Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

De Blendcirkel

208 views

Published on

Blended learning ontwerpen in 8 stappen.

Published in: Education
  • I can advise you this service - ⇒ www.HelpWriting.net ⇐ Bought essay here. No problem.
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
  • Überprüfen Sie die Quelle ⇒ www.WritersHilfe.com ⇐ . Diese Seite hat mir geholfen, eine Diplomarbeit zu schreiben.
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here

De Blendcirkel

  1. 1. Ontwerpen met De Blendcirkel De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 1
  2. 2. Vanaf 1993 is dit de drive in mijn werk. Van boek naar online Of blended learning, komt als thema steeds terug. In projecten voor opleiders die willen innoveren en efficiency willen verhogen herontwerp ik onderwijs met het team. In mijn laatste lange klus werkte ik bij ThiemeMeulenhoff als learning designer mee aan het Smart Learning Network voor gemetadateerde opslag en flexibel arrangeren. Analytisch Eén van mijn sterke punten. Leren in een LMS Met dit platform kun je leren inrichten naar de behoefte van de lerende en er echt iets moois van maken. Ik heb er meer dan 10 jaar ervaring mee. Waar nodig kan ik werken met andere tools om media te maken die in Moodle kunnen worden afgespeeld, bij voorbeeld Articulate Storyline of apps om video te verrijken. De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 2
  3. 3. 8samenhangende ontwerpbesluiten De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 3
  4. 4. TYPE KENNIS welke kennis waarover LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 4
  5. 5. Doelgroep De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 5
  6. 6. Je ontwerpt een leerarrangement Denk aan een all-inclusive vakantie. Je gasten gaan een heerlijke tijd beleven. Jij als ontwerper richt daarvoor een omgeving in. De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 6
  7. 7. De gasten gaan ergens verblijven. Is het een boutique hotel of gewoon een Hilton, zonder verrassingen? Wat voor mensen komen ze tegen op de gang en in het restaurant? Waar zijn ze? De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 7
  8. 8. Je gasten willen wel een beetje actie! Ze willen vast wel zwemmen, maar wat vinden ze nog meer leuk? Hoe langer ze blijven, hoe meer er te beleven moet zijn. Wat is er te doen? De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 8
  9. 9. Is er in het arrangement iets te kiezen? De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 9
  10. 10. Uitgangspunt voor elk ontwerp Professionals voeren beroepstaken uit. Daar willen ze graag beter in worden door deel te nemen aan een leerarrangement. Liefst dat van jou. De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 10
  11. 11. Analyseer de taken en je weet het. Wat moet er geleerd worden? De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 11
  12. 12. Met het leerarrangement geef je vorm aan het leerproces voor een leerdoel 1. De lerende heeft een vraag; of er wordt een vraag bij haar opgeroepen. Dat wordt een leerdoel 2. Ze heeft nieuwe kennis nodig (input/theorie, voorbeelden) 3. Deze content is verpakt in media 4. Ze verwerkt de content tot output; een antwoord, product of prestatie en kan daar een tool voor gebruiken 5. Feedback vertelt haar of ze de vraag goed heeft beantwoord en wat beter kan. Dat kan ook met een tool 6. Ze verbetert haar output 7. En heeft GELEERD Op naar de volgende leervraag. Zo’n leerproces kan 5 minuten of een week duren. Jij als ontwerper kiest voor elk proces steeds weer de optimale didactische aanpak (instructiestrategie).
  13. 13. Elke bouwsteen is een leerarrangement waarin de lerende een leerproces doormaakt om één leerdoel te bereiken. (Je kan proberen die bouwstenen herbruikbaar te maken.) Arrangement opgebouwd uit arrangementen
  14. 14. Einddoel Het arrangement heeft als geheel ook een leerdoel: de taak kunnen uitvoeren naar de gestelde criteria. Toewerken naar dit doel metselt de bouwstenen aan elkaar. !! Verhaal Het cement heeft een magisch ingrediënt: de lerende maakt een verhaal mee. Ze is zelf de hoofdpersoon of identificeert zich met een karakter dat de ontwikkeling ‘voorleeft’. Het verhaal neemt de lerende mee door je arrangementen. Maak een serie van je arrangementen (seizoen met afleveringen). Kijk veel kwaliteitsdrama!
  15. 15. Doorloop De Blendcirkel zowel voor het arrangement als geheel, als voor elke bouwsteen. Begin bij het geheel. Dat wordt de overheersende smaak: sociaal, constructief, ontdekkend, ervarend leren of …. Bouwstenen kunnen een andere smaak krijgen, omdat type kennis of leerfase anders is.
