20060308 Kamedialeon

1,598 views

Published on

Published in: Travel
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,598
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

20060308 Kamedialeon

  1. 1. De invloed van nieuwe media op de identiteitsvorming bij jongeren. Projectgroep: Depandelaere Mieke Gabriels Barbara Huylenbroeck Johanna Jonckheere Lore Jutten Sarah Laga Katrien Ophalvens Ellen Potestia Laetitia Van Raemdonck Tine Vermassen Iris Graffiti Jeugddienst in samenwerking met UGent
  2. 2. INHOUD 1. Inleiding p. 3 2. Probleemstelling p. 4 3. Onderzoek p. 4 3.1 Centrale concepten p. 4 3.2 Verantwoording van de gemaakte keuzes van de vragenlijst p.5 3.3 Opbouw van de vragenlijst p. 6 3.4 Dataverzameling p. 7 3.5 Resultaten p. 12 4. Bijlagen: p. 19 4.1 Vragenlijst p. 19 4.2 Literatuur en interessante websites p. 22 2
  3. 3. 1. Inleiding De uitwerking van het project ‘De invloed van nieuwe media op de identiteitsvorming bij jongeren’ ging in november 2005 van start en vindt haar hoogtepunt tijdens de presentatie van de resultaten van het onderzoek op 8 maart 2006. Het doel van het onderzoek is om na te gaan welke invloed nieuwe media uitoefenen op de identiteitsvorming van 12- tot 20-jarigen. We spitsen ons toe op MSN, blogs, podcasting en Voice over IP om aan te sluiten bij de workshops van het congres waarbij wij onze presentatie ter inleiding ervan geven. Via onze vragenlijst gaan we na hoe het gebruik van nieuwe media bij deze doelgroep er uit ziet. We onderzoeken of ze gebruik maken van de vier gekozen media en of ze deze media zelf aanmaken, hoe vaak ze ervan gebruik maken, waar ze dit doen en of ze dit in groepsverband of alleen doen. We gaan ook na wat het doel is dat deze jongeren aan deze media toekennen. We onderzoeken met andere woorden om welke redenen jongeren deze nieuwe media gebruiken. We hebben ook stellingen opgesteld die we via onze vragenlijst aan dezelfde jongeren hebben voorgeschoteld. Via deze stellingen willen we expliciet de invloed van nieuwe media op de identiteitsvorming nagaan. Deze stellingen hebben we ook gebruikt tijdens de straatinterviews die we in Gent en Antwerpen hebben uitgevoerd. Het doel van deze straatinterviews was om de mening van de jongeren ook rechtstreeks te gaan bevragen. De meest frappante uitlatingen hebben we gemonteerd tot enkele korte filmpjes. In ons onderzoek zijn er twee luiken terug te vinden, namelijk: 1. Kwantitatief luik: • We hebben een enquête op een zelf ontworpen website geplaatst; • 721 jongeren tussen 12 en 20 jaar, waarvan 311 jongens en 410 meisjes, hebben aan onze enquête deelgenomen; • We peilden naar de gekendheid, het gebruik en het doel van dit gebruik van vier nieuwe media (MSN, podcast, VoIP en blogs) en legden nadien een aantal stellingen voor omtrent nieuwe media en identiteit. We kozen deze vier media omdat deze tijdens de studiedag ‘Apestaartjaren’ uitgebreid aan bod komen; • De bedenking die we ons bij dit onderdeel gemaakt hebben, is dat we via onze enquête enkel jongeren bereikt hebben die toegang hebben tot bepaalde nieuwe media. 2. Kwalitatief luik: • Op twee koude winterdagen in december zijn we met de camera de straten van Gent en Antwerpen onveilig gaan maken om reacties te filmen van jongeren aan de hand van de stellingen uit ons kwantitatief onderzoek. Hieruit ontstonden vier korte filmpjes die tijdens de presentatie aan bod komen. In deze bundel kunt u de volgende onderdelen terugvinden; • De probleemstelling van ons onderzoek; • Bevindingen van het kwantitatief onderzoek; • De vragenlijst die we in ons kwantitatief onderzoek hebben gebruikt; • De vermelding van de gebruikte literatuur en interessante websites; • De slides die tijdens onze presentatie aan bod komen. 3
  4. 4. 2. Probleemstelling Onze probleemstelling is gebaseerd op de vraag van onze projectvrager. Wat is de invloed van nieuwe media op de identiteitsvorming bij jongeren? Dit roept heel wat vragen op. Wat is nieuwe media? Wat is identiteitsvorming? Nieuwe media zijn de tegenwoordige dragers van boodschappen, zij volgen de oude op en zullen hen misschien op termijn vervangen. Omdat nieuwe media dus een zeer ruim gebied is, willen wij specifiek een paar media belichten in ons onderzoek namelijk: MSN, blogs, podcasting en Voice over IP. Deze keuze hebben we gemaakt omdat dit ook de media zijn die tijdens het congres aan bod zullen komen. Een tweede belangrijke afbakening is die van de doelgroep. Het woord jongeren is een ruim begrip. Daarom dat wij in samenspraak met de projectaanvrager onze doelgroep hebben afgebakend naar jongeren van 12-20 jaar. Een derde kernwoord in onze probleemstelling is identiteitsvorming. Identiteit is een begrip dat stamt uit de persoonlijkheidspsychologie en heeft niet zozeer te maken met je zelfkennis of zelfbeeld, maar eerder met een zelfgevoel: het gevoel één en dezelfde persoon te zijn in allerlei situaties en stemmingen. Identiteit is een doorleefd ik-gevoel dat eenheid aanbrengt in al je belevenissen, waardoor je stabiliteit vindt. Zelfkennis en weten wat je wilt en wat niet, is pas mogelijk als je jezelf ziet als eenheid en als identiteit beleeft. Een uitdieping hiervan is in de literatuurstudie rond identiteitsvorming terug te vinden. Het zwaartepunt van ons onderzoek ligt in de mogelijke effecten van de nieuwe media op deze identiteitsvorming. Invloeden van buitenaf hebben altijd een belangrijke rol gespeeld op de persoonlijkheidsontwikkeling van jongeren. Ze gaan zich anders positioneren ten opzichte van hun vrienden, ouders, religie,… Om vast te stellen wat de mogelijke effecten van nieuwe media zijn gaan we daarom dan ook naar hun relatie met ouders en peers kijken. Maar ook naar hoe dit hun mening beïnvloedt over bepaalde topics. Deze mening van jongeren blijft een centrale rol spelen. Zo gaan we ook op zoek naar wat jongeren vinden van nieuwe media. Hoe ze hier mee omgaan en hoe ze hiertegenover staan. De kern van ons onderzoek komt neer op het volgende: “Jongeren komen tijdens hun adolescentie in contact met verschillende invloeden. In hoeverre is nieuwe media een bepalende invloed op het proces van identiteitsvorming.” 3. Onderzoek 3.1 Centrale concepten In ons onderzoek staan twee termen centraal, namelijk ‘nieuwe media’ en ‘identiteitsvorming’. Via literatuuronderzoek hebben we onze kennis hieromtrent uitgebreid om een basis te leggen voor onderzoek. Om ons onderzoek te kaderen geven we heel kort een algemeen beeld van deze twee concepten. Het is zeker niet eenvoudig om nieuwe media te definiëren omdat het een erg veranderlijk begrip is. We hebben toch getracht om tot een definiëring te komen door het onderscheid dat Henk Blanken hanteert, te gebruiken. 4
