Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
Elcker-ic, 27 februari 2015
I. Inleiding
Joseph Conrad, Heart of Darkness
“Nooit eerder had ik iets gezien dat ook maar in de buurt kwam
van de verand...
II. Drie vormen van ‘horror’
 Metafysische horror als aanleiding tot de metafysica
 Metafysische horror als afgrijzen vo...
III. Suïcidale metafysica (klassiek)
“Aan de logica van deze theologie van het Niets schijnt men
nauwelijks te kunnen ontk...
III. Suïcidale metafysica (modern)
 “Onuitsprekelijk en niet-mededeelbaar, niet begripsmatig
in te bouwen, kan het terech...
III. Suïcidale metafysica (Spinoza)
 “Anders dan de vroegere platonisten dacht de pseudo-cartesiaan
uit Amsterdam (pseudo...
III. Metafysica en analytische
zelfspot
“Als de culturele uitdrukking van deze honger is
ontdaan van mythologische symbole...
IV. Hermeneutische metafysica
 Eeuwige vragen, tijdgebonden antwoorden
 Historische God en goed en kwaad
“Als het niet z...
IV. Hermeneutische metafysica
 Historisch subject en goed en kwaad
“Mijn manier van leven, mijn daden en gevoelens zijn z...
IV. Hermeneutische metafysica
Wat is betekenis?
“de betekenis wordt noch vrijelijk door ons voortgebracht,
noch is zij een...
V. Metafysica als een historische
discipline
“Het feit dat wij zodoende naar alles kunnen luisteren, houdt niet in
dat wij...
V. Metafysica als een historische
discipline
Cf. Jan Patocka
“Negatief platonisme geeft mensen de mogelijkheid zich
toe te...
VI. Metafysische behoefte
“En waarom zouden we ook van die verleiding af
willen, die in alle beschavingen behalve de onze ...
VI. Metafysische behoefte
“[…] is het geen plausibele gedachte dat als ‘zijn’ zinloos
is en het heelal zonder betekenis, w...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Kolakowskispreekbeurtelcker ic

309 views

Published on

Lezing over Kolakowsky, gegeven door Guido Van Heeswijck

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Kolakowskispreekbeurtelcker ic

