Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Vikingen 2: Historische Situering

Tweede diapresentatie in een reeks van vijf over de Vikingen naar aanleiding van een Amarant-cursusreeks.

Related Books

Free with a 30 day trial from Scribd

See all
  • Be the first to comment

Vikingen 2: Historische Situering

  1. 1. “Verlos ons, Heer van de furie van de Noormannen!”
  2. 2. • Studeerde archeologie aan de K.U. Leuven • Docent en opleidingshoofd in de lerarenopleiding van MAD-faculty, hogeschool voor de kunsten, Limburg • Leerkracht cultuurvakken in het CVO Leuven • Amarantdocent sinds 2002 • Auteur van jeugdthrillers www.erwinclaes.com
  3. 3. Dat kan! U hoeft enkel te surfen naar: slideshare.net  gebruik zoektermen: erwinclaes7, Vikingen, Amarant
  4. 4. Vikingen 1. Inleiding 2. Historische Situering 3. Maatschappij 4. Religie 5. Materiële Cultuur
  5. 5. 2.2 Historische situering van de Zuid-Germaanse volkeren 2.2.1 Romeinen en Germanen 2.2.2 De Germaanse volksverhuizingen 2.2.3 De Merovingers 2.2.4 De Karolingen 2.2.5 Ondertussen in Engeland 2.3 Historische situering van de Zuid-Germaanse volkeren 2.3.1 De periode voor de Vikinginvallen 2.3.2 De Vikinginvallen 2.3.3 De kolonies
  6. 6.  Geschiedenis van de Vikingen kadert in een grotere context  Verwantschap tussen Noord-Germaanse en Zuid-Germaanse volkeren
  7. 7. 2.2.1 Romeinen en Germanen 2.2.2 De Germaanse volksverhuizingen 2.2.3 De Merovingers 2.2.4 De Karolingen 2.2.5 Ondertussen in Engeland
  8. 8.  Eerste kennismaking met Germanen is inval Kimbren en Teutonen  2e eeuw v.Chr.  Verslagen door Romeinse veldheer Marius
  9. 9.  Nieuwe confrontatie in Gallische oorlogen  Aanvankelijk heel wat successen  Arminius verslaat Varrus in Teutoburgerwoud (9 n.Chr.)  Verminderde Romeinse invloed in Germania Transrhenanum
  10. 10.  Desondanks intensieve (handels)contacten tussen Romeinen en Germanen  Germanen nemen heel wat Romeinse culturele en materiële verworvenheden over  Het christendom verspreidt zich ook buiten het Romeinse Rijk onder de Germaanse stammen (vooral in 4e eeuw)
  11. 11.  Germanen dienen massaal in het Romeinse leger  Bvb: generaal Stilicho (zoon van een Vandaalse soldaat) verdedigt einde 4e eeuw het rijk tegen de Visigoten
  12. 12.  Germaanse stammen vestigen zich als foederati in het Romeinse Rijk  Moeten zich dan wel onderwerpen aan Romeinse wetten  Het rijk verdedigen  Bvb: Salische Franken  Taxandrië (Kempen)
  13. 13.  Vanaf einde 4e eeuw dringen Germaanse stammen massaal het Romeinse Rijk binnen  Opgejut door Aziatische stammen als de Hunnen  Opmars van de Germanen is niet te stuiten  476: laatste West-Romeinse keizer wordt door Germaanse veldheer Odoaker afgezet  Het Romeinse Rijk valt uit elkaar in verschillende Germaanse koninkrijken:  Volgen Ariaanse christendom  Nemen politieke macht in handen  Assimileren heel snel qua taal en gewoonten met de overwonnen lokale bevolking
  14. 14.  376: vallen Balkan binnen  410: plundering Rome o.l.v. Alarik  418: vestigen zich in Aquitanië en stichten het koninkrijk Toulouse  507: verlies Toulouse aan de Franken
  15. 15.  Verdrijven de Vandalen uit Andalusië en stichten Iberisch koninkrijk  7e eeuw: verlies Iberië aan de Moren  Trekken zich terug in Asturië  Verlies eigen identiteit
