GRAFOC Sectorstudie 2008-2010

1,670 views

Published on

GRAFOC Sectorstudie van de Printmedie industrie en onderwijs

Published in: Technology, Travel, Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,670
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
8
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

GRAFOC Sectorstudie 2008-2010

  1. 1. De grafische sector bekent kleur Sectorstudie Printmedia Industrie 2008-2010
  2. 2. GRAFOC | Printmedia Opleidingscentrum is hét opleidings- en kenniscentrum van en voor de Printmedia industrie in Vlaanderen. Werknemers en werkgevers van paritair comité 130 kunnen bij GRAFOC terecht voor advies, kennis en informatie op vlak van opleiding, subsidies en competentiebeleid. GRAFOC blijft door rechtstreekse contacten met bedrijven en mensen uit de sector permanent op de hoogte van de noden en de behoeften die er leven. Via continu onderzoek blijft GRAFOC zich een beeld vormen van de actuele trends en ontwikkelingen. GRAFOC streeft er naar hét referentiepunt en expertisecentrum voor de Printmedia industrie te worden waar informatie en evo- luties worden vertaald in kennis en advies. www.grafoc.be | info@grafoc.be
  3. 3. In dit voorwoord wil GRAFOC een woord van dank richten naar alle partijen die dit ambitieuze project heb- ben ondersteund en mee mogelijk hebben gemaakt. Vooreerst een dankwoord aan de Raad van Bestuur van GRAFOC, die een tomeloos geloof had in het belang en de noodzaak van dit onderzoek en de daaraan in de toekomst gekoppelde initiatieven en inspanningen van GRAFOC mee zal ruggensteunen. Het welslagen van het project heeft GRAFOC in grote mate te danken aan alle partijen die bereidwillig deelgenomen hebben aan het onderzoek. Zonder die input was er van een functionele studie geen sprake geweest. ➔ Leerkrachten, technische adviseurs en directie van alle grafische TSO en BSO-scholen in Vlaanderen, ➔ Docenten en directie van de Arteveldehogeschool en Artesis, ➔ Leerlingen en studenten grafische die in het schooljaar van 2007-2008 deelnamen aan de bevraging, ➔ Oud-leerlingen en oud-studenten grafische die 2 tot 3 jaar na het beëindigen van hun studies deelnamen aan de bevraging, ➔ Instructeurs en directie van VDAB Turnhout, VDAB Heverlee en Syntra West Brugge, ➔ Werkzoekenden die in het voorjaar van 2008 een grafische opleiding volgden en deelnamen aan de enquêtering, ➔ Consulenten van werkwinkels en 50-plusclubs in Vlaanderen, ➔ CLB-medewerkers in Vlaanderen, ➔ De werkgevers en werknemers in grafische bedrijven die deelnamen aan het onderzoek. Dit project werd mogelijk gemaakt met steun van het Europees Sociaal Fonds. De grafische sector bekent kleur voorwoord
  4. 4. ➔ INLEIDING 7 0.1. De sector onder de loep 7 0.2. Doelgroepen in de kijker 7 ➔ HOOFDSTUK 1: HET IMAGO VAN DE GRAFISCHE SECTOR 13 1.1. Visie op de grafische sector 13 1.2. Kennis van de grafische sector 15 ➔ HOOFDSTUK 2: DE VOORDEUR NAAR HET GRAFISCHE 25 1.1. De drempel op... Instroom in het grafische onderwijs en de grafische opleidingen 25 1.2. De drempel op... Uitstroom uit het grafisch onderwijs en de grafische opleidingen 45 ➔ HOOFDSTUK 3: HET COMPETENTIEDENKEN IN DE GRAFISCHE SECTOR 57 3.1. Het recruteringsbeleid 59 3.2. Het onthaalbeleid 63 3.3. Het opleidingsbeleid 67 3.4. Jaarlijkse personeelsgesprekken 72 3.5. Het retentiebeleid 74 ➔ HOOFDSTUK 4: VAKMANSCHAP EN KENNIS OP PEIL HOUDEN 79 4.1. De visie van werkgevers en werknemers (arbeiders) op opleidingen 79 4.2. De opleidingskeuze 84 4.3. Opleidingstypes 85 4.4. Opleidingslocatie- en tijdstip 87 4.5. Hindernissen tot het volgen van opleidingen 88 ➔ HOOFDSTUK 5: PROEVEN VAN HET GRAFISCHE WERKVELD 91 5.1. Leven stages binnen onze sector? 91 5.2. De praktische kennis van stagiairs 93 5.3. Stages voor grafische leerlingen en studenten 94 5.4. Stages voor grafische werkzoekende cursisten 95 5.5. Stages voor grafische leerkrachten, docenten en instructeurs 96 5.6. Stages als springplank naar werk in de grafische sector 102 ➔ NAWOORD 105 Inhoud
  5. 5. Het imago van de grafische sector6
  6. 6. Inleiding 7 0.1. De sector onder de loep Anno 2007. GRAFOC, het Printmedia Opleidingscentrum, voelt stelselmatig de nood groeien om de dienst- verlening beter af te stemmen op de specifieke noden van de snel veranderende grafische sector en de uiteenlopende stakeholders. De grafische sector is er één van een snel evoluerend en hoogtechnologisch kaliber, maar werd dit ook zo gepercipieerd door buiten- en binnenstaanders? Het buikgevoel gaf destijds aan dat de grafische sector te onbekend was bij het grote publiek. Een onderliggende angst was zelfs dat de sector misschien zelfs eerder pejoratief werd bekeken. “Grafische? Ah, die vuile, ouderwetse, ongezonde sector?” Toch stappen grafische bedrijven elke dag weer verder op het toekomstpad met oude en nieuwe mede- werkers, oude en nieuwe apparatuur en machines, oude en nieuwe denkwijzen. Leerlingen en studenten kiezen jaarlijks voor een grafische studierichting, werkzoekenden stromen binnen via omscholings- trajecten, werknemers blijven hangen in de sector. Maar in welke mate en waarom en vooral: Hoe pakken grafische bedrijven hun personeelsbeleid vandaag de dag aan? Dit en tal van andere vragen wenste GRAFOC met een sectorfoto beantwoord te zien en eind 2007 werd werk gemaakt van een aanvraag tot ESF-subsidies voor dit ambitieuze project. Het projectvoorstel, kaderend binnen oproep 18 van het Europees Sociaal Fonds rond Competentiebeleid binnen sectoren en sectorale (opleidings)fondsen werd uiteindelijk op 16 december 2007 goedgekeurd. Het resultaat is een ruim onderzoek, gespreid over 2008 en 2009, waarin naast kwantitatieve, praktische informatie over tal van doelgroepen binnen de grafische sector ook een aanzienlijk deel kwalitatieve informatie werd verzameld om zo een totaalbeeld te krijgen van de sector. In deze publicatie wensen wij u vanuit GRAFOC een overkoepelend beeld te schetsen van de resultaten van dit onderzoek. 0.2. Doelgroepen in de kijker Een sectorfoto maken, impliceerde voor GRAFOC in de eerste plaats een 360°-beeld krijgen van de totale sector. We lieten de “lens” passeren aan volgende globale doelgroepen: ➔ Grafische bedrijven ➔ Grafische werknemers ➔ Grafisch onderwijs ➔ Grafische opleidingscentra voor volwassenen Deze resulteerden in volgende specifieke doelgroepen en evenveel types vragenlijsten (16): 1 | GRAFISCHE BEDRIJVEN Communicatie vanuit GRAFOC gebeurt vaak en veel naar de werkgevers binnen de grafische sector. Maar kennen wij die bedrijven eigenlijk wel? Welke activiteiten doen ze precies? Hoeveel mensen stellen ze te werk? Hoe loopt het personeelsbeleid binnen deze ondernemingen? Kennen zij GRAFOC? Hoe staan zij tegenover opleiding? Tal van vragen die we vanuit het sectorfonds nog als onbeantwoord ervaarden. Daar- om lanceerden we een online bevraging naar de werkgevers van het paritaire comité 130 toe. Met de hulp van de elektronische newsletter van GRAFOC werd deze enquêtering verspreid. De bevraging van werkgevers gebeurde via het online surveyprogramma Limesurvey en werd gelanceerd eind november 2008 en grotendeels beantwoord in de eerste helft van 2009. inleiding
  7. 7. Inleiding8 Uiteindelijk konden we rekenen op 60 reacties verspreid over 46 verschillende grafische bedrijven. De vragenlijst werd voornamelijk door zaakvoerders ingevuld. | GRAFISCHE WERKNEMERS 2 | GRAFISCHE WERKNEMERS Werknemers hebben de weg naar onze grafische sector al gevonden. Ze zijn talrijk en voeren een veelheid aan functies uit. Vanuit GRAFOC werd echter vastgesteld dat we deze mensen amper of niet kennen. Wat doen ze momenteel? Hoe trouw zijn ze aan onze sector? Welke vooropleiding hebben ze achter de rug? Hoe ervaren ze onze sector? Hoe loopt het in de grafische bedrijven? Met deze vragen in het achterhoofd, lanceerden we een schriftelijke bevraging naar de werknemers van het paritaire comité 130 toe. Met de hulp van de vakbonden werd deze enquête verspreid in de grafische bedrijven doorheen Vlaanderen. De bevraging van werknemers gebeurde schriftelijk en werd mee mogelijk door de verdeling via de vak- bonden ACV en ABVV in tal van bedrijven. Een deel werd ook rechtstreeks bezorgd via email. De bevraging gebeurde grotendeels in het najaar van 2009. Uiteindelijk konden we rekenen op de repsons van 79 grafische werknemers verdeeld over 30 bedrijven in Vlaanderen. Hierin vinden we zowel kleine als grote bedrijven terug en een greep uit alle grafische sub- sectoren. 3 | GRAFISCH ONDERWIJS 1. SECUNDAIR GRAFISCH ONDERWIJS (TSO – BSO) Het onderzoek van het grafische onderwijslandschap bevroeg voornamelijk de kwaliteit van het Vlaamse grafische onderwijs, de competenties van leerkrachten en docenten, de instroom en uitstroom van leer- lingen, studenten, oud-leerlingen, oud-studenten en hun motivatie om voor de grafische sector te werken. In welke mate kennen de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB ‘s) de grafische sector en leiden zij mensen naar het grafisch onderwijs? GRAFOC wilde een correct beeld krijgen van het grafisch onderwijs zodat de onderwijssector en zijzelf beter op de noden van de leerlingen, studenten, leerkrachten, docenten zouden kunnen inspelen. a. Leerlingen (4de jaar, 6de jaar, 7de jaar) Er werd voor gekozen de overgangsjaren te bevragen in de grafische richtingen in de secundaire scholen in het schooljaar 2007-2008 op TSO, BSO en BuSO niveau. Er is te weinig belangstelling voor de grafische sector door leerlingen van de 2de graad. Hoe komt het dat er een tekort aan belangstelling is in het grafische? Leerlingen blijven niet in het grafische. Wat zijn de onderliggende factoren? Er zijn weinig leerlingen van de derde graad die doorstromen naar het grafisch werkveld. Waar verliezen de leerlingen van de derde graad hun interesse voor het grafische? De school moet de leerlingen klaar- stomen voor de werkwereld. Leerlingen in het 7de jaar kozen voor een extra jaar, met als doel specialisatie. Gaat de interesse verloren van de leerlingen die speciaal verder studeren? De school specialiseert en leidt de leerling op voor de werkwereld. Leerlingen zijn kritisch wat hun opleiding betreft. Wat vinden leerlingen van het grafische? De bevraging van deze leerlingen via papieren enquêtes vond plaats begin juni 2008. In totaal vulden 610 leerlingen op het einde van het schooljaar in 2008 de vragenlijst in. b. Leerkrachten Van leerkrachten die grafische vakken geven in het secundair onderwijs willen we voornamelijk antwoor- den verzamelen rond volgende voornamelijk kwalitatieve thema’s:
  8. 8. Inleiding 9 Grafische leerkrachten moeten bijscholingen hebben en de grafische trends kunnen volgen. Krijgen ze daarvoor genoeg tijd en middelen? Hoe blijven de leerkrachten op de hoogte, van deze snel evoluerende sector? Leerkrachten hebben een goed zicht op het komen en gaan van de leerlingen, wat is hun mening? We bevroegen de grafische leerkrachten van volgende secundaire scholen met een grafische afdeling: ➔ Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten (Antwerpen); ➔ Technische Scholen Mechelen (Mechelen); ➔ Koninklijk Technisch Atheneum de Merodelei (Turnhout); ➔ Vrije Technische Scholen (Turnhout); ➔ Technisch Heilig Hart Instituut Tessenderlo (Tessenderlo); ➔ KTA III - MS2 Drukkerijschool (Herk-de-Stad); ➔ VTI Brugge (Brugge); ➔ KTA Brugge (Brugge); ➔ TA Heule (Heule); ➔ Vrij Instituut voor Secundair Onderwijs (Mariakerke); ➔ Don Bosco Technisch Instituut (Sint-Denijs-Westrem). Uiteindelijk namen 59 leerkrachten deel aan het onderzoek in juni 2008 via papieren enquêtes. c. Technische adviseurs Naast heel wat kwantitatief cijfermateriaal aan te leveren, moest ook de technische adviseur zijn standpun- ten innemen t.o.v. enkele kwalitatieve thema’s zoals de meeste hierboven reeds vermeld. Hoe moeilijk zijn de grafische studierichtingen vulbaar? Welke acties worden reeds ondernomen om grafische leerlingen te werven vanuit de school? Hoe volgen technische adviseurs het grafische op? Leerkrachten willen opleidingen of bijscholingen volgen, maar wat zijn de hindernissen uit standpunt van de technische adviseurs? Hoe is de relatie tussen de school en de bedrijven? Zijn technische adviseurs op de hoogte van de noden van leerlingen en leerkrachten? We bevroegen technische adviseurs van de grafische afdelingen van volgende secundaire scholen. ➔ Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten (Antwerpen); ➔ Technische Scholen Mechelen (Mechelen); ➔ Koninklijk Technisch Atheneum de Merodelei (Turnhout); ➔ Vrije Technische Scholen (Turnhout); ➔ Technisch Heilig Hart Instituut Tessenderlo (Tessenderlo); ➔ KTA III - MS2 Drukkerijschool (Herk-de-Stad); ➔ VTI Brugge (Brugge); ➔ KTA Brugge (Brugge); ➔ TA Heule (Heule); ➔ Vrij Instituut voor Secundair Onderwijs (Mariakerke); ➔ Don Bosco Technisch Instituut (Sint-Denijs-Westrem). Uiteindelijk namen 6 technische adviseurs deel aan de bevraging via papieren enquêtes in juni 2008. d. Directie Ook van de directie van de desbetreffende secundaire scholen werd informatie verzameld over de school in het algemeen, zodat we de grafische richting ook binnen elke school op de kaart kunnen zetten. Hoe volgen de directieleden het grafische op? Leerkrachten willen opleidingen of bijscholingen volgen, maar wat zijn de hindernissen vanuit het standpunt van de directie? Hoe is de relatie tussen de school en de bedrijven? Zijn de directieleden op de hoogte van de noden van leerlingen en leerkrachten?