  1. 1. Elcker-ic, 27 februari 2015
  2. 2. I. Inleiding Joseph Conrad, Heart of Darkness “Nooit eerder had ik iets gezien dat ook maar in de buurt kwam van de verandering die zich nu in zijn gezicht voltrok, en ik hoop dat ook nooit meer te zien. O, ik was niet aangedaan. Ik was gefascineerd. Het was alsof er een sluier was weggerukt. […] Beleefde hij gedurende dat moment suprême waarin hij alles wist zijn leven opnieuw, tot in elk detail van begeerte, verleiding en overgave? Een of ander beeld, een of ander visioen, deed hem fluisterend een kreet slaken – hij schreeuwde het tot twee keer toe uit, een schreeuw die niet meer was dan een ademtocht: ‘The horror! The horror’”
  3. 3. II. Drie vormen van ‘horror’  Metafysische horror als aanleiding tot de metafysica  Metafysische horror als afgrijzen voor de metafysica (vragen)  Metafysische horror als afgrijzen in de metafysica (antwoorden)
  4. 4. III. Suïcidale metafysica (klassiek) “Aan de logica van deze theologie van het Niets schijnt men nauwelijks te kunnen ontkomen, als men eenmaal heeft vastgesteld dat de Heer van de christelijke en de joodse traditie inderdaad het Absolute is. Een theoloog die schatting betaalt aan het principe van Gods onuitsprekelijkheid maar niettemin uitvoerig over hem spreekt, wordt vaak gedwongen toe te geven dat God noodzakelijkerwijs niet-iets of geen-ding is. Hij heeft immers geen eigenschappen met zijn eindige schepselen gemeen en kan op geen enkele manier – zelfs niet negatief – worden geïdentificeerd binnen een uiteenzetting die beperkt blijft tot de wereld der dingen. Hier breekt de taal stuk.” (HM, 64-5)
  5. 5. III. Suïcidale metafysica (modern)  “Onuitsprekelijk en niet-mededeelbaar, niet begripsmatig in te bouwen, kan het terecht niets worden genoemd (in Oxford wordt ons tegenwoordig inderdaad meegedeeld dat het woord ‘ik’ wel een betekenis, maar geen referentie heeft).” (HM, 84-5)  “De as van de horror metaphysicus bezit, zoals we zagen, twee polen: het Absolute en het zelf of cogito. Beide worden beschouwd als bastions die een schuilplaats bieden aan de betekenis van de notie bestaan. De eerste pool blijkt, zodra wij hem proberen terug te brengen tot zijn volmaakte vorm, niet verontreinigd door contact met enige minder verheven werkelijkheid, in het niets te verdwijnen. De laatste schijnt, bij nadere beschouwing, hetzelfde lot te ondergaan.” (HM, 70)
  6. 6. III. Suïcidale metafysica (Spinoza)  “Anders dan de vroegere platonisten dacht de pseudo-cartesiaan uit Amsterdam (pseudo omdat er in zijn theologie geen spoor van het cogito of van ‘subjectiviteit’ bewaard bleef) niet dat het absolute onuitsprekelijk was. Hij scheen tevreden te zijn met de schatten van zijn taal. De empiristische en rationalistische kritiek zou spoedig zijn met zorg opgetrokken monument over de ‘geometrische’ methode omver halen. Het spoor van de moderne tijd leidde onafwendbaar naar dezelfde afgrond van het dubbele Niets: zowel het Ene als het cogito werden stap voor stap omgezet in het nihilum. Zeker, geen van beiden is ooit geheel verdwenen. Metafysica – in de zin van een speurtocht naar het in zichzelf gewortelde Zijn – bestaat nog steeds, weggedrukt naar de zelfkant van de filosofie. De taal ervan is grotendeels buiten de wet gesteld.” (HM, 91-2)
  7. 7. III. Metafysica en analytische zelfspot “Als de culturele uitdrukking van deze honger is ontdaan van mythologische symbolen en wordt verondersteld een abstracte exactheid te hebben bereikt, wordt ze met een verlammende stomheid geslagen. Dat wil niet zeggen dat het verlangen niet echt is of dat van de wanhopige pogingen het in termen van deze horror een gearticuleerde vorm te geven moet worden afgezien. Het is misschien beter voor ons onzeker langs de rand van een onbekende afgrond te wankelen, dan de aanwezigheid daarvan eenvoudig te ontkennen door onze ogen te sluiten.” (HM, 68)
  8. 8. IV. Hermeneutische metafysica  Eeuwige vragen, tijdgebonden antwoorden  Historische God en goed en kwaad “Als het niet zo is dat wij iets aan de schepping toevoegen door te proberen kwaad te vermijden en liefde te bevorderen – hoe gering ook – dan zou het vermoedelijk fout zijn te beweren dat wij in een herkenbare zin ‘goed kunnen doen’ (althans indien goedheid en zijn even uitgebreid zijn). […] Als goedheid per definitie actueel is – wat besloten ligt in het dogma van Gods volmaakte actualiteit en van Gods zijn als de volheid van het goede – is de idee van de menselijke keuzevrijheid niet langer houdbaar. Bovendien wordt het idee van schepping zelf twijfelachtig als deze twee dogma’s geldigheid bezitten. De scheppingsdaad kan niets toevoegen aan de volmaaktheid en oneindige goedheid van God. […] Strikt gesproken kan geen enkel fiat van zijn kant iets nieuws tot aanzijn roepen, want het zijn is er reeds, tijdloos, eeuwig, actueel, oneindig, volmaakt. De naam ‘God’ wordt een ander woord voor het hoogste Niets van het Absolute. Daarom is niet alleen het kwaad niets: het goede is eveneens niets, omdat al het goede dat tot stand komt of zou kunnen komen, de bestaande hoeveelheid niet vergroot. Hier openbaart zich een andere kant van de horror metaphysicus: als God het Absolute is, is er geen goed en kwaad en is er a fortiori geen onderscheid tussen beide.