  16. 16.  488: verslaan Romeinse veldheer Odoaker  490: komen aan in West- Europa  493: dringen diep door in Italische schiereiland  6e eeuw: onderwerping door Byzantijnse legers
  17. 17.  5e eeuw: oversteek naar Britse eilanden  Verdrijven Keltisch- Romeinse bevolking naar het westen  Stichten eigen koninkrijkjes (heptarchie)  Pas politieke eenheid onder Alfred de Grote (periode van Vikinginvallen)
  18. 18.  Oudjaarsnacht 406 wordt bevroren Rijn overgestoken  Trekken al plunderend door Gallië  Vandalan vestigen zich in Andalusië  Einde 5e eeuw: Visigothen drijven hen naar Noord- Afrika
  19. 19.  Sueven blijven in Iberië  Stichting koninkrijk in Carthago  Teisteren Middellandse Zee met piraterij  455: plundering Rome  533: Byzantijnse generaal Belisarius verslaat de Vandalen
  20. 20.  2.2.3.1 De Franken  2.2.3.2 Clovis  2.2.3.3 De vadsige koningen  2.2.3.4 groeiende macht van de hofmeiers
  21. 21.  Salische Franken doen intrede in geschiedenis als Romeinse foederati  Vormen onafhankelijk koninkrijk na afzetten laatste West-Romeinse keizer in 476
  22. 22.  Was eerste koning die alle Frankische stammen wist te verenigen  Zijn rijk omvatte grote delen van Gallië  Wordt beschouwd als stamvader van het moderne Frankrijk
  23. 23.  Groot belang van bekering tot het katholieke christendom  Maakte hem beter aanvaardbare voor katholieke Gallo-Romeinse bevolking  Andere Germaanse koningen waren Ariaans  Doop leverde steun machtige Katholieke Kerk op bij expansie
  24. 24.  Na dood Clovis wordt het rijk verdeeld onder zijn 4 zonen (Frankisch erfrecht!)  Hierdoor beweging van voortdurende herenigingen en delingen  Enkel onder Dagobert I nog laatste unificatie  Conflicten hinderen bestuurbaarheid van het rijk  Groeiend belang van de lokale bestuurders: de comes (graven)  Merovingische vorsten hebben amper grip op de comes  Katholieke Kerk geldt als baken van continuïteit en enig betrouwbare instituut  Machtsverschuiving naar de belangrijkste hofdienaar: major domus (hofmeier)
  25. 25.  Hofmeier Dagobert I  verwerft einde 7e eeuw grote macht  Expansie rijk naar heidense noorden  Onderwerping gaat gepaard met (gedwongen) bekering  Engelse monniken Willibrordus en Bonifatius verrichten missiewerk
  26. 26.  Was aartsbisschop Mainz  Voorzag nieuw bekeerde gebeiden van een structuur  Reorganiseerde de Frankische Kerk  Dit gebeurde in nauw overleg met hofmeier Karel Martel
  27. 27.  Zet politiek van krachtige rijkspolitiek verder  Consolideerde gezag in het noorden  Wist Islamitische opmars te stoppen bij Poitiers in 732  Drijft Moren zelfs helemaal terug over de Pyreneeën
  28. 28.  2.2.4.1 Pepijn de Korte  2.2.4.2 Karel de Grote  2.2.4.3 Lodewijk de Vrome  2.2.4.4 Het verdrag van Verdun  2.2.4.5 De periode na het verdrag van Verdun  2.2.4.6 De gevolgen van de Karolingische opvolgingsperikelen voor de Vikinginvallen
  29. 29.  Startte carrière als hofmeier  Zette na 10 jaar de laatste Merovingische koning af met steun van de paus  Riep zichzelf uit tot koning  768: bij zijn dood wordt het rijk verdeeld onder 2 zonen  Karel en Karloman
