CharterRIETSPOFAanbevelingenuit de wetenschap
3 ››Hoe positief sport ook is voor mens en maat-schappij, sport is vaak op een negatieve manierin het nieuws. Geweld op en...
5 ››Velen hebben sterke overtuigingen over hoeagressie en geweld beteugeld kunnen worden.De onderstaande aanbevelingen doe...
7 ››op tv, heeft sterke hormonale reacties, zoalstoename in testosteron en cortisol.Het risico van agressie en geweld op h...
9 ››Onderscheid maken is in de sport heel ge-bruikelijk en vaak noodzakelijk. Niemand zietgraag een vedergewicht tegen een...
11 ››Een bijzonder heikel onderwerp is doping – hetgebruik van verboden middelen en methodenom de sportprestatie te verhog...
13 ››verschillen in de manier waarop deze middelenworden ingezet – bij selecte of juist bij aselectegroepen van sporters, ...
15 ››In deze categorie vier aanbevelingen die alenige tijd in verband gebracht worden met hetbevorderen van sportiviteit. ...
17 ››sisscholen en het hele voortgezet onderwijsen dat onder leiding van voldoende gediplo-meerde leraren lichamelijke opv...
19 ››Tegen agressie en geweld:➊ Beloon de (vroegtijdige) ingrijper.➋ Bestraf individuele agressie met individuele time-out...
© VU Connectedmei 2013 | www.vuconnected.nlAuteurs: Peter Beek (eindredactie), Anton Cozijnsen,Paul van Lange, Marjan Olfe...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Vu charter sportief def

1,525 views

Published on

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Vu charter sportief def

  1. 1. CharterRIETSPOFAanbevelingenuit de wetenschap
  2. 2. 3 ››Hoe positief sport ook is voor mens en maat-schappij, sport is vaak op een negatieve manierin het nieuws. Geweld op en rond de velden,discriminatie en doping zijn grote problemenwaarmee de sport worstelt.Aanhoudende incidenten rond deze drie thema’swaren in 2011 aanleiding voor VU Connected ende Faculteit der Bewegingswetenschappen vande Vrije Universiteit Amsterdam om het projectSportief te starten. We brachten een netwerkbijeen van wetenschappers, medewerkers vansportbonden, sporters, sportartsen, juristen,beleidsmakers, politici, studenten en anderen diesport een warm hart toedragen. Dat resulteerdein bijna negentig aanbevelingen, rijp en groen, diewe aanboden aan NOC*NSF.We hebben nu die aanbevelingen voorgelegd aanwetenschappers uit verschillende disciplines,verzameld onder de werkgroep Sport & Kennisvan de Sportraad Amsterdam, om te komen toteen definitief charter. Hiertoe heeft VU Connec-ted wetenschappers uit verschillende vakge-bieden in drie expertseminars bijeengebracht.Onder voorzitterschap van prof. dr. Peter Beek(bewegingswetenschappen, VU), waren datprof. dr. Marjan Olfers (sport en recht, VU), prof.dr. Paul van Lange (sociale psychologie, VU), dr.Cees Vervoorn (lector topsport, HvA/UvA), prof.dr. Toine Pieters (metamedica, VUmc) en prof. dr.Anton Cozijnsen (verandermanagement, econo-mie, VU). Zij keken naar de logische consistentievan een aanbeveling, de empirische evidentieInleidingdaarvoor en de praktische toepasbaarheid ervan,gebruik makend van relevante wetenschap-pelijke literatuur, ieder vanuit zijn of haar eigenexpertise.Het resultaat: een charter opgebouwd uit spe-cifieke aanbevelingen om geweld, discriminatieen dopinggebruik terug te dringen en algemeneaanbevelingen om sportiviteit te bevorderen. Hetis niet realistisch om uit dit proces uitsluitendaanbevelingen te verwachten die én consistent,én bewezen effectief, én praktisch toepasbaarzijn. Veel aanbevelingen moeten op een of meervan die aspecten nader onderzocht worden. Huntoepasbaarheid zal in de praktijk moeten blijken.Wij hopen dan ook dat beleidsmakers de aanbe-velingen zullen overnemen.Het charter sluit af met een aantal aanbevelin-gen voor verder onderzoek. De schrijvers hopendat de aanbevelingen tot nieuwe initiatievenleiden die geweld, discriminatie en dopingtegengaan. Wij zien deze initiatieven graag terugbij de volgende Sportiviteit Prijs. De SportiviteitPrijs gaat naar een initiatief dat een krachtige enoriginele bijdrage levert aan de positieve maat-schappelijke rol van sport.De eerste stappen zijn gelukkig al gezet. Toenwij begonnen met het project Sportief, had LanceArmstrong zijn bekentenis nog niet gedaan enwas grensrechter Richard Nieuwenhuizen nogin leven. De problematiek is nu heftiger, maar erzijn gelukkig ook meer initiatieven tot verbe-tering gekomen. Recent lanceerde de KNVBbijvoorbeeld het actieplan Tegen geweld, voorsportiviteit. De cursus Sport & Agressie kreegeen prominente plaats in dit initiatief om notoireovertreders sportief gedrag aan te leren. Decursus werd gepresenteerd tijdens ons projectSportief.
