De Nieuwe Mens

433 views

Published on

De "oude mens" heeft afgedaan, een nieuw soort mens is opgestaan ... of toch niet?

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
433
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

De Nieuwe Mens

  1. 1. "Was groß ist am Menschen, das ist, daß er eine Brücke und kein Zweck ist: was geliebt werden kann am Menschen, das ist, daß er ein Übergang und ein Untergang ist." Friedrich Nietsche, Also Sprach Zarathustra, Vorrede § 4De „nieuwe mens“New Age, Nietsche, Ayn Rand, de Nazi’s, Karl Marx, Teilhard De Chardin, … minstens éénelement hebben ze allemaal gemeen, al zullen ze het zelf wellicht niet als eengemeenschappelijk punt ervaren: zij zien een evolutie van “de bestaande mens” naar “eennieuwe mens” die op allerlei punten superieur zal zijn aan ons.Ze hebben gelijk, natuurlijk. Dat is: voor zover zij bevestigen dat alles altijd verandert. Ookonze cultuur, onze manier van leven en denken, doet dat. En dus ook wij zelf. Moeilijkerwordt het als wij vooruitzien en anderen vertellen over “de nieuwe mens” die wij aan deeinder van onze prognoses menen te ontwaren. Ons vooruitzien is immers per definitieimperfect: beperkt, want wij kunnen onmogelijk alle toekomstige invloeden correctvoorspellen, en vervormd, want altijd subjectief.Visie ontwikkelen is best nuttig. Iemand moet de bakens uitzetten, de richting aanwijzen.Maar allemaal moeten wij weten dat “the proof of the pudding is in the eating”. En voorlopigis die pudding er nog niet.Over een “nieuwe mens” praten, veronderstelt een belangrijke verandering. Een die invloeduitoefent op de kern van ons “mens-zijn”. Welke dan zijn die zwaartepunten die ons mens-zijn omschrijven en waardoor worden ze bepaald?Ik denk dat wij het niet te ver hoeven te zoeken: Maslow en anderen ontleedden de menselijkebehoeften en kwamen tot de voor de hand liggende conclusie dat wij met al wat leeft de grotebezorgdheid delen om te overleven. Als individu in de eerste plaats maar ook als soort, al washet maar omdat “a man alone ain’t got no bloody chance”.Als puntje bij paaltje komt, is onze hoofdbekommernis vandaag evenzeer als in het versteverleden: voldoende voedsel en beschutting verwerven om ons zelf en onze familie in leven tehouden. In onze pogingen om de beste voorwaarden te creëren om te overleven, ervaren wijonze soortgenoten op een dubbelzinnige manier.- Enerzijds kunnen wij niet zonder hen. Voortplanting en grootbrengen van de kinderen bv lukt maar matig zonder partner en een extra paar handen is regelmatig lekker meegenomen. Dus ontstaan liefde, familie- en vriendschapsbanden en allerhande allianties en samenwerkingsverbanden.- Anderzijds vormen zij ook de belangrijkste concurrenten en obstakels op ons pad naar een menswaardig bestaan, want voortdurend zijn zij uit op precies dezelfde zaken als wij. Om onze eigen kansen veilig te stellen, zien wij ons dan ook verplicht hen onverdroten te bekampen en te overwinnen.Zo ontstaat een cocktail van tegenstrijdige belangen, waarbij de zwakkere groepen extrabenadeeld worden doordat het de sterkeren zijn die de structuren beheersen en gebruiken omde eigen belangen te verdedigen.Door de “eeuwige” broederstrijd wordt de reflex van onderlinge wedijver, zeg maarvijandigheid, nog versterkt. “Belangrijker zijn dan de doorsnee andere” levert immers extra
  2. 2. kansen op zowat alle terreinen: hogere overlevingskansen, comfortabeler en minder stressvolleven, ruimere partnerkeuze, gemakkelijker toegang tot voeding, beschutting en anderegoederen, sociaal aanzien, vrije tijd, …Doordat verworven voordelen binnen een georganiseerde maatschappij overgedragen wordenvan vader op zoon en binnen de onderscheiden groepen, verwerven de sterkeren doorheen degeschiedenis alsmaar meer macht en middelen en krijgen de zwakkeren het alsmaarmoeilijker.Net als bij de dieren, wordt evenwel ook bij de mensen periodiek de positie van iedereen,inclusief die van de machtigen, in vraag