  16. 16. Leerdoel Waar is het leerdoel? Onderwerp type kennis + =Werkwoord leerfase Vogelgeluiden Herkennen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 16
  17. 17. Wat is het onderwerp waarover geleerd gaat worden? In één woord. Concreet. En om welk type kennis gaat het: • Feiten • Concepten • Procedures • Metacognitie Kennis De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 17
  18. 18. Het geluid van een koolmees lijkt op een fietspomp. LSD is de afkorting van Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Water bevat 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom. (H2O is een punkband uit New York.) Willem van Oranje werd in 1584 in Delft vermoord door Balthasar Gerardsz. Een feit is een los basiselement uit een vakgebied dat een lerende moet kennen om over onderwerpen te kunnen communiceren, zoals de betekenis van een term of symbool, of de kenmerken van een object of details van een historische gebeurtenis. Het is weten dat. De organisatie van feitenkennis is beperkt tot een lijstje: wie, wat, waar, wanneer. TYPE KENNIS welke kennis waarover Feiten De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 18
  19. 19. Koolmezen zijn gevoelig voor uv-licht waardoor ze elkaar goed kunnen zien, maar niet opvallen voor roofdieren. LSD is een communicatietechniek waarmee richting wordt gegeven aan een gesprek. Watermoleculen kunnen opsplitsen in een (zuur) H3O+-ion en (base) OH−-ion. Filips II verklaarde Willem van Oranje vogelvrij omdat hij de protestanten niet bestreed. Balthasar Gerardsz was fanatiek katholiek en vond het gerechtvaardigd om hem te vermoorden. Een concept verbindt feiten op een betekenisvolle manier aan elkaar tot een grotere structuur. Het is georganiseerde kennis van classificaties en categorieën, van principes, normen en regels, modellen en theorieën of natuurlijke processen. Het is weten waarom. ‘Begrip’ betekent hetzelfde. TYPE KENNIS welke kennis waarover Concept De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 19
  20. 20. Koolmezen vormen eerst een paar, gaan dan op zoek naar een plek voor een nest, bouwen samen en als het klaar is, legt het vrouwtje 1 ei per dag. Als een gesprekspartner de draad van het gesprek kwijt is, werkt LSD goed. Om regenwater te zuiveren tot drinkwater, is het noodzakelijk om eerst… We kennen Gerardsz’ motieven door primaire bronnen te verzamelen, te onderzoeken op herkomst, te categoriseren en te interpreteren. Een procedure is een vaste volgorde van stappen die gezet moeten worden om een resultaat te bereiken. Het is weten hoe en wanneer een aanpak of techniek moet worden uitgevoerd, van het aanzetten van de wasmachine tot methoden van wetenschappelijk onderzoek. Ook inzicht in de logica van een werkvolgorde, criteria kennen om te bepalen in welke situatie een bepaalde aanpak of ‘algoritme’ (reeks instructies) van toepassing is. Procedure TYPE KENNIS welke kennis waarover De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 20
  21. 21. Metacognitie Ik weet het verschil tussen een koolmees en een pimpelmees niet. Het Samenvatten is voor mij de moeilijkste stap. Als we snel een besluit willen nemen over de plek van de waterleidingen, moeten we nu stoppen met informatie verzamelen. Ik kan makkelijk feiten onthouden door er een geheugenpaleis bij te bedenken. Dit is kennis over het verwerven van kennis, het (strategisch) gebruiken van kennis en kennis van de eigen kennis en die van anderen. Bewust zijn van eigen weten en kunnen en van eigen motivatie om te leren. Weten hoe te leren, hoe taken aan te pakken, bij voorbeeld een probleem analyseren. Synoniem zijn zelfinzicht en –regulatie. TYPE KENNIS welke kennis waarover De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 21
  22. 22. De lerende gaat input verwerken tot output. Wat gebeurt daar tussen? • Onthouden • Begrijpen • Voelen/vinden • Toepassen • Analyseren • Evalueren • Creëren Een vraag of opdracht om te toetsen of één van deze leerfasen bereikt is, bevat een evenwaardig werkwoord. Je kent deze fasen uit de taxonomie van Bloom. Behalve voelen/vinden. Die heb ik toegevoegd. Om te kunnen creëren, moeten alle onderliggende fasen doorlopen zijn. Wat onder water staat (onthouden, voelen/vinden en begrijpen) blijft vaak onzichtbaar. Vanaf toepassen geeft de lerende uiting aan zijn kennis. Omdat we willen toetsen of de lerende écht iets geleerd heeft en haar gedrag heeft veranderd, vragen we meestal méér van haar dan alleen maar onthouden, voelen/vinden of begrijpen. Voor elke nieuwe leerfase is een nieuw leerproces nodig en dus ook een leerarrangement. Hoewel, soms is een leerarrangement gericht op een hogere fase en komen de onderliggende fasen vanzelf mee. Leerfase CREËREN ONTHOUDEN De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 22
  23. 23. Als ik een vogelgeluid hoor dat op een fietspomp lijkt, herken ik daarin de koolmees. Ik kan je zeggen hoe de LSD-techniek moet worden toegepast. Ik ken de definities van zuur en base en ik weet het verschil. Ik kan de fasen van historisch onderzoek in de goede volgorde zetten. Nadat kennis aan de lerende is aangeboden, kan zij het weer opzoeken en herkennen in een bron. Of zij kan het uit het geheugen reproduceren. De output van het leerproces is gelijk aan de input. Feedback gaat over wel/niet correct. Onthouden LEERFASE wat ermee doen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 23
  24. 24. Ik kan uitleggen waarom een koolmees zingt. Ik kan een aantal redenen geven om LSD in te zetten én wanneer je het juist niet moet doen. Ik kan een tekening maken van de opbouw van een watermolecuul met atomen en ionen. Ik kan vergelijkbare voorbeelden geven van historische moordaanslagen vanuit religieuze motieven. De lerende kan betekenis geven aan aangeboden informatie, of deze nu verbaal, mondeling of grafisch is. Alleen als de lerende de kennis begrijpt, kan zij informatie indelen in gegeven categorieën, vergelijken, voorbeelden geven, in een andere vorm gieten en uitleggen hoe het zit. De lerende heeft de input bewerkt tot output in een andere vorm en relaties gelegd tussen voorkennis en nieuwe kennis. Feedback gaat over wel/niet correct. Begrijpen LEERFASE wat ermee doen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 24
