Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Onderwijsraad: medezeggenschapsraad laat je niet gedogen!

184 views

Published on

De Onderwijsraad geeft onderwijsinstellingen het advies om de uitgaven beter te verantwoorden. Het is nog te vaak onduidelijk waar ze het geld aan uitgeven, wat de investering oplevert en of hetzelfde resultaat ook met minder geld bereikt had kunnen worden. Scholen moeten hun onderwijsplan dan ook beter koppelen aan de begroting. En medezeggenschapsraden dienen een grotere rol te krijgen bij de controle op de uitgaven van de school(organisatie).

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Onderwijsraad: medezeggenschapsraad laat je niet gedogen!

  1. 1. 4 MR magazine, nummer 6, september 2018 Beter inzicht in besteding onderwijsgelden nodig ONDERWIJSRAAD: (G)MR LAAT JE NIET GEDOGEN! De Onderwijsraad geeft onderwijsinstellingen het advies om de uit- gaven beter te verantwoorden. Het is nog te vaak onduidelijk waar ze het geld aan uitgeven, wat de investering oplevert en of hetzelfde resultaat ook met minder geld bereikt had kunnen worden. Scholen moeten hun onderwijsplan dan ook beter koppelen aan de begroting. En medezeggenschapsraden dienen een grotere rol te krijgen bij de controle op de uitgaven van de school(organisatie). Frederik Smit D eTweede Kamer heeft de Onderwijsraad advies gevraagd over de manier waarop de over- heid het onderwijs bekostigt en de moge- lijkheden voor onderwijsinstellingen om hun bestedingen te verantwoorden. De raad beveelt aan te blijven werken met de lumpsumbekostiging, waarbij instellingen één budget krijgen voor het leveren van deugdelijk onderwijs, en om terughou- dend te zijn met subsidies, prestatieaf- spraken en andere vormen van doel- financiering. Scholen moeten hun geld naar eigen inzicht kunnen blijven beste- den, zolang ze maar duidelijk maken waar ze het geld aan uitgeven en wat de resultaten daarvan zijn.Wel dienen de organen die een rol spelen in de verant- woording over en het toezicht op de be- steding van onderwijsgelden, goed toege- rust te zijn om deze verantwoordelijkheid aan te kunnen. Betere verantwoording van de besteding van onderwijsgeld vraagt echter wel om meer financiële des- kundigheid bij interne toezichthouders en medezeggenschapsorganen. Professioneler Volgens de Onderwijsraad horen onder- wijsinstellingen te werken aan een cul- tuur die stimuleert om de juiste vragen te stellen, door te vragen en voorbij de cijfers te kijken, dus naar de achterlig- gende keuzes. Interne toezichthouders en medezeggenschapsorganen moeten zichzelf aanleren niet alleen naar het financieel beheer, maar ook naar het fi- nancieel beleid daarachter te kijken en hoe financiële keuzes gekoppeld worden aan inhoudelijke doelen en resultaten. Om hun rol in het systeem van checks & balances te spelen, is kennis van wet- en regelgeving en de werking van een plan- ning- en controlecyclus wel noodzakelijk. Verder moeten zij een begroting of jaar- rekening en kengetallen kunnen lezen en begrijpen. De Onderwijsraad stelt dat interne toezichthouders en medezeggen- schapsraden professioneler moeten functioneren en een beroep moeten kunnen doen op een onafhankelijke in- stantie, zoals een lokale rekenkamer, die het financieel beleid van een instelling kan onderzoeken. De inspectie moet toe- zien op de interne verantwoording die onderwijsinstellingen afleggen en de be- sturen moeten de verantwoording van het financieel beleid in jaarverslagen eenduidiger presenteren, zodat ze onder- ling eenvoudiger te vergelijken zijn. De uitkomsten worden dan aan algemene standaarden getoetst, de zogenoemde benchmarks (zie kader). Laat geïnformeerd DeWet medezeggenschap op scholen (Wms) verplicht het bestuur en de direc- teur, als vertegenwoordiger van het be- voegd gezag, de (g)mr informatie te ver-
