kinderen, jongeren en gezinnen uit balans: Oplossingsgericht werken

2,345 views

Published on

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
2,345
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
80
Actions
Shares
0
Downloads
29
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

kinderen, jongeren en gezinnen uit balans: Oplossingsgericht werken

  1. 1. OPLOSSINGSGERICHT WERKEN & VEERKRACHT Kinderen, jongeren en gezinnen uit balans Ilse Mariën
  2. 2. Terugkoppeling naar opdracht • Laat voldoende ruimte voor sociale stadium • Breng niet te zeer zelf al een oplossing aan tijdens het eerste gesprek • Sommige vragen zijn niet meerzijdig partijdig, kunnen negatief aangevoeld worden • Vb waarom doet u niks met Noémi, waarom vindt u het zo moeilijk vrijheid te geven? • Vermijd gesloten vraagstellingen • Geef voldoende expliciet inzetserkenning • Sommige dingen zijn niet altijd makkelijk expliciet te vragen • Vb. bent u bereid te veranderen? • Breng het stuk van “veilig opgroeien” voldoende binnen
  3. 3. The pessimist sees difficulty in every opportunity The optimist sees opportunity in every difficulty W. Churchill
  4. 4. Focusing on the preferred future facilitates change in the desired direction. Therefore, focus on what you do want instead of what you don't want. Fredrike Bannink
  5. 5. Terminologie • Veerkracht • Resilience • Positieve therapie • Strengths based model • Oplossingsgericht werken
  6. 6. Veerkracht Vermogen om te overleven, herstellen, volhouden of zelfs te groeien na schokkende gebeurtenissen • Dit is niet aangeboren, geen karaktereigenschap • Je ontwikkelt dit naarmate je in gezin en gemeenschap de middelen daartoe vindt • Opdracht voor voorzieningen loslaten van probleemgerichte focus
  7. 7. Tekortkomingen van probleemgerichte benadering • Geen rechtlijnig verband tussen oorzaak en gevolg • Retrospectie houdt probleem in stand • Risicofactoren kennen heeft weinig nut bij preventie • Risicobenadering kan contraproductief zijn • Welzijn van hulpverleners • Overheidsbeleid
  8. 8. Stellingen in oplossingsgericht werken • De klasse van de problemen behoort niet tot de klasse van de oplossingen • De cliënt is de expert • Wat niet stuk is, moet je niet maken • Als iets (beter) werkt, ga er mee door • Uitzonderingen op de regel • Als iets niet werkt, doe dan iets anders
  9. 9. Tien uitgangspunten van oplossingsgericht werken 1. Weerstand is geen bruikbaar begrip 2. Er is altijd sprake van samenwerking 3. Verandering is onvermijdelijk 4. Slechts een kleine verandering is nodig 5. De meeste cliënten zijn al in het bezit van de hulpbronnen die zij nodig hebben om te veranderen
  10. 10. Tien uitgangspunten van oplossingsgericht werken 6. Problemen zijn niet-succesvolle pogingen om moeilijkheden op te lossen 7. Het is niet nodig veel over een probleem te weten om het te kunnen oplossen 8. De cliënt bepaalt het behandeldoel 9. De werkelijkheid wordt bepaald door de observator en de oplossingsgerichte HV neemt deel aan het scheppen van de werkelijkheid van het systeem waarmee hij werkt 10. Er zijn veel manieren om naar een situatie te kijken, alle even juist
  11. 11. De praktijk van de oplossingsgerichte gespreksvoering 1. Is er al verbetering opgetreden tussen de aanmelding en het eerste gesprek? Zo ja, vraag hier meer over, zo nee, ga naar vraag 2 2. Zijn er al uitzonderingen op het probleem te vinden? Zo ja, vraag daar meer over, zo nee ga naar vraag 3 3. Is er al een hypothetische oplossing te formuleren?
