In andere kwalitatieve studies komt hetzelfde naarvoor, met name dat smaak, geur, textuur, voorkomen,… van belang zijn bij de voedingskeuze van kinderen.De invloed van de ouders neemt af naarmate de kinderen ouder worden en sommige kinderen (vooral tijdensde adolescentie) zien ongezonde voeding als een vorm van rebellie tegen ouders (Fitzgerald, Heary et al.2010).Er zijn allerhande factoren geïdentificeerd die een invloed hebben op de inname van melk bij kinderen.Allereerst is er de beschikbaarheid van alternatieve dranken zoals frisdranken, water, fruitsap,… Daarnaastspelen ook het aantal maaltijden buitenshuis, bezorgdheid over het lichaamsgewicht, nutritionelebezorgdheden over producten met verminderd vet en lactose-intolerantie een rol. De consumptie van eenontbijt, gebrek aan nutritionele kennis, de ouders en de smaak zijn ook van belang bij de voedingskeuze voormelk (Nicklas 2003). Literatuurstudie
  18. 18. De consumptie van calciumrijke voeding zoals melk bij Aziatische adolescenten blijkt voornamelijk beïnvloedte worden door de aansporing van de ouders, media, smaak en het eten dat naast deze calciumrijke voedingwordt geserveerd. Bij jonge kinderen ligt de focus op smaak terwijl bij de oudere kinderen de kostprijs,plaats van consumptie, perceptie van de invloed op de gezondheid en het gebruiksgemak belangrijk zijn(Novotny, Han et al. 1999).Berg, Jonsson et al. (2000) heeft de Theory of Planned Behaviour (TBP) toegepast op onder meer deontbijtkeuze van melk met een verschillend vetpercentage bij kinderen tussen 11 en 15 jaar. De Theory ofPlanned Behaviour is een model dat toegepast wordt om het keuzegedrag van de consumenten te verklaren.Daarnaast kan dit model gebruikt worden om het gedrag van consumenten te gaan voorspellen. Het TPBmodel wordt daarom vaak aangewend in onderzoekstudies omtrent zowel voeding als gezondheid.De perceptie die de kinderen hebben over de melkconsumptie van hun ouders is belangrijk voor deconsumptie van kinderen. De sensorische karakteristieken en de gezondheidsaspecten bepalen deingesteldheid van de kinderen over melk. Het geslacht en de leeftijd hebben een invloed op zowel de kennisover als de keuze van melk. Meisjes en oudere kinderen beseffen meer dat melk met een lager vetpercentagegezonder is. Zij kiezen ook vaker voor deze melk.Larson, Story et al. (2006) maakt gebruik van de Social Cognitive Theory (SCT) om de inname van calcium,zuivel en melk te verklaren bij 4079 kinderen tussen 11 en 18 jaar. De invloed vanpersoonlijke/demografische factoren, gedragsfactoren en socio-economische factoren op het eetpatroon voorcalcium, zuivel en melk is onderzocht. Een eerste constatering is het feit dat jongens een significant hogerecalcium, zuivel – en melkinname hebben dan meisjes.De toepassing van de Social Cognitive Theory gebeurde met een multiple regression model. Decalciuminname is sterk gecorreleerd met zowel de inname van zuivel als melk. De mannelijke jongerenhebben een calciuminname die positief gecorreleerd is met de beschikbaarheid van melk bij de maaltijden,smaakvoorkeur voor melk, ontbijt, socio-economisch statuut en familiale omstandigheden. Negatievecorrelatie is er bij de jongens met de consumptie van frisdranken en fastfood. Bij meisjes is debeschikbaarheid van melk, smaakvoorkeur voor melk, ontbijten, hogere socio-economische status, karakterom gezonde keuzes te maken en de persoonlijke gezondheid - en voedingsattitudes significant positiefgecorreleerd met de calciuminname. De consumptie van fastfood is bij meisjes significant negatiefgecorreleerd met de calciuminname.In deze thesis is ervoor gekozen om het onderzoek te beperken tot de invloed van sensorische aspecten, dehet merk en de emoties bij de keuze van melkdranken. Daarnaast wordt de eventuele wisselwerking tussendeze drie factoren bestudeerd.2.3.2 Sensorische eigenschappenDe smaak en dus ook de sensorische eigenschappen zijn uitermate belangrijk bij de keuze vanvoedingsproducten door kinderen (Birch 1999). De smaakvoorkeuren van kinderen evolueren naarmatekinderen ouder worden. Verscheidene studies hebben reeds uitgewezen dat kinderen een voorkeur hebbenvoor de zoete en zoute smaak. Over een zure en bittere smaak wijzen de meeste onderzoeken op eennegatieve invloed voor de voorkeur, maar hierover is geen consensus (Cornwell and McAlister 2011). Literatuurstudie
  19. 19. Een recente studie van Lanfer, Knof et al. (2011) wijst op de correlatie tussen een voorkeur voor zoete envette smaak en het lichaamsgewicht bij kinderen. Het is van belang aan te geven dat deze correlatieonafhankelijk is van leeftijd, geslacht, onderwijsniveau ouders en de BMI van de ouders. Uit een anderonderzoek blijkt dat kinderen met overgewicht minder snoepgoed eten in vergelijking met kinderen zonderovergewicht. De onderzoekers hebben voor deze opmerkelijke vaststelling wel verschillende redenengeformuleerd. Zo kan het zijn dat kinderen met overgewicht letten op hun voeding en daarom mindersnoepen. Daarnaast is al bewezen dat mensen met overgewicht bewust ongezonde voeding minderrapporteren (Janssen, Katzmarzyk et al. 2005).De invloed van sensorische karakteristieken bij fruit en groenten voor kinderen was al het onderwerp vanverscheidene onderzoeken. De rol van de sensorische attributen bij appelen is bestudeerd bij Deensekinderen tussen 9 en 13 jaar oud. De appelsmaak, geparfumeerde smaak en de zoetheid zorgen voor eenpositieve beoordeling van de smaak (Kuhn and Thybo 2001). De voorkeur en perceptie van groenten is inNoord-Schotland onderzocht bij kinderen van 8 tot en met 10 jaar. Zowel de context van de consumptie alsde sensorische eigenschappen (voornamelijk de textuur en het uitzicht) beïnvloeden de perceptie en devoorkeur voor bepaalde groenten (Baxter, Schroder et al. 2000).Smaakvoorkeuren en het lekker vinden van fruit en groenten is dus van groot belang voor de dagelijkseinname van deze categorie levensmiddelen bij kinderen. Naast deze voorkeuren spelen ook de socio-culturele omstandigheden en fysische omgevingsomstandigheden een rol. Deze bepalen immers voor eendeel de aanvaardbaarheid en de toegankelijkheid van fruit en groenten. Kennis van gezonde voeding en deinvloed van ouders zorgen ook voor een grotere inname van fruit en groenten. De hogere inname van fruiten groenten door meisjes wordt verklaard doordat meisjes een grotere smaakvoorkeur hebben voor dezeproducten in vergelijking met jongens (Brug, Tak et al. 2008).Palacios, Badran et al. (2010) hebben lactose-intolerante kinderen van 8 tot 16 jaar verschillendemelkproducten laten evalueren. Zowel varianten met natuurlijke melksmaak of chocoladesmaak van lactose-vrije koemelk en sojamelk werden beoordeeld. De kinderen waren niet op de hoogte van de melksoort perstaal en oordelen over sensorische attributen en hun intensiteit tijdens deze test. Daarnaast wordt er over elkproduct een algemeen oordeel geveld door de kinderen met een puntenscore tussen 0 en 100. De kinderenverkiezen de chocoladesmaak boven de natuurlijke melksmaak en hebben voor de melksoort een voorkeurvoor de lactosevrije koemelk. Daarnaast vertonen de oudere kinderen een meer uitgesproken mening overde producten. Zij maken immers gebruik van een groter bereik van de puntenschaal en dan vooral bij hettoekennen van de lagere punten.Om kinderen aan te moedigen om meer gezonde producten te eten, probeert men de perceptie vanvoedingsproducten te veranderen door verschillende maskerende technieken. Er is onderzocht hoe eenvariatie in het fruitgehalte en vetgehalte een invloed heeft op de perceptie van de zure smaak en de voorkeurvoor melkproducten bij kinderen. Hoe hoger het fruitgehalte, hoe groter de appreciatie van de smaak voorhet product bij kinderen. Het verhogen van de fruitsmaak is dus blijkbaar een optie om de inname vangezondere producten te verhogen of bestaande producten gezonder te maken (bijvoorbeeld om hetvetgehalte in de melkdranken verlagen) (Kildegaard, Lokke et al. 2011). Daarnaast is de invloed van debereidingswijze en kleur van groenten onderzocht bij kinderen. Een te sterke geurintensiteit en een bruinekleur leiden tot een lagere aanvaardbaarheid bij kinderen. Er is geen verschil in aanvaardbaarheid door Literatuurstudie(kleine) verschillen in textuur en smaak ten gevolge van de verschillende kooktijdstippen. De kleur is eenuitermate interessant attribuut want een atypische kleur zorgt ervoor dat kinderen meer bereid zijn om degroenten te proeven (Poelman and Delahunty 2011). De invloed van de bereidingswijze van wortels en
  20. 20. bonen is tevens bestudeerd voor verschillende sensorische attributen bij kinderen. Hier luidt de conclusie dateen uniform oppervlak en de typische, gekende smaak van positief belang was. Een bruine kleur en eengranulaire textuur hebben daarentegen een negatieve invloed op de aanvaardbaarheid (Zeinstra, Koelen et al.2010).Lavin and Lawless (1998) verkennen de invloed van kleur en geur op de gepercipieerde zoetheid bij kinderen.Hieruit blijkt dat andere attributen ervoor kunnen zorgen dat een sensorisch attribuut anders ervaren wordt.Het toevoegen van een vanillegeur aan melk leidt ertoe dat kinderen de melk als veel zoeter ervaren. Deinvloed van kleuren op de gepercipieerde zoetheid was minder duidelijk.2.3.3 Invloed van advertentie en merken op het eetpatroon van kinderen2.3.3.1 Invloed van advertenties op het eetpatroon van kinderenWe kunnen, uitgaande van literatuur, stellen dat voedingsadvertentie ertoe leidt dat kinderen meer eten endit zowel van het geadverteerde product als van de desbetreffende productcategorie.Reeds in 2002 formuleerde de WHO samen met de FAO in een rapport over het eetpatroon, voeding en depreventie van chronische ziekten dat advertenties en marketing waarschijnlijk één van de voorname redenenzijn die leiden tot de wereldwijde toename van obesitas bij kinderen (WHO and FAO 2002). Een rapport inopdracht van de Food Standards Agency stelt dat er een significante invloed is van advertenties op heteetpatroon van kinderen. Deze zorgen er niet enkel ervoor dat een bepaald merk gekend wordt, maarhebben ook een effect voor de desbetreffende productcategorie waartoe het product behoord. Dit was hetgeval voor bijvoorbeeld fastfood, frisdrank,… (Hastings, Stead et al. 2003).Advertenties leiden ertoe dat kinderen meer snacks eten. Kinderen eten gemiddeld 45% meer als zeblootgesteld zijn aan reclame op televisie. Dit is onafhankelijk van het merk en toont aan dat reclame nietenkel een bepaald merk promoot, maar ook leidt tot een stijging van het eten van snacks tijdens hettelevisiekijken bij kinderen (Harris, Bargh et al. 2009). Daarnaast blijkt dat zowel jongere kinderen (onder 9jaar) als iets oudere kinderen van 9 tot en met 11 jaar meer eten na het zien van voedingsreclame op TV. Ditgeldt zowel voor kinderen met overgewicht als kinderen zonder overgewicht (Halford, Gillespie et al. 2004;Halford, Boyland et al. 2007).Per blootstelling aan honderd advertenties met frisdranken, stijgt de inname van frisdrank bij kinderen metongeveer 10%. Fastfood kent een significante 1.1% stijging van de consumptie per 100 advertenties(Andreyeva, Kelly et al. 2011).Naast het feit dat voedselpromotie een invloed heeft op het eetpatroon bij kinderen, is het ook van belangom te weten met welke advertenties kinderen in contact komen en voor welk(e) product(categorie) zijreclame maken. Een recent, internationaal onderzoek besluit dat kinderen dagdagelijks in aanraking komenmet een overvloed van advertenties voor ongezonde producten op televisie (Kelly, Halford et al. 2010). Inde Verenigde Staten van Amerika, waar er de laatste decennia een sterke toename is van overgewicht bijkinderen, is er gemiddeld 4 minuten en 25 seconden reclame voor voedingsproducten per uurkindertelevisie. Het grootste deel van deze reclame is voor energierijke en nutriëntarme levensmiddelenzoals fastfood (Stitt and Kunkel 2008). Literatuurstudie