  9. 9. Inleiding10 We bevroegen de directie van volgende secundaire scholen met een grafische afdeling in gans Vlaanderen: ➔ Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten (Antwerpen); ➔ Technische Scholen Mechelen (Mechelen); ➔ Koninklijk Technisch Atheneum de Merodelei (Turnhout); ➔ Vrije Technische Scholen (Turnhout); ➔ Technisch Heilig Hart Instituut Tessenderlo (Tessenderlo); ➔ KTA III - MS2 Drukkerijschool (Herk-de-Stad); ➔ VTI Brugge (Brugge); ➔ KTA Brugge (Brugge); ➔ TA Heule (Heule); ➔ Vrij Instituut voor Secundair Onderwijs (Mariakerke); ➔ Don Bosco Technisch Instituut (Sint-Denijs-Westrem). Uiteindelijk namen 6 directieleden deel aan de bevraging via papieren enquêtes in juni 2008. e. Oud-leerlingen Van de oud-leerlingen wilden we specifiek gaan evalueren waar zij terecht zijn gekomen na hun grafische opleiding in het secundair. Hoe zijn de oud-leerlingen vroeger in het grafisch onderwijs terecht gekomen? Oud-leerlingen en bedrijven kwamen weinig in contact met elkaar, was daar vraag naar? Leerlingen vinden de weg naar het grafisch werkveld moeilijk. Hoe zijn de oud-leerlingen in het grafische terecht gekomen. Wat is hun motivatie of wat is juist niet hun motivatie? Het bevragen van deze doelgroep riep een aantal praktische problemen op (Wet op de privacy en het ontbreken van recente adresgegevens). Uiteindelijk werkten volgende secundaire scholen mee aan de bevraging van de oud-leerlingen: ➔ Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten (Antwerpen); ➔ TA Heule (Heule); ➔ Vrij Instituut voor Secundair Onderwijs (Mariakerke); ➔ Technisch Heilig Hart Instituut Tessenderlo (Tessenderlo); ➔ Don Bosco Technisch Instituut (Sint-Denijs-Westrem). 1.400 oud-leerlingen kregen een brief met login-gegevens voor een online bevraging toegestuurd. 84 oud- leerlingen namen uiteindelijk deel aan de bevraging tijdens het schooljaar 2008-2009. 2. HOGER GRAFISCH ONDERWIJS a. Studenten Leerlingen maken na het secundair onderwijs een cruciale keuze. Gaan ze aan de slag? Studeren ze verder? Wij wilden achterhalen waarom jongeren al of niet kiezen voor een grafische bacheloropleiding. Hoe volgen de studenten het grafische op? Studenten zijn kritisch wat hun opleiding betreft, wat vinden de studenten van hun grafische opleiding? Hoe komen studenten terecht in het grafisch onderwijs, wat zijn hun interesses? Wat willen studenten bereiken, na hun opleiding? In juni 2008 bevroegen we via papieren enquêtes de grafische bachelorstudenten van volgende hogescholen: ➔ Artesis Hogeschool Antwerpen (Turnhout) - bachelor in de grafische en digitale media, ➔ Arteveldehogeschool (Mariakerke) - bachelor in de grafische en digitale media. 166 studenten namen deel aan de bevraging. De grootste groep van deze geënquêteerden wordt vertegenwoordigd door Crossmedia-ontwerp (44%). Daarna door studenten uit de richtingen Grafimediabeleid (26%), Grafimediatechnologie (23%), Multimediaproductie (7%).
  10. 10. Inleiding 11 b. Docenten Van docenten die grafische vakken geven in de bacheloropleiding wilden we voornamelijk antwoorden verzamelen rond kwalitatieve thema’s. Docenten moeten bijscholingen krijgen om de grafische trends te kunnen volgen. Krijgen docen- ten daarvoor genoeg middelen en tijd? Hoe blijven docenten op de hoogte van deze snel evoluerende sector? Docenten hebben een goede kijk op het komen en gaan van studenten, wat is hun mening? We bevroegen via een papieren vragenlijst de docenten van de professionele bachelor in de grafische en digitale media van de: ➔ Artesis Hogeschool Antwerpen (Turnhout), ➔ Arteveldehogeschool (Mariakerke). 15 docenten vulden uiteindelijk de vragenlijst in. c. Oud-studenten Van de grafische alumni wilden we specifiek gaan evalueren waar zij terecht zijn gekomen na hun grafische bacheloropleiding. Hoe zijn de oud-studenten vroeger in het grafisch onderwijs terecht gekomen? Studen- ten en bedrijven kwamen weinig in contact met elkaar, was daar vraag naar? Vinden studenten de weg naar het grafisch werkveld? Hoe zijn de oud-studenten in het grafische terecht gekomen? Wat is hun motivatie of wat is juist niet hun motivatie? Hetbevragenvandezedoelgroepriepechternogeenaantalpraktischeproblemenop(Wetopdeprivacyenhet ontbrekenvanrecenteadresgegevens).262oud-studentenvanArtesisHogeschoolendeArteveldehogeschool ontvingen in het schooljaar 2008-2009 een brief met login-gegevens voor de online vragenlijst via Limesurvey. 58 oud-studenten namen uiteindelijk deel aan de bevraging. 3. CLB’S Leerlingen die na het lager onderwijs of na hun secundair onderwijs een studiekeuze dienen te maken, passeren daarbij allemaal langs de CLB’s (Centra voor Leerlingenbegeleiding), of het vroegere PMS. Een correcte inbreng over onze sector door de CLB-medewerkers is dan ook van primordiaal belang. Hierbij is een zekere bekendheid met onze sector belangrijk. In hoeverre zijn de consulenten van de CLB’s eigenlijk vertrouwd met onze grafische sector? En kennen zij de mogelijke grafische studierichtingen en onze grafische scholen in Vlaanderen? Zijn zij vertrouwd met de inhoud van de grafische studieprogramma’s? Dit gingen we aan de hand van een online enquêtering na. 72 centra van leerlingenbegeleiding werden aangeschreven en kregen login-gegevens toegestuurd voor de online enquêtering via Limesurvey. In totaal namen 169 CLB-medewerkers deel aan de bevraging begin 2009. 4 | GRAFISCHE OPLEIDINGCENTRA VOOR VOLWASSENEN 1. WERKZOEKENDEN IN EEN GRAFISCHE OPLEIDING Dat werkzoekenden de weg vinden naar onze grafische omscholingsopleidingen staat vast. Maar waar komen die mensen na afloop van de opleiding terecht? Hoe zijn zij gekomen tot de keuze van een grafische opleiding? Hoe hebben ze het hele opleidingstraject in al zijn facetten ervaren? Stof genoeg dus om mee aan de slag te gaan voor GRAFOC. We besloten een aantal werkzoekenden die aan één van de verschillende grafische opleidingstrajecten van de VDAB begonnen waren te bevragen aan de hand van een papieren enquête.
  11. 11. Inleiding12 De bevraging van werkzoekenden gebeurde schriftelijk in de opleidingscentra zelf tijdens het opleidings- traject. Deze gingen allen door in het voorjaar van 2008. Uiteindelijk namen 70 werkzoekenden, verdeeld over 3 verschillende opleidingen (prepress, drukken & afwerken) en over 3 centra (VDAB Turnhout, VDAB Heverlee & Syntra West Brugge (in samenwerking met VDAB Brugge), deel aan de enquête waarin we peilden naar: ➔ Persoonlijke informatie (leeftijd, geslacht, afkomst, etc.); ➔ Professionele historiek; ➔ Visie op de grafische sector; ➔ Ervaringen binnen en visie op de opleiding en het opleidingscentrum; ➔ Hun toekomstige professionele plannen. 2. OPLEIDINGSCENTRA VOOR WERKZOEKENDEN – INSTRUCTEURS De werkzoekenden die kiezen voor een grafische omscholing kunnen in Vlaanderen voor hun opleiding terecht in 3 grafische centra. VDAB Turnhout, VDAB Heverlee en Syntra West Brugge. VDAB turnhout biedt de 3 mogelijke types opleidingen aan: prepress, druk en drukafwerking. Syntra West focust voor werkzoekenden voor de VDAB op druk en drukafwerking en VDAB Heverlee beperkt zich tot de pure prepressopleidingen. Dat deze instructeurs hun know-how elke dag opnieuw met passie doorgeven aan onze potentiële toekomstige nieuwe werknemers, staat vast. Maar toch wisten we van deze mensen zo weinig, stel- den we vast. Hoe kijken zij naar onze sector? Hoe verlopen de opleidingstrajecten? Hoe pakken zij de opleidingen aan en waar lopen zij tegenaan? We namen ons dan ook voor alle grafische instructeurs in de 3 centra het onderzoek voor te leggen in de vorm van een papieren enquête. De bevraging van de instructeurs in opleidingscentra voor werkzoekenden gebeurde schriftelijk in de opleidingscentra zelf. Deze gingen allen door in het voorjaar van 2008. De 12 instructeurs, verdeeld over de 3 centra (VDAB Turnhout, VDAB Heverlee en Syntra West Brugge), namen allemaal deel aan de enquête waarin we peilden naar: ➔ Persoonlijke informatie (leeftijd, geslacht, afkomst, etc.); ➔ Professionele historiek; ➔ Visie op de grafische sector; ➔ Ervaringen binnen en visie op de opleiding en het opleidingscentrum; ➔ Hun toekomstvisie. 3. WERKWINKELS & 50-PLUSCLUBS De werkzoekenden in Vlaanderen worden vaak toegeleid naar opleidingen of omscholingstrajecten bij VDAB via de werkwinkels of de 50-plusclubs. Hierbij is een zekere bekendheid met onze sector belangrijk. In hoeverre zijn de consulenten van de werkwinkels en 50-plusclubs eigenlijk vertrouwd met onze grafi- sche sector? En kennen zij onze grafische opleidingscentra voor werkzoekenden in Brugge, Turnhout en Heverlee? Zijn zij vertrouwd met de inhoud van de grafische werkzoekendenopleidingen? Dit gingen we aan de hand van een online enquêtering na. De lancering van de enquête gebeurde via de online tool Limesurvey en vond plaats in mei-juni 2009. Gedurende de daaropvolgende maanden konden de consulenten vrijblijvend de bevraging invullen. Eind 2009 werd de openstaande vragenlijst gesloten. 124 consulenten van werkwinkels en 50-plusclubs namen uiteindelijk deel aan de enquête. We geven hierbij even een overzicht van de geografische spreiding van de respondenten en hun respectievelijke werkwinkels: ➔ Brussel: 6 respondenten ➔ Vlaams-Brabant: 7 respondenten ➔ West-Vlaanderen: 27 respondenten ➔ Oost-Vlaanderen: 24 respondenten ➔ Limburg: 45 respondenten ➔ Antwerpen: 15 respondenten
  12. 12. Het imago van de grafische sector 13 Het imago van de grafische sector Moest GRAFOC aandacht schenken aan de geruchten die ze opvingen over het negatieve en ongekende ima- go van de sector? Werd de sector effectief gezien als een vuile, ongezonde en ouderwetse sector? Er was maar één manier om dat te achterhalen, namelijk het alle stakeholders persoonlijk te vragen. Zij waren op één of andere manier in contact gekomen met de grafische sector op een gegeven moment. Welk imago van het grafische lag daar nu eigenlijk aan ten grondslag? En hoe is hun visie vandaag de dag op de sector en hoe verspreiden zij die naar de buitenwereld toe? En hebben zij wel altijd recht van spreken? Kennen zij de grafische sector voldoende? Welke informatiekanalen gebruiken zij om op de hoogte te blijven van het reilen en zeilen binnen de sector? We kijken even wat ‘de sector’ op deze 2 thema’s als antwoord bood. 1.1. Visie op de grafische sector GRAFOC vroeg elke doelgroep in de bevraging een 5-tal kernwoorden op te sommen, die onmiddellijk in hun gedachten sprongen als ze aan de grafische sector dachten. We geven u hierbij steeds per doelgroep de 10 meest vermelde termen mee. 1 | GRAFISCHE BEDRIJVEN 1. Snelle evolutie 2. Vernieuwend/innovatief 3. (Hoog)technologisch 4. Creatief 5. Krimpende markt 6. Flexibel/flexibiliteit 7. Boeiend/uitdagend 8. Concurrentie // kapitaalintensief 9. Gespecialiseerd 10. Geschoold personeel 2 | GRAFISCHE WERKNEMERS 1. Snelle evolutie 2. Vernieuwend/innovatief // snelheid 3. (Hoog)technologisch 4. Werkdruk // creatief 5. Modern 6. Flexibiliteit/flexibel 7. Interessant/boeiend 8. Stress // digitaal 9. Goed betaald 10. Overnames/groepen hoofdstuk1
  13. 13. Het imago van de grafische sector14 3 | GRAFISCH ONDERWIJS De vragenlijsten in het grafisch onderwijs van leerlingen 4de, 6de en 7de jaar, leerkrachten, technische adviseurs, directie secundaire scholen, studenten grafische bachelor, grafische docenten werden allemaal schriftelijk ingevuld. Dit resulteerde in 1.004 vragenlijsten in totaal, wat het onmogelijk maakte een overzicht te geven van de top 10 van de vermelde termen. We kunnen echter wel een overzicht geven van de top 10 van de CLB’s. 1. Creatief/creativiteit 2. Onzekere werkgelegenheid 3. Innovatief/modern/trendy/blits/hip 4. Onbekend 5. uitdagend/boeiend 6. Stress/deadines/werkdruk 7. (Hoog)technologisch 8. Informatica 9. Vuil en ongezond werk 10. Resultaatgericht 4 | GRAFISCHE OPLEIDINGCENTRA VOOR VOLWASSENEN 1. Werkzoekenden in een grafische opleiding 1. Creatief 2. (Hoog)technologisch 3. Vernieuwend/innovatief 4. Modern 5. Stress/werkdruk 6. Nauwkeurig 7. Veelzijdig/afwisselend 8. Dynamisch 9. Uitdagend/boeiend 10. Flexibel/flexibiliteit 2. Opleidingscentra voor werkzoekenden - instructeurs 1. Snelheid 2. Stress 3. Uitdagend/boeiend 4. (Hoog)technologisch 5. Automatisatie 6. Groei 7. Vernieuwend/innovatief 8. Kleine sector 9. Kwaliteit 10. Gesloten wereld 3. Werkwinkels & 50-plusclubs 1. Ontwerpen/design 2. Reclame/publiciteit 3. Drukkerijen 4. Creatief/creativiteit 5. Druk(ken)/print(en) Lay-out - drukwerk 6. computerprogramma’s 7. Tekenen/tekeningen 8. IT/computer 9. Krant(en) Dagbladen/tijdschriften/magazines Drukvoorbereiding/prepress 10. Tekenprogramma’s
