Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
Idealen in het cultuurbeleidEen onderzoek naar het denken over cultureelburgerschap, cultuurmecenaat en civil society.Gea ...
SummaryThe introduction of cultural citizenship in Dutch government policy documents in 2007 was nocoincidence, at a time ...
citizenship. The result is that cultureel burgerschap is easily understood as contributing tocommunity goals, for example ...
InhoudInleiding ........................................................................................................ 5...
2.2.1 Het advies: cultureel burgerschap ................................................................... 45     2.2.2 C...
Inleiding“Cultureel burgerschap staat of valt met de mogelijkheden van burgers om zich te verdiepen inhun verleden of zich...
regering om die reden een ingrijpend pakket aan bezuinigingen aan. Deze bezuinigingentroffen ook de cultuursector, die hie...
Zowel het cultureel burgerschap, de civil society als het cultuurmecenaat worden alsideaal gezien door de Nederlandse over...
belangrijk onderwerp is, wanneer het gaat om burgerschap in de huidige samenleving. Hetdoel van dit hoofdstuk is om te lat...
1 Denken over (cultural) citizenship en de civil societyIn de laatste decennia zijn het burgerschap en de civil society st...
Voordat ik in dit hoofdstuk inga op cultural citizenship en haar rol in de samenleving, zal ik denotie van burgerschap en ...
1.1 BurgerschapHet begrip burger en verwante begrippen zoals burgerlijk, burgerschap en burgermaatschappijworden op versch...
een politieke traditie. Dit komt doordat deze landen een andere ontwikkeling hebbendoorgemaakt, waardoor het burgerbegrip ...
uit te oefenen. In eerste instantie was er in de negentiende eeuw in Nederland alleen hetcensuskiesrecht, bestemd voor man...
1.1.3 Gelijkheid voor iedereenMarshall was van mening dat de civiele, politieke en sociale rechten in een democratischesam...
achttiende en negentiende eeuw werden verleend en dat deze in de twintigste eeuw werdenaangevuld met sociale rechten. De v...
1.2 Globalisering en moderniseringDe betekenis van burgerschap staat onder invloed van verschillende factoren zoals hiervo...
heeft grote consequenties voor het bestaan van de natiestaat. Dit blijkt onder andere uit deEuropese praktijk, waarin een ...
kritische herwaardering onderworpen. Dit wantrouwen in het systeem leidde in de samenlevingtot de wens om de staatsbemoeie...
maatschappij genoemd. Als gevolg van globalisering bestaat de maatschappij uit verschillendeculturen met elk hun eigen tra...
1.3 Cultural citizenship1.3.1 Één titel, verschillende visiesDe notie van cultural citizenship biedt in hedendaagse plural...
politicologische visie constateert Delanty ook veranderingen in de interpretatie vanburgerschap in de loop der tijd. Zo is...
goederen en culturele processen. Het is een actieve en procesmatige vorm van burgerschap,die telkens opnieuw wordt vormgeg...
in de samenleving te bepalen. Deze manieren waarop burgers vorm geven aan cultuur gevenaanleiding tot claims voor nieuwe r...
1.4 Civil society1.4.1 IdeaalbeeldVanaf het einde van de twintigste eeuw is er sprake van een wereldwijde opkomst vangeorg...
Salamon wijst verschillende verwante internationale ontwikkelingen aan, die hebbenbijgedragen aan de wereldwijde civil soc...
vraag of de financieringstekorten die ontstaan door de huidige cultuurbezuinigingen, volledigkunnen worden opgevangen door...
industrieën, hebben de globalisering in deze onderwerpen gevolgd, door globale verbanden tezoeken met gelijke associaties ...
politici de term civil society zeer breed inzetten als omschrijving van het gebied waarouderwetse overheidstaken worden af...
„power‟, de (wettelijke en bestuurlijke) macht, „social norms & communication‟, (normatieve endiscursieve) invloed en „mon...
Tabel 1.1 Kenmerken van gemeenschap, markt, staat en civil society als ideaaltypen van demaatschappelijke ordening        ...
bijdrage aan het democratisch bestuur. De organisatievorm van de vereniging maaktcollectieve actie mogelijk en brengt in b...
Deze externe effecten van de civil society zijn van belang voor de bestudering vancultural citizenship omdat een communica...
meer ruimte voor een nieuwe vorm van burgerschap, cultural citizenship. Dit hoofdstuk begonmet het gegeven dat het burgers...
2 Cultureel burgerschap in NederlandAan het begin van de negentiende eeuw werd de term burger geassocieerd met een zekerec...
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society

2,554 views

Published on

Het cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society werden allen op enig
moment in het overheidsbeleid van de laatste decennia als ideaal gezien door de
Nederlandse regering. Het cultureel burgerschap werd enkele jaren geleden
geïntroduceerd in het overheidsbeleid. De verschillende en soms tegenstrijdige
interpretaties van het begrip in beleidsstukken en overheidsrapporten maken
echter dat de betekenis van het cultureel burgerschap vaak onduidelijk is. Het
cultureel burgerschap zou uiting moeten geven aan de complexiteit van het
burgerschap en het belang van cultuur voor de hedendaagse Nederlandse
samenleving. De term moet worden begrepen in de context van hedendaagse
ontwikkelingen, zoals de globalisering, pluralisering en individualisering van de
Nederlandse samenleving. Deze ontwikkelingen hebben bijgedragen aan het
toegenomen belang van cultuur bij het denken over burgerschap. Een ander
prominent thema in het recentelijk overheidsbeleid is het cultuurmecenaat, de
vrijwillige particuliere en bedrijfsmatige financiering van de kunsten. De
regering presenteert het cultuurmecenaat als de oplossing voor het gebrek aan
financieel en maatschappelijk draagvlak van de cultuursector in de huidige
periode van overheidsbezuinigingen. Het stimuleren van cultuurmecenaat is één
van de speerpunten van het huidige cultuurbeleid.
In deze scriptie worden beide termen uit het Nederlands cultuurbeleid geplaatst
binnen het denken over de civil society. In het Nederlandse overheidsbeleid is de
Engelse term civil society een betrekkelijk nieuw begrip. Het begrip komt voort
uit een liberale traditie en verwijst in het overheidsbeleid vaak naar de
verantwoordelijkheid van burgers. In deze scriptie wordt uiteengezet hoe
cultureel burgerschap en cultuurmecenaat, als uitingen van actief en
verantwoordelijk burgerschap, passen in het denken over en de totstandkoming
van een civil society.
Door de verhouding tussen cultureel burgerschap, civil society en het
cultuurmecenaat in het Nederlandse overheidsbeleid te verhelderen, draagt deze
scriptie bij aan de wetenschappelijke kennis rondom het cultuurmecenaat en de
betekenis van (cultureel) burgerschap in Nederland. Daarnaast kan deze scriptie
ook een bijdrage leveren aan de recente discussies over de verantwoordelijkheid
van burgers in de Nederlandse cultuursector door de discussie over het
cultuurmecenaat in het ruimere kader van de civil society te plaatsen.

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Idealen in het cultuurbeleid. Een onderzoek naar het denken over cultureel burgerschap, cultuurmecenaat en civil society

  1. 1. Idealen in het cultuurbeleidEen onderzoek naar het denken over cultureelburgerschap, cultuurmecenaat en civil society.Gea van Schravendijk s0606189E-mail: geavs@live.nlMasterscriptie Algemene Cultuurwetenschappen, Kunstbeleid en mecenaatRadboud Universiteit NijmegenBegeleider: dr. Helleke van den BraberTweede lezer: dr. Edwin van MeerkerkDatum: 22 december 2011
  2. 2. SummaryThe introduction of cultural citizenship in Dutch government policy documents in 2007 was nocoincidence, at a time when developments like globalization, individualization and pluralizationplay an increasing role in Dutch society. The term was supposed to refer to the complexity ofcitizenship in modern society and should emphasize the importance of culture in relation tocitizenship. The Dutch government presented cultural citizenship as an ideal active form ofcitizenship. The meaning of cultural citizenship was however not very clear, despite the use indifferent Dutch government policy documents, advisory reports and foresight studies.A second recently popular topic in Dutch cultural policy is cultural philanthropy, also known ascultuurmecenaat. As a result of the worldwide financial crisis in 2008, the Dutch economyentered a recession. One of the consequences of this recession was that the Dutch governmentneeded to cut deep into different grants, among them the grants for art and culture. Thegovernment expects however that the private support of art and culture will fill the anticipatedgap. This cultural philanthropy is presented by the government as giving back responsibility tothe Dutch society. Encouraging private support is now one of the key points of cultural policy.In this thesis it will become clear that the use of both these terms in Dutch cultural policy isrelated to the idea of civil society. The central question of this thesis is: What is the relation between the terms ofcultureel burgerschap, civil society and cultuurmecenaat in Dutch government policy since themid of the twentieth century? In this master thesis, firstly cultural citizenship is discussedaccording to foreign academic literature. The analysis of the meaning of cultural citizenship ingeneral and in Dutch policy documents takes place in chapter 1 and 2. The analysis of thesubject of the private funding of the arts in Dutch policy is presented in chapter 3. All threechapters contain cross references between the three discussed terms. This thesis ends with aconclusion that gives a clear view on the relations between these three terms. The scientificrelevance of this thesis lies in its scientific investigation of the current issues of culturalphilanthropy and the meaning of citizenship in Dutch society. Firstly, it contributes to scientificknowledge on these particular fields. Secondly, it contributes to recent discussion about therole of citizens in Dutch society and the private funding of the arts in the Netherlands. Thisstudy used scientific theories of (cultural) citizenship, civil society and cultural philanthropy toanalyze the meaning of these terms in Dutch government policy. The particular meaning of the word citizenship is strongly dependent on the context inwhich it is found. In the western world, culture has come to play an increasing important rolein the context of citizenship. The pluralization of Dutch society has transformed Dutchcitizenship into an explicitly culturally defined term. Questions of cultureel burgerschap need tobe understood in the context of the developments of the Dutch society. The Dutch wordcultureel burgerschap is given meaning by the governments expectations of this form of 1
  3. 3. citizenship. The result is that cultureel burgerschap is easily understood as contributing tocommunity goals, for example to increase community and social cohesion. The main conclusion of this thesis is that the use of these three terms in governmentpolicy documents is interrelated, despite the fact that the terms are rarely used in the samedocuments. Cultural citizenship is an active form of citizenship and fits in the thinking aboutcivil society. The idea of civil society is related to ideas of rolling back the state and givingmore responsibilities to citizens and companies. The act of supporting the arts as a responsiblecitizen also fits in these ideas about civil society. Thus, this thesis concludes that thinkingabout cultural citizenship and cultural philanthropy could be placed in the discourse of civilsociety. At the same time, cultural citizenship and the private funding of the arts bothstimulate the development of civil society, because they are both expressing active andresponsible citizenship. 2
