Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

2016 Booosting Boek Digitaal Vakmanschap in de architectuur

287 views

Published on

Dit boek gaat over de driedaagse Booosting architectenworkshop "Ontwerpen in de fabriek" die plaatsvond bij Studio RAP te Rotterdam tussen november 2015 en januari 2016 en geheel in het teken stond van digitaal ontwerpen en produceren.

Het gelijknamige congres vond plaats op 15 juni 2016 op de TU Delft >> booosting.nl/event/show/id/226.

Published in: Technology
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

2016 Booosting Boek Digitaal Vakmanschap in de architectuur

  1. 1. booostingDIGITAALVAKMANSCHAP digitaal vakman schap in de architectuurDeel 3 uit de serie Ontwerpen in de Fabriek
  2. 2. 2 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur booosting digitaal vakman schap in de architectuur Redactie: Frido van Nieuwamerongen Caroline Kruit Jolanda Steenhouwer Deel 3 uit de serie Ontwerpen in de Fabriek
  3. 3. 4 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 5 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur Inleiding 06-07 Nieuwe bouwmeesters Joost Heijnis Ontwerpen in de Fabriek 08-15 Workshops van Booosting verkleinen afstand tussen ontwerp en uitvoering Frido van Nieuwamerongen De robot als brugman 16-21 De ontdekking van vorm door digitale evolutie Wessel van Beerendonk Workshops Digitaal Vakmanschap 22-41 Drie teams werken aan nieuwe vormen van architectuur Team 1: Matroesjka vanuit zes vrijheidsgraden 24-29 Team 2: Scarpabotics: van EPS tot trap 30-35 Team 3: Kegels en powerlines 36-41 Columns over de digitalisering in de bouw 42-49 Van het grote gebaar naar het kleine, geoptimaliseerde detail Additive Manufacturing: vorm volgt functie tot op de millimeter 44-45 Salomé Galjaard Geïntegreerd bouwen aan unieke configuraties 46-47 Pieter Stoutjesdijk De zin en onzin van digitale techniek 48-49 Marcel Bilow Digitaal ontwerpen is een houding 50-55 Techniek is een middel, architectuur blijft het doel Maurice Nio Nieuwe methodieken, consistente ambitie 56-60 Interview met scheidend en aankomend Booosting voorzitters Joost Heijnis & Robert Capel Caroline Kruit Colofon 62-63 Inhoud 1 2 3 4 5 6
  4. 4. 6 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 7 - Inleiding - Joost Heijnis De laatste decennia is er een toenemende digitalisering van zowel de ontwerp- als de productiekant van de bouw te zien. Niet alleen het digitaal tekenen maar ook het ontwerpen met behulp van computers is niet meer weg te denken. Aan de productiekant rukt de 3D-printtechniek op en lijkt robotisering aan een opmars begonnen. Maar lang niet altijd leveren deze ontwikkelingen een verbetering op. Sterker nog, in sommige gevallen dreigt de‘digitale vooruitgang’ de aandacht af te leiden van hetgeen er echt toe doet: het continue streven naar een betere gebouwde omgeving. Vrijwel elke student kan magistrale 3D-modellen uit zijn laptop toveren. Maar of de ontwerpen ook maakbaar zijn, wordt nauwelijks meer gevraagd. Net als de vele objecten die tegenwoordig 3D-geprint schijnen te moeten. Zonder dat blijkbaar iemand zich van te voren heeft afgevraagd of dat wel de meest geschikte techniek is om het desbetreffende onderdeel te fabriceren. Het zijn ontwikkelingen die de ontwerper steeds verder van het maakproces brengen en ervoor zorgen dat deze ontwerper steeds minder controle over het eindresultaat heeft. En daarmee kunnen deze ontwikkelingen, hoe paradoxaal het ook klinkt, innovatie en kwaliteitsverbetering in de weg staan. In het voorjaar van 2015 had ik een discussie met Marcel Bilow,Wessel van Beerendonk en Frank Huijben over de digitalisering van de bouw en het verdwijnen van het ‘echte’ vakmanschap. Al filosoferend kwamen we tot de conclusie dat het vervlechten van beide onderwerpen - digitalisering en vakmanschap - tot een krachtige combinatie zou moeten kunnen leiden.Want dat is de kern: als je weet welke tools je tot je beschikking hebt, als je weet hoe je iets moet maken en als je bovendien over een gezonde dosis creativiteit en inventiviteit beschikt, heb je de ultieme controle. Net zoals de bouw­ meesters van weleer. De discussie was aanleiding tot een rondetafelgesprek op de vakbeurs Gevel. En het logische vervolg daarop was een nieuwe aflevering in de serie Ontwerpen in de Fabriek, de bekende learning by doing aanpak van Booosting. De ultieme vorm van Onderzoeken, Ontwerpen en Ontwikkelen (de drie O’s in de naam van Booosting). Het resultaat van de workshops Digitaal Vakmanschap in de Architectuur vindt u terug in deze publicatie. Een resultaat dat er mag zijn.Wat er in elk geval uit blijkt: zij die het digitale vakmanschap beheersen, zijn de bouwmeesters van de toekomst. Inleiding Nieuwe bouwmeesters Joost Heijnis voorzitter Booosting 2012 - 2016 architectenbureau cepezed
  5. 5. 8 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 9 - Ontwerpen in de Fabriek - Frido van Nieuwamerongen- 8 - Titel - Auteur Workshops van Booosting verkleinen afstand tussen ontwerp en uitvoering Ontwerpen in de Fabriek Frido van Nieuwamerongen architect en eigenaar Arconiko architecten oud-bestuurslid Booosting initiatiefnemer Ontwerpen in de Fabriek Met de workshops Ontwerpen in de Fabriek wil Booosting ontwerpers het maak- proces laten ervaren. Een intensieve samenwerking tussen ontwerpers en makers moet tot nieuwe oplossingen leiden, zo is de overtuiging. Architecten ervaren dat ze minder grip hebben op de uitvoering van hun projecten. De afstand tussen het ontwerp en de uitvoering neemt toe: veel architecten hebben daardoor nauwelijks nog een gevoel bij het maakproces. In de laatste reeks workshops Ontwerpen in de Fabriek met het thema Digitaal Vakmanschap, opent zich een nieuwe rol voor de architect. Met een goede beheersing van digitaal ontwerpen én digitaal produceren, wordt de ontwerper de spin in het web van een geïntegreerd bouwproces. Er is niet altijd een afstand tussen ontwerp en uitvoering geweest.Tot het begin van de Renaissance was het ontwerpen geen aparte taak in het totale bouwproces. Bouwwerken werden door groepen ambachtslieden gebouwd, zonder dat één persoon de overhand had in het ontwerp. Pas in de Renaissance ontstond een werkverdeling waarin het ontwerpen een aparte taak werd. In zijn heldere studie De architectuur van renaissance, barok en classicisme (1990) toont Jean Castex overtuigend aan dat Brunelleschi bij de bouw van de Florentijnse Dom de eerste was die zich volledig richtte op het ontwerp en het uitvoeringsproces:“Hij werd de man van de tekening, van het ontwerp, de architect.” (Castex, pagina 41). Met Brunelleschi begint de verwijdering tussen de architect en de bouwplaats. Tot eind negentiende eeuw was de feitelijke afstand echter nog gering. De bouw was lokaal georganiseerd en de architect had nog intensieve bemoeienis met de bouwwerkzaamheden. Hij was weliswaar geen ambachtsman meer, de sterke verbondenheid met het maken bleef aanwezig. Techniek maakt afstand groter De komst van auto’s, treinen en met nieuwe communicatiemiddelen als post en telefoon maakten het mogelijk om de afstand tussen ontwerpplek en bouwplaats te vergroten. Le Corbusier liet in 1948 het Maison Curutchet voor de Argentijnse chirurg Pedro Domingo Curutchet bouwen in La Plata Argentinië.Tijdens het ontwerpen en het bouwen van deze woning heeft hij nooit de locatie bezocht. Een omstandigheid die vijftig jaar daarvoor nog onvoorstelbaar was. Het lukte Curutchet om met behulp van een locale architect de woning getrouw naar het in Parijs gemaakte ontwerp van Le Corbusier te realiseren. Maison Curutchet is nu een van de belangrijkste monumenten van het modernisme in Zuid Amerika. Maar er zijn meer ontwikkelingen die de - mentale - afstand tussen architect en bouwplaats de afgelopen eeuw hebben vergroot.Vooral de enorme schaalsprong van de installaties in gebouwen ondermijnde de invloed van de architect op het bouwproces. Begin negentiende eeuw hadden gebouwen nog nauwelijks installaties en werd het binnenklimaat door de architect in het ontwerp‘opgelost’. Honderd jaar later tekende Cuypers de luchtkanalen van het Rijksmuseum direct in het bouwkundig ontwerp. In 2016, weer honderd jaar later, beslaan de installatiekosten al gauw 30 procent van de totale bouwkosten en is een heel 1
  6. 6. 10 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 11 - Ontwerpen in de Fabriek - Frido van Nieuwamerongen leger aan adviseurs aangeschoven aan de ontwerptafel. Met deze toename aan voorbereiders is het tekenwerk ook verveelvoudigd en de complexiteit aan communicatie en ontwerpinformatie sterk toegenomen. Het vak uit de handen geslagen? Aan het eind van de twintigste eeuw is er een sterke roep, vooral binnen de ontwerperswereld, om de architect weer meer invloed op het bouwproces te geven. In 1995 roept Coenen in zijn pinksterpamflet zijn collega’s op pal te staan voor het bouwmeesterschap. Alle architecten moesten volgens Coenen“Met datzelfde probleem te maken hebben, namelijk dat het vak uit hun handen werd geslagen”. (Noties, Jo Coenen, 2010). Later trachtte hij als Rijksbouwmeester het bouwmeestermodel nieuw leven in te blazen, om de architect weer een leidende rol bij elk bouwtraject te geven. Na de millenniumwisseling ontwikkelde de bouwpraktijk zich eerder in een andere richting. De toezichthoudende taken van de architect kwamen verder onder druk te staan en de architect degradeerde langzaam tot esthetisch adviseur“Die mag zeggen hoe de ruimtes gestapeld moeten worden en welke kleur het mag zijn”. (Noties, Jo Coenen, 2010). In de vijfhonderd jaar na Brunelleschi is de architect, door de toenemende afstand tot de bouwplaats, een grotere bouwsnelheid en een groeiende complexiteit, steeds verder verwijderd van de uitvoering. Het bouwmeesterschap geënt op de klassieke verhoudingen in de bouw met de architect als middelpunt van het proces - zoals nog ten tijde van Berlage aan het begin van de twintigste eeuw gebruikelijk - is thans een illusie, dat begreep Coenen ook na zijn periode als Rijksbouwmeester. Wil de architect greep op het eindresultaat herwinnen, dan zal hij niet moeten teruggrijpen naar het verleden, maar andere modellen moeten gebruiken. Architect naar de fabriek De afstand tussen ontwerp en uitvoering was in 2009 het onderwerp van discussie met een aantal Booosting-architecten.Vragen die daarbij werden gesteld: is het eigenlijk nodig deze afstand te verkleinen? En zo ja, hoe kan deze verkleind worden, zonder te grijpen naar een nostalgisch model? Uit de gesprekken bleek dat veel architecten zochten naar nieuwe verbindingen met het maakproces. Ze probeerden nieuwe en vaak unieke producten te ontwikkelen voor hun gebouwen. Maar, zo was de ervaring van de meeste architecten, het ontwikkeltraject blijkt in de regel tijdrovend, de productiekennis is vaak onvoldoende en het gebouw was al opgeleverd voor dat het nieuwe product was uitontwikkeld.Voor het project was de productontwikkeling mislukt, het architectenbureau verloor de aandacht, de focus richtte zich weer op een nieuw project. En het idee, hoe kansrijk ook, verdween onuitgewerkt in de lade. Booosting-architect Robert Winkel van Mei architects and planners koos ervoor om de afstand tot het maakproces letterlijk te verkleinen.Voor een nieuw ontwerp ging hij naar een fabriek om op de werkvloer de ideeën te bedenken en deze direct in de fabriek uit te werken met de technici en de makers. Zo bleef de VoorbeeldvanOntwerpenindeFabriekvanMeiarchitectsandplanners:gietijzerengevelpanelen.ArchitectRobertWinkelvanMEIheeftsamenmet producentvoorKraton230(Schiecentrale4ARotterdam)eengevelvanroestendegietijzerenpanelenontwikkeld.Depanelenzijngegotenuitmetde handgemaaktewassenmallen.Def iguratieisontworpendoorStudioJob:8verschillendehavenpatronen.foto:JeroenMusch