  21. 21. De laatste jaren is de advertentiemarkt voor kinderen wel grondig veranderd. Zo is er in vele landen, dooreen toenemende beschikbaarheid van internet, een wijziging opgetreden naar online promotie en wordt erook meer en meer gebruik gemaakt van product placement. Bij product placement wordt een bepaaldproduct getoond of vernoemd in een televisieprogramma tegen betaling. Zo kan het zijn dat een personage ineen serie steevast een bepaald merk van frisdrank drinkt of een bepaalde groep vrienden elk weekend naareen fastfoodrestaurant gaat. De stijging van product placement is het gevolg van een toegenomenwereldwijde reglementering betreffende de advertenties op kinderzenders en na uitzending vankinderprogramma’s. Kinderen komen vandaag de dag dus op vele verschillende manieren in contact metpromotie voor voedingsproducten (Story and French 2004; Sandberg 2011). Eén van de nieuwe vormen zijnadvertenties in tijdschriften voor kinderen. Deze zorgen ervoor dat kinderen tussen 5 en 12 jaar eenvoorkeur hebben voor geadverteerde producten (Jones and Kervin 2011).2.3.3.2 Advertenties over melkDe Europese Unie (E.U.) steunt in al haar lidstaten reeds jarenlang melkcampagnes om de consumptie vanmelk te verhogen. Om de consumptie van melk op scholen te bevorderen, voorziet de E.U. sedert 1977 ooksubsidies in de lidstaten om melk op school goedkoop aan te bieden. De E.U. haalt vier redenen aan voor ditprogramma: de hoge nutritionele waarde van het product, de positieve effecten voor de volksgezondheid ende veranderende leef – en eetpatronen hebben allen te maken met de gezondheid van de kinderen. Daarnaastspelen ook de economische belangen een rol: het in stand houden van de afzetmarkt van melk enmelkproducten is ook een reden (Vlaamse Overheid - Landbouw en Visserij 2007; E.U. 2008).In Tabel 4 zijn er cijfers terug te vinden over de subsidies voor schoolmelk, voor de steun hervormd werd in2008. De cijfers laten een dalende trend zien van de aanvragen voor gesubsidieerde schoolmelk over de jarenheen. Deze trend wordt ook na de hervorming van het subsidiesysteem (met een uitbreiding van deverschillende categorieën) waargenomen bij de cijfers in Tabel 5. De categorie 1a bestaat uit subsidies voorwarmte-behandelde melk (zowel magere, halfvolle als volle melk). Warmte-behandelde melk waaraanchocolade of vruchtensap is toegevoegd of die gearomatiseerd is waarbij minstens 90 gewichtsprocent melkuit categorie 1a is gebruikt en die maximaal 7% toegevoegde suikers / honing bevat valt onder categorie 1b.Categorie 1c bevat de gefermenteerde zuivelproducten (mager, halfvol en vol) waaraan al dan nietvruchtensap is toegevoegd of gearomatiseerd waarbij terug de beperking geldt dat het gewichtsprocentminimaal 90% van 1a moet zijn en het product niet meer dan 7% toegevoegde suikers / honing magbevatten. Gefermenteerde zuivelproducten (mager, halfvol en vol) waaraan vruchten zijn toegevoegd, die aldan niet gearomatiseerd zijn, tenminste 80 gewichtsprocenten van categorie 1a bevatten en maximaal 7%toegevoegde suikers/honing maken vormen de categorie 2. Er dient opgemerkt te worden dat deNederlandstalige scholen uit Brussel niet opgenomen zijn in de statistieken (Squire 2012). 1994- 1996- 1998- 1999-2000 2000-2001 2001-2002 2002- 1995 1997 1999 2003Gesubsidieerde hoeveelheid 9,81 8,18 6,96 6,88 6,00 5,52 4,39(miljoen liter)Steunbedrag (miljoen euro) 2,48 1,99 1,68 1,63 1,29 1,00 0,80Scholen die schoolmelksubsidies 2291 2207 2228 1953 1944aanvragen en ontvangen LiteratuurstudieActieve leveranciers 106 95 91 75 74Tabel 4: Subsidies voor schoolmelk voor schooljaar 1994-1995, 1996-1997, 1998-1999, 1999-2000,2000-2001, 2001-2002,2002-2003 in Vlaanderen
  22. 22. 2008-2009 2009-2010 Categorie 1a 1,65 1,54 Categorie 1b 1,63 1,57 Categorie 1c 0,03 0,02 Categorie 2 0,22 0,27 Totaal 3,54 3,39Tabel 5: Melksubsidies per categorie voor schooljaar 2008-2009 en 2009-2010 in Vlaanderen (in miljoen liter)In Vlaanderen staat het Vlaams Centrum voor Agro –en Visserijmarketing (VLAM) in voor een jaarlijksemelkcampagne. In 2008 werd de campagne in een nieuw kleedje gestoken en kreeg ze de naam ‘Melk, en jekan tegen een stootje’. Deze campagne kende met een appreciatiescore van 8,7 op 10 een zeer goedewaardering en er werd beslist om deze campagne te behouden maar jaarlijks wel een nieuwe inhoud eraan tegeven. De editie uit 2009 was een uitermate geslaagde campagne die gericht was op de jeugd. Aan het beginvan de reclamespot zijn oudere mensen aan het dansen op de muziek uit hun jeugd. Dit wordt vergezeld metde tekst ‘Iedereen danst het liefst op muziek uit z’n jeugd’. Daarna komen er beelden van de huidige jeugdmet actieve dansstijlen. Er verschijnt nu: ‘U weet dus wat u later te wachten staat’ waarna er ‘Drink nu melkvoor later’ verschijnt. Deze reclamespot werd bekroond met een Bronzen Leeuw in de categorie TV op hetbefaamde reclamefestival van Cannes waar elk jaar prijzen voor de beste reclamespots ter wereld wordenuitgereikt. De melkcampagnes van 2007-2010 leidden tot een stijging van de consumptie met 4,8% perpersoon terwijl Wallonië zonder melkcampagnes een daling van 8% liet optekenen tijdens dezelfde periode.De melkcampagne veroverde de gouden Effie award in de categorie bewustwordingscampagne (VLAM 2009;Landbouwleven 2011; VLAM 2011).2.3.3.3 Specifieke onderzoeken naar invloed van merken op eetpatroon van kinderenRobinson, Borzekowski et al. (2007) heeft onderzoek verricht naar de invloed van het merk Mc Donalds bijkinderen van 3 tot 5 jaar. Er werd gekozen voor Mc Donalds omdat dit het grootste adverterendefastfoodbedrijf van de Verenigde Staten van Amerika ten tijde van de studie was. De kinderen kregenverschillende producten van Mc Donalds waar, onder andere via de verpakking, aangegeven werd dat dezevan Mc Donalds waren. De kinderen mochten deze qua smaak vergelijken met identieke producten van McDonalds zonder een duidelijke vermelding van welk merk de producten afkomstig waren. Weinig verrassendluidt de conclusie dat kinderen de producten prefereren waarbij het merk Mc Donalds bij stond. Opvallendis ook dat er voor wortels, die toen niet verkocht of geadverteerd werden door Mc Donalds, ook eenvoorkeur was als deze zogezegd van Mc Donalds afkomstig waren.De logo’s van fastfoodrestaurants zoals Mc Donalds en Burger King zijn in de V.S. goed gekend bij kinderen,met percentages van respectievelijk 89 en 86%. In twee scholen liep er tijdens het onderzoek ook eengezondheidsprogramma om kinderen aan te sporen tot een gezonder eetpatroon. Het logo van Yoplait wordtherkend door 55 à 70% van de kinderen. Kinderen met overgewicht herkennen eerder de logo’s vanongezonde producten / fastfoodrestaurants. Een mogelijke verklaring is dat zij via onder andere advertentiesop televisie meer in aanraking komen met deze logo’s (Arredondo, Castaneda et al. 2009).Een onderzoek bij kinderen tussen 4 en 12 jaar komt tot de conclusie dat kinderen die meer blootgesteld zijnaan voedingsadvertenties, ook meer de merkproducten van deze advertenties eten. Deze kinderen hebbentevens een sterkere voorkeur voor energierijke en nutriëntarme voedingsproducten. Enkel bij kinderen uit Literatuurstudielage inkomens is er sprake van een significante verhoging van de algemene voedselinname als de kinderenmeer advertenties zien op TV (Buijzen, Schuurman et al. 2008).