  4. 4. InhoudInleiding ........................................................................................................ 51 Denken over (cultural) citizenship en de civil society ................................. 9 1.1 Burgerschap .................................................................................................... 11 1.1.1 Interpretaties van het burgerbegrip ................................................................. 11 1.1.2 Civiele, politieke en sociale rechten ................................................................. 12 1.1.3 Gelijkheid voor iedereen ................................................................................ 14 1.1.4 Kritiek op Marshall‟s rechten ........................................................................... 14 1.2 Globalisering en modernisering ....................................................................... 16 1.2.1 Positie van de natiestaat ................................................................................ 17 1.2.2 Pluralisering van de samenleving .................................................................... 18 1.3 Cultural citizenship .......................................................................................... 20 1.3.1 Één titel, verschillende visies .......................................................................... 20 1.3.2 Cultural citizenship en multiculturalisme .......................................................... 20 1.3.3 Cultural citizenship en de discursieve status van cultuur .................................... 21 1.3.4 Belang van cultuur ........................................................................................ 22 1.4 Civil society ..................................................................................................... 24 1.4.1 Ideaalbeeld .................................................................................................. 24 1.4.2 Opkomst van de civil society .......................................................................... 24 1.4.3 Civil society en globalisering ........................................................................... 26 1.4.4 Nederlandse civil society ................................................................................ 27 1.4.5 Publieke opinievorming .................................................................................. 30 1.4.6 Sociaal kapitaal............................................................................................. 31 1.4.7 Civil society en cultural citizenship .................................................................. 322 Cultureel burgerschap in Nederland .......................................................... 34 2.1 Burgerschap in de twintigste en 21ste eeuw ................................................... 35 2.1.1 Burgerschap in de verzorgingsstaat ................................................................. 35 2.1.2 Van verzorgende overheid naar afgekeurde verzorgingsstaat .............................. 36 2.1.3 Participatie, verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid ...................................... 38 2.1.4 Actief burgerschap en de civil society .............................................................. 39 2.1.5 Drie peilers van burgerschap .......................................................................... 40 2.1.6 Culturalisering van burgerschap ...................................................................... 41 2.1.7 Emotionalisering van burgerschap ................................................................... 42 2.2 Cultureel burgerschap als beleidsideaal .......................................................... 44 3
  5. 5. 2.2.1 Het advies: cultureel burgerschap ................................................................... 45 2.2.2 Cultuurparticipatie......................................................................................... 46 2.2.3 Actief cultureel burgerschap ........................................................................... 47 2.2.4 Verschillen in interpretatie.............................................................................. 49 2.2.5 Huidige status .............................................................................................. 51 2.3 Cultureel burgerschap in de praktijk ............................................................... 53 2.3.1 Culturele interventies .................................................................................... 53 2.3.2 Beleidsmatige verwachtingen ......................................................................... 54 2.3.3 Grondleggers ................................................................................................ 553 Cultuurmecenaat en civil society............................................................... 58 3.1 Cultuurbeleid ................................................................................................... 60 3.1.1 Cultureel ondernemerschap ............................................................................ 60 3.1.2 Meer draagvlak voor cultuur ........................................................................... 62 3.1.3 Ruimte voor geven ........................................................................................ 65 3.2 Begrippen in cultuurbeleid en wetenschap ...................................................... 68 3.2.1 Van cultuurmecenaat naar civil society ............................................................ 69 3.2.2 Non-profit sector en civil society ..................................................................... 71 3.3 Cultuurpatronage in Nederland ....................................................................... 73 3.3.1 Mecenaat ..................................................................................................... 73 3.3.2 Protectoraat ................................................................................................. 75 3.3.3 Markt .......................................................................................................... 76 3.4 Civil society en mecenaat ................................................................................ 77 3.4.1 Leidend principe: vrijwilligheid ........................................................................ 78 3.4.2 Dominante factoren: verenigingen .................................................................. 79 3.4.3 Voorwaarden voor deelname: commitment ...................................................... 81 3.4.4 Besluitvormingsregel en transactiemiddel: discussie en argumenten .................... 82 3.4.5 Goederen en externe effecten ......................................................................... 83 3.4.6 Publieke opinievorming .................................................................................. 83 3.4.7 Sociaal kapitaal............................................................................................. 854 Conclusie en aanbevelingen ...................................................................... 88 4.1 Conclusie ......................................................................................................... 88 4.2 Aanbevelingen ................................................................................................. 91Bibliografie .................................................................................................. 93 4
  6. 6. Inleiding“Cultureel burgerschap staat of valt met de mogelijkheden van burgers om zich te verdiepen inhun verleden of zich te uiten in een kunstdiscipline.”1Dit is de interpretatie van cultureel burgerschap van minister Ronald Plasterk in zijncultuurnota Kunst van Leven (2007). Hij gebruikt deze term nadat het cultureel burgerschapeerder dat jaar werd geïntroduceerd door de Raad voor Cultuur, als uitgangspunt voor hetnieuwe cultuurbeleid. Hierbij dringt zich de vraag op wat deze term betekent, en specifiek watdeze term betekent in de context van het Nederlands cultuurbeleid. Deze vraag vormt hetstartpunt van mijn scriptieonderzoek. Zonder een volledige beschrijving van het cultureelburgerschap te geven, is een korte toelichting hier op zijn plaats. Volgens de Raad indiceert enonderstreept het cultureel burgerschap de complexiteit en gelaagdheid van burgerschap enbenadrukt het daarnaast de betekenis van kunst en cultuur voor de ontwikkeling van denationale gemeenschap in een mondiale context.2 De term verwijst dus naar de verschillendebetekenislagen van het burgerschap en accentueert het belang van kunst en cultuur voor dehedendaagse Nederlandse samenleving. Deze beschrijving is nog niet erg specifiek en staatvoor meerdere interpretaties open, getuige ook de verschillende interpretaties inbeleidsstukken en rapporten die in deze scriptie aan bod zullen komen. Naast het gegeven datde term op diverse wijzen wordt geïnterpreteerd, wordt het cultureel burgerschap ook nogaleens gebruikt zonder verdere toelichting. Dit gegeven maakt het interessant om teonderzoeken wat cultureel burgerschap betekent en hoe de term wordt ingezet in hetcultuurbeleid. De samenvoeging van de termen cultuur en burgerschap is geen toeval. Het belang vancultuur in de context van burgerschap is het gevolg van verschillende wereldwijdeomstandigheden zoals globalisering, pluralisering, modernisering en de opkomst van een civilsociety. Naarmate deze ontwikkelingen een steeds grotere rol zijn gaan spelen in de tweedehelft van de twintigste eeuw, is het belang van cultuur een steeds grotere rol gaan spelen inhet denken over burgerschap. Al deze ontwikkelingen zijn van invloed geweest op ofgerelateerd aan de introductie van het cultureel burgerschap en spelen daarom een belangrijkerol bij het denken over en interpreteren van deze term. Dit betekent dat deze onderwerpenniet kunnen worden genegeerd bij de bestudering van cultureel burgerschap in het Nederlandscultuurbeleid. In hetzelfde jaar waarin het cultureel burgerschap werd geïntroduceerd, 2007, ontstonder in Amerika een kredietcrisis die wereldwijd grote economische gevolgen had. Veel westerselanden raakten in een recessie, waaronder Nederland. In 2010 kondigde de Nederlandse1 (Plasterk, 2007, p. 23)2 (Swaab & Weeda, 2007, pp. 4, 13) 5
  7. 7. regering om die reden een ingrijpend pakket aan bezuinigingen aan. Deze bezuinigingentroffen ook de cultuursector, die hierdoor sterk onder druk kwam te staan. Het huidige kabinetRutte-Verhagen heeft deze bezuinigingen aangegrepen om de rol van de overheid in deculturele sector te beperken. Volgens het kabinet moet de cultuursector minder afhankelijkworden van overheidssubsidies. Om deze reden geeft het kabinet meer ruimte aan desamenleving en het particulier initiatief, waar het de financiering van de culturele sectorbetreft. Dit geldt overigens niet alleen voor de cultuursector, maar ook voor andere sectoren inde samenleving. In de gehele samenleving stimuleert de overheid financiële zelfstandigheid enmaatschappelijke betrokkenheid. In de cultuursector stimuleert de overheid specifiek cultureelondernemerschap bij culturele instellingen en kunstenaars en cultuurmecenaat bij particulierenen bedrijven, om zo een zelfstandige cultuursector te creëren. In de praktijk betekent dit datinstellingen en kunstenaars een groter deel van hun eigen inkomsten uit de markt moetengaan halen door succesvol ondernemerschap. Daarnaast moeten instellingen en kunstenaarsinkomsten gaan verwerven via het cultuurmecenaat.3 Voordat Nederland in een recessieraakte, werd het cultuurmecenaat in 2007 nog enkel gestimuleerd met een aantal gunstigefiscale regelingen. In 2011 is het cultuurmecenaat inmiddels stevig verankerd in hetcultuurbeleid door verschillende stimulerende beleidsinstrumenten. De regering geeft met destimulering van het cultuurmecenaat een deel van de verantwoordelijkheid voor de culturelesector terug aan de burger. Deze ontwikkeling sluit aan bij het idee van de civil society. In het Nederlandse overheidsbeleid is de Engelse term civil society een betrekkelijknieuw begrip. In het overheidsbeleid verwijst het vaak naar de verantwoordelijkheid vanburgers en maatschappelijke organisaties in het publieke domein. 4 Het denken over de civilsociety is dus sterk verbonden met diverse aspecten van burgerschap. Beide thema‟s zijn delaatste jaren actueel in het overheidsbeleid. De overheid geeft met de term actief burgerschapinvulling aan het begrip civil society. Deze actieve vorm van burgerschap moet een positievebijdrage leveren aan verschillende maatschappelijke problemen, zoals het gebrek aan socialecohesie en de individualisering in de samenleving. Tegelijkertijd met de stimulering van actiefburgerschap, trekt de overheid zich op verschillende vlakken in de samenleving terug dooringrijpende overheidsbezuinigingen. Dit gebeurt niet alleen in de cultuursector, maarbijvoorbeeld ook in de zorgsector en in het onderwijs. Met deze bezuinigingen wordt descheidslijn tussen de verantwoordelijkheden van burgers, instellingen en de overheid scherper.De overheid neemt op verschillende beleidsterreinen meer afstand en geeftverantwoordelijkheden terug aan de samenleving. Door aan de ene kant actief burgerschap testimuleren en aan de andere kant zichzelf kleiner te maken, probeert de overheid deontwikkeling van de civil society te stimuleren. De civil society is net als cultureel burgerschapeen term die vaak wordt gebruikt in het overheidsbeleid, maar zelden wordt toegelicht. Dit isproblematisch omdat ook deze term op verschillende wijzen kan worden geïnterpreteerd.3 (Zijlstra, 2010)4 (Jager, 2007) 6