  30. 30.  Verwerft alleenheerschappij over het rijk als zijn broer Karloman na 3 jaar sterft  Groeit uit tot een bijzonder krachtdadig heerser  Wordt beschouwd als de stamvader van het verenigde Europa omdat zijn rijk de landen van de stichtende leden van de EU omvatte
  31. 31.  Voert enorme expansie-politiek: Bretagne, N-Spanje, N—Italië, Alpen, grondgebied van de Saksen  Dringt zelfs door op zuidelijke helft Denemarken  Expansie gaat ook hier gepaard met gedwongen bekering
  32. 32.  Samenwerking met de Kerk was essentieel voor het rijksbestuur  Kerkelijke gezagsdragers als bisschoppen en abten vervulden sleutelfuncties in het rijksbestuur  Waren een stuk betrouwbaarder dan de comes (graven) die erfelijk heersten over hun gebieden  Geestelijken waren gebonden door hun celibaat  Geestelijken waren afhankelijk van een benoeming door de keizer
  33. 33.  Geen echte hoofdstad  Koning reisde van palts naar palts  Belangrijkste paltsen: Nijmegen, Ingelheim, Mainz en Aken  In deze regio ook de belangrijkste abdijen, cfr. Prüm en Kornelimünster  Zowel de paltsen als de abdijen vormden belangrijke doelwitten voor de Vikingen
  34. 34.  Kerstnacht 800: Karel de Grote wordt door de Paus tot keizer gekroond  Is letterlijk de bekroning van de band tussen Kerk en vorst  Kerk wilde op die manier de oude Romeinse keizerlijke gedachte hernieuwen  Tegengewicht vormen voor Byzantijnse keizer
  35. 35.  Het Romeinse voorbeeld werd steeds nadrukkelijker gekopieerd  In navolging Pax Romana nu ook einde aan onderlinge oorlogen  Karolingische culturele renaissance  Heropleving handel
  36. 36.  Herinvoering geldeconomie: zilveren Karolingische Denarius  Oude Romeinse wegen en waterlopen als handelsroutes  Niet enkel interne handel leeft op, ook handel met mediterrane gebied, Britse eilanden, Scandinavië
  37. 37.  Was enig overgebleven zoon van Karel de Grote  Volgt zijn vader op  Het rijk wordt hierdoor niet verdeeld!  Is zo goed in cultiveren van band met de Kerk dat hij bijnaam “de Vrome” krijgt.
  38. 38.  De erfopvolging blijft de achilleshiel van het Karolingische Rijk  Lodewijk de Vrome zag dit in en stelde oudste zoon, Lotharius, aan als co-keizer  Jongere zonen Pepijn en Lodewijk (de Duitser) worden aangesteld als onderkoningen
  39. 39.  Plan loopt fout na overlijden eerste vrouw  Lodewijk de Vrome hertrouwt met Judith van Beieren  Lodewijks’ zonen haten hun stiefmoeder  Judith eist dat hun zoon, Karel de Kale, ook zijn deel krijgt  Kwestie lijdt tot bittere interne strijd van 830 tot 840 (sterftejaar Lodewijk de Vrome)  Verdrag van Verdun verdeelt het rijk onder de 3 overgebleven zonen
  40. 40.  Interne oorlogen blijven woeden ondanks het verdrag van Verdun  885: laatste, kortstondige hereniging van het Karolingische rijk onder Karel III de Dikke (zoon van Lodewijk de Duitser)  Nog latere opvolgers zijn niet meer uit zelfde hout gesneden als hun illustere voorvaderen:  Lodewijk de Stotteraar  Karel de Simpele  Lodewijk het Kind  Lodewijk de Leegloper
  41. 41.  Uiteindelijk wordt het rijk in 2 delen gesplitst:  Westen: Frankrijk  Oosten: Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie  Frankrijk wordt geregeerd door erfelijke koning  HRR wordt geregeerd door een niet-erfelijke door de paus aangestelde keizer