  7. 7. 12 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 13 - Ontwerpen in de Fabriek - Frido van Nieuwamerongen afstand van bedenken naar produceren minimaal. Ideeën als de gietijzeren gevel voor het gebouw van RTV Rijnmond in Rotterdam en de‘kaboutergevel’ voor een parkeergarage in Almere zijn illustratieve voorbeelden van productontwikkeling die op deze wijze tot concrete resultaten hebben geleid. Workshop als zoektocht De discussie leidde tot een nieuw initiatief: een serie workshops onder de titel Ontwerpen in de Fabriek.Workshops die een zoektocht vormden naar de mogelijk­ heden om de afstand tussen de ontwerper en het maken te verkleinen. In deze workshops heeft Booosting ontwerpers, technici, materiaaldeskundigen en makers bij elkaar gezet om hen uit te dagen nieuwe producten te bedenken én te maken. De eerste, eendaagse workshop in 2009 werd georganiseerd met Holonite en PP Gevelbouw (nu Ekosiet). Een groep van twintig ontwerpers onderzocht nieuwe mogelijkheden voor het composietmateriaal van Holonite. Met dit vloeibare materiaal kunnen allerlei samenstellingen, kleuren en vormen gemaakt worden. De vrijheid in toepassing is enorm groot, mits enkele spelregels van het materiaal worden gerespecteerd. Deze bijeenkomst toonde direct een beperking van het concept van de workshop. Eén dag bleek te kort om tot vernieuwende inzichten te komen. Eerst moet een ontwerper blijkbaar door een fase van banale proefjes om tot vernieuwende ideeën te komen. De resultaten volgden vooral een voorspelbaar patroon van mengen, gieten, vormstudies en het opnemen van allerhande materialen in het composiet, van kraaltjes tot spiegeltjes. Drie dagen betonexperiment De ervaring van de eerste workshop leidde in 2012 tot de formule voor een meerdaagse workshop. Een workshop van drie dagen met steeds een ruime tijd tussen de bijeenkomsten zodat er tijd was om de ideeën te verwerken en verder uit te werken. De workshop werd samen met het Cement & BetonCentrum georganiseerd bij betonproducent Romein Beton in Dodewaard. In deze workshop onderzochten twaalf ontwerpers de mogelijkheden van Ultra Hoge Sterktebeton (in vaktermen: UHSB). UHSB is een beton met grote sterkte dat zeer dicht en glad is. Bovendien kan de wapening in het mengsel worden geïntegreerd waardoor complexe wapeningsstructuren achterwege kunnen blijven. UHSB kan daardoor gebruikt worden voor veel slankere constructies dan we nu gewend zijn en opent mogelijkheden voor geheel nieuwe producten. Het resultaat van deze workshop was verrassend. De door de ontwerpers betreden paden lagen soms ver af van de hedendaagse belevingswereld van de betonindustrie.Waar de betonindustrie vooral denkt in volumes, beheersing en effectieve productieprocessen, toonde de workshop een scala aan alternatieve ideeën. Minder gewicht, meer poëzie.Van slanke brugleuningen tot doorschijnende lampenkappen en ranke buitentafels, gegoten uit één stuk.Buitentafel gegoten uit één stuk. Tactiele lampenkap met doorschijnende belijning.
  8. 8. 14 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 15 - Ontwerpen in de Fabriek - Frido van Nieuwamerongen De uitkomsten waren zo vernieuwend voor de betonindustrie dat Booosting adviseerde een apart bedrijf op te zetten voor - wat wij zijn gaan noemen - Superbeton (zie Superbeton, UHSB workshop Booosting, 2012). Superbeton moet worden beschouwd als een nieuw bouwmateriaal en heeft heel andere mogelijkheden dan het traditionele beton. Een bedrijfstak als de huidige beton­ industrie, die is gemodelleerd naar efficiëntie, volumes en lage winstmarges, is niet de juiste omgeving om de potenties van dit nieuwe materiaal te exploiteren. Digitaal aangestuurde productie Met de derde Booosting workshop Ontwerpen in de Fabriek in 2015 is nog een stap verder gezet in het verkleinen van de afstand tussen de architect en het bouwen. Met kennis over digitaal aangestuurde productiemethoden als lasersnijden, 3D-­ printen en robotproductie kan de architect zijn (digitale) ontwerpvaardigheden direct vertalen naar de productie en daarmee dichter bij het fabricageproces komen te staan. De Rotterdamse Studio RAP toont dit in de praktijk al aan: het bureau slaagt erin om met behulp van eigen software en twee robots het proces van ontwerp tot en met productie volledig te beheersen. De kantoorruimte SkilledIn-office is op deze wijze door Studio RAP ontworpen en met behulp van de robots gebouwd. Een doorbraak van deze ontwerp- en productiemethode kan de traditionele bouwpraktijk op zijn kop zetten. De locatie van Studio RAP bleek dan ook de ideale omgeving voor de derde workshop Ontwerpen in de Fabriek - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur in het laatste kwartaal van 2015. Drie teams met elk één constructeur, twee architecten en een adviseur, wierpen zich op de vraag hoe de ontwerper met behulp van robotica (weer) grip krijgt op het maakproces. De resultaten van deze workshop worden in hoofdstuk 3 besproken. Digitaal Vakmanschap De afstand tussen bouwplaats en ontwerpatelier is vooral de afgelopen eeuw steeds groter geworden. Ontwerpen in de Fabriek wil deze afstand verkleinen. Tijdens de workshop Digitaal Vakmanschap hebben de ontwerpers uitdagende mogelijkheden ontdekt om het bouwen weer naar zich toe te trekken. Met nieuw onderzoek en aansprekende voorbeeldprojecten moeten de potenties verder onderzocht worden. Geeft deze techniek de ontwerper - ondanks de toegenomen snelheid van het bouwproces en het grote aantal adviseurs - weer de gereedschappen in handen om grip te krijgen op de realisering van het bouwobject? De koppeling van digitale ontwerpmethodieken en productie­ processen zou een keerpunt betekenen in de eeuwenlange tendens van groeiende afstand tussen ontwerpen en bouwen. Daarmee herwint de architect weer zijn centrale rol in het bouwproces. < Eerste workshop Ontwerpen in de Fabriek bij Holonite / PP Gevelbouw met gegoten composietsteen.
  9. 9. 16 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 17 - De robot als brugman - Wessel van Beerendonk De robot als brugman Wessel van Beerendonk architect en medeoprichter Studio RAP 2 Free-form geometrie is steeds vaker onderdeel van het architectonische ontwerp. Ondanks dat een dergelijk ontwerp inmiddels eenvoudig in CAD-software kan worden beschreven, blijkt de vertaling naar een bouw- en kostentechnisch realistisch voorstel lastig. Free-form geometrie vraagt om een nieuwe digitale wijze van produceren: door de digitale uitwerking van de geometrie is de informatie immers al digitaal aanwezig.Waarom worden dergelijke architectonische vormen dan nog steeds gemaakt met gestandaardiseerde bouwproducten? Studio RAP, deelnemer aan de Booosting workshops Ontwerpen in de Fabriek, probeert de kloof tussen digitaal ontwerpen en digitaal produceren te slechten. Tegenwoordig is het mogelijk om de meest waanzinnige vormen digitaal te beschrijven. Maar tussen de digitale wereld - waarin het gebouw is ontworpen - en de materiële wereld - waarin het gebouw wordt gerealiseerd - is een overbrugging nodig. De wens om met afwijkende geometrieën te werken impliceert een verschuiving van seriële massaproductie naar mass-customization. Oftewel: vanuit het digitale ontwerp wordt het gebouw (of worden de gebouwelementen) met digitale productiemethoden gematerialiseerd.Voorwaarde is wel dat het gebouw in het digitale ontwerpmodel tot op zeer gedetailleerd niveau wordt uitgewerkt. Alleen dan is het mogelijk om - bijvoorbeeld via een robotgestuurde fabricage - de elementen direct vanuit dat model te vervaardigen. Digitale logica, ander startpunt Omdat een ontwerp zo gedetailleerd uitgewerkt moet worden dat het direct geproduceerd en geassembleerd kan worden, is een goed inzicht in het productie­ proces essentieel. Deze wijze van ontwerpen staat haaks op het opleggen van vorm aan materiaal, of het ontwerpen met standaard bouwelementen in gedachten, zoals gebruikelijk in de huidige situatie. Om een ontwerp uiteindelijk te kunnen vertalen naar een robotbeweging, moet een ontwerp ontstaan vanuit een ander startpunt. Het is een zoektocht naar een digitale logica. Een logica tussen digitaal ontwerp en digitale fabricage. De ontwerpen worden doorgaans parametrisch opgezet. Een parametrisch model maakt het mogelijk om binnen een ontwerp een flexibele relatie op te zetten tussen parameters voor programma, materiaal en productie. Deze parameters beïnvloeden elkaar continu gedurende het ontwerpproces, evolueren als het ware naar het beste optimum van vorm en materiaal. Het resultaat is een samenhangend ontwerp, waarbij een gebouw is opgebouwd aan de hand van unieke bouwcomponenten. Hierbij heeft een bouwcomponent juist net een andere positie, rotatie, opening of kromming dan de aangrenzende bouwcomponent. Deze manier van parametrisch ontwerpen heeft een ongekende vormvrijheid en een ornamentele schoonheid die niet gebaseerd is op repetitie maar iets zegt over de maakbaarheid, materiaaleigenschappen en context van het ontwerp. StudioRAPmaaktgebruikvaneenindustriëlerobotarm:eenflexibelinzetbare, multi­functionelemachine.Iederontwerpvraagtomeentoepasselijkmateriaalmet eenbijbehorendproductieproces.Metéénendezelfdemachineishetmogelijkom tefrezen,snijden,zagenenverschillendematerialentestapelen.