  14. 14. Het imago van de grafische sector 15 1.2. Kennis van de grafische sector In een sector waar alles draait om communicatie en diverse informatiedragers, lijkt het een evidentie dat tal van voorhandene informatiebronnen ook door de verschillende doelgroepen worden aangegrepen als manier om op de hoogte te blijven van het reilen en zeilen binnen de grafische sector. In dit punt leggen we bloot welke informatiekanalen precies door de verschillende doelgroepen worden aangeboord en in welke mate. Met andere woorden, welke sectorale informatiebronnen en -kanalen zijn het populairst bij de diverse stakeholders binnen de grafische sector? 1 | GRAFISCHE BEDRIJVEN We stellen vast dat grafische bedrijven voornamelijk op de hoogte blijven van het reilen en zeilen binnen de grafische sector tijdens grafische beurzen (45%) en via publicaties van Febelgra (43,33%). Ook vaktijd- schriften en vakliteratuur nemen een belangrijk aandeel voor hun rekening. 23,33% van de bedrijven geeft aan via GRAFOC op de hoogte te blijven en 16,67% via de Sectorconsulenten van GRAFOC. Informatiekanalen grafische sector (werkgevers) Grafische beurzen, vakliteratuur en Febelgra spelen een belangrijke rol in het informeren van grafische bedrijven over ontwikkelingen binnen de grafische sector. ” “
  15. 15. Het imago van de grafische sector16 2 | GRAFISCHE WERKNEMERS Hoe blijven onze werknemers binnen onze sector op de hoogte over ontwikkelingen binnen de grafische sector? We merken dat de werknemers vooral beroep doen op informatiekanalen zoals het internet (32,91%) en grafische beurzen (30,78%) zoals Drupa. Vooral het bedrijf (51,90%) waar ze werken zelf, blijkt hen het meeste informatie over de eigen sector bij te brengen, wat ook logisch is. GRAFOC publicaties zijn relatief goed bekend bij 13,92% van de bevraagde werknemers; de sectorconsu- lenten van GRAFOC zelf kennen de werknemers totaal niet. 3 | GRAFISCH ONDERWIJS 1. SECUNDAIR GRAFISCH ONDERWIJS (TSO – BSO) a. Leerlingen (4de jaar, 6de jaar, 7de jaar) 4de jaar Bij de vierdejaars blijken vooral internet (26%) en de grafische school (27%) zelf het informatiekanaal bij uitstek te zijn op het grafische op te volgen. 22% van de leerlingen in het 4de jaar geeft aan op de hoogte te blijven van het reilen en zeilen binnen de grafische sector via een kennis of via familie die in een grafisch bedrijf werkzaam is of zelfs een grafisch bedrijf runt. Dit wijst erop dat 22% van de leerlingen die voor een grafische studierichting kiezen wel iemand kenden die reeds met de sector vertrouwd is, wat duidelijk drempelverlagend werkt. Informatiekanalen werknemers Informatiekanalen leerlingen 4de jaar TSO-BSO
  16. 16. Het imago van de grafische sector 17 6de jaar Leerlingen van het 6de jaar TSO-BSO houden zich opnieuw vooral op de hoogte van het grafische door het internet (27%) en door de grafische school (26%) zelf. Verder zien we dat 13% van de leerlingen naar minstens één beurs is geweest. Opvallend is dat 17% van de leerlingen op de hoogte blijft van het grafische door een kennis of een familielid die in het grafische heeft gewerkt of zelf een grafische bedrijf heeft. 7de jaar Leerlingen van het 7de jaar volgen opnieuw het grafische vooral op via het internet (22%). Ook beurzen zijn volgens de leerlingen goed om het grafische bij te houden (17%) en via de grafische school zelf (15%). Opvallend is dat bijna niemand van de leerlingen zich op de hoogte houdt via het VIGC, een sectorconsulent van GRAFOC of GRAFOC-publicaties. Een mogelijke oorzaak kan onbekendheid zijn. Voor leerlingen in het grafische onderwijs zijn vooral het internet en de grafische school een venster op de printmedia wereld. Informatiekanalen leerlingen 6de jaar TSO-BSO Informatiekanalen leerlingen 7de jaar TSO-BSO ” “
  17. 17. Het imago van de grafische sector18 b. Leerkrachten Leerkrachten houden zich op de hoogte via directe contacten met grafische bedrijven (16%). Ook het internet (16%) en grafische beurzen (15%) blijken een zeer belangrijke informatieve rol te spelen. c. Technische adviseurs We zien aan de hand van het cirkeldiagram dat de stukken mooi verdeeld zijn. Grafische bedrijven (13%), Beurzen (13%) en Febelgra-publicaties (13%) worden door technische adviseurs als de belangrijkste informatiekanalen gezien om zich op de hoogte te houden van het grafische. Grafische opleidingscentra (4%), vakliteratuur (4%) en andere kanalen (2%) worden door de technisch adviseurs het minste gebruikt. We zien ook hoe het VIGC (8%) en GRAFOC (17%) belangrijk worden als informatiekanaal. Informatiekanalen grafische leerkrachten TSO-BSO Informatiekanalen technisch adviseurs grafische scholen Grafische bedrijven en vakbeurzen zijn voor leerkrachten en technische adviseurs uit het grafisch onderwijs belangrijke informatiekanalen om op de hoogte te blijven. ” “
  18. 18. Het imago van de grafische sector 19 Informatiekanalen oud-leerlingen TSO-BSO d. Directie De directieleden van grafische scholen volgen het grafische voornamelijk op via Febelgra publicaties (17%), GRAFOC-publicaties (14%) en het VIGC (Vlaams Inovatiecentrum Grafische Communicatie, 14%). Andere informatiekanalen zijn er niet (0%). We zien ook dat de sectorconsulenten van GRAFOC (10%) en grafische opleidingcentra (10%) een informatieve rol blijken te spelen. De directieleden volgen het grafische minst op via vakliteratuur (3%) en beurzen (4%). e. Oud-leerlingen Voornamelijk via grafische bedrijven (23%) blijven oud-leerlingen op de hoogte van de grafische sector. Ook via beurzen (18%), het internet (18%) en via vakliteratuur (20%). Sectorconsulenten GRAFOC, het VIGC en vaktijdschriften worden niet geraadpleegd door oud-leerlingen. Directieleden uit het grafisch onderwijs zijn vooral vertrouwd met GRAFOC, Febelgra en het VIGC als informatiekanalen over de grafische wereld. Informatiekanalen directie grafische scholen ” “
  19. 19. Het imago van de grafische sector20 2. HOGER GRAFISCH ONDERWIJS a. Studenten De studenten houden zichzelf voornamelijk op de hoogte van tendensen binnen de grafische sector via het internet (24%), via de grafische scholen (23%) en beurzen (14%). Dit zijn duidelijk de blikvangers in dit cirkeldiagram. Ook blijven de studenten op de hoogte van het grafische door een kennis die in het grafische werkt (11%). Daarna liggen de cijfers heel wat lager. Sectorconsulenten van GRAFOC en andere informatiekanalen worden zeer weinig of niet geraadpleegd en blijken dus eerder onbekend. b. Docenten Wanneer we de grafische docenten vroegen hun meest aangewende informatiekanalen binnen de grafische aan te duiden, bleek dat het grootste aandeel is vertegenwoordigd bij het internet (13%) en de grafische bedrijven (13%). Dit op de voet gevolgd door het VIGC (12%) samen met de grafische beurzen (12%). Informatiekanalen studenten grafische bachelor Informatiekanalen docenten grafische bachelor Studenten blijven op de hoogte van tendensen binnen de grafische sector via het internet en de grafische school zelf. ” “
  20. 20. Het imago van de grafische sector 21 c. Oud-studenten Oud-studenten grafische blijven op de hoogte van het grafische via kanalen zoals het internet (52%), de grafische bedrijven (14%) en ook vaktijdschriften (14%). Volgende informatiekanalen worden niet gebruikt, ondanks het feit dat het merendeel momenteel werkzaam is in de grafische sector en deze kanalen toch zou moeten kennen op één of andere manier: ➔ VIGC, ➔ Sectorconsulenten van GRAFOC, ➔ Febelgra publicaties. 3. CLB’S CLB-medewerkers hebben een belangrijke taak in het toeleiden van leerlingen naar de juiste studie- richtingen. Instroom binnen ons grafisch onderwijs is echter niet uitgesproken uitgebreid. ‘Kennen de CLB-medewerkers onze sector wel?’ vroeg GRAFOC zich af. En zo ja, via welke informatiekanalen kennen zij ons dan precies? Vooral het internet (28%) en grafische scholen (24%) spelen een belangrijke rol voor CLB-medewerkers in het hen informeren over de grafische. Ook via de grafische opleidings- centra (11%) blijven de medewerkers op de hoogte van het grafische. Vakliteratuur (10%) en beurzen (10%)spelenookeenzekererol.Demedewerkersraadplegennietofnauwelijksdesectorconsulentenvan GRAFOC, GRAFOC publicaties of het VIGC Informatiekanalen oud-studenten grafische bachelor Informatiekanalen CLB-medewerkers
  21. 21. Het imago van de grafische sector22 4 | GRAFISCHE OPLEIDINGCENTRA VOOR VOLWASSENEN 1. WERKZOEKENDEN IN EEN GRAFISCHE OPLEIDING Wanneer werkzoekenden kiezen voor een grafische opleiding, veronderstellen we dat zij zich op een be- paalde manier informeren over de grafische sector. We wilden weten welke grafische informatiekanalen bij deze doelgroep het populairst blijken te zijn. De studie wees uit dat werkzoekende cursisten binnen een grafisch opleidingstraject vooral be- roep doen op 4 kanalen om zich te informeren over de grafische sector: in de eerste plaats via de VDAB zelf (19,50%), in tweede instantie via internet (13,50%) en de grafische scholen (13,60%) en tot slot blijkt ook een belangrijke informatieoverdracht te komen vanuit kennissen en/of familieleden die reeds werkzaam zijn binnen de grafische sector (12,20%). We merken opnieuw op hoe belangrijk die kennissen en familieleden die reeds affiniteit met de grafische wereld hebben, blijken te zijn naar instroom in onze opleidingen toe. In totaal gebruikt 17,60% van de werkzoekenden de informatie over de sector die ze kregen van kennissen of familieleden die zelf een grafisch bedrijf hebben of werkzaam zijn binnen een grafisch bedrijf. 2. OPLEIDINGSCENTRA VOOR WERKZOEKENDEN - INSTRUCTEURS Wanneer instructeurs willen op de hoogte blijven van ontwikkelingen binnen de printmedia sector, doen ze hiervoor beroep op een aantal informatiekanalen. Informatiekanalen werkzoekenden Informatiekanalen instructeurs grafische opleidingscentra voor werkzoekenden
  22. 22. Het imago van de grafische sector 23 De studie toonde aan dat de grafische instructeurs vooral beroep doen op 5 kanalen om zich te informeren over de grafische sector: in de eerste plaats het internet (14,61%), in tweede instantie via beurzen (13,48%) en grafische bedrijven (13,48%) en ten derde via vaktijdschriften (12,36%). Tot slot blijkt ook een belangrijke informatieoverdracht te komen vanuit GRAFOC (15,73%). Duidelijk is dat de grafische instructeurs alle kanalen gebruiken die voorhanden zijn om op de hoogte te blijven van de grafische sector, wat toch een positieve boodschap is. 3. WERKWINKELS & 50-PLUSCLUBS In de studie naar werkwinkelconsulenten en consulenten van de 50-plusclubs wilden we wel eens peilen naar welke informatiekanalen worden gebruikt om op de hoogte te blijven van de grafische sector. We merken dat de VDAB (57,26%) en het internet (24,19%) met kop en voeten boven alle andere informa- tiekanalen uittorenen. Blijkbaar zijn de specifieke informatiekanalen om op de hoogte te blijven van ten- densen en ontwikkelingen binnen de grafische sector zo goed als onbekend. 9,68% blijft op de hoogte via grafische opleidingcentra. 4,84% van de consulenten geeft aan dat ze via een andere weg informatie over de grafische sector opvangen. Hierbij wordt vooral vanuit het privéleven zaken opgepikt, hetzij via een kennis of familielid dat binnen de grafische sector werkzaam is of eigen ervaring door kunstschool of academie en dergelijke. Informatiekanalen Werkwinkelconsulenten en consulenten 50-plusclubs
  23. 23. Het imago van de grafische sector24