  42. 42.  Interne twisten doen rijk uit elkaar vallen  Verdediging tegen externen verzwakt (zet deur wagenwijd open voor de Vikinginvallen)  Karolingische vorsten lijken ook weinig geïnteresseerd in het afslaan van de invasies  Meestal probeert men de Vikingen af te kopen of voor eigen interne strijd te gebruiken (cfr. Karel de Kale)  Hierdoor komt de verdediging vooral bij de lokale vorsten en graven te liggen  911: de lokale Duitse vorsten krijgen definitief de eindverantwoordelijkheid over het gebied tussen Rijn en Maas en stoppen de Vikingplunderingen  Vikingen verleggen aandacht naar Engeland
  43. 43.  406: Romeinse legioenen verlaten Brittannië  Achterblijvers bouwen relatief stabiele Keltisch- Romeinse samenleving op  Wel veel aanvallen van Ieren en Picten  5e en 6e eeuw: komst Germaanse stammen als hulptroepen voor afweren Picten en Ieren
  44. 44.  Drijven de oorspronkelijke Keltisch-Romeinse bevolking naar de westelijke uithoeken: Wales en Cornwall  Zeker niet alle Britten vluchten  Hier en daar wordt met succes weerstand geboden, cfr Artorius  Uiteindelijk halen de Germanen de overhand
  45. 45.  Naam Engeland is afgeleid van de Angelen  Betekent niet dat de Angelen de dominerende partij waren  De Germanen deelden een zelfde culturele achtergrond, maar waren elkaars rivalen  Uiteindelijk versmelting tot Angelsaksisch gegeven
  46. 46.  Tussen 500 en 850: vorming nieuwe staten door de nieuwkomers  Heptarchie: 7 koninkrijken  Northumbria  Mercia  East Anglia  Kent  Essex  Sussex  Wessex  Mijlpaal  bekering tot christendom  Vanaf 7e eeuw maakt Engeland deel uit van christelijke Europa
  47. 47.  Egbert, koning van Wessex wordt als eerste koning van Engeland beschouwd (regeerde van 802 tot 839), maar noemde zich zo niet.  Alfred de Grote (regeerde van 871 tot 899) noemde zich wel koning van Engeland
  48. 48.  2.3.1 De periode voor de Vikinginvallen  2.3.2 De Vikinginvallen  2.3.3 De Viking-kolonies in het hoge noorden
  49. 49.  Grotendeels gelijklopende geschiedenis met de Zuid- Germaanse volkeren  600-800: evolutie naar het ontwikkelen van regionale koninkrijken  Bedreiging door expansie van het Karolingische Rijk (cfr. Danewirke)
  50. 50.  2.3.2.1 De oorzaken van de Vikinginvallen  2.3.2.2 Engeland  2.3.2.3 Frankrijk  2.3.2.4 Nederland  2.3.2.5 Vlaanderen en omgeving  2.3.2.6 Zweedse “Drang nach Osten”
  51. 51.  zoektocht naar nieuwe handelscontacten  Bracht Vikingen tot diep in het Russische binnenland  Zelfs helemaal tot aan Zwarte Zee en Kaspische Zee  Scandinavische handelaren waren goed op de hoogte van rijkdom Frankische rijk + waar zich belangrijkste centra bevonden  Er wordt soms vergeten hoe normaal piraterij was in de vroege Middeleeuwen:  meeste kustbewoners combineerden bestaan als visser en piraat  bij Vikingen niet anders  Veel Vikingaanvallen  vrij banale vee-roof  Vikingschip  technologische spitstechnologie om grote afstanden te overbruggen.
  52. 52.  Nood aan bijkomende landbouwgrond door de groeiende bevolking in Scandinavië:  nu eenmaal weinig landbouwgrond beschikbaar in Scandinavië.  Bvb: Noorwegen niet meer in staat om haar eigen bevolking te voeden sinds de middeleeuwen …  aanwijzingen dat zowel voor als tijdens de Vikingperiode de bevolking fors toenam  Opmerking: Vikingperiode niet begonnen met kolonisatie, maar wel met golven van plunderaars.