  12. 12. Zes belangrijke soorten vragen • De vraag naar verandering vòòr het eerste gesprek • De vraag naar het doel • Vb de wondervraag • De vraag : “en wat nog meer?” • Uitzonderingen • Schaalvragen • Gericht op motivatie, vooruitgang, vertrouwen • Vraag naar vaardigheden waarover de cliënt al beschikt
  13. 13. Verschillende cliënten • Bezoekers • “ik heb geen probleem” • Doorverwezen door anderen • Geen motivatie tot verandering van eigen gedrag • Ga ervan uit dat de cliënt goede redenen heeft om zo te denken • Onvoorwaardelijke acceptatie • Vraag wat cliënt zou willen • Erken het feit dat hij liever niet komt
  14. 14. Verschillende cliënten • Klagers • “ ik heb wel een probleem, maar ben geen deel van de oplossing” • Geeft wel info over probleem • Ziet zichzelf niet als deel van probleem of oplossing • Iets of iemand anders heeft schuld aan het probleem en moet veranderen • Erken het lijden van de cliënt • Richt blik naar momenten dat het probleem er (even) niet is • Vragen nodigen uit om over oplossingen en doelen te praten
  15. 15. Verschillende cliënten • Klanten • Zien zichzelf als deel van het probleem en/of oplossing • Gemotiveerd om tot gedragsverandering te komen • Minderheid aan het begin van een hulpverleningsproces
  16. 16. Opbouw oplossingsgericht werken WENS OF KLACHT UITZONDERINGEN HYPOTHETISCHE OPLOSSINGEN OPZETTELIJK SPONTAAN TAAK TAAK TAAK Doe er meer van ontdek er meer over doe er een stukje van
  17. 17. Verschil tussen oplossingsgericht werken en probleemgerichte benadering Probleemgericht oplossingsgericht Focus op gevoelens en emoties Focus op zien en doen Fouten zoeken is belangrijk Oplossingen ontwerpen is belangrijk Visie van cliënt deugt niet Visie van cliënt wordt gevalideerd Wiens fout is het? Wat vindt de cliënt dat er moet gebeuren Twijfel aan motivatie Motivatie wordt gezocht Verleden is belangrijk Toekomst is belangrijk Er zijn grote veranderingen nodig Kleine veranderingen zijn voldoende Het probleem is er altijd Het probleem is er nooit altijd Hulpbronnen moeten worden aangeleerd Nodige hulpbronnen zijn al aanwezig Theorie bepaald gesprek Cliëntbepaald gesprek
  18. 18. Theoretische achtergronden • Sociaal constructivisme • Het idee van het individu wat echt is ( dus ook het idee over de aard van zijn problemen, vaardigheden…) wordt geconstrueerd in communicatie met anderen • Hoe kan je als hulpverlener bijdragen aan de creatie van een nieuwe werkelijkheid van en voor de cliënt • Vermogen om te veranderen hangt dus samen met vermogen om dingen anders te zien
  19. 19. Theoretische achtergronden- vooronderstellingen • Oplossingsgericht werken spreekt meer de rechterhemisfeer aan • Bio-informatiemodel: nood aan contraconditionering van vroegere emotionele reacties
  20. 20. En hoe concreet naar veerkracht? • Verleg de focus van negatief naar positief • Ontwikkel of versterk een positieve omgeving • Koester hoge verwachtingen
  21. 21. Veerkracht-boomdiagram van Grotberg IK HEB IK BEN IK KAN Veerkracht Relaties met mensen die ik kan vertrouwen Structuur en regels thuis Rolmodellen Aanmoediging om autonoom te zijn Toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en veiligheid Beminnelijk en mijn temperament is aantrekkelijk Liefdevol, empathisch en altruïstisch Autonoom en verantwoordelijk Trots op mezelf Vol hoop, geloof en vertrouwen Goed communiceren Problemen oplossen Mijn gevoelens en impulsen controleren Relaties aangaan met mensen die ik kan vertrouwen Mijn eigen temperament en dat van anderen inschatten

×