  24. 24. De voordeur naar het grafische 25 De voordeur naar het grafische Het grafisch onderwijs en grafische opleidingen als toeleidingskanalen naar de grafische sector Nu we gezien hebben dat het beeld op de grafische sector best wel meevalt, kunnen we ons meteen de terechte vraag stellen: Hoe komen mensen in de printmedia sector terecht? De meest evidente weg is natuurlijk via onderwijs of opleidingen. Onmiddellijk ontkiemen een aantal andere cruciale vragen: ➔ Wanneer men kiest voor een grafische studierichting of opleiding, wat zijn daarvoor dan de onderliggende redenen? ➔ Hoe worden het grafisch onderwijs en de grafische opleidingen ervaren? ➔ En nog belangrijker: waarom stromen leerlingen, studenten en werkzoekende cursisten uiteindelijk al dan niet in de printmedia sector in? Rond dit topic bevroegen we niet alleen de voor de hand liggende doelgroepen: leerlingen en oud- leerlingen TSO-BSO, studenten en oud-studenten grafische bachelor en werkzoekenden in een gra- fische opleiding, maar ook werknemers, leerkrachten, technische adviseurs, docenten en instructeurs. Tot slot werden ook de CLB’s en de werkwinkels en 50-plusclubs niet vergeten, als niet te onderschatten medespelers in de voortuin van het grafisch onderwijs- en opleidingsgebeuren. Opnieuw kunnen we dus rekenen op een min of meer totaalbeeld vanuit de sector. Ditmaal op het grafisch onderwijs- en opleidingslandschap met als doel na te gaan hoe goed het grafisch onderwijs en de grafische opleidingen voor werkzoekenden hun taak volbrengen als de voordeur die mensen binnen- leidt in het printmedia werkveld. 1.1. De drempel op... Instroom in het grafische onderwijs en de grafische opleidingen 1 | GRAFISCH ONDERWIJS WIE? We werpen vooreerst een blik op het grafisch onderwijslandschap en gaan na wie binnen dit onderwijsland- schap terechtkwam in de overgangsjaren 4de, 6de en 7de jaar TSO-BSO in het schooljaar van 2007-2008. We konden rekenen op de deelname van volgende groepen leerlingen en studenten, oud-leerlingen en oud-studenten: ➔ 276 leerlingen 4de jaar TSO-BSO ➔ 285 leerlingen 6de jaar TSO-BSO ➔ 49 leerlingen 7de jaar TSO-BSO ➔ 84 oud-leerlingen van het TSO-BSO ➔ 166 studenten grafische bachelor ➔ 58 oud-studenten grafische bachelor hoofdstuk2
  25. 25. De voordeur naar het grafische26 a. Nationaliteit ➔ Alle leerlingen van het 4de jaar hebben de Belgische nationaliteit. Volgens de VESOC-definities is 5% van de grafische leerlingen in het 4de jaar TSO-BSO allochtoon. 93% van deze populatie heeft het Nederlands als moedertaal en 7% is anderstalig. ➔ 93% van de bevraagde leerlingen in het 6de jaar TSO-BSO is Belg. 95% van deze leerlingen heeft het Nederlands als moedertaal. ➔ 90% van de leerlingen van het 7de jaar TSO-BSO is Belg met beide ouders met Belgische nationaliteit en 95% spreekt het Nederlands als moedertaal. ➔ Alle oud-leerlingen die deelnamen aan het onderzoek hebben de Belgische nationaliteit ➔ De bevraagde studenten zijn overwegend (97%) Nederlandstalig en Belg. Dit percentage komt ook overeen met het totaalpercentage van de onderwijsstatistieken. 13 studenten (2,15%) zijn volgens die statistieken buitenlands. Het overgrote deel (97,85%) is Belg. ➔ Alle oud-studenten die deelnamen aan het onderzoek hebben de Belgische nationaliteit b. Geslacht HOE? Nu we weten wie in ons grafisch onderwijs aanwezig is, is het van belang na te gaan hoe die leerlingen en studenten in ons grafisch onderwijs terecht zijn gekomen. Met andere woorden, welke kanalen leiden het meest toe naar het grafische onderwijs? Via welke kanalen informeerde de leerling of student zich om de studiekeuze uiteindelijk te maken? Geslacht leerlingen 4de jaar Geslacht leerlingen 7de jaar Geslacht studenten Geslacht oud-leerlingen Geslacht oud-studenten Geslacht leerlingen 6de jaar
  26. 26. De voordeur naar het grafische 27 4de jaar TSO-BSO Uit deze grafiek kunnen we afleiden dat opendeurdagen (32%) voor 4de jaars zeer effectief bleken wanneer zij in de 2de graad een opleidingskeuze moesten maken. De brochure (21%) en de website (21%) van de school blijken ook zeer effectief. 21% komt via een andere weg tot de studiekeuze, namelijk via kennissen of familie die reeds vertrouwd zijn met de grafische sector, hetzij als werknemers, hetzij als eigenaar van een grafisch bedrijf. 6de jaar TSO-BSO Opendeurdagen bleken voor 6de jaars TSO-BSO zeer effectief te zijn (31%), op de voet gevolgd door andere (30%) (bv. familie, kennis, CLB). Daarnaast zien we dat de brochure of folder (19%) en de website van de school (13%) bijdragen tot de keuze voor het grafische. Leerlingen komen niet terecht in het grafische door GRAFOC, Febelgra of speciale acties om het grafische in de kijker te zetten. 4de jaar TSO-BSO 6de jaar TSO-BSO De studiekeuze van jongeren in het grafisch onderwijs werd vaak meebepaald door kennissen of familieleden die reeds vertrouwd waren met de grafische sector. ” “
  27. 27. De voordeur naar het grafische28 7de jaar TSO-BSO De meeste leerlingen van het 7de jaar TSO-BSO kozen voor het grafische omwille van een andere reden (31%): vrienden, familie en school. Ook opendeurdagen (25%) en een brochure of folder (25%) van de school zijn effectief. Oud-leerlingen TSO-BSO Bij de oud-leerlingen ging het grootste percentage naar opendeurdagen (27%). Ook maakten ze de studie- keuze vaak via een kennis die met het grafische te maken had (24%). ‘Andere’ (19%) is door familie of door vrienden. Deze oud-leerlingen zijn niet door GRAFOC of Febelgra in het grafische terecht gekomen. 7de jaar TSO-BSO Oud-leerlingen TSO-BSO Opendeurdagen van grafische scholen zijn het meest effectief in het aantrekken van jong grafisch talent in het grafische onderwijs. ” “
  28. 28. De voordeur naar het grafische 29 Studenten grafische bachelor We stellen hier 4 belangrijke factoren vast die de vraag ‘ Hoe kwamen studenten tot hun opleidingskeuze?’ beantwoorden. 29% geeft een ‘andere reden’ als antwoord: namelijk via familie en/of vrienden die om één of andere reden vertrouwd zijn met de grafische sector, een brochure van het CLB, SID-in beurs, grafische vooropleiding,... Daarnaast blijken ook opnieuw de opendeurdagen (24%) erg populair, brochures/folders van de hogeschool (23%) en de website van de hogeschool (20%). Via directe brief, e-mail of telefoon van de hogeschool werden geen studenten verworven. Oud-studenten grafische bachelor De oud-student is in het grafische terecht gekomen via opendeurdagen (47%). Maar 35% van de oud- studenten zijn via de brochure of folder van de hogeschool in het grafische terecht gekomen. Niet via speciale acties om het grafische in de kijker te zetten, ook niet via Febelgra en ook niet via GRAFOC. Wanneer studenten in het middelbaar reeds een grafische vooropleiding hadden, dan faciliteert dat misschien de instroom in het grafisch hoger onderwijs? We stellen vooreerst vast dat zo’n 57% van de oud-studenten voordien een grafische richting volgde in het secundair. Studenten grafische bachelor Oud-studenten grafische bachelor Wanneer studenten in het middelbaar een grafische vooropleiding hadden, dan faciliteert dat de instroom naar het grafisch hoger onderwijs. ” “
  29. 29. De voordeur naar het grafische30 WAAROM? We weten nu langs welke weg de leerlingen en studenten zijn ingestroomd in het grafische onderwijsland- schap. Een volgende vraag die zich meteen opdringt is: Om welke reden(en) kozen zij uiteindelijk voor een grafische studierichting? Wat precies dreef hen? De onderwijsstatistieken voor ons grafische secundair onderwijs zijn niet veelbelovend. Er stromen niet bijzonder veel leerlingen binnen in het grafisch secundair onderwijs.1 ➔ 597 Leerlingen van de 2de graad TSO in de grafische onderwijsstatistieken van schooljaar 2007-2008 (jongens en meisjes), ➔ 365 Leerlingen van de 3de graad TSO in de grafische onderwijsstatistieken van schooljaar 2007-2008 (jongens en meisjes), ➔ 140 Leerlingen van het 7de jaar in het grafische (jongens en meisjes). WAAROM NIET? We vroegen de directieleden van de secundaire grafische scholen waaraan deze matige instroom zou kunnen liggen en wat zij als de voornaamste reden zagen voor de moeilijk vulbare grafische richtingen. Volgens de directieleden is de matige instroom vooral te wijten aan de onbekendheid van de grafische sector (37%). De grafisch sector heeft daarnaast ook een ouderwets imago (27%) en een negatief imago (18%) volgens de directie. Deze 3 redenen samengenomen houden jongeren tegen in te stromen in het grafische onderwijs. Totaal andere resultaten kregen echter we toen we de technische adviseurs de vraag stelden waarom zij dachten dat jongeren zo weinig de keuze maken voor een grafische studierichting in het middelbaar. 1 http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsstatistieken/2007-2008/jaarboek0708/0802271_13-28%2005%20-%202008-1%20hdst412.pdf Directieleden Technische adviseurs
  30. 30. De voordeur naar het grafische 31 De technische adviseurs denken dat de matige instroom vooral te wijten is aan andere reden zoals (29%): Antireclame door VDAB die de grafische opleidingen in de publiciteit brengt als “te vermijden want te wei- nig kans op werk”. Ook de sluiting van vele grafische bedrijven is negatief. De grafische sector is onbekend bij het brede publiek (24%) en leerlingen denken dat het om slecht betaalde jobs gaat (16%). Nochtans zullen we zo dadelijk zien dat dit niet echt het geval is bij de leerlingen die uiteindelijk toch kozen voor een grafisch studierichting, integendeel. We stelden ook de CLB-medewerkers de vraag waarom leerlingen expliciet niet willen kiezen voor een grafische studierichting. Volgens de CLB-medewerkers komt dit door geen interesse (33%) of door dat het grote publiek het grafi- sche niet kent (33%). 12% geeft aan dat dit komt doordat het een te dure opleiding is en 11% vertelt ons dat de scholen slecht bereikbaar zijn. 3% schrijft het toe aan het slechte imago van de sector en 2% aan het negatieve imago van het grafisch onderwijs. WAAROM WEL? 4de jaar TSO-BSO We stellen vast dat voor de 4de jaars TSO-BSO de voornaamste reden het creatief bezig zijn is (19%). Daarna denken ze dat het in de grafische sector om goed betalende jobs gaat (15%) en dat men graag in een moderne, technologische en geavanceerde sector wil werken zoals de grafische (13%). 5% kiest zomaar, zonder specifieke onderliggende reden voor een grafische studie. CLB-medewerkers 4de jaar TSO-BSO
  31. 31. De voordeur naar het grafische32 6de jaars TSO-BSO Een creatief beroep leren of creatief bezig zijn (21,70%) is de voornaamste reden waarom leerlingen uit het 6de jaar TSO-BSO kozen voor het grafische. Deze leerlingen baseerden hun studiekeuze ook op het feit dat de grafische sector een moderne, technologisch geavanceerde sector is (15,40%) en omdat ze meenden dat ze nadien een goed betalende job zullen hebben (14,37%). Opvallend is dat 6,16% zonder enige specifieke reden voor het grafische kiest. 7de jaar TSO-BSO Een job binnen de grafische sector is volgens de 7de jaars een goed betalende job, 21% van de leerlingen kiest daarom voor het grafische. 17% kiest voor het grafische omdat het een creatief beroep is. Andere (14%) kiezen dan weer voor het grafische omdat het een moderne, technologisch en geavanceerde sector is. Opvallend is dat 8% van de leerlingen geen specifieke reden of belangstelling heeft. 6de jaar TSO-BSO 7de jaar TSO-BSO