  5. 5. Henk Blanken stelt nieuwe media als volgt voor: • Nieuwe media Nieuwe media Oude media Snel Sloom Open Gesloten Hebben gebruikers Hebben een publiek Gratis Betaald Vraaggestuurd Aanbodgedreven Kort Lang Vluchtig Bestendig Wisselende gebruikers Trouwe klanten Beeld tekst Jonge gebruikers Oude gebruikers Zoals eerder vermeld hebben wij podcasting, MSN, blogs en VoIP als nieuwe media vooropgesteld. Podcast: “Podcasting” is radio voor het internet. Via een podcast kan u uitzendingen automatisch downloaden en beluisteren op uw computer of op uw digitale muziekspeler. In een podcast worden op regelmatige tijdstippen nieuwe uitzendingen gemaakt en gepubliceerd. Elke keer wanneer er een nieuwe uitzending beschikbaar is, wordt die automatisch voor u gedownload. U kan een podcast beluisteren wanneer u zelf wenst. MSN messenger: MSN Messenger is een programma voor het verzenden en ontvangen van tekstberichten, dat is voorzien van vele functies. Bijvoorbeeld: uitwisselen van bestanden. Blog: Een weblog, of blog, is een site in een dagboek-stijl. De maker, de weblogger of blogger, plaatst links naar andere webpagina's die hij of zij leuk of interessant vindt. Deze links zijn vaak voorzien van een (kort) stukje commentaar van de weblogger. VoIP: VoIP is de afkorting voor Voice Over IP. Dit verwijst naar telefonie of spraak over gewone computernetwerken. Een uitstekend voorbeeld hiervan is het programma Skype. • Identiteit Identiteit verwoordt Rita Kohnstamm niet zozeer als de kennis of het beeld van jezelf, maar eerder als een zelfgevoel, het gevoel één en dezelfde persoon te zijn in allerlei situaties en stemmingen. Identiteit is een doorleefd ik-gevoel dat eenheid aanbrengt in alle belevingen. 3.2 Verantwoording van de gemaakte keuzes van de vragenlijst Na een eerste brainstorm kwamen we tot het besluit een gesloten vragenlijst, namelijk een enquête op te stellen. We kozen er voor om de jongeren te benaderen via de nieuwe media zelf. We zouden een website maken waarop we onze enquête zouden plaatsen. Daarnaast zouden we de straat op gaan. Bedoeling was om enkele interviews af te nemen voor de camera. Met het verzamelde beeldmateriaal zouden we een montage maken van enkele minuten om het congres mee te openen. Waarom een enquête? 5
  6. 6. Een enquête is een vorm van een survey. Een survey is een onderzoeksstrategie waarbij een groot aantal analyse-eenheden systematisch onderzocht wordt naar een aantal kenmerken.1 Een survey is de meest aangewezen onderzoeksstrategie in situaties waar men te maken heeft met een groot aantal variabelen, een groot aantal analyse-eenheden en waarbij men onderzoek doet naar motieven, houdingen, opinies, toekomstplannen.2 Wanneer we er onze probleemstelling op na lezen, vinden we deze elementen allemaal terug. Specifiek hebben we geopteerd voor een individueel gerichte schriftelijke bevraging. We wilden van zoveel mogelijk mensen beschrijvende gegevens over de kennis en het gebruik van nieuwe media (in ons geval MSN Messenger, weblogs, podcasting en Voice over IP). We wilden eveneens de kosten wat betreft tijd beperken. Dit heeft ertoe geleid dat we voor een vragenlijst hebben geopteerd. Ons survey is zowel beschrijvend als hypothese formulerend. Waarom een website? Ten eerste spenderen de jongeren van vandaag heel wat uren achter hun computer en is een ommetje via onze site zo gemaakt. Een online-enquête wordt minder als een verplichte saaie taak ervaren dan het invullen van een vijf pagina’s tellende enquête. Ten tweede kan een website voorzien worden van een veel leuker en levendiger opmaak. Het zou immers een heleboel geld kosten indien we enquêteformulieren in kleur laten afdrukken. De kostprijs is dan ook een derde reden. Waarom straatinterviews? We zien dat het kwalitatief interview en het survey vaak gecombineerd worden. Meestal volgen ze mekaar op. We hebben deze straatinterviews als illustratie, als aanvulling gebruikt. Het kwalitatief interview hebben we zo opgevat als zou het op het survey volgen. Namelijk uit het survey zouden verrassende elementen kunnen komen die om verdieping vragen in een kwalitatief interview.3 3.3 Opbouw van de vragenlijst Online- enquête We hebben de vragenlijst op basis van de literatuur die we hebben doorgenomen, opgesteld. We hebben de vragenlijst opgesplitst in verschillende onderdelen. Vooreerst hebben we naar de karakteristieken gepeild van de respondenten. Vervolgens hebben we gepeild naar de kennis van, het eventuele gebruik en de frequentie van het gebruik van nieuwe media. We zijn eveneens nagegaan waarvoor ze de nieuwe media gebruiken. In een derde onderdeel hebben we de jongeren geconfronteerd met verschillende stellingen die pijlen naar de mate waarin de nieuwe media de identiteitsvorming van jongeren bepalen. De bovengenoemde variabelen hebben we geoperationa- liseerd in verschillende vragen (cfr. Bijlage ‘vragenlijst’). Aangezien we gekozen hebben voor een elektronische enquête, hebben we gebruik gemaakt van een vaste vraagstelling. Deze vragenlijst heeft beetje bij beetje vorm gekregen. Bij aanvang waren er vage ideeën over wat er zeker in de vragenlijst moest worden opgenomen. Deze ideeën zijn we dan gaan voorzien van een betere structuur. Op die manier zijn we tot een duidelijk plan gekomen wat betreft de verschillende rubrieken en vragen. We hebben bij het formuleren van de vragen rekening gehouden met de ‘richtlijnen voor het formuleren van vragen’4 • Betekenis voor de respondent 1 Schuyten, G. 2004, Kwantitatieve en kwalitatieve methoden en technieken, Ugent, p. 3 2 Schuyten, G. 2004, Kwantitatieve en kwalitatieve methoden en technieken, Ugent, p. 3 3 Schuyten, G. 2004. Modellen empirisch onderzoek 1, Gent: Ugent, p. 114 6
  7. 7. • Duidelijke taal, geen jargon, geen afkortingen • Concreet: aansluiten bij ervaring van de respondent • Vermijd emotioneel geladen woorden • Let op verborgen vooringenomenheid • Word niet te persoonlijk • Elke vraag mag maar één antwoord omvatten • Vermijd ontkennende zinnen • Vermijd in de vraag feiten waarover men van mening kan verschillen. Op aanraden van de vakgroep Data-analyse van onze faculteit hebben we een paar aanpassingen gedaan. Straatinterviews Wat betreft de straatinterviews hebben we niet gewerkt met een vaste vragenlijst, integendeel. We hebben de respondenten steeds geconfronteerd met een stelling uit onze vragenlijst. Sommige stellingen hebben we iets extremer gesteld om zeker een duidelijke reactie te krijgen en om neutrale, gematigde antwoorden tegen te gaan. Deze interviews waren ongestructureerde interviews waarbij we gebruik gemaakt hebben van een losse vraagstelling. Een losse vraagstelling laat eigen variaties en tussenvragen toe.5 We kunnen dus spreken van kwalitatieve interviews. Deze methode wordt gehanteerd om data te verzamelen betreffende gezichtspunten en perspectieven die de interviewer onbekend zijn. De doelstelling is een beeld te krijgen van waarden, motivaties, attitudes van respondenten in particuliere sociale contexten, kortom van hun leefwereld.6 We wilden met deze interviews inderdaad dieper ingaan op de leefwereld van de jongeren en meerbepaald nagaan welke plaats nieuwe media hierin opeisen en hoe de jongeren hier tegenover staan. Een kwalitatief interview kan zowel individueel als collectief worden afgenomen. In ons ‘kwalitatief onderzoek’ zijn we vertrokken van een conceptueel ontwerp waar kernbegrippen, vraagstellingen en discussiepunten geïdentificeerd worden. Het was de bedoeling om een zo breed mogelijk beeld te krijgen van de verschillende gezichtspunten. 