  2. 2. 5MR magazine, nummer 6, september 2018 > strekken over het te voeren beleid, zodat hij beleidsprocessen beter kan volgen en controleren en daarop invloed kan uitoe- fenen. In het primair en voortgezet on- derwijs hebben medezeggenschapsraden adviesrecht ten aanzien van de hoofdlij- nen van het meerjarig financieel beleid. De gmr heeft adviesbevoegdheid bij voorgenomen besluiten van het bevoegd gezag omtrent de vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig fi- nancieel beleid op bovenschools niveau. Om deze adviesbevoegdheden uit te kun- nen voeren, geeft deWms de (g)mr ook enkele specifieke informatierechten, zoals het recht op jaarlijkse toezending van de begroting en de bijbehorende beleids- voornemens op financieel, organisato- risch en onderwijskundig gebied, de be- rekening die ten grondslag ligt aan de verkregen rijksmiddelen, zoals de op- bouw van de lumpsum en het jaarver- slag. Maar een veelgehoorde klacht is dat besturen de (g)mr slecht of pas in een laat stadium informeren over risicovolle ontwikkelingen op financieel gebied. Meer erkenning Henriëtte Maassen van den Brink, voor- zitter van de Onderwijsraad vraagt zich af of de medezeggenschapsraad ook daadwerkelijk in staat is op hoofdlijnen te adviseren over het meerjaren financi- eel beleid en de bestemming van midde- len. ‘Niet zolang het bevoegd gezag de mr gedoogt omdat het moet. Het is es- sentieel dat de wettelijke functie van de mr wordt erkend en gehonoreerd. De raad heeft een collectieve verantwoorde- lijkheid voor wat er in de schoolorgani- satie gebeurt, het bevoegd gezag moet dat erkennen en niet gedogen. Helaas gebeurt dat laatste nog steeds.’ Ze vindt dat de raden zich ook moeten realiseren dat ze die collectieve verantwoordelijk- heid hebben. ‘Stel de mr adviseert de samenstelling van de formatie te wijzi- gen en het bevoegd gezag zegt dat daar geen ruimte voor is, dan moet je wel kunnen beoordelen of dat inderdaad zo is. Kan een mr dat of laat hij zich met kluitje in het riet sturen?’Voorzitter Onderwijsraad Henriëtte Maassen van den Brink Benchmarken en benchlearning Benchmarken is het verzamelen en beschikbaar stellen van informatie, waardoor de prestaties en resultaten van een indi- viduele instelling afgezet kunnen worden tegen een specifieke benchmark of referentiepunt. Dit referentiepunt kan een lan- delijk of regionaal gemiddelde zijn of het gemiddelde van een andere voor de instelling relevante groep. Bij benchlearning gaat het om het duiden van de informa- tie en inzichten uit de benchmarks en deze te vertalen naar beleid.Waar staat de instelling ten opzichte van de rest? Waar zou de instelling kunnen staan? Heeft het beleid geleid tot de huidige positie of is die te danken/wijten aan omge- vingsfactoren? Is het nodig het beleid aan te passen? Door de onderwijsprestaties en financiële gegevens van een instel- ling te vergelijken met vergelijkbare organisaties of met het gemiddelde van bijvoorbeeld de beste tien of twintig procent kunnen resultaten goed worden afgezet tegen de bestede middelen. Dergelijke vergelijkingen kunnen nuttig inzicht opleveren. In het onderwijsachterstandenbeleid bijvoorbeeld blijken verschillende keuzes omtrent de besteding van mid- delen een verklaring te zijn voor grote verschillen in presta- ties tussen scholen met vergelijkbare aandelen gewichten- leerlingen.