  8. 8. Zowel het cultureel burgerschap, de civil society als het cultuurmecenaat worden alsideaal gezien door de Nederlandse overheid. Dat maakt het interessant om te onderzoeken wathet verband is tussen deze termen in het Nederlandse overheidsbeleid. Mijn onderzoeksvraagis: Hoe verhouden de begrippen cultureel burgerschap, civil society en het cultuurmecenaatzich tot elkaar in het Nederlandse overheidsbeleid in de tweede helft van de twintigste eeuw enhet begin van de 21ste eeuw? Deze onderzoeksvraag beantwoord ik in deze scriptie in eenaantal stappen die worden uitgewerkt in het laatste deel van deze inleiding. Om deze vraag tebeantwoorden, schets ik in deze scriptie een theoretisch kader rond deze drie begrippen. In ditonderzoek maak ik gebruik van theorieën over burgerschap (Marshall e.a.), civil society(Dekker) en cultuurmecenaat (Hitters). Deze theoretische kennis pas ik vervolgens toe bij deanalyse van het gebruik van de begrippen in beleidsstukken, nota‟s en adviezen op het gebiedvan cultuurbeleid. Ik behandel de genoemde periode omdat in deze periode het huidigecultuurbeleid tot stand is gekomen. Deze scriptie levert een bijdrage aan de theorievorming rond het cultureel burgerschapen het cultuurmecenaat door de verhouding tussen het mecenaat, civil society en cultureelburgerschap te verhelderen. Dit onderwerp is interessant binnen het kader van mijn masterAlgemene Cultuurwetenschappen, Kunstbeleid en Mecenaat omdat het ingaat op het actuelethema van de financiering van de kunsten door de maatschappij en de rol van de burger in decultuursector. Door het gebruik van de begrippen in het cultuurbeleid te verhelderen en ze inrelatie tot elkaar te plaatsen wordt er een nieuw licht geworpen op het thema, wat eenaanvulling kan zijn op de actuele maatschappelijke en politieke discussies overcultuurmecenaat en de verantwoordelijkheid van de burger in de cultuursector In het eerste hoofdstuk zal ik een overzicht geven van de algemene historischeontwikkeling in het denken over burgerschap. Deze beschrijving is nog niet toegespitst op deNederlandse situatie. Met behulp van dit overzicht wordt duidelijk hoe de huidige interpretatiesvan burgerschap tot stand zijn gekomen en door welke processen deze zijn beïnvloed. In dehuidige interpretaties van burgerschap speelt cultuur steeds vaker een grote rol. In Nederlandis dit terug te vinden in het denken over cultureel burgerschap. In andere westerse landen,zoals Amerika en Groot-Brittannië, wordt er al langer nagedacht over de relatie tussen cultuuren burgerschap. Het gaat dan over de Engelse term cultural citizenship. In het eerstehoofdstuk zal ik mij richten op cultural citizenship, omdat het denken hierover al verderontwikkeld is dan het denken over cultureel burgerschap in Nederland. Het cultureelburgerschap heeft niet als vanzelfsprekend dezelfde betekenis als cultural citizenship. Omdater echter in Nederland nog geen geschiedenis van theoretische reflectie op cultureelburgerschap is, begin ik met het internationale denken over cultural citizenship om zo in hettweede hoofdstuk het gebruik van de Nederlandse term cultureel burgerschap in perspectief tekunnen plaatsen. In het tweede deel van het eerste hoofdstuk ga ik dieper in op de civil society, wat een 7
  9. 9. belangrijk onderwerp is, wanneer het gaat om burgerschap in de huidige samenleving. Hetdoel van dit hoofdstuk is om te laten zien welke ontwikkelingen ten grondslag liggen aancultural citizenship. Daarnaast dient de theoretische kennis uit het eerste hoofdstuk om hetdenken over cultureel burgerschap en cultuurmecenaat in Nederlands overheidsbeleid in hettweede en derde hoofdstuk te analyseren. Hoofdstuk twee gaat in op het gebruik van de term cultureel burgerschap door deNederlandse overheid. Dit hoofdstuk begint met een uiteenzetting van de ontwikkeling van derol van de Nederlandse burger vanaf 1945. Met deze korte geschiedenis van de Nederlandseburger beschrijf ik de ontwikkelingen die richting het cultureel burgerschap hebben geleid. Deopkomst van de civil society speelt in deze geschiedenis een belangrijke rol. Vervolgens gaatdit hoofdstuk in op de introductie en het gebruik van cultureel burgerschap in het beleid van deRijksoverheid en provincies en gemeenten. Het gaat hier om de manier waarop het begripwordt geïnterpreteerd en uitgelegd in beleidsstukken en overheidsrapporten. Hierop volgt eenbeschrijving van cultureel burgerschap in de praktijk. Welke culturele praktijken getuigen vancultureel burgerschap? Het hoofdstuk wordt afgesloten met het verband tussen cultureelburgerschap en de civil society. In het derde hoofdstuk wordt het cultuurmecenaat behandeld. Het mecenaat encultureel ondernemerschap zijn vanaf de jaren tachtig steeds vaker als onderwerp terug tevinden in het cultuurbeleid. In dit hoofdstuk ga ik in op de manier waarop het cultuurmecenaatzich verhoudt tot de huidige discussies rond burgerschap en de civil society. Dit doe ik teneerste door de beleidsmatige beschrijvingen van mecenaat en civil society met elkaar tevergelijken en ten tweede door de wetenschappelijke benaderingen van de begrippen metelkaar te vergelijken. Aan de hand van mijn bevindingen sluit ik deze scriptie af met een conclusie waarin ikeen helder overzicht geef van de onderlinge verhouding tussen het cultureel burgerschap, decivil society en het cultuurmecenaat. Naast dat ik met deze scriptie een bescheiden bijdrage willeveren aan de wetenschappelijke verkenning van de genoemde begrippen, hoop ik met dezescriptie ook een bijdrage te leveren aan de discussie over het belang van cultuur in desamenleving. Cultuur zit namelijk, zoals in deze scriptie zal blijken, als een rode draad door hetidee van burgerschap geweven en is daardoor van essentieel belang voor de hedendaagsesamenleving en civil society. 8
  10. 10. 1 Denken over (cultural) citizenship en de civil societyIn de laatste decennia zijn het burgerschap en de civil society steeds vaker onderwerp vanmaatschappelijke en politieke discussies in binnen- en buitenland. Alleen al in de Nederlandsemedia en de Tweede Kamer vervijfvoudigde het gebruik van het begrip burgerschap in deperiode van 2000 tot 2007.5 Tot op de dag van vandaag is burgerschap een zeer actueelthema. Dit blijkt onder andere uit de Troonrede van 2011. In de Troonrede zet de regering elkjaar de belangrijkste plannen voor het komende jaar uiteen. In 2011 wordt het burgerschapniet letterlijk genoemd, maar speelt het toch een prominente rol. Zo staat in de rede: „dekracht van Nederland zit in de ruim 16 miljoen inwoners die ons land telt. Daarbij hoort eenkleine en krachtige overheid, die burgers en bedrijven meer ruimte geeft.‟6 De burger en hetburgerschap krijgen op deze manier een prominente rol in de moderne Nederlandsemaatschappij toegedicht. Een ander actueel voorbeeld komt uit de landelijke media. Inseptember 2011 publiceert de Volkskrant een uitgebreid artikel over de rol van de burger in dehedendaagse Nederlandse samenleving. Dit artikel is gebaseerd op een onderzoek naar hetmaatschappelijk draagvlak van het actuele kabinetsbeleid, wat is gericht op dezelfredzaamheid van burgers. De grootte van het maatschappelijk draagvlak heeft namelijkdirecte gevolgen voor de effectiviteit van het beleid.7 Bij een beperkt draagvlak in desamenleving, zal het beleid ook weinig effect hebben en zullen beleidsdoelen niet gehaaldworden. Dit onderzoek ging dus in op de vraag in hoeverre burgers de grotereverantwoordelijkheid steunden. Uit dit onderzoek bleek dat Nederlanders steeds meer achterhet idee van verantwoordelijk burgerschap staan. Uit de publicatie van dit krantenartikel blijktdat deze discussie zich niet alleen voltrekt binnen de politiek, maar ook daarbuiten in delandelijke media. Wanneer men kijkt buiten de nationale grenzen van Nederland, blijkt burgerschap ookin internationale context een actueel thema te zijn. Onder invloed van wereldwijdeontwikkelingen, zoals globalisering en modernisering, is burgerschap een actueel en urgentonderwerp geworden. Ontwikkelingen als globalisering hebben nieuwe vragen opgeworpenover de betekenis van burgerschap en haar relatie tot de natiestaat. De verhouding tussenburgerschap en de natiestaat is één van de onderwerpen in dit hoofdstuk. Één van de meerrecente toevoegingen aan het debat rond de betekenis van burgerschap en de rol van deburger is het cultureel burgerschap. Hoewel de term wordt gebruikt in Nederlandsebeleidsstukken, is nog niet altijd duidelijk wat de betekenis van dit begrip is. Omdat het aantaltheoretische beschouwingen over cultureel burgerschap beperkt is, wijk ik hiervoor in dithoofdstuk uit naar niet-Nederlandse theorievorming over cultural citizenship. In het volgendehoofdstuk behandel ik de Nederlandse variant van het begrip, het cultureel burgerschap.5 (Dijkman, 2010)6 (Ministerraad, 2011)7 (Giesen, 2011a) 9
  11. 11. Voordat ik in dit hoofdstuk inga op cultural citizenship en haar rol in de samenleving, zal ik denotie van burgerschap en de ontwikkeling in het denken over burgerschap bespreken. Aan heteinde van dit hoofdstuk besteed ik aandacht aan de civil society en de manier waarop het ideevan de civil society past binnen de toenemende aandacht voor burgerschap. In dit hoofdstukbeschrijf ik historische ontwikkelingen in het denken over burgerschap en de civil society.Hierdoor wordt de urgentie en de actualiteit van beide begrippen zichtbaar. 10
  12. 12. 1.1 BurgerschapHet begrip burger en verwante begrippen zoals burgerlijk, burgerschap en burgermaatschappijworden op verschillende manieren uitgelegd. Er bestaat geen vaste definitie voor dezebegrippen omdat de betekenis van het burgerbegrip sterk afhankelijk is van de context of hetvertoog waarin het wordt gebruikt. Zo heeft het burgerbegrip in de loop der tijd inverschillende landen een eigen betekenis gekregen. Deze betekenis verschilt hierdoor nietalleen per land of context, zij verandert ook in de loop der tijd. Dit betekent dat hetburgerbegrip voortdurend aan verandering onderhevig is, afhankelijk van de context en detijdsperiode waarin het wordt gebruikt.81.1.1 Interpretaties van het burgerbegripIn grote delen van de westerse wereld heeft het idee van burgerschap in de laatste decenniavoornamelijk een politieke connotatie gekregen, die draait om de inmenging van particulierenin het vormen van wetten en het nemen van besluiten in de samenleving. Deze vorm vanburgerinspraak is echter pas in de laatste decennia voor het overgrote deel van westersesamenlevingen toegankelijk. Daarvoor was zij enkel voor een selecte groep uit de hogere lagenvan de samenleving beschikbaar.9 Tegenwoordig kunnen grote groepen burgers in de westersewereld hun politieke invloed laten gelden, bijvoorbeeld door het stemrecht of hetburgerinitiatief. Hieruit blijkt dat het burgerbegrip in hedendaagse samenlevingen nog altijd inontwikkeling is. De betekenis van het burgerbegrip zal zich ook in de toekomst blijvenontwikkelen. Het begrip zal meegroeien en veranderen met de ontwikkelingen van deverschillende samenlevingen en gemeenschappen. Naast de verschillen in de betekenis van het burgerschap tussen de westerse en deniet-westerse wereld, zijn er ook onderlinge verschillen tussen de westerse landen. Debeschrijving die zojuist gegeven is, waarin westers burgerschap voornamelijk zou refererenaan de politieke emancipatie door zich publiekelijk uitende burgers, geldt namelijk niet voor degehele westerse wereld. Dit geld vooral voor de landen met een revolutionaire traditie zoalsFrankrijk en de Verenigde Staten. In landen waar revoluties een minder grote rol hebbengespeeld, zoals Nederland en Duitsland, refereert burgerschap niet aan politieke emancipatiemaar aan de handhaving van de overwegend keurige burgermaatschappij. De laatste jarenverschuift deze burgerlijke associatie in Nederland echter ook weer naar de achtergrond. 10 DeNederlandse interpretatie wordt verder toegelicht in het tweede hoofdstuk. Deze verschillendeinterpretaties en connotaties laten zien, dat er geen overeenstemming is over de betekenis vanhet begrip. De interpretatie is afhankelijk van (nationale) politieke en sociale omstandigheden. In de niet-westerse wereld is het burgerbegrip niet op dezelfde manier verweven met8 (Kloek & Tilmans, 2002, pp. 1, 9)9 (Stevenson, 2003, p. 6)10 (Hurenkamp & Tonkens, 2008, p. 15) 11