3.4 Dataverzameling Methode van dataverzameling We hebben zoals reeds vermeld gekozen voor een elektronische vragenlijst en ondersteunende straatinterviews. We beargumenteerden hierboven onze keuze. Steekproef en steekproeftrekking In praktijkgericht onderzoek wordt meestal in de probleemstelling aangegeven wat precies de populatie is. In ons onderzoek bestaat de populatie uit ‘de jongeren’. Dit is echter een vage omschrijving. Voor sommigen bestaat de categorie jongeren uit 10 tot 25-jarigen, voor anderen vallen enkel tieners binnen deze categorie enz. Online-enquête Voor ons onderzoek hebben we een segment uit de populatie gelicht, namelijk de groep van 12 tot 20-jarigen. Het segment van de populatie dat effectief bevraagd wordt is de operationele 4 Schuyten, G. 2004. Kwantitatieve en kwalitatieve methoden en technieken, Gent: Ugent, p. 18 5 Schuyten, G. 2004. Kwantitatieve en kwalitatieve methoden en technieken, Gent: Ugent, p. 14 6 Schuyten, G. 2004. Modellen empirisch onderzoek 1, Gent: Ugent, p. 114 7
  8. 8. populatie. Uit deze operationele populatie trekken we onze steekproef. We kunnen immers niet de gehele populatie onderzoeken. Dit is financieel en fysiek onmogelijk. Het is ook onnodig. Als een steekproef aselect is getrokken kan langs wiskundige weg, en gegeven de grootte van de steekproef, berekend worden wat de precisie is van uitspraken over de operationele populatie.7 Aangezien we over geen steekproefkader beschikken van onze operationele populatie, hebben we zelf een manier moeten uitdokteren om een steekproef te trekken. We hebben een niet-aselecte steekproef getrokken, meerbepaald een willekeurige. We zouden in principe wel uitspraken willen doen over de totale populatie maar aangezien het bijna onmogelijk is om een aselecte steekproef te trekken, zullen we onze resultaten sterk moeten nuanceren.8 Op basis van onderwijstype was het waarschijnlijk mogelijk geweest om een aselecte steekproef te trekken, maar dit hebben we bewust van de hand gedaan. We hebben op verschillende manieren mensen aangespoord om aan onze online-enquête deel te nemen: • We hebben een dag flyers uitgedeeld in de Veldstraat te Gent en op de Meir te Antwerpen. We hebben deze data goed uitgekozen. De eerste maal was tussen de examenperiode in het middelbaar en de kerstvakantie. Er waren heel veel jonge mensen op stap om gewoon wat te shoppen of om specifiek nog enkele kerstcadeaus in te slaan. De volgende dag hadden we tussen Kerst en Nieuwjaar gelegd in de veronderstelling dat er ook dan nog mensen op zoek zouden zijn naar een nieuwjaarscadeau. Het was echter bitterkoud waardoor de opkomst niet zo hoog lag. Iedereen waarvan we dachten dat hij/zij tussen 12 en 20 was poogden we aan te spreken en een flyer te overhandigen voorzien van de nodige uitleg. Er zijn natuurlijk mensen die wegdraaien als je je tot hen wil richten. Daarnaast heeft iedereen flyers uitgedeeld waar hij/zij kon: in jeugdbewegingen, in klassen… Meestal waren dit jongerengroepen die men zelf kende of die men via via kon bereiken. • Er is ook op verschillende fora reclame gemaakt voor onze enquête. Deze fora waren wel uitgekozen. We hebben fora gekozen die druk bezocht worden en die zich specifiek richten tot jongeren. • Eveneens is er gemaild naar een school om de leerlingen op de hoogte te brengen van onze enquête. • Ook enkele internetcafés in de Brugse Poort en de Sleepstraat zijn van flyers voorzien. • Kortom, iedereen heeft gedaan wat hij/zij kon. Er is op een willekeurige manier tewerk gegaan. Net door die willekeurigheid hopen we min of meer een doorsnede te hebben van onze operationele populatie. Om de respons te verhogen hebben we enkele prijzen voorzien en dit ook uitdrukkelijk op onze flyer gezet. We mogen van Graffiti Jeugddienst drie mp3-spelers uitdelen en veertien filmtickets. Mensen zijn sneller geneigd om aan iets mee te werken als ze er iets voor in de plaats krijgen. We hebben gekozen voor mp3-spelers en filmtickets omdat deze prijzen jongeren echt aanspreken. De grootste problemen met betrekking tot enquête-eenheden ontstaan gewoonlijk doordat de feitelijk bereikte respondenten niet overeenstemmen met de aanvankelijk getrokken steekproef: het probleem van de non-respons.9 De non-respons kunnen we moeilijk nagaan. Waarom nemen sommige jongeren die we via flyers of forums bereikt hebben niet deel aan de enquête? We moeten rekening houden met een mogelijks 7 Swanborn, P.G. 1987. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek, Meppel: Boom, p.269 8 Schuyten, G. 2004, Kwantitatieve en kwalitatieve methoden en technieken, Ugent, p. 37 9 Swanborn, P.G. 1987. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek, Meppel: Boom, p.276 8
  9. 9. selectieve respons (bvb. fervente internetgebruikers). We geven hieronder enkele mogelijke oorzaken van non-respons: • Ze beschikken niet over een computer waarop ze aan de enquête kunnen deelnemen. • Ze beschikken al over een mp3-speler en misschien voelen ze zich niet aangetrokken door filmtickets omdat ze toch niet in de cinema geraken of omdat ze niet graag naar films kijken. • Misschien doen sommige jongeren niet mee omdat het thema hen niet aanspreekt. • Sommige jongeren vinden dat het invullen van een enquête teveel moeite kost. • Anderen hebben misschien principiële bezwaren tegen de aanpak. • Sommige jongeren kunnen zich misschien niet identificeren met het ontwerp van de site (vinden het te roze of te blits), waardoor ze niet meedoen. De grote vraag hierbij is welke invloed non-respons heeft op de verkregen conclusies. Het is nuttig om ons te realiseren wat het effect is op onze conclusies over de populatie als de non- responsegroep maximaal extreem zou scoren op een bepaalde variabele. In werkelijkheid zal de non-responsegroep nooit zo extreem afwijken van de groep die wél meedoet.10 Item-non-response zijn we tegen gegaan. De respondenten konden pas naar de volgende vraag overgaan indien ze de vorige hadden ingevuld. Ze kregen een opmerking dat ze de vraag moesten invullen en