  3. 3. 6 MR magazine, nummer 6, september 2018 De mr is de schakel in de horizontale verantwoording, in het beschikbaar stel- len van informatie aan belanghebbenden buiten de organisatie. Maar als het be- stuur niet zorgt voor de juiste informa- tievoorziening, kan de raad zijn werk niet goed doen. Maassen van den Brink: ‘De mr vormt met de toezichthouder de de countervailing power, de tegenmacht, van het bevoegd gezag. Als je samen staat voor de publieke zaak van het on- derwijs en de verantwoording van belas- tingcenten, moet je ook samen kennis organiseren, informatie uit meerdere bronnen verzamelen en samenwerken en kennis uitwisselen. Dan zijn gedogen, weinig informatie geven en ingewikkelde cijfers presenteren uit den boze.Toe- zichthouders worden inmiddels gewor- ven op kennis en ervaring op verschil- lende gebieden en hebben verschillende portefeuilles, waaronder de portefeuille audit. Die deskundigheid moet een mr ook hebben en als dat niet lukt, moet die deskundigheid van buiten komen. De mr moet zich daarin laten faciliteren. Kortom, de effectiviteit van de mr moet niet afhangen van het “gedoogbeleid” van het bevoegd gezag, maar moet ei- genstandig tegenspraak kunnen organi- seren via onafhankelijke instanties als bijvoorbeeld lokale rekenkamers met als doel betere besluitvorming over de be- steding van de middelen.’ Input leveren Annemarie van Luik, trainer/adviseur medezeggenschap bij de Algemene On- derwijsbond vindt dat medezeggen- schapsraden in de meeste gevallen heel goed in staat zijn input te leveren over het financieel beleid. ‘Een bestuur moet een inzichtelijke voorlegger aanleveren, waarin duidelijk wordt welk deel van de uitgaven een vaststaand gegeven is en bij welk deel van de uitgaven keuzemo- gelijkheden zijn. Belangrijke vragen daarbij zijn: wat voor school willen we zijn en hoe bereiken we onze doelen met de juiste financiële onderbouwing? Als het goed is, zie je de ambities uit het strategisch beleid terug in de begroting. Wat zijn mogelijke keuzes en dilemma’s? Daar moet je het met elkaar over heb- ben en daar heb je geen specifieke finan- ciële kennis voor nodig. Je hoeft dus geen boekhouder te zijn om mee te kun- nen praten over het financieel beleid. De Wms biedt ook de mogelijkheid om fi- nanciële experts in te schakelen. Het echte probleem is dat bestuurders vaak liever geen pottenkijkers in de beleids- keuken toelaten.’ Keuzemogelijkheden Sjoerd van Geffen, adviseur medezeg- genschap bij Ouders & Onderwijs on- derschrijft de stelling van Van Luik dat veel bestuurders niet staan te trappelen om met de mr van gedachten te wisselen over het financieel beleid.Van Geffen: ‘De mr heeft adviesbevoegdheid op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid. Als mr-leden daar kennis van ne- men, begint iedereen zich achter de oren te krabben, omdat onduidelijk is wat daarmee wordt bedoeld.Tot de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid behoren: het intern allocatiemo- del, dus hoe de bekostiging verdeeld wordt over scholen en bovenschools, de vermogenspositie en reserves, de verde- ling uitgaven aan personeel en materieel en de meerjaren investeringen voort- vloeiend uit het strategisch beleidsplan. Maar weinig mr-leden wrijven zich in hun handen als het financieel beleid ter sprake komt en de kwaliteit van de dis- Mr moet beschikken over de nodige deskundigheid Annemarie van Luik, trainer/adviseur AOb Adviezen van de Onderwijsraad 1. De overheid moet de bekostiging verbeteren en vereenvoudigen, zodat het veld duidelijker zicht heeft op de inkomsten en beter kan begroten en risico’s inschat- ten. De financiën kunnen en moeten een stuk eenvoudiger. 2. Maak gebruik van benchmarks, zodat onderwijsinstellingen weten wat stan- daarden zijn en ze zich kunnen vergelijken met andere instellingen. Bij grote af- wijkingen moet het bestuur dit in begrijpelijke taal uit kunnen leggen. 3. Stel onafhankelijke lokale ‘rekenkamers’ in om (g)mr’s de gewenste countervai- ling power te geven en te zorgen voor gefundeerde tegenspraak. Ook het bevoegd gezag en toezichthouders kunnen hierdoor ondersteund worden.