  23. 23. Door advertenties op televisie wordt er bij kinderen een positieve houding en attitude gecreëerd tegenoverde geadverteerde producten. Hoe meer kinderen naar televisie en de bijhorende advertenties op televisiekijken, hoe positiever ze staan tegenover het zogenaamde junkfood (voedingsmiddelen bestaande uit grotehoeveelheden vet, suikers,…) (Dixon, Scully et al. 2007).Forman, Halford et al. (2009) hebben onderzocht hoe de relatie is tussen de merken en het lichaamsgewichtbij kinderen. Kinderen met overgewicht consumeren gemiddeld 40 kcal extra in maaltijden van merken (bv.Mc Donalds, Pizza Hut) tegenover maaltijden zonder merken. De consumptie ligt gemiddeld 25 kcal lager inmaaltijden van merken bij kinderen zonder overgewicht. Daarnaast is er een verband tussen de leeftijd van dekinderen en het kennen van de merken.Kinderen die veel televisie kijken hebben, na het kijken van voedingsreclame op TV, een hoger aantalvoedingsproducten geselecteerd in vergelijking met kinderen die weinig TV kijken. De voorkeur voormerkproducten is ook groter bij kinderen die veel televisie kijken (Boyland, Harrold et al. 2011).Het onderzoek van Kopelman, Roberts et al. (2007) vindt geen verband tussen het herkennen van merken enhet eetpatroon bij kinderen. De kinderen zijn wel in staat om een groot aantal, logo’s van hoofdzakelijkongezonde merken te herkennen. Kinderen weten goed welke producten ongezond zijn, maar dit weerhieldhen er niet van om toch een voorkeur te hebben voor deze producten.2.3.4 Emoties bij voedingsproductenEmoties spelen ook een rol bij het eetpatroon van mensen. De voedingsindustrie tracht via advertentieservoor te zorgen dat bepaalde emoties opgewekt worden bij het zien van een merk en hun desbetreffendeproducten. Consumenten kopen immers producten om hun behoeften te bevredigen, en een deel van dezebehoeften zijn emotioneel van aard. De sensorische eigenschappen kunnen ook emoties opwekken. Zo kanmen verrast worden door een onverwachte smaakcombinatie op het bord of herinnert een stukje opgevuldekalkoen aan de feestdagen als kind waardoor men vreugde en nostalgie ervaart (Desmet and Schifferstein2008; King and Meiselman 2010).Het onderzoek naar het verband tussen emoties en het eetpatroon is relatief recent maar wint momenteel aanbelang en kan ingedeeld worden in twee groepen. Enerzijds zijn er de studies die de invloed van emoties ophet eetgedrag nagaan en anderzijds zijn er onderzoeken die de invloed van het eetgedrag op emotiesbehandelen. De eerste soort studies gaan na in hoeverre emoties als bijvoorbeeld vreugde, pijn, verdriet eeninvloed hebben op de voorkeur van mensen op hun voeding en eetpatroon. De tweede soort zijn voor dezemasterproef relevanter aangezien de focus ligt op de invloed en effecten van bepaalde smaken envoedingsproducten op hoe mensen zich voelen (Desmet and Schifferstein 2008).De emoties die gepaard gaan met het eten van voedingsproducten zijn niet enkel het gevolg van het productzelf, maar ook van interne en externe factoren zoals een hongergevoel, dorst, sociale interactie,omgeving,… Desmet and Schifferstein (2008) onderzochten welke emoties gezonde mensen dagdagelijkservaren bij het eten en proeven van voedingsmiddelen. Gezien verscheidene factoren de emoties beïnvloeden,hebben zij getracht om deze factoren te bepalen. Er worden door hen vijf categorieën gecreëerd die een bronzijn van emoties bij voeding. Literatuurstudie
  24. 24. Categorie Voorbeeld1. Sensorische attributen Ik was aangenaam verrast door de smaak van exotisch fruit. Ik walgde van de textuur van de geserveerde slakken.2. Ervaren gevolgen Ik was opgelucht na het drinken van een groot glas water. Ik was ontgoocheld omdat ik nog honger had na het eten van de maaltijd.3. Geanticipeerde gevolgen Ik ben bang om dik te worden na het eten van ongezonde voeding. Ik verlang naar chocolade want het doet mij goed voelen.4. Persoonlijke of culturele Ik hou van aardbeien want ze doen mij denken aan mijn vriendin. meningen Ik verlang naar de paasvakantie wanneer ik paaseieren zie.5. Acties of verbonden Ik was boos op de kok omdat hij een maaltijd kookte die ik niet graag at. beslissingen Ik veracht mensen die vlees eten.Tabel 6: Vijf categorieën van bronnen voor voedselemoties (Desmet and Schifferstein 2008).Er bestaat geen standaard voor het bepalen van welke emoties er geassocieerd zijn met een bepaald productof merk. Daarom hebben King and Meiselman (2010) een poging gedaan om een set van emoties op testellen die gebruikt kunnen worden om emoties bij bepaalde producten te bepalen. In totaal werden er 80termen voor emoties geëvalueerd waarvan er uiteindelijk 39 geselecteerd zijn op basis van onder anderefrequentie van gebruik. Deze lijst kan gebruikt worden om een specifiek emotioneel profiel op te stellen bijeen product. Op basis van deze geselecteerde termen is het mogelijk om op het vlak van emoties zowelverschillen tussen als binnen bepaalde productcategorieën te bepalen.De gebruikte emoties in de onderzoeken kunnen grofweg in drie categorieën ingedeeld worden: positief,negatief of neutraal. Het is wel zo dat consumenten vaker positieve dan negatieve emoties selecteren bijvoedingsproducten. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat producten die op de markt zijn de bedoelinghebben om consumenten aan te spreken. Bij producten die mensen zelf kopen is het ook logisch dat dezepositieve emoties opwekken. Mensen zullen immers vooral producten eten of proberen te eten waarvan zeverwachten dat ze deze lekker zullen vinden waardoor ze positieve ervaringen en emoties aan die productenkoppelen (Desmet and Schifferstein 2008).Daarnaast is het van groot belang om een voldoende aantal emoties te testen. Het is immers zo dat de meesteproducten een volledig scala van emoties oproepen bij mensen. Daarom is het aangewezen om er niet alleenvoor te zorgen dat er een evenwicht is in het aantal positieve en negatieve emoties, maar ook dat ervoldoende keuze is tussen verschillende emoties (Desmet and Schifferstein 2008; Schifferstein and Desmet2010).Er is bestudeerd in hoeverre de sensorische eigenschappen een invloed hebben op de emoties bijverschillende soorten zwarte chocolade. De consumenten hebben geen weet van welk merk de chocolade is.Door te werken met eenzelfde productcategorie en soort chocolade tracht men de invloed te beperken totenkel de sensorische attributen van de zwarte chocolade. Zo slaagt men erin om conceptuele profielen temaken van de link tussen de verschillende emoties en de chocolade (Thomson, Crocker et al. 2010). Literatuurstudie
  25. 25. 2.4 Hypothesen en framework2.4.1 HypothesenDe eerste hypothese onderzoekt of er een overeenkomst is tussen wat kinderen zeggen dat belangrijk is voorhun dagdagelijkse voedingskeuze en de uiteindelijke consumptie van melk en melkdranken. Om na te gaanwat kinderen belangrijk vinden, wordt er gebruik gemaakt van een aangepaste versie van de Food ChoiceQuestionnaire (Steptoe, Pollard et al. 1995). Uit deze Food Choice Questionnaire zullen enkele factorenbepaald worden die van belang zijn voor de dagdagelijkse voedingsinname van kinderen. In het tweedeonderzoeksdeel wordt dan onderzocht in hoeverre de voornaamste factoren ook van toepassing zijn op deconsumptie van melk en melkdranken.In de tweede hypothese wordt gekeken of er een verband is tussen het aantal merken van melkdranken datkinderen kennen en de consumptie van melkdranken. Er wordt in verschillende onderzoeken al uitgegaan datadvertenties een belangrijke rol spelen in het consumptiepatroon van kinderen (Sandberg 2011). Enkeleandere onderzoeken beweren het tegendeel (Kopelman, Roberts et al. 2007). Een studie van Forman,Halford et al. (2009) besluit dat kinderen met overgewicht meer fastfood merkproducten eten dan gewonekinderen. De consumptie van de fastfood merkproducten was bij kinderen zonder overgewicht daarentegenlager, waarbij men de verklaring zocht in het feit dat sommige kinderen minder deze merken kenden. Indeze thesis wordt de hypothese onderzocht of kinderen die meer merken kennen ook een hogere consumptiehebben van melkdranken. Daarvoor is gebruik gemaakt van 6 merken van melkdranken (Alpro Soya,Cécémel, Fristi, Inex, Milsa en Rice Dream), op basis van verschillenden melksoorten die in desupermarkten in Vlaanderen verkrijgbaar zijn.De derde hypothese luidt dat de verschillende merken een verschillend emotioneel profiel hebben. Merkentrachten positieve emoties op te wekken door advertenties op televisie, internet, tijdschriften,… Er is echternog geen onderzoek geweest of er eventueel een link is tussen emoties en merken bij kinderen. Voor dezehypothese wordt er uitgegaan dat merken zich willen differentiëren tegenover concurrentiële merken vanmelkdranken en daardoor over een ander emotioneel profiel beschikken (King and Meiselman 2010;Thomson, Crocker et al. 2010). In totaal kregen de kinderen een lijst van 20 emoties voorgeschoteld permerk, met een evenwicht tussen positieve (9) en negatieve (9) emoties. De kinderen hebben via een check-all-that-apply aangegeven welke emoties ze associëren met elk merk.Voor de vierde hypothese wordt er onderzocht of de gekozen producten allen een verschillend sensorischprofiel hebben. Er wordt een selectie gemaakt uit verschillende melkdranken om te kijken in hoeverre dekinderen de producten verschillend beoordelen op het vlak van uitzicht, geur, textuur en smaak zonder datde kinderen op de hoogte zijn van het merk. De producten zullen op basis van een verschillende melksoort(gewone melk, rijstmelk en sojamelk) zijn, dus is het de vraag of de kinderen de sensorische karakteristiekenverschillend beoordelen.In de laatste hypothese wordt onderzocht in hoeverre het merk een invloed heeft op het waardeoordeel vande kinderen op enkele melkdranken. Verscheidene studies hebben aangetoond dat de opgave van een merkbij kinderen reeds leidt tot een andere beoordeling van een product (Sosa and Hough 2006; Robinson,Borzekowski et al. 2007). Daarnaast heeft een onderzoek aangetoond dat bij volwassenen de vermelding vaneen sojalabel leidt tot een slechtere beoordeling van het product (Wansink and Park 2002). Enkele Literatuurstudiegeselecteerde melkdranken zullen zowel blind getest worden als een verwachte waardering krijgen op basisvan de verpakking. Daarnaast is er nog het geïnformeerd testen waarbij de beoordeling gebeurd met opgavevan een merk, dat eventueel een verkeerd merk kan zijn zoals bij Wansink and Park (2002) het geval was.