  25. 25. Ik vind het geluid van koolmezen zo mooi, dat ik ga uitzoeken hoe ik ze in mijn tuin lok. Ik vind het prettig als mijn gesprekspartner mij met LSD helpt in een gesprek. Ik begrijp wat waterschappen doen en ik vind daarom dat iedereen ervoor moet stemmen. Als kind vond ik het nét goed dat Balthasar Gerardsz werd gemarteld. Nu zie ik het wat genuanceerder. Als een lerende kennis heeft verworven, kan ze er iets bij voelen of er iets van vinden. Kennis in combinatie met voelen/vinden wordt ‘attitude’ genoemd. Ik vind het een leerfase, omdat er eerst een bepaalde emotie of overtuiging moet zijn, voor de lerende méér met de kennis wil gaan doen. Alleen als een lerende iets belangrijk vindt, gaat ze dieper leren. Ontwerpers kunnen het beïnvloeden van emotie/overtuiging expliciet als doel stellen. Feedback laat alternatieven zien. Voelen/vinden LEERFASE wat ermee doen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 25
  26. 26. Als ik een onbekend vogelgeluid hoor, kan ik heel snel in een app filteren welke vogel het is. Ik herken situaties waarin ge-LSD’d moet worden en kan zowel het gevoel als de inhoud samenvatten. Ik kan regenwater filteren tot drinkwater, als ik het juiste gereedschap heb. Ik kan methodes toepassen om de herkomst van bronnen te bepalen. De lerende gebruikt kennis om een handeling of vaardigheid zo goed mogelijk uit te voeren en op het goede moment. Ze laat in een bekende taak zien dat ze alle stappen in de juiste volgorde correct uitvoert. Maar ook in nieuwe taken of situaties waarin die procedure of regel van toepassing is, is ze er vaardig in. De output is zichtbaar in een product of prestatie. Vaak zijn er harde criteria van tijd of kwaliteit om de vaardigheid te meten en de juiste feedback te geven. Feedback gaat over proces en resultaat correct, handig, snel, zorgvuldig, etc. en moet leiden tot betere uitvoering. Toepassen LEERFASE wat ermee doen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 26
  27. 27. Nu ik weet dat vogelgeluiden vaak een onomatopee zijn uit het Nederlands of uit een andere taal, kan ik het geluid beter aan een vogel koppelen. Als ik een video van een gesprek zie, kan ik de manieren waarop de gesprekleider samenvat, herleiden naar zijn doelen. Ik kan trends in druggebruik uit het afvoerwater analyseren en voorspellen welk drugsafval meer gevonden gaat worden. Ik kan vlugschriften en dagboekfragmenten ordenen op voor of tegen de moord op Willem van Oranje. De lerende kan content in onderdelen opdelen en bepalen hoe de onderdelen met elkaar in relatie staan en samen bijdragen aan een structuur of doel. Vergelijk met onderscheiden, organiseren, attribueren of samenvatten. Als categorieën nog niet gegeven zijn, kan ze die zelf bedenken om de informatie logisch te ordenen. Ze legt verbanden die er nog niet waren. Ze reorganiseert input in output die voor een ontvanger beter te begrijpen is. Feedback gaat over wel/niet begrijpelijk, navolgbaar. Analyseren LEERFASE wat ermee doen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 27
  28. 28. Deze vogelapp bevat geheugensteuntjes die de meeste mensen niets zeggen. Want… Deze trainer heeft een irritante manier van LSD-en. Ik geef een voorbeeld, dan begrijp je waarom ik dat vind. Nu ik de verkiezingsprogramma’s van de waterschappen heb geanalyseerd, vind ik dat de Partij voor de Dieren de beste plannen voor de weidevogels heeft, namelijk… Ik begrijp niet hoe die historicus tot zulke conclusies komt uit de bronnen die hij heeft geraadpleegd. Ik interpreteer die anders… De lerende kan een waardeoordeel verbinden aan gegeven content. Ze kan daarvoor de passende criteria toepassen, maar ook haar oordeel onderbouwen. Ze geeft aan of de input correct is, logisch opgebouwd, of de juiste procedure is toegepast. Ze kan testen of het werkt. Ze vindt er niet alleen iets van, maar kan ook uitleggen hoe ze daartoe is gekomen. Als emoties in het oordeel meewegen, kan ze die genuanceerd benoemen. Met verbetersuggesties kan ze de maker helpen. De output bevat een oordeel over de input. Feedback gaat over wel/niet begrijpelijk en navolgbaar, maar kan ook in de vorm van wel/niet weerlegbaar met argumenten. Evalueren LEERFASE wat ermee doen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 28
  29. 29. Ik heb zelf een betere vogel-app gemaakt. Als je mijn leerarrangement over LSD volgt, kun je het in elke situatie perfect toepassen. We hebben een handleiding geschreven voor een uniek systeem waarmee regenwater drie keerkan worden hergebruikt. Ik heb een revolutionaire hypothese over de motieven van Balthasar Gerardsz. De lerende bedenkt of maakt iets unieks met de nieuwe kennis. Ze bedenkt een nieuwe hypothese om een fenomeen te verklaren, ontwerpt een nieuw programma of zet een bijzondere constructie neer. Er is zowel creativiteit voor nodig als zelfregulatie om het werk te kunnen plannen, coördineren en te bepalen wanneer het af is. Feedback gaat over zowel proces als product. Handig of snel werkproces toegepast, juiste criteria voor kwaliteit gehanteerd, werkt het product als voorspeld, is het doelmatig of kan de doelgroep beter bediend worden. Feedback leidt tot verbetering van product en meestal ook van proces. Creëren LEERFASE wat ermee doen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 29
  30. 30. Wat gaat de lerende doen? De ontwerper kiest een instructiestrategie die past bij het type kennis en de leerfase. Hoe kan een lerende de kennis op de beste manier verwerken tot de gewenste output? De strategie activeert de lerende tot het gewenste denken en doen. Vaak stuurt het werkwoord dat bij leerfase gekozen is als meest passend bij de taak, al in de richting van een strategie. Uit de strategie volgt een didactische werkvorm. • Presenteren (met interactie) • Discussiëren • Ervaren • Oefenen • Onderzoeken • Eigen ding maken • Samen eigen ding maken Denk niet dat er altijd bij presenteren moet worden begonnen, voor eindelijk iets geoefend of gecreëerd kan worden. De opdracht om een eigen ding te maken, kan de lerende vanzelf andere strategieën laten toepassen (just in time). Instructiestrategie De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 30