  13. 13. een politieke traditie. Dit komt doordat deze landen een andere ontwikkeling hebbendoorgemaakt, waardoor het burgerbegrip een andere betekenis heeft gekregen. Ideeën overburgerschap leven onder andere in de samenleving en in de politiek. Daarnaast bestaat er ookwetenschappelijke theorievorming over burgerschap. Deze academische benadering vanburgerschap verschilt eveneens per land, context en periode. Dit betekent, dat de begrippenrond burgerschap altijd in hun context moeten worden bestudeerd. In dit hoofdstuk bespreekik toch enkele niet-Nederlandse theorieën en theoretici, zodat ik in het tweede hoofdstuk deNederlandse situatie beter kan duiden.1.1.2 Civiele, politieke en sociale rechtenSinds de jaren vijftig van de twintigste eeuw is een duidelijke verschuiving van focus waar tenemen van een strikte politieke definitie van het burgerschap naar een meer sociologischedefinitie van burgerschap. De definitie vanuit de politicologie werd gebaseerd op de theorie vanT.H. Marshall, waarbij de nadruk ligt op de relatie met de overheid.11 In 1950 wordt het essay„Citizenship and Social Class‟, geschreven door de Britse socioloog Thomas Humphrey Marshall(1893–1981), gepubliceerd. Dit essay over de historische ontwikkeling van het burgerschap iséén van de eerste grote studies op het gebied van burgerschap in de moderne tijd. Het essayheeft grote invloed gehad op de verdere theorievorming over burgerschap. Het artikel wordtook nu nog aangehaald bij studies naar burgerschap. De kern van het essay is het onderscheidtussen drie elementen van het burgerschap, namelijk de civiele, politieke en sociale rechten.Marshall beschrijft de ontstaansgeschiedenis van deze burgerrechten in hun maatschappelijkecontext. Hij presenteert deze geschiedenis als een lineaire ontwikkeling vanaf de zeventiendetot aan de twintigste eeuw.12 Volgens Marshalls evolutionaire schema vond het burgerschap haar oorsprong in dezeventiende eeuw met de civiele rechten. Deze „klassieke rechten‟ gaven burgers het recht opvrijheid van de persoon, het recht op vrijheid van mening en meningsuiting, het recht opvrijheid van geloof, het recht op eigen bezit, het recht om valide contracten te tekenen en hetrecht op rechtvaardigheid. Deze rechten werden in de achttiende eeuw geclaimd door deopkomende burgerij. Zij bestond in de achttiende eeuw uit een beperkte groep stedelingen diestadsrechten bezaten, dit waren onder andere handwerkslieden en handelaren. Daarnaastwerden de civiele rechten ook geclaimd door grootgrondbezitters. Deze civiele rechten werdenin het leven geïnstitutionaliseerd met behulp van het gewoonterecht, een op gewoonteberustend ongeschreven recht, en rechtbanken.13 In de negentiende eeuw, tijdens de opkomst van de industrialisatie, werden de civielerechten uitgebreid met de politieke rechten. Deze gaven burgers het recht om politieke invloed11 (Steenbergen, 1994, p. 2)12 (Marshall, 1950; Stevenson, 2003, p. 6)13 (Pakulski, 1997, pp. 74-75) 12
  14. 14. uit te oefenen. In eerste instantie was er in de negentiende eeuw in Nederland alleen hetcensuskiesrecht, bestemd voor mannen die een bepaald bedrag aan belastingen betaalden.Aan het begin van de twintigste eeuw werd het algemeen mannenkiesrecht (1917) envrouwenkiesrecht (1919) ingevoerd.14 Daarnaast kregen burgers ook recht op politiekerepresentatie. Alle bevolkingsgroepen binnen een samenleving kregen recht op een vorm vanvertegenwoordiging binnen de politiek. Deze politieke rechten werden in de negentiende eeuwvolgens Marshall geclaimd door minderheden en opkomende vakbonden. De uitbreiding van depolitieke rechten werd ondersteund door de opkomst van de democratie en devolksvertegenwoordiging.15 De civiele en politieke rechten werden in de eerste helft van de twintigste eeuwuitgebreid met de sociale rechten (zie figuur 1.1). Deze rechten omvatten het recht opwelvaart en sociale veiligheid. Dit zijn de rechten die burgers de mogelijkheid geven om hetleven van een geciviliseerd wezen te leiden, volgens de standaard die de voorkeur heeft in debetreffende gemeenschap. De ontwikkeling van de verzorgingsstaat of welvaartsstaat, hetsociale systeem waarin de staat de primaire verantwoordelijkheid draagt voor de welvaart enhet welzijn van haar burgers, ondersteunde de claims op sociale rechten.16 In de praktijkbetekende dit voor burgers, dat zij recht kregen op sociale voorzieningen, zoals ouderdoms- enwerkloosheidsuitkeringen en pensioenregelingen.Figuur 1.1 De civiele, politieke en sociale rechten van T.H. Marshall Sociale rechten Politieke rechten Civiele rechten14 (Belinfante & Reede, 2009, p. 72)15 (Pakulski, 1997, pp. 74-75)16 (Pakulski, 1997, pp. 74-75, 78) 13
  15. 15. 1.1.3 Gelijkheid voor iedereenMarshall was van mening dat de civiele, politieke en sociale rechten in een democratischesamenleving voor iedereen beschikbaar moesten zijn, zodat iedere burger volledig engelijkwaardig kon deelnemen aan de moderne samenleving.17 Wanneer deze rechten vooriedereen zouden gelden, zou de bestaande ongelijkheid worden opgeheven. Deze ongelijkheid,een directe bijkomstigheid van het moderne klassensysteem, kwam voort uit de snelle groeivan het negentiende-eeuwse kapitalisme. Marshall achtte de autoriteit van de staten grootgenoeg om deze rechten voor ieder individu in de samenleving te laten gelden. Uiteindelijk zouhet burgerschap met behulp van deze drie rechten tot alle maatschappelijke lagendoordringen. Alle burgers zouden worden opgenomen in het sociale systeem van de staat en erzou een gevoel van nationale gemeenschap ontstaan. Deze beschrijving werd later gezien alsomschrijving van de moderne verzorgingsstaat. Uiteindelijk draait de theorie van Marshall omhet idee van gelijkheid. Er zou een einde komen aan de sociale ongelijkheid en de klassenstrijden burgers zouden eindelijk elkaars gelijken worden.18 In Marshall‟s essay wordt burgerschap geïnterpreteerd als de legale status diestaatsburgers voorziet van zowel rechten als plichten. Zo verwijst het civiele burgerschap naarhet recht van gelijke wetgeving voor iedereen, maar ook naar de plicht om zich aan dezewetgeving te houden. Het politiek burgerschap verwijst naar het recht om op gelijke wijze inde politiek te kunnen participeren, maar ook naar de morele burgerplicht om zich met deinrichting van de samenleving bezig te houden. Het sociale burgerschap verwijst naar gelijkesociale en economische rechten, maar ook naar de plicht om daar geen misbruik van temaken.191.1.4 Kritiek op Marshall’s rechtenOndanks de grote invloed van dit essay, is er ook een aantal kanttekeningen te plaatsen. Eenveelgehoorde kritiek is dat Marshalls concept van burgerschap erg eenzijdig is. Marshallschetst een ontwikkeling van burgerschap die niet universeel van toepassing is, maar vooraltoepasbaar op de Britse situatie. Dit is logisch, omdat Marshall schreef vanuit een Britsperspectief waarbij hij zich richtte op de ontwikkeling van de Britse nationale burgerrechten.20Als Marshall al een universele theorie had willen schrijven, was hem dit niet gelukt, omdat,zoals in paragraaf 1.1 aangegeven, de betekenis van burgerschap verschilt per context.Hierdoor is een universele burgerschapstheorie onmogelijk. Een ander kritiekpunt is, dat Marshall‟s weergave wat betreft de burgerrechten ergoptimistisch is. Marshall neemt waar, dat de maatschappelijke en politieke rechten in de17 (Zoonen, 2002, p. 8)18 (Hindess, 1993, p. 21; Trienekens, 2009, p. 6)19 (Zoonen, 2002, p. 9)20 (Delanty, 2000, p. 17) 14
  16. 16. achttiende en negentiende eeuw werden verleend en dat deze in de twintigste eeuw werdenaangevuld met sociale rechten. De vraagstukken over maatschappelijke en politieke rechtenwaren echter nog verre van standaard in de tijd dat Marshall zijn essay schreef en de socialerechten waren zeker niet vanzelfsprekend in het naoorlogse Europa.21 Het idee van gelijkheidin de theorie van Marshall bestond misschien wel in de vorm van rechten, maar deze gelijkheidkwam in de praktijk niet of zelden voor door cultureel bepaalde routines in een samenleving.Gelijkheid heeft namelijk niet enkel te maken met rechten en plichten, maar heeft ook temaken met de erkenning dat mensen van elkaar verschillen en dat zij niet gediscrimineerdmogen worden op basis van geslacht, etniciteit, klasse et cetera. 22 De theoretische gelijkheiddie Marshall schetste in zijn essay lag hierdoor nog ver af van de werkelijke situatie. Een derde kritiekpunt is dat Marshall zich voornamelijk richtte op de rechten van hetburgerschap en dat hij niet inging op de mate waarin iemand onderdeel is, of zich voelt, vaneen culturele gemeenschap. Dit is echter niet uitzonderlijk voor de tijd waarin Marshall zijnonderzoek deed. Het weglaten van deze vorm van gemeenschapsbesef, was karakteristiek voorde meeste visies op burgerschap halverwege de twintigste eeuw.23 Marshall vestigde zijnaandacht op de contradictie tussen de aspecten van kapitalisme en de betekenis van klasse enhet principe van gelijkheid, vastgelegd in de verleende basisrechten. Deze politieke visie opburgerschap is niet verrassend, gezien dat hij schreef in de jaren veertig en vijftig van detwintigste eeuw, waarin identiteit en sociale conflicten in de westerse wereld grotendeelswerden bepaald door klassenverschillen.24 Hier blijkt opnieuw dat de context en tijdsgeest vangrote invloed zijn op de betekenis van burgerschap. Het essay van Marshall is een invloedrijk werk geweest en heeft het onderzoek naarburgerschap gestimuleerd. De concepten en interpretaties van Marshall kunnen echter nietzonder meer worden gebruikt om de hedendaagse burgerschapsdilemmas te analyseren. Ditkomt doordat zijn tekst is geschreven in een specifieke context, een geheel anderemaatschappij waarin andere problemen golden.25 Op deze manier zijn traditionele conceptenvan burgerschap, zoals die van Marshall, niet geschikt om problemen van deze tijd teanalyseren, te begrijpen en op te lossen. Hiervoor zijn nieuwe interpretaties van de huidigemaatschappij en het burgerschap nodig. Toch zijn delen van deze oude concepten nog steedswaardevol voor de huidige tijd, omdat zij kunnen bijdragen aan de analyse van hethedendaagse burgerschap. Zo kunnen de civiele, politieke en sociale rechten onder andereworden gebruikt om de betekenis van culturele rechten uit te leggen, die later in dit hoofdstukaan bod komen. Daarnaast laten deze traditionele concepten zien hoe het burgerbegrip zich inde loop der tijd heeft ontwikkeld en hoe het hedendaagse burgerbegrip tot stand is gekomen.21 (Stevenson, 2003, p. 6)22 (Trienekens, 2009, pp. 7, 11)23 (Delanty, 2002, p. 60)24 (Stevenson, 2003, p. 6; Turner, 1993a, p. 6)25 (Stevenson, 2003, pp. 7, 9) 15