  26. 26. 2.4.2 Framework VOEDINGSPROBLEEM BIJ KINDEREN: vaker ongezond voedingspatroonHypothese 2: Hoe hoger het aantal merken van Hypothese 4: De verschillende productenmelkdranken dat kinderen kennen, hoe hoger de hebben een verschillend sensorisch profielconsumptie van melkdranken Hypothese 5: Een gekend merk zorgt voor een betere Invloed MERK algemene mening bij de sensorische testen Invloed SENSORISCHE karakteristieken (door onder andere advertentie) Maar de focus ligt in het onderzoek normaal op ofwel ongezonde voedingswaren (fastfood, frisdranken,…) of het gezonder fruit en/of groenten. Kinderen hebben ook graag variatie. Daarom keuze voor melkdrankenHypothese 3: De verschillende merken Hypothese 1: Er is een gelijkenis tussenhebben allen een verschillend emotioneel wat kinderen belangrijk vinden voor deprofiel voedingskeuze en de consumptie van melk en melkdranken bij kinderen Invloed EMOTIES Literatuurstudie
  27. 27. 3 Onderzoek3.1 DoelDeze masterproef spitst zich toe op de consumptie van melk en melkdranken bij kinderen en stelt zich tot doelom deze consumptie in kaart te brengen en tevens te onderzoeken of de totale consumptie voldoet aan deBelgische voedingsaanbevelingen voor melk – en calciumverrijkte sojadranken.Met behulp van de een aangepaste versie van de Food Choice Questionnaire wordt onderzocht welke factorenhet voedingspatroon van kinderen beïnvloeden en of deze factoren ook een invloed hebben op de consumptievan melk en melkdranken. Daarnaast wordt de invloed van drie gekozen factoren op de consumptie vanmelkdranken onderzocht: emoties, merk en de sensorische attributen. Het doel is om na te gaan in hoeverredeze drie factoren aan elkaar en aan de consumptie van melkdranken gelinkt kunnen worden. Om hetoverzicht in deze masterproef te bewaren is ervoor gekozen om te werken met enkele hypothesen omtrent deinvloed van de verschillende factoren.Vanwege praktische en organisatorische redenen werd het onderzoek in twee delen opgesplitst.3.2 Methode3.2.1 DoelgroepDe doelgroep voor dit onderzoek is het vierde tot en met zesde leerjaar van het lager onderwijs. Uitonderzoek is gebleken dat de leeftijd van 9 à 10 jaar een cruciale leeftijd is voor de psychologische enbiochemische redenering van kinderen over voedsel (Slaughter and Ting 2010). Vanaf die leeftijd beginnenkinderen immers kennis van de werking van het menselijk lichaam te hebben en dus ook van de spijsvertering.Zo begrijpen kinderen de noodzaak van speciale voedingsstoffen (vitaminen) en leggen ze de link tussen een tehoge energie-inname en obesitas. Zowel jongens als meisjes maken deel uit van de doelgroep in dit onderzoekom een goed beeld te verkrijgen over de verschillen en gelijkenissen tussen de geslachten.3.2.2 ParticipatieHet onderzoek vond plaats in Vlaanderen waarbij er in totaal zes scholen deelnamen: drie rurale scholen, éénsemi-urbane school en twee urbane scholen. Om voldoende geografische verspreiding te hebben vond hetonderzoek in twee verschillende provincies plaats. De helft van de scholen behoren tot hetgemeenschapsonderwijs, de andere helft behoren tot het vrije net. Voor de twee urbane scholen werd er,gezien de bepalingen in het schoolreglement, toestemming aan de ouders gevraagd voor deelname van hunkind aan het onderzoek via brief. De bevragingen werden tijdens de lesuren zelf ingevuld in aparte lokalen (opéén school na telkens in een refter) zodat elk kind individueel kon werken. Aan de kinderen werd gevraagdom niet te praten tijdens de bevragingen.3.2.3 Statistische analyseDe enquêtes werden verwerkt met behulp van het statistisch dataverwerkingsprogramma IBM SPSS Statistics19 (predictive analytics software). Elke vraag werd toegewezen aan een kolom en de verschillendeantwoordmogelijkheden kregen een code die ofwel een getalwaarde is ofwel een string. Er is gebruik gemaaktvan de code 77 indien er, vanwege een antwoord op een vorige vraag, geen antwoord nodig was op dedesbetreffende vraag. Bij een niet-ingevuld of onduidelijk antwoord werd 99 ingevoerd. OnderzoekAlle resultaten zijn gebaseerd op een betrouwbaarheidsinterval van 95% en een significantieniveau van 5%.
  28. 28. 3.2.3.1 Overzicht gebruikte statistische testen en termenVoor statistische testen is het uitermate belangrijk dat er rekening wordt gehouden met welke soort data menwerkt. Nominale data betekent dat er slechts mogelijke antwoorden op een vraag niet gerangschikt kunnenworden bijvoorbeeld geslacht, woonplaats,… Ordinale / rankdata zijn opgemaakt uit data die gerangschiktzijn volgens grootte, maar het verschil tussen waarden heeft geen betekenis. Met andere woorden: 1 isbijvoorbeeld lager dan 2 en 3, maar het verschil tussen 1 en 2 is niet gelijk aan het verschil tussen 2 en 3. Bijeen intervalschaal is er een gelijkheid van data, hier is het verschil tussen schaalpunten gelijk. Het nulpunt bijeen intervalschaal is echter wel arbitrair. Bij de ratioschaal is er ook sprake van gelijkheid van schaalpunten,maar is het nulpunt absoluut (Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).3.2.3.1.1 Parametrische testenParametrische testen gaan uit van een onderliggende normale verdeling van de steekproef. Dit wordt getestmet behulp van de Kolmogorov-Smirnov Test of de Shapiro-Wilk Test. Laatstgenoemde test is vooralinteressant bij steekproeven met minder dan 50 metingen. De afhankelijke variabele dient gemeten te zijn opratio - of intervalbasis. Het voordeel van parametrische testen is dat ze efficiënter zijn in vergelijking met niet-parametrische testen (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009).De onafhankelijke