  10. 10. 18 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 19 - De robot als brugman - Wessel van Beerendonk Waarom robots? Het gebruik van industriële robotarmen is een methode binnen een scala aan digitale productietechnieken die de potentie hebben om de digitale transitie te versnellen. Binnen Studio RAP, een architectonische ontwerp- en fabricagestudio, is het streven om architectuur te ontwerpen en te produceren met behulp van robotarmen.Waarom zadelt een start-up zich op met een set robotarmen: machines die in het eerste opzicht kostbaar lijken? De kosten blijken echter relatief laag in verhouding tot de mogelijkheden die deze multifunctionele machines bieden. Een robotarm kan uitgerust worden met een uiteenlopend palet aan gereedschappen. Hiermee kunnen veel verschillende materialen worden bewerkt en geassembleerd. Dit maakt het een zeer interessante machine voor een ontwerpbureau: per project wordt bekeken of het zinvol is om nieuw gereedschap te ontwikkelen of een materiaal op een vernieuwde wijze toe te passen. Met een relatief lage investering is het mogelijk om een standaard materiaal op een niet-standaard wijze te gebruiken. Digitaal bouwmeesterschap De modernisten van de twintigste eeuw ontleenden hun vormentaal aan de mogelijkheden die (nieuwe) gestandaardiseerde industriële fabricageprocessen hen op dat moment aanreikten. Zo zouden de mogelijkheden geboden door industriële robots binnen het ontwerp- en bouwproces diezelfde ontwikkeling kunnen brengen voor de architect van nu. Een herdefiniëring van de functie van de architect is een kwestie van tijd. Een architect die zich de digitale innovaties eigen maakt, zal in staat zijn een nieuwe vorm van esthetiek te vinden, waarbij maakbaarheid, materiaal en expressiviteit van het ontwerp onlosmakelijk zijn verbonden met elkaar. Bij Studio RAP eigenen we ons die rol van digitale bouwmeesters toe.We maken ontwerpen met unieke, expressieve vormen en hebben daarbij een grotere controle op de kwaliteit van het gebouw en de integriteit van het ontwerp dan bij traditionele bouwprocessen. De productiewijze is duurzaam, materiaalefficiënt en schoon. In het digitaal bouwmeesterschap ligt voor ons de toekomst van de architectuur. < Voor het SkilledIn-office trad Studio RAP zowel als ontwerpende als producerende partij op. RAP verzorgde het ontwerp voor het gehele gebouw, waarna het digitaal ontworpen dak direct werd vertaald naar robotinstructies. Dit vroeg om een digitale logica tussen materiaal en productie. Deze logica is duidelijk te herkennen in de expressieve uitstraling van het gebouw.
  11. 11. - 21 - Titel - Auteur20 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur De detaillering van de vingerverbindingen van het SkilledIn-office vertelt het verhaal van maakbaarheid en krachtsafdracht.
  12. 12. 22 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur - 23 - Titel - Auteur Workshops Digitaal Vakmanschap Drie teams werken aan nieuwe vormen van architectuur 3 Digitaal Vakmanschap in de Architectuur, de derde Booosting-workshop in de reeks Ontwerpen in de Fabriek, vond eind 2015 en begin 2016 plaats in de werkplaats van Studio RAP, in het Innovation Dock van RDM Makerspace in Rotterdam Heijplaat. Gedurende drie dagen gingen drie multidisciplinaire teams de uitdaging aan om met één blok EPS een driedimensionaal, sculpturaal object te maken: vanuit een digitaal gegenereerd ontwerp, gerealiseerd met de robot, aangestuurd door Studio RAP. De verschillende aanvliegroutes, uitgangspunten en resultaten van de drie teams geven aan hoe complex de opgave is. Digitaal Vakmanschap heeft niet alleen te maken met de beheersing en manipulatie van digitale tekenprogramma’s en de aansturing van robots, maar ook met materiaalkennis, constructief inzicht en samenwerking tussen verschillende ontwerpende disciplines. In de navolgende pagina’s wordt in beeld en tekst verslag gedaan van de verrichtingen van de drie teams en hun ervaringen gedurende de drie dagen van de workshop Digitaal Vakmanschap in de Architectuur. Team 1: Boog Matroesjka Frank Huijben - Jeen Pot - Sandro Sierhuis - Wim Verburg Team 2: Trap Scarpabotics Frank de Jong - Yuri Juliao - Rob Korver - Matthieu Maas - Karho Yeung Team 3: Bushalte De Kegelclub Paul Berendsen - Allard de Goeij - Jurgen Schoenmakers - Marcel Vroom
  13. 13. 24 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 25 - Workshops Digitaal Vakmanschap - Matroesjka vanuit zes vrijheidsgraden Matroesjka vanuit zes vrijheidsgraden heeft onderzoek gedaan naar de ontwerpmogelijkheden met een robotgestuurde draadsnijder in de vorm van een raam van 1,25 m breed en met zes vrijheidsgraden. Zomaar een‘vormpje’ maken spreekt niet aan. Een object dat beschutting biedt, verlichting heeft en verplaatsbaar is: daaraan moet het ontwerp toch minstens voldoen.Tijdens de demonstratie van de machine op de eerste workshopdag werd veel afval gemaakt: dat was ook een eye-opener. Om afval te voorkomen is een associatie gemaakt met de zogenoemde matroesjka-poppen: vormen die in elkaar of op elkaar kunnen worden geplaatst. Uit de reeks van schetsen die op dit uitgangspunt volgen, valt de schets met de‘hoorn’ het meest in de smaak. Het team kiest er voor om dit ontwerp verder uit te werken. De hoorn kan worden gemaakt door een schuine schijf van het EPS-blok te snijden. Uit deze schijf kunnen steeds kleinere contouren worden gesneden. De contouren die zo ontstaan, kunnen op elkaar worden geplaatst. Met deuvels en voorspanning (kabel in buisje) is verbinding en versterking mogelijk. De ervaringen van deze eerste vorm worden uitgewerkt op esthetiek, de mogelijkheid om vormen akoestisch in te zetten en vlakken te laten reflecteren of absorberen. Na deze eerste experimenten is een digitaal model opgesteld waarmee verschillende variabelen als parameters kunnen worden ingezet om de vorm te definiëren. Hiervoor is gebruik gemaakt van de scriptingsmogelijkheden in Rhino via Grasshopper. Uitgangspunten daarbij waren een variabele instelling in de buigstraal, het aantal segmenten, de hoekverdraaiing, om vervolgens met deze gegevens tot een vorm te komen, gesneden uit één solide volume, zonder afval. Naast dit model zijn er (met de hand) vele vormstudies gemaakt. Door met de hand een blok te snijden met de draadsnijder zijn er ook vorm­modellen gemaakt. De daaruit ontstane modellen hadden in feite een‘telescopische’ vorm, die met een standaard (verticale) draadsnijder of zaagtafel is te maken. Dit was slechts een basisstap op weg naar een uitvoering met de robot; de volgende stap was om te kijken welke snijpatronen en snijvlakken (ruled surfaces) uitsluitend door de robot kunnen worden gemaakt. Het script in Grashopper bestaat uit een begincurve (de basisvorm) die via een arc/ rule (een gedeeltelijke cirkel) verloopt tot een eindcurve. De begincurves zijn aan te passen (waardoor de vorm van de sculptuur mee verandert) en daarom is het van belang hoe deze begincurves worden gedefinieerd (o.a. volgorde en richting van tekenen). Afhankelijk van de vorm en de posities van de begincurves is het in Rhino goed mogelijk om een sculptuur een expressievere vorm te geven, of Team 1 Frank Huijben Jeen Pot Sandro Sierhuis Wim Verburg
