15 oefeningen schakelen van weerstanden

25,579 views

Published on

Published in: Entertainment & Humor, Travel
0 Comments
2 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
25,579
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
40
Actions
Shares
0
Downloads
90
Comments
0
Likes
2
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

15 oefeningen schakelen van weerstanden

  1. 1. <ul><li>1 Welk soort schakeling zal men bij kerstboomverlichting, die op de netspanning van 220 V werkt, gebruiken? Waarom ? </li></ul><ul><li>Serieschakeling </li></ul><ul><li>Als men bvb 22 identieke lampjes gebruikt, dan zal elk lampje een spanning krijgen van 10 V </li></ul><ul><li>Voordeel lage spanning </li></ul><ul><li>Nadeel als één lampje stuk gaat, heb je geen stroomkring meer. </li></ul>
  2. 2. <ul><li>Bij moderne kerstboomverlichting blijven alle andere lampjes nog branden als er één stuk gaat. </li></ul><ul><li>Dit komt doordat bij dit type lampje de toe- en de afvoerdraad binnen het lampje contact maken als het lampje kapot gaat. Er ontstaat dan een serieschakeling van 21 lampjes. </li></ul><ul><li>Deze krijgen dan elk een iets grotere spanning namelijk, 220/21=10,47 V. </li></ul><ul><li>Het is daarom raadzaam het defecte lampje zo snel mogelijk te vervangen, zo niet zal de levensduur van de overige lampjes verkleinen. </li></ul>
  3. 3. 2 Hoe gebeurt de schakeling bij huishoudelijke toestellen : in serie of in parallel? Waarom? <ul><li>parallelschakeling </li></ul><ul><li>de toestellen zijn gemaakt voor een bepaalde spanning (220 V), enkel als ze die spanning krijgen werken ze goed. </li></ul><ul><li>Bij parallelschakeling krijgt elk toestel de volledige spanning, bij serieschakeling hangt de spanning over elk apparaat af van het aantal apparaten en hun weerstand. </li></ul>
  4. 4. 3 Welke schakeling heeft men bij een dubbelstekker of een verdeelstekker? Verklaar <ul><li>Parallelschakeling. </li></ul><ul><li>De toestellen zijn voor 220 V gemaakt en elk toestel moet over deze volledige spanning kunnen beschikken om goed te functioneren. </li></ul>
  5. 5. 4 Bij een verklikkerlichtje zal men serieschakeling gebruiken. Waarom? <ul><li>Het verklikkerlichtje mag enkel branden als het toestel werkt. Daarom plaatst men het in serie met het toestel, als er geen stroom door het toestel gaat omdat het uit staat of defect is, zal ook het lampje niet meer branden. </li></ul>
  6. 6. 5 Toon aan dat bij een parallelschakeling van weerstanden de vervangingsweerstand kleiner is dan de kleinste van de parallel geschakelde weerstanden
  7. 7. 6 Bereken de vervangingsweerstand in het geval van n identieke weerstanden (serie en parallel)
  8. 8. 7 Een bepaalde stroom splitst zich in een punt a in twee takken: de weerstand van de eerste tak is 5,00 Ω, de weerstand van de tweede tak is 10,0.Ω. Bereken de stroomsterkte in de eerste tak en in de hoofdtak als je weet dat de stroomsterkte in de tweede tak 3,00 A is.
  9. 12. 10 Tien weerstanden van elk 500 Ω worden achtereenvolgens in serie en parallel geschakeld. Ze worden aangesloten op de netspanning van 220 V Bereken in beide gevallen de stroomsterkte
  10. 13. 11 Men schakelt twee weerstanden, respectievelijk 60,0 Ω en 90,0 Ω parallel en plaatst in serie daarmee een weerstand van 24,0 Ω. Het geheel staat op een spanning van 24,0 V geschakeld.
  11. 15. 12 Twee weerstanden van respectievelijk 20,0 Ω en 80,0 Ω staan parallel. Een derde weerstand wordt hiermee in serie geschakeld en aangesloten op een spanning van 220 V. Bereken deze weerstand opdat de stroomsterkte in de hoofdketen 5,50 A zou bedragen. Bereken ook de spanning over elke weerstand. (Maak eerst een tekening van de schakeling).
  12. 22. <ul><li>De lamp brandt het sterkste als de spanning het grootste is. </li></ul><ul><li>U = R.I, de weerstand R is constant, dus hoe groter U, hoe groter I. </li></ul><ul><li>De spanning is maximaal bij een zuivere parallelschakeling, de spanning is dan gelijk aan de totale spanning van de bron </li></ul><ul><li>Dit is het geval bij figuur a </li></ul>
  13. 24. <ul><li>We berekenen de vervangingsweerstand bij elk van de vier schakelingen </li></ul><ul><li>Bij figuur (a) is de vervangingsweerstand 30 Ω + 15 Ω = 45 Ω (1 weerstand van 30Ω in serie met de parallelschakeling van 2 weerstanden van 30 Ω) </li></ul><ul><li>Bij figuur (b) is de vervangingsweerstand 20 Ω (parallelschakeling van één weerstand van 30 Ω en één weerstand van 60 Ω). Dit is dus de gezochte schakeling. </li></ul><ul><li>Bij figuur (c ) hebben we een zuivere parallelschakeling van 3 weerstanden van 30 Ω, de vervangingsweerstand is dan 10 Ω. </li></ul><ul><li>bij figuur (d) is de totale weerstand 30 Ω, immers nadat de ladingen door de linkse weerstand van 30 Ω gepasseerd zijn, kiezen ze voor de weg langs de diagonaal (weerstand 0) om de rest van de schakeling te doorlopen. </li></ul>
  14. 25. 17 Met vier identieke weerstanden van 15 Ω wil men een schakeling maken waarvan de totale weerstand 20 Ω bedraagt. Hoe kan men dit doen? Teken de schakeling
  15. 26. Met een open schakelaar leest met met de Voltmeter een spanning van 6 V af, dit is de spanning over de 2de weerstand R 2 . Wanneer de schakelaar s gesloten wordt, dan wordt de vervangingsweerstand van R 2 en R 3 samen kleiner dan de weerstand R 2 apart (open kring). De totale weerstand van de hele kring wordt dus kleiner, de stroomsterkte wordt dus groter. De spanning over R 1 wordt dan ook groter, dus moet de spanning over R 2 en R 3 samen, kleiner worden dan 6 V.
  16. 27. Bij open kring is de stroomsterkte in de hoofdketen 1 A. Bij gesloten kring is de totale weerstand 8 Ω en de stroomsterkte bijgevolg 1,5 A. De stroomsterkte in de hoofdkring stijgt dus met 0,5 A.
  17. 28. 20 Twee weerstanden worden parallel geschakeld op een spanning van 24,0 V. De hoofdstroom is 10,0 A. Eén van de weerstanden bedraagt 15,0 Ω. Bereken de waarde van de tweede weerstand en van de stroom die erdoor vloeit.

×