T-Test wordt gebruikt om te onderzoeken of de gemiddelden van twee onafhankelijkegroepen verschillend zijn. De T-test veronderstelt dat de afhankelijke variabele normaal verdeeld is en dat devarianties van de twee groepen gelijk zijn. Gelijkheid van varianties of homogeniteit wordt onderzocht met deLevene Test (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).De afhankelijke T-Test wordt uitgevoerd om te kijken of de gemiddelden van twee afhankelijke groepen gelijkzijn. De veronderstelling bij deze test is dat de verdeling van de verschillen tussen beide groepen normaaldient te zijn (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).Analysis of Variance (ANOVA) is een statistische test die gebruikt wordt om te onderzoeken of er sprake isvan significante verschillen tussen gemiddelden van drie of meer groepen. De onafhankelijke variabele bestaatdaarom uit twee of meer categorische variabelen, terwijl de afhankelijke variabele van het interval of ratiotype is. De afhankelijke variabele dient voor elke categorie van de onafhankelijke variabele normaal verdeeldte zijn. Bij een ANOVA zonder herhaalde metingen dienen de varianties gelijk te zijn tussen de onafhankelijkegroepen. Als er gelijke varianties zijn, dan wordt er gebruik gemaakt van Scheffe post-hoc test om na te gaanwaar de verschillen tussen de verschillende groepen zich precies situeren. Indien er geen sprake is vanhomogeniteit, dan wordt de Dunnett’s T3 post hoc test gebruikt om de verschillen tussen de gemiddelden tevergelijken. Indien de participanten bij de verschillende groepen steeds dezelfde zijn, kan ANOVA met herhaaldemetingen gebruikt worden. Het gebruikte betrouwbaarheidsinterval voor de vergelijking van de gemiddeldenwordt aangepast met de Bonferroni correctie. Indien er uit Mauchly’s Test blijkt dat er geen sprake is vansfericiteit, kan gebruik gemaakt worden van Greenhouse-Geisser om te onderzoeken of er significanteverschillen zijn tussen de gemiddelden. Indien de p-waarde kleiner is dan 0.05, dan volgt een paarsgewijzevergelijking van de gemiddelden om de exacte verschillen te weten te komen (Wijnen, Janssens et al. 2002;Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011). Onderzoek
  29. 29. 3.2.3.1.2 Niet-parametrische testenNiet-parametrische testen zijn statistische toetsen waarbij er geen veronderstellingen over de onderliggendeverdeling zijn. Niet-parametrische testen kunnen ook gebruikt geworden als de steekproef niet normaalverdeeld is en er geen gelijkheid van varianties tussen variabelen van verschillende groepen is. Daarnaastkunnen niet-parametrische testen gebruikt worden indien de afhankelijke variabele gemeten is op ordinaal,interval of ratioschaal. Sommige niet-parametrische testen zijn tevens geschikt voor nominale waarden (Ottoyand Thas 2009).De McNemar Test is een test die gebruikt kan worden met nominale waarden die afkomstig zijn van 2dezelfde groepen. Met deze test kan onderzocht worden of er een significant verschil is tussen het aantal keerdat een waarde voorkomt (Wijnen, Janssens et al. 2002).Cochran’s Q Test kan gebruikt worden bij nominale variabelen, om na te gaan of er verschillen zijn tussen hetaantal keer dat een waarde voorkomt. Deze test kan gebruikt worden bij metingen die uitgevoerd worden bijdezelfde groepen (Wijnen, Janssens et al. 2002).De Mann-Whitney Test is een niet-parametrische test die wordt gebruikt om de gemiddelden te vergelijkentussen twee onafhankelijke groepen waarbij de afhankelijke variabele ordinaal mag zijn (Ottoy and Thas 2009).Wilcoxon Signed Rank Test dient om de gemiddelden van twee afhankelijke groepen te vergelijken waarbij deafhankelijke variabele minstens op ordinale schaal is gemeten. Bij deze test kan de gemiddelde rank gebruiktworden om te concluderen waar de verschillen zich situeren en te weten te komen welke groep een significanthoger gemiddelde heeft dan de andere (Ottoy and Thas 2009).Kruskal-Wallis Test is een uitgebreidere niet-parametrische test dan de Mann-Whitney test, waarbijgemiddelden van meer dan twee groepen vergeleken worden. Indien de test-statistiek leidt tot een p-waardekleiner dan 0.05, dan kan via de gemiddelde rank meer gezegd worden over waar de verschillen zich situeren(Ottoy and Thas 2009).De Spearman Rank Order Correlation wordt gebruikt om te onderzoeken of er sprake is van correlatie tussentwee variabelen, die op ordinaal, ratio of intervalschaal mogen zijn. Daarnaast dient er sprake te zijn van eenmonotone relatie tussen de twee variabelen. Deze correlatietest heeft tevens het voordeel dat ze weiniggevoelig is voor uitschieters (Ottoy and Thas 2009).3.2.3.1.3 Andere testen en termenChi-kwadraattoets is een statistische test die wordt gebruikt om na te gaan of er een verband is tussen tweecategorische variabelen (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).Een factoranalyse wordt uitgevoerd om verschillende variabelen te clusteren tot factoren. Hoe meer variantieeen factor verklaart, des te waardevoller hij is. Als extractiemethode wordt gebruik gemaakt van de PrincipalComponent Analysis (PCA). De Cronbach’s alpha geeft aan in welke mate een factor intern consistent is.Meestal gebruikt men als richtlijn dat een factor met een Cronbach alpha lager dan 0.60 niet wordtweerhouden (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).Een boxplot is een grafische weergave van de spreiding van de antwoorden en is opgebouwd aan de hand vande verschillende kwartielen en de mediaan. Hoe groter een bepaald deel van de boxplot, hoe meer de Onderzoekspreiding van de antwoorden op een bepaalde vraag (Ottoy and Thas 2009).