  14. 14. 26 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 27 - Workshops Digitaal Vakmanschap - Matroesjka vanuit zes vrijheidsgraden zelfs (gedeeltelijk) open te laten aan - bijvoorbeeld - de binnenzijde. Om de vorm expressiever te maken is gekozen om te spelen met torsie en een startrotatie. Ook deze parameters zijn geschreven in het script. Bij een open structuur aan de binnenzijde kan het constructieve gedrag van EPS maatgevend zijn (lees: de dunwandige structuur mag niet uitknikken).Voor de definitieve vorm moet de constructieve werking worden onderzocht, waarbij - ter ondersteuning van de vorm - staaldraden kunnen worden ingezet. De basisvorm kan hierop worden aangepast, zodat de trekkabel simpelweg in het ‘gootje’ geplaatst kan worden dat hiervoor wordt uitgespaard uit het volume. De verankering van het object vraagt ook aandacht: het aanzienlijke gewicht van de installatie, gekoppeld aan de grote uitkraging, vereist een degelijke voetplaat met ballast van zand. Het proefmodel was een groot succes. Stuk voor stuk gestapeld en tijdelijk verankerd met paperclips en pushpins bleef het object stabiel staan. Daarna is de draad onder spanning aangebracht en zijn de pushpins verwijderd. Het model bleek voldoende stabiel met één draad. Aan de uiteinden zijn de laatste drie blokken voorzien van trekpunten om kieren tegen te gaan. In verband met zijwaartse krachten bleek het verstandig de onderste vlakken te stabiliseren met een dook op de hoeken, zodat ze niet kunnen afschuiven. De boog is nu 6,5 m lang, 2,8 m breed (diagonaal) en 3,3 m hoog. Het laagste punt van de boog hangt op 2,2 m boven de vloer. Het oorspronkelijke blok EPS was 1,15 x 2,5 x 1 m hoog. Helemaal afvalloos bleek het ontwerp niet. Er ontstond toch een beetje afval bij het schuin afsnijden van het haakse blok aan de zijkanten. Uit de proefopstelling, de berekeningen en de digitale vormstudies is een aantal conclusies te trekken. De rotatie lijkt een zinvolle doorontwikkeling van het eerste model. Er is gekozen voor het ‘hart-model’ (oftewel het model met het hartvormig eindstuk en daarmee met een‘natuurlijk’ gootje voor de trekkabel). Om het afval nogmaals te minimaliseren, zou het eerste segment niet moeten worden afgeschuind, maar gebruikt in de oorspronkelijke rechthoekige vorm. Hierdoor wordt visueel gesuggereerd dat de sculptuur voortvloeit uit een rechthoekig blok. Een van de wensen was de vorm dermate te finetunen dat deze zonder enige hulp­ middelen geplaatst kan worden en deze door exact gebruik van druk- en trek- eigenschappen in elkaar blijft staan. Dat met een minimale toevoegingen van contra­gewicht tegen het kantelen van de gehele vorm. Deze werkwijze bestaat uit het schakelen van de volumes waardoor deze als het ware in elkaar klikken. De treksterkte van het materiaal is hier echter de onzekere factor. De schakeling van volumes is handmatig getest waaruit bleek dat deze waarschijnlijk niet de volledige verwachte krachten van het object kan weerstaan. De schakeling bleek ook geometrisch enkele aanvullende uitdagingen met zich mee te brengen waardoor de vorm dermate complex wordt en deze meerdere malen door de robot bewerkt zou moet worden.Voor de robot zou dit niet direct tot problemen moeten leiden, maar de zuiverheid en simpelheid van een enkel doorgaand snijpatroon geniet de voorkeur. De conclusie van het team was daarom: het bouwwerk wordt uitgevoerd met trekkabel. De laatste uitdaging was de assemblage van het uiteindelijke model. De vormen pasten exact op elkaar. Door de toepassing van een kleine geleiding of plaats­ bepaling met een kleine buis in een grote buis, bleek alleen het schuifgedrag van de verschillende onafhankelijke elementen nog een aandachtspunt. Als oplossing hiervoor is tussen alle elementen schuur­papier geplaatst waardoor het schuiven volledig is tegengegaan. De gehele installatie is uiteindelijk door­regen met de kabel. Na deze op trek te hebben belast stond de vorm stabiel en stevig. < Verschillendestudiesnaardemogelijkhedenomdeboogsegmentente verbindenenteborgen.Uiteindelijkisgekozenvooreenenkelestaalkabel.
  15. 15. 28 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur - 29 - Titel - Auteur Als ware het matroesjka-poppen, worden de verschillende boogsegmenten uit het blok eps gehaald (zie snijpatroon hiernaast). Vervolgens worden de segmenten met elkaar verbonden en ontstaat een indruk­­wekkende sculptuur. De hoeveelheid afvalmateriaal is minimaal.
  16. 16. 30 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 31 - Workshops Digitaal Vakmanschap - Scarpabotics: van EPS tot trap Scarpabotics: van EPS tot trap heeft de opdracht benaderd vanuit een praktische en pragmatische kant. Een duidelijk uitgangspunt was dat er een element zou worden gemaakt dat ook daadwerkelijk nuttig kan worden ingezet in de bouw. Na een korte brainstormsessie kwam bij het team al snel de optie van een trap naar voren en dat idee is nooit meer losgelaten. Materiaalefficiëntie was het tweede uitgangspunt.Van het toegewezen blok van 2,5 x 1,25 x 1,04 m EPS schuim zou zoveel mogelijk materiaal moet worden ingezet voor het ontwerp. En zoveel mogelijk betekent eigenlijk hetzelfde als: alles! Omdat een trap gemiddeld genomen een lijn van 45 graden beschrijft, pasten de twee uitgangspunten al snel bij elkaar. Als het blok schuin zou worden doorgesneden, zou het ene gedeelte kunnen worden omgedraaid en (verhoogd) achter het eerste deel worden geplaatst. Deze strakke ideeën en lijnen moesten uiteraard nog vertaald naar een roboticstoepassing.Tijdens de brainstormsessie werd geopperd om het model van de trap van Scarpa voor Castelvecchio te gebruiken. Dat is een trap met ongelijke treden: ongemakkelijk lopend, maar wel een inspirerend beeld. De trap van Scarpa zou de onderlegger worden voor het (digitale) ontwerp. Eerst werd geoefend met de handsnijder en een proefblok. Met een langzame wip- wap beweging werd de snijder door twee man door het blok begeleid en dat begon er al aardig op te lijken. Het idee ontstond om de traptreden te laten ontstaan langs een sinuscurve. De afmetingen voor de op- en aantreden werden het volgende vraagstuk. Het eerste idee bestond uit een optrede van ongeveer 10 cm en een aantrede van 20 cm per trede. Op die manier zouden twee treden samen (links en rechts) een verloop creëren van ongeveer 1 op 1. Na de eerste workshop werd dit model vertaald in het programma Rhino. Daaruit bleek dat de trap op deze manier erg flauw zou worden. De op- en aantreden werden iets aangepast, zodat een helling van gemiddeld 45 graden werd benaderd. Een dergelijke kleine, steile trap kan bijvoorbeeld als tijdelijke trap op de bouwplaats worden toegepast, of als aanvulling bij een tijdelijke expositie. Tijdens de tweede workshop werd door de referenten geopperd dat enige frivoliteit en sculpturali­teit het ontwerp zou versterken. Esthetisch gezien zou dit zeker een meerwaarde kunnen hebben, maar anderzijds staat het idee op gespannen voet met het uitgangspunt van geen materiaalverlies. De focus werd daarom vooral gelegd op de uitvoering van de koppeling van de verschillende onderdelen. Die onderdelen zouden als puzzelstukjes aan elkaar moeten kunnen worden Team 2 Frank de Jong Yuri Juliao Rob Korver Matthieu Maas Karho Yeung
  17. 17. 32 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 33 - Workshops Digitaal Vakmanschap - Scarpabotics: van EPS tot trap gekoppeld, zodat een modulair systeem ontstaat. Helaas creëerde dat idee ook materiaalverlies. Additief materiaalgebruik (stalen pinnen, deuvels) werd ook afgewezen als idee. Ook de afwerking van de trap werd onder de aandacht gebracht. Maurice Nio, een van de referenten tijdens de workshop, gaf aan dat hij in het verleden ook menig trap van EPS had bedacht. Dat deze niet wijdverbreid zijn toegepast ligt in het feit dat de afwerking van de EPS-trap, meestal met een epoxycoating, een kostbare aangelegenheid blijkt te zijn. Voor de uitwerking van onze trap is er uiteindelijk voor gekozen om het standpunt van het voorkomen van materiaalverlies te laten prevaleren boven een‘spannende’ uitstraling. Daarom is het ontwerp gebleven zoals het was. Bij de definitieve digitalisering voor productie kwam de feedback dat er enige discontinuïteit in het ontwerp zat. Door een kleine aanpassing van het model is dit grotendeels verholpen.Tijdens de productie bleek het ontwerp zeer complex te zijn, want de hete draad beet zich er tot twee keer toe op stuk. Na dit oponthoud was de trap uiteindelijk toch echt een feit. Uit één rechthoekig blok schuim ontvouwden zich twee identieke trapdelen, zonder materiaalverlies. De trap liep iets flauwer dan was bedacht, maar het resultaat was sculpturaal en strak. De robotarm bleek een veelzijdig instrument met veel mogelijkheden, maar ook met keiharde grenzen. Juist hier ontstaan er spanningen en kansen die uitdagen tot ontwerpen, zo is de conclusie van Yuri Juliao. Kennis van de programmatuur en slimme 3D-modelleertechnieken zijn voor de ontwerper noodzakelijk om de grenzen goed te kunnen verkennen en benutten. Juist deze expertise bleek in de groep beperkt aanwezig, waardoor het ontwerp­ proces bestond uit schetsen en grof modelleerwerk in plaats van geraffineerde Rhinoscripts. Met de kennis van Studio RAP is de robot toch aan het werk gezet met een prachtige Scarpabotics trap als resultaat. < Team 2 vond inspiratie in de trap die Scarpa maakte voor Castelvecchio: een trap met ongelijke treden. Dit beeld is gebruikt als onderlegger voor het digitale ontwerp, waarbij twee trapdelen uit één blok worden gesneden. Digitaal ontwerp van de trap. De twee trapdelen passen precies.