  53. 53.  Veel Vikingleiders waren bannelingen van koninklijke bloedde:  naast de troon gegrepen  konden niets anders doen dan hun land te verlaten …  leven als leider van plundergroepen was een niet oninteressant alternatief:  leverde veel macht en geld kon op  op langere tijd soms zelfs de troon die ze al zo lang nastreefden  Bvb: Knut De Grote  al lang actief in het buitenland, alvorens hij koning van Denemarken werd ...  buitenlandse troon  ook mooi alternatief voor de gemiste troon in Scandinavië
  54. 54.  793: aanval op Lindisfarne  start plundertochten  Vanaf 850: omschakeling naar veroveringstochten  865: landing Grote Heidense Leger van Ivar Ragnasson (alias Ivar de Beenloze) en zijn broers Halfdan en Guthrum
  55. 55.  Verovering York  start kolonisatieproces  Denen veroveren oostelijk en noordelijk deel Engeland:  866: val van Northumbria  870: val van East Anglia  874: val van Mercia  De Danelaw wordt ingesteld
  56. 56.  878: Alfred de Grote verslaat Guthrum bij Edington  Nederlaag Guthrum leidt tot vredesverdrag: de Denen mogen zich vestigen in de Danelaw en leven volgens hun eigen wetten  Alfred de Grote eist wel dat de Denen in de Danelaw zich bekeren tot het christendom
  57. 57.  947: nieuwe golf van Vikingaanvallen met verovering York door Erik Bloedbijl  Danelaw wordt quasi onafhankelijke Vikingstaat tot aan regering Knut de Grote (regeerde: 1016-1035)
  58. 58.  Zoon van de Deense koning Sven Forkebaerd  Slaagt er in om tijdens zijn regering een heus Noordzee-rijk uit te bouwen als koning van Denemarken, Engeland, Noorwegen en delen van Zweden  Noordzee-rijk was niet duurzaam  valt na overlijden uit elkaar door opvolgingsstrijd  Magnus I wordt koning van Noorwegen  Knut III (zoon van Knut de Grote) wordt koning van Denemarken en Engeland  Na overlijden van Knut III wordt de koning van Wessex Edward de Belijder koning van Engeland
  59. 59.  1066: Harald Godwinson bestijgt de troon van Engeland na de dood van Edward de Belijder  Hij wordt uitgedaagd door de Noorse koning Harald Hardrada, maar weet hem te verslaan in de slag bij Stamford Bridge  Hij wordt ook uitgedaagd door Willem de Veroveraar, maar heeft nu minder geluk en wordt bij Hastings verslagen  Het duurt enkele jaren voor de Normandiërs heel Engeland onder hun controle hebben
  60. 60.  1070: Deense koning Sven Estridson vaart de Humber op om het rebellenleger te steunen van Edgar Aetheling (laatste mannelijke telg van het Engelse koningshuis)  Rebellen veroveren York  Sven aanvaardt echter het Danegeld van Willem en keert terug naar huis  rebellie mislukt nu  1085: Knut IV (zoon van Sven) organiseert invasievloot, maar vaart nooit uit.
  61. 61.  Was makkelijke prooi voor de Vikingen door de opvolgingsperikelen van de Karolingen  Karel de Kale en Karel de Simpele zijn niet in staat de aanvallen af te weren en kopen de Viking af  Lokt enkel meer (vooral Deense) Vikingen  Karel de Simpele besluit Vikingleiders in te schakelen in de verdediging van het land:  911: Vikingleider Rollo wordt hertog van Normandië (had hij intussen al zelf veroverd)  De Normandische Vikingen assimileren zich heel snel met de plaatselijke bevolking
  62. 62.  834: een vloot van meer dan 100 Vikingschepen vaart de Oude Rijn op naar Dorestad  In de 4 opvolgende jaren wordt Dorestad jaarlijks geplunderd tot het niet meer werd heropgebouwd  Lodewijk de Vrome laat vluchtburchten bouwen langs de Nederlandse, Vlaamse en Noord-Franse kust voor de lokale bevolking  cfr Middelburg, Souburg, Valkenburg, Brugge, Veurne, Oudenburg, …  De vluchtburchten maken weinig indruk op de Vikingen