  31. 31. Ik heb een vogelboek waarbij ik de geluiden ook kan afspelen. Ik bekijk een video van een gesprek waarin gesignaleerd wordt waar de leider correct samenvat en doorvraagt. De docent geeft uitleg bij een tekening van de waterkringloop en vraagt me of ik zijn uitleg kan overnemen. Zij vraagt de klas of het klopt. Ik bekijk een documentaire over de moord op Willem van Oranje en zoek daarin naar antwoorden op de vragen op het werkblad. De docent heeft het antwoordmodel. De nieuwe kennis zal tot de lerende moeten komen. We presenteren de kennis op een zo overzichtelijke, leerbare manier. Multimedia helpen de lerende om de informatie zowel verbaal als visueel te onthouden. Verhalen worden het beste onthouden. Informatie kan live door een mens, in een boek of online worden gepresenteerd. Presentaties zijn bij voorkeur verrijkt met interacties, bijvoorbeeld vragen, die de lerende helpen om de juiste informatie te selecteren en organiseren in het geheugen. De interacties bepalen tot welke leerfase ze komt. Presenteren (met interactie) INSTRUCTIESTRATEGIE hoe aanleren De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 31
  32. 32. ‘Ik hoor een koolmees.’ ‘O, volgens mij is dit een merel die een koolmees nadoet.’ Leidt een discussie en pas LSD toe op de relevante momenten. Na afloop krijg je feedback van je gespreksgenoten. A is lid van Partij voor de Dieren en B van de VVD. Overtuig elkaar van je standpunt over de hoogte van de waterstand. Bespreek een scenario voor het verloop van de opstand waarin Balthasar Gerardsz pistool blokkeert. Lerenden kunnen elkaar informatie presenteren en meteen uitwisselen wat ze daarbij voelen en vinden (sociaal leren). Ze kunnen elkaars input analyseren en bekritiseren. Elkaar proberen te overtuigen van het tegendeel. Soms ontstaat behoefte aan nieuwe informatie die moet worden opgezocht en getoetst voor de discussie verder kan. Deze strategie werkt alleen als het doel helder is. Moet er een meerderheids- of unaniem besluit worden genomen, of is het voldoende als alle argumenten voor en tegen in kaart zijn gebracht? Hoe en waarop wordt de discussie beoordeeld? Discussiëren INSTRUCTIESTRATEGIE hoe aanleren De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 32
  33. 33. Je neemt deel aan een simulatie waarin je als politicus discussieert over de waterstand. Dit onderwerp gaat je aan het hart. Het gesprek wordt een luidruchtige chaos. In de tweede ronde past de gespreksleider LSD toe. Na afloop heb je wél begrepen hoe ieder erover denkt. We doen een proef met het scheiden van watermoleculen. Ik proef dat het water in het linkerbuisje nu zuur smaakt. Je luistert naar het verhaal van Myron die vertelt over zijn eenzaamheid. Het raakt je en wilt hem helpen, maar hoe? Soms werkt het niet om informatie te presenteren en eerst uit te leggen hoe het zit of hoe het moet. Het komt niet aan, omdat de lerende het niet belangrijk vindt of zich er niet van bewust is dat er voor haar iets te leren valt. Dan is er eerst een, bij voorkeur, fysieke of emotionele ervaring nodig. Als de lerende zélf in een realistische situatie is beland die ze via de zintuigen kan ervaren en zich daar uit wil redden, is er motivatie om de leerfasen te gaan beklimmen. Een krachtige ervaring geeft meteen ideeën om uit te proberen bij een volgende ‘sprong’. Soms is kennis zo abstract dat het pas begrijpelijk wordt als het wordt ervaren. Denk aan rollenspellen, games, simulaties, experimenten. De ervaring moet wel veilig zijn! Ervaren INSTRUCTIESTRATEGIE hoe aanleren De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 33
  34. 34. Ik doe deze quiz met vier verschillende geluiden, tot ik die feilloos herken. Ik hou eerst ezelsbruggetjes erbij. Daarna een quiz met acht vogels. Oefen LSD op basis van dit scenario en geef elkaar feedback…houdt een live interview met Bart Chabot en… Oefen net zo lang in het lab tot je regenwater tot drinkwater kunt filteren tot 100% zuiverheid. Leer een pistool uit de 16e eeuw afschieten zonder jezelf te verwonden. Hier is de instructie. Regels, procedures, methodieken, ezelsbruggetjes en dergelijke kennen, is niet genoeg om er vaardig in te worden. Voor vaardigheden is oefening en directe feedback nodig. Als de lerende gemotiveerd is, wil zij steeds weer proberen, eerst in dezelfde situatie en dan in nieuw e, maar vergelijkbare situaties en leren van de feedback hoe het beter of sneller kan. Ze kent en begrijpt de criteria. Eerst de taak met hulp doen en dan steeds zelfstandiger tot het een automatisme wordt en het hoe geen geheugencapaciteit meer nodig heeft. Feedback kan ook de directe ervaring zijn (leren van fouten). De lerende kan zichzelf feedback geven, bij voorbeeld na terugkijken van een opname, of feedback van peers of experts krijgen. Feedback géven is een afgeleide vorm van oefenen. Oefenen INSTRUCTIESTRATEGIE hoe aanleren De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 34
  35. 35. Ik wil weten waarom een merel een koolmees nadoet. Hoe ervaren autisten de gespreksmethodiek LSD? Ik ga de sloot voor onze boerderij omleiden naar ons weiland en meten of het gras dan harder groeit. Ik ga mijn hypothese over de motieven van Balthasar G. toetsen. Als de lerende in staat moet zijn om zelf kennis te zoeken en wegen, is presenteren geen handige strategie. Als er voldoende voorkennis en ervaring is met (eenvoudige) onderzoeksmethoden, kan ze zelf op zoek gaan, gestuurd door een leervraag. Die vraag heeft ze bij voorkeur zelf gekozen. Deze strategie heeft alleen zin als het antwoord nog niet bekend is of als de lerende tot een eigen antwoord kan komen waar meer over te zeggen is dan alleen goed/fout. De zoektocht moet uitdagend zijn. Onderzoeken doet een beroep op analytische vaardigheden en op evaluatie. Ze doet door het onderzoek kennis op die nieuw is voor haarzelf, maar wellicht ook voor anderen met wie ze het kan delen. Onderzoeken INSTRUCTIESTRATEGIE hoe aanleren De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 35