  4. 4. 7MR magazine, nummer 6, september 2018 cussies tussen bestuurders en mr over de hoofdlijnen van het meerjarig finan- cieel beleid is doorgaans van een beden- kelijk laag niveau. Dit komt omdat het bestuur vaak te laat om advies vraagt waardoor het inhoudelijke gesprek niet van de grond komt, de geproduceerde teksten lastig leesbaar zijn, een beleids- matige toelichting ontbreekt, bestuur- ders de gevolgen voor het onderwijs on- voldoende duidelijk maken en zij opmerkingen van de mr niet terugkop- pelen. De goeden niet te na gesproken hoor.’Van Geffen signaleert wel een aantal positieve ontwikkelingen: ‘Ik zie dat steeds meer scholen bewust gebruik- maken van de keuzemogelijkheden die de lumpsum-financiering biedt. Er zijn bijvoorbeeld scholen die de acht leerja- ren samenvoegen in drie stamgroepen. Het geld dat ze overhouden, reserveren zij dan voor bijvoorbeeld vakleerkrach- ten drama en Engels. Daarnaast huren zij in het kader van passend onderwijs onderwijsassistenten in.’ De uitdaging waar scholen volgensVan Geffen voor staan, is hoe ze creatief om kunnen gaan met de veranderende omgeving. ‘In krimpregio’s zie je dat scholen daar ver- schillend op inspelen. Sommige doen niets en denken dat het wel overwaait, andere scannen actief de omgeving en besluiten te matigen en te sparen of in- vesteren om de klappen op te vangen.’ Van Geffen vindt dat mr’s zich pro-ac- tiever zouden kunnen opstellen en meer gebruik moeten maken van het initiatief- recht om met het bevoegd gezag over het financieel beleid te spreken én voorstel- len te doen waarin zij standpunten rich- ting het bevoegd gezag kenbaar maken over bijvoorbeeld de wijze waarop een begroting wordt gepresenteerd aan de mr. Miljoenen euro’s LAKS-voorzitter Jordy Klaas vindt het belangrijk dat scholen een vertaalslag maken voor de leerlingen in de mr als het over financiële zaken gaat. ‘Bij scho- len voor voortgezet onderwijs gaat het in de begrotingen soms wel om miljoenen euro’s.Voor zestien- en zeventienjarigen zijn dat onwerkelijk grote bedragen. Het is mooi dat leerlingen mogen meepraten over het beleid, maar ze moeten wel goed kunnen begrijpen waar het over gaat.We merken bij het LAKS dat leer- lingen behoefte hebben aan een objectie- ve toelichting op het financieel beleid. Dus niet een beschrijving hoe geweldig de begroting is, maar feitelijke informatie over wat de ideeën achter de begroting en de getallen zijn. Dan kun je als leer- ling volwaardig meepraten.’Volgens Klaas moeten leerlingen er wel voor wa- ken dat ze niet overbelast worden door het mr-werk dat ze naast hun schoolwerk doen. Ze hebben hiervoor ook maar een beperkt aantal uren beschikbaar. Klaas: ‘Het zou mooi zijn als leerlingen op hun school ondersteuning krijgen van een docent. En dat ze gestimuleerd worden Dr. Frederik Smit is onderzoeker en adviseur onderwijs, https:// frederiksmit.net. • Onderwijsraad (2018). Inzicht in en verantwoording van on- derwijsgelden. • I. van den Ende en J. Bokdam (2017). Advies over instemming. Eindrapport, Panteia/Oberon. • F. Smit (2017). De nieuwe me- dezeggenschap in het onder- wijs. Leren verlangen naar de eindeloze zee, SWP. om trainingen te volgen bij het LAKS. Wij kunnen ze hier onderdompelen in de do's en don'ts van de inspraak.’ < Sjoerd van Geffen, adviseur Ouders & Onderwijs LAKS-voorzitter Jordy Klaas

×