  63. 63.  836: Een zekere Rorik neemt bezit van het uitgeplunderde Dorestad  Lotharius laat hem gevangen nemen, maar hij ontsnapt  841: Lotharius stelt Rorik aan als leenheer over Frisia en zijn wapenbroeder Harald als leenheer van Walcheren  Rorik doet wat hem goed uitkomt  nu eens bestrijdt hij andere Vikingen en dan weer trekt hij zelf op plundertocht naar Frankrijk  Opmerkelijk is wel dat heel wat Friezen zich al dan niet vrijwillig bij zijn leger aansloten
  64. 64.  Na Rorik blijven de Vikingen terugkeren naar het stroomgebied van Rijn en Maas  De keizerlijke residentie van Nijmegen wordt geplunderd en bezet, zodat de keizer zijn eigen palts moet belegeren …  880: Godfried de Noorman trekt al plunderend langs de Maas  882: keizer Karel de Dikke stelt hem aan als leenheer van Frisia (ter vervanging van Rorik)  885: Karel de Dikke weet Godfried met een list om te brengen  Gerulf (een andere Viking) volgt Godfried op en wordt de stamvader van de graven van Holland  De moord op Godfried betekent het einde van het Vikingtijdperk in Nederland
  65. 65.  811: Karel de Grote ziet het gevaar uit het noorden en inspecteert de vloot die hij In Boulogne en Gent liet verzamelen  De vlootbasissen waren vermoedelijk een onderdeel in een veel uitgebreidere kustverdediging. Het maakte echter niet veel indruk op de Vikingen  851: plunderingen te Gent  verwoesting Sint-Baafs en Drongen  860: de Vikingen ontschepen in de monding van de Ijzer  864: de Vikingen viseren opnieuw de Vlaamse kust, maar ondervinden zoveel weerstand dat ze dan maar het Rijngebied plunderen
  66. 66.  879: Vikinggroepen die uit Engeland zijn verjaagd ontschepen te Boulogne en Calais en trekken al plunderend door de Ijzervlakte en zo langs de Leie en de Schelde door Brabant  Winter 879: de Vikingen slaan een winterkamp op te Gent  Lente 880: Doornik en de Abdijen langs de Schelde worden verwoest  Winter 880: De Vikingen ruilen Gent voor Kortrijk en doorkruisen nu het gebied tussen de Schelde en de Somme  881: De Vikingen plunderen de streek tussen Boulogne en Arras  881: een andere groep Vikingen plundert het Maasbekken en viseert Maastricht, Luik en Tongeren
  67. 67.  882: Opnieuw worden de bekkens van de Schelde en de Somme geplunderd  883: een nieuwe campagne van 4 à 5 maanden viseert het graafschap Vlaanderen  884: de Vikingen slaan hun kamp op te Leuven, van waaruit Haspengouw wordt leeggeplunderd  891: na de plundering van de St-Bertinussabdij te St-Omer trekken de Vikingen dieper landinwaarts en richten een kamp op te Leuven  31 augustus 891: Arnulf van Karinthië verslaat met zijn Frankische legermacht de Vikingen  Arnulf benut zijn overwinning niet ten volle en de Vikingen blijven nog in Leuven tot de herfst van 892. Nadien verlaten ze Vlaanderen definitief
  68. 68.  De Zweedse Vikingen trekken eerst naar de Baltische gebieden en vandaaruit steeds dieper Rusland in.  Er worden belangrijke nederzettingen gesticht zoals Staraja Ladoga en Novgorod  Via de Russische rivieren trekken de Vikingen naar de Zwarte Zee en Constantinopel  Een groep steekt zelfs door naar de Kaspische Zee en het Midden-Oosten
  69. 69.  De Zweedse Vikingen hebben cruciale rol gespeeld bij het ontstaan van Rusland  Rusland is zelfs vernoemd naar de Zweedse Vikingen die “Rus” werden genoemd  Aan het begin van de Vikingtijd bouwden ze Kiev uit tot een rijke, welvarende stad  Snelle assimilatie met lokale bevolking  Kiev wordt hoofdstad van een uitgestrekt rijk Door interne strijd valt het rijk uiteen in tientallen vorstendommen
  70. 70.  2.3.3.1 De Faeroer  2.3.3.2 Ijsland  2.3.3.3 Groenland  2.3.3.4 Vinland
  71. 71.  In 5e eeuw reeds ontdekt door Ierse monniken  Vanaf 625 vestigen Ierse monniken zich op de eilanden  Archeologische bewijzen gevonden te Sumba (zuid-kaap van het meest zuidelijke eiland)
  72. 72.  795: Vikingen zetten voor het eerst voet aan wal  Wat er met de monniken is gebeurd na de komst van de Vikingen is onzeker  Liber de Mensura Orbis Terræ van de Ierse monnik Dicuil  825: Vikingen opnieuw aan land, maar vinden er slechts schapen (door de monniken achtergelaten) en zeevogels  Færeyjar, is Oudnoors voor Schapeneilanden