  32. 32. De voordeur naar het grafische 33 We vroegen ook de grafische leerkrachten die dag in dag uit in contact staan met de grafische leerlingen welke drijfveren zij als belangrijk zagen bij hun leerlingen om de stap naar het grafisch secundair onder- wijs te zetten. Hieronder nemen we hun rangvolgorde op. De absolute nummer 1 is volgens leerkrachten dat de leerlingen een creatief beroep wilden leren. Op nummer 2 komt het feit dat leerlingen blijkbaar beseffen dat jobs binnen de grafische sector goed betaald zijn, wat ook klopt met de realiteit. Op nummer 3 staat het feit dat de grafische een moderne, hoogtechnologische sector is en dat in belangrijke mate de jongeren aanspreekt. De leerkrachten kennen hun leerlingen duidelijk goed. 1. Wil een creatief beroep leren en creatief bezig zijn. 2. De grafische sector is een goed betalende sector. 3. Grafische sector is een moderne, technologische geavanceerde sector. 4. Leerling kent iemand die in een grafisch bedrijf werkt of gewerkt heeft. 5. Drukwerk is overal te vinden en wil meewerken aan de productie van kranten, boeken, … 6. Goede arbeidsomstandigheden, jobs in de grafisch sector zijn aangenaam, binnen, proper, niet te arbeidsintensief, etc. 7. Door ruim aanbod aan vacatures is de leerling zeker van een job na afloop van de opleiding. 8. Kent een grafisch bedrijf waar hij/zij graag aan de slag wil. 9. Zomaar, geen specifieke reden. 10. Andere: beïnvloedbaar door vrienden. 11. Ouders hebben een grafisch bedrijf. Tot slot vroegen we ook de CLB-medewerkers een zicht te geven op de volgens hen voornaamste redenen waarom een leerling koos voor een grafische studierichting in secundair. Voor het grootste deel geeft de leerling volgens de CLB-medewerkers zelf aan te willen studeren in het grafische (20%). Ook de creativiteit van de leerlingen (19%) en de bereikbaarheid van de school (19%) blijken motivatoren om voor een grafische studierichting te kiezen. Het feit dat de leerling graag met technologie werkt (17%) telt zeker ook mee. Dat grafische jobs goed betaald zijn, blijken leerlingen niet echt te weten of althans niet als criterium te gebruiken bij hun studiekeuze (1%), aldus de CLB-medewerkers CLB-medewerkers over de studiekeuze leerlingen TSO-BSO
  33. 33. De voordeur naar het grafische34 Studenten grafische bachelor De grootste belangstelling van studenten grafische bachelor ging bij hun studiekeuze uit naar een creatief beroep leren en creatief bezig zijn (26%). Daarnaast was ook dat het om een de moderne, technologisch geavanceerde sector (18%) ging een verlokkelijke factor. Het feit dat de student wil meewerken aan de pro- ductie van kranten, boeken, tijdschriften, folders en affiches (15%) was eveneens van tel. Wat we ook niet mogen onderschatten als achterliggende stimulans om te kiezen voor een grafische ba- cheloropleiding is dat deze studenten in het secundair misschien al een grafische scholing genoten heb- ben, wat de stap naar een hogeschool opleiding in dezelfde branche kleiner maakt. Dit blijkt, zoals onder- staande grafiek aantoont, het geval voor 23% van de studenten in het academiejaar 2007-2008. Ook de grafische docenten stelden we de vraag een top 10 te geven van de naar hun gevoel belangrijkste drijfveren voor studenten om in hun klassen te zitten. Op nummer 1 zien zij het feit dat het om een mo- derne, technologisch geavanceerde sector gaat. De tweede plaats is volgens docenten gereserveerd omdat leerlingen denken dat er veel vacatures zijn in de grafische sector en dus werkzeker zijn na afloop van hun studie. Op nummer 3 zetten de docenten ‘zomaar’. Toch blijken studenten zelf wel steeds een doordachte keuze te maken. Slechts 2% van de studenten gaf aan zonder specifieke reden gekozen te hebben voor een grafische hogeschoolopleiding. Studenten grafische bachelor Studenten met een grafische vooropleiding
  34. 34. De voordeur naar het grafische 35 1. Grafische sector is een moderne, technologisch geavanceerde sector. 2. Door ruim aanbod aan vacatures is de student zeker van een job na afloop van de opleiding. 3. Zomaar, geen specifieke reden. 4. Drukwerk is overal te vinden en wil meewerken aan de productie van kranten, boeken, … 5. Wil een creatief beroep leren en creatief bezig zijn. 6. Student kent iemand die in een grafisch bedrijf werkt of gewerkt heeft. 7. Kent een grafisch bedrijf waar hij/zij graag aan de slag wil. 8. Ouders hebben een grafisch bedrijf. 9. Goede arbeidsomstandigheden, jobs in de grafisch sector zijn aangenaam, binnen, proper, niet te arbeidsintensief, etc. 10. Uit nostalgie, de goede oude ambachtelijke drukpersen. 11. Andere redenen. WAT? Tot slot grasduinen we nog even in de specifieke studierichtingen binnen de grafische. Hoe zijn de leerlin- gen verdeeld per studierichting in het schooljaar van 2007-2008?2 2de graad - TSO Studierichting Tweede graad Grafische communicatie 74 Grafische media 523 Grafische technieken - Grafische wetenschappen - Druk- en afwerkingstechnieken - Drukvoorbereidingtechnieken - Tech. Sec. Grafische 597 2de graad - BSO Studierichting Tweede graad Drukken en afwerken - Drukken en voorbereiden 129 Drukvoorbereidingen - Grafische opmaaksystemen - Beroeps. Sec. Grafische 129 3de graad - TSO Studierichting Derde graad Grafische communicatie - Grafische media - Grafische technieken 214 Grafische wetenschappen 71 Druk- en afwerkingstechnieken 30 Drukvoorbereidingtechnieken 50 Tech. Sec. Grafische 365 2 http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsstatistieken/2007-2008/jaarboek0708/0802271_13-28%2005%20-%202008-1%20hdst412.pdf
  35. 35. De voordeur naar het grafische36 3de graad + 7de jaar - BSO Studierichting Derde graad (7de jaar) Drukken en afwerken 159 - Drukken en voorbereiden - - Drukvoorbereidingen 56 - Grafische opmaaksystemen - 14 Beroeps. Sec. Grafische 215 14 Studenten grafische bachelor Volgens de onderwijsstatistieken zitten er 604 studenten in de bachelor grafische en digitale media in het academiejaar 2007-2008.3 De verdeling over de verschillende afstudeerrichtingen ziet er min of meer als volgt uit op basis van de 166 respondenten. 2 I GRAFISCHE OPLEIDINGEN VOOR WERKZOEKENDEN 2 | GRAFISCHE OPLEIDINGEN VOOR WERKZOEKENDEN WIE? In dit eerste stuk geven we u een overzicht van wie onze opleidingen voor werkzoekenden in het voorjaar van 2008 volgde. Met deze steekproef hopen we een beeld te vormen op de gemiddelde populatie bin- nen de grafische werkzoekendenopleidingen die gegeven worden in VDAB Turnhout, VDAB Heverlee en Syntra West Brugge. We konden rekenen op de deelname van 70 werkzoekenden, verdeeld over 3 verschillende opleidingen (prepress, drukken en afwerken) en over de 3 centra (VDAB Turnhout, VDAB Heverlee en Syntra West Brug- ge). a. Nationaliteit Van de bevraagde cursisten geeft 92,85% in totaal aan van Belgische nationaliteit te zijn. (87,15% heeft 2 Belgische ouders, 2,85% heeft 1 ouder dat niet-Belgisch is, maar wel Europees, 2,85% heeft 1 ouder van niet-Europese afkomst), 7,15% in totaal geeft aan geen Belgische nationaliteit te hebben (4,30% is van Eu- ropese afkomst, maar is niet Belgisch. 2,85% is van niet-Europese afkomst.). Volgens VESOC-definities4 is 94,25% van de werkzoekende grafische cursisten autochtoon en 5,75% van allochtone afkomst. Wat betreft de moedertaal hanteert 91,40% van de werkzoekende cursisten het Nederlands als moeder- taal. 8,60% geeft aan een andere taal dan het Nederlands als moedertaal te hebben. 3 http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsstatistieken/2007-2008/jaarboek0708/0802271_13-28%2009%20-%202008-1%20hdst52.pdf 4 VESOC-definitie ‘allochtoon’ vastgelegd in 2003: ‘Iemand is allochtoon indien hij of zij geen nationaliteit heeft uit één van de landen van de Europese Unie of indien minstens één ouder of minstens twee grootouders een nationaliteit heeft van buiten de Europese Unie’ Studenten grafische bachelor
  36. 36. De voordeur naar het grafische 37 b. Geslacht We kunnen stellen dat bij de werkzoekenden die kiezen voor een grafische opleiding, de verdeling tussen mannen en vrouwen redelijk evenwichtig is in zijn totaliteit. 54,30% van de werkzoekenden die bevraagd werden zijn mannen, 45,70% zijn vrouwen. Wanneer we een blik werpen op de verschillende richtingen, dan krijgen we een heel ander verhaal en zien we dat de 2 technisch gerichtere opleidingen drukken en drukafwerking op het moment van de bevraging uitsluitend bevolkt werden door mannen. - Prepressopleiding: 41,20% mannen 58,80% vrouwen - Drukopleiding: 100% mannen 0% vrouwen - Drukafwerking: 100% mannen 0% vrouwen c. Leeftijd Wat betreft de leeftijd van onze werkzoekende cursisten komen we tot onderstaande vaststellingen: Binnen de prepress zitten we met een sterke vertegenwoordiging van 25 tot 35-jarigen. Bij de drukkers blijkt 50% jonger dan 25 jaar te zijn. Bij de drukafwerking is dit percentage nog hoger; 57,10% is daar jonger dan 25 jaar. Voor onze arbeidsmarkt is dit een goede zaak. Gezien de vergrijzing van het grafisch technisch personeel, kunnen we jong aanstormend grafisch talent zeer goed gebruiken, zeker in functies als drukker en drukafwerker. We kunnen daarnaast vaststellen dat ook oudere werkzoekenden bereikt worden met grafische oplei- dingen. 7,20% van onze werkzoekende cursisten zijn in totaal ouder dan 45 jaar; 4,30% is zelfs ouder dan 50 jaar. 67,10% van de totale groep aan werkzoekende cursisten in grafische opleidingen zijn mensen jonger dan 35 jaar. Geslacht werkzoekende cursisten Leeftijden werkzoekende cursisten per opleiding & totaal Leeftijd prepress druk drukafw. Totaal <25j 23,50% 50% 57,10% 31,40% 25-35j 45,10% 16,70% 0% 35,70% 35-45j 23,50% 33,30% 28,60% 25,70% >45j 3,90% 0% 0% 2,90% >50j 3,90% 0% 14,30% 4,30% De werkzoekendenopleidingen drukken en drukafwerking trekken weinig tot geen vrouwen aan. ” “
  37. 37. De voordeur naar het grafische38 Leeftijden werkzoekende cursisten per opleiding & totaal Duur werkloosheid werkzoekende cursisten bij volgen cursus d. Gezondheid Van de werkzoekende cursisten geeft 10% aan over een Vlaams fondsnummer te beschikken. Uit deze cijfers blijkt duidelijk de toegankelijkheid van de grafische sector voor arbeidsgehandicapten. De grafische sector is laagdrempeliger dan men in eerste instantie zou denken. e. Werkzaamheid en diploma Binnen deze rubriek willen we informatie verzamelen over de schoolse en professionele achtergrond van onze cursisten. We willen in de kijker plaatsen hoe lang onze grafische cursisten gemiddeld werkloos zijn. Onderstaande grafiek geeft daarvan een overzicht per opleiding. We kunnen stellen dat binnen deze referentiegroep men- sen die kiezen voor een prepressopleiding of een opleiding drukafwerking soms wat langer werkloos zijn vooraleer ze die stap zetten. De drukkers in opleiding hebben eerder in de werkloosheidsperiode (over het algemeen binnen het eerste jaar) de stap gezet naar een drukopleiding. Richtingoverschrijdend blijkt dat werkzoekenden over het algemeen binnen het eerste jaar van hun werk- loosheid de keuze maken voor een grafische opleiding. 60,70% van de werkzoekende cursisten is binnen het eerste jaar van werkloosheid aan de opleiding begonnen, 36,10% van de cursisten, binnen de 6 maan- den en 4,30% zelfs binnen de eerste maand. Let wel: op het moment van de enquête waren er nagenoeg geen wachtlijsten voor de VDAB opleidingen. Hoelang werkloos prepress druk drukafw. < 1m 2% 9,10% 14,30% 1-3m 17,60% 18,20% 0% 3-6m 13,70% 27,30% 14,30% 6-12m 25,50% 27,30% 14,30% 1-2j 23,50% 9,10% 42,90% > 2j 17,60% 9,10% 14,30%