  18. 18. 34 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 35 - Workshops Digitaal Vakmanschap - Scarpabotics: van EPS tot trap Oefenen met een hetedraad-handsnijder op een proefblok. (linksboven) De robot start met het snijden van de trap uit het eps. (linksonder) De robot heeft uit een eps blok de twee trapdelen gesneden: geen materiaalverlies! (rechtsboven)
  19. 19. 36 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 37 - Workshops Digitaal Vakmanschap - Kegels en powerlines Kegels en powerlines heeft onderzoek gedaan naar de ontwerpmogelijkheden die ontstaan door vormen te beschrijven met de rechte snijdraad van de robot bij Studio RAP. Elkaar doorsnijdende kegels (een algemene term voor vormen die ontstaan door cirkels en ellipsen te verbinden en ten opzichte van elkaar te verdraaien tot hyperbolen) leveren een zeer specifiek visueel resultaat, namelijk zogenaamde powerlines. Dit uitgangspunt is gebruikt om een‘inwendige’ ruimte te creëren: een schaalmodel van een onderdoorgang, een bushalte, een overkapping. Aangezien een van de teamleden met een opdracht bezig was om een bushalte (overdekte wachtplek) te ontwerpen, ontstond het idee om dit ook als thema voor deze workshop te gebruiken. Een schaalmodel 1 : 2 van een bushalte past uitstekend in een standaard blok EPS. Als derde uitgangspunt is gekozen om met zo weinig mogelijk conusvormen tot een eindresultaat te komen, waarbij de elementaire functies van een bushalte (‘droog wachten’, een zitmogelijkheid en uitzicht) moeten zijn geïntegreerd. De mogelijkheden van de gebruikte technieken bepalen mede de vormgeving, waarna het gehele object met de draadsnijder moet worden gerealiseerd. Er wordt geen gebruik gemaakt van freestechnieken. Bij het eerste studiemodel bleef de blokvorm als strakke buitenkant herkenbaar en was de binnenruimte in contrast hiermee grillig gevormd. De zogenoemde powerlines bepalen het karakter. De powerlines ontstaan op de plaatsen waar de uit het blok weggesneden conusvormen elkaar raken. Het dak wordt ook voorzien van uitsnijdingen zodat regenwater wordt verzameld en aan de achterzijde afgevoerd: zo blijft de gevel schoon. Na het eerste studiemodel werd een aantal versies van het ontwerp getest met verschillende computerprogramma’s. Daarbij bleek dat de gebruikte software in hoge mate dicteert hoe het ontwerp vorm krijgt: SketchUp genereert hele andere geometrieën dan Rhino(Vault) of Grasshopper. Een tweede model was meer‘blob-achtig’ en vloeiend van vorm. Om de productie met de smeltdraad mogelijk te maken, werd de blob vertaald in een‘croissant’- vormige buitenzijde die deels is ingesneden. Dit resulteerde in een combinatie van rondingen met scherpe snijkanten. Bij dit ontwerp zou onderzocht moeten worden of het wel met de gekozen techniek kan worden geproduceerd vanwege de dubbelgekromde vlakken aan zowel de buitenkant als de binnenzijde. De uiteindelijke vorm van het ontwerp is vooral bepaald door de beperking van het aantal kegels dat kon worden gesneden, gecombineerd met een tijdelijke ‘bevriezing’ van de variatiemogelijkheden, die ontstaan door te variëren met de plaats van de powerlines. Het schaalmodel, opgedeeld in twee kleinere blokken, is zeker niet de definitieve vorm van een bushalte, maar nodigt wel uit tot verder experiment. < Team 3 Paul Berendsen Allard de Goeij Jurgen Schoenmakers Marcel Vroom
  20. 20. 38 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur De robot heeft de overlappende kegelvormen gesneden, die voorzichtig uit het blok worden gehaald.Op de foto is een robotarm te zien met een gereedschap waarmee EPS kan worden gesneden. Diverse ontwerpschetsen voor de bushalte.
  21. 21. 40 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur - 41 - Titel - Auteur
  22. 22. - 43 - Titel - Auteur Columns over digitalisering in de bouw Van het grote gebaar naar het kleine, geoptimaliseerde detail Salomé Galjaard Additive Manufacturing: vorm volgt functie tot op de millimeter Pieter Stoutjesdijk Geïntegreerd bouwen aan unieke configuraties Marcel Bilow De zin en onzin van digitale techniek 4 Met de workshops Ontwerpen in de Fabriek doet een bescheiden aantal ontwerpers mee, vanuit verschillende disciplines. Voor Booosting is het dan ook van groot belang dat de informatie en ervaringen die de deelnemers meenemen vanuit de workshops, worden uitgedragen naar een groter publiek. Met lezingen en tegenlezingen wil Booosting de discussie over de rol van de architect en andere ontwerpende disciplines binnen het ontwerp- en bouwproces onder de aandacht brengen en bediscussiëren. Ook in het kader van de derde workshop in de reeks Ontwerpen in de Fabriek met het thema Digitaal Vakmanschap in de Architectuur, heeft Booosting is aan een aantal bouwprofessionals gevraagd om hun ervaring met en mening over het onderwerp te delen. Drie specialisten op het gebied van het digitaal ontwerpen en produceren van architectonische elementen of constructies geven op de navolgende pagina’s hun mening en ervaring in de vorm van een geschreven column, geïllustreerd met beelden uit actuele projecten. De meest doorontwikkelde versie van de constructieve knoop voor de kroonluchters in de Grote Marktstraat in Den Haag, Arup Amsterdam, bevat ook de functies van verschillende andere elementen uit de constructie. Zo is niet alleen bijna 50 procent op het gewicht van de constructie bespaard, maar zijn er op het geheel ook 15.000 elementen geëlimineerd. foto: David Fotografie voor Arup
  23. 23. 45 - Additive Manufacturing: vorm volgt functie tot op de millimeter - Salomé Galjaard Additive Manufacturing: vorm volgt functie tot op de millimeter Salomé Galjaard senior product en interaction designer Arup Amsterdam De bebouwde wereld om ons heen bestaat grotendeels uit rechte lijnen. Vaak zijn deze lijnen gecreëerd door kleinere elementen die zelf ook weer uit rechte lijnen en hoeken bestaan. Deze vormentaal is direct te koppelen aan de materialen en productietechnieken die de mens al millennia gebruikt: boom­stammen, bakstenen, et cetera. Eind vorige eeuw is er een nieuwe additieve productie­ techniek ontwikkeld, waarvan we pas sinds kort beginnen in te zien welke mogelijkheden ons dat biedt. Die techniek wordt ook wel 3D-printen genoemd. Additieve technieken voegen materiaal toe om een product of constructie op te bouwen. Het stapelen van bakstenen zou dus ook een additieve techniek kunnen worden genoemd. De techniek waar ik het hier over wil hebben gebruikt veel kleinere bouwstenen van metaal, die met een laser aan elkaar worden gesmolten. Deze techniek valt onder de noemer Additive Manufacturing. Dat deze techniek tot voor kort eigenlijk geen rol van betekenis heeft gespeeld in de wereld van ontwerpen en bouwen, komt naar mijn mening door de relatief geringe computerkracht tot enkele jaren geleden. Daar is nu snel verandering in aan het komen. Berekeningen die eerst dagen of zelfs weken duurden, kunnen nu binnen seconden, minuten of enkele uren worden uitgevoerd. Dit maakt het mogelijk topologische optimalisaties te doen voor bijvoorbeeld constructies, waarbij per eenheid materiaal bekeken wordt of deze daadwerkelijk een functionele waarde heeft voor het uiteindelijke product. Op deze manier kan - net als in de natuur, waar vorm goedkoop is en materiaal duur - een ontwerp worden gemaakt dat exact aansluit op de functie. Voor het oorspronkelijke ontwerp van de kroonluchters voor de Grote Marktstraat in Den Haag is ook zo’n optimalisatieslag gemaakt. Door de onregelmatige opbouw van de constructie hadden alle knooppunten een andere vorm. In plaats van de knooppunten aan te passen aan conventionele productietechnieken, is gezocht naar een productietechniek die beter aansloot bij de functionele eisen van de constructie. Additive Manufacturing bleek in vele opzichten de juiste oplossing: het steeds opnieuw opbouwen van een product zonder mal staat toe dat alle producten verschillen als dat nodig is. Gewichtsoptimalisatie is mogelijk zonder de betrouwbaarheid van de producten aan te tasten. Oefeningen met productintegratie brachten de resultaten op een heel nieuw optimalisatieniveau. Bij Arup zijn we ervan overtuigd dat er heel veel toepassingen zijn voor Additive Manufacturing. Eigenlijk is Additive Manufacturing een nieuwe manier van oplossingsgericht denken, toepasbaar met verschillende materialen. Hoewel er nog veel technische vragen op zijn te lossen, hopen wij dat ontwerpers van nu en in de toekomst hun voorstellingsvermogen de vrije loop laten. Als het een toegevoegde waarde voor het ontwerp heeft, kunnen ontwerpers het denken in rechte lijnen en modulaire oplossingen vanaf nu loslaten. Met Additive Manufacturing opent zich een wereld aan nieuwe oplossingen en unieke vormen. < Deze drie constructieve knopen vervullen dezelfde functie, maar verschillen in vorm, gewicht en productiemethode. Het middelste en rechter element zijn geproduceerd met Additive Manufacturing in metaal. foto: David Fotografie voor Arup