“ (HM, 109)
  9. 9. IV. Hermeneutische metafysica  Historisch subject en goed en kwaad “Mijn manier van leven, mijn daden en gevoelens zijn zowel afhankelijk van wat andere mensen van mij verwachten als van de steun die zij mij geven. Dit houdt in dat, of ik wel of niet een deel van de gemeenschap ben, afhangt van de mate waarin ik aan die verwachtingen beantwoord, en dit houdt weer in dat ik, om dat deel te zijn, mijzelf moet zien in termen van goed en kwaad. Het bewustzijn van goed en kwaad is dus een voorwaarde die het mogelijk maakt dat ik een deel van de gemeenschap ben en dus een voorwaarde voor mijn voortdurende zelfbevestiging dat ik mijzelf ben. ‘Ego’ komt, onder andere, voort uit het bewustzijn van goed en kwaad” (HM, 117)
  10. 10. IV. Hermeneutische metafysica Wat is betekenis? “de betekenis wordt noch vrijelijk door ons voortgebracht, noch is zij eenvoudig kant-en-klaar aanwezig, ingebed in natuur of geschiedenis, in afwachting van iemand die haar ontdekt. Veeleer wordt de betekenis voortbrengende geest actueel tijdens het proces waarbij hij zich aan onze geest openbaart, of het met betekenis begiftigde zijn ‘wordt wat het is’ dankzij het menselijke begrijpen van wat het is. Dit staat dichter bij de hiervoor besproken gedachte van de ‘historische God’.” (HM, 141)
  11. 11. V. Metafysica als een historische discipline “Het feit dat wij zodoende naar alles kunnen luisteren, houdt niet in dat wij er door te luisteren achter komen wat het zijn is, maar alleen hoe het zich voordoet in het menselijk verstaan; inderdaad is niets voor ons zonder betekenis.“ (HM, 140) “Grote filosofen gaan selectief te werk bij de onthulling van de verborgen vooronderstellingen van een beschaving, geven haar zo een gedeeltelijk begrip van zichzelf en kleuren dit zelfverstaan met persoonlijke vooroordelen. […] Daardoor creëren zij, ook al kunnen zij niet eenvoudigweg de banden met hun tijd doorbreken, punten van discontinuïteit en stuwen zij de ‘geest der eeuw’ in een nieuwe richting. In hoeverre de resultaten van hun werk als een voortzetting of als een breuk in de geschiedenis van de cultuur moeten worden opgevat is meestal, zelfs eeuwen later, niet zeker. […] Sommige […] blijken dood geboren te zijn en raken snel in vergetelheid. Sommige blijven in leven en slaan hun wortels in de bodem van de cultuur, maar in dat geval zijn zij meestal niet onmiddellijk, op natuurlijke wijze overtuigend of zelfs maar begrijpelijk“ (HM, 120-1)
  12. 12. V. Metafysica als een historische discipline Cf. Jan Patocka “Negatief platonisme geeft mensen de mogelijkheid zich toe te vertrouwen aan een waarheid die niet relatief is, ook al kan ze niet positief in inhoudelijke termen worden geformuleerd. Het laat zien hoeveel waarheid er steekt in de eeuwige metafysische strijd van de mens naar het eeuwige en boventijdelijke. Ook al vertrekt het negatief platonisme van de intrinsieke historische bepaaldheid van de mens, het blijft voortdurend strijd voeren tegen een relativisme van normen en waarden.”
  13. 13. VI. Metafysische behoefte “En waarom zouden we ook van die verleiding af willen, die in alle beschavingen behalve de onze (of althans in haar overheersende trend) de meest vruchtbare inspiratiebron bleek te zijn? En waaraan ontleent de uitspraak die ons dit zoeken verbiedt zijn absolute geldigheid? Uitsluitend aan het feit dat onze beschaving, die zich in belangrijke mate van dit zoeken heeft ontdaan, in bepaalde opzichten enorm succesvol is gebleken. Maar in veel opzichten heeft zij hopeloos gefaald.” (HM, 142)
  14. 14. VI. Metafysische behoefte “[…] is het geen plausibele gedachte dat als ‘zijn’ zinloos is en het heelal zonder betekenis, wij nooit het vermogen zouden hebben verkregen, niet alleen om tot andere voorstellingen te komen, maar zelfs om nu juist dit te denken: dat ‘zijn’ inderdaad zinloos is en het heelal zonder betekenis?” (HM,143).

×