  38. 38. De voordeur naar het grafische 39 Daarnaast peilden we in de enquête ook naar het opleidingsniveau van de verschillende cursisten. Gezien we bij drukken en afwerken een relatief kleine referentiegroep hebben is enige voorzichtigheid geboden bij de relatieve cijfers per richting. We kunnen statistisch gezien niet zeggen dat deze procentuele verdeling indicatief is voor alle cursisten drukken en afwerken doorheen de tijd. Vermoedelijk moet het overgewicht bij drukken en drukafwerking liggen bij BSO, TSO, BuSO, geen diploma en KSO. In totaliteit zien we dat het TSO-diploma en het Hogeschooldiploma in het oog springt. Het hogere cijfer van Hogeschool-diploma is te wijten aan het feit dat de opleidingen prepress meer cursisten telde en dat deze opleidingen toeleiden tot bediendenfuncties en daardoor ook hoger geschoolde cursisten aantrekken dan de opleiding druk en drukafwerking. Naar diploma kunnen we de werkzoekende grafische cursisten indelen al volgt: 1,9% van de bevraagde werkzoekenden heeft een diploma lager onderwijs en eenzelfde percentage van de werkzoekende cursisten heeft een BuSO-diploma. 30,7% bezit een TSO of BSO-diploma. 13,4% heeft een ASO-diploma. 42,30% van het totaal aan werkzoekende cursisten is in het bezit van een hogeschooldiploma en 7,7% van een universitair diploma. Dat houdt in dat de helft van de werkzoekende cursisten in een grafische omscholing in het bezit is van een hoger diploma. Deze cijfers zijn gedeeltelijk te verklaren door het feit dat de prepressopleidingen gericht zijn op bediendefuncties en met name meer hoger geschoolde werkzoekenden aantrekken dan de opleidingen drukken en afwerken. Wanneer we inhoudelijk een blik werpen op de diploma’s, dan stellen we vast dat 42,3% van de bevraagde cursisten die momenteel in een grafische opleiding zit als werkzoekende reeds een grafische vooropleiding gehad heeft, hetzij op secun- dair niveau, hetzij tijdens de hogere studies. We kunnen dan ook stellen dat de keuze voor een grafische opleiding gedeeltelijk gestoeld is op het reeds vertrouwd zijn met de grafische sector. Een belangrijk aandeel van de in ons onderzoek bevraagde cursisten in het voorjaar van 2008, bleek een grafisch beroep uitgevoerd te hebben vooraleer ze in de opleiding terecht kwamen. Van de cursisten in prepress, merkten we dat 28,60% van het totaal aantal prepresscursisten reeds een grafische job uitvoerde voor de start van de opleiding, waarvan het merendeel in een bediendenjob. Bij de cursisten-drukkers blijkt 57,10% van de kandidaat-drukkers voordien reeds een grafische functie uitvoerden als arbeider. Lager onderwijs 1,9% Hogeschool 42,30% BuSo 1,90% Universiteit 7,70% TSO/BSO 30,70% KSO 1,90% Hoger opgeleid 50% ASO 13,40% Grafische vooropleiding 42,30% Diploma werkzoekende cursisten Verdeling cursisten naar diploma en vooropleiding
  39. 39. De voordeur naar het grafische40 HOE? Nu we weten wie in onze grafische werkzoekendentrainingen aanwezig is, is het van belang na te gaan hoe die werkzoekenden tot deze opleidingskeuze gekomen zijn. Met andere woorden, welke kanalen leiden het meest toe naar de grafische opleidingen voor werkzoekenden? Via welke kanalen informeerde de werkzoe- kende zich om zijn of haar uiteindelijke opleidingskeuze te maken? Het overgrote deel van de cursisten (48,80%) geeft aan tot de opleiding gekomen te zijn via de website van de VDAB. Een ander relatief populair kanaal zijn de brochures van de VDAB (11%). Ook de werkwinkels zijn goed voor 7,30%. 3,70% ontving een gepersonaliseerde brief of werd telefonisch of via mail gecontacteerd. 4,90% leerde de grafische opleiding kennen tijdens een opendeurdag van het competentiecentrum. 24,40% van de cursisten geeft echter aan dat een andere informatiebron ertoe bijdroeg tot de keuze van de grafische omscholing. Het merendeel van de werkzoekenden schuimde het internet af en stootte zo op de opleiding. (6,10%). Maar een grote succesfactor blijft toch ook de mond-aan-mondreclame. Maar liefst 11% wijst erop dat ze de opleiding louter via kennissen of ex-VDAB-cursisten leerden kennen en zo de keuze maakten voor een grafische opleiding. Andere, iets minder frequente kanalen zijn: de 50+-begeleiding in de 50+Club, het doen van een interim in de grafische of het reeds gewerkt hebben in een andere afdeling van een grafisch bedrijf. De rol van de werkwinkels in het doorverwijzen van werkzoekenden naar de juiste loopbaan is niet te on- derschatten. De consulenten van de werkwinkels krijgen dagelijks een heel uiteenlopende reeks van werk- zoekenden over de vloer en gericht advies geven over alle mogelijke jobs op de arbeidsmarkt is niet steeds een evident verhaal. 61,40% van onze werkzoekende cursisten gaf in de bevraging te kennen dat ze vóór de opleiding contact hadden met een werkwinkel. 46,50% van die groep geeft aan dat ze het in het gesprek over hun toekomstige loopbaan gehad hebben over de grafische sector als optie. We kunnen hieruit con- cluderen dat het overgrote deel van de cursisten eerder op eigen initiatief koos voor de grafische opleiding, eerder dan gericht gestuurd te zijn door de werkwinkels. Wat hiervan de oorzaak is, zal in een bevraging van de werkwinkels duidelijk worden. Informatiekanalen opleidingskeuze werkzoekenden Hoe kwamen werkzoekende cursisten tot de opleidingkeuze?
  40. 40. De voordeur naar het grafische 41 WAAROM? We weten nu langs welke weg de werkzoekenden zijn ingestroomd in de grafische opleidingen. Toch is het opmerkelijk dat er een vrij lage instroom is in onze werkzoekenden opleidingen. Vooraleer we dieper ingaan op de redenen waarom werkzoekenden uiteindelijk wel voor een grafische bij- of omscholing kozen, gaan we na waarom volgens werkwinkelconsultenten en consulenten van 50-plusclubs zo weinig gekozen wordt voor een grafische opleiding bij de werkzoekenden. Waaraan ligt het nu precies dat er zo weinig voor het grafisch beroep wordt gekozen? Naar het aanvoelen van de consulenten zijn de voornaamste redenen de volgende: ➔ werkzoekende denkt dat er te weinig vacatures zijn op de grafische arbeidsmarkt (42,74%) ➔ de grafische sector is de werkzoekende totaal onbekend. (34,68%) 18,55% van de consulenten wijst ook op andere onderliggende tegenargumenten: ➔ de werkzoekenden denken dat de lat binnen grafische bedrijven te hoog ligt om toegelaten te worden. ➔ de opleidingen zijn enkel in opleidingscentra in Turnhout en Brugge mogelijk en dat is te ver voor de meeste werkzoekenden ➔ er zijn te lange wachttijden voor bepaalde grafische opleidingen ➔ de werkzoekende ziet het werken tegen stresserende deadlines, het avondwerk, ploegwerk en de onregelmatige uren niet zitten Argumenten tegen een keuze voor een grafische opleiding (volgens werkwinkelconsulenten) grafische leerkrachten grafische leerkrachten Werkzoekenden vinden de weg naar de grafische werkzoekendenopleidingen in hoofdzaak via de website van de VDAB. ” “
  41. 41. De voordeur naar het grafische42 Bekijken we de werkzoekenden die wel in onze grafische opleidingen zijn terechtgekomen. Om welke reden(en) kozen zij uiteindelijk voor een grafische opleiding? We vroegen het de 70 cursisten en kwamen tot volgende vaststellingen: Algemeen gezien geven de grafische cursisten als totaalgroep aan dat ze volgende elementen het belang- rijkst vonden in hun opleidingskeuze: 1. De grafische sector is een goed betaalde sector. 2. Het creatief bezig zijn in de grafische sector. 3. Drukwerk is overal te vinden. Wanneer we alle resultaten van de bevraging rond dit onderwerp bekijken van de doelgroep in zijn totaliteit, dan komen we tot onderstaande resultaten: Reden opleidingskeuze werkzoekenden
  42. 42. De voordeur naar het grafische 43 Bij ‘andere’ werden door de cursisten de volgende onderliggende drijfveren vernoemd: • Ik wil terug inpikken op mijn studies die ik reeds deed binnen de grafische, • Een grafische opleiding biedt veel mogelijkheden nadien, • Ik wil mijn grafische vakkennis uitbreiden. We vroegen ook de grafische instructeurs in de drie opleidingscentra, die dag in dag, uit in contact staan met de werkzoekende cursisten, welke redenen volgens hen ten grondslag lagen aan de opleidingskeuze van hun cursisten. Hieronder nemen we hun rangorde op. De absolute nummer één is volgens de instruc- teurs dat de cursisten creatief willen bezig zijn. Op nummer 2 komt het feit dat de grafische sector een mo- derne, hoogtechnologische sector is en tot slot hebben we op de derde plaats het feit dat drukwerk overal te vinden is en cursisten het leuk vinden om aan de productie van kranten of boeken en dergelijke mee te werken die ze achteraf nog kunnen tegenkomen. De grafische instructeurs blijken hun cursisten relatief goed te kennen, maar zijn blijkbaar niet echt op de hoogte van het feit dat de loonsverwachtingen ook zo’n grote rol spelen in de beslissing voor een grafische opleiding, gezien ze die pas in 8ste positie plaatsen en werkzoekenden het zelf aangeven als de absolute nummer 1 reden. 1. Wil een creatief beroep leren en creatief bezig zijn. 2. Grafische sector is een moderne, technologisch geavanceerde sector. 3. Drukwerk is overal te vinden en wil meewerken aan de productie van kranten, boeken,… 4. Cursist kent iemand die in een grafisch bedrijf werkt of gewerkt heeft. 5. Goede arbeidsomstandigheden, jobs in de grafisch sector zijn aangenaam, binnen, proper, niet te arbeidsintensief, etc. 6. Door ruim aanbod aan vacatures is de cursist zeker van een job na afloop van de opleiding. 7. Kent een grafisch bedrijf waar hij/zij graag aan de slag wilt. 8. De grafische sector is een goed betalende sector 9. Andere: De werkzoekende werd door de VDAB opgeroepen om zich in te schrijven in een omscholingstraject als werkzoekende of de werkzoekende wil terug inpikken op de studies die hij/zij reeds deed binnen de grafische. 10. Zomaar, geen specifieke reden. Tot slot vroegen we ook de consulenten van werkwinkels en 50-plusclubs een zicht te geven op de volgens hen voornaamste redenen waarom een leerling koos voor een grafische studierichting in secundair. Wat was voor de werkzoekende cursisten de achterliggende reden om een grafische opleiding te volgen? We vroegen het de consulenten in de verschillende werkwinkels en 50-plusclubs en zij duiden op de vol- gende 3 voornaamste redenen: 1. Wil een creatief beroep leren en creatief bezig zijn, 2. Kent een grafisch bedrijf waar hij/zij graag aan de slag wil, 3. Zomaar, geen specifieke reden. Reden opleidingskeuze werkzoekenden (volgens instructeurs)
  43. 43. De voordeur naar het grafische44 De consulenten geven ook een andere reden aan als onderliggende stimulans voor de opleidingskeuze, namelijk: specialisatie of uitbreiding praktische kennis na de reeds gedane grafische studies. Wanneer we alle resultaten van de bevraging rond dit onderwerp in hun totaliteit bekijken, dan komen we tot onderstaande resultaten: WAT? Tot slot grasduinen we nog even in de specifieke opleidingen die gekozen werden door de werkzoekenden. We merken in één oogopslag dat de drukvoorbereiding met kop en schouders boven de andere opleidingen uitsteekt qua aantal cursisten. Dit wijst duidelijk op een zekere populariteit van het prepressgebeuren. Anderzijds moet ook vermeld worden dat de beide andere opleidingen moeilijk gegeven kunnen worden in grote groepen, gezien de praktisch-technische oriëntering van de opleidingen. Dit verklaart mede het lagere cursistenaantal bij de werkzoekenden. Onderstaande cijfers dienen dus met andere woorden genu- anceerd te worden in dit opzicht. ➔ 72,90% van de werkzoekende cursisten koos voor een prepressopleiding (bij VDAB Heverlee of VDAB Turnhout), ➔ 17,10% van de werkzoekende cursisten koos voor een drukopleiding (bij VDAB Turnhout of Syntra West Brugge), ➔ 10% van de werkzoekende cursisten koos voor een opleiding drukafwerking (bij VDAB Turnhout of Syntra West Brugge). Reden opleidingskeuze werkzoekenden (volgens werkwinkelconsulenten) Verdeling opleidingen
  44. 44. De voordeur naar het grafische 45 1.2. De drempel op... Uitstroom uit het grafisch onderwijs en de grafische opleidingen In dit punt willen we nagaan in hoeverre leerlingen, studenten en werkzoekenden na afloop van hun studie of opleiding ook effectief instromen in onze grafische sector. Zeer belangrijk hiervoor was de inbreng van de oud-leerlingen en de oud-studenten. Maar ook leerlingen, studenten en werkzoekenden vroegen we tijdens hun studie of opleiding of ze van plan waren nadien aan de slag te gaan binnen de printmedia sector en om welke redenen al dan niet. We bekijken hieronder per doelgroep de resultaten. 1 | GRAFISCH ONDERWIJS In eerste instantie werpen we een blik op de resultaten van de overgangsjaren van het secundair onder- wijs. 4de jaar TSO-BSO Aan deze groep leerlingen vragen of ze volgend jaar in de sector gaan werken was natuurlijk moeilijk, gezien ze nog een aantal jaren school voor de boeg hebben. Daarom vroegen we hen of ze na afloop van het schooljaar verder zouden studeren in een grafische richting. 90% van de leerlingen in het 4de jaar TSO of BSO geeft aan van wel. 10% zal er echter voor kiezen een andere richting in te slaan, wat toch een niet te onderschatten percentage is.