  36. 36. Eigen ding maken INSTRUCTIESTRATEGIE hoe aanleren Ik ga een podcast maken waarin ik laat horen dat veel vogelgeluiden een onomatopee zijn; dat ze dus hun eigen naam roepen (grút-to grút-to, kie-wíet kie-wíet). Ik ga een onweerlegbaar beleidsstuk schrijven over het beheer van de waterstand met oog op meer weidevogels. Ik heb de vraag gekregen om een nieuw type filter te ontwikkelen dat geschikt is voor de consumentenmarkt Als het belangrijk is dat de lerende kennis verdiept, toetst, toepast en beoordeelt en eigen professionele resultaten kan laten zien, waar nog geen ‘kopie’ van bestaat, is de opdracht om een eigen ‘ding’ te maken het meest geschikt. Vaak moet de lerende eerst een en ander uitzoeken voor ze aan de slag kan. Het werk moet gepland worden en aansluiten bij de behoefte van een doelgroep die het gaat gebruiken (voldoen aan criteria). Allemaal zaken die een beroep doen op álle onderliggende leerfasen. Professionals leren het meeste van het oplossen van hun eigen vraagstukken. Ze zoeken zelf naar informatie, ondersteuning en feedback of gaan op zoek naar een leerarrangement om sneller en gestructureerder te leren en het een volgende keer weer zelf te kunnen zonder collega’s te vragen. De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 36
  37. 37. Maak een documentaire over vogelgeluiden waaruit blijkt dat veel vogelgeluiden een onomatopee zijn in de een of andere taal. Je werkt in een multidisciplinair team waarin ieder een hoofdtaak heeft producent, regisseur, cameraman, editor, presentator en elkaar helpt. Ik heb de vraag gekregen om een nieuw type filter te ontwikkelen dat geschikt is voor de consumentenmarkt, maar daarvoor heb ik een chemicus en een marketeer nodig. Is samenwerken óók een belangrijk doel? Geef dan meerdere lerenden de opdracht om samen een eigen ding te maken (sociaal leren +). Dan gaan ze aan elkaar kennis presenteren, daarover discussiëren, taken verdelen en plannen zodat ook metacognitie wordt aangesproken. Dit werkt alleen als de opdracht om genoeg werk vraagt, als het opsplitsbaar is, als verschillende vaardigheden en kwaliteiten nodig zijn om tot een goed product te maken. En natuurlijk moeten er verschillende oplossingen mogelijk zijn. Samen eigen ding maken INSTRUCTIESTRATEGIE hoe aanleren De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 37
  38. 38. Met wie breng je de lerende in contact om het leerproces te bevorderen? ‘Organisatievorm’ kun je ook zeggen. Zijn er anderen nodig om een persoonlijk verhaal van te horen, een ervaring mee op te doen, te oefenen of om feedback van te krijgen? • Individueel • Individueel met een trainer/coach • In een groep • Met een eigen team • Met een community Behalve in het geval van een individu met een trainer/coach zijn de anderen ook aan het leren. Vaak leidt de gekozen strategie vanzelf naar een bepaalde groepering. Groepering De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 38
  39. 39. Individueel GROEPERING met wie leren Zolang goede feedback gewaarborgd is, kan een lerende het alleen af. De feedback op de output moet dan automatisch zijn, bij voorbeeld in een quiz of e-learning module. Zonder menselijke beoordeling, kan er alleen feedback komen op correct/incorrect. Bij de keuze voor individueel leren, is dus alleen de strategie presenteren met interactie mogelijk. In principe is het wel mogelijk om feiten, concepten en procedures aan te leren en ook alle leerfasen behalve creëren zijn mogelijk. Voor analyseren en evalueren biedt de ontwerper bronnen aan waarbij vragen geformuleerd worden. Er kunnen echter alleen vragen gesteld worden, waarop één of meer onweerlegbaar juiste antwoorden te formuleren zijn. Dat vraagt dus om veel creativiteit, kritisch inzicht en tijd bij het selecteren of construeren van bronnen en het schrijven van de vragen en antwoorden. Pas Presenteren-Individueel alleen toe als je veel lerenden hebt, die lastig op één tijd/plaats te organiseren zijn. De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 39
  40. 40. Individueel met trainer-coach GROEPERING met wie leren Gaat het leerproces mank als de output niet door een mens van feedback wordt voorzien en is daar ook expertise voor nodig, zowel voor de kennis en leerfase áls in het geven van feedback, dan is er een trainer- coach nodig. De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 40
  41. 41. Groep GROEPERING met wie leren Is het nuttig, wenselijk of zelfs noodzakelijk (kosten) om een hele groep tegelijk hetzelfde te laten leren, én is er een docent/trainer/coach nodig, dan moet er een groep worden georganiseerd. Een groep is een verzameling mensen met voldoende overlap in hun leerdoelen, maar zonder dat ze die nieuwe kennis samen buiten het leerarrangement gaan gebruiken. Geen gezamenlijke taken dus. Aan het begin van het leerarrangement leren ze elkaar kennen. Ze weten dus wie deel is van de groep. Ze ronden het arrangement ook tegelijk af. Denk aan een klas, een groep deelnemers bij open inschrijving of een in company arrangement met mensen van verschillende afdelingen. De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 41
  42. 42. Heeft het voordelen voor de organisatie als medewerkers leren in dezelfde samenstelling als voor het dagelijks werk? Bijvoorbeeld omdat ze dan meteen gedeelde vraagstukken of belemmeringen kunnen oplossen? Of procedures leren die ze na het arrangement zéker samen gaan inzetten voor een resultaat waarvoor ze samen verantwoordelijk zijn? Een team is meer dan een groep. Ze kennen elkaar voordat het arrangement begint en gaan daarna weer samen verder. Deze organisatievorm vraagt meer ervaring en expertise van de trainer/coach, omdat in teams altijd onderhuidse zaken naar boven komen in een leerarrangement. Als het leerdoel vooral inhoudelijk is en niet over samenwerken gaat, laat mensen dan niet in het eigen team leren. Team GROEPERING met wie leren De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 42