  73. 73.  Vikingen vestigen zich nu op de eilanden  Vooral Noorse Vikingen die de ijzeren greep van Harald Mooihaar willen ontvluchten  Belangrijkste bron: Faeröerdersag  in 13e eeuw geschreven door een Ijslander, mogelijk een leerling van Edda-schrijver Snorri Sturlurson  Beschrijving loopt tot aan de kerstening van de eilanden begin 11e eeuw
  74. 74.  Landnámabók (een middeleeuws, Ijslands manuscript) beschrijft tot in detail de kolonisatie van Ijsland tussen 870 en 930.  Ook hier overwegend Noorse kolonisten  Kolonisatie start met Ingolfur Arnarson die het gebied rondom Reykjavik in bezit neemt  Landnámabók noemt meer dan 3000 personen bij naam en beschrijft 1400 nederzettingen en locaties  Landnámabók benoemt 435 Noorse kolonisten als de eerste pioniers  Het merendeel kwam aan in het noorden en zuidwesten van IJsland
  75. 75.  Ontbossing  Bodemerosie  Kolonie werd uiteindelijk gered door  nabijheid Noorwegen (amper 2 dagen varen)  Tegengaan overbegrazing  Uitbouw vissersvloot
  76. 76.  Vanaf de eerste kolonisatiegolf werden er geleidelijk aan volksraden opgericht (Thing)  men kwam overeen dat men met iedereen van het eiland zou moeten kunnen vergaderen over zaken die hen allen aangingen  Althing  Vanaf 930 verzamelden de plaatselijke leiders zich in het Althing  Kwam iedere zomer bijeen  De stamhoofden/clanleiders maakten de wetten  Er was een gekozen wetspreker die alle wetten moest onthouden  Met de oprichting van het Althing wordt Ijsland een soort statenbond  zal bijna 450 jaar bestaan
  77. 77.  Rond +/- jaar 1000 waren veel Ijslandse gezagsdragers christelijk geworden  Hierdoor meer en meer conflicten met aanhangers van Oudnoordse geloof  Kwestie werd voorgelegd aan Althing  de voorzitter van het Althing, Þorgeir Þorkelsson, moet de knoop doorhakken  Compromis: binnenshuis mag men het oude geloof blijven belijden, maar buitenshuis moet men christelijk zijn  Compromis werkte tot ook binnenshuis het oude geloof verdween
  78. 78.  ontdekking en kolonisatie van Groenland is bijzonder goed gekend dankzij De Sage van Erik de Rode  in Noorwegen geboren als de zoon van Thorvald Asvaldson  Werd Erik de Rode genoemd omwille van zijn dikke rode baard
  79. 79.  960: Eriks’ vader moet Noorwegen verlaten omwille van een aantal moorden die hij gepleegd heeft  De familie verhuist naar noordwesten van Ijsland  Erik de Rode huwt er met de rijke Thjodhild  982: Erik wordt voor 3 jaar verbannen vanwege de moord op zijn buurman die eerder enkel slaven van Erik had omgebracht  Erik besluit zijn ballingschap te gebruiken om op zoek te gaan naar een land ten westen van Ijsland dat eerder was gezien door een zekere Gunnbjörn
  80. 80.  Erik verkent de kust van Groenland en keert terug met nieuws over het nieuw ontdekte land  985: Erik keert terug met een groot aantal kolonisten  Er worden twee kolonies gesticht die zullen uitgroeien tot +/- 3000 inwoners
  81. 81.  985-1408: Groenland bleef ongeveer 420 jaar bewoond  Redenen ondergang?  Kouder wordende klimaat (kleine Ijstijd van 15e en 16e eeuw)  Hongersnood  Vijandigheden van de Inuit (grotendeels door Vikingen zelf veroorzaakt)
  82. 82.  Rond het jaar 1000 werd de oostkust van het huidige Canada ontdekt en verkend door Leif Erikson, de zoon van Erik de Rode  Er wordt een kleine kolonie gesticht die al snel wordt verlaten  Te veel weerstand van plaatselijke indianenstammen (skraelings)
  83. 83.  Een Vikingnederzetting is inderdaad teruggevonden bij het Canadese plaatsje L’Anse auxMeadows op Newfoundland.  Geen blijvende nederzetting van Vikingen  Vikingen organiseerden wel vaker expedities naar Canada om goed timmerhout te halen

×