vervolgens pas op ‘volgende’ konden drukken. Straatinterviews Wat betreft de straatinterviews zijn we selectief tewerk gegaan. Bedoeling was dat we leuke beelden konden maken en hiervoor heb je natuurlijk leuke replieken nodig. We selecteerden mensen dus deels op hun uiterlijk en deels op hun (geschatte) leeftijd. We hebben gepoogd om mensen van alle leeftijden binnen de afgebakende doelgroep voor de camera te krijgen. We hebben eveneens getracht om zowel jongens als meisjes, om zowel allochtonen als autochtonen aan het woord te laten. We hebben dus met de natte vinger een gevarieerd publiek proberen aanspreken. Mensen die niet veel te zeggen hebben, zullen waarschijnlijk niet in de montage worden opgenomen. De montage zal dus zeker een gekleurde weergave zijn. Uitvoering Online-enquête We hebben de enquête online geplaatst bij aanvang van de kerstvakantie vanuit de optiek dat veel jongeren tijd hebben in de kerstvakantie en dus gemakkelijker de enquête zouden invullen. De enquête werd afgesloten op 31 januari omdat we dan aan de verwerking moesten beginnen om alles klaar te krijgen tegen 8 maart. Onze website heette www.kamedialeon.be. Op onze homepagina hebben we kort toegelicht wie wij zijn en wat het opzet van het onderzoek is. We hebben duidelijk in de verf gezet dat er mooie prijzen te winnen vielen. Wanneer ze op ‘Doe de enquête’ klikten, kregen ze de eerste vragen te zien met de bijhorende instructies. Per vraag moesten ze één of meerdere zaken aanvinken. Indien ze niets aanvinkten, konden ze niet overgaan naar de volgende vraag. Sommige vragen lieten toe ‘Andere’ aan te duiden en vervolgens konden de respondenten invullen wat ze onder ‘Andere’ verstonden. Pas aan het einde van de enquête kregen de respondenten de kans om hun e-mailadres in te vullen. Op die manier werden ze verplicht alle vragen te beantwoorden alvorens ze kans konden maken om een van de prijzen te winnen. Straatinterviews 10 Swanborn, P.G. 1987. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek, Meppel: Boom, p.277 9
  10. 10. Voor de straatinterviews trokken we er in Gent met zes man op uit, in Antwerpen waren we met vier. Het opzet was dat we jongeren op straat aanspraken, ze naar de camera leidden en een stelling uit de kerstkous lieten trekken om vervolgens hun mening te formuleren. Enkelen van ons ronselden mensen, spoorden mensen aan om mee te werken. Het was belangrijk dat deze mensen de boodschap kort en gevat konden overbrengen. Liefst niet te strak, want dan lijkt het te formeel voor jongeren. Het was belangrijk dat je de boodschap kon overbrengen via een taal en een houding die gericht is op de leeftijd van de jongere die je aanspreekt. Zo was het vaak een voltreffer als je de jongeren opzettelijk iets te oud inschat, want dan voelen ze zich gevleid. Het hielp soms ook om te zeggen dat het voor ons eigenlijk ‘huiswerk’ was zoals zij dat ook hebben. Belangrijk was pas op het einde te vermelden dat het voor de camera was, want anders haken er teveel af. Tot onze verbazing ging het ronselen van mensen vrij vlot. Een heikel punt was het opsporen van 19- en 20- jarigen. Deze leeftijd valt niet meer zo gemakkelijk op het gezicht af te lezen. Er zijn ook veel mensen verontwaardigd als je vraagt of ze 19 à 20 jaar zijn en ze blijken uiteindelijk al 21. Zoals reeds vermeld, probeerden we een zo gevarieerd mogelijk doelpubliek uit te zoeken: individuen, kleine groepjes, koppels, grote groepen, verschillende leeftijden, mensen die er niet of net wel trendy uit zagen, allochtonen, autochtonen, rappers, alternatievelingen… We hebben een verscheiden publiek nagestreefd omdat, boeken zoals ‘Ambrassadeurs’ (Devos 2004) en ‘De symbolische samenleving’ (Elchardus & Glorieux 2003) in het achterhoofd houdend, naargelang de subcultuur waartoe iemand behoort er verschillen kunnen optreden in cultuurconsumptie. Daarnaast hebben we geprefereerd om kleine groepjes aan te spreken omdat we vermoedden dat jongeren die individueel op stap waren niet zo graag voor een camera zouden willen spreken. Sociologische theorieën aangaande groepen (interdependentienetwerken, groepscohesie, machtsstructuren…) 11 wijzen erop dat de kans groter is dat men in groep sneller zal deelnemen aan een onderzoek als het onze. Wanneer we bereidwilligen hadden gevonden, leidden we ze naar de camera die meestal wat zijdelingser stond opgesteld om niet in de loop van de massa te staan. Daar namen de cameraman, - vrouw en de interviewers het over. Zij lieten de jongeren eerst een stelling trekken uit de kerstkous, kwestie van een beetje bij de tijd van het jaar aan te sluiten, en vroegen de jongeren om deze luidop voor te lezen en hun mening daarover te formuleren. Naargelang de jongeren zelf veel informatie gaven, werden er meer of minder bijvragen gesteld. Ook de interviewers moesten zich een vrij informele houding aanmeten omdat jongeren zich dan meer op hun gemak voelen en na enkele vragen meer gaan vertellen. De interviewers stelden vragen om dieper in te gaan op wat de jongeren vertelden. Gedurende de twee dagen die we gefilmd hebben, hebben we ongeveer 6u30 beeldmateriaal opgenomen. Het was overduidelijk dat de laatste interviews niet veel nieuws meer aan het licht brachten. Het moment van saturatie was bereikt. Een korte toelichting bij het technische materiaal: We hebben gebruik gemaakt van een digitale camera, niet langer de oude videocassettes dus. Het gebruik van digitaal beeldmateriaal vergemakkelijkt de bewerking en de montage van de beelden aanzienlijk. We hebben de camera steeds op een statief geplaatst zodat het filmen vereenvoudigd werd. Door het gebruik van een micro die we de jongeren steeds voorhielden, is ook het geluid van goede kwaliteit. Data-analyse en resultaten Online-enquête 11 Vincke, J. 2002. Sociologie, Een klassieke en hedendaagse benadering Gent. Academia Press, pp. 60-82 & 124-126 10