  43. 43. Community GROEPERING met wie leren Denk aan ‘wisdom of the crowd’. Bij mensen die dezelfde interesses hebben, met dezelfde software werken, in het hetzelfde domein, bij voorbeeld provinciaal beleid, is kennis te halen. Waarom zelf een wiel uitvinden als een ander dat al heeft gedaan? Een community kan een gezamenlijk streven hebben, bij voorbeeld kennis vastleggen en waarderen, of een bepaald ‘iets’ promoten en elkaar daarbij met kennis en hulp ondersteunen. Verschil met een groep is dat de leden niet tegelijk met dezelfde leervraag beginnen. ‘Communities of practise’ waarin de leden elkaar echt kunnen helpen omdat de één dit en de ander dát weet, men elkaar weet te vinden, elkaars feedback respecteert én de leden er belang bij hebben dat élk lid profiteert, kunnen een heel passende groepering zijn. Vaak zijn wel begeleiders nodig die het leereffect van een community kunnen versterken. De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 43
  44. 44. Leren heeft tijd nodig. De lerende wijdt al zijn aandacht aan een leervraag in een periode die zij daarvoor reserveert. Dat kan 5 minuten zijn of 5 dagen. Tijd heeft effect op het leerproces. Een deadline geeft een gevoel van urgentie. Tijd moet ook verdeeld worden en optimaal benut, want tijd is schaars. Het leren moet op de juiste tijd georganiseerd zijn, als de lerende de kennis nodig heeft. Tijd is georganiseerd: • Synchroon • Asynchroon • Gepland • Eenmalig • Meerdere sessies • Ongepland (maar met deadline) Tijd De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 44
  45. 45. Iedereen leert op hetzelfde moment. Synchroon TIJD wanneer, hoe vaak De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 45
  46. 46. Iedereen leert op zijn eigen moment. Asynchroon TIJD wanneer, hoe vaak De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 46
  47. 47. Het leerarrangement is één gepland event. Eenmalig TIJD wanneer, hoe vaak De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 47
  48. 48. Het leerarrangement bestaat uit meerdere geplande sessies. Meerdere sessies TIJD wanneer, hoe vaak De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 48
  49. 49. Het leerarrangement kent geen geplande sessies, maar misschien wel een deadline waarop de output klaar moet zijn (en het doel behaald). Ongepland TIJD wanneer, hoe vaak De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 49
  50. 50. Leren heeft ook een ruimte nodig waarin het leren plaatsvindt. Ook ruimte heeft invloed op het leerproces. In een ruimte dienen zich leervragen aan, is wel of geen ondersteuning, zijn bronnen te vinden of gereedschap voorhanden. In een ruimte zijn wel of geen mensen aanwezig om iets op uit te proberen. Of de fenomenen die onderzocht moeten worden zijn alleen in een bepaalde omgeving te vinden, dus móet de lerende daarheen. Een ruimte kan worden ingericht op een specifieke instructiestrategie (stoelen in kringen voor groepsgesprekken of allerlei decors voor een game). Maar, nu internet vrijwel overal voorhanden is, maakt het soms niet meer uit waar de lerenden zijn en de leerstof is vaak ook overal toegankelijk. • Klas • Sessieruimte • Op het werk • Online • ‘Buiten’ Ruimte De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 50
  51. 51. Een klas heeft een bekende opstelling die is ingericht op een docent die presenteert en vragen stelt en min of meer op samen leren in duo’s of groepjes. In de klas kunnen laptops, tablets of telefoons zijn waarmee ook online geleerd kan worden, maar een groot deel van het leerarrangement wordt live beleefd. Een lokaal heeft beperkingen: veel deelnemers in een vaak krappe ruimte die je niet zo maar even verbouwt. Klas RUIMTE waar, live of online De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 51
  52. 52. In conferentie-oorden, ‘meeting spaces’ en in kantoren zijn ruimtes die flexibel zijn in te richten. Styling loopt van huiskamerachtig tot koel zakelijk. De ruimte kan voorzien zijn van allerlei technische voorzieningen (video conferencing waarmee anderen tóch in dezelfde ruimte zijn) en spullen voor faciliteren. Denk aan flipovers, koffers met post-its en stiften, plakband, brown paper. Er kan met stoelen en tafels gesleept worden om de ruimte helemaal aan de strategie en het aantal deelnemers aan te passen. Er zal voornamelijk live geleerd worden, maar soms zijn online bronnen of tools handig om er even bij te pakken. Deelnemers kunnen zich verzamelen in zo’n ruimte op het moment dat een leervraag zich aandient. Check tevoren wel hoe privé de ruimte is. Als er emoties loskomen of dingen geoefend worden die er eigenaardig uitzien, zijn pottenkijkers onwenselijk. Sessieruimte RUIMTE waar, live of online De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 52
  53. 53. We zijn altijd verbonden, dus we kunnen online leren waar we maar willen. De media en interacties moeten natuurlijk wel goed toegankelijk zijn op een laptop- of smartphone scherm. De online leerruimte moet ontworpen en ontwikkeld zijn op mobiel leren. Goede interactieve presentaties zijn dat tegenwoordig altijd wel. Denk ook aan de combinatie tijd en online ruimte. Mobiele leerders zijn snel afgeleid en moeten na een korte leersessie de trein weer uit. Online, anywhere RUIMTE waar, live of online De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 53
  54. 54. Kennis, attitudes en vaardigheden die op het werk nodig zijn, kunnen – vaak – ook het beste op het werk geleerd worden. Dezelfde mensen en tools die voor de taak nodig zijn, zijn daar aanwezig. Op het werk zijn kennissystemen toegankelijk, het internet doet het waarschijnlijk redelijk goed… Veel weetjes worden op het werk even opgezocht, maar niet altijd onthouden. Leren op, in en van het werk gaat niet vanzelf, maar moet ook daar georganiseerd en begeleid worden. Op het werk is veel afleiding. Pas als die ‘uit’gezet kan worden is er tijd en aandacht voor leren. Werk RUIMTE waar, live of online De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 54
  55. 55. Buiten is kennis en feedback te halen. Buiten werk of school is van alles te onderzoeken, uit te proberen en te maken. De leervragen dienen zich daar aan, voor wie zich openstelt. Rijden chauffeurs van elektrische auto’s veiliger, hoe gaat het met de vogelstand in de stad? Maar ook, kan ik met LSD oefenen op die man die op de bus staat te wachten? Hoe krijg ik op de foto hoe die vrouw op die loungestoel zich voelt? Als de lerende toch een telefoon bij zich heeft, legt ze meteen haar output vast en stuurt het in voor feedback. Met VR kunnen we de wereld waarin de lerende nieuwe taken onder de knie moet krijgen, simuleren. De complexiteit van de situatie is van buitenaf in te regelen. De inzet van ervaren als instructiestrategie wordt steeds makkelijker. In de (virtuele) wereld RUIMTE waar, live of online De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 55