  3. 3. 5 ››Velen hebben sterke overtuigingen over hoeagressie en geweld beteugeld kunnen worden.De onderstaande aanbevelingen doen weop basis van de bestaande literatuur overgedrag in groepen, vooral op het gebied vansamenwerking, communicatie en agressie.Dit betekent niet dat de onderzoekmethodenwaarop bevindingen zijn gebaseerd naadloosaansluiten op situaties zoals die zich voordoenin (team)sport. Agressie is een veelkoppigmonster dat zich op verschillende wijzenmanifesteert, die mede afhankelijk is van decontext.Voetbal verschilt van hockey en amateur-voetbal verschilt in tal van opzichten vanprofessioneel voetbal. Toeschouwers makenandere situaties mee dan een coach of speler.Dit betekent dat de vertaling van wetenschap-pelijk onderzoek naar concrete sportsituatiesvrijwel altijd indirect is. De wetenschappelijkeliteratuur uit de (sociale) psychologie kan aan-knopingspunten bieden voor maatregelen, hiergeformuleerd als aanbevelingen, maar geenzekerheid geven over de effectiviteit daarvan.De praktijk is de toetssteen voor de theorieover samenwerking, communicatie en agressiein groepen. Er is praktijkonderzoek in de sportnodig om meer zekerheid omtrent de effec-tiviteit van de aanbevelingen te verkrijgen.Het is van belang dat de aanbevelingen goedworden verankerd binnen de sportorganisatieen de juridische instrumenten aansluiten op debevindingen.➊ Beloon de (vroegtijdige)ingrijper.Vaak gaat de aandacht bij geweld vooral uitnaar de daders. Naast het straffen van dedader(s) kunnen maatregelen die het ingrijpenbij agressie of geweld bevorderen echterminstens zo effectief zijn. In vrijwel elke groep,en bij vrijwel elke voetbalclub, zijn mensente vinden die er op een informele wijze voorzorgen dat de sfeer goed is en blijft. Door bijhet eerste onvertogen woord al te reageren,wordt voorkomen dat een conflict escaleert.Een sportclub kan overwegen deze mensenin het zonnetje te zetten, bijvoorbeeld doorexpliciete publieke waardering op de websiteof in het clubblad.Naast een technisch aanvoerder in het team,kan een sportief aanvoerder worden overwo-gen. En waarom geen gratis seizoenskaart voorde supporter die optrad als effectief norm-handhaver? Het zijn vaak bijzondere mensendie conflicten in de kiem smoren, die het belangvan de normen die zij zo goed handhaven aananderen meegeven. Dus: bestraf niet alleen denormovertreder, maar beloon ook de ingrijper,de normhandhaver.➋ Bestraf individuele agressiemet individuele time-out.De risico’s van spelersagressie beperken zichniet tot agressie op het veld. Het kan leidentot gedragsbesmetting bij supporters. Zelfswie de wedstrijd op afstand volgt, bijvoorbeeldGEEWLDAanbevelingentegen geweld5 ››
  4. 4. 7 ››op tv, heeft sterke hormonale reacties, zoalstoename in testosteron en cortisol.Het risico van agressie en geweld op het veldén bij het publiek kan worden verkleind dooragressief gedrag op het veld consequent tebestraffen. De scheidsrechter zou de moge-lijkheid moeten krijgen ernstige overtredingente bestraffen met een tijdelijke rode kaart, eenregel die al wordt toegepast in teamsportenals waterpolo, veld- en ijshockey (en onlangsook door de KNVB is omarmd). Het team van dedader wordt dan bestraft en het team van hetslachtoffer wordt beloond. Dit zal de norm-handhaving op het veld bevorderen.Bijkomend voordeel: het is raadzaam eenagressieve speler een time-out te geven, om-dat het (tijdelijk) ontbreken van zelfbeheersingvaak de wortel is van agressie, maar ook om-dat het de tegenstander de kans op vergeldingontneemt gedurende de time-out. Een time-out brengt dus voordelen met zich mee voorde speler (die afkoeling nodig heeft), voor detegenspeler (die de mogelijkheid van vergel-ding wordt ontnomen) en voor het publiek (datminder snel met agressie wordt besmet).Aanbevolen wordt deze maatregel op elkniveau van (team)sport – amateur, professio-neel, en voor jong en oud – in te voeren.