  11. 11. Wat betreft het kwantitatief luik van het onderzoek gebruiken we de technieken van de beschrijvende statistiek. We doen beroep op het statistische verwerkingsprogramma SPSS. We hebben eerst de gegevens gecodeerd en daarna de nodige statistische procedures uitgevoerd die ons een beeld zouden geven van de informatie die onze bevraging ons heeft bijgebracht. Nadat alles gecodeerd was, zijn we dus beginnen verwerken. Hierbij hebben we de volgende zaken willen weergeven: A. Algemeen beeld van de respondenten a. Leeftijd :percentage + grafiek b. Geslacht:percentage c. Provincies: percentages (geen linken wegens onvoldoende spreiding) B. Gekendheid a. Percentages + grafiek b. Invloed van leeftijd en geslacht C. Gebruik a. Gebruik: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren  Bijvoorbeeld: hypothese: oudere jongeren (+16) meer gebruik dan jongere/ jongens meer dan meisjes b. Zelf maken: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren c. Hoe vaak: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren d. Waar: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren e. In groep of alleen: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren D. Doel a. MSN: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren b. Blogs: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren c. Podcasting: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren d. Voip: percentages + grafiek; linken met leeftijd en geslacht als predictoren E. Stellingen Bij de stellingen hebben we de frequentie van de antwoorden berekend. We hebben de stellingen geclusterd in een aantal thema’s. Interpretaties Bij het interpreteren van data moeten we steeds in het achterhoofd houden dat er een grote non- respons is en dat veralgemeningen dus bijna uit den boze zijn. Causale verbanden kunnen we niet leggen, we kunnen enkel correlaties nagaan. 3.5 Resultaten MSN • Gekendheid: Wat ons niet echt verwonderde was dat alle jongeren binnen ons onderzoek MSN kennen. 11
  12. 12. • Gebruik: Er is een hoog percentage van MSN-gebruikers bij de respondenten, namelijk 97,5%, waarbij er een piek is bij 16-17 jarigen. Het gemiddelde aantal uur dat de jongeren binnen ons onderzoek op MSN vertoeven is 13u per week, waarbij vooral de 15 tot 18 jarigen er veel gebruik van maken. • Plaats van gebruik: 53% zit op MSN op de eigen pc, 42,5% op de pc van het hele gezin en dan nog een paar op andere plaatsen. Cybercafé’s worden door deze jongeren dus weinig bezocht, zij hebben toegang tot nieuwe media van thuis uit. Vooral 18 tot 20-jarigen hebben een eigen pc (67%), maar ook heel wat 12- tot 17-jarigen (43%) • Doel: Wat wordt er nu zoal gedaan op MSN? Bijna iedereen geeft aan dat ze daar veel met vrienden praten en het gaat hierbij vooral om meisjes. Ook afspraken maken wordt veel via MSN gedaan, waarbij het vooral om oudere jongeren gaan die dit heel nuttig vinden. Top 5 van de activiteiten op MSN: 1. praten: 97,1% 2. foto’s delen: 84,7% 3. schoolwerk: 84,2% 4. afspraken maken: 78,6% 5. muziek delen: 72,4% Meisjes praten meer over MSN terwijl jongens meer afspraken maken over MSN. Hoe jonger de respondenten zijn hoe meer ze ook foto’s en schoolwerk uitwisselen via MSN. Blogs • Gekendheid: 57 % kent het, waarbij dit vooral de oudere jongeren uit ons onderzoek betrof. • Gebruik (anders dan zelf maken): 20% gebruikt het; waarbij dit vooral de 15- tot 20-jarigen zijn. Vooral jongens gebruiken het en er is een piek op 15 en 16 jaar en dan opnieuw op 20 jaar. • Doel: Top 6: 1. meningen van anderen: 16,6% 2. hobby info: 15,8% 3. eigen interesse: 14,1% 4. dagelijkse ervaringen: 13,9% 5. school: 8,7% 6. eigen dagboek: 6,2% De jonge respondenten lezen meer meningen van anderen. Meisjes kijken meer naar hobby en eigen interesse bij het gebruik van blogs. Podcasting Steeds meer hoor je om je heen dat er gebruik wordt gemaakt van podcasts. Ricky Gervais, een acteur van The Office maakt zijn eigen shows die meer dan 5 miljoen keer zeer vaak gedownload zijn, waarmee hij een wereldrecord bereikte. Maar ook de gewone man -of in dit 12
  13. 13. geval vrouw- kan eigen shows in elkaar steken zoals bijvoorbeeld Faceless, een studente die zelf haar dagelijkse bezigheden in een show giet en dan door u en ik beluisterd kan worden. In eigen land zie je onder andere op de sites van Stubru en Één dat er gepodcast wordt. • Gekendheid: 30% kent het • Gebruik: ongeveer 9% heeft er reeds gebruik van gemaakt, waarbij 1,8 % het zelf maken • Doel: Top 5: 1. leuke audiofragementen: 10,7% 2. thema’s: 7,1% 3. hobby: 6,5% 4. school: 2,5% 5. eigen show: 1,2% Meer meisjes gebruiken podcast voor hobby en leuke audiofragementen. Oudere jongeren gebruiken podcast meer voor schoolwerk. V(oice) o(ver) IP(bijv. Skype) • Gekendheid: 54 % • Gebruik: 23% , vooral de oudere en mannelijke jongeren • Doel : Top 3: 1. ontspanning: 22,9% 2. afspraken: 13,2% 3. andere zaken: 9,2% Mannen gebruiken VoIP meer voor zowel ontspanning, afspraken en andere zaken. Identiteit – stellingen Om na te gaan of nieuwe media nu een invloed hebben op het leven van jongeren en hun zelfgevoel hebben we hen binnen ons onderzoek een aantal stellingen voorgelegd waarvan ze konden zeggen of ze er akkoord of juist niet akkoord mee zijn. Er is ook steeds een redelijk percentage dat neutraal heeft aangeduid. Deze stellingen hebben we op basis van de literatuur die we hebben doorgenomen, opgesteld. De stellingen kunnen we clusteren in een aantal centrale thema’s: 1. Taal (stelling 1,2) 1. Ik betrap mezelf erop dat ik soms dingen zeg zoals ik ze schrijf op msn/gsm ( vb. asap,…). 2. Op school/werk schrijf ik soms woorden die ik ook op MSN/gsm gebruik ( vb. nix, mss, smilies,…). Leerkrachten en ouders uiten regelmatig hun bezorgdheid om de achteruitgang van de taal- en spelvaardigheid van jongeren door het gebruik van afkortingen, het weglaten van lidwoorden en dergelijke op MSN, in e-mails of via de gsm. 13
  14. 14. Dit chattaaltje is kort en vergt minder denkwerk waardoor men in sommige zinnen geen herkenbare grammatica meer kan terugvinden. Nu zijn de meningen hieromtrent verdeeld en geven taalkundigen aan dat er geen problemen zijn indien men op school blijft leren hoe je een normale zin moet uitspreken en schrijven. Binnen ons onderzoek geeft ook een groot deel van de jongeren aan dat ze soms dingen zeggen zoals ze geschreven worden op MSN of de gsm: 60% gaat hiermee akkoord waarbij er evenveel jongeren helemaal akkoord als akkoord zijn. In verband met het schrijven van fouten op school of het werk geeft ongeveer 40% aan dat ze wel eens fouten schrijven door het chattaaltje, maar er waren er iets meer die hier niet akkoord mee waren. 2. Sociaal leven (stelling 3, 4, 25) 3. Mijn sociaal leven speelt zich hoofdzakelijk af op de pc en/of via de gsm. 4. Mijn sociaal leven speelt zich hoofdzakelijk af op school/op de sportvereninging/andere. 25. Vriendschappen met mensen waarmee ik ook via internet contact heb, zijn hechter, sterker dan anderen. Heel wat ouders en opvoeders hebben ook schrik dat jongeren zich door deze nieuwe manieren van communicatie dreigen af te sluiten van de reële omgeving waarin ze dagelijks leven. Nu zal het niet zo’n vaart lopen en hangt het er van af wat je zoal doet met deze nieuwe media. Vaak is het juist een manier om met anderen in contact te komen. 13% van de jongeren uit ons onderzoek geeft aan dat hun sociaal leven zich hoofdzakelijk op de pc en of gsm afspeelt, wat niet veel is, maar toch niet te negeren valt. Als we dan eens kijken naar het grootste gebied waar het sociale leven van jongeren zich afspeelt zien we de school, sportverenigingen of andere hobby’s –70 %. Het toenemende gebruik van media lijkt geen negatieve gevolgen te hebben op relaties met vrienden12. Media verdringt de relaties met vrienden niet maar levert conversatiestof op en versterkt de relaties door een groepsidentiteit op te bouwen. Vaak worden deze media ook gemeenschappelijk gebruikt en wordt de band hechter. Vriendschappen die ook via MSN onderhouden worden zijn volgens de jongeren in ons onderzoek niet per se hechter dan andere vriendschappen. Dit blijkt echter niet uit ons onderzoek. Uit onze literatuurstudie kwam een onderzoek naar voren waaruit bleek dat jongeren die veel chatten of MSN’en hechtere vriendschappen hebben dan jongeren die minder vaak online communiceren. Vriendschappen met mensen waarmee ik ook via het internet contact heb, zijn hechter/sterker dan andere. 12 http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/media.PDF 14