  56. 56. Input heeft een verpakking nodig; liefst een aantrekkelijke en toegankelijke. Informatie krijgt vorm in: • Afbeeldingen • Tekst • Bewegend beeld • Audio (voice over) • En combinaties van media in boeken, presentaties (handouts) of webpagina’s Ook een docent of trainer is een verpakking voor informatie. Zij vertelt, doet voor en laat zien. Welke (multi)media zijn het meest geschikt om de input over te brengen en te delen met de lerenden? Wat kun je vinden, kopen of moet je zelf maken? Denk daarbij ook aan mogelijkheden voor hergebruik in andere arrangementen. Media kunnen theorie verpakken, maar ook inhoud die bedoeld is om over na te denken, te ervaren of over te praten. Denk aan een literair verhaal of juist een persoonlijk verhaal, een schilderij of een archeologische vondsten. Multimedia kunnen ook worden verrijkt met interacties waardoor lerenden zelf door informatie kunnen navigeren. Media geven géén feedback. Media (voor input) Bronnen De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 56
  57. 57. Foto’s en tekeningen kunnen op zichzelf uitleg zijn. Verrijkt met tekst dragen ze nog beter theorie over. Denk aan schema’s, topografische kaarten, dwarsdoorsnedes met labels. Op een digitale afbeelding kunnen hotspots worden gezet waarmee extra informatie is op te vragen. Of waarmee zelfs het beeld is aan te passen. Afbeelding MEDIA waarin inhoud verpakken De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 57
  58. 58. Soms is een boek gewoon heel fijn. In een papieren boek staan alleen tekst en plaatjes, maar het is wel lekker overzichtelijk. In digitale boeken staan meer toeters en bellen, maar daar heb je altijd stroom voor nodig. Boek MEDIA waarin inhoud verpakken De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 58
  59. 59. Een Pdf is een soort boek. Maar dit ‘boek’ wordt altijd digitaal aangeboden. In een pdf ziet de opmaak er voor iedereen hetzelfde uit en de inhoud is niet zo makkelijk aan te passen. Wil de lerende het op papier, dan moet ze het zelf printen. Als je denkt dat het veel geprint gaat worden, wees dan zuinig met kleur. Pdf MEDIA waarin inhoud verpakken De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 59
  60. 60. ‘Een’ Powerpoint is bij docenten favoriet voor het verpakken van informatie. Tekst en afbeeldingen van internet en eigen collectie zijn makkelijk samen te voegen op een slide. Een aantal slides achter elkaar is een presentatie. De docent vertelt er een verhaal bij, of leest op wat er staat. De dia’s geven de docent houvast. De lerenden kijken de presentiatie voor de toets nog eens door. Ze kunnen er tijdens de les aantekeningen op gemaakt hebben. Een presentatie kan worden opgeslagen als pdf. E-learning modules zijn ook presentaties, maar meestal bevatten ze wel vragen en feedback. Daarmee worden ze media en tool ineen. Presentatie MEDIA waarin inhoud verpakken De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 60
  61. 61. De docent weet veel. Ze bereidt een verhaal voor en komt dat vertellen. Kan ook met een presentatie erbij. Ze geeft zowel bewegend beeld als geluid. Docenten zijn ook levende jukeboxen. Heeft de lerende een vraag, dan geeft de docent antwoord. Of de docent zegt: ‘Wat een goede vraag! Weet iemand anders het antwoord?’ Of nog irritanter: ‘Ga dat maar eens zelf uitzoeken!’ Dan gaat lerende zelf op zoek naar kennis in media van haar keuze. Een docent kan in een split second switchen van media naar tool. Zodra ze niet meer presenteert, maar interacteert met de lerende, om output te corrigeren, bekrachtigen of helpen verbeteren, wordt ze een tool. Feedback is niet automatisch, maar geheel op maat. Wat is een goede docent/trainer toch waardevol! Jammer dat ze gevoerd moet worden en eigen meningen heeft. Docent/trainer MEDIA waarin inhoud verpakken De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 61
  62. 62. Over video is zoveel te zeggen! Leren zonder video is ondenkbaar en de verwachting dat er iets beweegt, zal bij lerenden alleen maar toenemen. De docent kan zijn presentatie opnemen, zodat de lerenden hem kunnen herhalen of versnellen. Zoals schrijven en presenteren eeuwenlang basisvaardigheden waren voor docenten, zal zelf video kunnen produceren dat ook worden. In theorie kan iedereen met een smartphone het zelf… Ook animaties zijn steeds makkelijker te maken, voor wie hoge kwaliteit niet nodig vindt. Ook video kan steeds makkelijker verrijkt worden met interacties: • Navigatiemenu/bookmarks/branching van video naar video • Hotspots met extra informatie in de vorm van multimedia Bedenk dat lerenden moeten leren om met interactieve video te leren. Als ze gebruik maken van de interacties, wil dat nog niet zeggen dat ze er iets van hebben geleerd. Video MEDIA waarin inhoud verpakken De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 62
  63. 63. Op een webpagina kunnen alle media gecombineerd worden. De lerende kan veel vrijheid hebben om zelf door de media te navigeren. Een online leerplatform is een verzameling webpagina’s. De maker bepaalt of de lerende vrij is in de routekeuze of dat ze de leerarrangementen in een vaste volgorde moet afwerken. Een e-learningmodule is ook te vergelijken met een webpagina. Het onderscheid tussen module en webpagina vervaagt; zeker als de lerende naar beneden kan scrollen/swipen in plaats van zijwaarts ‘Verder’ gaat. Webpagina MEDIA waarin inhoud verpakken De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 63