➌ Bestraf collectieve agressiemet tijdelijke schorsing vanwedstrijd.Soms zijn er duidelijke signalen dat eenwedstrijd van beide kanten te veel overtre-dingen bevat. Zonder collectieve time-outof tijdelijke, korte schorsing van de wedstrijdkan zo’n wedstrijd uit de hand lopen. Als hetzo ver komt, is de rust moeilijk te herstellen.Collectieve gevoelens van verontwaardiging,onrechtvaardigheid en de drang tot vergeldingzijn praktisch onbeheersbaar.Als het risico op uit de hand lopen voelbaarwordt, zou de wedstrijdleiding sneller dan nugebruikelijk is een collectieve time-out moeteninlassen. Zo’n maatregel wordt wellicht erva-ren als een (milde) straf, maar communiceertook op heldere wijze normen voor sportiefen onsportief gedrag, en kan daarmee eenpreventieve werking hebben op toekomstigewedstrijden.➍ Betoon u een goed gastheer.Frustraties en irritaties kunnen soms al voorde wedstrijd ontstaan. De tegenstander demindere kleedkamer geven, niet goed georga-niseerd zijn (bijvoorbeeld bij het invullen vanhet wedstrijdformulier), of de tegenstandermet dedain of animositeit tegemoet treden,zijn enkele voorbeelden die hiertoe aanleidingkunnen geven.Het is belangrijk om respect te tonen aan deandere club, want gevoelens van wantrouwenworden snel gevoed. Dit geldt nog sterker alsde participerende clubs verschillen in socialeklasse, etniciteit of geloofsovertuiging. Ookwordt het wantrouwen ten opzichte van descheidsrechter of grensrechter, vooral als dievan de thuisclub is, snel aangewakkerd.Elkaar met respect behandelen is dus belang-rijk. Dat kan ook door het informele contact tezoeken: een praatje maken, koffie aanbiedenaan de leider. De scheidsrechters en grens-rechters, professioneel of van de eigen club,zouden dit als een onderdeel van hun rolmoeten zien.➎ Train (elkaar) inzelfbeheersing en bestraf hetontbreken daarvan.De meeste training richt zich vrijwel uitsluitendop het verbeteren van sportieve vaardigheden.Er is vaak minder aandacht voor vaardighedenals zelfbeheersing. Een regel als ‘tot tien tel-len’ voor je reageert, is te trainen. Buitenspo-rige vergelding jegens een tegenspeler smoorje daarmee in de kiem. Zelfbeheersing tenopzichte van scheidsrechters en grensrechtersis ook te trainen in oefensessies op de training.De aanvoerder kan mede geselecteerd wordenop basis van zelfbeheersing en effectievecommunicatie met medespelers en wedstrijd-leiding. Vooral wanneer fysieke en psychologi-sche reserves uitgeput raken, is het belangrijkje te kunnen beheersen.Het is moeilijk te overzien wanneer de kansop verminderde zelfbeheersing het grootst is,maar denk bijvoorbeeld aan een grensrechterdie de spelregels niet goed kent – wat vaakvoorkomt in het amateurvoetbal – omstandig-heden die sneller tot blessures kunnen leidenbij ruw spel, zoals een slechte toestand vanhet veld, of een beladen verleden tussen tweeteams of clubs.Een goed onderdeel van de training in zelf-beheersing kan zijn dat sporters zelf ervaringopdoen als grensrechter en scheidsrechter.Zo’n ervaring vergroot hun respect voor dewedstrijdleiding, omdat ze dan zelf ervarendat goed waarnemen, beoordelen en beslissenonder tijdsdruk veel moeilijker is dan je zoudenken.Naast het trainen van zelfbeheersing, lijkt hetvan belang evident gebrek daaraan tijdens dewedstrijd expliciet te verbieden. Dit zou kun-nen leiden tot een cultuur zoals aan de ordeis bij harde sporten als rugby en waterpolo,waarbij respect voor de leiding vanzelfspre-kend is.›› Het is belangrijk om respect te tonen aan de andere club, wantgevoelens van wantrouwen worden snel gevoed ‹‹
  5. 5. 9 ››Onderscheid maken is in de sport heel ge-bruikelijk en vaak noodzakelijk. Niemand zietgraag een vedergewicht tegen een zwaarge-wicht in de ring komen. Ook worden minimaleverschillen – honderdsten van secondensoms – uitvergroot tot winst en verlies. Maarbij discriminatie, ook in de sport, gaat het omoneigenlijk verschil maken: op basis van gen-der, seksuele geaardheid, huidskleur etc. Devraag is hoe discriminatie in en rond de sportvoorkomen kan worden.