  17. 17. 1.2 Globalisering en moderniseringDe betekenis van burgerschap staat onder invloed van verschillende factoren zoals hiervooruitgelegd. Er is een aantal mondiale maatschappelijke ontwikkelingen aan te wijzen diewereldwijd een grote invloed hebben gehad op het idee van burgerschap, zoals globaliseringen modernisering. Deze ontwikkelingen zijn in de afgelopen decennia een steeds prominentererol gaan spelen in samenlevingen wereldwijd en hebben hierdoor grote invloed gehad op hetburgerschap. Vanaf het moment dat de aarde werd bewoond door mensen, trokken zij rond om aanvoedsel te komen. Zij wisselden ideeën uit, ruilden goederen met elkaar en gingenverschillende sociale relaties aan. Deze interacties met elkaar en met de wereld vormen debasis van het globaliseringsproces. Deze basisvormen groeiden echter explosief met de komstvan moderne communicatietechnieken en transportnetwerken in de twintigste eeuw. Aan heteinde van deze eeuw wordt de globalisering verder gestimuleerd door liberalisering van handel,internationale kapitaalstromen, de snelle ontwikkelingen van informatie- encommunicatietechnieken en de modernisering van vervoersmiddelen. Globalisering gaat dusom een intensivering van migratiestromen van zowel mensen, organisaties, producten alsideeën, waardoor een mondiale infrastructuur ontstaat. Dat wil zeggen dat er een toenemendewereldwijde onderlinge verbondenheid is ontstaan, die heeft geresulteerd in een complexeglobale integratie in de 21ste eeuw.26 In Marshall‟s essay werd het idee van burgerschap gekoppeld aan de natiestaat. Ditbetekent, dat de verleende burgerrechten en -plichten afhankelijk waren van de functies,capaciteiten en legitimering van de natiestaat. Het houdt ook in dat de inhoud van hetburgerschap gevormd en beïnvloed werd door maatschappelijke veranderingen enontwikkelingen in diezelfde natiestaat. Door ontwikkelingen als globalisering en moderniseringis de natiestaat echter niet langer de meest geschikte politieke kapstok voor burgerrechten. Detraditionele natiestaat is namelijk bezweken onder de druk van de groeiende wereldeconomieen de spreiding van culturele globalisering. Globaliseringsprocessen dwingen de natiestaten omzich open te stellen voor een verscheidenheid aan cultureel leven. Op deze manier ondermijntglobalisering de positie van de natiestaat en hierdoor krimpt de capaciteit van de staat om teregeren. Deze hedendaagse complexe situatie vraagt om een nieuwe benadering vanburgerschap. Burgers over de hele wereld worden zich in het dagelijks leven in toenemendemate bewust van internationale en wereldwijde verbanden.27 Tegelijkertijd verliezen denationale grenzen steeds meer betekenis door toenemende internationale betrekkingen. Dit26 (Hewa & Stapleton, 2005, pp. 3-4)27 (Dekker, 2002, pp. 45-46) 16
  18. 18. heeft grote consequenties voor het bestaan van de natiestaat. Dit blijkt onder andere uit deEuropese praktijk, waarin een toenemend aantal mensen een beroep doet op supranationaleorganen zoals het Europees Parlement om hun burgerrechten te claimen.28 Deze situatie vergtnieuwe vormen van burgerschap die niet langer worden gepositioneerd binnen de natiestaat.Op deze manier beïnvloedt en verandert globalisering de betekenis van burgerschap.1.2.1 Positie van de natiestaatIn de klassieke benadering van het burgerschap binnen de natiestaat, verleent hetstaatssysteem rechten aan haar burgers. De institutionalisering van de burgerrechten valtveelal samen met de ontwikkeling van het politieke apparaat binnen de natiestaat. Denatiestaat wordt met de verlening van deze rechten ook verantwoordelijk voor de handhavingvan deze rechten. De natiestaat kenmerkt zich door de uitoefening van soevereine politiekemacht, namelijk het vergeven van burgerrechten, en legitimeert zich als zinvol door eengelijkwaardige samenleving te creëren. Met elke uitbreiding van deze rechten legitimeert enbevestigt de natiestaat haar eigen bestaan. Dit geldt in elk geval voor de invoering van deciviele en de politieke rechten. De invoering van de sociale rechten had echter een aantalonverwachte en paradoxale consequenties waardoor het bestaan van de natiestaat juist intwijfel werd getrokken.29 Ten eerste leidden de sociale rechten tot een escalatie van de vraag. Door de enormewelvaartsgroei in de tweede helft van de twintigste eeuw, werd de levensstandaard steedshoger en steeg de vraag. Hierdoor bleef het aanbod van de overheid voortdurend achter bij devraag van de burgers. Ten tweede zorgden de kalme jaren van vrede en voorspoed na deTweede Wereldoorlog voor een hoog opgeleide en postmaterialistisch georiënteerde generatie.De civiele en politieke aspiraties van deze generatie, en de vragen die zij aanwakkerden,overschreden de materialistische waarden en aspiraties van de oorlogsgeneratie en blekendaardoor een stuk moeilijker te voldoen. De nieuwe aspiraties bevonden zich op het vlak vande keuzevrijheid, persoonlijke ontwikkeling en de kwaliteit van leven. Deze rechten overstegenhet traditionele repertoire van de door de staat gegarandeerde sociale welvaartsrechten.30 Denatiestaat bleek niet genoeg capaciteit te hebben om aan al deze eisen te voldoen. Dewelvaartsgroei, het inkrimpen van de staat en de globalisering gingen ten koste van deuitbreiding van de sociale rechten. De natiestaat voldeed niet langer aan de eisen en hierdoorwerd haar bestaan niet langer gelegitimeerd. Omdat de natiestaat als systeem niet langer voldeed aan de verwachtingen van deburgers, vond er een grote teruggang van het vertrouwen in het statisme plaats aan het eindevan de twintigste eeuw. De burgerrechten, in het bijzonder de sociale rechten, werden aan een28 (Stevenson, 2003, p. 23; Turner, 1993a, p. 15; 1993b, p. 178)29 (Pakulski, 1997, pp. 75-76, 79)30 (Pakulski, 1997, pp. 78-79) 17
  19. 19. kritische herwaardering onderworpen. Dit wantrouwen in het systeem leidde in de samenlevingtot de wens om de staatsbemoeienis terug te dringen. De capaciteit van de natiestaat werdernstig in twijfel getrokken en het idee van „rolling back the state‟, het verminderen vanoverheidsingrijpen, werd steeds populairder. Neoliberalen claimden in deze tijd dat de overheidgeen oplossingen voor maatschappelijke problemen biedt, maar ze juist veroorzaakt. Deopkomst van het neoliberalisme zal in paragraaf 1.4.1 worden besproken. Aan het eind van detwintigste eeuw maakt het principe van welfare ook plaats voor het principe van workfare.31Het Engelse woord workfare, een samentrekking van work en welfare, wordt afgezet tegen deoude verzorgingsstaat. Terwijl burgers in de verzorgingsstaat recht kregen op verschillendesociale voorzieningen, gaat men er bij het alternatieve workfare van uit dat burgers inbepaalde mate moeten participeren in de samenleving om recht te krijgen op dezevoorzieningen. Het recht op sociale uitkeringen gaat vergezeld van de plicht om te werken.32Workfare speelt daarom in op de verantwoordelijkheid van burgers, iedereen draagt zijnsteentje bij aan de samenleving. De overgang van de welfare maatschappij naar de workfaremaatschappij heeft zich in vele westerse landen voltrokken. In Nederland is deze omschakelingterug te vinden in de Work First-methodiek van de Raad voor Werk en Inkomen. Dezemethodiek dwingt werklozen om weer aan het werk te gaan. Work First wordt gekenmerktdoor „de combinatie van het verplichten van werkactiviteiten (gekoppeld aan sancties) en hetvergroten van kennis en vaardigheden van de deelnemers‟. 33 De Nederlandse overheidstimuleert burgers op deze manier om mee te werken aan de samenleving. Geleidelijk aanneemt het overheidsingrijpen steeds meer af en krijgt het burgerschap een steedsprominentere rol.1.2.2 Pluralisering van de samenlevingZoals in de voorgaande paragraaf is gebleken, is de wereldwijde migratie met de komst vanmoderne transportmiddelen en communicatietechnieken explosief gegroeid. Mensen kunnengemakkelijker in korte tijd over een lange afstand reizen, terwijl zij in contact kunnen blijvenmet familie en vrienden. De verbinding tussen burgerschap en de natiestaat wordtgeproblematiseerd door deze migratiestromen en dit heeft het idee van burgerschap ingrijpendveranderd.34 Het is niet langer vanzelfsprekend dat burgers een taal, gewoonten en traditiesmet elkaar delen omdat zij in hetzelfde land wonen.35 De natiestaat is niet langer deverbindende factor in de samenleving. In de moderne westerse wereld leven verschillendeculturen in een samenleving. Tegelijkertijd draagt wijdverbreide migratie bij aan de verderetoename van culturele diversiteit. Dit wordt ook wel de pluralisering van de moderne31 (Pakulski, 1997, p. 79)32 (Delsen, 2001, p. 186)33 (Bunt, Grootscholte, Kemper, & Werf, 2008, p. 13)34 (Stevenson, 2003, p. 6)35 (Hurenkamp & Tonkens, 2008, p. 9) 18
  20. 20. maatschappij genoemd. Als gevolg van globalisering bestaat de maatschappij uit verschillendeculturen met elk hun eigen tradities, taal, normen en waarden en leefwijzen. De verschillende reacties op de pluralisering van de hedendaagse maatschappij zijn teverdelen in twee categorieën. Aan de ene kant is er de reactie van angst of vrees voor hettoenemende cultureel pluralisme. Bij deze reactie wordt pluralisme snel geassocieerd metconflict. Deze reactie wordt in de huidige tijd zichtbaar in de wijdverbreide angst voor militantnationalisme en religieus extremisme, in het bijzonder in de nasleep van de terroristischeaanslagen op elf september 2001. Deze ingrijpende gebeurtenis heeft bijgedragen aan deangst voor een nieuw tijdperk van cultuuroorlogen, uitgevochten op een globaal niveau. Ook inNederland wordt het cultureel pluralisme niet overal met open armen ontvangen. Dit kan onderandere worden opgemaakt uit het partijprogramma van de Partij voor de Vrijheid (PVV),waarin de partij haar pijlen richt op de immigratie van mensen uit islamitische landen.36 In ditpartijprogramma keert de PVV zich tegen vreemdelingen. Aan de andere kant is er de reactiewaarbij cultureel pluralisme wordt gezien als iets dat de structuur van de samenleving kanverrijken in plaats van bedreigen. Vanuit dit standpunt wordt het idee van culturele diversiteitomarmd en wordt er gepleit voor cultural citizenship, een vorm van burgerschap die wordttoegelicht in de volgende paragraaf.37 Het is duidelijk dat globalisering een grote impact heeft gehad, en nog steeds heeft, ophet denken over burgerschap. In de verhouding tussen globalisering en het denken overburgerschap zijn twee aspecten van belang. Ten eerste is het begrip burgerschap nog steedsaan verandering onderhevig. De betekenis is nooit sluitend of definitief en zal zich altijdaanpassen aan de veranderingen en ontwikkelingen in de samenleving en de wereld. Tentweede heeft de pluralisering van de samenleving en de aandacht voor onderlinge verschillenbijgedragen aan de verschuiving van de sociale rechten richting de culturele rechten. Terwijl inhet klassieke idee van burgerschap de aandacht voor gelijkheid centraal stond, wordt deze nuaangevuld met de belangstelling voor culturele diversiteit. Deze verschuiving wordtgeïllustreerd door het begrip cultural citizenship.3836 (Delanty, 2002, p. 61; Hilhorst, 2011; PVV, 2010)37 (Delanty, 2002, p. 61)38 (Eurozine, 2007) 19
  21. 21. 1.3 Cultural citizenship1.3.1 Één titel, verschillende visiesDe notie van cultural citizenship biedt in hedendaagse plurale samenlevingen een alternatieve,meer dynamische visie op burgerschap ten opzichte van de klassieke benadering van hetburgerschap. Cultural citizenship geeft ruimte aan het culturele aspect van burgerschap. Tochis ook de notie van cultural citizenship niet volmaakt. De definitie van cultural citizenship isnamelijk niet helemaal eenduidig. Dit komt door een andere interpretatie van de notie vancultuur, welke duidt op een andere theoretische achtergrond. In dit hoofdstuk wordt explicietde Engelse term cultural citizenship gebruikt en geen Nederlandse vertaling, omdat het gaatom de buitenlandse theorievorming. De Engelse socioloog Gerard Delanty heeft op basis van literatuur rond cultuur enburgerschap onderscheid gemaakt tussen twee interpretaties van cultural citizenship. Dezeinterpretaties zijn afkomstig uit twee verschillende wetenschapsgebieden, namelijk depoliticologie en de cultuursociologie. Beide wetenschapsgebieden hanteren hun eigenreferentiekader bij het interpreteren van cultural citizenship. Door de grote verschillen ininterpretatie van cultuur en burgerschap, komen zij beiden tot een andere uitleg van culturalcitizenship. Het verschil zit vooral in de gehanteerde interpretatie van cultuur en in minderemate van burgerschap. Deze verschillen worden in de volgende twee paragrafen uitgewerkt. 391.3.2 Cultural citizenship en multiculturalismeIn de politicologie wordt een nauwe definitie van cultuur gehanteerd. Cultuur wordtvoornamelijk in verband gebracht met culturele diversiteit, minderhedenproblematiek enetnopolitiek. Cultuur heeft in deze visie hoofdzakelijk te maken met etniciteit en wordt gebruiktom verschillen tussen mensen aan te geven. Dit heeft als consequentie dat het culturalcitizenship zich in de politicologie vooral richt op het overbruggen van de kloof tussenburgerschap en diversiteit. Cultural citizenship heeft in deze interpretatie betrekking op derechten van minderheden en draait met name om het opnemen van minderheden ofbuitengesloten groepen mensen in de bestaande groep van de natiestaat.40 Het burgerschap wordt in de politicologie doorgaans gedefinieerd als een set rechten enplichten die wordt toegekend aan een individueel lid van de politieke gemeenschap. Dezerechten en plichten behoren in de praktijk toe aan leden van de samenleving met een paspoortof belastingbetalers. Het burgerschap is in deze traditie nauw verbonden met de natiestaat enbeperkt zich daarom ook tot de grenzen van de gevestigde natiestaat. Binnen deze39 (Delanty, 2002, p. 61)40 (Delanty, 2002, pp. 62-64) 20