  24. 24. 47 - Geïntegreerd bouwen aan unieke configuraties - Pieter Stoutjesdijk Pieter Stoutjesdijk oprichter TheNewMakers docent en onderzoeker TU Delft, faculteit Bouwkunde Geïntegreerd bouwen aan unieke configuraties De zomer van 2016 wordt gebruikt voor de bouw van een paviljoen op de BK City Campus van de TU Delft in het kader van een 3TU Lighthouse Project. Het paviljoen heet PD-Lab waarbij PD staat voor Product Development. De bouw van het paviljoen is een eerste stap in de productontwikkeling van PD-Lab. Het project en de daaraan gekoppelde technieken en processen zullen voortdurend worden optimaliseerd door studenten en onderzoekers van TU Delft. Als onderdeel van het experiment wordt het bouwsysteem FabField geïntroduceerd. Dit systeem bestaat uit CNC gefreesde bouwelementen. FabField streeft er naar de efficiëntie van IKEA te combineren met de modulariteit van Lego en de schaal­ baar­heid van Wordpress. Dit volledig digitale productieproces is ontwikkeld door de startup TheNewMakers. FabField bestaat uit sub-assemblages: geïntegreerde bouwblokken die samen unieke configuraties vormen. In de online ontwerpomgeving van FabField kunnen deze configuraties worden samengesteld. Omdat aan elk bouwblok productie-informatie is gekoppeld, kan elk uniek ontwerp rechtstreeks naar een lasersnijder worden gestuurd voor productie van een schaalmodel, of naar een CNC-frees voor productie op schaal 1 : 1. Alle onderdelen - van draagconstructie tot binnenafwerking, van gevel tot interieur - kunnen met een precisie van 0,1 mm volautomatisch worden geproduceerd uit verschillende houtachtige plaatmaterialen. De verbindingen tussen de blok- onderdelen zijn zo ontworpen dat deze automatisch op de juiste plek schuiven en enkel nog hoeven te worden geborgd.Tegelijk kunnen installaties en isolatie worden aangebracht, waarvoor op de juiste plaatsen uitsparingen zijn meegefreesd. Als compact volume kunnen de blokken vervolgens worden getransporteerd naar de bouwplaats. De draagbare blokken kunnen daar eenvoudig in elkaar worden geklikt zonder gebruik van een kraan. Met hetzelfde gemak is de assemblage in een later stadium te demonteren voor hergebruik. In dit bouwproces kunnen meetbaarheid, voorspelbaarheid en controle - typisch digitale voordelen - zich duidelijk manifesteren, waardoor faalkosten nihil zijn.Tijdens het ontwerp en de engineering is direct te zien hoeveel seconden productietijd nodig zal zijn, hoeveel gram CO2 het gebouw zal opslaan en hoeveel cm3 zaagsel zal worden geproduceerd. Door minimale toleranties is de pasmaat altijd gegarandeerd en kan het casco zichtwerk worden. De engineering die bij traditionele bouwmethoden op de bouwplaats plaatsvindt, verschuift volledig naar de ontwerpfase. In het werk levert dit een enorme besparing op. Waar in het traditionele proces veel tijd verloren gaat met het zoeken naar potlood en rolmaat, is dit in de digitale pre-engineering simpelweg een kwestie van ‘crtl+p’ en ‘crtl+d’. Door de modulariteit van het FabField systeem is de pre-engineering niet bij elk uniek ontwerp opnieuw vereist. De stap van ontwerptekening naar productietekening is daardoor van weken terug­ gebracht naar seconden. Ik ben ervan overtuigd dat een verregaande integratie van de ontwerp-engineering en de productie niet alleen de kwaliteit van het bouwproces sterk zal verhogen, maar daarmee samenhangend ook de kwaliteit van het eindproduct. <
  25. 25. - 48 - Digitaal vakmanschap in de architectuur 49 - De zin en onzin van digitale techniek - Marcel Bilow Hebben wij digitale productietechnieken nodig? Een duidelijk ja! We zitten al midden in die ontwikkeling. Maar gaan we ook volledige huizen 3D-printen, zeg... morgen? Zeker niet! Zelf sta ik er nogal dubbel in. Als docent bij de faculteit Bouwkunde aan de TU Delft ben ik op de hoogte van alles wat er is en alles wat we kunnen op het gebied van 3D-printen. Al meer dan vijftien jaar ben ik met de techniek bezig: toen stond er al een peperdure machine in mijn kantoor waarmee ik met plezier heb geëxperimenteerd. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. De producent had het volgende in zijn reclamefolder gezet:“Het is nu mogelijk om functiegericht te ontwerpen, de tijd van assemblage is voorbij. Elementen die onmaakbaar leken, kunnen nu met gemak worden geproduceerd”.Vervolgens kwam het verval van de octrooien en in een mum van tijd had elk FabLab, architectenbureau of bibliotheek een goedkope 3D-printer staan.We hoeven er geen discussie over te voeren: de mogelijkheden van de techniek zijn enorm. Maar welke meerwaarde wordt ermee gecreëerd? In die vraag ligt de reden van mijn ambivalente houding. De aankondiging van‘’s-werelds eerste 3D-geprinte grachtenpand’ in Amsterdam suggereerde dat er een volledig gebouw zou worden geprint.Vanuit de hoofdstad komen nu geluiden dat dat niet gaat gebeuren. Het geeft ons aanleiding om na te denken over wat we in de toekomst wel zouden moeten printen of digitaal produceren. Alleen als we de juiste toepassingen kunnen vinden, toepassingen die ook een meerwaarde genereren, dan is het mogelijk om nieuwe technieken rendabel in te zetten. Materiaalreductie is bijvoorbeeld zo’n meerwaarde in bepaalde toepassings­ mogelijkheden. Goede voorbeelden daarvan zijn de 3D-vliesgevelknoop van Alcoa of de staalknoop die Arup ontwikkelde. Dat gebeurde door het nabootsen van natuurlijke groei, waarbij in een optimalisatieproces de beste constructieve prestatie werd gekoppeld aan een geminimaliseerd materiaalgebruik. Goedkopere materialen in een nieuwe vorm of de integratie van functies in een complex project: het zijn denkrichtingen waarbij 3D-printen van meerwaarde zou kunnen zijn. Als architecten kunnen wij makkelijker dit soort nieuwe uitdagingen aan, dan onze mede-bouwprofessionals.Wij beheersen het 3D-model immers al in perfectie! De zoektocht naar goede toepassingen van nieuwe technieken moet een duidelijk, zichtbaar voordeel opleveren. De nieuwe digitale technieken moeten betere producten beter betaalbaar maken, zoals dat in andere industrieën al sinds jaar en dag werkt. Slechts enkele gebouwen zullen bekroond kunnen worden met het predicaat ‘’s-werelds eerste’. Uiteindelijk kopen we toch allemaal een Billy boekenkast omdat die het goedkoopst is. Niet omdat het product door robots is gemaakt. Let’s build a better future ! < Marcel Bilow docent en onderzoeker TU Delft, faculteit Bouwkunde hoofd Bucky Lab De zin en onzin van digitale techniek
  26. 26. 50 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 51 - Digitaal ontwerpen is een houding - Maurice Nio- 50 - Titel - Auteur Digitaal ontwerpen is een houding Techniek is een middel, architectuur blijft het doel Maurice Nio architect en directeur NIO architecten referent workshop Digitaal Vakmanschap 5 Maurice Nio laat zich graag verrassen door een ontwerp dat uit de software rolt. Vervolgens gaat hij het ontwerp toetsen, fijnslijpen, karakter geven. De volgende stap is de realisatie van het driedimensionale object: ook dat proces vraagt om een unieke vormgeving.“Voor mij is het verrassingselement in het ontwerp heel belangrijk”, aldus Nio.“Maar het kunnen realiseren van ontwerpen heeft minstens zoveel prioriteit.” Een gesprek over ontwerphouding, zigzaggen door de software, communicatie met projectpartners en digitaal vakmanschap. Nio vertelt. “Het digitale vakmanschap heeft niet alleen betrekking op het ontwerp en de productie van je ontwerp, maar ook te maken met de manier waarop je het ontwerp- en bouwproces inricht. Ook het proces moet je ontwerpen. De begroting van dergelijke projecten is anders, dus daar moet je een nieuwe vorm aan geven. Eigenlijk moet je alles opnieuw ontdekken, uitvinden en maken: dat maakt het ook zo leuk. Software is mijn instrument Voor mij is het werken met software om een ontwerp te maken en vervolgens te realiseren niet nieuw: al sinds mijn studie ben ik daarmee bezig. Ik wil niet ontwerpen vanuit mijzelf: ik regel en organiseer de condities om het ontwerp te maken. Software is mijn instrument om al die condities in het ontwerp mee te nemen. En vervolgens laat ik me verrassen, draai ik aan de knoppen, toets ik de resultaten. Het liefst werk ik op een elliptische manier aan mijn ontwerp: zig­zaggend door de parameters en weer terug. Deze houding, die het toelaat om ontzettend veel variabelen in je ontwerp een rol te laten spelen, is het startpunt van elke ontwerpopgave. Je maakt eerst de software, voegt de parameters toe. Dat zijn niet alleen de punten in het programma van eisen, maar ook variabelen als materialen, referenties, inspiraties. Je zou een muziekstuk als parameter kunnen opvoeren.Vervolgens creëert de software een vorm, die door jou wordt getoetst, bijgeschaafd, tot in het detail wordt geoptimaliseerd. En dan volgt de stap naar realisatie. En die is natuurlijk ook niet lineair. Meegaan in het proces De opdrachtgever moet wel met een dergelijk proces mee willen gaan. In mijn ervaring kunnen opdrachtgevers van civiele werken er het best mee omgaan: de mensen die op de cijfertjes afgaan en zonder enige fantasie een opdracht aanvliegen. Als je hebt laten zien dat je het kan, dan geven ze je de vrijheid om met ideeën te komen. Heel anders heb ik dat meegemaakt in de woningbouw. Opdrachtgevers in de woningbouw hebben al een beeld van wat een woning moet zijn en dat is heel beperkend. Je merkt het meteen tijdens presentaties: als het stil wordt, is het niet goed. Dan ben je een stap te ver gegaan. Scratcher De digitale tools die nu beschikbaar zijn, daar ben ik altijd naar op zoek geweest. De instrumenten komen nu naar me toe: dat is heel fijn want dat scheelt ontzettend veel tijd.We werken veel met Rhino en Grasshopper. Er zijn natuurlijk ook andere DitontwerpvoorhetCollectiegebouwvanmuseumBoijmansvanBeuningenin RotterdamiseengezamenlijkontwerpvanNioarchitecten,MADarchitectsenOKRA landschapsarchitecten.HetkreegdenaamTombRaider.Eensculpturaalobjectmiddenin destad,datgeheimzinnigheiduitstraaltentegelijkertijduitnodigtomtebezoeken.