➊ Benoem een aparte official diede sportiviteit van het publiekbeoordeelt.Oerwoudgeluiden, sisgeluiden of gebaren:racistische uitlatingen komen nog maar al tevaak voor, meestal afkomstig van een kleinegroep toeschouwers of aanstichters. Voor descheidsrechter is het lastig in te schatten welkemaatregelen hij moet nemen. Blust zijn actie hetbeginnende brandje of wakkert deze het vuurjuist aan? De scheidsrechter kan dat middeninhet spel vaak onvoldoende inschatten. Het isdaarom verstandig dat iemand die de situatie opde tribune (beter) kan overzien, aangeeft welkeactie de scheidsrechter moet nemen.➋ Beperk de anonimiteitvan daders met bijvoorbeeldcamera’s.Bij racistische uitlatingen draait het in dejurisprudentie met name om de vraag of deRIIMCDISATEINAanbevelingentegen discriminatieclub snel en adequaat heeft gehandeld om deuitlatingen tot een einde te brengen. Het blijktechter lastig om de personen strafrechtelijkaan te pakken, omdat vaak lastig is te bewijzenwie wat heeft gedaan.➌ Maak een uniformregelsysteem, dat scheptduidelijkheid en daadkracht.Er bestaat inmiddels een veelheid aan regelsom wangedrag op te sporen en te straffen.Voor de betrokkenen is het een onduidelijkelappendeken aan regels. Ook is vaak nietduidelijk of, en zo ja, welke regels op wie vantoepassing zijn. Zo vindt momenteel discus-sie plaats over de vraag of ouders binnen dereikwijdte van het verenigingsrecht moetenkomen. Er bestaat bij sportbonden regelmatigonvoldoende kennis van het recht om eengoede afweging te maken. Het is ook nietaltijd even duidelijk wie wanneer en op welkejuridische grondslag welke bevoegdheid heeft.Het gevolg hiervan is dat partijen naar elkaargaan wijzen als het spannend wordt. Datmaakt kordaat en krachtig optreden onmoge-lijk. Er dient een juridische task force te wordeningesteld die kan bijdragen aan een helder eneenduidig systeem van regelgeving en be-straffing dat, na toetsing en vaststelling ervan,structureel en consistent wordt toegepast.Dan weet iedereen waar hij aan toe is. Van be-lang is een dergelijk systeem, als het er komt,regelmatig te evalueren.
  6. 6. 11 ››Een bijzonder heikel onderwerp is doping – hetgebruik van verboden middelen en methodenom de sportprestatie te verhogen. De essentievan de wedstrijdsport is het vergelijken vanprestaties van atleten. Om deze vergelijkingzuiver en eerlijk te laten zijn, is het noodzakelijkdat de voor die prestaties vereiste fysieke enmentale krachten niet op oneerlijke wijzenworden vergroot. Dit roept natuurlijk de vraagop wat oneerlijke manieren zijn. Dat is eenkwestie van afspraak. Het World Anti-DopingAgency (WADA), dat in 1999 werd opgericht,stelt jaarlijks een lijst met verboden stoffen enmethoden op. Vervolgens moet er op wordentoegezien dat atleten geen gebruik maken vandeze stoffen en methoden en moet er, indiendopinggebruik is aangetoond en juridisch isbevestigd, een passende strafmaat volgen. Aldeze aspecten zijn kwetsbaar en onderwerpvan discussie. De aanbevelingen hieronderpretenderen niet al deze aspecten te adres-seren, maar vatten de meest waardevolle enbruikbare inzichten samen die in de talkshowsnaar voren kwamen.➊ IJver voor herziening van dedopinglijst van WADAHet WADA kan, naar eigen zeggen, een stof ofmethode op de dopinglijst plaatsen als die aanminstens twee van de volgende drie criteriavoldoet: (a) (mogelijk) prestatiebevorderend;(b) (mogelijk) schadelijk voor de gezondheid,en (c) in strijd met de spirit of sport. Het gevolgDGPION van deze aanpak is dat op de lijst stoffen enmethoden voorkomen die de nodige discussieoproepen; ook ontbreken er stoffen en metho-den die er met dezelfde criteria in de hand welop hadden kunnen of mogen staan.Met name het derde, subjectieve criteriumvan WADA maakt de lijst arbitrair, omdat hetnaar eigen inzicht kan worden ingevuld. Hetdoet daarmee afbreuk aan de rechtszekerheid.De lijst zou beperkt moeten worden tot diestoffen en methoden (a) waarvan op weten-schappelijke gronden aannemelijk is dat ze deprestatie in een specifieke tak van sport bevor-deren, en/of (b) waarvan op wetenschappe-lijke gronden aannemelijk is dat ze schadelijkzijn voor de gezondheid van de atleten. Eenstrikter geoperationaliseerde en empirisch be-ter onderbouwde dopinglijst is billijker dan dehuidige lijst en zal meer differentiatie kennentussen sporten. Dit doet ook recht aan hetproportionaliteitsbeginsel, als fundamenteelrechtsbeginsel. Ministeries, dopingautoriteitenen nationale sportbonden en -koepels moetenzich hiervoor sterk maken.➋ Waarborg de financiëlemiddelen om op doping tecontrolerenDopingcontrole kost veel geld. Er zijn groteverschillen in de financiële ruimte die sportbon-den hebben en de urgentie die zij voelen omdat geld ervoor te reserveren. Ook zijn er groteAanbevelingentegen doping