  45. 45. De voordeur naar het grafische46 6de jaar TSO-BSO Wanneer we de 6de jaars TSO en BSO vroegen wat ze na afloop van het schooljaar 2007-2008 zouden doen, kwamen we tot volgende resultaten. Ongeveer 40% zal verderstuderen in het grafische, na het afstuderen in het secundair. Opvallend is dat 20% verder wil studeren in een andere richting, die niets te maken heeft met het grafische. Daarna zijn de antwoorden meer verdeeld. De som van diegenen die in het grafische gaan werken, bedraagt 15%. De som van diegene die niet in het grafische gaan werken, bedraagt 10%. Vijf procent staat open voor om het even welke job en het maakt niet uit in welk bedrijf. 40% van de leerlingen geeft aan het daaropvolgende jaar nog een 7de jaar grafische of een grafische bacheloropleiding te gaan doen. Wanneer leerlingen in het 6de jaar kiezen voor een verder ‘verblijf’ binnen de grafische wereld, dan doen ze dit om onderstaande redenen: 1. Drukwerk is overal aanwezig in het dagdagelijkse leven, je hebt er overal mee te maken, 2. De grafische sector is een moderne, hoogtechnologische sector, 3. Grafische jobs zijn goed betaald.
  46. 46. De voordeur naar het grafische 47 Wanneer ze echter resoluut niet kiezen voor het grafische (hetzij een verdere studie of een job) na hun 6de jaar (en dan hebben we het over een dikke 25% van de bevraagde 6de jaars), dan doen ze dit om onder- staande redenen: 7de jaar TSO-BSO Wanneer we de 7de jaars TSO en BSO vroegen wat ze na afloop van het schooljaar 2007-2008 zouden doen, kwamen we tot volgende resultaten: 27% van de leerlingen heeft na het 7de jaar al oog op een concrete job in een grafisch bedrijf. Bijna evenveel leerlingen (25%) zal na afloop van het schooljaar aan de slag gekund hebben in een niet-grafisch bedrijf. 14% van de leerlingen geeft aan straks een andere studierichting in te slaan dan de grafische, 7% wil eerst nog een ander beroep aanleren alvorens op zoek te gaan naar een job en 3% geeft aan liever niet in een grafisch bedrijf aan de slag te willen. In totaal gaan dus 24% van de 7de jaars niet verder in de grafische wereld.
  47. 47. De voordeur naar het grafische48 Wanneer leerlingen in het 7de jaar kiezen voor een verder ‘verblijf’ binnen de grafische wereld, dan doen ze dit om onderstaande redenen: 1. De grafische sector is een moderne, hoogtechnologische sector, 2. Grafische jobs zijn goed betaald, 3. De grafische sector heeft een positief imago. (licht, proper werk in goede en gezonde arbeidsomstandigheden) Wanneer leerlingen in het 7de jaar er resoluut voor kiezen een andere weg in te slaan dan die van het gra- fische, en dan hebben we het over een kleine 25%, dan is dat voor onderstaande redenen: De voornaamste reden is omdat de leerling uitgekeken is op het grafische (40%). 15% kiest niet voor het grafische omdat er te weinig vacatures openstaan. Om een zicht te krijgen op hoe vaak het gebeurt dat leerlingen niet het volledige traject van de grafische studie in het secundair afmaken, vroegen we de grafische leerkrachten hoe vaak het voorkwam naar hun gevoel dat leerlingen afhaakten tijdens hun studie en wat volgens hen de oorzaak daarvoor was. Geen enkele leerkracht zegt dat er nooit een leerling afhaakt tijdens het schooljaar. 29% van de leerkrach- ten zegt dat leerlingen zelden afhaken. 43% van de leerkrachten zegt dat leerlingen af en toe afhaken. Tot slot zegt 28% van de leerkrachten dat leerlingen vaak afhaken.
  48. 48. De voordeur naar het grafische 49 De vraag naar de oorzaak, waarom leerkrachten denken dat grafische leerlingen afvallen, is gesteld aan de hand van een rangvolgorde. 1. Andere: schoolmoe zijn. 2. Te weinig verstandelijke capaciteit, waardoor de opleiding te moeilijk is. 3. Inhoud van de opleiding spreekt niet aan, wil een andere richting uit. 4. Te weinig praktische behendigheid en vaardigheid, waardoor de praktijkoefeningen te moeilijk zijn. 5. Te veel theorie. 6. Werk gevonden. 7. Leert te weinig bij, weet er al veel over. 8. Locatie van de school is moeilijk bereikbaar, zoekt school dichterbij. 9. Ziet de stage niet zitten. Laten we kijken naar de reële percentages. Hoe vaak stromen leerlingen na een secundaire studierichting nu daadwerkelijk binnen in onze sector? We vroegen het de oud-leerlingen TSO-BSO. Oud-leerlingen TSO-BSO 39% van de bevraagde oud-leerlingen werkt intussen in een grafisch bedrijf. 22% van de oud-leerlingen is aan het werk, maar niet in een grafisch bedrijf. 20% van hen studeert momenteel verder in een grafische hogeschool en 19% studeert verder in een niet-grafische school. Dat betekent dat 41% van de leerlingen ervoor koos weg te wandelen van de grafische wereld. 59% bleef in de grafische wereld hangen. De 39% oud-leerlingen die momenteel een grafische job beoefent vroegen we op welke manier ze hun huidige job te pakken kregen. De grootste groep geeft een andere reden aan dan de door ons opgesomde. Deze zijn spontane sollicitatie, werken bij familie of zelfstandig zijn. Via het interimkantoor ging 21% van de oud-leerlingen aan de slag in de grafische sector en 17% bleef hangen in het bedrijf waar ze ervoor als leerling stage hadden gedaan. 14% van de oud-leerlingen kende het bedrijf waar ze momenteel aan de slag zijn via een persoonlijke weg (familie of kennissen).
  49. 49. De voordeur naar het grafische50 Wanneer de oud-leerling koos voor een grafische job, wat was daarvoor dan voor hem of haar de meest doorslaggevende reden? 1. Drukwerk is overal aanwezig in het dagdagelijkse leven, je hebt er overal mee te maken, 2. Andere reden: uit passie, logische keuze, uit interesse en omdat er sommigen ermee zijn opgegroeid, 3. De grafische sector is een moderne, hoogtechnologische sector. De 22% leerlingen die aan de slag zijn in een niet-grafische onderneming, vroegen we waarom ze die keuze hadden gemaakt. 1. Andere reden: omdat de oud-leerling verder studeert, gezondheidsredenen en uit interesse voor een andere sector, 2. Weinig vacatures en werkgelegenheid in de grafische sector, 3. Ik had al oog op een job in een niet-grafisch bedrijf. Belangrijk om aan te geven is ook dat 13% van de oud-leerlingen die niet in een grafisch bedrijf werkzaam zijn, aangeven dat voor hen de voornaamste reden was dat ze iemand kenden die negatieve ervaringen had in de sector. Dit heeft een pak oud-leerlingen ervan weerhouden te kiezen voor een grafische job in de grafische sector. De impact van mond-aan-mondreclame, of in dit geval ‘anti-reclame’ mag dus niet onderschat worden.
  50. 50. De voordeur naar het grafische 51 We bekijken ook het bachelor landschap. Hoe zit het daar met de uitstroom na afloop van de studie? Studenten grafische bachelor Wat waren de studenten van plan na het afronden van hun academiejaar (2007-2008)? 55% kiest ervoor verder te studeren na hun jaar, wat niet abnormaal is, gezien 2/3 van de respondenten 1ste en 2de jaarsstudenten waren. 10% wil specifiek een job naar keuze zoeken binnen een grafisch bedrijf. 10% is niet op zoek naar een job. Studenten hebben geen interesse in een job binnen een niet-grafisch bedrijf. Ook niet om een ander beroep te leren en 10% is nog niet op zoek naar een job. 4% geeft aan liever niet aan de slag te willen in een grafisch bedrijf en 8% wil verderstuderen in een andere richting. 12% van de studenten willen dus liever een andere weg inslaan dan die van de grafische. Wanneer studenten ervan overtuigd zijn een job in de grafische sector te gaan zoeken, waarom doen ze dat dan. Volgens de onderstaande resultaten moeten we aannemen dat ze dat dan doen omdat: 1. De grafische een modern, hoogtechnologische imago heeft (23%), 2. Drukwerk is overal aanwezig in het dagdagelijkse leven (25%), 3. Veel vacatures op de arbeidsmarkt 13%).
  51. 51. De voordeur naar het grafische52 We vroegen de 12% studenten die een andere weg wilde inslaan dan het grafische qua studie- of werk- keuze, wat daarvoor de onderliggende reden was. Hieronder de top 3: 1. Uitgekeken op de grafische sector, 2. De sector is te onbekend, 3. Weinig vacatures en werkgelegenheid // grafische sector is slecht betaald. Om een zicht te krijgen op hoe vaak het gebeurt dat studenten niet het volledige traject van de gra- fische studie op de hogeschool afmaken, vroegen we de grafische docenten in de Arteveldehogeschool te Mariakerke en Artesis te Turnhout hoe vaak het voorkwam naar hun gevoel dat studenten al of niet noodgedwongen afhaakten tijdens hun studie en wat volgens hen de oorzaak daarvoor was. Alle docenten antwoordden hierop ‘vaak’. Hieropvolgend vroegen we de docenten waaraan dit te wijten is en kregen volgende rangorde: 1. Te weinig verstandelijke capaciteit, waardoor de opleiding te moeilijk is. 2. Te veel theorie. 3. Te weinig praktische behendigheid en vaardigheid, waardoor de praktijkoefeningen te moeilijk zijn. 4. Ziet de stage niet zitten. 5. Inhoud van de opleiding spreekt niet aan, wil een andere richting uit. 6. Werk gevonden. 7. Leert te weinig bij, weet er al veel over. 8. Locatie van de school is moeilijk bereikbaar, zoekt school dichterbij. 9. Andere redenen.
  52. 52. De voordeur naar het grafische 53 Laten we op basis van de antwoorden van de bevraagde oud-studenten kijken naar de juiste uitstroomcijfers. Oud-studenten grafische bachelor 64% van de bevraagde oud-studenten is momenteel werkzaam in de grafische sector. 36% van de vroegere studenten niet. De oud-studenten die momenteel werkzaam zijn in de grafische sector vroegen we via welke weg ze hun huidige job te pakken hebben gekregen. We zien dat 29% gecontacteerd werd door de werkgever zelf. Ongeveer 24% heeft een andere reden, deze zijn: ➔ Zelfstandig geworden, ➔ Via een kennis. Wanneer de oud-student koos voor een grafische job, wat was dan voor hen de meest cruciale reden? 1. Andere: uit passie en interesse, 2. Drukwerk is overal aanwezig in het dagdagelijkse leven, 3. De grafische sector is een moderne, hoogtechnologische sector.
  53. 53. De voordeur naar het grafische54 De 36% oud-leerlingen die niet in een grafisch bedrijf zijn terechtgekomen, vroegen we of daar een speci- fieke onderliggende reden voor was. 1. Andere: - De oud-student wil nog een andere opleiding studeren, - Voert een gelijkaardige job uit maar niet in een grafisch bedrijf (vb. programmeur), - Volgens iemand is de grafische sector een mannenwereld, 2. Al oog op een job binnen een niet-grafisch bedrijf, 3. Weinig vacatures en werkgelegenheid. 2 | GRAFISCHE OPLEIDINGEN VOOR WERKZOEKENDEN Na het luik onderwijs (secundair en hogeschool), richten we de schijnwerpers op de werkzoekendenop- leidingen. Waar willen de werkzoekenden in een grafische opleiding na afloop van hun opleidingstraject naartoe? Waarom blijven zij al dan niet in de printmedia industrie? Werkzoekenden In het investeren in opleidingen om mensen om te scholen naar de knelpuntberoepen, staat als voorwaarde voorop dat werkzoekenden ook na afloop van hun opleiding instromen in die functies op de arbeidsmarkt. We zagen reeds dat heel wat redenen aan de grondslag kunnen liggen voor de keuze van een grafische op- leiding. De meeste grafische cursisten lieten hun oog vallen op de grafische sector omwille van het imago van een goed betalende sector, die overal terug te vinden is en waar men creatief werk kan doen. Zullen de initiële drijfveren om zich in de grafische sector om te gaan scholen, na afloop van de opleiding ook de drijfveren zijn om uiteindelijk in de grafische sector aan de slag te gaan?
