Kinderen, jongeren en gezinnen uit balans lesdag 2

1,014 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,014
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
4
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Kinderen, jongeren en gezinnen uit balans lesdag 2

  1. 1. Theoretische modellen - lesdag 2 Kinderen, jongeren en gezinnen uit balans Ilse Mariën
  2. 2. H E T T G I - M O D E L Kinderen, jongeren en gezinnen uit balans
  3. 3. Wat hebben we vorige les gedaan?  Gezin als systeem  Ecologisch model van Belsky  Balansmodel van Bakker
  4. 4. Wat gaan we vandaag doen?  Hoe hulpverlenen aan gezinnen?  Model om gezin en hulpverlening in kaart te brengen  Stilstaan bij methodieken en attitude van hulpverlening
  5. 5. TGI-model  Ruth Cohn  Werken met groepen  Toepasbaar op verschillende contexten, niet gebonden aan bepaalde setting
  6. 6. Postulaten binnen het TGI-model  Wees je eigen leider Neem verantwoordelijkheid voor wat je doet en laat door na te gaan wat er speelt, innerlijk en in je omgeving. Iedere situatie is een mogelijkheid vanuit die verantwoordelijkheid beslissingen te nemen  Storingen hebben voorrang Let op hindernissen op je weg, op die van jezelf en op die van anderen. Storingen hebben defacto voorrang, zij vragen niet om toestemming: ze zijn er. Wees je bewust van belemmeringen die je ervaart en je handelen beïnvloeden. Dit vraagt om steeds vanuit verantwoordelijkheid keuzes te maken wat je over die storing naar buiten brengt. Cohn noemt dit ‘selectieve authenticiteit’ Bron theorie TGI-model: www.tgi-forum.com
  7. 7. ik wij het thema context
  8. 8. Uitwerking TGI-model  Ik: verschillende individuen, gezinsleden, teamleden  Wij: cohesie, groepsgevoel  Het: concrete taken, opdrachten  Context: verschillende lagen, breder en nauwer op groep betrokken (zie vorige les en verder)  Thema: waarrond wij en ik bezig zijn, wat ons verbindt/ontbindt
  9. 9. Uitwerking TGI-model  Met plus en min kan je aangeven wat meer belang krijgt in dit systeem Ik ++ het -Wij - thema context
  10. 10. Oefening:  Kies een groep waar jij deel van uitmaakt en stel er een TGI-schema voor op en licht toe…
  11. 11. Oefening  Hoe zie je dan een los-zand-gezin, een kluwengezin?
  12. 12. vader moeder kind thema context
  13. 13. Actoren  Analyse van de probleemsituatie  Drie actoren  Vader, moeder, kind  Ouders, hulpverlener, kind  …
  14. 14. Actoren  Kwaliteit van de relatie tussen de actoren  Onderbroken lijn: verbroken of geschonden verbinding  Stippellijn: bemoeilijkte verbinding  Doorlopende lijn: werkbare verbinding  Dubbele lijn: symbiotische verbinding
  15. 15. Oefening  Stel een TGI-model op voor Arnie, Gilbert en mama uit de film “What’s eating Gilbert Grape?”
  16. 16. Oefening in groepjes  Stel TGI-model op voor gezin, hulpverlening:  Kwaliteit van onderlinge relaties  Thema
  17. 17. Oefening  Individueel  Sta eens stil bij de casus voor je paper: wat zou TGI- model kunnen zijn?
  18. 18. Hulpverlening  Gezin ervaart een probleem  Ik of wij –niveau  Heeft invloed op thema, op kwaliteit van de verbindingen gezinsfunctioneren wordt negatief en dat toont zich in symptomen  Hulpverlening wordt ingeschakeld
  19. 19. kind vader moeder opvoeders therapeuten TGI-model vertaald naar gezinsHV
  20. 20. ouders kind hulpverleners thema context
  21. 21. Verbinding  Om te werken moet een groep constructieve verbindingen met elkaar aangaan als hulpverlener moeten wij ook voldoende investeren in de hulpverleningsrelatie met ouders
  22. 22. Thema  Verbindend vs ontbindend thema  Constructieve thema’s zijn ontwikkelingsbevorderend  vb. individuatie, loslaten, zorg  Destructieve thema’s verstoren de balans en effectiviteit van pedagogische vaardigheden  Vb. controle, macht, symbiose, onveiligheid werken op 2 niveaus : versterken van pedagogische vaardigheden en ombuigen van het thema naar constructief