  7. 7. 13 ››verschillen in de manier waarop deze middelenworden ingezet – bij selecte of juist bij aselectegroepen van sporters, binnen of buiten com-petitie. Daardoor zijn er grote verschillen in dekans op dopingcontrole tussen sporten, maarook binnen sporten. Dit doet afbreuk aan denagestreefde harmonisering en uniformeringvan de regels.De aanname dat doping beperkt zou zijn tot en-kele sporten en niet of nauwelijks aan de ordezou zijn in andere sporten, mist een empirischebasis. Gezien recent gebleken feiten, lijkt dezeaanname niet goed verdedigbaar. In principezou elke sporter die op een bepaald niveaupresteert, een even grote kans moeten hebbeneen dopingcontrole te ondergaan, zowel bin-nen als buiten competitie.Voorwaarde voor adequate, eerlijke controleop doping is dat sportbonden hiervoor een vastpercentage van hun begroting reserveren, datnaar evenredigheid, en zonder aanzien des per-soons, wordt ingezet om sporters te controle-ren. Van belang hierbij is dat tests regelmatigplaatsvinden, op het juiste moment, en dateen biologisch paspoort wordt bijgehouden,waardoor gegevens over langere tijd in deanalyse kunnen worden betrokken. Dat moetdeskundig en onafhankelijk gebeuren, omdathet correct interpreteren van testgegevenslastig is en natuurlijk gevoelig ligt. Ook deskun-digen kunnen fouten maken en moeten dusgecontroleerd kunnen worden. Fundamentelerechtsbeginselen zoals het beginsel van hoor-en wederhoor, maar ook van expertise en con-tra-expertise zijn hierbij aan de orde, waarvoorook weer voldoende middelen beschikbaarmoeten zijn. Daarom is het te overwegen eennationaal fonds op te richten voor sporters diena uitspraak van de tuchtraad in hoger beroepwillen gaan. Momenteel is dat voor veel spor-ters geen optie omdat het te duur is.➌ Betrek (oud-)sporters bijde implementatie van hetdopingbeleidNu zijn (oud)topsporters nauwelijks betrokkenbij het dopingbeleid. Een gemiste kans, wantzij hebben veel kennis en ervaring. Zij wetenuit de praktijk hoe het is om op alle mogelijkemomenten en op alle mogelijke manieren opdoping gecontroleerd te worden. Natuurlijk isdopingcontrole nodig gegeven een dopingcode,maar dat betekent niet dat elementen van re-delijkheid, menselijkheid en privacy met voetengetreden mogen worden. De atleet heeft ookbelangen en rechten, die bij de effectuering vanhet dopingbeleid mede in overweging moetenworden genomen. Tegen deze achtergrond ishet nuttig en wenselijk om (oud)sporters tebetrekken bij het tot stand komen van regelsomtrent dopingcontroles en het toepassen vandeze regels in de sportpraktijk.➍ Zorg voor een onafhankelijkesportarts met een sterkeberoepscodeDe sportarts speelt een centrale rol bij hetdopinggebruik en het voorkomen daarvan.We weten nu dat artsen meer dan eens hulphebben geboden bij of zelfs hebben aangezettot dopinggebruik en hebben bijgedragen aaneen wildgroei aan medische dispensaties. Datvraagt om preventieve maatregelen. Bijvoor-beeld: de sportarts doet in overleg met desporter wat hij nodig acht voor een optimalevoorbereiding op de wedstrijd en doet hiervanverslag in medische dossiers. Die dossiers zijnaltijd opvraagbaar door toezichthoudendeinstanties zoals de gezondheidsinspectie.Daarnaast zou er een formele accreditatieals sportarts moeten bestaan, net zoals dieer al is voor keurings- en verzekeringsartsen.Bij gebleken wangedrag kan deze tijdelijk ofdefinitief worden ingetrokken. Bij de sportme-dische begeleiding van teams en atleten wordtidealiter geput uit een verzameling van geac-crediteerde sportartsen, die ook zo objectiefmogelijk (bijvoorbeeld met geanonimiseerdemeetgegevens) verantwoording aan elkaarafleggen. De band met de sport(er) wordt danwat zwakker en die met de professie en deintercollegiale toetsing sterker.