  15. 15. 3. Bewegen jongeren minder? (stelling 13) 13. Ik sport minder en spendeer meer tijd achter de pc. Door al die nieuwe media die toegankelijk worden voor jongeren, waarbij je eerder je hersenen dan je lichaam inspant, wordt er wel eens gezegd dat de jongeren van vandaag niet actief genoeg zijn. Vooral de televisie en computerspelletjes worden als schuldigen aangewezen. Deze media zijn tijdrovers waardoor er inderdaad minder tijd overblijft om te bewegen, al naargelang je prioriteiten. 50 % van de jongeren uit ons onderzoek zijn hier niet mee akkoord en 30 % geeft toe minder te sporten en meer tijd achter de pc te spenderen. Ik sport minder en spendeer meer tijd achter de computer. 4. Gevoelens (stelling 12, 35) 15
  16. 16. 12. Ik gebruik nieuwe media omdat ik zo makkelijker tegen anderen mijn gevoelens kan uiten dan in een face-to-face gesprek (dit wil zeggen dat je staat oog in oog met de persoon). 35. Op het internet ben ik minder verlegen om iets te zeggen dan in het echte leven. Toen we filmden in Gent en Antwerpen hoorden we vaak van jongeren dat ze veel meer durven zeggen via MSN dan in een face-to-face gesprek. Jongeren die in het dagelijkse leven iets minder communicatievaardig zijn of ergens mee zitten kunnen zich soms makkelijker uiten in een MSN- gesprek. Een grote 30% van de jongeren uit ons onderzoek gaven aan dat ze nieuwe media vooral gebruiken omdat ze zo sneller iets durven zeggen dan in het echt. Als we het iets minder radicaler stellen gaf ongeveer 60 % aan dat ze op MSN minder verlegen zijn om iets te zeggen dan in het echt. Nu werd ook wel vaak aangeven dat er via MSN veel sneller misverstanden en bijgevolg ook ruzies ontstaan. 5. Afspraakjes en lief (19,22) 19. Ik vind dat het moet kunnen om afspraakjes te maken via het internet met onbekende. 22. Ik vind het internet een goed medium om een lief te zoeken. In het nieuws hoor je soms over de gevaren van MSN en internet omdat er zo soms afspraakjes gemaakt worden met onbekenden, die niet altijd zijn wie ze zeggen dat ze zijn. Nieuwe media kunnen dus misbruikt worden door volwassenen met verkeerde bedoelingen. Maar hoe snel doen jongeren dit? Binnen ons onderzoek gaf de meerderheid (60%) aan dat ze via internet geen afspraakjes zouden maken met onbekenden. Ook toen we gingen filmen hoorden we dit, maar er werd steeds een nuance in gelegd, hoe goed ze de persoon via MSN al hadden leren kennen en of ze via via wisten wie het was. Maar 7% van de jongeren uit ons onderzoek vindt internet een goed medium om een lief te zoeken, maar er wordt zeker wat afgeflirt op MSN. 6.Ouders (23,24,30,31,32) 23. Mijn ouders weten wat ik doe op MSN/internet. 24. Bij mij thuis bestaan er regels omtrent het gsm/internet gebruik. 30. Er zijn vaak discussies of ruzies thuis over mijn internetgebruik. 31.Wat ik op het internet doe, gaat mijn ouders niet aan. 32. Mijn internetgebruik beïnvloedt de manier waarop ik met mijn ouders omga NIET. Uit onze literatuurstudie bleek dat er regelmatig conflicten kunnen ontstaan in huiselijk verband door het computergebruik van jongeren. Ruzies omtrent overmatig pc-gebruik, maar het ook niet akkoord zijn over wat ze daar nu precies op internet uitspoken. Anderzijds kan het gebruik van nieuwe media ook bepaalde relaties tussen familieleden bevorderen. Moeder-dochter relaties draaien bijvoorbeeld rond de televisie en telefoon, terwijl vader en zoon een betere relatie krijgen door het gezamenlijk computergebruik13. Veel jongeren binnen ons onderzoek geven aan dat hun ouders ongeveer wel weten wat ze doen op MSN of internet. Bij ongeveer een kwart zijn er regels thuis over het pc-gebruik. 65% geeft aan dat de relatie met de ouders niet wordt beïnvloed. 69% heeft weinig ruzie over computergebruik. 13 http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/media.PDF 16
  17. 17. 7.Nicknames en foto (27, 28, 33) 27. Mijn nick op msn geeft weer hoe ik me voel. 28. Als ik aan de nick van een vrien(in) zie dat hij/zij zich niet goed voelt, of zich net héél goed voelt, zal ik sneller met hem/haar chatten dan anders. 33. Ik zoek bewust naar een leuke foto voor in mijn MSN-gespreksvenster. Nicknames zijn zeer persoongebonden. Ongeveer 37% van de jongeren geeft aan dat een nicknames wel hun gevoelens weergeeft terwijl eveneens 41% aangeeft dat dit er voor hen niet toe doet. Jongeren zijn echter wel meer geneigd om een vriend of vriendin met een negatief klinkende nickname aan te spreken om te vragen wat er scheelt. (45%) Aan hun foto hechten jongeren meer belang. 70% geeft aan actief op zoek te gaan naar een leuke foto die bij hen past. Als ik aan de nick van een vriend(in) zie dat hij/zij zich niet goed voelt, of net heel goed voelt, zal ik sneller met hem/haar chatten dan anders. Ik zoek bewust naar een leuke foto voor mijn MSN-gespreksvenster. 17
  18. 18. 8.Beeld op anderen en de wereld( 16,17,26,34) 16. Dankzij de nieuwe technologie weet ik meer van de wereld. 17. Dankzij de nieuwe media ben ik zelfstandiger. 26. Ik ga weinig om met mensen die zich niet bezig houden met de trends in computerland. 34. Mensen die zich niet met computers (blogs, MSN, podcasting…) bezighouden, zijn oermensen. Nieuwe media beïnvloeden het denken over anderen weinig. Wanneer het aankomt op het al dan niet hebben of gebruiken van nieuwe media maakt het 80% van de jongeren niet uit wie er van op de hoogte is en wie niet. Nieuwe media, zoals onder meer de gsm en allerhande zaken op internet, kunnen jongeren een gevoel van vrijheid en zelfstandigheid geven. Jongeren geven met 70% te kennen dat ze meer weten van de wereld dankzij de nieuwe technologieën. Een deel van hen (48%) voelt zich zelfs zelfstandiger door deze ontwikkelingen. Nu trachten bedrijven meer en meer op deze zelfstandigheid in te spelen door zich enkel te richten naar de markt van de jongeren en zo proberen ze jongeren te bereiken via deze nieuwe media door allerlei pop-ups of reclame op de sites van muziekzenders,… 9.Kunnen ze nog zonder (stelling 10,11) 10. Ik kan niet meer zonder mijn pc. 11. Een weekje zonder gsm/internet/pc zie ik wel zitten. Een goede 60% geeft aan dat ze niet meer zonder hun pc zouden kunnen en een kleine 20% zouden dit wel kunnen, anderzijds geven heel wat jongeren aan dat ze een weekje zonder pc, gsm of internet wel eens zien zitten. Misschien dat dat weekje gelijk staat met rust en een back-to-basics gevoel? 4. Bijlagen 18