  22. 22. politicologische visie constateert Delanty ook veranderingen in de interpretatie vanburgerschap in de loop der tijd. Zo is de traditionele vergelijking van burgerschap met hetindividu al losgelaten en ook de aanname dat burgerschap blind moet zijn voor onderlinge(culturele) verschillen is opgegeven. Op deze manier verandert de definitie van burgerschapook binnen dezelfde wetenschappelijke invalshoek. 411.3.3 Cultural citizenship en de discursieve status van cultuurIn de cultuursociologie wordt er op een andere manier over cultuur en burgerschap nagedacht.Hier gaat het niet zozeer over de wijze waarop verschillen tussen burgerschap en diversiteitoverbrugd kunnen worden, maar over de wijze waarop de noties van burgerschap en cultuurbij elkaar gebracht kunnen worden. De cultuursociologie hanteert een andere definitie vancultuur. Het onderdeel cultuur staat hier niet voor culturele diversiteit of etnopolitiek zoals bijde politicologie, maar voor de culturele bronnen, identiteiten en culturele vooronderstellingenin de natiestaat. Het gaat hier niet om een statisch idee van cultuur als een vaste set waardenen gebruiken. Cultuur is een dynamisch proces dat tot stand komt in de interactie tussenbetrokkenen. Dit proces bouwt wel voort op bestaande tradities, maar hecht nieuwebetekenissen aan deze tradities. Cultuur kan daarom niet simpel uit de geschiedenis wordengehaald, maar moet continu worden gemaakt.42 De culturele identiteit is in de cultuursociologiedaarom geen gefixeerde identiteit die moet worden ingepast in de natiestaat om burgerschapte creëren, zoals bij de politicologie, maar is iets dat telkens opnieuw wordt vormgegeven. Cultural citizenship gaat in de cultuursociologie over de discursief geconstrueerde statusvan cultuur. De notie van discours verwijst naar een systeem van representaties waarmee dewerkelijkheid wordt gestructureerd. Binnen een gemeenschap geven de participantenbetekenis aan mensen, objecten en gebeurtenissen. Doordat deze mensen, objecten engebeurtenissen op een bepaalde manier worden gerepresenteerd, wordt mede bepaald welkewaarde eraan wordt gegeven. Op deze manier worden continu betekenissen geproduceerddoor het discours. Het discours geeft zo betekenis aan materiële objecten en socialepraktijken. Het discours verwijst hierdoor naar de context die betekenissen construeert,definieert en produceert. De cultuursociologie richt zich op deze interpretatie van cultuur vooreen adequaat begrip van het idee van burgerschap.43 De focus verschuift in de cultuursociologische definitie van cultural citizenship weg vanhet oude formele burgerschap, naar het wijdere culturele leven. Dit culturele leven omvatervaringen, leerprocessen en machtsvertogen. Een belangrijke dimensie van culturalcitizenship is de macht om te kunnen benoemen, betekenissen te creëren, persoonlijkeverhalen en biografieën te construeren door controle te houden over informatiestromen,41 (Delanty, 2002, p. 62; Turner, 1993c, p. x)42 (Hurenkamp & Tonkens, 2011, p. 138)43 (Brussel, 2009, pp. 7-8; Delanty, 2002, p. 64) 21
  23. 23. goederen en culturele processen. Het is een actieve en procesmatige vorm van burgerschap,die telkens opnieuw wordt vormgegeven. Burgerschap is niet langer een passieve status diemen krijgt toegewezen, maar een proces dat wordt aangeleerd en uitgevoerd.44 Delanty meentdat: It [citizenship] concerns the learning of a capacity for action and responsibility but essentially, it is about the learning of the self and of the relationship of self and other. It is a learning process in that it is articulated in perceptions of the self as an active agency and a social actor shaped by relations with others.45In deze definitie komt het educatieve aspect van burgerschap sterk naar voren. Burgerschap isgeen statische titel, maar een leerproces. In dit leerproces leert het subject, de burger, zichzelfkennen door zijn handelen. Dit handelen geeft het subject inzicht in zichzelf als handelendsubject. Ten tweede krijgt het subject ook inzicht in de relatie met anderen door zichzelf tezien als sociale actor. Deze rol van sociale actor wordt gevormd en beïnvloed door zijn relatiesmet anderen. Het leer- en ontwikkelingsproces van burgerschap komt zodoende tot stand doorhet eigen handelen en de interacties met anderen. Volgens Delanty gaat de cultuursociologieer zo van uit dat burgers zichzelf als burger leren kennen door actieve participatie en socialeinteracties in de samenleving. Uit de verdeeldheid tussen verschillende disciplines blijkt dat er een wetenschappelijkeonzekerheid bestaat over de manier waarop cultuur moet worden begrepen in de context vanburgerschap. Deze verschillen in interpretatie maken de discussie rond burgerschap zeergecompliceerd. In deze scriptie wordt de cultuursociologische benadering van burgerschapnader uitgewerkt, omdat deze het meeste overeenkomsten heeft met het Nederlandsecultureel burgerschap, zoals in het tweede hoofdstuk zal blijken.1.3.4 Belang van cultuurAan het einde van de twintigste eeuw bleek het systeem van de verzorgingsstaat niet meer tevoldoen aan de wensen en eisen van de moderne samenleving. De visies op socialereconstructie aan het einde van de twintigste eeuw hielden in toenemende mate het idee vaneen civil society in, vaak gedefinieerd in oppositie tegen de staat. De notie van de civil societykomt in het laatste deel van dit hoofdstuk aan bod. Tegelijkertijd identificeerden deze visiescultuur als het object van civiele interventies.46 Cultuur is hierdoor geen vaststaand onderdeelvan de samenleving, maar iets wat wordt gevormd door handelingen van burgers. Zij gevenvorm en betekenis aan cultuur door de stijlen en vormen van taal, narratief, culturele modellenen vertogen waar mensen gebruik van maken om de samenleving te begrijpen en hun plaats44 (Delanty, 2002, p. 64)45 (Delanty, 2002, p. 64)46 (Pakulski, 1997, p. 79) 22
  24. 24. in de samenleving te bepalen. Deze manieren waarop burgers vorm geven aan cultuur gevenaanleiding tot claims voor nieuwe rechten, de zogenaamde culturele rechten.47 Deze rechtenbestaan uit het recht op ongehinderde en waardige representatie van de culturele identiteit endaarnaast ook het recht op behoud en het uitdragen van de culturele identiteit.48 Dit cultureleaspect is een belangrijk onderdeel van het hedendaags burgerschap in plurale samenlevingen. Cultural citizenship refereert aan die punten waar culturele expressie een onderdeeluitmaakt van de rol van burger. Deze punten kunnen worden verdeeld in culturele aspecten enburgerschapsaspecten. Bij de culturele aspecten gaat het onder andere om het uitdragen vanidentiteit, samenhorigheid en diversiteit. Bij de burgerschapsaspecten gaat het onder andereom participatie en verantwoordelijkheid. Elk van deze punten komt door culturele expressie totuiting. Met behulp van deze punten doen mensen een beroep op hun culturele rechten.49 Het ishierbij belangrijk om op te merken dat de factor cultuur burgers in staat stelt een identiteitaan te nemen, zich tot elkaar te verhouden, om zich te verbinden, om zich te kunnen uiten enom elkaar te kunnen begrijpen. Op deze manier is cultuur een noodzakelijk ingrediënt voorprocessen van binding, gemeenschapsopbouw en reflectie op deze bindingsprocessen.50 Omdeze reden is het niet verwonderlijk dat de notie van cultuur in het hedendaagse burgerschapeen prominente rol krijgt toebedeeld. Cultuur en ook de actieve deelname aan cultuur speleneen belangrijke rol in de totstandkoming van burgerschap. Cultuurwetenschapper Audrey Yuestelt bovendien dat er aan de mate van cultuurparticipatie kan worden afgemeten in hoeverreer cultural citizenship is gerealiseerd.51 In het tweede hoofdstuk wordt het conceptcultuurparticipatie en haar relatie tot het cultureel burgerschap verder uitgewerkt. Volgens socioloog Jan Pakulski moet cultural citizenship worden benaderd als een soortclaim om opgenomen te worden in de sociale gemeenschap. Deze claims moeten wordengezien in het licht van het terugtreden van de welvaartsstaat en de klassenmaatschappij en deformering van nieuwe sociale en culturele verenigingen die zich concentreren op de rechtenvan verschillende groepen, van kinderen tot gehandicapten.52 Deze ontwikkelingen kunnen alledrie worden verbonden met de opkomst van de civil society, welke in de volgende paragraafaan bod zal komen. De notie van cultural citizenship past niet meer binnen de oude ideeënover burgerschap zoals die werden gepresenteerd door Marshall. Cultural citizenship zal in zijneigen hedendaagse context moeten worden benaderd. Het toenemende belang van de civilsociety speelt hierbij een belangrijke rol. Om dit verband tussen de civil society en culturalcitizenship aan te wijzen is het belangrijk om eerst te kijken naar de betekenis en detotstandkoming van de civil society.47 (Delanty, 2002, p. 66)48 (Pakulski, 1997, p. 77)49 (Delanty, 2002, pp. 65-66)50 (Hermes, 2006, p. 303; Yue, 2009, p. 268)51 (Yue, 2009, p. 269)52 (Pakulski, 1997, p. 80; Stevenson, 2003, p. 7) 23
  25. 25. 1.4 Civil society1.4.1 IdeaalbeeldVanaf het einde van de twintigste eeuw is er sprake van een wereldwijde opkomst vangeorganiseerde, private vrijwillige activiteiten, aldus de Amerikaanse beleidswetenschapperLester M. Salamon. Volgens deze specialist op het gebied van de non-profitsector betekent ditniet dat er hiervoor geen sprake was van goede doelen en wederzijdse behulpzaamheid.Integendeel, vrijwillige activiteiten en vrijwilligersorganisaties hebben lange tijd bestaan insamenlevingen over de gehele wereld. Deze initiatieven komen onder andere voort uitreligieuze impulsen, sociale beweegredenen, culturele of professionele belangen, gevoelensvan solidariteit en wederkerigheid en altruïsme. De toename in het aantal en de soorten non-profitorganisaties, maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk, is echter enormgestegen in de laatste jaren van de twintigste eeuw en het begin van de 21ste eeuw. Salamonziet de hedendaagse opkomst van deze non-profitsector als een vorm van civil society.53 Determ civil society kent geen officiële of algemeen geaccepteerde definitie, omdat de meningenuiteenlopen over wat wel bij de civil society hoort en wat niet, wat bijdraagt aan een civilsociety en wat niet. Deze onenigheid maakt de discussie over de civil society lastig, omdatmen andere definities hanteert.54 Over het algemeen wordt onder een civil society een sfeer van vrijwillige associatiesverstaan, die naast de markt en de staat wordt geplaatst. Een associatie is een vereniging vanpersonen, organisaties of landen. De sfeer van vrijwillige associaties bestaat uit verenigingen,pressiegroepen, sociale bewegingen, kerken, soms ook informele netwerken, familierelaties ende non-profitsector. Daarnaast wordt de civil society in de meeste gevallen als ietsnastrevenswaardig gezien. De civil society lijkt het antwoord te zijn op vraagstukken oversociale cohesie, individualisering van de samenleving en de kloof tussen politiek en burgers.Op deze manier wordt de civil society een politiek en maatschappelijk ideaalbeeld. 55 Salamonvergelijkt het belang van de opkomst van de civil society in de late twintigste en vroeg 21steeeuw met het belang van de opkomst van de natiestaat in de late negentiende en vroegetwintigste eeuw.56 Hieruit blijkt dat de civil society een belangrijke rol speelt in de huidige tijd.1.4.2 Opkomst van de civil societyHet idee van civil society is volgens Salamon onder andere ontstaan als gevolg van deglobalisering, de groeiende internationale onderlinge connectiviteit van mensen en instituties.53 (Salamon, 2005, p. 137)54 (Dekker, 2002, p. 9)55 (Dekker, 2002, p. 9)56 (Salamon, 2005, p. 137) 24