  27. 27. 52 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 53 - Digitaal ontwerpen is een houding - Maurice Nio pakketten, maar deze zijn goedkoop en toegankelijk. Bovendien werken ze heel intuïtief en geven ze meer vrijheden dan andere pakketten. Ik heb me altijd een soort scratcher gevoeld: morrelen met de techniek om het op een andere manier te laten werken. Maar ook met deze nieuwe software zijn we nog steeds aan het scratchen, om voorbij het algoritmische te raken. Je kunt programma’s ook averechts gebruiken. Ik wil geen visuele wiskundige logica. Revit en BIM zijn ontzettend houterig. Alles wordt omgezet naar een meetkundig productiemodel, naar radii en rechte lijnen. En vervolgens gaat de fabrikant het alsnog vertalen naar de eigen software. Al zolang als ik in het vak zit - dertig jaar - voel ik de wens van aannemers en fabrikanten om met dergelijke modellen te werken. Maar voor mijn manier van ontwerpen werkt het niet.Wat mij betreft is BIM een keurslijf. Dodelijk voor de creatieve geest van architecten. BIM is killing. Moodboards zijn belangrijk Mijn studio is een school. Ondanks dat studenten tijdens hun studie de prachtigste renderings maken en vrijwel alles in digitale modellen opzetten, moeten ze nog ontzettend veel leren als ze hier komen. Gelukkig zit de creativiteit bij die jonge mensen er nog wel in. Soms is het nodig om ze naar de maquetteruimte te sturen, om het maken en het driedimensionale persoonlijk te ervaren. Ontwerpen beginnen hier ook met schetsjes, maar vooral met moodboards. Dat zijn collages van materialen, vormen, kleuren referentieprojecten, maar ook bijvoorbeeld muziek of film. Die moodboards zijn heel belangrijk, daar komen we altijd bij terug. Dat is een deel van het kader waarbinnen we de ontwerpen die de software maakt, kunnen toetsen. Mijn manier van werken vraagt wel veel van de mensen met wie ik werk. Het vraagt om een nieuwe kijk op de opgave, het vraagt om zelfreflectie. En we halen dingen bij het ontwerp, die niet gebruikelijk zijn. Het is een nieuwe ontwerpmentaliteit, die vaak een gevoel van onzekerheid geeft bij nieuwe medewerkers.Toch geef ik ook jonge mensen gauw de verantwoordelijk om met ontwerpen te komen, om met de software te spelen. Om te zien wat voor effect dat heeft. Ze moeten ook mij kunnen verrassen. Bij de een werkt die aanpak wel, bij de ander niet. Spin in het web Ontwerpen is een universum. Het gaat om kleur, geur, voelen, beleven, luisteren, ruiken, zien: alles komt bij elkaar. Op het moment dat je alle parameters kunt inzetten voor je ontwerp, is er geen verschil meer tussen ornament, detail of structuur. De ruimte die je creëert, is een gevolg van een proces, niet van een enkele gedachte. Je gebruikt de techniek om juist de emoties, de ervaring een plek in het ontwerp te geven. Geen enkele stap in het ontwerp- of uitvoeringsproces is met deze werkmethode lineair. Je bent voortdurend op zoek naar de juiste methode en mensen om het plan te kunnen realiseren. Ben je daarmee een bouwheer, de spin in het web? Ja, dat denk ik wel. Al is dat in Nederland niet makkelijk: de architect heeft die positie toch wel in moeten leveren. Zelf voel ik die verantwoordelijkheid wel. TheAmazingWhaleJawiseenbushalteinHoofddorp.Gebouwdin2003uitpolystyreenenpolyesteren- opdatmoment-hetgrootstegebouwvansynthetischematerialen(50x10x5m).foto’s:RadeckBrunecky
  28. 28. 54 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 55 - Digitaal ontwerpen is een houding - Maurice Nio Herkenbaar vastgeroest Wat ik het leukst vond tijdens de Booosting Workshops was de verbazing van de deelnemers. Je herkent de vastgeroeste werkmethoden. Niet alleen in de zin van het ontwerp, maar ook zeker op het gebied van samenwerking. Als je werkt met vrije vormen, wordt de communicatie met de constructeur anders. Dan ga je anders met een installatie-adviseur het gesprek aan. Je gaat op zoek naar de juiste uitvoeringsmethode en daarmee zou je wel eens in een andere industrie terecht kunnen komen. Zo ben ik voor de uitvoering van een tunnel in aanraking gekomen met een bedrijf dat mammoettankers maakt.Voor een ander project bleek de benodigde kennis en ervaring te liggen bij een bedrijf dat windmolens maakt. Omgekeerd hebben die bedrijven nooit te maken gehad met een bouwkundig ontwerp: daar ligt dus ook een rol voor de architect, om ze daarin te begeleiden. Met digitaal ontwerpen moet je continu scherp blijven. Met software ontstaan er prachtige lijnen, maar daar zijn we helemaal niet naar op zoek.We zijn juist op zoek naar de imperfectie, naar emotie, naar scherpe randjes. Alleen daarmee krijgt een ontwerp menselijkheid en karakter. Dat verlangt een alertheid in het ontwerpproces. Een teveel uitgedokterd, te perfectionistisch ontwerp wordt vaak kil en zielloos. Software is anoniem, maar het is mogelijk om dat instrument zodanig aan te passen dat het een ontwerp terugvoert naar een menselijk niveau. Daarmee zou je dergelijke software kunnen beschouwen als spiegel voor de menselijkheid. Een robot voert vervolgens dat parametrische ontwerp met al die karaktertrekken naad­loos uit. Dat is toch prachtig? Die robot zorgt ervoor dat de mens zich weer mens kan voelen. Dat vind ik een fantastische manier om tegen robotisering aan te kijken.” < The Aquarians vormen een familie van 22 bruggen in de nieuwbouwwijk De Grote Wielen in Den Bosch. Omdat de waterwegen al waren aangelegd voordat de bouw van de wijk zou beginnen, zijn de bruggen vormgegeven als waterdruppels van staal en beton die het waterrijke karakter ondersteunen. foto: Hans Pattist
  29. 29. 56 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 57 - Nieuwe methodieken, consistente ambitie - interview met Joost Heijnis & Robert Capel Nieuwe methodieken, consistente ambitie Interview met scheidend en aankomend Booosting voorzitters Joost Heijnis & Robert Capel Caroline Kruit 6 Joost Heijnis is opgeleid tot bouwtechnoloog en werkt bij architectenbureau cepezed. Robert Capel is architect en geeft sturing aan de engineering- en rekengroep bij Octatube, een productie­bedrijf met uitgebreide engineering­ afdeling. Voor beiden zijn esthetiek en maakbaarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met de afronding van de derde workshop Ontwerpen in de Fabriek neemt Heijnis afscheid als voorzitter van Booosting en treedt Capel aan. Een goed moment om gedeelde en persoonlijke ambities te bespreken. Maakbaarheid. Als er één woord is dat voor Joost Heijnis en Robert Capel synoniem is voor hun professionele ambitie, dan moet dat toch maakbaarheid zijn. Beiden studeerden in Delft bij de faculteit Bouwkunde, maar vonden de opleiding‘nogal theoretisch’. Heijnis:“Regelmatig heb ik me erover verbaasd dat mede-studenten hoge waardering kregen voor ontwerpen die overduidelijk niet maakbaar waren. Voor mij was dat onbegrijpelijk.” Capel had soortgelijke ervaringen. Het kwartje viel toen ze kozen voor een studiemodule bij de vakgroep Bouwtechniek, in wat nu het Bucky Lab wordt genoemd. Heijnis:“Dat was voor mij het moment dat het eindelijk klikte met mijn opleiding.” Capel vult daarop aan:“Voor mij ook! Het was een eerste confrontatie met de maakindustrie. Learning by doing: kijken of je idee ook echt kan worden gemaakt. Een heel belangrijk onderdeel van de opleiding.” Het model als middel De afstand van het idee tot het uitgevoerde plan is alleen maar groter geworden met de digitalisering van de ontwerpinstrumenten, zo constateren Capel en Heijnis.“We moeten oppassen dat we niet digitaal doorslaan”, waarschuwt Heijnis.“Dat we alles uit een 3D-model denken te kunnen halen in plaats van daadwerkelijk ook te meten of het kan. Soms lijkt het wel alsof het goed zetten van de parameters in Revit voor ontwerpers een doel op zich wordt, terwijl een tekening uiteindelijk tot doel heeft om anderen aan het werk te kunnen zetten. Affiniteit met de man op de bouwplaats is er niet of nauwelijks.” Capel:“Zonder begrip van het maken word je een stylist.” Heijnis:“Dat is killing voor het vak van de architect en de kwaliteit van gebouwen. Dan heb je zometeen binnenhuisarchitecten én ‘buitenhuisarchitecten’.” Capel:“Je hoeft geen expert te zijn op constructief of productietechnisch gebied, maar wel de gezonde zin hebben om te begrijpen hoe het zit. De constructeur kritisch kunnen bevragen, met de maker de aanpak bespreken, elkaar uitdagen.” Heijnis:“Het is tijd voor nieuwe bouwmeesters, ontwerpers die controle hebben tot op het detail. Misschien heeft de kreet bouw­ meester een iets te romantische voorstelling die refereert aan een tijd die niet meer komt. Maar als je je deze kennis van digitalisering en productie niet eigen maakt, dan heb je grote kans dat andere partijen met jouw ontwerp aan de haal gaan. Of nog erger: zelf een ontwerp gaan maken.” Capel:“Het doel van alles netjes in de computer zetten, is dat je het kunt gebruiken voor productie. Een goede tekening kan de productie efficiënter maken en de kosten lager. Zeker bij de meer geautomatiseerde vormen van productie. De vertaalslag van een architectonisch ontwerp naar productie of interpretatie van RobertCapel(links)enJoostHeijnis(rechts)foto’s:LeonvanWoerkom
  30. 30. 58 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 59 - Nieuwe methodieken, consistente ambitie - interview met Joost Heijnis & Robert Capel tekeningen door andere bouwpartners geeft risico’s, zeker als er onvoldoende rekening is gehouden met de uitvoeringsaspecten.” Verschillende niveaus van automatisering Binnen de verschillende vakgebieden in de bouw is de mate van automatisering verschillend en volgt elke discipline eigen automatiseringstrajecten, zo constateren beide bouwkundigen. Capel:“Octatube is een maakbedrijf met een flinke engineeringafdeling.We proberen al zoveel mogelijk toegevoegde waarde en informatie in de tekeningen te krijgen, zodat de producten efficiënt gemaakt kunnen worden. Daarom verlangen we ook dat onze toeleveranciers qua software met onze engineeringafdeling synchroniseren. Het is de enige manier om goede digitale bouwpakketten te kunnen maken.” Heijnis werkt met zijn team bij architectenbureau cepezed met BIM:“De modellen die wij maken kan de aannemer direct doorsturen naar zijn onderaannemers. Dan krijgen we iets aangepaste tekeningen terug om te toetsen. Een papierloze bouwplaats zie ik voorlopig nog niet: een timmerman pakt nog steeds die tekening en zijn zwaaihaak.” Mass customization Toch is de digitalisering niet te stoppen, weten zij. Ook op andere aspecten van het bouwproces komen er andere en nieuwe instrumenten. Heijnis:“Langzaam druppelen nieuwe tools door. De waterpas wordt vervangen door de laser. Er zijn drones die je staalconstructie checken.” Capel vult aan:“Je hebt laserprojectie: een robotlaser die de maatvoering uitzet. Elementnummers die worden gelaserd. Steeds meer handmatige handelingen verdwijnen uit het proces of worden efficiënter. Maar ik zie dat allemaal als een goede ontwikkeling. Het maakt dat je makkelijker unieke elementen maakt. De tijd van series maken, maatrepetities en het beperken van de unieke elementen is echt voorbij. Het tijdperk van mass customization is echt aangebroken.” Heijnis houdt nog een slag om de arm:“Al heeft een staalbouwer waarmee wij werken zojuist weer een nieuwe knipper en ponser gekocht.Veel werk wordt nog traditioneel uitgevoerd.” Capel:“Het duurt ook lang voordat je een lasermachine hebt terugverdiend. Het wordt in de productiewereld een kwestie van‘survival of the most agile”: er zal altijd worden gekozen voor de meest efficiënte productiemethode.” Digitale ontwerpkracht De koppeling van digitale ontwerpkracht aan (nieuwe) productiemethoden was de aanleiding voor Booosting om de derde workshop in de reeks Ontwerpen in de Fabriek te wijden aan het Digitaal Vakmanschap in de Architectuur. Heijnis:“Na een discussie en een rondetafel over het onderwerp leek het de juiste stap om met Studio RAP een workshop op te zetten. Zij maken al die koppeling en laten zien dat de kennis van materiaal en uitvoeringstechnieken juist heel hard nodig is om een volledig digitaal ontwerp- en productietraject op te tuigen.” Capel:“Door met multidisciplinaire teams te werken, zie je ook de verschillen in digitalisering van de verschillende bouwprofessionals.Voor architecten en engineers is begrip van het maakproces een belangrijke ontwerptool. Maar de kennis van het maken ontwikkelt zich bij een architect niet vanzelfsprekend en niet zo snel: projecten duren vaak lang en de daadwerkelijke productie vindt meestal niet onder hun neus plaats. Ruimte voor experimenten binnen een project is vaak niet mogelijk.