  19. 19. 4.1 Vragenlijst A karakteristieken • Leeftijd: … jaar • Geslacht: man – vrouw • Provincie: Oost-Vlaanderen, West- Vlaanderen, Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant, Brussels Hoofdstedelijk Gewest B Gekendheid • Ken je: msn - blogging – podcasting – Voice over IP (bijvoorbeeld Skype) – ik ken geen van deze vier media (aanvinken) C Gebruik 1 Gebruik je: MSN - blogs – podcasting –– Voice over IP – ik gebruik geen van deze vier media (aanvinken) 2 Maak je zelf: blogs – podcasts – geen van beiden (aanvinken) 3a Hoe vaak maak je gebruik van blogs? … uur/week 3b Hoe vaak maak je gebruik van podcasting? … uur/week 3c Hoe vaak maak je gebruik van MSN? … uur/week 3d Hoe vaak maak je gebruik van VoIP? … uur/week 4a Waar maak je het meeste gebruik van MSN? • eigen computer • computer van het hele gezin • ander:… 4b Waar maak je het meeste gebruik van podcasting? • eigen computer • computer van het hele gezin • ander:… 4c Waar maak je het meeste gebruik van blogs? • eigen computer • computer van het hele gezin • ander:… 4d Waar maak je het meeste gebruik van VoIP? • eigen computer • computer van het hele gezin • ander:… 5a Gebruik je MSN vooral in groepsverband of vooral alleen? • In groep (=2 of meer personen) • Alleen 5b Gebruik je podcasting vooral in groepsverband of vooral alleen? • In groep (=2 of meer personen) • Alleen 5c Gebruik je blogs vooral in groepsverband of vooral alleen? • In groep(=2 of meer personen) • Alleen 5d Gebruik je VoIP vooral in groepsverband of vooral alleen? • In groep (=2 of meer personen) • Alleen 19
  20. 20. D Doel 1a. Ik gebruik MSN om gewoon te babbelen met kameraden. Ja - neen 1b. Ik gebruik MSN om afspraken te maken. Ja - neen 1c. Ik gebruik MSN om informatie uit te wisselen (aanvinken) o Muziek o Schoolwerk o Foto’s o Ik gebruik MSN NIET om informatie uit te wisselen 1d. Ik gebruik MSN ook voor andere zaken: Ja (invullen) – neen 2a. Ik gebruik blogs (zowel je eigen blog als die van iemand anders) in mijn vrije tijd en als ontspanning om: (aanvinken) o Een eigen dagboek te schrijven o Dagelijkse ervaringen van iemand anders te lezen o Meningen van anderen over een onderwerp te lezen o Andere (invullen) o Ik gebruik GEEN blogs in mijn vrije tijd 2b. Ik gebruik blogs om informatie op te zoeken: o Voor school o Voor het werk o Voor eigen hobby’s, uit eigen interesse o Ik gebruik blogs NIET om informatie op te zoeken 2c. Ik gebruik blogs ook voor andere zaken: Ja (invullen) – Neen 3a Ik gebruik podcasting in mijn vrije tijd en als ontspanning om: (aanvinken) o Verschillende programma’s over hetzelfde thema te beluisteren (religie, politiek, muziek…) o Leuke audiofragmenten op mijn mp3-speler te zetten o Eigen ‘shows’ te maken o Andere (invullen o Ik gebruik GEEN podcasting in mijn vrije tijd 3b. Ik gebruik podcasting om informatie op te zoeken o Voor school o Voor het werk o Voor eigen hobby’s, uit eigen interesse o Ik gebruik podcasting NIET om informatie op te zoeken 3c. Ik gebruik podcasting ook voor andere zaken: Ja (invullen) – Neen 4a. Ik gebruik V(oice) o(ver) IP, zoals Skype in mijn vrije tijd ter ontspanning 4b. Ik gebruik VoIP om afspraken te maken 4c. Ik gebruik VoIP ook voor andere zaken: Ja (invullen) - Neen E Stellingen 1. Ik betrap mezelf erop dat ik soms dingen zeg zoals ik ze schrijf op MSN/gsm ( vb. asap,…). 20
  21. 21. 2. Op school/werk schrijf ik soms woorden die ik ook op MSN/gsm gebruik ( vb. nix, mss, smilies,…). 3. Mijn sociaal leven speelt zich hoofdzakelijk af op de pc en/of via de gsm. 4. Mijn sociaal leven speelt zich hoofdzakelijk af op school/op de sportvereninging/andere. 5. Ik laat me door anderen (vrienden, familie,…) beïnvloeden voor het gebruiken van nieuwe snufjes. 6. Ik vind gsm/pc/… NIET belangrijk om erbij te horen. 7. Ik vind het leuk als eerste een nieuw snufje te hebben. 8. Ik kies een ringtone/ afbeelding die past bij mezelf in plaats van een populaire. 9. Wanneer mijn vriend(inn)en rondlopen met het nieuwste model gsm, wil ik die. 10. Ik kan niet meer zonder mijn pc. 11. Een weekje zonder gsm/internet/pc zie ik wel zitten. 12. Ik gebruik nieuwe media omdat ik zo makkelijker tegen anderen mijn gevoelens kan uiten dan in een face to face gesprek (dit wil zeggen dat je staat oog in oog met de persoon). 13. Ik sport minder en spendeer meer tijd achter de pc. 14. Computer is een belangrijke hobby van mij geworden. 15. Ik klik wel eens op reclame die via MSN/internet/podcasting verspreid wordt. 16. Dankzij de nieuwe technologie weet ik meer van de wereld. 17. Dankzij de nieuwe media ben ik zelfstandiger. 18. Ik heb me NOG NOOIT anders voorgedaan op het internet dan dat ik in het echt ben. 19. Ik vind dat het moet kunnen om afspraakjes te maken via het internet met onbekende. 20. Ik kan niet meer zonder mijn gsm. 21. Mijn internetgebruik beïnvloedt mijn relatie met mijn vrienden. 22. Ik vind het internet een goed medium om een lief te zoeken. 23. Mijn ouders weten wat ik doe op msn/internet. 24. Bij mij thuis bestaan er regels omtrent het gsm/internet gebruik. 25. Vriendschappen met mensen waarmee ik ook via internet contact heb, zijn hechter, sterker dan anderen. 26. Ik ga weinig om met mensen die zich niet bezig houden met de trends in computerland. 27. Mijn nick op msn geeft weer hoe ik me voel. 28. Als ik aan de nick van een vrien(in) zie dat hij/zij zich niet goed voelt, of zich net héél goed voelt, zal ik sneller met hem/haar chatten dan anders. 29. Als ik op internet zit, voel ik me vrij. 30. Er zijn vaak discussies of ruzies thuis over mijn internetgebruik. 31.Wat ik op het internet doe, gaat mijn ouders niet aan. 32. Mijn internetgebruik beïnvloedt de manier waarop ik met mijn ouders omga NIET. 33. Ik zoek bewust naar een leuke foto voor in mijn MSN-gespreksvenster. 34. Mensen die zich niet met computers (blogs, MSN, podcasting…) bezighouden, zijn oermensen. 35. Op het internet ben ik minder verlegen om iets te zeggen dan in het echte leven. 36. Ik vind het internet een goede manier om lotgenoten (mensen die hetzelfde meemaken) te leren kennen. 37. Ik gebruik tips die ik uit blogs en podcasting haal. (Dit kan gaan over diëten, gaming, muziek…) Helemaal akkoord – Akkoord – Neutraal – Niet akkoord – Helemaal niet akkoord F Emailadres 21