➎ Zorg voor een passendestrafmaatAtleten die betrapt worden op doping wordennu zwaar gestraft. Regelmatig ontstaatdiscussie over de vraag of de strafmaat nog inverhouding staat tot de ernst van het vergrijpen de specifieke sportcontext daarvan: tweejaar uitsluiting bij biljarten is iets heel andersdan twee jaar uitsluiting bij turnen. Een zero-tolerancebeleid met disproportioneel zwarestraffen loopt het gevaar afbreuk te doen aandemocratische rechtsbeginselen en de positievan de sporter als redelijk mens en mede-burger te ondermijnen.Om dit te voorkomen moet doping bestraftworden met een tijdelijke ontzegging vandeelname aan sportwedstrijden en -evene-menten, op een manier die recht doet aan deernst en aard van het vergrijp én de specifiekecontext van de sport in kwestie. De strafmaatkan hoger worden naarmate een sporter meerrode kaarten heeft verzameld. Bij recidive kande strafmaat verhoogd worden.›› In principe zou elke sporter die op een bepaald niveau presteert,een even grote kans moeten hebben een dopingcontrole teondergaan, zowel binnen als buiten competitie ‹‹
  8. 8. 15 ››In deze categorie vier aanbevelingen die alenige tijd in verband gebracht worden met hetbevorderen van sportiviteit. Het zijn remindersdie met de toename van onsportief gedragsteeds actueler worden. Zij vormen een basisvoor de overige aanbevelingen in dit charter:➊ Schenk meer aandacht aaneen echte trias politica enfundamentele rechtsbeginselenin de sport.Scheiding der machten is van fundamenteelbelang voor een goed evenwicht van dekrachten in een organisatie. De georganiseerdesport heeft echter een sterk monopolistischestructuur: er is maar één IOC en één WADAen per sport meestal maar één internationalefederatie en één nationale bond. Hierdoor isin veel gevallen onvoldoende sprake van eenstrikte scheiding tussen wetgevende, uitvoe-rende en rechterlijke macht.Het WADA bepaalt dat fundamentele rechts-beginselen, zoals het proportionaliteitsbegin-sel, al zijn verwerkt in de code. Dat kan dezeorganisatie wel zeggen, maar wie controleertdat? Kortom, er moet meer aandacht komenvoor de scheiding van bevoegdheden met meer‘checks and balances’ en meer ruimte voor decorrigerende functie van het recht.Sporters kiezen een sportvereniging, nieteen sportbond. Toch zijn zij gebonden aan destatuten en reglementen van deze bond. Dezogenaamde “gedwongen” onderwerping aanAlgemeneaanbevelingende regels van de bond staat op gespannenvoet met juridische vormen van keuzevrijheid,bijvoorbeeld contracteervrijheid of vrijheidvan keuze van dienstbetrekking. Vanwege de“onvrijheid” zal meer aandacht moeten komenvoor een verbetering van de rechtspositievan de sporter. Het verdient aanbeveling devakbonden van sporters hierbij te betrekkenom hun positie te versterken.➋ Bevorder diversiteit inde sport, laat de sport eenafspiegeling zijn van demaatschappij.Sport hoort niet van een minderheid of vaneen kleine groep te zijn. Sport moet toegan-kelijk zijn of worden voor iedereen die sportwil beoefenen, organiseren of besturen, ofervan genieten als toeschouwer. Precieszoals sport bedoeld is. Zorg dat verschillenvan toegevoegde waarde zijn. Creëer dus eencultuur waar diversiteit in de ruimste zin vanhet woord – oud en jong, mannen en vrouwen,culturele verscheidenheid – een kracht vormtvoor de organisatie. Dit betekent ook hetbevorderen van een actief toegangsbeleid.Kortom, geef invulling aan de leus ‘Sport voorallen’.➌ Maak sport voor alle kinderentoegankelijk via scholen.Nederland moet inzetten op structureel bewe-gingsonderwijs voor alle kinderen op alle ba-