  23. 23. Thema  Hoe vind je het thema?  Breed genoeg kijken  Al doende ontwikkelen: hiërarchie en timing  Emoties wijzen de weg  TGI is slechts schets, kan voortdurend bijgesteld worden
  24. 24. Thema  Eigenaar van het thema  Wie bepaalt?  In conflictsituaties verschillende thema’s bij verschillende actoren  Onzichtbare thema’s, cfr. zondebok-fenomeen
  25. 25. Thema  Thema, taal en beeld  Thema’s liggen niet altijd voor de hand, belang van metaforen  Metaforen als hulpmiddel in hulpverlening
  26. 26. Thema  Thema’s, hiërarchie en timing  Timing en doseren  Belang van de constructieve relatie HV - cliënt
  27. 27. Thema  Herhalingsprocessen en parallelprocessen  Cliëntsysteem roept zelfde reactie, ontbinding op bij hulpverleners, cfr. casus Geoffry (verwerpende moeder – zorgende oma en reacties team)
  28. 28. Kernkwadrant kwaliteit vervorming uitdagingallergie
  29. 29. Kwaliteit  Beschrijf twee van je eigen kwaliteiten  Werk ze verder uit in het kernkwadrant: wat is dan je vervorming, uitdaging en allergie ?
  30. 30. Kwaliteit en verband tussen allergie en negatief proces  Een symptoom, negatief proces is een vervorming van een kwaliteit
  31. 31. Thema  Niveau van het kind  Op gang brengen van de vastgelopen ontwikkeling  Niveau van de ouder  Op gang brengen van de vastgelopen ontwikkeling van het ouderschap = stimuleren van metapositie en het uitbalanceren van ouderlijke vaardigheden
  32. 32. Effectiviteit van hulpverlening  Effectiviteit = thema + attitude + structuur  Thema: verbindend/ontbindend centrerend/splijtend Attitude: taak/proces directief/non-directief Structuur: setting (wie, waar…) methode (strategie, werkvorm)
  33. 33. Attitude  Belang van relationele, verbinding  Meerzijdige empathie  Metapositie  Gericht op uitbreiden van competenties en herstel van zelfbeeld  Transfer van de geleerde vaardigheden  Krachten bundelen
  34. 34. Attitude  Wat is stijl van hulpverlener en hoe pas je die aan aan het gezin?  Confronteren  Respecteren  Reflecteren  Vragend  Adviseren  Stimuleren
  35. 35. Structuur: doelen en functies  Informeren  Inzichten verbreden  Regie van de pedagogische situatie ondersteunen  Pedagogisch handelen in het gezin
  36. 36. Structuur: methoden  Contacten tussen groepsleiding en ouders  Kijk – en leerstage in de leefgroep  Thuisbegeleiding  Deelname in teamvergadering  Ouderbegeleiding  Netwerkoverleg  Adviesgesprek  Oudertraining:  Cursus  Ouder-kind-activiteiten  Nazorg
  37. 37. Opdracht  In de casus van Dario:  Schets opnieuw de driehoek  Wat is het thema: constructief /destructief  Beschrijf de kwaliteit van de relaties  Op welke manier speelt de context een rol?  Maak een analyse van de pedagogische vaardigheden van de ouders  Omschrijf een interventie op vlak van ouderlijke vaardigheden en hou rekening met de effectiviteit van de interventie
  38. 38.  Bekijk volgend videofragment:  Stel TGI-model op  schatjes observatie-oefening  jo frost, jo frost 2,jo frost 3, jo frost 4  Bekijk interventie: wat gebeurt er in de hulpverlening?  thema dat gekozen wordt  Welke attitude zie je bij hulpverlener
  39. 39. In de praktijk  Risico’s van residentiële opname?  Negatieve groepsdynamiek  Nieuwe homeostase door gezinsontlasting  Niet voldoende makkelijke overgangen  Hoeveel ruimte, tijd gaat er naar gezinsbegeleiding?
  40. 40. In de praktijk  Richten op competenties ipv op probleemreductie  Ouders in de ouderrol blijven bevestigen  Geen overidentificatie met kind vanuit voorziening  Meerzijdige partijdigheid

×