Observatie Studion 110909

5,234 views

Published on

College observatie voor eerste jaars pedagogiek studenten UU

Published in: Education, Technology
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
5,234
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
23
Actions
Shares
0
Downloads
13
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Observatie Studion 110909

  1. 1. College 3 M&S1Pedagogiek <ul><li>Observatie </li></ul>Ben Baarda
  2. 2. Voor- en nadelen observatie <ul><li>Wanneer het om gedrag gaat, zoals opvoeding, </li></ul><ul><li>geniet observatie de voorkeur. </li></ul><ul><li>Voordeel ; je ziet daadwerkelijk en direct dat wat je wilt weten, gunstig voor validiteit en betrouwbaarheid van de meting. In vragenlijst/interview is informatie indirect en vaak gekleurd. </li></ul><ul><li>Nadeel ; kost veel tijd, soms ook moeilijk uitvoerbaar, en observatie kan van invloed zijn op getoonde gedrag. Het observeren van opvoedingsgedrag is moeilijk, waar moet je observeren en in hoeverre zullen ouders zich in hun gedrag laten beïnvloeden door de observatie? Ze zullen hun kinderen vast niet slaan als ze geobserveerd worden. </li></ul>Ben Baarda
  3. 3. Verschillende vormen van observatie <ul><li>Observaties verschillen naar de mate van: </li></ul><ul><li>Gestructureerdheid ; vrije ongedwongen observatie versus observatie met een schema </li></ul><ul><li>Rol observator : participerende observatie versus observerende objectieve onderzoeker </li></ul><ul><li>Eerste vormen komen vooral voor bij kwalitatief (flexible) onderzoek en de tweede bij kwantitatief (fixed) onderzoek. </li></ul>Ben Baarda
  4. 4. Vastleggen data <ul><li>Bij participerende observaties wordt meestal met losse aantekeningen gewerkt (notes) de onderzoeker schrijft op wat hem opvalt. Afhankelijk van rol doe je dat of tijdens of na de observatie. Bij vrije observatie uiteraard wel meer kans op vertekening (bias). </li></ul><ul><li>Bij gestructureerde, formele observaties werk je meestal met schema’s . Je kruist bijvoorbeeld op een schema aan wanneer een kind een bepaalde vorm van agressie gedrag toont. </li></ul>Ben Baarda
  5. 5. Voorbeeld observatieschema bron www.jajuf.nl <ul><li>Individueel observatieschema werkgedrag </li></ul><ul><li>Naam: ___________________ Groep: ________ Geboortedatum: ________ </li></ul><ul><li>Ingevuld door: ___________________ Datum observatie: ___________ </li></ul><ul><li> Minuut: ----5 ----10----15----20----25----30 </li></ul><ul><li>Van de plaats zonder toestemming </li></ul><ul><li>Gaat te lang door met toegestane activiteiten </li></ul><ul><li>Maakt fysiek contact met anderen </li></ul><ul><li>Maakt duidelijk hoorbaar geluid </li></ul><ul><li>Praat of roept zonder toestemming </li></ul><ul><li>Draait op zijn stoel </li></ul><ul><li>Ander gedrag … </li></ul>Ben Baarda
  6. 6. Voorbeeld gebruik pc bij gestructureerde observatie http://www.noldus.com/site/content/files/shorttours/observer-xt.html http://www.noldus.com/site/content/files/shorttours/observer-xt.html
  7. 7. Wat kun je observeren? <ul><li>Intensiteit ; hiervoor wordt meestal een ratingscale gebruikt, bijvoorbeeld hoe streng is ouder? </li></ul><ul><li>Frequentie ; je turft bijvoorbeeld hoe vaak een kind agressief gedrag vertoont tijdens het speelkwartier. </li></ul><ul><li>Duur ; hoe lang duurt het voor de leerkracht ingrijpt bij incidenten? </li></ul><ul><li>Richting ; je stelt hier bijvoorbeeld vast op wie bijv. een juf haar aandacht richt; besteedt ze meer aandacht aan meisjes dan aan jongens? </li></ul>Ben Baarda
  8. 8. Wat stel je vast? <ul><li>Je kunt vaststellen: </li></ul><ul><li>de tijd ; hoe lang kan een kind zijn aandacht op een bepaald onderwerp richten? State coding ; vaststellen begin en eindtijd. </li></ul><ul><li>een gebeurtenis/event ; Jan schopt Klaas. Kruisje zetten op schema, of opschrijven. </li></ul>Ben Baarda
  9. 9. Veelvoorkomende gebeurtenissen <ul><li>Bij veel voorkomende gebeurtenissen </li></ul><ul><li>(zoals aankijken): </li></ul><ul><li>Interval coding ; hier worden van te voren meestal korte tijdsperiodes vastgesteld en moet er gescoord worden of er gedurende die periode het geobserveerde gedrag is voorgekomen. </li></ul><ul><li>Time sampling ; ook hier wordt gewerkt met korte tijdsperiodes, maar wordt bijv. in ieder periode een ander kind apart geobserveerd, je neemt dus een steekproef in de tijd. </li></ul>Ben Baarda
  10. 10. Betrouwbaarheid <ul><li>Betrouwbaaheid wil zeggen onafhankelijk van toeval. Die toeval is bij observatie vooral gelegen in de persoon van de observator. </li></ul><ul><li>Heldere instructie en goede omschrijvingen van het te observeren gedag verhogen de betrouwbaarheid. </li></ul>Ben Baarda
  11. 11. Inter/intra observator betrouwbaarheid <ul><li>De interobservator betrouwbaarheid </li></ul><ul><li>zijn de verschillen in beoordeling tussen verschillende beoordelaars. </li></ul><ul><li>De intra-observator betrouwbaarheid is het verschil in beoordeling op verschillende tijdstippen door dezelfde beoordelaar. Er kan bijv. een verschil optreden als gevolg van het instrumentatie-effect . </li></ul>Ben Baarda
  12. 12. Vaststellen betrouwbaarheid <ul><li>Betrouwbaarheid kan worden vastgesteld met: </li></ul><ul><li>de index of agreement </li></ul><ul><li>(overeenstemmings-percentage), </li></ul><ul><li>of met Cohen’s Kappa . </li></ul><ul><li>De laatste maat geniet de voorkeur omdat daar rekening wordt gehouden met de kans op overeenstemming. </li></ul>Ben Baarda

×