  9. 9. 17 ››sisscholen en het hele voortgezet onderwijsen dat onder leiding van voldoende gediplo-meerde leraren lichamelijke opvoeding. Sportmaakt deel uit van onze beweegcultuur. Omkinderen op een goede manier te introducerenin het plezier van bewegen, maar ook omdathet goed is voor het zelfvertrouwen en defysieke ontwikkeling. En omdat het zorgt vooreen goede balans tussen fysiek en cognitie.Bovendien leert het jonge mensen omgaanmet verschillen, met respect, met winnen enverliezen, met emoties en met een gezondeleefstijl.➍ Benadruk het belang vansport en beweging voor eengezonde leefstijl.Er is een groeiend besef in de maatschappijdat sport en beweging gezond zijn. Inde wetenschap komen er steeds meeraanwijzingen dat sport en bewegen nietalleen gezond is voor de fysieke gezondheid,maar vaak ook voor de mentale gezondheid.Ook lijken elementaire hersenfuncties gebaatbij sport en bewegen. Het belang van sporten bewegen voor onze gezondheid is moeilijkte overschatten, vooral in een tijd waarinfysieke en mentale gezondheid in veelopzichten onder druk staan door problemenals overgewicht, depressie, en eenzaamheid.In veel afwegingen die politici, docenten enopvoeders maken is het gewenst als hetbelang van sport en beweging sterker wordterkend en benadrukt.OnderzoekDe overweldigende aandacht voor sport inde media leidt ertoe dat bijna iedereen eenmening heeft over oplossingen voor geweld,discriminatie en dopinggebruik. De meestevan deze opvattingen bevatten een kern vanwaarheid. Ook vanuit wetenschap of praktijkontstaan nieuwe ideeën. Voor alle ideeën enopvattingen geldt dat onderzoek nodig is omantwoord te krijgen op de vraag of ze waar zijnof niet, zinvol of niet, of toepasbaar of niet.Ook zijn er nog tal van algemene thema’s diemeer aandacht verdienen. Hierbij kan gedachtworden aan de biologische en psychologischeprocessen die mensen kunnen aanzetten totagressie en discriminatie, als actieve deelne-mer en als toeschouwer van sport. Daarbij ishet wenselijk meer inzicht te krijgen in de fac-toren die agressie en discriminatie in de handkunnen werken, zoals (vermeende) onrecht-vaardigheid, de rol van een derby, de invloedvan het weer en de fysieke nabijheid vansupporters van rivaliserende clubs. Daarnaastis nog altijd behoefte aan onderzoek naar deeffecten van specifieke stoffen en methodenop de prestatie en de gezondheid. Dat geldtzowel voor stoffen en methoden die op de do-pinglijst staan, als stoffen en methoden die erniet op staan. Ten slotte is er meer onderzoeknodig om te bepalen op welke wijze de sportbesluitvormingsprocessen kan verbeteren entegenkracht kan organiseren om veranderin-gen tot stand te brengen en instrumenten teontwikkelen die het meest effectief zijn. In hetlicht van al deze onderwerpen is het een goedezaak dat er recent, na jaren van onderverte-genwoordiging in de financiering van weten-schappelijk onderzoek door NWO, een specifiekop de sport gericht programma voor sporton-derzoek is gekomen. Het is van groot belangdat dit vooralsnog incidentele programmastructureel wordt, want er leven nog heel watmaatschappelijke vragen rond de sport die vaneen antwoord dienen te worden voorzien.Van aanbeveling naarsuccesvolle veranderingAanbevelingen zijn gewenste veranderingen.Om die veranderingen te realiseren, is inzichtnodig in de voorwaarden van succesvolleveranderingen. Die inzichten zijn er. Bij succes-vol veranderen is het startpunt: zicht krijgenop (on)mogelijkheden van de veranderendeorganisatie om de gewenste verandering op dejuiste manier concreet te maken. Wat er binnendat kader mogelijk is, moet getoetst wordenaan de gewenste verbeteringen. Is de uitkomstpositief, dan kan de verbetering worden inge-voerd met een redelijke kans van slagen.Die kans van slagen hangt af van wat wemeestal ‘risicofactoren’ noemen. Deze vormende leidraad om de organisatie met de in tevoeren verandering zoveel mogelijk zonderkleerscheuren van a naar b(eter) te leiden.Sportorganisaties:begin vandaag nogMet iets groots als het willen terugdringen enidealiter uitbannen van geweld, discriminatieen doping in de sport, moet je ergens beginnen.Het ligt voor de hand om daarvoor de sportor-ganisaties aan te spreken. Ook