  64. 64. In het leerproces geeft de lerende altijd output, anders wordt niemand bekend of er iets is geleerd. Er kan ook geen feedback gegeven worden waardoor de lerende dieper gaat leren. Om output te maken, zijn bijna altijd tools nodig. Dat kan zowel gereedschap zijn dat je kunt vasthouden als digitale tools als tekstverwerking, video-editing of een tekstveld op een webpagina waarin getypt en bijlagen geplakt kunnen worden. Op output moet interactie en feedback volgen. Dat kan: • Automatisch (quiz, vragen met feedback in een module of op een video). Dan is de feedback binair (goed/fout). Over de uitslag is geen correspondentie mogelijk • De feedback komt van het gereedschap, het materiaal dat de lerende aan het bewerken is en wordt door de lerende zelf geverbaliseerd (‘Au!’) • Van een docent/trainer die live of online reageert op de output, bij voorkeur niet alleen met een cijfer maar met waardevolle en motiverende uitleg • Langs een sociaal kanaal komt de feedback van mensen die al dan niet live of tegelijk present zijn. Ze ‘onderhandelen’ samen over de juistheid en kwaliteit van de output Welke tools gaat de lerende gebruiken om output te maken en delen en met welke tools wordt feedback gegeven en besproken? Soms is de trainer de enige noodzakelijke tool. Tools zijn er teveel om op te noemen en er zijn er elke dag meer. Ik hoop dat iemand eens een database maakt waarin je ze kunt filteren op functionaliteit en kenmerken van tijd en ruimte. Tools (voor output, interactie en feedback) leeractiviteiten De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 64
  65. 65. Een acteur is ook een tool. Training in (sociale) vaardigheden werkt het beste met acteurs die elk gedrag kunnen spelen waarmee geoefend moet worden (onzeker, boos, bang). Lerenden werken met acteurs om output te geven (tegen te praten of iets fysieks mee te doen). Trainingsacteurs zijn opgeleid om het effect terug te geven van de lerende. Acteur TOOLS voor maken en delen output en feedback De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 65
  66. 66. Denk bij live leren ook eenvoudig en dichtbij. In een lokaal of sessieruimte zijn allerlei tools voorhanden of de docent/trainer neemt ze mee. Hoe vaak worden aan subgroepjes niet flipovervellen uitgedeeld waarop ze hun output mogen schrijven? Flipover TOOLS voor maken en delen output en feedback De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 66
  67. 67. Deze tool is hot. Er zijn veel programma’s om ze mee te maken, van eenvoudig en open source naar heel complex en flexibel en prijzig. Met software voor e-learningmodules als Articulate Storyline of Adobe Captivate zijn ook interactieve video’s te maken. Een interactieve video wordt een tool als er feedback in verpakt zit. De lerende kan tijdens het kijken antwoord geven op vragen over wat zij heeft gezien of denkt te gaan zien. Ze krijgt meteen te zien of de output juist was. De feedback kan ook in de vorm van vervolgvideo’s zijn. Het vervolg is gekoppeld aan de keuze die is gemaakt en de lerende ziet de consequenties. Zo komt goed gemaakte interactieve video dichtbij een game of simulatie en ervaren als instructiestrategie (branching scenario). Een game is ook een tool want de spelregels geven richting aan de feedback. Interactieve video TOOLS voor maken en delen output en feedback De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 67
  68. 68. Chat is bedoeld voor synchrone communicatie. De lerende interacteert met een trainer of medelerenden die tegelijk aanwezig zijn. Een chatsessie kan georganiseerd zijn, als een online meeting. Er wordt tekst uitgewisseld en er kunnen media aan de berichten worden gehangen. Meer mensen kunnen tegelijk typen, waardoor de structuur wat onder druk komt te staan. Chat is bijna in alle software voor webconferencing (synchrone communicatie met multimedia) één van de interactiemogelijkheden. Chat TOOLS voor maken en delen output en feedback De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 68
  69. 69. Een forum is bedoeld voor asynchrone communicatie. De lerende interacteert met een trainer of medelerenden die niet tegelijk aanwezig zijn. Een forumdiscussie kan georganiseerd zijn, met een afgesproken begin- en eindpunt waarop een conclusie kan worden getrokken over het antwoord op de vraag of de stelling. Het kan ook beginnen op een moment waarop een lerende een vraag voorlegt en ophouden als er geen bruikbaar antwoord blijkt te komen. Net als bij een chat kan tekst worden uitgewisseld en er kunnen media aan de berichten worden gehangen. Omdat een forum wat meer is uitgerekt in de tijd, is het makkelijker om overzicht te houden. Ook een forum heeft baat bij een facilitator. Forumbijdragen zijn output die van feedback kan worden voorzien. Bij een chat ligt de nadruk op de interactie en niet op de output. Forum TOOLS voor maken en delen output en feedback De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 69
  70. 70. 8Ontwerpbesluiten vloeien uit elkaar voort. Relateer elke stap aan de lerende De Blendcirkel - Helder & Wijzer / Isabelle Langeveld 70 Kijk maar naar het volgende voorbeeld
  71. 71. TYPE KENNIS welke kennis waarover LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Voorbeeld 71
  72. 72. TYPE KENNIS welke kennis waarover LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Taak 72
  73. 73. TYPE KENNIS welke kennis waarover LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Kennis 73
  74. 74. TYPE KENNIS welke kennis waarover INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Leerfase 74 LEERFASE wat ermee doen
  75. 75. TYPE KENNIS welke kennis waarover INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Instructiestrategie 75 LEERFASE wat ermee doen
  76. 76. TYPE KENNIS welke kennis waarover TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Groepering 76 LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren
  77. 77. TYPE KENNIS welke kennis waarover RUIMTE waar, live of online MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Tijd 77 LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak
  78. 78. TYPE KENNIS welke kennis waarover MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Ruimte 78 LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online
  79. 79. TYPE KENNIS welke kennis waarover MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Media 79 LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online
  80. 80. TYPE KENNIS welke kennis waarover MEDIA waarin inhoud verpakken bronnen TOOLS voor maken en delen output en feedback leeractiviteiten GROEPERING met wie leren Tools 80 LEERFASE wat ermee doen INSTRUCTIESTRATEGI E hoe aanleren TIJD wanneer, hoe vaak RUIMTE waar, live of online

×