  31. 31. 60 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur 61 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur Deze workshop was een goede oefening om te zien wat de uitdagingen en limitaties zijn. En dan specifiek met robotarm met snijdraad en slimme software. Het geeft de deelnemers de gelegenheid om frisse ideeën uit te werken in een ontwerp en dat meteen te maken.” In de Booosting-genen Na het afrondende symposium over deze workshop, neemt Joost Heijnis afscheid als voorzitter van Booosting. Heijnis:“Mijn voorzitterschap is een ontzettend leerzame periode geweest. Er zijn veel discussies geweest over het bestaansrecht van Booosting, over de manier waarop de kennis binnen Booosting naar buiten zou kunnen worden gebracht. Daartoe zijn er heel veel gesprekken geweest met de aangeslotenen bij Booosting. Zou er een volledig digitaal platform moeten komen, een online Booosting Forum? Uit de vele gesprekken blijkt dat het gesprek, de letterlijke discussie, het meest op prijs wordt gesteld.Tegen alle digitalisering in is de persoonlijke uitwisseling van informatie nog steeds het meest waardevol.” Robert Capel, die het stokje van Heijnis overneemt, beaamt dat:“De energie komt uit de persoonlijke interactie.” Heijnis ziet de kracht van Booosting in het uitlokken van discussies:“Het is het leukst als de discussie fel is, als mensen het roerend met elkaar oneens zijn. Daarom proberen we tijdens bijeenkomsten ook altijd tegenlezingen te organiseren. Na zo’n felle discussie gaan mensen opgeladen naar huis en denken er nog eens over na.” Capel:“Het uitdagen, stimuleren en kietelen van de vakgenoten zit in de genen ven Booosting. Onderwerpen maximaal kritisch tegen het licht houden. Niet ja-knikkend het pand verlaten.” Nieuwe inzichten
 Na een reeks onderwerpen die vooral een maatschappelijke ambitie hadden, is Booosting nu weer klaar voor een reeks pittige discussies, zo is bij Capel en Heijnis te beproeven. Heijnis:“Met de workshops Ontwerpen in de Fabriek bereik je in eerste instantie een kleine groep, maar zeker het onderwerp Digitaal Vakmanschap in de Architectuur heeft betrekking op een veel breder publiek. De discussie hierover houdt natuurlijk niet op na deze workshop.” Capel:“De grote uitdaging voor Booosting wordt om meer eye-openers te vinden, te delen en de discussie erover aan te gaan.We willen zoveel mogelijk aangeslotenen kunnen betrekken bij de activiteiten die we organiseren. Deze activiteiten trekken je uit je dagelijkse waarheid: je leert andere mensen kennen, je hoort over nieuwe onderwerpen en invalshoeken. Persoonlijk kijk ik daar enorm naar uit.” Heijnis kan beamen dat het deelnemen aan workshops, rondetafels en lezingen je als vakman verrijkt. “Het geeft je als vakman nieuwe inzichten. En natuurlijk kost het tijd. Maar dit is niet een kwestie van tijd hebben voor dergelijke activiteiten, het is een kwestie van tijd maken.” Capel:“De sleutel zit in het enthousiasme waarmee Booosting onderwerpen kiest en bijeenkomsten organiseert.We moeten de vakgenoten prikkelen, dat is het belangrijkste.”<
  32. 32. 62 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur Colofon Digitaal Vakmanschap in de Architectuur Deze publicatie gaat over deel 3 uit de serie Booosting-workshops Ontwerpen in de Fabriek en heeft als onderwerp Digitaal Vakmanschap in de Architectuur - ontwerpen én produceren. Met dank aan Frido Van Nieuwamerongen - Booosting, Arconiko Architecten - initiatiefnemer, begeleider workshop, auteur, redacteur Caroline Kruit - Dax Creative Company - publicist, eindredacteur Jolanda Steenhouwer - Booosting - coördinatie Wessel Van Beerendonk - Studio RAP - begeleider workshop, auteur Leon Spikker - Studio RAP - begeleider productie Lucas Ter Hall - Studio RAP - begeleider productie Wilt Jan De Boer - Kingspan/Unidek - sponsor van het workshopmateriaal Bert Hooijer - RDM Makerspace - beschikking stellen ruimte Geert Dijkstra - Acquire Publishing - uitgeefdirecteur Wijnand Beemster - Stedebouw & Architectuur - promotor Gyuszi Florian - Booosting, ABT - referent workshop Joost Heijnis - Booosting, architectenbureau cepezed - introductie, interview Marcel Bilow - Bucky Lab TU Delft - auteur Maurice Nio - Nio Architecten - referent workshop, interview Pieter Stoutjesdijk - TheNewMakers,TU Delft - auteur Robert Capel - Booosting, Octatube - interview Salomé Galjaard - Arup - auteur Over deze uitgave grafisch ontwerp Patricia Brouwer Design uitgever Booosting ISBN 9789082548211 distributeur Acquire Publishing © 2016 Booosting platform voor koplopers in bouwinnovatie - www.booosting.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Subsidie Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt met een subsidie van het EPSprofs (onderdeel van Kingspan Unidek in Gemert) is een leverancier van innovatieve oplossingen voor snel en efficiënt bouwen en isoleren. Indien mogelijk ondersteunt zij bedrijven die meerwaarde aan het product EPS (Airpop‘engineered Air’) weten toe te kennen. EPSprofs was positief verrast door de mogelijkheden die deze workshop heeft laten zien. - 63 - Titel - Auteur Digitaal Vakmanschap De driedaagse workshop Digitaal Vakmanschap in de Architectuur vond plaats bij Studio RAP op het Innovation Dock van RDM Makerspace te Rotterdam Heijplaat op 4 november en 9 december 2015 en 15 januari 2016. Met op 15 juni 2016 een afsluitend symposium op de faculteit Bouwkunde aan de TU Delft. Met de workshops bereikte Booosting een kleine groep belangstellenden. De vraagstelling, de uitkomsten van de workshops en de discussies gedurende de workshops zijn echter interessant voor een groter publiek. De belangrijkste doelgroep is de ontwerpende vak­ wereld; architecten, constructeurs en andere ontwerpdisciplines. Een tweede doelgroep zijn de fabrikanten. Veel fabrikanten zullen hun productie verder digitaliseren en robotiseren, maar zullen niet direct op het idee komen dit samen met ontwerpers te onder­ zoeken. Een derde doelgroep is het onderwijs. De Nederlandse onderwijsinstituten op het bouwvlak zijn zich zeer bewust van hun verantwoordelijkheid. De huidige studenten zullen in de toekomst te maken krijgen met robotproductie, 3D-printen en andere nieuwe productiemethoden. Deze publicatie, en de activiteiten eromheen, moet hen er toe aanzetten ontwerpers in te schakelen bij dergelijke vernieuwingen. Booosting, met de brede achterban over de hele bouwkolom, is de organisatie bij uitstek om aan de hand van deze publicatie ontwerpers, producenten, adviseurs en onderwijs met elkaar in verbinding te brengen. Teams Workshop Digitaal Vakmanschap Team Matroesjka (boog) Frank Huijben - ABT - structural engineer Jeen Pot - architectenbureau cepezed - architect Sandro Sierhuis - Architectenbureau Sierhuis - architect Wim Verburg - Adviesburo voor Bouwmarketing en UTwente - onderzoeker, promovendus Team Scarpabotics (trap) Frank de Jong - IMd ingenieurs - tekenaar, constructeur Yuri Juliao - Rijksvastgoedbedrijf - architect Rob Korver - Area architekten - architect Matthieu Maas - Arconiko Architecten - architect Karho Yeung - Atelier PRO - architect Team De Kegelclub (bushalte) Allard de Goeij - Atelier PRO - architect/engineer Jurgen Schoenmakers - BB Architecten - architect Marcel Vroom - MVAVD - industrieel ontwerper Paul Berendsen - RHDHV - structural engineer Booosting is als stichting opgericht in 1988 door een aantal vooruit­ strevendearchitecten.Samenmet industrieelontwerpersenbouw- en productiebedrijven stelden zij zich ten doel fundamentele en structurele product­vernieuwingen en -verbeteringen in de bouw te bewerkstelligen. Booosting initieert en faciliteert telkens weer ideeën en projecten op het gebied van Onderzoek, Ontwerp en Ontwikkeling om zo én met elkaar het proces van vernieuwing en verbetering in de bouw wezenlijk te versnellen. Booosting is een uniek en inspirerend netwerk waar bedenkers en makers elkaar maandelijks ontmoeten. Deelname biedt de mogelijkheid om gelijkgestemde,enthousiaste bouwinno­vatoren te ontmoeten;specialisten uit alle sectoren van de bouw.
  33. 33. 64 - Digitaal Vakmanschap in de Architectuur

×