om de andereveranderingen te laten slagen, moeten zijrekening houden met de meest fundamenteleprincipes van iedere gezonde organisatie, zoalsvertrouwen, betrouwbaarheid en verantwoor-delijkheid.Alles staat of valt in eerste instantie met hettoepassen en effectueren van deze drie princi-pes binnen de sportclubs en -bonden. Zij moe-ten de bindende factor zijn, de implementatieen borging van de aanbevelingen garanderenen een voorbeeldfunctie vervullen. Zonderdeze principes geen geslaagde veranderingen.Bestuurders van bonden en sportclubs moetendaarom ook in hun organisatie aan de meestfundamentele kernwaarden, zoals respect ensportiviteit, gaan werken. Ook moeten ze hunkerntaak, namelijk een bijdrage leveren aansportieve prestaties, expliciet aanvullen metde kerntaak van maatschappelijke verant-woordelijkheid. Die kerntaak, die concreetbetekent dat ze verantwoordelijkheid nemenvoor het bestrijden van geweld, discriminatieen doping, kunnen zij alleen effectief uitvoe-ren als zij zelf hun eigen verantwoordelijkheidnemen: als (moreel) leider die tegelijkertijd alsprofessional leiding geeft aan het realiserenvan genoemde kernwaarden. Dat betekent datde kernwaarden niet slechts worden omgezetin gedragscodes, maar dat deze codes ookgehandhaafd worden.De in dit charter gedane aanbevelingen moetenzoveel mogelijk integraal benaderd en aange-pakt worden. Dat veronderstelt dat bonden ensportclubs meer gaan samenwerken. Geza-menlijk kunnen zij de nieuwe maatregelen,gedragscodes, sanctievoorstellen en verbe-tervoorstellen uit dit charter oppakken. Deurgentie is er, nu de veranderingen nog!Vervolg
  10. 10. 19 ››Tegen agressie en geweld:➊ Beloon de (vroegtijdige) ingrijper.➋ Bestraf individuele agressie met individuele time-out.➌ Bestraf collectieve agressie met tijdelijke schorsing van wedstrijd.➍ Betoon u een goed gastheer.➎ Train (elkaar) in zelfbeheersing en bestraf het ontbreken daarvan.Tegen discriminatie:➊ Benoem een aparte official die de sportiviteit van het publiek beoordeelt.➋ Beperk de anonimiteit van daders met bijvoorbeeld camera’s.➌ Maak een uniform regelsysteem, dat schept duidelijkheid en daadkracht.Tegen dopinggebruik:➊ IJver voor herziening van de dopinglijst van WADA.➋ Waarborg de financiële middelen om op doping te controleren.➌ Betrek (oud-)sporters bij de implementatie van het dopingbeleid.➍ Zorg voor een onafhankelijke sportarts met een sterke beroepscode.➎ Zorg voor een passende strafmaat.Algemeen, om sportiviteit te bevorderen:➊ Schenk meer aandacht aan een echte trias politica en fundamentele rechtsbeginselenin de sport.➋ Bevorder diversiteit in de sport, laat de sport een afspiegeling zijn van de maatschappij.➌ Maak sport voor alle kinderen toegankelijk via scholen.➍ Benadruk het belang van sport en beweging voor een gezonde leefstijl.Tot slot: Alleaanbevelingenop een rij
  11. 11. © VU Connectedmei 2013 | www.vuconnected.nlAuteurs: Peter Beek (eindredactie), Anton Cozijnsen,Paul van Lange, Marjan Olfers, Toine Pieters, Cees VervoornRedactie: Rianne Lindhout, Jacob BouwmanOntwerp: Mooifraai/Monique FrancissenVU Connected verbindtwetenschap, kennis en ervaring aanactuele thema’s in de samenleving. VU Connectedmaakt zich sterk voor een mooiere samenleving. Op hetsnijvlak van wetenschap en maatschappij organiseren wijjaarlijks meer dan zestig projecten, events en debatten in vierdomeinen: Economie, Samen Leven, Gezondheid en Duurzaamheid.Dat gebeurt in heel Nederland en voor iedereen. Menselijke maat, zin enbetekenis klinken altijd mee. Wij brengen netwerken van diversedisciplines samen en voegen wetenschappelijke kennis toe. Zo ontstaaninzicht, inspiratie en ideeën. Zo brengen we actuele en maatschappelijkevraagstukken verder. Samen voor maatschappelijke betekenis.Het ideële project ‘Sportief’ waar deze aanbevelingen het resul-taat van zijn, kan alleen maar verder gebracht worden dankzijde steun van onze leden. U kunt zich aansluiten viawww.vuconnected.nl/aanmelden, zodat u hetmogelijk maakt om onze ideële projectenverder te ontwikkelen.

×