  22. 22. 4.2 Literatuur en interessante websites - Aarle, van Pauline, Jongeren in het nieuwe media tijdperk: welke rol speelt de computer in de vrijetijdsbesteding van jongeren tussen twaalf en veertien jaar? PSW-Paper 2000/1 1 maart 2000 - Bijnens, H., Bijnens, M., Vanbuel, M. (ed.) (2004), Streaming media in the classroom, Linz, Education Highway, p.16 - Claeys, L., 2002, New talk: Taalgebruik over en in nieuwe media: vrouwenpraat en mannenpraat, Vrouwenraad, trimester 1, 2002, p35-41 - Depreitere, K., ‘Jeugdsubculturen en jongerencultuur’, Caleidoscoop, 2002, 14:2, 2. - De wit, J., Veer, Van der, G., Slot, N. W., Psychologie van de adolescentie. Ontwikkeling en hulpverlening, Uitgeverij Intro, Baarn, 1995 - d’Haenens, L., van Summeren, C., Saeys, F., Koeman, J., (2004), Integratie of identiteit, Amsterdam: Boom - Fontaine, J. (2004) Gesprekstechnieken en toegepaste groepsdynamica; Methodologie van groepsoverleg en groepsdynamica; Mondelinge communicatietechnieken, Gent, Academia Press, p 2-3 - Humo, 25/10/2005, p35 - Kohnstamm, R., (1997), Kleine ontwikkelingspsychologie 3, de adolescentie, Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum - Malschaert, H., Marinus, T., (2002), Werkboek Jeugdcultuur – Theorie en Praktijk, Baarn: Hbuitgevers -Prof. Dr. Geerts, Drs. Den Boon, e.a., Van Dale, Deel 3, S-Z, Van Dale Lexicografie, Utrecht, Antwerpen, 3720-3721, 19993 - Verhofstadt-Denève, L., (1991), Adolescentiepsychologie, Garant Leuven – Apeldoorn - Wal, van der, J., Mooij, de, I., Wilde, de, J., (2001), Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding. Een praktijkgericht boek, Uitgeverij Coutinho, bussum http://www.e- gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante_gezondheid_kinderen_adolescenten/Adolescenten_ handen_van_mijn_GSM-3950-252-art.htm www.jongerenplaneet.be 22
  23. 23. www.nationalekinderkrant.nl en www.futurework.nl www.kaboem.nl http://www.homey- inc.nl/index.php?pagina=nieuws&nieuws_id=15&kw=jeugd+ontwikkelt+eigen+nieuwe+taal http://www.planet.nl http://www.MSNwoordenboek.nl/website.php http://members.home.nl/MSNwoordenboek/wf00003.htm http://www.smstaal.nl/content.php?c=w http://www.eu-gsm.nl/afkortingen.html http://www.mobilecowboys.nl/sms/1017 31/10/2005 http://www.timesonline.co.uk/article/0,,2-1850922,00.html VIG expertengroep, 2004, Plan van aanpak “Evenwichtig en regelmatig bewegen bevorderen”, Aanbevelingen op Vlaams, regionaal en lokaal niveau, Voeding en Gezondheid, p13-14; via http://www.vig.be/content/pdf/VD_planvanaanpak.pdf Uitgaan en slapen, klasse voor leerkrachten, 76, juni 1997, p6-7 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek, sport, beweging en gezondheid, nieuwsbrief, december 2005, nummer 4 Via www.steunpuntsbg.be/new/pers/Nieuwsbrief_sbg_4.pdf http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelld=DST09022004_007 http://www.klasse.be/archieven/archieven.taf?actie=detail&nr=11511 http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/media.PDF http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelld=DST09022004_007 http://www.caleidoscoop.be/inhouden/inhouden10/art10_4_04.html Vanobbergen, 2003, Commercialisering van de leefwereld van kinderen, 23 september 2003, via http://www.ugent.be/nl/nieuwsagenda/persberichten/extra/archief/3-2003/pb3118a.htm http://www.rsi-vereniging.nl/overrsi/index.php http:www//jmpubers.nl/jm/show/id=48074 http://rtl.nl/(channel=rtl4,progid=rtlnieuws,template=/actueel/rtlnieuws/video_template.html)/ system/media/html/FFFFFF/components/actueel/rtlnieuws/2002/11_november/06/media/strea mcase_20021106_1833-tienerseks.xml 23
  24. 24. http://www.rug.nl/corporate/informatievoor/scholieren/gammasteunpunt/onderwerpen/sexueelo ngewenst http://cgi.omroep.nl/cgi-bin/streams?/tv/vara/zembla/bb.20050512.rm http://www.ond.vlaanderen.be/clb/documenten/Bijkomende_tekst_workshop_5_3.doc http://www.sensoa.be/pdf/feiten_en_cijfers/jongeren_en_seksualiteit_2005.pdf http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/media.PDF Blanken,H. (2005, June 11) Pop up: tien verschillen tussen oude en nieuwe media. Retrieved december 12,2005, from http://www.henkblanken.nl/?p=48. Telenet. (2005) digitale televisie. retrieved december 12, 2005,from http://televisie.telenet.be/nl/televisie/digital/digital.html. Het Medialoket. (2005 October 14) Media hebben grote invloed op kinderen en jongeren. retrieved December 12, 2005,from http://www.mediaonderzoek.nl/comments.php?id=357_0_1_0_M. Ronge,J.(2002 August 26) Tv-kijkers SMS’en steeds meer. Retrieved December 17,2005, from http://zdnet.be/news.cfm?id=20432. S.N.(n.d.) Wat betekent GSM? Retrieved December 12,2005, from http://www.solcon.nl/amorren/wat_betekent_gsm.html. S.N.(n.d.) Wat is GSM? Retrieved December 12, 2005, from http://www.mobiplanner.nl/faq/faq.php?display=faq&nr=20&catnr=4&prog=MOBI%20V2.0&lang=en. Wikipedia (2005 December 16) short message service. Retrieved December 17,2005,from http://nl.wikipedia.org/wiki/SMS. S.N.(n.d.) MMSvragen. Retrieved December 12,2005, from http://www.mmspagina.nl/watismms.htm. Cépé Infosolutions (n.d.) Inleiding WAP tutorial. Retrieved December 12,2005, from http://www.cepe.nl/tutorial/wap/index.html. Proximus (2005) Vier keer sneller dan GSM… Retrieved December 12,2005, from http://company.proximus.be/nl/Technologies/TEP_Short.html. Wikipedia (2005 November 16) Universal Mobile Telephone System Retrieved December 12, 2005, From http://nl.wikipedia.org/wiki/UMTS. Jongerenplaneet (n.d.) SMS’en tijdens de lesuren om een lief te versieren. Retrieved December 12,2005, From http://www.jongerenplaneet.be/informatief/dossiers/dossier_gsm2005.htm. Pc gameworld (n.d.) Pc Gameworld Retrieved December 12, 2005, From http://www.pcgameworld.com/. 24
  25. 25. Game Party (n.d.) Wat is een LAN party? Retrieved December 12, 2005, From http://www.gameparty.net/bezoekers/uitleg/?. Claus,A.(2005,December 3). Belgische jongeren gamen op wereldniveau. Het nieuwsblad Retrieved December 12,2005, From http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?articleID=G3JL312Q. Jansens,C. (2005) Geschiedenis Retrieved Decemebr 18,2005, From http://www.radioinfo.be/? p=geschiedenis http://www.wikipedia.org/wiki/Blogging, geraadpleegd op 05/12/2005 http://www.baclass.panam.edu/mana3333/glossary/chapter02.html, geraadpleegd op 05/12/2005 http://weblog.r-win.com/losse_html/rss.html#wat_is, geraadpleegd op 27/12/2005 http://www.ond.vlaanderen.be/rss/wat_is_rss.asp, geraadpleegd op 27/12/2005 http://en.wikipedia.org/wiki/Podcasting, geraadpleegd op 05/12/2005 http://en.wikipedia.org/wiki/Voice_over_IP, geraadpleegd op 05/12/2005 http://en.wikipedia.org/wiki/Skype, geraadpleegd op 05/12/2005 http://www.skype-news.com/Who-is-using-Skype.htm, geraadpleegd op 27/12/2005 http://www.Podcasting.be 25

×