Werkwoordspelling

822 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
822
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
8
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Werkwoordspelling

  1. 1. WerkwoordspellingHoe ging dat ook alweer?
  2. 2. Hoe schrijf je word(t)? Tijdens een belspelletje krijgt een eerstejaars student aan de PABO de volgende vraag: Wat denk je? Geeft ze het juiste antwoord? Ja, wat is het nu: word of wordt?
  3. 3. werkwoordspelling• Zwakke en sterke werkwoorden• Persoonsvorm tegenwoordige tijd• Persoonsvorm verleden tijd• Voltooid deelwoord• Onregelmatige werkwoorden• Uit het Engels ontleende werkwoorden
  4. 4. Zwakke en sterke werkwoorden• Zwakke werkwoorden zijn werkwoorden die je in de verleden tijd vervoegt met –de(n) of –te(n). ▫ werken werkte gewerkt ▫ antwoorden antwoordde geantwoord ▫ verven verfde geverfd• Sterke werkwoorden zijn werkwoorden die in de verleden tijd van klank veranderen. ▫ lopen liep gelopen ▫ vinden vond gevonden ▫ brengen bracht gebracht
  5. 5. Persoonsvorm tegenwoordige tijd• Sterke en zwakke werkwoorden gedragen zich in de tegenwoordige tijd hetzelfde.• Er zijn maar 3 mogelijkheden.*Ik-vorm (stam) hij-vorm (stam+t) meervoudsvormloop loopt lopenverf verft vervenword wordt wordenzet zet Zettendelete deletet deleten
  6. 6. De ik-vorm (stam) Ik als onderwerp of je/jij als onderwerp achter de persoonsvorm: Ik loop Ik word Loop je/jij Word je• Maar: loopt je zus en brandt je verwarming ▫ Gebiedende wijs:Loop door! Word volwassen!
  7. 7. De hij-vorm (stam)• Bij alle andere onderwerpen in het enkelvoud zet je er een –t achter: ▫ lopen Hij loopt, ▫ worden Dat wordt, ▫ werken Henk werkt, ▫ verven Jij verft, ▫ slapen Je slaapt, ▫ zetten Mijn zus zet
  8. 8. Meervoudsvorm• Lijkt me logisch: ▫ We lopen, ▫ Jullie worden ▫ Mieke en Maaike werken ▫ De buren verven ▫ Ze slapen ▫ De tegelzetters zetten
  9. 9. Persoonsvorm verleden tijd• Zwakke werkwoorden ▫ ‘t fokschaap-x ▫ ‘t kofschip-x
  10. 10. ‘t Kofschip-x of ‘t fokschaap-x• Meestal hoor je wel of je te(n) of de(n) moet gebruiken, maar je kunt ook de fokschaap-regel gebruiken. ▫ Neem het hele werkwoorden haal de (e)n weg.• werken• besteden ▫ zit de laatste letter in ‘t kofschip?• ja: ik-vorm+te(n)  werkte(n)• nee: ik-vorm+ de(n)  besteedde(n)
  11. 11. Persoonsvorm verleden tijd zwakkewerkwoorden en voltooid deelwoord‘t kofschip-x enkelvoud meervoud Voltooid deelwoord ik-vorm+te ik-vorm+tenzetten zet te zetten gezetwerken werk te werkten gewerktplaatsen plaats te plaatsten geplaatstAlle andere enkelvoud meervoud Voltooidgevallen deelwoord ik-vorm+de ik-vorm+denverven verfde verfden geverfdantwoorden antwoordde antwoordden geantwoordvoelen voelde voelden gevoeld
  12. 12. Persoonsvorm verleden tijd sterkewerkwoorden• Lopen liep gelopen• Brengen bracht gebracht• Worden werd geworden• Enz.
  13. 13. Onregelmatige werkwoorden• Die doe je echt niet fout! De belangrijkste zijn: ▫ kunnen ▫ zullen ▫ hebben ▫ zijn ▫ mogen
  14. 14. Uit het Engels ontleende werkwoorden• Die vervoeg je hetzelfde als zwakke werkwoorden. Pv tt Pv vt vd bingoën ik bingo bingode hij bingoot gebingood wij bingoën bingoden stressen ik stres streste hij strest gestrest wij stressen stresten deleten ik delete deletete hij deletet gedeletet wij deleten deleteten sms’en ik sms sms’te hij sms’t ge-sms’t wij sms’en sms’ten
  15. 15. Woordenlijst.org

×