Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Slb week 10 2014 2015

550 views

Published on

Bijeenkomst 3 SLB

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Slb week 10 2014 2015

  1. 1. S&W WEEK 10
  2. 2. PROGRAMMA  Terugblik eigen professionele leerdoelen voor de eindstage (AFS01: hoofdstuk 1)  SMART leerdoelen opstellen  Professioneel werkconcept waaronder normatieve professionaliteit  Pedagogisch klimaat en interventies (AFS01: hoofdstuk 2)  Werken aan de vakken/ontwikkelingsgebieden (AFS01: hoofdstuk 3)  Een groepsoverzicht en groepsplan (AFS01: hoofdstuk 4)
  3. 3. ONDERDEEL 1:  Terugblik eigen professionele leerdoelen voor de eindstage (AFS01: hoofdstuk 1)  SMART leerdoelen opstellen  Professioneel werkconcept waaronder normatieve professionaliteit
  4. 4. TERUGBLIK: PROFESSIONEEL WERKCONCEPT  Wat voor leerkracht wil jij zijn, waar sta jij voor?  Welke visie op onderwijs spreekt jou aan?  Welke bronnen inspireren jou?  Wat wil je daarvan zichtbaar maken in je afstudeerstage?
  5. 5. TERUGBLIK: PROFESSIONEEL WERKCONCEPT Welke bronnen inspireren jou? Over onderwijs, over kinderen, over maatschappelijke kwesties, over…. ?? Waarom inspireren ze je? Inspiratie: Ga op zoek naar een actueel, relevant artikel waar – een deel – van jouw visie in naar voren komt. Tip: zie artikelen op www.hetkind.org (en abonneer je meteen op die site!).
  6. 6. TERUGBLIK PROFESSIONEEL WERKCONCEPT VERSUS NORMATIEVE PROFESSIONALITEIT Welke inzichten in jouw normatieve professionaliteit spelen een rol in jouw handelen? Onder normatieve professionaliteit wordt verstaan dat je je bewust bent/wordt vanuit welke (persoonlijke) waarden en drijfveren je als leerkracht handelt.
  7. 7. TERUGBLIK: NORMATIEVE PROFESSIONALITEIT Beschrijven in AFS03 maar ook al bruikbaar voor AFS01:  Hoe zie ik mezelf als leerkracht?  Vanuit welke waarden handel ik als leerkracht?  Hoe zie ik in mijn visie deze waarden en drijfveren terug?  Vanuit welke motieven kies ik voor dit beroep?  Wat betekent dat voor mijn relatie met kinderen (en anderen) en mijn taakopvatting?  En welke waarden zou ik nog meer in mijn dagelijks handelen terug willen laten komen en aandacht geven?
  8. 8. ONDERDEEL 2:  Pedagogisch klimaat en interventies (AFS01: hoofdstuk 2)
  9. 9. UITWERKEN ‘PEDAGOGISCH KLIMAAT’ FASE 1: WAARNEMEN Vanuit de specifieke situatie van jouw praktijkgroep geef je een beschrijving van het pedagogisch klimaat (0-meting). Op welke wijze wordt er tegemoet gekomen aan de basisbehoeften van kinderen? Denk daarbij aan specifieker vragen zoals :  Wat is de relatie tussen jou als leerkracht en de leerlingen (respectvolle relaties, pedagogische basishouding)?  Wat is de relatie tussen leerlingen onderling, welke groepsdynamische processen spelen er en wat is bepalend voor de sfeer in de groep?  Hoe wordt er sociaal-emotionele ondersteuning gegeven aan de kinderen in de groep?  In welke mate dragen de kinderen verantwoordelijkheid voor zichzelf, de groep en de omgeving?  In welke mate wordt er een beroep gedaan op de zelfstandigheid van kinderen, ook in samenwerking met elkaar?
  10. 10. FASE 2: BEGRIJPEN Welke onderwijsbehoeften zijn er in de groep en bij specifieke kinderen als het gaat om kunnen leren in een veilig pedagogisch klimaat? Welke interventies sluiten aan bij deze onderwijsbehoeften? (=AFS1 hoofdstuk 2) Ga daarvoor: - in gesprek met kinderen; - op zoek naar relevante bronnen; - in gesprek met je praktijkopleider en IB’er. Hoe consistent zijn jouw interventies (of hoe jij naar het pedagogisch klimaat kijkt) met jouw professioneel werkconcept?
  11. 11. FASE 3: PLANNEN Nadat je het pedagogisch klimaat in beeld hebt gebracht, ga je een plan maken waarmee jij gaat bijdragen aan het verbeteren of in stand houden van het pedagogisch klimaat in je groep. Je beschrijft hierin een aantal geplande interventies die je tijdens je afstudeerstage wilt plegen. Deze keuzes onderbouw je met relevante theorie (max. 1000 woorden).
  12. 12. ONDERDEEL 3:  Werken aan de vakken/ontwikkelingsgebieden (AFS01: hoofdstuk 3)
  13. 13. WERKEN AAN DE VAKKEN/ONTWIKKELINGSGEBIEDEN (AFS01: HOOFDSTUK 3) De bedoeling is dat je – in het kort en op essenties – van elk vak specifiek kunt aangeven:  welke leerstof aan bod komt (als langere leerlijn)  welke stap op de leerlijn je in die periode zet (welke verandering t.o.v. de beginsituatie ga je realiseren?)  welke didactische werkvormen je kiest  hoe je je organisatie daarvoor inricht.  hoe je de door jou gestelde doelen voor de kinderen gaat evalueren  en hoe je daarbij inspeelt op de verschillende onderwijsbehoeften van kinderen
  14. 14. ONDERDEEL 4:  Een groepsoverzicht en groepsplan (AFS01: hoofdstuk 4)
  15. 15. WERKEN AAN DE VAKKEN/ONTWIKKELINGSGEBIEDEN (AFS01: HOOFDSTUK 4) Voor één vak wordt die differentiatie specifieker uitgewerkt in een groepsoverzicht en groepsplan. Hiermee laat je zien dat je binnen je groep in staat bent verschillende beginsituaties te onderscheiden en gedifferentieerd onderwijs te plannen, aansluitend bij onderwijsbehoeften van kinderen. In je groepsplan maak je inzichtelijk dat je een goed zicht hebt op het vak én de kinderen en verantwoord je aan welke doelen (pedagogisch en didactisch, op groeps- en kindniveau) je gaat werken tijdens je afstudeerstage. Je doorloopt daarmee de eerste drie fasen van de cyclus van Handelingsgericht Werken: waarnemen, begrijpen en plannen. De vierde fase ‘realiseren’ voer je vervolgens uit tijdens je afstudeerstage. Voor aanwijzingen: zie HUBL.
  16. 16. S&W: VOORUITBLIK KWARTAAL C Bijeenkomst 4 (week 11):  Feedbackgesprekken AFS01: 20 minuten per student (bijlage 3 van handleiding AFS01: feedbackformulier S&W-er)

×