gesteld. Sinds de Franse Revolutie is eenterugkerend argument hierbij de fundamentele gelijkwaardigheid van alle mensen. Ditbeginsel wordt inmiddels, al was het maar bij gebrek aan wetenschappelijke tegenargumenten,door alle maatschappelijke groepen officieel aanvaard.Wat nog niet betekent dat mensen in die gelijkwaardigheid een reden zien om vrijwilligafstand te doen van verworven privilegies en rijkdommen. Net als bij de dieren gebeurt deafbakening van de macht door tegenmacht, waarbij de stap van afbakening naar afwisselingvaak ontzettend klein is, want wie de ander kan in toom houden kan hem wellicht ookoverwinnen. Waarbij het maar de vraag is of het bewind van de nieuwe machthebbers“menselijker” zal zijn als dat van hun voorgangers.Doorheen de geschiedenis werden politieke systemen ontworpen om te bruuske overgangen tevermijden. Wat niet belet dat ook deze systemen een houdbaarheidsdatum hebben en datonder druk van verschillen in de ontwikkeling van verschillende regio’s en landen debestaande machtsverhoudingen de gewoonte hebben af en toe te begeven.Oplossing? Samenwerking in plaats van wedijver. Gesterkt door de overtuiging dat detechnologie voldoende ontwikkeld is om te voldoen aan de basisnoden van alle mensen, klinktde roep voor een model dat niet op macht, maar op solidariteit gebaseerd is.Vanuit deze groep wordt een nieuwe “nieuwe mens” naar voor geschoven, die in schrilcontrast staat tot de “Übermenschen” van Nietzsche en Ayn Rand. Naast de solidariteit vallenvooral het streven van harmonie met en respect voor de natuur op en het belang dat gehechtwordt aan een zinvolle vrijetijdsbesteding, terwijl New Age invloeden nooit veraf zijn.Bij nader inzien is deze nieuwe “nieuwe mens” in feite helemaal niet zo nieuw maar, niettotaal onverwacht, een poging om een antwoord te bieden op de noden van deze tijd. Vraag isof onze nieuwe mens in de praktijk veel kans heeft om tot volle bloei te komen.We kunnen geredelijk aannemen dat de mensheid steeds meer aandacht aan deinstandhouding van de natuur zal moeten besteden: de toenemende industrialisering enalsmaar groeiende wereldbevolking laten hier weinig keuze.Waar we spreken over solidariteit, vertelt de evolutie tot nu toe echter een heel ander verhaal.Inderdaad: beschuldigende vingers genoeg, maar in de praktijk blijft het eigenbelangonbedreigd de belangrijkste drijfveer voor vrijwel alle menselijke handelingen.Nooit was de kloof tussen rijk en arm groter dan vandaag. De super-rijken beheren kapitalendie groter zijn dan het BNP van sommige landen.
  3. 3. Ondertussen groeit de onzekerheid bij de bevolking als gevolg van onder meer deglobalisering van de economie en de mensenstromen die hierdoor in beweging gebrachtwerden.Mensen voelen zich bedreigd in hun tewerkstelling, in hun veiligheid, in hun cultureleeigenheid. Vanuit hun angst kiezen zij voor zekerheden. Arbeiders stemmen voor neo-liberale partijen in de hoop dat deze meer voorrang zullen verlenen aan het economischgebeuren en de orde en veiligheid. Overbodig te zeggen dat zij exact de regeringen krijgendie ze verdienen, want het zijn precies deze partijen die de verdere vrijmaking van de marktenen vrije beweging van mensen, goederen en diensten met het meest overtuiging doorvoeren endie het snelst geneigd zijn om hun belangen door middel van de aanwending van macht veiligte stellen.Het is trouwens bijna een artistiek genot om de toenemende kloof tussen woorden enbedoelingen of beloftes en procedures te observeren. “Double Think” en “Double Talk”regeren in politieke boodschappen als nooit tevoren.Extrapolerend op deze ontwikkelingen kunnen wij met vrij grote zekerheid poneren dat,behoudens in periodes van absolute hoogconjunctuur, onze angst een van de belangrijkstefundamenten is van het status quo. Een traditie van alle tijden wordt inderdaad niet zomaarvan de ene dag op de andere overboord gegooid.De “mens van nu” heeft zich zeer zeker aangepast aan de wijzigingen in zijn