  26. 26. Salamon wijst verschillende verwante internationale ontwikkelingen aan, die hebbenbijgedragen aan de wereldwijde civil society sector. Deze ontwikkelingen, nieuwecommunicatietechnieken, het opkomende neoliberalisme, de aandacht voor sociaal kapitaal ende opkomst van sociale entrepreneurs, hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de groeivan de civil society en zullen hier worden toegelicht. De laatste decennia hebben ontwikkelingen in geavanceerde communicatietechniekenen de toename van geletterdheid een grote vlucht genomen. Beide ontwikkelingen hebben degroei van de civil society op grote schaal gestimuleerd en beïnvloed. Door moderne digitalecommunicatietechnieken hebben mensen steeds eenvoudiger toegang tot informatie en dooreen toename van geletterdheid kunnen meer mensen deze informatie opnemen eninterpreteren. Deze verspreiding en toegankelijkheid van kennis heeft grote gevolgen gehadvoor het zelfbewustzijn van burgers. Burgers worden zich namelijk bewust van het gegevendat hun situatie veranderlijk is en dat elders misschien betere leefomstandigheden zijn.Burgers worden zich ook steeds meer bewust van kwesties rond gender, milieu en etniciteit eninteresseren zich meer voor mensenrechten. Op deze manier hebben moderne informatie- encommunicatietechnieken bijgedragen aan de opkomst van het burgeractivisme. Dezegeavanceerde communicatietechnieken hebben ook bijgedragen aan de verspreiding vanideeën over empowerment en mensenrechten. Deze verspreiding leidde tot een toegenomenaandacht voor associaties die deze waarden bevochten en zo kon de civil society groeien.57 Een andere factor die heeft bijgedragen aan de groei van de civil society sector is deopleving van het economisch liberalisme in de jaren tachtig van de twintigste eeuw. De kernvan het politieke denken in het neoliberalisme bestond uit de kritische bevraging van decompetenties van de natiestaat om de moderne problemen rond het sociale welzijn en demilieu- en ontwikkelingsproblemen te kunnen hanteren. Binnen het neoliberalisme wordt denatiestaat ervan beschuldigd dat zij initiatieven vanuit de samenleving onderdrukt en eenonverantwoordelijk bureaucratisch systeem creëert.58 Aanhangers van het neoliberalismewillen om deze reden de taken van de overheid verminderen en de rol van de markt en deprivate bedrijvensector vergroten. Het neoliberalisme heeft daarnaast ook bijgedragen aan nieuwe aandacht voor de non-profitsector en filantropie, omdat deze sectoren geacht worden om samen de problemen in deverzorgingsstaat op te lossen wanneer subsidies en sociale regelgeving worden opgeheven. Inlanden als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië is echter al gebleken dat privé- enbedrijfsfilantropie de financiële tekorten als gevolg van de terugtrekking door de overheid nietin zijn geheel konden opvangen.59 In Nederland is dit proces, waarbij de overheid sponsoringen mecenaat introduceert als alternatieve financieringsmogelijkheden voor deoverheidssubsidies, eigenlijk pas de laatste jaren op gang gekomen. Het is echter nog maar de57 (Salamon, 2005, p. 138)58 (Salamon, 2005, p. 139)59 (Salamon, 2005, p. 139) 25
  27. 27. vraag of de financieringstekorten die ontstaan door de huidige cultuurbezuinigingen, volledigkunnen worden opgevangen door de particuliere en bedrijfsmatige financiering. In het derdehoofdstuk zal ik dieper ingaan op de ambities van de Nederlandse overheid met hetcultuurmecenaat. De afgelopen jaren is de aandacht voor het sociaal kapitaal in de samenlevingwereldwijd gestegen. Het sociaal kapitaal, wat verwijst naar het onderling vertrouwen, hethanteren van normen van wederkerigheid en het bestaan van netwerken, is een essentiëlevoorwaarde voor democratie en economische groei. Ten gevolge van processen vanglobalisering, pluralisering en modernisering is er een wijdverbreide angst ontstaan voor eenteruggang in sociaal vertrouwen. Deze angst heeft geleid tot hernieuwde aandacht voor de civilsociety, omdat deze zou bijdragen aan de oplossing voor dit probleem. In het Nederlandseoverheidsbeleid wordt deze angst vertaald in beleidsmaatregelen die zijn gericht op hetversterken van de sociale cohesie. Een voorbeeld van een beleidsinstrument om dit doel tebehalen, is de subsidie voor community art, een kunstvorm die ontstaat in de samenwerkingtussen kunstenaars en niet-kunstenaars in een gemeenschap. Deze kunstvorm wordtgesubsidieerd met de verwachting dat zij het onderlinge contact tussen mensen bevordert. Bijcommunity art projecten wordt kunst gebruikt om mensen met elkaar in contact te brengen enmet elkaar te verbinden. Tegelijkertijd stimuleert community art sociale vaardigheden, zoalssamenwerken en verantwoordelijkheid.60 Dit zijn belangrijke kernwaarden binnen de civilsociety, en zo dragen deze subsidies niet alleen bij aan de toename van sociaal kapitaal, maarook aan de ontwikkeling van een civil society. Een andere reden voor de wereldwijde groei van de civil society, is de stijging in hetaantal sociale entrepreneurs die sociale associaties wilden opzetten. Deze stijging is in grotemate te danken aan de groei van de wereldeconomie in de jaren zestig en zeventig, die heeftbijgedragen aan een grote wereldwijde professionele middenklasse van dokters, advocaten,wetenschappers, leraren en ingenieurs. Deze geleerde elite raakte politiek en sociaalgefrustreerd door onderdrukkende politieke regimes. In dit klimaat keerden een groot deel vandeze middenklasse zich tot non-gouvernementele organisaties en verenigingen. De opkomstvan deze nieuwe groep sociale entrepreneurs was essentieel voor de opkomst van private non-profit organisaties, die op hun beurt hebben bijgedragen aan de opkomst van de civil society.611.4.3 Civil society en globaliseringDe genoemde historische ontwikkelingen, verwant aan het fenomeen van globalisering, hebbenbijgedragen aan het ontstaan van de wereldwijde civil society sector. Tegelijkertijd voegen deverenigingen uit de civil society sector ook nieuwe dimensies toe aan het fenomeen vanglobalisering. Nationale vrijwillige associaties die zich vormden rond specifieke onderwerpen of60 (Ranshuysen, 2010, pp. 51-53; Salamon, 2005, pp. 139-140)61 (Salamon, 2005, p. 140) 26
  28. 28. industrieën, hebben de globalisering in deze onderwerpen gevolgd, door globale verbanden tezoeken met gelijke associaties in het buitenland. Op deze manier konden deze associaties viadeze verbindingen tussen nationale organisaties op globale schaal actie ondernemen. Eenvoorbeeld van een dergelijke globale organisatie is Amnesty International. Dit is eenonafhankelijke beweging die zich inzet voor slachtoffers van schendingen van mensenrechten.Amnesty heeft drie miljoen leden, donateurs en vaste begunstigers in meer dan 150 landen.Zij ontstond doordat een Engelse advocaat zich bekommerde om het lot van buitenlandsegevangenen. Het feit dat deze Engelse advocaat op de hoogte was van deze buitenlandsegevangenen was een direct gevolg van globalisering, de toenemende onderlinge verbindingenin de wereld. Amnesty International zorgt op globaal niveau voor verdere bekendheid rond hetonderwerp mensenrechten doordat zij internationaal bekend is en veel erkenning geniet. Ditvoorbeeld van Amnesty illustreert dat de opkomst van de civil society en haar organisatieszowel een consequentie als oorzaak van globalisering is. De civil society en globalisering zijnop deze manier onderling gerelateerd.62 Terwijl het proces van globalisering vorderde, heeft de civil society haar plek ingenomenals een in toenemende mate belangrijke en prominente, sociale, economische en politiekekracht. De globale civil society sector en het bredere proces van globalisering zijn onderdeelvan dezelfde familie, elk met zijn eigen oorsprong en ontwikkeling, maar tegelijkertijd ookbeïnvloed door elkaars oorsprong en ontwikkeling. Om deze reden is het belangrijk om deonderlinge verbinding tussen deze twee begrippen goed te begrijpen.63 Daarnaast hebbenbeide begrippen ook invloed op de notie van burgerschap. Globalisering heeft, zoals inparagraaf 1.2 beschreven grote invloed gehad op het denken over burgerschap. Hoe de civilsociety invloed heeft gehad op het denken over burgerschap, wordt toegelicht aan het eindevan dit hoofdstuk.1.4.4 Nederlandse civil societyDe civil society staat de afgelopen decennia hoog op de agenda van Nederlandse politici,beleidsmakers en wetenschappers. Politicoloog en hoogleraar Civil Society aan de universiteitvan Tilburg, Paul Dekker, doet onderzoek naar de civil society in Nederland. Waar de civilsociety eerder tegenover de staat en tegenover de markteconomie werd geplaatst, wordt dezede laatste jaren tegen een derde onderwerp afgezet, namelijk de moderne samenleving, diemen gekenmerkt acht door individualisme, onverschilligheid en fragmentering. In Nederlandlijkt de civil society als beleidsmatige oplossing te dienen voor sociale vraagstukken in desamenleving. De positie van de politiek verschuift in deze discussie naar de achtergrond en derol van de burger neemt een steeds prominentere plaats in.64 Dekker constateert dat veel62 (Amnesty, 2010; Salamon, 2005, p. 137)63 (Salamon, 2005, p. 150)64 (Dekker, 2002, pp. 13, 15) 27
  29. 29. politici de term civil society zeer breed inzetten als omschrijving van het gebied waarouderwetse overheidstaken worden afgeworpen en dienen te worden opgepakt door vrijwilligeverbanden van burgers, zelfredzame individuen of commerciële initiatieven. 65 Er bestaan onderburgers, politici en theoretici heel verschillende duidingen van de civil society. Deze scriptiebehandelt de theoretische invalshoek van Dekker en het beleidsmatige gebruik van de civilsociety door de Rijksoverheid. Dekker maakt onderscheid tussen twee benaderingen van de civil society. De eerstebenaderingswijze gaat in op de civil society op institutioneel niveau. De civil society is dan hetdomein in de maatschappij waarin verenigingen of vrijwillige associaties dominant zijn. Ditdomein bestaat onder andere uit het lokale verenigingsleven, ideële belangenorganisaties,recreatieve clubs en serviceorganisaties. Deze benadering van de civil society op institutioneelniveau wordt zichtbaar in figuur 1.2.Figuur 1.2 ‘Locating civil society’ door Mark WarrenBron: Dekker, P. (2002): 14.In deze figuur worden media van maatschappelijke organisatie of coördinatie gekruist met drieniveaus van dichtheid van sociale relaties. De media van maatschappelijke organisatie zijn65 (Dekker, 2004, p. 15) 28
  30. 30. „power‟, de (wettelijke en bestuurlijke) macht, „social norms & communication‟, (normatieve endiscursieve) invloed en „money‟, geld. De civil society staat in het midden van deze figuur. Hetgaat hier om de civil society als het deel van de maatschappij waarin burgers buiten deprivésfeer vrijwillige verbanden met elkaar aangaan en zich om gemeenschappelijkeaangelegenheden bekommeren. In de figuur is te zien dat de maatschappelijke organisatie vande civil society sterk wordt beïnvloedt door sociale normen en communicatie en niet zozeerdoor macht of geld. De associaties in de civil society zijn organisaties die hun kracht primairontlenen aan associatieve relaties. De associaties bevinden zich echter ook buiten het domeinvan de civil society, in andere delen van de maatschappij en nemen daar trekken over van deinstitutionele context waar zij zich in bevinden. Op deze manier vervagen de grenzen van decivil society. De civil society is het domein van associaties waarin associatieve relaties centraalstaan. Sommige van deze associaties gaan echter geleidelijk over in associaties die zijnverbonden met de staat en de markt.66 Hierdoor vervaagt de grens tussen de civil society ende „political society‟ en de „economic society‟. De tweede benadering van de civil society is de civil society als ideaaltypischeomschrijving van een manier van maatschappelijk ordenen en coördineren. Dekker heeft intabel 1.1 een ideaaltypische schets gegeven, naar voorbeeld van Streeck en Schmitter (1985)van vier modellen van maatschappelijke ordening. In deze tabel worden de kenmerken enonderlinge verschillen tussen de ideaaltypen overzichtelijk in kaart gebracht.67 In de meesteorganisaties zijn deze organisatievormen echter niet zo strikt gescheiden en wordt eencombinatie van deze ordeningsprincipes terug gevonden. In beide visies, zowel opinstitutioneel niveau als op het niveau van maatschappelijke ordening, vormen organisaties diezijn gebaseerd op vrijwillige associatieve relaties, de kern van de civil society.66 (Dekker, 2002, p. 14)67 (Dekker, 2002, p. 15; Seligman, 1993, pp. 157-158) 29