  30. 30. 3.3 Onderzoek deel 1Het eerste luik van het onderzoek is onder te delen in vijf verschillende delen en terug te vinden in Bijlage 2:Bevraging onderzoek deel 1. De bevraging vond plaats tussen midden december 2011 en midden januari 2012.Uit praktische overwegingen werden de bevragingen schriftelijk afgenomen. De resultaten zijn vervolgensmanueel ingevoerd in het computerprogramma Microsoft Excel zodat deze geïmporteerd konden worden inIBM SPSS Statistics 19. Er werden steekproefsgewijs 20 enquêtes geselecteerd waarvan er werd gecontroleerdof de waarden overeen kwamen met deze ingegeven in Excel.In het eerste deel wordt de consumptie van melk en melkdranken nagegaan. Tevens wordt er gevraagd naarlactose-intolerantie of andere negatieve reacties ten opzichte van bepaalde melkproducten. In dit eerste deelwordt onder meer gevraagd naar hoe vaak en waar de kinderen melk en melkdranken consumeren. Daarnaastwordt ook gepeild door wie ze melk en melkdranken drinken. De kinderen mogen ook één smaak(melkdranken of natuurlijke melksmaak) kiezen waarnaar hun voorkeur uitgaat. Omdat het onderzoek overschoolgaande kinderen gaat, wordt ook informatie ingewonnen over welke drank elk kind drinkt tijdens despeeltijd.In het daaropvolgende deel komen verschillende logo’s van merken aan bod. In totaal zijn er 6 logo’s vanmerken die gebruikt worden in dit onderzoek. Per merk werd de kennis nagegaan door te vragen naar deassociatie met de soort melk, smaak en om aan te duiden bij welke afbeelding een logo past. Er is reeds ineerdere studies gebruik gemaakt van het linken van logo’s met voedingsmiddelen (Kopelman, Roberts et al.2007; Arredondo, Castaneda et al. 2009). In dit deel wordt daarnaast ook gepeild naar welke emoties ergelinkt worden aan een merk. Er is een evenwicht gevonden met 9 positieve, 9 negatieve en 2 neutraleemoties. De emoties zijn afkomstig uit onderzoek van King and Meiselman (2010) en Desmet and Schifferstein(2008). In deze thesis is ervoor gekozen om ook te werken met verschillende melksoorten, daarom wordenzowel producten op basis van gewone melk, rijstmelk en sojamelk getest. De volgende merken zijn gekozenvoor dit deel:  Alpro Soya is marktleider in Europa voor sojaproducten en oorspronkelijk afkomstig uit België. Op 8 februari 2012 kwam de aankondiging dat het bedrijf zijn productgamma verder zal uitbreiden met andere plantaardige producten. Dit was een reden voor een naamswijziging tot Alpro (Alpro 2012).  Cécémel en Fristi zijn beide in handen van Friesland Campina en zijn de best verkopende melkdranken in België (FrieslandCampina 2012).  Milsa is afkomstig uit een hard discountketen waardoor er geen advertenties van dit merk zijn. Aangezien er geen promotie van dit merk is, is dit merk ideaal om mogelijke invloed van advertering te onderzoeken.  Inex bezit de licentie om producten te linken met Studio 100 figuren Samson en Plop. Daarnaast verkoopt Inex ook producten onder de eigen merknaam, zonder verwijzing naar de gelicentieerde figuren. Bij het herkennen van het merk is er daarom een opsplitsing gemaakt tussen Inex en de verpakking met de beeltenis van Plop erop (Inex 2012).  Rice Dream is een merk van rijstmelk dat in de grote drie distributiebedrijven in Vlaanderen (Colruyt, Delhaize en Carrefour) verkrijgbaar is (Rice Dream 2012). Onderzoek
  31. 31. In het derde deel worden de kinderen aan het proeven gezet om verschillende sensorische attributen tebeoordelen van melkdranken. Voor de eenvoudigheid werd ervoor gekozen om te werken met een check-all-that-apply methode. Met deze methode vinken de kinderen gewoon het overeenkomstig vakje van eensensorisch attribuut aan als ze vinden dat het desbetreffende attribuut aanwezig is. Daarnaast is er het feit datkinderen de mogelijkheid hadden om per deel (uitzicht, geur en smaak) ook een extra sensorische eigenschapop te schrijven.De smaak werd beperkt tot chocolade en fruit aangezien dit de voornaamste smaken van melkdranken zijn diemomenteel commercieel beschikbaar zijn. Er werden in totaal vijf stalen geproefd: de chocoladesmaak vangewone melk, sojamelk en rijstmelk en de fruitvariant van gewone melk en sojamelk (van rijstmelk was ditgedurende het onderzoek niet commercieel beschikbaar). De stalen bevonden zich in plastieken bekers enwerden genummerd met een code bestaande uit drie cijfers.Een aangepaste versie van de Food Choice Questionnaire (FCQ) is tevens opgenomen in de eerste bevraging.De Food Choice Questionnaire wordt gebruikt om de motieven voor de keuze voor voedingsmiddelen tebepalen (Steptoe, Pollard et al. 1995). Verder informatie over de Food Choice Questionnaire zoals welkevragen deze bevat en de gebruikte schaal is in 3.6.2.1 Food Choice Questionnaire terug te vinden.De enquête werd afgesloten met enkele vragen om de socio-demografische gegevens van de kinderen vast teleggen. De kinderen vinkten hun geslacht, leeftijd en woonplaats (stad of platteland) aan. Daarnaast is er ookinformatie ingewonnen omtrent het lichaamsgewicht en de – lengte. Hieruit kan vervolgens de Body MassIndex (BMI) berekend worden.3.4 Onderzoek deel 2Het tweede luik van het onderzoek vond plaats in maart 2012. Door het feit dat er minstens twee maandentussen de twee delen van het onderzoek zaten werd er getracht om de invloed van het eerste deel op hettweede deel zoveel mogelijk te beperken. Net als in het eerste deel is ervoor gekozen om de vragenlijstvolledig op papier te laten invullen omwille van praktische en organisatorische redenen. De resultaten werdenopnieuw manueel ingegeven in Excell. Er werden 20 enquêtes geselecteerd waarvan er werd gecontroleerd ofde waarden in Excell overeenkwamen met deze in de bevraging. Deze enquête is terug te vinden in Bijlage 3:Bevraging onderzoek deel 2.In het tweede deel van het onderzoek ligt de focus voornamelijk op de mogelijke invloed van een merk. Dekeuze van melkdranken wordt in deze test beperkt tot melkdranken met een chocoladesmaak omwille vantwee redenen. Een eerste drijfveer hiervoor is het feit dat er in het eerste deel van het onderzoek eenafgetekende voorkeur voor de chocoladesmaak is bij de kinderen. Daarnaast werden in het eerste onderzoekgeen verschillen (op het 5% significantieniveau) bekomen in het smaakgedeelte tussen de twee fruitsmaken bijde blinde testen. Er werd ervoor gekozen om opnieuw te werken met de drie verschillende melksoorten dievlot verkrijgbaar zijn in de grootste Vlaamse supermarkten.De invloed van het merk op de sensorische eigenschappen wordt onderzocht door een consumententest bij dekinderen. Dit wordt in drie delen nagegaan: eerst wordt er blind getest, daarna geven de kinderen deverwachte algemene mening op basis van de verpakking en tenslotte wordt gevraagd om geïnformeerd destalen te beoordelen. De volgorde van de producten werd gerandomiseerd per vragenlijst. Deze driedeligeopdeling om de invloed van een merk na te gaan wordt reeds toegepast door Varela, Ares et al. (2010). Dekinderen geven hun algemene appreciatie op een hedonische 7-puntenschaal en rangschikken ook de Onderzoekmelkdranken volgens hun persoonlijke voorkeur. Volgens Guinard (2000) en Popper and Kroll (2005) hebbende kinderen in deze consumententest al de leeftijd bereikt waarbij ze in staat zijn om het beoordelen van

×