omgeving. Hijsorteert afval; hij isoleert; vaak leeft hij ook gezonder, … Maar ondanks zijn sporadisch enzwak protest tegen wat hij als fundamenteel onrecht beschouwt, functioneert hij voor hetoverige nog steeds volgens de wetmatigheden van gisteren. De wereld mag dan welgebaseerd zijn op ongelijkheid en onderdrukking, wat wil je dat hij er aan doet? Dit is dewereld, zoals hij die kent. Per slot van rekening werd hij in deze wereld opgevoed en zo ookzijn ouders voor hem, en zijn grootouders voor hen …Nog altijd vindt hij het normaal dat het gelijk bij de sterksten ligt. Nog altijd aanvaardt hijfysiek geweld en oorlog als gewettigde vormen van argumentatie. Nog altijd luistert hij metbewondering naar getrainde mooipraters en gelooft hij dat de zoon van een notaris deaangewezen persoon is om op zijn beurt notaris te worden, terwijl de zoon van een arbeiderbest ook zelf arbeider blijft, want “wie hoog vliegt, kan laag vallen” en “wie teveel wil, krijgthet deksel op zijn neus”.Paolo Freire legt uit dat de onderdrukten de taal en gewoonten van hun onderdrukkersimiteren. Mogelijk. Mijns inziens is de waarheid eenvoudiger dan dat: “niets gelijkt meer opeen mens, dan een andere mens” : omdat de onderdrukte evenzeer mens is als deonderdrukker, begrijpen de twee mekaar. Geef de onderdrukte de kans en waarschijnlijkwordt hij net zo’n “goede” onderdrukker als de klasse die hij nu met de vinger wijst.Is niet de kip die zich laag in de pikorde bevindt wreder voor de kippen die nog lager staandan zij zelf, dan de topkip? Ook mensen hebben geleerd om de macht van wie sterker is danzijzelf te verdragen en, ter compensatie, hun eigen machtposities op te bouwen op hettandengeknars van wie nog zwakker zijn dan zij zelf.Het denken over het wereldgebeuren laten zij al te gemakkelijk aan de anderen over “die daarbeter van op de hoogte zijn”. Een wereld waar de werknemer meebeslist over het bestuur
  4. 4. van de onderneming lijkt hem een onwerkelijkheid “want als er werk te weinig is, zullen zeons toch ontslaan”.Geleide economie? Hij gelooft er niet in: “als er een cent te verdienen is, zullen ze hem tochniet laten liggen”.Welvaartspreiding? Zijn enige criterium is: “hoeveel win ik erbij? Als hij nog maar aanvoeltdat welvaartspreiding betekent dat hij zelf netto minder geld zal ter beschikking hebben op heteind van de maand, zal hij zich om deze reden tegen de idee verzetten. Niet omdat de opzetan sich verkeerd zou zijn, maar “omdat het weeral bij ons is dat ze het komen halen”, watvoor hem meteen het zoveelste bewijs is van de onrechtvaardigheid van een systeem “waarinde rijksten bijna geen belastingen betalen en de profiteurs op kap leven van de bravehuisvaders.” Vandaar ook dat de belofte van lagere belastingen het altijd blijft doen “want devoordelen gaan toch altijd naar anderen”.De mens zal zich positief opstellen tegenover die denkbeelden die hem persoonlijk vleien,vermaken of de mogelijkheid op tastbaar voordeel beloven, want evenzeer als de leiders vande maatschappij vertrekt hij van het standpunt dat het op de wereld “elk voor zich” is, “eten ofgegeten worden” … de wet van de jungle in een keurig pak.De beurscrisis, de bankencrisis en de hierop volgende recessie hebben hem extra bewustgemaakt van de verantwoordelijken voor al zijn miserie: de speculanten en het grootkapitaal.Alleen jammer dat de gewone man geen pak heeft op deze groepen. Het is dan ookgemakkelijker om zijn pijlen te richten op groepen dichter bij hem, die hij als gevolg van decrisis als een meer directe bedreiging voor zijn inkomen en veiligheid ervaart : immigranten,illegalen, moslims, kleurlingen, leeglopers, profiteurs …Eigenlijk weet hij maar al te best dat hij in permanent conflict leeft met het ideaal vangelijkheid (gelijkwaardigheid), dat hij ten overstaan van anderen hoog in het eigen blazoenvoert. Zijn onmacht maakt hem onverschillig, cynisch, kittelorig of verbitterd. De nieuwemens? Oud kaas in nieuwe pakjes en we weten het.

×