D en t's

622 views

Published on

Presentatie eerstejaars week 39

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
622
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

D en t's

  1. 1. d/t en zo Vint VindtVind jij dat ook zo moeilijk?
  2. 2. Wat is ook weer de werkwoordsvorm?• Ik: stam -> ik spring• Jij: stam +t -> jij springt• Hij/zij: stam +t -> hij springt
  3. 3. Zoek de vout…
  4. 4. • Dus ook:• Ik word• Jij wordt• Hij wordt• En• Ik meld• Jij meldt• Zij meldt
  5. 5. Wanneer is het dan opletten?• Bij de jij-vorm• Staat jij voor de persoonsvorm? Altijd +t: Jij wordt uitgenodigd voor een feestje in Haren.• Staat jij achter de persoonsvorm? Geen t: Word jij ook zo moe van al die aandacht?• Vergelijk: lopen: Loop jij even naar de koelkast?• Dus hoor je een t? Dan schrijf je er een.
  6. 6. Wanneer wordt het dan wel moeilijk even opletten?• Meld je moeder jou weer beter?• Goed of fout?• Wat is onderwerp? Je, of iets/iemand anders?• Yep, je moeder => zij• Dus: +t• Meldt je moeder jou weer beter?• Tippie: kun dat woordje je vervangen door jij achter de persoonsvorm?• Niet? Dan is het wel +t
  7. 7. Dus blijf even opletten
  8. 8. Wanneer geld… dit nou?• Tegenwoordige tijd!• -> jij/hij werdt is altijd, altijd fout!• Altijd dt bij de hij-vorm: Mijn vliegtuig landt om 7 uur, wanneer landt jouw vliegtuig?• Nooit dt bij de ik-vorm: Ik word zo moe van dat uitleggen, word ik nou nooit begrepen?• Ook nooit, maar dan ook nooit bij voltooid deelwoord: De gevangene werd goed behandeld.

×