  54. 54. De voordeur naar het grafische 55 Vooreerst nemen we een kijkje hoeveel van de cursisten na afloop van de opleiding wil gaan werken in de grafische sector zelf. Het gaat hierbij om 93,4%. Slechts 6,6% signaleert redenen te hebben om niet in de grafische sector van start te gaan na de opleiding. De voornaamste redenen voor de cursisten om ook na de opleiding aan de slag te proberen gaan in de grafische sector zijn de volgende: 1. Drukwerk is overal terug te vinden in het dagdagelijkse leven, 2. De grafische sector is een moderne geavanceerde en hoogtechnologische industrie, 3. De grafische sector een positief imago kent gezien het om proper en geen fysiek te zwaar werk gaat. Heel wat cursisten geven ook te kennen dat ze reeds een grafisch bedrijf kennen waar ze graag aan de slag zouden gaan na afloop van de opleiding. Slechts enkele cursisten geven aan dat ze bewust niet zullen kiezen om in de grafische sector aan de slag te gaan en dit voornamelijk om volgende redenen: 1. Grafische jobs zijn slecht betaald, 2. Weinig vacatures en werkgelegenheid, 3. Sector is te onbekend. Maar hoe ver staan de plannen bij de cursisten nu eigenlijk effectief? 17,10% van de bevraagde werkzoe- kenden heeft al tijdens de opleiding oog op een concrete job bij een grafisch bedrijf. 52,90% van de werk- zoekenden heeft nog geen oog op een specifieke job, maar gaat wel gericht op zoek naar een grafische job binnen de grafische sector. 18,60% vermeldt dat ze het liefst in een grafisch bedrijf zouden willen werken maar dat het hen eender is in welk type functie. 4,30% wil eender welke job in eender welke onderneming. 1,40% wil liever niet in een grafisch bedrijf werken, maar wel in een ander type onderneming. 4,30% is nog niet op zoek naar een job en 1,40% wil liever eerst nog iets anders gaan leren alvorens op zoek te gaan naar een job. 93,4% van de werkzoekende grafische cursisten wil achteraf ook daadwerkelijk aan de slag binnen de printmedia sector. ” “
  55. 55. De voordeur naar het grafische56 We analyseerden hieronder de antwoorden per opleiding naast de overkoepelende percentages. We vroegen de grafische instructeurs in VDAB Turnhout, VDAB Heverlee en Syntra West Brugge eens hoe vaak de werkzoekende cursisten afhaken gedurende het opleidingstraject. Haken werkzoekende cursisten makkelijk af tijdens de grafische opleiding en gebeurt het met andere woorden vaak dat werkzoekenden hun omscholing stopzetten? 14,29% van de instructeurs meent van wel. 42,86% van de instructeurs houdt het op ‘af en toe’. 42,86% van de instructeurs zegt dat het zelden gebeurt en geen van alle instructeurs zegt dat het nooit gebeurt dat mensen de opleiding stopzetten. De instructeurs geven dus aan dat ze toch wel af en toe eens afvallers in hun cursistengroepen hebben. We vroegen hun of zij een zicht hadden op de redenen voor dit vroegtijdig stopzetten van de opleiding. Samengevat en over de verschillende opleiding heen kunnen we volgend gewicht geven aan de opgesomde redenen voor het stopzetten van de grafische werkzoekendeopleiding: 1. De cursist heeft werk gevonden, 2. De cursist beschikt niet over de nodige verstandelijke capaciteiten om te kunnen volgen, 3. De cursist had andere verwachtingen van de opleiding, 4. De cursist beschikt over te weinig praktische handigheid, 5. Teveel theorie in de opleiding, 6. De locatie van het opleidingscentrum is ongunstig voor de cursist, 7. De inhoud van de opleiding spreekt de cursist niet aan, 8. De duur van de opleiding is te lang, 9. De cursist weet al teveel, 10. Andere reden, 11. De cursist ziet de stage niet zitten. Het is natuurlijk een goed signaal te merken dat de meest voorkomende reden van het stopzetten van de grafische omscholing het vinden van werk is. De tweede en derde plaats worden echter door een stel onrust- wekkende redenen ingenomen. Kunnen we aannemen dat onze grafische opleidingen te weinig toegankelijk zijn voor laaggeschoolden? En hoe komt het dat werkzoekenden vaak met andere verwachtingen beginnen aan het opleidingstraject en dan merken dat hun beeld op de opleiding niet helemaal klopt?
  56. 56. Het competentiedenken in de grafische sector 57 Het competentiedenken in de grafische sector Bedrijven ondervinden vandaag de dag meer dan ooit het belang van anders te gaan denken over hun personeelsbeleid. Mee-evoluerend met een snel veranderende economie en technologie, op een markt die gekenmerkt wordt door een steeds grotere mobiliteit en internationalisering, voelen bedrijven aan den lijve de noodzaak om zich wendbaarder en flexibeler te gaan opstellen. Sleutelen aan processen, structuren en infrastructuur brengt ons vandaag de dag niet ver genoeg om strategisch concurrentieel te blijven. Men begrijpt dat de uiteindelijke meerwaarde van een bedrijf zit in dat andere kapitaal dat een onderneming bezit, namelijk het menselijk kapitaal. Het is met het kennen en het kunnen en de persoonlijkheden van de werknemers dat je als bedrijf het verschil kan maken. Competentiemanagement is een manier om een zicht te krijgen op dit kennen en kunnen, ofwel de ‘competenties’ van de medewerkers. Het invoeren van een competentiebeleid in een organisatie zorgt voor een gestructureerd personeelsbeleid dat vertikaal geïntegreerd zit in de missie, visie en de bedrijfs- strategie en deze dus mee ondersteunt en horizontaal geïntegreerd zit in alle HR-processen. Zo bekom je als organisatie structuur en objectiviteit in: - het recruteringsbeleid - het onthaalbeleid - het opleidingsbeleid - het loopbaanbeleid - het beloningsbeleid - het retentiebeleid In dit 3de onderdeel van de studie werpen we een blik op het grafische werkveld: de werkgevers en de werknemers (paritair comité 130). Een goed competentiebeleid begint met uitgeschreven competentieprofielen. Competenties zijn immers de gemeenschappelijke taal waarmee in alle takken van personeelsbeleid op een objectieve manier kan gesproken worden over vaardigheiden, kennis, kunde en attitude. Vaak heeft men in bedrijven al werk gemaakt van het opstellen van functieprofielen, waarbij vooral ge- keken wordt naar het WAT van een functie, de taken. Hiervan zegt 30% van de werkgevers dat ze deze in de onderneming hebben voor zowel arbeiders als bedienden. Zo’n 10% van de bedrijven heeft enkel functiebeschrijvingen voor de bedienden. Deze cijfers liggen verrassend laag. Meestal liggen de cijfers van competentieprofielen dan nog lager. hoofdstuk3 Functieprofielen in de grafische sector (volgens werkgevers) Beschikken jullie over uitgeschreven FUNCTIEPROFIELEN met taakbeschrijvingen voor elke functie op basis waarvan jullie de vacatures opstellen?
  57. 57. Het competentiedenken in de grafische sector58 Bij competentieprofielen wordt uitgegaan van het HOE van een functie, de vaardigheden, de kennis en attitude van werknemers binnen een bepaalde functie. De bedoeling van competentieprofielen is het be- schrijven van de competenties van medewerkers. Slechts 13,33% van de antwoordende bedrijven zegt competentieprofielen in de onderneming te hebben voor zowel arbeiders als bedienden. 13,33% zegt er enkel te hebben voor bediendenfuncties binnen de organisaties. Waarschijnlijk zullen in realiteit deze cijfers weer wat lager liggen, gezien het merendeel van de antwoordende bedrijven relatief groot was. Het feit dat 73,33% van de bedrijven geen competentieprofielen blijkt te hebben, wijst op nog heel wat werk binnen onze sector op vlak van sensibilisering rond competentiemanagement. Competentieprofielen in de grafische sector (volgens werkgevers) Beschikken jullie over uitgeschreven COMPETENTIEPROFIELEN met beschrijvingen van vereiste vaardigheden voor elke functie op basis waarvan jullie sollicitanten screenen? De uiteindelijke meerwaarde van een bedrijf zit in dat andere kapitaal dat een onderneming bezit, namelijk het menselijk kapitaal. “ ”
  58. 58. Het competentiedenken in de grafische sector 59 Ook bij navraag bij de werknemers blijkt competentiemanagement nog niet echt doorgedrongen te zijn. Slechts 8,86% van de werknemers geeft aan dat er voor zijn of haar functie een competentieprofiel is opge- steld. 29,11% zegt dat er geen competentieprofiel is opgesteld, maar wel een functiebeschrijving op basis van taken. 62,03% beschikt over geen van beiden. 3.1. Het recruteringsbeleid De grafische sector wordt vaak gezien als een krimpende sector. Automatisering en technologische evo- lutie van grafische apparatuur lijken aan de basis van het dalend aantal werknemers binnen de grafische sector te liggen. Toch stellen we vaak vast dat bedrijven op zoek zijn naar nieuwe al of niet technisch ge- schoolde werknemers. We gingen deze bevinding ook na bij werkgevers en vroegen hen of in de bedrijven momenteel, of in de nabije toekomst openstaande vacatures waren. Ondanks het feit dat de lancering van de enquêtes voor grafische werkgevers plaatsvond eind 2008 en voornamelijk begin 2009 werd ingevuld, in het midden van een economische crisis, wordt ons vermoeden inderdaad bevestigd. Ongeveer 30% van de bedrijven was begin 2009 op zoek naar mensen. 20% van de bedrijven zocht zelfs meer dan 1 nieuwe werknemer. 70% van de bedrijven was op het moment van de bevraging niet op zoek naar nieuwe medewerkers. Is er een competentieprofiel opgesteld? (volgens arbeiders) Instroombehoefte in de grafische sector (voorjaar 2009) (volgens werkgevers) meerdere vacatures één geen
  59. 59. Het competentiedenken in de grafische sector60 We stelden ons meteen de vraag in welke afdelingen mensen werden bijgezocht. Ondanks de crisis blijven er veelopenstaandevacaturesindrukkerijenpostpress,waartraditioneelalsindsjarenknelpuntberoepenzijn. Het interesseerde ons verder te achterhalen welke wervingskanalen door grafische bedrijven aangeboord werden in hun zoektocht naar nieuwe werknemers. De bevraging leverde volgende resultaten op: Verdeling openstaande vacatures per afdeling (volgens werkgevers) Gebruikte wervingskanalen (volgens werkgevers)
  60. 60. Het competentiedenken in de grafische sector 61 De populairste wervingskanalen zijn interimkantoren (35% van de bedrijven maakt van dit kanaal gebruik tijdens de zoektocht naar nieuw personeel) en de VDAB (30%). Ook interne werving (21,67%) waarbij wordt nagegaan welke werknemers intern eventueel willen en kunnen doorgroeien naar de openstaande functie, en scholen (21,67%) worden aanzien als aantrekkelijke wervingskanalen. Verrassend is dat slechts 10% van de grafische bedrijven de eigen website als communicatiekanaal ge- bruikt voor de verspreiding van de vacature. Dit terwijl de regionale krant zoals de Streekkrant of De Zon- dag wel nog door 16.67% van de bedrijven wordt aangewend voor de publicatie van vacatures. Vaak wordt binnen de grafische sector gezegd dat werknemers door concurrenten worden weggekaapt. Toch blijkt slechts 3,33% van de grafische bedrijven bij concurrenten op zoek te gaan naar werknemers. Verrassend is ook dat geen van de bedrijven contacten heeft of gehad heeft met outplacementkantoren voor het vinden van nieuwe kandidaten. Dit terwijl we midden in een economische crisis zaten tijdens de bevraging, waarbij honderden grafische werknemers door faillissementen, herstructurering of sluitingen in de werkloosheid terecht waren gekomen en opgevangen werden in outplacement. Voor GRAFOC ligt hier duidelijk nog een taak te wachten als bruggenbouwer. Temeer er tijdens de economische crisis toch nog steeds door 30% van de bedrijven werd gezocht naar nieuw personeel, rees de vraag op welke hindernissen grafische bedrijven precies stoten die hun zoektocht bemoeilijken. Knelpunten grafische bedrijven in hun zoektocht naar nieuw personeel (volgens werkgevers)
  61. 61. Het competentiedenken in de grafische sector62 31,67% van de reagerende bedrijven geeft aan dat er te weinig grafisch geschoold personeel te vinden is op de arbeidsmarkt, dit zelfs op het moment van een economische crisis. 26,67% van de bedrijven kampt met het probleem te weinig respons te krijgen op gepubliceerde vacatures. 25% van de bedrijven vindt dat het gros van de sollicitanten dat toch reageert uiteindelijk niet echt in aanmerking komt voor de openstaande functie omdat ze te weinig ervaring hebben of een verkeerde scholing. Schoolverlaters uit grafische rich- tingen zouden hier soulaas kunnen brengen, denken we dan. Maar helaas zegt 13,33% van de responden- ten hiervan dat ze te weinig ervaring hebben, geen realistische kijk op het grafische beroep hebben en onvoldoende voorbereid zijn om in een echt grafisch bedrijf te werken. We zagen dat 30% van de bedrijven beroep doet op de VDAB als wervingskanaal. 15% van de bedrijven echter blijft na de samenwerking met VDAB met het gevoel achter dat VDAB te weinig valabele kandidaten doorstuurt naar de grafische bedrijven. Ook interimkantoren en selectiebureau’s kennen de grafische sec- tor onvoldoende om de juiste kandidaten door te sturen, meent 10% van de bedrijven. 10% van de respon- denten vindt ook dat sollicitanten vaak onrealistische salarisvereisten hebben en eenzelfde aantal vindt dat vele kandidaten nog teveel opleiding nodig hebben om startklaar te zijn voor de openstaande functie. Uit de studie van oud-leerlingen en oud-studenten in grafische richtingen kregen we de bevestiging dat heel wat van de studenten achteraf in de grafische sector aan de slag gaan. Ook als we een blik wierpen op de educatieve achtergrond van onze huidige werknemers stelden we vast dat een aanzienlijk deel van hen een grafische opleiding genoot. Een faciliterend criterium om in te stromen in de grafische sector, kan dus zeker en vast een grafische opleiding genoemd worden. Maar dan hebben we het over het reguliere onderwijs. We stelden de werknemers ook de vraag hoeveel van hen via een werkzoekendenopleiding van de VDAB in de grafische terecht kwamen. Dit percentage blijkt eerder beperkt te zijn. Slechts 5,06% van de bevraagde werknemers heeft ooit een op- leiding als werkzoekende bij de VDAB gevolgd om dan in het grafische terecht te komen. (dit cijfer is echter deels te nuanceren gezien het beperkte aantal antwoorden) Percentage instroom via werkzoekendenopleidingen VDAB (volgens arbeiders)

×