  31. 31. Tabel 1.1 Kenmerken van gemeenschap, markt, staat en civil society als ideaaltypen van demaatschappelijke ordening Gemeenschap Markt Staat Civil society leidend solidariteit concurrentie hiërarchie vrijwilligheid principe dominante gezinnen, ondernemingen bureaucratieën verenigingen factoren buurten voorwaarde toerekening koopkracht wettelijke commitmentKenmerken voor deelname bevoegdheid besluit- consensus vraag en gezaghebbend discussie vormingsregel aanbod oordeel transactie- achting geld dwang argumenten middel goederen solidaire private collectieve - goederen goederen goederen externe wederzijdse verantwoorde- zekerheid, sociaal effecten genegenheid, lijkheid rechtvaardigheid kapitaal, collectieve publieke identiteit opinievorming Bron: Dekker (2002): 12.Deze tabel wordt uitgebreider besproken in het derde hoofdstuk in vergelijking met hetmecenaat. Dit hoofdstuk gaat in op de verwachtingen rond de civil society, die Dekker heeftterug gebracht tot twee zaken, namelijk publieke opinievorming en sociaal kapitaal. Dezepositieve externe effecten van de civil society zijn voor een groot deel het gevolg van devrijwillige associaties. Deze associaties stimuleren namelijk de vorming van een politieke wil inde samenleving en zetten aan tot samenwerking en daarmee tot sociaal kapitaal.1.4.5 Publieke opinievormingMet de aspiratie van publieke opinievorming wordt de politieke kant van de civil society naarvoren gehaald. De publieke opinievorming in een civil society verwijst naar processen vancollectieve wilsvorming en reflectie. Zij reikt van gesprekken tussen burgers via demonstratiesen beleidsbeïnvloeding van pressiegroepen tot parlementaire debatten. Deze verschillendevormen van communicatie over en weer tussen burgers en overheden draagt bij aan deidentificatie van collectieve problemen in de samenleving. De vrijwillige associaties(verenigingen) in de civil society spelen een belangrijke rol in het proces van publiekeopinievorming. Via informatieverschaffing, sociale stimulering en organisatorische mobilisatievan politieke participatie en de bevordering van burgerschapsvaardigheden zoalsorganisatorische en communicatieve vaardigheden, wordt de bijdrage aan de publiekeopinievorming verwacht. Door deze publieke opinievorming trachten de associaties invloed uitte oefenen op het overheidsbeleid. Deze vrijwillige associaties reageren op wat de overheiddoet, beïnvloeden de politiek in staatsverband en leveren op deze manier een belangrijke 30
  32. 32. bijdrage aan het democratisch bestuur. De organisatievorm van de vereniging maaktcollectieve actie mogelijk en brengt in bredere kring processen van wilsvorming en identificatievan gemeenschappelijke belangen op gang. Dit gebeurt onder andere doordat dezeverenigingen onderlinge netwerken vormen waarmee ze als maatschappelijk middenveld eentegenmacht kunnen vormen voor de overheid.681.4.6 Sociaal kapitaalMet de aspiratie van sociaal kapitaal wordt de sociale kant van de civil society benadrukt.Volgens Dekker bestaat het sociaal kapitaal uit het in netwerken opgeslagen vermogen totsamenwerking.69 Dit vermogen, wat wordt opgeslagen in sociale netwerken, bestaat uitnormen en vertrouwen. Deze normen benadrukken in het algemeen het belang vangemeenschapszin en wederzijdse zorg en verantwoordelijkheid in de maatschappij. Hierbij kangedacht worden aan deugden als bescheidenheid, plichtsbesef ten aanzien van degemeenschap, openheid voor het onbekende en tolerantie tegenover vreemdelingen. Metvertrouwen wordt verwezen naar sociaal vertrouwen. Dit sociaal vertrouwen bestaat uit hetvertrouwen in de medemens en is een belangrijke indicator voor sociaal kapitaal.70 Wanneer ergeen sociaal vertrouwen is, zal er ook geen sociaal kapitaal zijn. Gezamenlijk maken dezeeigenschappen van normen en vertrouwen samenwerking binnen deze netwerken mogelijk.Deze driedeling van netwerken, normen en sociaal vertrouwen vormt een stevige fundatie voorcollectieve actie en bevordert de samenwerking tot wederzijds voordeel. Dekker ontleent zijn definiëring van sociaal kapitaal aan de Amerikaanse politicoloogRobert Putnam. Hij meent dat sociaal kapitaal „refers to features of social organization, such astrust, norms, and networks, that can improve the efficiency of society by facilitatingcoordinated action.‟ Dat is echter niet het enige, sociaal kapitaal verwijst ook naar„connections among individuals – social networks and the norms of reciprocity andtrustworthiness that arise from them.‟71 Hieruit blijkt dat het sociaal kapitaal is gericht opsamenwerking en collectieve actie. Hier onderscheidt het zich van het sociale kapitaal van desocioloog Pierre Bourdieu, waar het voornamelijk gaat om kapitaal voor de persoonlijke winst.Doordat het sociaal kapitaal van Putnam is verankerd in netwerken, onderscheidt het zich vaneen „voor samenwerking bevorderlijke cultuur of een geheel van coöperatieve engemeenschapsgezinde houdingen van individuen‟.72 Bij het sociaal kapitaal gaat het dus om deonderlinge vertrouwensbanden die een positieve uitkomst hebben voor de gemeenschap, deburgers en de samenwerking zelf.68 (Dekker, 1999, p. 16; 2002, pp. 19, 21)69 (Dekker, 2002, p. 21)70 (Dekker, 1999, pp. 22-23)71 (Dekker, 2002, p. 20 Citaat Putnam in Dekker)72 (Dekker, 2002, p. 23) 31
  33. 33. Deze externe effecten van de civil society zijn van belang voor de bestudering vancultural citizenship omdat een communicatieve civil society cultural citizenship kan produceren,waarbij het publiek kan leren van elkaars standpunten. De civil society is hierdoor nauwverbonden met het idee van cultural citizenship.1.4.7 Civil society en cultural citizenshipDe notie van cultural citizenship heeft onder andere te maken met de ontwikkeling van eensamenleving die is gebaseerd op gelijkwaardige communicatie. In deze samenleving kunnenmensen rekenen op bepaalde rechten en krijgen zij de kans om zich uit te spreken, in dewetenschap dat de samenleving zal luisteren. Deze democratische samenleving wordt in standgehouden door formele instituties en procedures, en het behoud van een civil society waarrechten van communicatie en dialoog een noodzakelijke prioriteit hebben over alle anderesociale en economische rechten. Waar het kapitalistische systeem slechts de rechten van degegoede bovenlaag institutionaliseerde, wordt in de ideale civil society de alledaagse praktijkvan democratische communicatie „geïnstitutionaliseerd‟. Deze communicatieve basis is de grotekracht van de civil society. Een sterke civil society verzekert dat haar communicatieve basisnooit wordt verdrongen door de media van geld of macht. 73 De verhouding tussen deverschillende media, macht, communicatie en geld, en de verschillende maatschappelijkeordeningsprincipes, respectievelijk staat, civil society en de markt, wordt zichtbaar in figuur1.2 en tabel 1.1 Cultural citizenship is een belangrijk onderdeel en ook voorwaarde van de civil society.Cultural citizenship gaat over mensen die zich door hun culturele uitingen tot elkaar verhoudenen verbindingen met elkaar aangaan en zo met elkaar een civil society kunnen creëren.Tegelijkertijd draagt de civil society ook bij aan het cultural citizenship doordat zij onderlingecommunicatie garandeert waardoor burgers van elkaar leren en cultural citizenship wordtgestimuleerd. Cultural citizenship en de civil society zijn op deze manier onderling afhankelijkvan elkaar. Dit is een belangrijke constatering, omdat dit betekent dat bij de bestudering vancultural citizenship ook rekening moet worden gehouden met het bestaan en functioneren vaneen civil society.In dit hoofdstuk is duidelijk geworden op welke manier en onder welke omstandigheden hetdenken over burgerschap en de civil society zich heeft ontwikkeld. Processen als globaliseringen pluralisering zijn een belangrijke motor geweest voor het nadenken over burgerschap en desamenleving. In een tijd waar nationaal burgerschap steeds meer verliest aan betekenis doorde afnemende dominantie van de natiestaat en de opkomst van de civil society, komt er steeds73 (Stevenson, 2003, pp. 19, 22) 32
  34. 34. meer ruimte voor een nieuwe vorm van burgerschap, cultural citizenship. Dit hoofdstuk begonmet het gegeven dat het burgerschap geen vaste of definitieve betekenis heeft, ditzelfde geldtvoor het cultural citizenship en de civil society. Dit maakt dat deze begrippen voor meerdereinterpretaties open staan en op meerdere manieren worden gebruikt. In het volgendehoofdstuk ga ik dieper in op de ontwikkeling van burgerschap in Nederland en de betekenisvan het cultureel burgerschap in het Nederlandse overheidsbeleid. 33
  35. 35. 2 Cultureel burgerschap in NederlandAan het begin van de negentiende eeuw werd de term burger geassocieerd met een zekerecultuurloosheid. Dit lijkt haaks te staan op het gegeven dat de termen burger en cultuur in de21ste eeuw worden samengevoegd in het begrip cultureel burgerschap. Deze ogenschijnlijketegenstrijdigheid is het gevolg van de veranderde betekenis van zowel het burgerbegrip als hetcultuurbegrip. In de negentiende eeuw was het burgerbegrip vooral een klasse-aanduiding. Deburgerij bestond in die tijd uit de middenklasse van de maatschappij. Zij had weliswaar eenhogere status dan de boeren, handswerklieden en handelaars, maar had minder aanzien enmacht dan de rijke burgerij en de adel. De notie van cultuur werd in de negentiende eeuwvooral opgevat als hoge of elitaire cultuur. Deze verheven vorm van cultuur was alleenweggelegd voor de rijke burgerij en de adel, terwijl burgers werden geassocieerd metcultuurloosheid en stijlloosheid.74 De categorisering van culturele uitingen in hoge en lagecultuur werd gebruikt om klassenverschillen in de samenleving te bevestigen. Hoewel hetonderscheid tussen hoge en lage cultuur nooit volledig is verdwenen, hebben kruisbestuivingentussen artistieke disciplines ervoor gezorgd dat de grenzen tussen hoog en laag in de 21 steeeuw zijn vervaagd. Het begrip cultuur betreft niet meer alleen de hoge kunsten, maar hethele terrein van de kunsten. Cultuur wordt in de 21ste eeuw ook steeds vaker als proces ofpraktijk benaderd. Deze hedendaagse interpretatie van cultuur komt in dit hoofdstuk aan bod.Daarnaast heeft ook het burgerbegrip de nodige transformaties ondergaan. Zo wordt zij nietmeer gekoppeld aan een sociale hiërarchische orde zoals in de negentiende eeuw. Ook dehuidige Nederlandse betekenis van het burgerbegrip komt in dit hoofdstuk aan bod. In dit hoofdstuk ga ik in op de verbinding tussen cultuur en burgerschap, deculturalisering van het burgerschap en het cultureel burgerschap in Nederland. Alvorens hetcultureel burgerschap te bespreken ga ik in op de maatschappelijke ontwikkelingen die hebbenbijgedragen aan de aandacht voor cultuur in relatie tot burgerschap en burgerschap in hetalgemeen. De Nederlandse burger krijgt anno 2011 een prominente rol toegedicht in demaatschappij door de regering in de vorm van actief burgerschap. Deze rol past goed in hetbeeld van de civil society uit het eerste hoofdstuk. Tegelijkertijd vindt er een culturalisering vanhet burgerschap plaats. Beide ontwikkelingen hebben de nodige consequenties voor de rol vande burger in de Nederlandse samenleving. Tot slot kijk ik in dit hoofdstuk hoe het cultureelburgerschap zich verhoudt tot het ideaalbeeld van de civil society.74 (Velde, 1998, pp. 169, 173) 34

×